Het Schilt van Keulen, Reyndersstraat 7 

Terug naar het overzicht van de huizen

 

Het Schilt van Keulen is ontstaan uit een grote eigendom die in de vroege XVde eeuw door ene Jan vanden Broecke van het pand de Griffoen, gelegen op de hoek van de Hoogstraat, werd afgesplitst. Die eigendom, genaamd de Roosboom, werd in de loop van de XVIde eeuw vooral door de rijke koopmansfamilie Sedano of Sedaens en hun nog rijkere aangetrouwde verwanten uit het geslacht van Hove verka­veld.

 

Op 28 mei 1547 worden er twee eigendommen afgesplitst: kuiper Jan Cuyts wordt eigenaar van het huis St. Christoffel, gesitu­eerd vlak naast de Griffoen, en Servaes van Berchem, Wil­lems­sone, eveneens kuiper van beroep en gehuwd met Marie Wils worden eigenaars van: “... Twee huy­sen... gestaen en[de] gelegen neffens een inde Reyner­strate alhier, tusschen thuys geheeten Sint Christoffel ex u[n]a, ende de poorte vander voirs. erfge­veren ande[r] huysinghe nu ter tyt genaempt den roosen­boom (die zy aldaer noch behoudende bleven) ex altera, comende achter aende plaetse vander selver andere der voirs. erfgeve­ren huysinghe...”[1]. De kopers betalen 88 Car. g. erfe­lijk voor wat later het 'Schilt van Colen' zal genoemd worden. Er zijn een aantal voorwaarden aan de koop verbonden:

1° lichtschepping aan de achterzijde: vensters die ‘bovens ryckx’ moeten staan, met glas erin en voorzien van ‘yseren gheerden’,

2° de ‘voute oft private’ onder de Roosboom moet over het Schilt geruimd worden,

3° het water en de ‘ozydrup’ dat aan de achterzijde van het Schilt valt moet via de Roosboom afgevoerd worden.

 

De dochter van Servaes van Berchem en Marie Wils, Anna van Berchem en haar echtgenoot Hans de Vroeye, woonachtig in Lier, verkopen op 2 mei 1581 aan metser Jan van[de] Wouwe[r] en Margriete Keldermans “Een huys cum fundo et p[er]tinen[tys] gen[aempt] den schilt van coelen dwelck twee huysen plagen te syne...”[2]. In 1584 woonde die Jan vande Wouwer met zijn echt­ge­note in hun andere eigendom: de ‘Mostaertmolen’ op de hoek van de Reyndersstraat (richting Hoogstraat) en de Pelgrims­straat. Dierik Mathyss, stoeldraaier was al zeker sedert 1579 huurder van het Schilt waarvan de huurwaarde tussen 1579 en 1584 daalde van 80 naar 60 gulden. In 1586 was de huurwaarde nog eens gehalveerd tot 30 gulden en bewoonde Jan vande Wouwe­re zijn huis zelf[3]. Als op 16 juli 1592 de goederen van Jan onder Mar­griete en de andere erfgenamen moet worden ver­deeld wordt Margriete de eigenares van het Schilt[4]. Eén van haar erfgena­men, Hans vande Werve, ons bekend als ‘holdraeye­re’ (hout­draaier), elders gewoon stoeldraaier ge­noemd, en gehuwd met Catlyne Diercx, wordt op 12 oktober 1605 de nieuwe eige­naar van “Een huys met kelder, winckel, ceucke­ne, neerca­mere, oppercamers, soldere, pompe, regenbacke, private liggende onder de plaetsse van thuys den Roosboom..., gronde ende allen den toebehoorten genaempt de Schilt van Coelen...”[5].

 

Hoewel het Schilt door de opeenvolgende eigenaars was gebruikt als één huis kon het blijkbaar gemakkelijk terug opgedeeld worden en dat is wat Hans vande Werve op 3 november 1612 doet: aldus ontstaat tussen de Roosboom en het wat nog rest van het Schilt van Coelen “Een huys nu ter tyt genaempt den gulden keervorme met kelder, ceuckene, winckele, diverse oppercamers, soldere, pompe, helft van[den] private, liggen[de] onder de plaetse van thuys genaempt de roosboom nabeschr...”[6]. Kopers zijn Balthazar Vorsters, kousenmaker, en Marie Pertelers. Het nieuwe pand is de Gulden Keersvorm, Reyndersstraat 9.

