St. Jacob de Mindere, Pelgrimsstraat 5

Enkele prelegaten uit testamenten van de 17de eeuw

Terug naar het overzicht van de huizen

 

Het was Simon l'Hermite, Calvinistisch schepen van Antwerpen, die op 5 maart 1558 met St. Peeter, St. Jan de Evangelist en St. Jacob de Mindere beërfd werd[1]. Toen Simon in 1567 overle­den was werden zijn broer Thomas en Lucas de Meere aangesteld tot voogden over de kinderen. Vanwege bepaalde schulden die Simon had verkochten de voogden op 23 oktober 1573 het pand aan de aan Antoine de la Croix, heer de la Motte, de man van zijn zuster Elona l'Hermite, voor een erfrente van 100 caro­lusgul­den per jaar[2]. Ferry en Isabelle l'Hermite, twee kinde­ren van Simon, hebben in naam van henzelf en de andere kinde­ren op 16 oktober 1582 de koop doen naasten maar uiteindelijk bleef St. Jacob de Mindere toch in de handen van de Henegouwse tak van de familie[3]. We zijn wat betreft de bewoners alsook verbouwingen in de periode 1570 - 1586 nogal goed ingelicht. Zetten we even de huurders op een rijtje met de aanduiding van het eerste jaar dat ze mij als dusdanig bekend zijn[4]:

1570: Cornelis Hermans, oudkleerkoper (zeker tot 1573)

1577: Loys Keukeler, zijdelakenverkoper

1577: Marten Peters, passementwerker

1586: Jan de Kemel

In de jaren 1570 - 1573 werden volgende veranderingen aan het pand doorgevoerd: timmerman Merten Struys zorgde voor een loove (afdakje om koopwaar uit te stallen?) in 1571; het huis werd ook voorzien van glasramen ‘met 6 ijseren gheerden’.

 

Op 18 oktober 1620 verkopen een hele serie adel­lijke nazaten van Anthony de la Croix en Elona, o.m. de echt­genoot van hun kleindochter Isabeau de Hauchin, Jean Laurent de Preumonteaulx, gedeputeerde in de Staten van Hene­gouwen, eeste schepen van Mons en baljuw van het St. Waltru­diskapittel aldaar, St. Jacob de Meerdere, de helft van St. Jacob de Minde­re, St. Andries en nog wat andere eigendommen aan François Donc­ker, een befaamd koopman[5]. De andere helft werd op 24 oktober van dat jaar aan hem verkocht door de gebroeders Lambert en Jean du Buisson, zonen van Catherine de la Croix en Jean du Buisson[6].

 

Op 14 december 1626 verkopen de kinderen van François Doncker en Marie van Woonsel: Jan, Franchois en Balthasar Doncker en hun zusters Elisabeth Doncker, gehuwd met Jan Comperis, koop­man, en Marie Doncker, gehuwd met Lambert Greyns, aan Nicolaes Huys, bakker, en zijn echtgenote Catlyne Engelbeens of Engel­bincx “... een huys metter plaetsen, halven borneput­te, regen­backe, gronde en[de] toebehoortten..”[7]. In gezamenlijk testa­ment d.d. 21 maart 1631 is weinig meer te vinden dan de bekom­mernis dat eventuele kinderen, die zij m.i. niet gehad hebben, naar school moeten gaan om, indien ze van het mannelijk ge­slacht zijn, kooplie­den te worden of een andere nering te leren, of van het ster­kere geslacht, “... nade oft eenige ande[r] pro­perheyt...”[8].  In 1635 was Catlyne al weduwe.  Haar testament d.d. 11 juli 1637 toont echter aan dat ze zeker niet arm was.  Ze prelegateert voor enkele hon­derden guldens en bezat wel een beetje goud- en zilverwerk (zie bijlage). Eer­der had ze ook al aan familie 400 gulden geleend[9].

 

Catlyne hertrouwt voor 1644 Wouter Gysaerts, ook bakker van beroep[10], die in 1659[11], 1667, 1672[12] en 1682[13] als bewo­nend eige­naar van dit huis, dat uitgerust is met drie schoorsteen­pij­pen, wordt opgegeven. Het zijn hun erfge­na­men die op 7 decem­ber 1688 het huis verkopen aan Livi­nius Bosch­mans en Maria vanden Boom die er effectief hebben gewoond[14].  Die hebben op hun beurt een zoon, Hen­dricx Boschmans, maar die sterft jong en uiteindelijk zal Maria's tweede man Jan Dillis, oud- schoenma­ker en later deken, op basis van het reciprocque testament dat hij met zijn vrouw afsluit op 14 juni 1710, de effectieve eigenaar en bewoner worden van het pand[15].  Jan Die­lis, zoals hij ook ge­noemd wordt, was effectief bewoner rond en na 1704[16]. Als Maria van de Boom sterft trouwt Jan Dillis met Joan­na Thys­sens, maar hij geeft aan zijn nicht Catherina Leyssens, die bij hem inwoont, op 16 juni 1747 het huis weg onder de bepa­ling dat hij met zijn vrouw het vrucht­gebruik ervan behou­den[17]. Als deze nicht overleden is verkoopt Jan Dillis het huis op 13 april 1752 aan de gezusters Maria en Joanna Cathe­rina de Coninck voor 250 gulden. Dezen moeten daartoe een rente verkopen[18]. Schoenlap­per Jan Dielis en kant­werkster Maria de Conick staan in 1755 als bewoners opgege­ven[19].

