De Hage, Oude Koornmarkt 68-70

De Hage
Oude Koornmarkt 68
Oude Koornmarkt 70
Boedelinventaris bij Oude Koornmarkt 70 (Jan Knyff, 1673)

Terug naar het overzicht van de huizen

 

Deel 1: Het imposante pand dat zijn naam gaf aan een straat (ca. 1400-1610)[1]

 

Op 12 januari 1400 n.s. verkocht Margriete, dochter van Michiel Kiekens en gehuwd met Wouter Maes, aan Jan vander Heide, zoon van Claus, haar 1/8 vander huysinge met plaetse hove gronde, gesitueerd aan de Cammerstrate op de hoek van de Haagsteeg naast de Tennen Pot. In 1403 wordt het pand beschreven als de stede en het huis van Jan vander Heyden. In een akte van 10 december 1410 wordt de weduwe van Jan vander Heyden als eigenaar vermeld[2].

 

Barbele, de dochter van Jan vander Heyden huwde niemand minder dan de patriciër Willem Draeck.  Op 17 januari 1414 worden zij eigenaar van de Hage na een verdeling met Michiel Kieken en haar broer Claus vander Heyden.  Een deel blijft eigendom van Gielis Damaes Jan Willebeys Willems en diens zuster.  Het belang dat het echtpaar DraeckeVander Heyden eraan hechten blijkt uit een akte van 18 juli 1421 waarin ze elkaar hun huis schenken.  Buurman is Laureys van Aerschot[3].

 

Uit een rentenbrief van 28 mei 1445 weten we dat Claus vander Heyden nog steeds de helft van het pand bezat[4]. De volgende akte dateert van 2 december 1448 en mogen we wel grotendeels citeren: Henric van Sompeken vo[r]e deen helft, Willem, Symoen en Jan Drake, gebruede[ren] vo[r]e hen selven en[de] inden name van Jouffr. Magr[iete] van Lille huer[en] moed[er] en[de] Jouffr. Magr[iete] en[de] Lysbetten Draecx hue[re]n suste[re]n die zij geloven te v[oor]name vu[r]e dander helft, gave[n] [ter]ve, Clause de Herde en[de] Janne van Ranst rentmeest[er]en der stad van antwerpen [ter] selv[er] stad behoef, tvier[en]deel vander huyss[inge] met plaetsen stallingen hove gr. et p[er]tinen[tys], geheeten de haghe, gest[aen] inde cam[m]erstrate tuss[chen] de haechsteghe ex u[n]a en[de] den tennen pot ex alt[era] elcx jaers om[m]e drie pont gr. [5]"

 

Op 19 februari 1450 n.s. dragen de rentmeesters van de stad, mits toelating van het college, 1/4 van de Haghe over aan Clause vander Heyden inde Borch die de overige 3/4 reeds bezat. In de akte lezen we dat het de bedoeling is van de stad om de Haagsteeg te verbreden en dat hiertoe reeds een stuk hof en erf afgepaald en ommuurd is[6].

 

Op 9 december 1455 geeft Jan Kiekens aan zijn oom Clause vander Heyden, een vierde van de Hage. Zijn oom bezit opnieuw de overige drie vierde. De beschrijving luidt: huyse met plaetse stalle hove gr[onden]..., geheeten de haghe gestaen inde cam[m]erstrate opte hoeck vand[e] haechsteghen, tuss[en] den tenen pot ex una en[de] de voers. haechstege ex alt., streckende achter aen stevens van oerle erve[7]. De familie vander Heyden behoorde wel degelijk tot de topklasse van het toenmalige Antwerpen. De volgende persoon die we i.v.m. de Hage moeten vermelden is Peter Jonge­linc alias in de Rape, en men noemt hem in 1458 wonen[de] inde hage. Hij komt ook al voor in een schepenbrief van 20 juni 1453 als Claus vander Heyden een stuk erf in de Haagsteeg verkoopt aan Steven van Oerle, de eigenaar van de Gans[8]. Dat stuk erf wordt dan n.l. gesitueerd tussen Peter Jongelinx erf en Stevens erf. Bezat hij toen reeds een stukje van de Hage of woonde hij er alleen maar? Feit is dat volgens een schepenbrief van 24 september 1463 Peter Jongelinc en zijn toenmalige vrouw Lisbette Bereyders eerder door Claus van der Heyden eigenaar waren geworden van de Hage en hij moest daarvoor renten aan de familie blijven betalen[9].

 

