Blauwe Voorschoot of Witten Sadel: Oude Koornmarkt 60

Terug naar het overzicht van de huizen

 

Indien wij het plannetje van Asaert (Huizen en gronden...) gebruiken vinden wij tussen de Zwarten Ram en de Spiegel een pand dat perceelnummer 5 heeft meegekregen.  Hierover zijn volgende akten beschik­baar.

In een akte van 7 oktober 1381 vergunt Claus de Costere alias Claus de Barbier dat Jan Swannaert, eigenaar van de Zwarten Ram mag timmeren op de muur van Claus[1].  In een document van 3 oktober 1393 wordt Jan Barbier als eigenaar vermeld.  Deze was metser en verkocht op 11 februari 1395 een rente op zijn helft van het huis.  Samen met zijn echtgenote Hadewych verkoopt hij dan volgens een akte d.d. 19 januari 1397 zijn half huis, dat gesitueerd wordt naast de Spiegel aan Gher. Kers.  Uit de akte blijkt dat Danys van Breda de andere helft bewoonde wat ons doet vermoeden dat de eigendom die we hier beschouwen niet echt fysisch nog een half huis was maar binnen één gebouw samen met de de Swarten Ram een aparte volwaardige wooneenheid vormde die men apart kon aankopen.  Op 25 augustus 1400 echter blijken de kleermaker Jan Coppe en Hille, de weduwe van Arnout vander Voort twee halve huizen te verkopen die zij voor de Vierschaar verkregen hebben: de helft van de Zwarte Ram en de helft van het huis ernaast.  Men situeert deze halve huizen tussen de Tennen Pot en het huis van Meester Henrick.  Deze Meester Henrick is niemand minder dan Henrick van Espemde, eigenaar van de Spiegel en het lijkt mij dan ook niet onlo­gisch dat in feite de Spiegel bedoeld wordt en niet een andere helft naast de Spiegel die Meester Henrick volgens Asaert dan ook zou bezeten hebben.  Mijns insziens wordt de nieuwe eige­naar Jan van Antwerpen de trotse bezitter van twee ‘halve’ huizen die lange tijd terug een geheel zullen vormen: De Swarten Ram en de Blauwe Voorschoot[2].  We moeten de formule­ring in de akte dus met een korrel zout nemen. Een volgende akte is die van 30 oktober 1443: Jan van Esbeemde verkoopt Remyse Claus en zijn natuurlijke zoon Gielys, daar moeder van is Yde Hillens, een rente op de Yseren Hoet, Kammenstraat, tussen de Spieghel en Matheeus huys inden Ram. Ook in  1448 echter spreekt men wel degelijk over een huis tussen De Ram en de Spiegel en over twee huizen naast elkaar: de Grote en de Cleyne Zwarten Ram, gesitueerd tussen de Tennen Pot en de Spiegel[3].

 

Op 21 januari 1451 (1452) geeft Jan van Espemde, eigenaar van de Grote Spiegel, aan Jan Contier en Marie van Espemde, doch­ter van Jan, een huis in de Kammenstraat tussen de Grote Spiegel en de Kleine Zwarte Ram, komende achter aan de plaats van de Grote Spiegel.  Er zijn een aantal afspraken wat be­treft toegang tot een borneput en het maken van een weerdrib­be.  Blijkbaar was Contier toch niet helemaal tevreden met zijn aankoop want volgens een akte d.d. 2 januari 1452 o.s. (1453 n.s.) verkoopt Jan Gonthier, meerse­nier, een rente “op syn huys dat hy nu getym[m]ert heeft...”, genaamd de Yseren Hoet. In een akte van 7 januari 1454 o.s. (1455 n.s.) situeert men tussen de Grote Spiegel en de Kleine Zwarte Ram een pand met de naam ‘Ketelhoet’ terwijl we ook in akten over de Grote Spiegel uit die periode horen over een pand ‘Yseren Hoet’ met als eigenaar Jan Conthier[4].

 

Tot 1521 vinden we als benaming ‘De Cleynen Ram’ in de docu­menten terug. De afsplitsing van de Grote Zwarten Ram greep plaats toen volgens een akte d.d. 20 juli 1497 Jan Willem Zuels alias van Riethoven dit pand aan Cornelis vande Steene, waard van de Tennen Pot, verkocht. In de koop was ook een keuken van de toenmalige Cleynen Ram inbegrepen[5].

 

Op 14 augustus 1521 komen de kinderen van Jan Willem Zuels alias van Riethoven en Kerstyne Borchmans tot een overeenkomst i.v.m. de Blauwe Voorschoot zodanig dat de dochter Yda Jan Willem Zuels en haar echtgenoot Jan Stempel eigenaars worden van het gehele pand[6].