 

Voor notaris P. Wouters komt het op 25 oktober 1612 tot een nieuwe regeling tussen Godevaert Andriessen, eigenaar van de Roosboom, en Hans vande Werve die nog steeds eigenaar van het ingekrompen Schilt was. Bepaalt wordt dat de bewoners van het Schilt op geen enkele manier, ook niet via een dakvenster, licht mogen scheppen aan de zijde van de Roosboom tenzij via één venster op de plaats van de Roosboom.

 

De volgende verkoopakte is gedateerd 11 januari 1616 en ze stipuleert voor de eerste maal dat de bewoners van het Schilt via een pomp water uit de borneput van de Roosboom konden halen. Het huis wordt nu beschreven als: “Een huys met kel­de[r] winckele ceucken opper­camer, solder, halver weerdriben, liggen[de] on[d]er de plaetsse van thuys genaempt de Roosboom nabeschre­ven, gemeyn synde tussch[en] dit voors. huys ende thuys nu genaempt de[n] Gulde keervorme hier af gespleten zyn[de] halff, en[de] halff, de welcke nochtans altyts tot gelycken coste geruympt sal moeten worden over [ende] deur derve van desen huyse gronde en[de] allen den toebehoirte[n] gen[aempt] den schilt van coelen...”, uiteraard nu gesitueerd tussen St. Christoffel en de Gulden Keersvorm en met de Roos­boom als achterbuur. De verkoop is een transaktie binnen de familie: Hans vande Werve en Catlyne verkopen aan Gilis Ver­braecken, vettewarier, en Marie vande Werve, zuster van de comparant[7].

 

Die verkopen hun eigendom alweer op 6 juli 1622 aan Adriaen Mandelaers, schoenmaker, en Barbara Bruynseels[8]. Het echtpaar kocht zich een dochter, Catharina Mundelaers, die huwde met Anthoni Wieckaert. Het is deze die wij in 1659 het huis, huurwaarde 72 gulden, voorzien van twee schouwen, zien bewo­nen[9]. In 1667 is ene Nicolaus Asseloos huurder, in 1672 met een dalende huurwaarde naar 60 gulden Peeter Andriessens[10]; in 1682 en 1689, als de huurwaarde nog maar 54 gulden is, Joseph Vermei­ren[11];  Hij wordt er opgevolgd als bewoner door Fran­chois Christiaenssens, Anthoni Wiccaert zelf, in 1704 Judocus vander Jeught en tot slot tegen 1708 Dionisius vander Jeught[12]. De enige dochter van Anthoni Wickaert en Cathari­na Mundelaers, Maria Wickaert, gehuwd met Daniel vander Gucht (is dit een verwant of andere naam voor één van de bovendgenoemde bewo­ners?) verkoopt het huis voor 600 gulden op 22 juni 1716 aan Gerardo Alberto Vanderhil­le of Frille en de kinderen van Isabella vander Hille en Cornelis vander Zande[13]. Hun verte­gen­woordi­gers verkopen het voor nog maar 450 gulden op 16 januari 1730 aan Jan Bap­tista Basti­aens[14]. Maar één maand later geeft deze het huis als kindsdeel ter waarde van 500 gulden aan zijn kinderen die hij had van Maria van Dael: Cornelius Bastiaens en Anna Catha­rina Basti­aens[15].

 

Wat betreft het jaar 1754 hebben we een hele reeks documenten over dit huis:

- De bewoner is een interessant personnage: ene Adriaen Ste­vens, muzikant, zijn vrouw, zijn twee zonen van resp. 22 en 30 jaar en één dochter van 20 jaar[16].

- Twee vaklui laten dit huis en de ‘Gulde Roose’ onder arrest plaatsen: de koper­slager Balthasar Borckx, in opdracht van Rumoldus Govaerts, en houtkoopman Jan vanden Bossche, wat mogelijk wijst op (dak)werken aan dit huis of de ‘Gulde Roose’ [17].

- Tenslotte gaan de erfgenamen van bovengenoemde eigenaars het huis en de Gulde Roose onderling verdelen zodanig dat op 14 november 1754 Isabella Clara van Dooren, weduwe van Cornelis Bastiaens, de nieuwe eigenares wordt van het Schilt[18].