Een volgende eigenaar die we met naam kennen is Juffrouw Alyt Naben, weduwe van Gielis vande Wygaerde, die daarvoor gehuwd was met Peter Jongelinc en die op 13 januari 1474 n.s. de zoon van Peter, Claus Jongelinc, had weten uit te kopen. Zij verkoopt op 1 juli 1490 aan Reynier Sherwouters een huis met toebehoorten gestaan in de Haagsteeg tussen haar stal en huysinge geheten de Hage en de uitgang van de Gans[10]. Hieruit groeit later het Vlies, Reyndersstraat 29. Op 27 juni 1492 verkoopt zij aan Jan Kas alias de Coster, metser, Eenen stalle op hem zelven, dat nu II woeni[n]gen zijn cu[m] fundo et p[er]t[inentys] gestaen inde Reyneerstrate, tusschen eenen ande[re]n stalle, der huysingen geheeten den hage toebehoe[re]nde, daer af den muer tusschen beyde staen[de] gemeyne is half en[de] half ex u[n]a, ende een huys der zelver huysinge geheeten den hage toebehoe[re]nde, daer af den muer oic tusschen beyde staen[de] gemeyne is half en[de] half, ex alt[er]a[11]. Tot slot geeft ze wat nog rest van de Hage op 16 augustus 1492 aan Mathyse van Ryckesteyn en zijn echtgenote Engele van Schore: Een huys met II stallen, ende met eender looven..., geheeten de hage gestaen inde cam[m]erstrate aldeen aen dande[r], tusschen thuys geheeten den tenene pot, cornelis vanden steene toebeho[r]ende ex u[n]a en[de] Reyneerstrate, loopende lancx neffens den voers. stalle en[de] loove ex alt[er]a com[m]en[de]  achter metten zelver looven aen thuys van deser looven gespleten zynde, Ja[n]e kas toebeho[r]ende, met een gemene scheidingsmuur, en[de] oic aen derve van[den] te[n]nen pot voers., Ende noch Eenen stalle op hem zelven..., gestaen Inde Reyneerstr[ate] tusschen des voers. Jan Kas huys, oic van desen stalle gespleten zynde, met een gemene muur, ener­zijds, en het huis van Reynier s'Herwou­ters ook hieraf gesple­ten, met een gemene muur. De kopers moeten een erfrente van 8 £ gr. Brab. betalen. Bovendien zijn ze Alyt Naben ook nog eens 7 £ 10 schell. gr. Brab. schuldig wegens het overnemen van huisraad[12]. Dit levert ons volgend schema op:

 

                                               Reyndersstraat

 

 

HAGE

 

 

Jan Kas of Cas

 

HAGE (stalle)

 

R. sHerwouters

 

GANS

 

TENNEN POT

 

 

 

 

Als de volgende eigenaar van de Hage, de befaamde herbergier Laureys de Monick die later de Grote Gans zal overnemen, op 13 september 1498 een rente verkoopt op de Haghe dan wordt dat als volgt beschreven:  Een huys met twee stallen en[de] met eender looven fundo et pertinen[tys] gehee­ten de haghe, gestaen inde cammerstrate, aldien aen dande[r] tusschen thuys geheeten den tennepot ex una en[de] de Reynerstrate loopende lancx neffens den voirs. stalle en[de] loove ex altera, comende achter metter selver looven aen thuys van deser loove gespleten zynde Janne Kas toebehoorende, en[de] oic aen derve vanden tennen potte, ende op noch eenen stal op hem selven cu[m] fundo et pertinen[tys] gestaen inde Reynierstraete tusschen des voirs. Jan Kas huys oic van desen stalle gespleten zynde ex una ende Reynier serwouters huys en[de] erve oic hieraf gespleten zijnde ex altera[13].

 

Laureys de Monick koopt op 20 januari 1501 n.s. de Gans en wordt daar waard. Op 3 september 1499 ver­huurt Laureys Monick de Haghe aan Claus vanden Dale Jansso­ne en we verne­men hierbij wat meer over het inte­rieur van het huis op dat ogen­blik want Laureys Monick koppelt een aantal speciale voorwaarden aan de verhuur: Conditione dat de vors. Laureys soe wa[n]neer hij oft zijne huysvr. alhier tantwer­pe[n] come[n] sullen dat zij dan de cleyne Roode ca­me[r] daer hij eene coetse in gelate[n] heeft te henwaer hebbe[n] sal, ten ware datter enige coopluden op gelogeert ware[n] dan sal de vors. claus de vors. laureys en[de] zijne[n] huys[vrouw] up een ande[r] came[r] moete[n] doen. Item de vors. laureys sal de vors. getonsten de voirs. coetse inde rode cleyn camer met noch eender coetsen die overwelft is [dit is een hemelbed] inde grote came[r] moeten laten gelyck den and[er]en VII coetsen die nagelvast zij[14]. Van Claus vanden Dale weten we zeker dat hij als waardbemiddelaar functioneerde:  zo verklaart hij in 1505 dat Jacop Jongelinck, beheerder van de goederen van de burgers van Aken, tijdens de Pinkstermarkt bij hem heeft gelogeerd en dat hij daar een ton witte suiker die behoorde aan Carijns Bonetmakere van Aken onder zijn toezicht had en Claus verklaart ook nog dat er regelmatig goederen in zijn herberg waren opgeslagen die van Keulen naar Engeland werden verzonden door Henrick van Ghinckel[15].

 

Dat Laureys Monnick nog andere plannen had met de Hage blijkt de volgende dag: 4 september 1499. Hij sluit dan een overeen­komst met zijn buurman, Reynier sHerwouters, eigenaar van het Vlies, Reyndersstraat 29, over de gemeenschappelijke muur tussen hen beiden, waardoor hij voortaan in die muur zoveel mocht metselen en timmeren als hij zelf wilde. 

 

In 1510 verkoopt Laureys Monick de Hage aan Peter Neve, zoon van Merten wijlen. Het wordt nu beschreven als een[en] huys met twee stallen en[de] met eender looven geheeten de haghe. Daarbij verkoopt hij ook nog een stal die op zichzelf staat tussen het huis dat van Jan Cas was en dat hem nu ook toebehoort, en het huis van Reynier Serwouters. Mogelijk houdt hij dus dat huis van Jan Cas nog een tijdje voor zichzelf. Op 9 januari 1518 n.s. koopt Monick echter van Lysbeth Schats, Cornelisdocher wijlen en weduwe van Mathijs de Meye[r] van Mechelen een loove be­schreven als zijnde twee wonin­gen, in de Reyndersstraat tussen de Haghe en het erf van Adriaen van Berchem, ridder. Het gaat hier over een paar woningen die een onderdeel vormden van de poortgebouwen van de Gans. Peter Neve wordt ons in 1520 gesignaleerd als weert inde hage[16].

