De Spiegel, Oude Koornmarkt 58

Inleidende beschouwingen en de eerst gekende eigenaars
De familie van Espemde
Van de familie van Espemde naar de familie van Loemele
De eigendommen van de familie Cleys van Loemele
Eigendom van de familie Wouters
Verkaveling in drie aparte eigendommen
Boedelinventaris van Beyken van Santvliet, weduwe van David van Enden, gestorven op 25 juni 1637

Terug naar het overzicht van de huizen

 

1) Inleidende beschouwingen en de eerst gekende eigenaars

Het is geen sinecure om de geschiedenis van de Spiegel te schrijven. Het pand is regelmatig in de loop van haar ge­schiedenis herverkaveld en herenigd geworden. Meestal zijn er minstens twee à drie Spiegels die naast elkaar bestaan. In de XVIde eeuw werd de familie Cleys van Loemele niet alleen eigenaar van de Spiegels op de Oude Koornmarkt maar wist ze ook een aantal stallen en huizen op de Pelgrimsstraat te verwerven die met de eigendommen op de Oude Koornmarkt ver­enigd werden. Eén van die huizen werd later ook ‘Cleynen Spiegel’ genoemd. Het is niet zonder belang dat ik dit gegeven hier al vermeld omdat die eigendommen in de Pelgrimsstraat eigenlijk afgespleten waren van het grote eigendom de Grote Gans op de Oude Koornmarkt een tiental huizen verder naar het Stadhuis toe. De Spiegel en de Grote Gans grensden langs achter aan elkaar aan. Dit blijkt b.v. al uit een akte van 22 juni 1394. Op die dag geeft Jan van Overscelde aan Henric van Espemde de stadsklerk en eigenaar van de Gans “... een einde­ken van sinen hove achter Jacops loeve van Hoboken tusschen derve vanden Spieghele ende derve vande Gans VIII voeten breet doergaens tusschen beide erven...”[1]. Die Henric van Espemde is tevens één van de eerst bekende eigenaars van de Spiegel. 

Er zijn echter nog een paar oudere akten te vermelden.  Zo is er een akte waaruit blijkt dat ene Margriete van den Spieghele ergens voor 1391 aan de H. Geestmeesters een derde van het huis schonk.  Die gaven dat deel tegen een rente door terwijl ene Jan van Raedelgheem de overige 2/3 van het huis bezat[2].  Op 3 oktober 1393 laat ene Gielys de Backer de “... huysing­hen metter plaetsen stalle hove [ende] gronde...” genaamd de Spieghel dagen[3].  Bij de H. Geestmeesters worden echter als latere eigenaars Henryc en Jan van Espemde en Jan Cant ver­meld. 
   

2) de familie van Espemde 

Henric van Espemde was dus stadsklerk en als dusdanig een man van enig aanzien in een weinig geletterde maatschappij. Hij kocht de Gans, nu Oude Koornmarkt 38, om het effectief te bewonen en dus moet de Spiegel verhuurd zijn geweest[4]. De familie had reeds geruime tijd enig belang. Zo was er een Joannes van Espemde die in 1374 als stadsklerk de Heilige Geestmees­ters hielp bij het opstellen van hun eerste charter­boek. In 1401 staat Henric vermeld als stadssecretaris en klerk van de stadsrentmeester. Die eerste functie heeft hij zeker tot 1409 bekleed. De fami­lie was redelijk vermogend en de Espemdes hebben aldus heel wat gronden aan de Oude Koorn­markt en de toenmalige Korte Kammenstraat weten te verwerven, zoals de Spiegel waarvan de eigenaars tot in de XVIde eeuw verplicht waren het water van de Gans over hun perceel te laten lopen. Henric van Espemde liet een rente op dit pand drukken[5]. Henric van Espem­de en zijn echtge­note Machteld van Scille zijn blijk­baar kinder­loos gestorven want in de loop van 1422 - 1423 zijn het hun neven Wouter en Jan van Espemde en nog enkele andere verwanten die de eigen­dommen verde­len. Wouter wordt hierbij eigenaar van de Grote Gans en Jan verwerft de Spiegel met de voorwaarde: “... condi­cione dat dwater uuter gans achter loopende geleyt sal bliven ghelyc alst altoes van ouds geleyt geweest heeft, over d'erve den Spiegel toebehorende...”.  Jan van Espemde was metser en in 1444 (akte van 17 maart 1443 o.s.) verkoopt hij een rente op de Cleyne Spiegel, gesitueerd tussen de Grote Spiegel en de Wijngaard.  In 1445 verkoopt hij een rente op zijn “huysingen metten stallen plaetse borneputte...”, de Groote Spiegel, en gesitueerd tussen de Kleine Spiegel en de Ijzeren Hoed[6].