 

In 1796 bewoont de weduwe Mari De Coninck, 73, kantwerkster het huis, waarde 800 gulden.  Haar medebewoonsters waren de kantwerksters Mari en Anne de Feu, resp. 34 en 32 jaar oud, en Jeanne De Coninck, 75[20].

 

In 1898 was er een garen- en bandwinkel in het pand gehuis­vest[21].


 

[1] SAA, SR 263, f° 99 r°.

[2] SAA, SR 333, f° 180 r° - 182 r°.

[3] SAA, Certificatieboeken 43, f° 227 v° - 228 r°.

[4] SAA, W 19, akte nr. 40, f° 2 v° en 22 r° - v°; GA 4833, f° 35 v°; R 2181, f° 98 r°; R 2286, 2213, 2317, 2237, 2350, tel­kens f° 7 v°; N 524, f° 12 v°.

[5] SAA, Collectanea 21, f° 269 r° - 270 r°; PK 3259 (= Genealogi­sche nota's Bisschops), nr. 262; SR 543, f° 6 v°.

[6] Catherine de la Croix was een dochter van Antoine de la Croix en Elona l'Hermite.

[7] SAA, SR 580, f° 185 v° - 186 r°.

[8] SAA, N 3753, f° 17 r° - 20 r°.

[9] SAA, N 3755, f° 39 v° - 40 r°; N 3756 (1637), p. 379 - 383.  Aanvullend testament van Catlyne Engelbincx d.d. 25 oktober 1664: N 3781, f° 58 r° - 59 r°.

[10] SAA, N 3807, f° 272 r° - 275 r°. We kennen een bakker met die naam in de Pelgrimsstraat rond 1639: W 716, f° 309 r° - 343 r°. Hun testament van 7 september 1644 situeert het woonhuis in de Pelgrimsstraat: N 3761 (1644), f° 149 r° - v°. Aanvulling d.d. 2 augustus 1646 zie: N 3763, f° 30 r° - v°.

[11] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,ongefo­lieerd.

[12] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd.  GA 4829, cohier eerste wijk, nr. 209; Zie ook het testa­ment van Wouter Gy­saerts en de zieke Catlyne d.d. 19 januari 1668.  Documentatie rond Gysaerts: N 3785, f° 30 r°, 33 r°, 52 v°, f° 134 r° - 136 r°, f° 137 r°.

[13] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 31 v°.

[14] SAA, SR 935, f° 84 v° - 86 r°.

[15] SAA, N 324, f° 40 r° - v° en één ongefolieerd blad voor f° 44 r°.

[16] SAA, GA 4832: Burgerlijke Wacht Wijken 1728, f° 65 r°, nr. 204; R 2516: Cohier vant huyshuergelt 1689, ongefolieerd, eerste wijk, tweede kapitein, nr. 204.

[17] SAA, SR 1163, f° 176 r° - 178 r°.

[18] SAA, SR 1180, f° 248 r° - 250 r°.

[19] SAA, PK 2561: Volkstelling 1755 Ie - 4e wijk, p. 41 - 42.

[20] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2243.

[21] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 5).

Bijlagen: enkele prelegaten

Bijlage 1: enkele prelegaten uit het testament van Catlyne Engelbincx, weduwe van de bakker Niclaes Huys en inwoonster van St. Jacob de Mindere d.d. 11 juli 1637.

Bron: SAA, N 3756 (1637), blz. 379 - 383.

 

haer purperen rock met 2 fluweelen boorden,

haer root carmosyne lyffken [ende] haer root baeyen sielken,

een silveren lyffriem, sleutelriem [ende] alle het silveren behancksel dwelck sy aen haer lyff gedraegen heeft

Item haer silveren agnus dei [ende] haer silveren hooftyserken

Item eenen silveren becker

Item een stuck nieuw lynwaet van omtrent tsestich ellen

Item eenen gouden marckrinck [ende] een[en] gouden trourinck

een gouden gemailleert gouden ringesken

twee gouden ringen

haeren anderen silveren becker

een schilderyken wesen[de] een ons Lieve vrouwe

 

 

Bijlage 2: enkele prelegaten betreffende kleding uit het testament van Catlyne Engelbincx, echtgenote van Wouter Gy­saerts d.d. 2 augustus 1646.

Bron: SAA, N 3763, f° 30 r° - v°.

 

haer testatrice roode siele [ende] asgrauwe siele elck met drye fluweele boorden geboirt

haer kemelharen vlieger met guarnisoen geboort

Item haeren besten kemelhaeren rock met sattyne banden geboort

Item haeren bouratten vlieger en[de] haeren quinette rock met garnisoen geboort

Item haer syde huycke [ende] hoet, [ende] haere syde voor­schoeyt

 

 

Bijlage 3: enkele prelegaten uit het testament van Wouter Gysaerts en Catlyne Engelbincx d.d. 19 januari 1668.

Bron: SAA, N 3785, f° 134 r° - 136 r°.

 

Betreffende kleding van Catlyne:

 

haere rooden laeckenen siele met passement geboort [ende]

haere grau laeckenen siele ook met passement geboort ende alnoch haren kemelharen rock met silver geboort

haeren silveren sleutelriem lyffriem ende silvere ketekens daer aene

 

Betreffende Wouter:

 

eenen swerten kinetten rock insgelycx met het lyff