St. Jan de Evangelist, Pelgrimsstraat 3 

Terug naar het overzicht van de huizen

 

Op 5 maart 1558, bij de verdeling van de erfenis van Merten l'Hermite, belandde dit pand, toen nog beschreven als “... een huys metter plaetse regenbacke derdendeele vanden borneput­te...” samen met St. Peeter en St. Jacob de Mindere, in de handen van zijn zoon Simon, Calvinistisch schepen te Antwer­pen[1]. We zijn goed ingelicht wat betreft de huurders in de periode 1570 - 1586 en wat betreft de verbouwingen tussen 1570 en 1576[2]. Zetten we eerst de huurder op een rijtje achter het jaartal dat zij mij voor het eerst bekend zijn:

1570: Lucas Offenberg

1571: Marten Struys, glasverkoper

1573: Willem Mesmaker

1576: Peeter de Latte (= Peter le Cat?)

1577: Peter le Cat, makelaar

1583: Pieter Walthouwer zelf (cfr. infra)

Belangrijkste verbouwingswerken: In 1571 is de timmerman Merten Struys betaald geworden om een love te timmeren aan de voorkant van het huis. Waarschijnlijk gaat het hier over een afdakje om buiten winkelwaar te kunnen uitstallen. Een volgen­de illustratie van de functie als winkel betreft het volgende: “Item bamisse LXXIII is beth[ael]t voer een nieuw bert bij cornelis floris geschildert St Jan Evange­list op beyde zijden olye verwe, met ijzeren beslag rontsom­me...” (3 gulden 11 scellingen). Nog dat jaar stak Cornelis Verdonck, timmer­man een hangende kamer in elkaar, Peeter van Vlimmeren stak een nieuwe schouw en een dak en de hangende kamer wer voorzien van een raam. Simon de Steenhouwer leverde ook nog een dorpel van vier voet lang.

 

Op 8 maart 1583 werd St. Jan door de vele kinderen van Simon l'Hermite en Joanna de Splytere: Ferry, Elisabeth (gehuwd met Peeter Cornelissens), Johanna, Anna, Niclaes, Symon, Marie en Merten verkocht aan Peeter Walthoude­re, ‘buschmaker’ (busladen waren geweren) en Catlyne Lodewyckx[3]. De beschrijving luidt: “... een huys met vloere cueckene plaetze logie of waschuys derdendeele van eenen borneputte regenback kelderen weerdribbe diverse cameren solders...” wat erop lijkt te wijzen dat er in die 25 jaar toch ook nog wat andere veranderingen zijn doorgevoerd.

 

Na het overlijden van Catlyne hertrouwt Peeter Walhoudere met Maria van Binnenbeke. Hun enige erfgenaam is Margriete van Binnenbeke die huwt met Peeter van Schaeyenborch. Hun kinde­ren: Peeter van Schaeyenborch, Anna x Andries Andriessen, schilder, Margriete van Schaeyenborch x Jan Croes, chirurgijn, verkopen op 5 april 1630 het huis aan Elisbeth van Deuren, gehuwd met Adriaen Schilders, 'commissaris van de vivres van sijne ma[jestei]t', d.i. de man die instond voor de bevoorra­ding van de troepen[4]. Om dergelijk ambt waar te kunnen nemen moest men vermogend zijn en de familie Schilders wist zich te koppelen aan andere belangrijke geslachten. Adriaens zoon, Frans, huwde Mechtildis Gerbrandts die hertrouwde met Jan Baptista de la Bistraete[5]. De twee kleinkinderen van Frans en Mechthildis: Maria Mechthildis Schilder, gehuwd met Jacobus de Coninck, negociant en oud- aalmoezenier te Antwerpen, en Franchois Schilder, ook negociant, verdelen op 29 november 1698 de nalatenschap zodanig dat het echtpaar de Coninck- Schilder, de nieuwe eigenaars van Sint Jan worden[6]. Noteren we dat Jacobus de Coninck ook aanzien werd als bankier. Ondanks het feit dat je de 'Twaalf Apostelen' bezwaarlijk arbeiderswo­ningen kan noemen waren dergelijke huisjes beneden de waardig­heid van de personen die ik hierboven heb genoemd. St. Jan de Evangelist, uitgerust met drie schoorsteenpijpen, werd dan ook verhuurd: in 1659[7], 1667 en 1672[8] aan Hans Hulsbosch of Hal­bos, in 1682 en 1689 aan Robert Wethaeghen[9], rond en na 1704 aan Hendrik de Vos en daarna aan diens weduwe[10].  De wedu­we van Jacobus de Coninck verkoopt op 16 maart 1728 het pand aan Herman­nus Mat­theys­sen en Joanna Cantelbeeck voor 900 gulden[11]. De nieuwe eige­naars verkopen daartoe een rente. Wegens wanbe­ta­ling van een rente verkoopt de amman op 8 juli 1744 het huis aan Caro­lus de Vil, gezworen roeper[12]. Hij ver­huurt in 1755 aan Marie Engels en haar zus­ter, beiden kant­werksters terwijl er op de kamer nog eens twee kantwerksters wonen[13]. Hun huis­baas ver­koopt het huis op 27 oktober 1767 aan deze ongehuwde zusters Maria Cathe­rina en Anna Maria Engels voor 1130 gulden.  Ze verkopen daar­toe een rente van 1000 gul­den[14]. De meerse­niers vermelden ze in de Pelgrims­straat in 1768. Op 23 mei 1770 verkopen de gezusters Engels het voor 1500 gulden aan Gerardus de Wit en Anna Cathe­rina Bona en van deze laatste weten we zeker dat ze er gewoond heeft blijkens haar testament als weduwe op 8 oktober 1785[15]. Ook zij moest overigens bij de aankoop haar huis hypotheceren voor 1000 gulden. Op 31 decmber 1785 verko­pen de erfgenamen St. Jan aan Franciscus Quinar en Anna Corne­lia Bolderie voor 1340 gul­den[16].