 

Waarschijnlijk om uit de nalatenschap van zijn overleden echtgenote Barbara Vuesels te geraken verkopen Peter Neve en de voogden van zijn kinderen op 24 april 1528 voor een erfren­te van 44 Car. g. per jaar aan Willem de Greve, zoon van Bartholomeeus de Greve,  eenen stal metten gronde en[de] toebehoerten lanck omtrent viertich voeten lancx der straten, en[de] breet om­trent 23 voeten binnen muers onbegrepen vander maten, gestaen en[de] gelegen inde Reynderst[rate] achter de leste stallinge vand[en] huyse geheeten de haghe, tussen de Hage, geschei­den hiervan door een steensdikke gemene muur, en het huis van Claus Reyniers (bedoeld wordt Claus Sherwouters, zoon van Reynier). Op 22 maart 1529 n.s. komt het tot een minnelijke schikking tussen Peter Neve en de voogden over zijn drie kinderen Barbele, Marie en Andriesyne. Peter Neve behoudt de huisraad en de kinderen krijgen  Een huys... gestaen en[de] gelegen achter den haghe inde reynderstrate tusschen de selven hage ex u[n]a en[de] Willems de greeve huys ex alte[r]a’[17].

 

Op 20 oktober 1529 verkopen Peter Neve en de drie voogden van zijn kinderen Marie en Andriesyne aan Henrick van Montfoort en Clara Fas voor een erfrente van in totaal 192 Car.g. en 5 stuivers per jaar Hage. Noteren we toch nog even het voornaamste uit de beschrijving: Een huysinge van vo[r]e tot achte[r] met drie stallen en[de] een[en] cleyn[en] huyskene daer achter ane gestaen plaetsen regenback fundo et p[er]t[inentys] geheeten de haghe gestaen en[de] geleghen inde camerstrate tusschen thuys geheeten den tennen pot ex u[n]a en[de] de Reynerstrate loopen[de] lancx neffend de voers. stallen ex alte[r]a co­men[de] achter aen Willems de greve erve. Van die Willem de Greve koopt Peter Neve op 22 oktober 1529 het huis van de drie die Willem de Greve heeft laten zetten dat onmiddellijk aan de Hage aanpaalt en dat later Den Hert zal genoemd worden. We situeren dit nu aan de Reyndersstraat 37[18].

 

De Hage was dus al wat verkleind maar onder de nieuwe ambitieuze eigenaar en waard Willem van Montfoort, waarschijnlijk een zoon van Henrick, verandert dit. Op 2 november 1546 koopt hij van zijn collega Franchois Bernryder, waard in de Tennen Pot, een stuk van die Tennen Pot:  Eenen stal zoo dien nu afgemetst moet worden met een deel van een[en] packhuysen daerneffens oostw[aert] te wetene tot opte gerechte helft vanden balck naest den vs. stalle meten geheelen muere vanden zelve stalle en[de] packhuyse noortw[aer]t tot opte helft vanden vs. balcke en[de] metten oezyedruppe daer buyten na dese stadtrecht, gelegen achter de Tennen Pot tussen Willem van Montfoort Zuidwaarts, Niclaus Sherwouters erf ook van deze stal gespleten zijnde alwaar deze bezig is met een gemene scheidingsmuur te maken Westwaarts, De Tennen Pot Oost en Noortwaarts[19]. Willem van Montfoort moest een gevelmuur maken en het water van de stal en het pakhuis over zijn erf afleiden.

 

Tot in 1594 bleef de Hage in de handen van de familie van Montfoort. In 1584 waren volgens het Register houdende de huysen eigenaars en bewoners Pauwels en Niclaes van Mont­foort, herbergiers[20]. Ze verhuurden stukken van hun eigendom in de Reyndersstraat aan diverse personen. Van de hoek af gezien waren dit: Goyvaert Smits, schrijnwer­ker; Achter de Haege Int Bont Peert: Jan Bus, herbergier en bode op Hasselt; Inde kelder vanden Haeghen: Jan Vervaeren, draeyer[21]; Int Bont Peerdt: Herry Warogui, graanverkoper.

We kunnen deze gegevens slechts gedeeltelijk vergelijken met die uit de cohieren. Men onderscheidt daar slechts drie rubrieken:

1° Hage (op de hoek van of in de Reyndersstraat): huurwaarde 30 gulden; in 1577 gehuurd door de messenmaker Jan Dosijn, vanaf 1582 tot 1585 door schrijnwerker Godevaert Smits, vanaf 1583 door Franchois Henot.

2° Hage (de eigenlijke herberg): huurwaarde 180 gulden (daalt wellicht verkeerdelijk naar 80 gulden van 1582 tot 1584); steeds in bezit geweest en gebruikt door de familie van Montfoort genoteerd in 157577 als ‘Weduwe van Montfort, herbergier’, in 1582, 1584 en 1585 als ‘de erfgenamen Catlyne Michiels’, in 1583 en 1586: Pauwels van Montfort.

3° Huyse of Stalle, vanaf 1583 ‘Int Bont Peert’ (Reyndersstraat): huurwaarde 50 gulden; vanaf 1579 tot 1585 gehuurd door Reynier (de) Witte, genoteerd als stalhouder en vanaf 1582 als bode op Keulen; vanaf 1586: Henri Warroguy[22].