 

Op 6 november 1756 verkopen zij en haar nieuwe man Daniel François Cuylits het huis voor 450 gulden aan oud schoenmaker Adrianus Gommers en Petronella Lauwers. Dezen nemen bij hun resp. moeder en schoonmoeder een hypotheek ter waarde van het volle bedrag[19]. De tweede dochter van het echtpaar, Isabella Gommers, wordt na een verdeling met haar twee zusters van de vrij aanzienlijke erfenis van haar ouders op 13 juli 1785 eigenares van het Schilt[20]. Op 29 januari 1791 verkoopt ze het voor 1250 gulden samen met haar man Henricus Guillielmus Tourjaen aan Joan­nes Baptista Meert en Maria Theresia van Dionant die meteen hypothekeren voor 1000 gulden ten penning 20[21]. Meert hertrouwt na de dood van zijn vrouw Anna Maria Kivits en samen verkopen ze het huis op 5 december 1797 voor 1100 gulden aan Joannes Kiven en Maria Elisabeth Stevens[22].  Dit echtpaar kennen we ook als zijnde voormalige bewoners van St. Christoffel in 1796.  Jean Meert, kleermaker en 33 jaar, zijn echtgenote Terèse Kivit, 29 jaar, en Anne Knaeps, kant­werkster, 60 jaar hadden nog in 1796 zelf in het Schilt, waarde 1300 gulden ge­woond[23].

 

In 1898 was er een verkoper van kachels in het pand geves­tigd[24].

  


 

[1] SAA, SR 226, f° 82 r° - v°.

[2] SAA, SR 364, f° 15 r° - v°.

[3] SAA, GA 4833, f° 116 r°; R 2330, f° 6 r°; R 2221, f° 50 r°; R 2238, f° 58 v°; R 2498, f° 63 v°.

[4] SAA, SR 407, f° 66 v° - 67 v°.

[5] SAA, SR 457, f° 170 r° - 171 v°.

[6] SAA, SR 499, f° 435 r° - 436 r°.

[7] SAA, SR 518, f° 242 r° - 243 r°.

[8] SAA, SR 553, f° 236 r° - 237 r°. Op 30 juli 1622 bekent koopman Abraham Andriessens dat hij van Adriaen Mandelaers en Barbara Bruynseels de 'kapitale penningen' op het Schilt van Coelen heeft ontvangen: zie SR 553, f° 180 v°.

[9] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,ongefo­lieerd. In 1693 en 1694 pas wordt er een regeling getroffen inzake achterstallige huur die Anthony Wickaert schuldig was. Hieruit blijkt Wickaert minstens drie jaar in het Schilt van Coelen gewoond te hebben. Hij bezat echter sedert 1665 de aanpalende Gulden Keersvorm. Bron: SR 964, f° 49 r° - v° en 60 r°.

[10] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd; GA 4829, cohier kapitein Wans, nr. 56.

[11] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 57 r°, nr. 55.

[12] SAA, R 2516: Cohier vant huyshuergelt 1689, ongefolieerd, derde wijk, 2de kapitein, nr. 55; GA 4832, f° 136 r°, nr. 55.

[13] SAA, SR 1051, f° 284 r° - v°.

[14] SAA, SR 1103, f° 497 r° - 498 v°.

[15] SAA, SR 1105, f° 170 r° - 171 v°. De familie Bastiaens heeft dit huis waarschijnlijk niet bewoond. Ze bezaten immers ook nog de Gulde Roose, Reyndersstraat 17 en het huis '(Stad van) Parys' aan de overzijde van de straat. Dit laatste pand komt eerder in aanmerking als hun woonhuis. Testamenten:

02/10/1714: J.B. Basti­aens en Maria van Dael: N 1991, ongefo­lieerd, akte nr. 126; 20/02/1748: Jacobus Bastiaens: N 1754, ongefolieerd, akte nr. 33; 02/11/1748: Cornelius Bastiaens en Isabella Claria van Dooren, N 1755, ongefolieerd, akte nr. 218.

[16] SAA, PK 2561: Volkstelling 1755 Ie - 4e wijk, p. 445, nr. 49.

[17] SAA, SR 1189, f° 346 v° - 347 v°; 377 r° - v°.

[18] SAA, SR 1188, f° 364 r° - 367 r°.

[19] SAA, SR 1197, f° 70 r° - 71 r°.

[20] SAA, SR 1290, f° 79 r° - 82 r°.

[21] SAA, SR 1307, f° 25 v° - 28 r°.

[22] SAA, SR 1325, f° 443 r° - 444 v°.

[23] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2258.

[24] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 3).