 

Op 7 juli 1546 wordt de Blauwe Voorschoot lichtjes vergroot. Nadat Jan Stempel en zijn echtgenote de aankoop d.d. 15 novem­ber 1544 van de Zwarten Ram (met de Tennen Pot) door Franchois Bernreyder gecalen­gierd hadden komt Bernreyder met een compro­mis. Zij krijgen tegen betaling er een stuk van de Zwarte Ram bij: “... Een keuckene dwelck een washuysken [is] een metten regenbacke ende plaetsken gelegen acht[er] desselfs Jan Stem­pels en zyn wijff huysen...”, tussen het erf van Claus van Loemele en de neerstove van de Zwarte Ram. Een afschei­dings­muur moet nog gebouwd worden. Waarschijnlijk gaat het hier over de keuken die in 1497 met de Zwarten Ram was meever­kocht[7].

 

Eva vander Bruggen, weduwe geworden, en de kinderen verkopen het huis aan de oudkleerkoper Jan Dresseleer, volgens akte d.d. 5 november 1549[8]. Alle cohieren uit de periode 1577 - 186 wijzen erop dat hij zijn huis, huurwaarde 80 gulden, en voor­zien van een kelderdeur waarop een cijns van 2 groten werd betaald, echt bewoond heeft[9].

 

Op 22 maart 1611 wordt de zadelmaker Anthoine de Laet, gehuwd met Johanna Millee, eigenaar van de Blauwe Voorschoot die toen als volgt beschreven wordt: “... Een huys metter neerca­mere [ende] plaetse geheeten d[en] blauwen voorschoot met noch eene[n] achterhuyse, kelderen regenbacke borneputte [ende] weerdribbe[n] gronde [ende] allen den toebehoorte[n]...”, gesitueerd tussen de Spiegel en de Zwerten Ram. Dit laatste pand grensde aan met zijn stal aan het achterhuis van de Blauwen Voorschoot. Op 2 oktober 1608 had A. de Laet al een eerdere poging ondernomen om alvast één derde van het huis van François Dresseleer, ‘medecyn’, te verwerven maar deze was gestrand vanwege een calengiering. Dit feit en het toch vrij zeldzame gegeven dat de koper de koopsom volledig in een erfrente van 165 Car.g. per jaar aan de verschillende erfgena­men moet betalen doen ons vermoeden dat de nieuwe eigenaars er ook wel zelf gebruik zullen van gemaakt hebben[10].

 

Het echtpaar de Laet- Millee kreeg een zoon, Guillaume. An­thoine zelf stierf en zijn weduwe hertrouwde een andere zadel­maker, Jan Houbaille. Als Jehanne op haar beurt gestorven moest deze man afrekenen met Guillaume maar hij wist de Blauwe Voorschoot op 15 oktober 1625 voor zichzelf te behouden. Er zijn een paar kleinigheden in de beschrijving veranderd en we zien ook nog een ander argument opduiken waarom we mogen aannemen dat er een zadelmakerij in het huis was gevestigd: “... Een huys met vloere ceucke[n], pletse, achterhuyse kel­ders regenbacke borneputte gronde ende alle[n] den anderen toebehoorten eertyts geheeten den blauwen voorschoot daer nu ter tyt den witten sadel vuythanght...”[11]. De waarde van het pand werd geschat op 248 Car. g. erfelijk. Guillaume de Laet kreeg van zijn stiefvader 2189 Car. g. in contanten en een erfrente van 87 Car. g. 10 stuivers per jaar die drukt op de Blauwe Voorschoot. Jan Houbaille hypothekeerde zijn eigendom ook nog eens met een erfrente van 43 Car. g. 15 stuivers erfe­lijk per jaar.

 

Jan Houbaille hertrouwde Magdalena Fruythoven. Zij overleefde haar man en is niet blijven wonen aan de Oude Koornmarkt. In 1659 staat haar huis onder de benaming ‘Inde Valc’ genoteerd als zijnde uitgerust met 6 schoorsteenpijpen en voor 150 gulden verhuurd aan Joris de Sagere[12]. In 1667 noteert men het pand onder de benaming ‘Sael’ als zijnde voor 120 gulden verhuurd aan Geerardt van Abeele, in 1672 aan François Maes[13]. Bij de verdeling van de nalatenschap van Magdalena op 4 mei 1674 wordt Adrian Dochyn alias Anthony, gehuwd met Catherina Bernaerts de nieuwe eige­naar[14]. Na zijn overlijden geeft de voogd van zijn kinderen  Michiel Anthoni alias Dousint na een vonnis opdracht via de amman om het huis te verkopen om aldus in het levens onderhoud van de hem toegewe­zen kinderen te kunnen voorzien. Op deze wijze wordt Peeter le Felon voor 3600 gulden op 12 oktober 1680 de nieuwe eige­naar[15]. Gebruiker voor nog slechts 96 gulden is in 1682 de tingieter Hendrick Vercau­teren[16]. Zijn weduwe, Elisa­beth Theresia de Mangeler, koopt op 21 maart 1699 van Joanna Bernaerts, weduwe van Peeter Le Felon, en hun beider kinderen tegen twee erfrenten van in totaal 150 gulden per jaar het huis.  De weduwe Vercauteren woonde er nog steeds rond 1704[17].