 

Op 23 november 1594 komt de Hage o.i.v. de stadhouder, die op verzoek van verschillende schuldeisers tot een openbare ver­koop was overgegaan, in de handen van Thomas Grammaye, die zich bij de openbare verkoop had laten vertegenwoordigen door Jan Radmaker, één van de schuld­eisers. Men vermeldt als vorige eigenaar de kinderen en erfgenamen van Henrick van Montfoort en onder de schuldeisers bevindt zich ook nog Lenaert van Montfoort. Thomas Grammaye betaalt voor zijn aankoop de niet geringe som van 273 Carolus­gulden per jaar erfrente dit is ten penning 16 4.386 Car.g. Uitzicht: ‘... Een huys met eender poorten met eenen grooten vloere coeckene, camere, groote salette met eender stove plaetse borneputte regenbacken met drye schoone stallen met noch twee huysen [daer]neffens gronde ende allen de toebehoorten geheeten de hage,...’[23]

Mag deze aankoop al impressionant zijn, op 7 april 1595 koopt Thomas Grammaye, van Jan Bernaerts de Sadelmaker de Jonge en van Jan Baptista Ketgen er ook nog de Tennen Pot bij. Hij betaalt hiervoor de som van 300 Car.g. eens plus een erfrente van 64 Car.g. 10 st. per jaar. Thomas Grammaye had nu de handen vrij om zijn eigendommen te verkavelen zoals hij dat zelf wenste. Aan de Oude Koornmarkt zelf ontstaan dan twee huizen (zie hieronder). In de Reyndersstraat creëert hij de huizen 39 tot 55 (zie aldaar).


[1]Over dit pand en de panden in de Reyndersstraat die ervan zijn afgesplitst, is een artikel in voorbereiding voor de Antwerpse Vereniging voor Bouwhistorie en Geschiedenis.

[2] Gevonden via: G. ASAERT, ‘Huizen en gronden te Antwerpen omstreeks 1400: proeve van topografische reconstructie’, in: Bijdragen tot de Geschiedenis, 1967, jg. 50, p. 78; Stadsarchief Antwerpen (SAA), SR 1, f° 239 v°.  Ze verkocht hem ook nog 1/8 van de Wijgaert en nog enkele ander panden.  Archief OCMW, Rentenboek St. Elisabethgasthuis EG 168, f° 5 v°; SAA, SR 3, f° 186 r°.

[3] SAA, SR 4, f° 270 r° 271 r°; SR 7, f° 355 r° (gegevens ons doorgespeeld door Marc Hendrickx, waarvoor onze oprechte dank).

[4] SAA, SR 34, f° 7 v°.

[5] SAA, SR 40, f° 440 r°.

[6] SAA, SR 41, f° 159 v°. Opmerking: de afkorting n.s. na een datum verwijst naar de nieuwe stijl, dus al omgerekend naar de huidige tijdrekening, daar waar de Paasstijl werd gehanteerd in de akten.

[7] SAA, S.R. 50, f° 138 r°. Steven van Oerle was eigenaar van de Grote Gans, Oude Koornmarkt 3840. 

[8] SAA, SR. 46, f° 287 v°; In een akte van 9 september 1453 staat ondubbelzinnig dat de Hage zijn huizinge is: S.R. 47, f° 86 r. Jongelinc zou er ook nog zijn rond 1466: SR. 69, f° 170 r°.  Merkwaardig is dat hij in 1449 in de buurt gekend is als Peter Jongelinc alias inde Rape: b.v. ook al SR 41, f° 349 v°.

[9] SAA, SR 56, f° 133 r°; SR 66, f° 93 v°; SR 67, f° 64 r°; SR 69, f° 391 r°.

[10] SR 98, f° 29 v°.

[11] SAA, SR. 101, f° 57 r°.

[12] SAA, SR 101, f° 94 r°. Daar Alyt Naben slechts in afbetalingen 'terve gaf' kon ze de Hage nog steeds als onderpand gebruiken voor andere renten: zie SR 103, f° 169 r°.

[13] SAA, SR 114, f° 110 r°  v°. Waaruit blijkt dat de eigenaars van de vijftiende eeuw al stukken van het perceel dat netjes langs de Reyndersstraat liep hadden verkocht. Zie de akten terzake: SR 98, f° 29 v°; SR 101, f° 57 r°. We weten niet precies wanneer Laureys Monnick de Hage verwierf maar het kan niet voor augustus 1492 geweest zijn toen Mathys van Ryckesteyn het in erve kreeg van Alyte Naben (SR 101, f° 94 r°).

[14] SAA, SR 115, f° 75 r°  v°.

[15] R. Doehaerd, Études anversoises: documents sur le commerce international à Anvers, 14881514, Parijs, 3 vol., 19621963, vol. 2, p. 193, nr. 1345 en p. 197, nr. 1365.

[16] SAA, SR 114, f° 110 r°  v°; SR 115, f° 37 v°; SR 138, f° 203 r°; SR 151, f° 274 v°;SR 158, f° 341 r°.

[17] SAA, SR 174, f° 110 v°  111 r° en f° 354 r°  v°. Hieruit zullen later drie panden ontstaan: De Cop, Reyndersstraat 31, Het Wit Peerdeken, Reyndersstraat 35 en Den Hert, Reyndersstraat 37.

[18] SAA, SR 176, f° 225 v°  226 v°; SR 175, f° 89 r°  90 r°.

[19] SAA, SR 222, f° 94 r°  95 r°.

[20] SAA, GA 4833, f° 346 v°  347 r° .  En er werd een cijns aan de stad betaald van 10 groten per jaar maar het cijnsboek zegt niet waarom: T 167, f° 40 r° . Niclaes van Montfort was al zeker vanaf 158283 lid van de St. Martensgilde der wijntaverniers: GA 4590, p. 163165.

[21] Draaier: ongetwijfeld een houtdraaier, een nogal veel voorkomend beroep in de Reyndersstraat in de periode.