 

De familie Lefeber verhuurde het huis, waarde 1850 gulden, aan de plankenzager N. Janssens, 64, diens echtgenote Mari Tissen, 59, naaister, de zager Joseph Leysen, 26, Jean Leysen, 22, bliksager en Matilde Tissen, 46, spinster[17].

 

De erfgenamen Lefeber tenslotte verdelen het pand op 17 juni 1797 (= 29 prairial jaar V) zodanig dat Melchior Lefeber, een familielid van Anna Cornelia Bolderie het nog diezelfde dag voor 1225 gulden kan doorverkopen aan Albertine du Vivier, weduwe Nicolas Dero, die meteen een rente verkoopt van 800 gulden[18].

 

In 1898 was er een kapper in het pand[19].


 

[1] SAA, SR 263, f° 99 r°.

[2] SAA, W 19, akte nr. 40, f° 2 r° en 20 r° - 21 r°; GA 4833, f° 36 r° (spreekt over ‘St. Jan alias de drij colleten’); R 2181, f° 97 v°; R 2286, 2213, 2317, 2237, 2350, telkens f° 7 v°.

[3] SAA, SR 375, f° 235 v° - 250 r°.

[4] SAA, SR 598, f° 87 v° - 89 r°. Adriaen Schilders was ook rent­meester van de koninklijke domeinen in Hoge en Lage Zwaluwe (Zuid- Holland). Zijn zoon Frans, waarover het gaat in de volgende akte, was ook commissaris van de vivres in Antwerpen. Bron: PK 3265 (= Genealogische Nota's Bisschops), nr. 575.

 

[5] SAA, N 917, ongefolieerde akte d.d. 13/12/1696 (= in jg. 1696 vol. III).

[6] SAA, SR 979, f° 84 r° - 89 v° en 104 r° - 105 v°.

[7] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,ongefo­lieerd.

[8] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd; GA 4829, cohier eerste wijk, nr. 210.

[9] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 31 r°.

[10] SAA, GA 4832, f° 65 r°, nr. 205; R 2516: Cohier vant huyshuer­gelt 1689, ongefolieerd, eerste wijk, tweede kapitein.

[11] SAA, SR 1094, f° 177 v° - 178 r°.

[12] SAA, SR 1152, f° 85 v° - 86 v°.

[13] SAA, PK 2561: Volkstelling 1755 Ie - 4e wijk, p. 41 - 42.

[14] SAA, SR 1230, f° 453 r° - 454 r°; GA 4221.

[15] SAA, SR 1241, f° 194 v° - 196 r°; N 4212, akte nr. 67.

[16] SAA, SR 1288, f° 470 r° - 471 v°.

[17] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2242.

[18] SAA, SR 1325, f° 79 v° - 84 r°.

[19] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 3).