 

Twee dochters van Hendrick Vercauteren en E. T. de Mangeler overleefden ook hun moeder en zij verkopen op 13 september 1723 het huis aan Maria Vercauteren, weduwe van de in 1700 gekende tingieter Henrick Huysmans. Mogelijk had deze man de zaak van Vercauteren verdergezet samen met diens weduwe.  De prijs is 2433 gulden. Noteren we dat de term ‘vloere’ in de beschrijving door de meer moderne term ‘winc­kel’ wordt vervan­gen[18].

 

Volgens de volkstellingen van 1747 en 1754 werd dit pand wel degelijk door de Huysmansen gebruikt. Wonen deden ze in de Hage, Oude Koornmarkt 70, werken in de Blauwe Voorschoot. In het register van 1747 staat er duidelijk: ‘lootgieterswerckhuys de weduwe Huysmans’, voorzien van 7 haardsteden. In 1754 zouden Daniel Huysmans, ook lood- en tingie­ter, en zijn vrouw het gebruiken[19].

 

Op 13 april 1779 verwerft Catharina Michiels, weduwe van Daniel Huysmans bij een verdeling, vooor 2000 gulden de Witten Sadel. Zij werd toen ook eigenares van de Donderbusse in de Reyndersstraat 55 en het hoekhuis van de Oude Koornmarkt en de Reyndersstraat[20]

 

Merkwaardig is dat we in 1796 een heel andere situatie aan­treffen: eigenaars zijn de wezen Deckers en bewoners zijn C. Janssens, ‘espelier’, 35; zijn echtgenote Susanna Rubbens, 28; hun kinderen onder 12 jaar Susanna en Piere en een dienstbode met name Marie Van Stré, 28.  Het huis was 3.500 gulden waard[21].

 

In 1898 bevond er zich een lingeriewinkel in het pand[22].

 

                                                                          

 


 

[1] F. PRIMS, Geschiedenis van Antwerpen, vol. 3, Antwerpen, 1977, p. 374.

[2] SAA, V 1980, f° 24 r°; SR 1, f° 64 r°; f° 185 r°; f° 331 r° (die ik dus anders interpreteer dan Asaert die Henric van Espemde eigenaar laat worden van dit huis)

[3] SAA, SR 32, f° 360 v°; SR 40, f° 138 v° en f° 139 r°.

[4] SAA, SR 44, f° 514 r°; SR 45, f° 381 r°; SR 46, f° 216 r°; SR 49, f° 302 v° en 348 v°.

[5] SAA, SR 112, f° 71 r° - v°.

[6] SAA, SR 160, f° 97 r°.

[7] SAA, SR 222, f° 14 r° - 15 r°.

[8] SAA, SR 234, f° 108 r° - v°.

[9] SAA, GA 4833, f° 346 r°; R 2181, f° 92 v°; R 2291, f° 98 v°; R 2292, f° 89 r°; R 2211, f° 95 v°; R 2223, f° 94 v°; R 2323, f° 92 r°; R 2242, f° 96 v°; R 2354, f° 97 v°; T 167, f° 40 r°; T 169, f° 18 v°, nr. 152/301, rente afgelost in 1702.

[10] SAA, SR 472, f° 485 r° - 486 r°; SR 491, f° 514 r° - 515 v° en f° 522 r° - 523 r°.

[11] SAA, SR 569, f° 322 v° - 324 r°.

[12] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,onge­fo­lieerd.

[13] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd; A. 4829, cohier eerste wijk, nr. 231.

[14] SAA, SR 849, f° 132 r° - 135 r°.

[15] SAA, SR 883, f° 79 r° - 80 v°.

[16] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 157 r°, nr. 17; voor 1689 zijn er geen gegevens beschikbaar. Vercouteren en zijn weduwe zijn bij de meerse als tingieters gekend in resp. 1696 en 1700 (GA 4218-19).

[17] SAA, SR 984, f° 500 r° - 501 r°; GA 4832, f° 243 r°, nr. 17.

[18] SAA, SR 1076, f° 293 v° - 295 r°.

[19] SAA, PK 2560, Volkstelling 1747 IVe tot Xe wijk en XIIIe wijk, ongefolieerd, zesde wijk, cappiteyn de Wilde, nr. 270; PK 2562, Volkstelling 27/12/1754 IVe tot VIe wijk, p. 555, nr. 17.                       

[20] SAA, SR 1267, f° 108 r° - 111 r°.

[21] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2431.

[22] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 60).