[22]  SAA, R 2181, f° 91 r°  v°; R 2330, f° 8 v° ; R 2291, f° 99 v°  100 r°; R 2292, f°  90 r°  v° ; R 2211, f°  96 v°  97 r° ; R 2223, f° 95 v°  96 r° ; R 2323, f° 93 r°  v°; R 2242, f° 97 v°  98 r°; R 2354, f° 98 v°  99 r°. In 157576 was de weduwe van Montfoort gekend als wijntavernier: PK 2566, ongefolieerd.

[23] SAA, SR 413, f° 20 v°   22 r°. Thomas Grammaye was de zoon van Jacques Grammaye, in zijn leven ontvanger generaal van de beden in Brabant. Zie: [A. Thijs], Recueil des Bulletins de la propriété publiés par le journal l'Escaut d'Anvers pendant le cours de l'année 1876, vol. 8, 89.

 

Deel 2:  De huizen aan de Oude Koornmarkt 68 en 70 vanaf 1610

 

Oude Koornmarkt 68

 

Op 6 november 1610 verkoopt Thomas Grammaye dit 'huys metten gronde en[de] toebehoorten' gesitueerd tussen het hoekhuis met de Reyndersstraat en de Tennen Pot aan Niclaes van Montfort, vettewariër, en Margriete Swouters. De nieuwe eigenaars moeten er rekening mee houden dat ze het water dat van het dak valt van de huizen van Jacques Claes, Mathys Mertens, Caerle van Heyst en Daniel Willemssen, m.a.w. de huizen Reyndersstraat 4955, moeten afleiden over hun erf[1]. Het echtpaar werd overleefd door vier kinderen waarvan de oudste, Guilliam, op 26 augustus 1627 de nieuwe eigenaar werd en dit mits het verko­pen van een rente aan zijn zuster Catlyne[2]. Als hij dit huis bewoonde deed hij dat niet alleen want ene Peeter de Herde woonde rond 16321633 bij hem in in dit? huis in de Kammerstraat[3]. Ook in 1636 kende de meerse Guilliam van Montfort op de Oude Koornmarkt als vettewarier.  Het testament van de zieke Guilliam van Montfort, plotseling gekend als schilder, en zijn echtgenote Anna Thys d.d. 8 juni 1640 situ­eert hun woning in de Hage, Korte Kammerstraat[4].  In 1654 is Guilliam, nu weduwnaar, weer eens ziek en hij laat zijn testa­ment weer in De Hage opmaken op 5 januari[5]. Na zijn overlijden weet zijn dochter Isabella, gehuwd met Roelant Jacobs, met haar broers Juliaen en Jan af te rekenen en aldus wordt zij op 11 juni 1654 voor 2550 gulden de nieuwe eigenares. Ook zij ver­koopt ten voordele van haar broers verschil­lende renten[6]. In 1682 is het echtpaar Jacobs echter niet vermeld als bewoners maar worden de belastingen van de Burger­lijke Wacht, berekend op een huurwaarde van 72 gulden betaald door ene Jan vande Kerckhoven[7] Op 15 maart 1698 ver­koopt Anna Catherina Jacobs, de doch­ter van Roelant en Isabella en gehuwd met de timmerman Balthasar Moens, het huis aan de loodgieter Carel van Camp en Cathe­rina Geeskens, en het echtpaar ging er wonen volgens het cohier van 1704[8]. Deze Carel van Camp heeft een zoon met dezelfde naam die op 16 augustus 1726 de nieuwe eigenaar wordt[9].

 

Bewoners in 1747 zijn Jacobus Lourenzo, een arme snuifwinkelier, en zijn vrouw. Het huis had toen twee haardsteden. In 1754 had pruikenmaker Jacques Monar er zijn zaak. Zijn gezin bestond verder nog uit zijn vrouw, één zoontje van 3 jaar, en twee dochtertjes van resp. een half jaar en 5 jaar[10].

 

Op 11 juni 1765 verkopen de erfgenamen van Camp het huis aan Petrus Josephus van Dorne, meester chirurgijn, gehuwd met Isabella Verrydt. De koopsom bedraagt 1200 gulden en de kopers hypothekeren meteen voor 700 gulden[11].  In 1796 wordt er noch­tans door Van Doren, die elders op de Oude Koornmarkt woonde, verhuurd.  Huurders waren de kleermaker Pier de Leeuw, 33; zijn echtgenote Anna Dellit, 33; hun dochtertje Marie, nog geen 12 jaar oud en de krankzinnige Joanne de Leeuw, 70.  Het pand was 1500 gulden waard[12].

 

Oude Koornmarkt 70

 

Het hoekhuis met de Reyndersstraat werd door Thomas Grammaye verkocht op 6 november 1610 aan zwaardveger Jan Dozijn en Clara Trapekiers. In de beschrijving is er niets speciaals behalve dat de buurman van Reyndersstraat 55 toegang heeft via een buis tot de beerput en de kosten voor ruiming gezamenlijk moeten gedragen worden en dat het ruimen via Reyndersstraat 55 moet geschieden[13]. Als beide ouders het tijdelijke voor het eeuwige hebben verwisseld koopt de oudste zoon Abraham Dozijn op 12 juli 1636 zijn broers en zusters uit voor de som van 237 gulden erfelijk. Merkwaardig is dat de akte melding maakt van een absente broeder, Guilliam, waarvan men niet weet of hij nog leeft[14]. Huurder in 1682 was Guillam van Diepenbeecq, die moet betalen op een huurwaarde van 90 gulden. Men noemt het pand op dat ogenblik 'Keizer'[15].

 

Wat de eigenaars betreft: Abraham Dozijn liet zijn eigendommen na aan Joanna Schut die huwde met Jan Knyff of Knuyff, ook een zwaardveger.  Na de dood van Joanna hertrouwde deze met ene Christina Beuckelaers, een vrouw waarvan hij in augustus 1664 scheidde is.  Uit zijn testamenten d.d. 28 en 31 oktober 1673 weten we dat Jan Knuyff wel degelijk op de hoek van de Oude Koorn­markt en de Reyndersstraat woonde.  Hij geeft aan Jan Schut een schilderye contrefeytsel van wylen Adriaen Schut.  Hij was voldoende rijk om er zich een dienstmaagd op na te houden met name Josina van Raefelgem die een rouwkleed en 4 ponden Vlaams krijgt.  We beschikken ook over de boedel d.d. 16 november 1673 (zie bijlage)[16].

 

Joannes Pauwels Knyff, zoon van Jan en van Christina Beuckelaers, kapitein van de burgerwacht, verkoopt op 25 februari 1699 voor 1500 gulden het huis aan Hendrick Huysmans en Maria Vercouteren die het volgens het cohier van 1704 ook effectief bewoonden[17]. De weduwe Huysmans staat in 1747 vermeld als tin- en loodgieter. Zij bewoonde het huis samen met 1 kind boven 14 jaar, 1 dienstbode en haar zoon Daniel, meester tin- en loodgieter, maar fungerend als haar knecht, samen met zijn vrouw. Het huis was uitgerust met maar twee haardsteden en werd ook niet gebruikt als loodgieterij. Daartoe diende de Witte Sadel op de Oude Koornmarkt 60. In 1754 woonde de weduwe Huysmans alleen met nog één dienstbode[18].

 

Daniel verwierf het en zijn echtgenote, Catharina Michiels verkreeg het huis samen met de Witte Sadel op de Oude Koorn­markt en de Donderbusse in de Reyndersstraat aldus volgens akte d.d. 13 april 1779[19]. Het hoekhuis zelf werd toen geschat op 900 gulden.

 

Net zoals de Witte Sadel was het pand in 1796 in handen van de wees Deckers, Ursuline.  De waarde bedroeg merkwaardig genoeg 3000 gulden en er is nochtans geen rede om aan te nemen dat deze enorme waardestijging een gevolg zou zijn van een fusie met een buurpand.  Huurders waren Louis Van den Berg, 34, diamantslijper; zijn echtgenote Marie Berteaux, 28, die een winkel uitbaatte; hun kinderen onder 12 jaar met name Joanne, Charle en Joseph; een dienstbode met name Catrien de Kleyn, 25, en tot slot de kantwerkster Françoise Waeyenberg, 56[20].

 


 

[1] SAA, SR 489, f° 395 v°  397 r°.

[2] SAA, SR 585, f° 268 r°  269 v°.

[3] SAA, N 3500, ongefolieerd, boedel d.d. 4 september 1633 van Anna van Lyere.

[4] SAA, N 3758, f° 55 r°  56 v°; GA 4215.

[5] SAA, N 3771, f° 7 r°  v°.

[6] SAA, SR 729, f° 35 v°  36 r°.

[7] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 157 r°, nr. 12.

[8] SAA, SR 979, f° 423 r°  v°; GA 4832, f° 243 r°, nr. 12.

[9] SAA, SR 1087, f° 294 r°  296 v°.

[10] SAA, PK 2560, Volkstelling 1747 IVe tot Xe wijk en XIIIe wijk, ongefolieerd, zesde wijk, cappiteyn de Wilde, nr. 266; PK 2562, Volkstelling 27/12/1754 IVe tot VIe wijk, p. 553, nr. 12.                       

[11] SAA, SR 1226, f° 256 v°  258 r°.

[12] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2427.

[13] SAA, SR 489, f° 397 r°  398 v°.

[14] SAA, SR 638, f° 108 r°  109 r°.

[15] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 157 r°, nr. 11.

[16] SAA, N 3954 (1673), f° 11 r°  12 v° en 23 r°  v°; f° 85 r°  v°; f° 131 r° 132 v°.

[17] SAA, SR 985, f° 385 v°  386 r°; GA 4832, f° 243 r°, nr. 11.

[18] SAA, PK 2560, Volkstelling 1747 IVe tot Xe wijk en XIIIe wijk, ongefolieerd, zesde wijk, cappiteyn de Wilde, nr. 265; PK 2562, Volkstelling 27/12/1754 IVe tot VIe wijk, p. 553, nr. 11. Ook in haar testament van 12 februari 1742 dat ze aan haar ziekbed laat opmaken is er al sprake van dat haar woonhuis zich in de (Cleyne) Cammerstraat bevond: N 1742, ongefolieerd, akte nr. 49. In dit testament spreekt ze over de meesterproeven van haar drie zonen: Daniel, Guillielmus en Henricus.

[19] SAA, SR 1267, f° 108 r°  111 r°.

[20] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2426.

 

 

Boedelinventaris van Jan Knyff, zwaardveger, d.d. 16 november 1673.  Hij is de dag daarvoor om 9 uur s'avonds overleden in zijn huis Oude Koornmarkt 70. Hij heeft als zoon Jan Pauwels Knyff. Zijn voogden en testamentaire executeurs zijn Jan Schut en Martinus Verheyltwegen.

 

Bron: SAA, N 3954 (1673), f° 11 r° - 12 v° en f° 23 r° - v°.

 

[f° 11 r°]

 

Inden Ierste Inde ceuckene

 

Een herthouten schabeltafelken,

drye hooge spaensche stoelen met drye differente sittecussens oppe,

eenen leegen spaenschen leiren stoel,

noch twee groen sittecussens,

twee herthoute leege schabellekens,

eenen leegen biesen stoel,

eenen coperen blaecker, vierketel ende lampe,

eenen rooster,

een houten soutvat,

eenen potheys

eenen blaesbalck,

eene tange,

een vieryser,

eenen coperen arm,

een schouwcleet,

twee ysere snutters,

een mariabeelt,

een blecke braetpanne,

twee quade copere siepotschelen,

twee cleyn salaetmandekens,

noch eenen yseren snutter,

twee tenne waterpotten,

twee haspels

twee

 

[f° 11 v°]

 

swertte laeckene mantels,

eenen bruynen laeckenen justacort,

eenen swertten hoet,

twee copere gegote pypcandelaeren,

noch dry copere candelaeren,

eenen rooden coperen hespketel

een coperen siekestoelken,

eenen coperen geutelinckpot,

eenen coperen mortier metten stamper,

eenen coperen vierbol,

ende een copere lampe

eenen coperen decksel [van] eenen vierketel,

eenen coperen panneken met eenen yseren steel aene,

eene coperen treseer becken,

eenen coperen merckteemer,

een lepelberdeken,

twee tenne commekens,

een herthoute potlyste met vier differente geleyse potten met silvere schelen aen

eenen silveren pater om wtte drincken,

noch vier andere geleyse potten met tenne decksels aene,

een silveren getrapt soutvat ,

drye silvere lepels,

eenen silveren mostaertpot,

eenen silveren tantschrabber,

een copere blaesbalckpype,

eenen cleerborstel,

vier geleyse taillioren,

vyff groote tennen schotelen,

een tennen spoubecxken,

drye differente ysere potten,

eenen tennen suypencroes,

8 pont 3/4 rouwgaren,

een spiegelken,

een asynpotteken met tennen decksel,

twee quade messen,

eenen dwellier met eenen hantdoeck aene

een coperen vispaentken,

eenen coperen watereemer,

een coperen wywatervaetken,

een paer gordynen mette valle vande cootse ingemaeckt inde ceuckene,

een stroye matrasse,

eenen hootpeulinck ende een oorcussen,

een herthoute schappraeye dair inne wesende

eenen swertten hoet,

een cofferken met root fluweel [van] binnen,

noch een cleyn cofferken met ysere banden met twee ducatons ende twee pattacons inne,

een cleyn rinckcasken met twee goude ringen inne, den eenen met eenen diamant inne,

noch een papierken met een diamantken inne,

twee silvere forquetten,

twee silvere pounieren van rapieren,

dry touren coraele peirlen met eenen silveren [ver]gulden penninck aene,

een cleyn gouden degentken,

een fraey groot ammelaken

noch een damasten ammelaken,

twee paer flouwynen,

een deel quaet lynwaet, soo neusdoecken als andersints,

vier servietten,

een paer nieuwe slaeplaeckenen,

een swert laeckene cleet,

een slaepmutse,

int cokerschapraeyken gemaeckt synde inde ceuckene bevonden,

een deel gelyse werck,

twee tenne schotelkens,

ende noch wat vodderye,

noch wat vodderye liggende boven het [voor]s[creven] schap-rae­yken,

 

[f° 12 r°]

 

noch twee mans slaepmutsen

acht mans cragen met twee dair[van] met canten aen,

vyff paer pounetten,

 

Inden winckel

 

seven spaeyen,

twee ysere schilden,

twee groote ysere backpannen,

achthien seysels,

25 forquetstocken,

33 sichelen,

twee jutsagen?,

twee josephsagen,

twee tonnen met deen wat dobbel ende dander wat enckel solde­rysers inne,

eenen houten back met dry differente sorten van nagelen inne,

een mandeken met een partye nagelen inne,

een schalie,

noch een partye quade ysere gevesten inde yserwerk onder malcanderen,

een deel ysere crammen,

een root pycxken gelyck een gaenstocxken,

dry trauweelen,

eenen yseren lepel,

dry tangen

een hack,

dry affstekerkens,

167 lemmers,

veethien cappers lemmers,

dry capmessen,

een partye groote nagels,

noch twee schalien,

twee copere harnassen met twee coperen helmetten,

een coperen rondas,

twee weymessen met scheeden,

twee kinderdegentkens,

noch dry cappers,

noch een josephsage,

noch een capper lemmer,

vierentwintich opgemaeckte degens soo oude als nieuwe

noch vier lemmers,

een musquet,

twee veghysers,

thien busselen scheeden soo smalle als breede,

een copere schale

eenen yseren rooster,

twee yseren schuppen,

twee hangysers [ende] twee croonen,

twee gebetten van toomen,

een maeslot metten sleutel,

twee ysere schouwlatten,

een vuroer

vier pertisanen

dry differente gaenstocken,

eenen grooten yseren balck,

een ketene,

noch een coperen schaeltken,

vyfthien roscammen,

twee mandekens met keyen,

sesse mandekens met twee bacxkens met nagelen inne,

een tonne met een partye keyen inne,

een tonneken met een partye nagelen inne,

noch negen mandekens als bacxkens ende cofferkens met nagelen inne,

twee bandeliers met maten,

ende een bandelier tot een rapier,

eenen speraeck metten block,

twee partisanen sonder stocken,

een copere pylgewicht,

thien ponden different gewicht soo yser als loot,

een laeye met een partye sporen

en[de] doosen met schoenmaec­kers nagelen [daer]inne,

eene laeye mat een partye quaet yser inne ende stuckenb [van] gevesten,

een laeye met differente pacxkens met cleyn vertende ende andere nagelkens inne,

drye laeyen met ysere gespen inne,

een laeye met enckel sparnagelen inne,

een laeye met een partye copere bellen packnaelden ende copere nagelen inne,

eene laeye met een deel fluytkens ende vyff santloppers inne,

noch een laeye met een deel fluytiens ende vyff santloopers inne, noch een laeye

 

[f° 12 v°]

 

met een casken met nagelen inne,

eenen laeye met een partye wetsteenen inne,

eene laeye met een partye messen ende scheeden inne,

eene laeye met een partye storsien, pothaecken ende tweelff coperen cranen inne,

eene laeye met carbynhaecken ende ysere pinnen, ende dry ysere beytels inne,

eene laeye met copere vierslaghkens ende elsens inne

eene laeye met riemaecker elsens ende cleermaeckers pinnen inne,

eene laeye met echte carbynaecken en[de] scheiren inne

een laeye met copere nagelen, vierslaghkens ende dry schoen­maeckerstangen inne,

eene laeye met een partye spiegelkens, copere vierslaghkens, twee ysere gaffels met twee ysere mesthaecken [ende] swick­booren, eene laeye met een partye caerten ende eenige gebetten van toomen inne,

een grendelslot ende een capmes,

een laeye met drye cleermaeckersscheiren ende schoengespens inne,

drye copere lampen,

een laeye met snutters, scheiren, vormen ende carbynhaecken inne,

een partye ysere lampen, vier stegelreepen, twee seyselysers,

eenen mesthaeck, twee bylen, eene lede en[de] voorts gevest­bol­len alle in een laeye,

noch eene laeye met ysere keersnutters, craenen, schoenmaec­kers nage[len], ende copere nagelen en[de] spellen inne,

eene laeye met houte cammen haecken [ende] hoogen, schoenmaec­kersnagelen en[de] dry yseren  trecktangen inne,

eene laeye met messcheerden, beytels, schoenmaeckerspinnen inne,

eene copere lampe,

een deel maeslot sleutels,

twee ysere blaeckers,

ende wat herdersschupkens

een laeye met vyff schoenmaeckers tangen ersens, passers nyptangen en[de] mes scheerden inne,

eene laeye met beytels hackels capmessen, mesthaeck en[de] vyl inne,

eene ysere vierschuppe

vier copere lampen,

een laeye met hanthaven [van] seysels coybellen groote na­gels, ysere vischpaen ende yseren lepel

een laeye met vier schuven ende een cofferken met nagels inne,

twee scheiren, wat vierslaghysers, ysere nagelen, horens [van] scheeden oock in een laeye,

noch een laeye met ysere nagelen,

ende eene laye met horenysers inne,

vier laeykens met differente haecken inne,

eene laeye met groote sparnagelen inne,

een sprinckslot,

vier schippershaecken met noch wat yserwerck aen een gebonden,

twee paer brantysers, een werckbanck met een ysere vyse aene

eene laeye met vylen ende wat gereetschappe inne,

eeen hamer [ende] groote trecktange,

een groote copere vierteyle

 

[f° 23 r°]

 

eene laeye inde [voor]s[creven] werckbancke met een deel sweertvegersgereetschappe inne,

eenen quaden yseren mortier metten stamper,

een quade schale,

eenen coperen lympot,

eenen seyselsteele,

noch een paer stegelreepen,

eenenveertich nieuwgevesten,

een coecyser

 

Inde kelder

 

Eenen slypsteen

 

Opt hangende camerken

 

een witte rechtbancke

een oorcussen met flouwyn aene

een grouw cleryen ysere meuleken,

eenen boterstamper

een ordinael,

achthien lemmers soo stucken als heel,

een tobbeken schuffbert en[de] botercuype,

twee lynwaet mandekens,

een dambart, sifte [ende] doose,

een bedt met een witte sargie,

eenen hooftpeul,

een copere bedtpan

een spinnewiel,

twee ysere gewichten,

eenen swertten pels

 

opde bovencamer

 

Een wttreckende tafel met carpetten tafelcleet,

vyff spaenche stoelen,

een herthoute bancke,

twee paer brantysers een paer met coperen bollen,

twee sittecussens,

eene bedde met peul een groen ende blauw sargie,

eenen swertten laecken[en] preckstoel met het overcleet,

eenen spiegel,

20 differente schilderyen soo groote als cleyne,

een stoffen schouwcleet,

een[en] schouwdoeck,

eenen geleysen suyckerpot,

twee rondassen,

ses werven [van] picken [van] ysere pannekens,

seven pickhaeckstelen,

een poeyertonneken,

een lynwaetbaele

vyff pair laeckens,

19 mans hempden,

vier cleyn ammelaeckens,

acht servietten,

4 hantdoecken

dry paer flouwynen,

twee lynwate onderbroecken,

acht neusdoecken,

vyff manscragen

acht slaepmutsen,

vier rechtbanckcleeden

een cofferken met briven inne raeckende desen sterfhuyse, met oock noch een coperen armken inne, en[de] gesloten inde schrapraye

Inde ceuckene, vier marbele bollen

 

opden solder

 

drye groote weecke kisten twee dair [van] met harnassen inne,

een partye quade scheeden,

een partye quade gevesten ende een yseren rondas of roscam,

een ysere schuppe

 

opden scheirsolder

 

een partye out yserwerck

 

[f° 23 v°]

 

[bespreking van de waardepapieren]

 


 

pounier: handvat, hecht.

seysel: zeis, sikkel.

sichel: lees sickel (sikkel).

lemmer: lemmel: plaat of blad van metaal, of (zoals wellicht hier) kling, het scherp van een mes of ander snijdend werktuig of wapen.

vuroer: hypothetische lezing: waarschijnlijk een roer gebruikt bij vuurwapens.

elsen: else: schoenmakersnaald, priem.

riemaecker: riemenmaker.
hanthave: heft, handvat.