Op 28 augustus 1450 geven Jan van Espemde en zijn echtgenote Margriete Shonis elkaar “... hoe[r] huysinge mett[en] stal­linge[n] poirten playtsen bornputte van vo[r]e tot acht[er] mett[en] gronden geh[eeten] den grooten spiegel gest[aen] inde ca[m]merstrate...”.  Niet alleen deze akte geeft aan de Jan en zijn echtgenote aan het pand belang hechtten, in 1449 vinden we in een akte duidelijk dat Jan er ook woont[7]. De akte voor­ziet verder dat één van zijn dochters Lys­bette na zijn over­lijden een som geld krijgt. In een daarop­volgende akte verne­men we dat Margriete van Espemde, een andere doch­ter, met Gheert vanden Hove gehuwd is en dat dit echtpaar het vruchtge­bruik heeft op de Cleynen Spiegel gesitueerd tussen de Groote Spiegel en het erf van Claus Adri­aenss. Als Jan sterft krijgen de kinderen van Margriete en Gheert de Cleynen Spiegel. Op 21 januari 1451 (1452) geeft Jan van Espemde, eigenaar van de Grote Spiegel, aan Jan Contier en Marie van Espemde, doch­ter van Jan, een huis in de Kammenstraat tussen de Grote Spiegel en de Kleine Zwarte Ram, komende achter aan de plaats van de Grote Spiegel.  Er zijn een aantal afspraken wat be­treft toegang tot een borneput en het maken van een weerdrib­be[8]

Jan had in 1452 een uitbreiding kunnen doen door een stuk erf van de Tennen Pot bij te kopen.  Op 18/12/1452 lezen we in een overeenkomst met zijn achterbuurman Steven Van Oerle van de Grote Gans dat hij daar een stal op had laten bouwen maar dat hij wel degelijk verder ervoor zal zorgen dat Steven's afval­water blijvend via de Spiegel wordt afgevoerd[9]

Na het overlijden van Jan wordt zijn zoon Peter van Espemde de nieuwe eigenaar van de Groote Spiegel. Reeds op 6 april 1453 (1454) verhuurt deze Peter van Espemde zijn huizinge aan zijn zwager Jan Conthier, gehuwd met Marie van Espemde[10]. In dit huurcontract en in een rentenbrief d.d. 11 juli 1454 t.a.v. zijn zuster Amelbergen van Espemde, gehuwd met Peter van Landegheem wordt de Grooten Spiegel gesitueerd tussen het huis van Jan Contier en de Swerten Ram enerzijds en de Cleynen Spiegel anderzijds.  In een rentenbrief van 5 maart 1454 (1455) verbindt Peter zijn huizinge dat nu gesitueerd wordt tussen Jan Contier enerzijds en de Cleyne Spiegel anderzijds[11].

 

3) Van de familie van Espemde naar de familie van Loemele

Op 13 maart 1455 verkoopt Peter van Espemde aan deze Jan Conthier, timmerman, en boven­dien zijn zwager want hij is gehuwd met Marie van Espemde, de Groote Spiegel. Bij de situe­ring worden vijf panden vermeld: het huis dat Jan Contier al had n.l. de ‘Yseren Hoet’, de ‘Swerten Ram’ en de ‘Tennen Pot’ aan de ene kant, de ‘Cleynen Spiegel’ en den ‘Wyngaert’ aan de andere kant[12]. In de tekst vinden we ook nog volgende bepa­ling: “...Voerdane es vorwaerde dat de voers. pet[er] en[de] syn nac[o­melinghe] onbegrepen zijn en[de] bliven zullen van alsulcken stoote hinde[r] oft letsele als souden moege gebu­e[re]n con­trarierende den wat[er] loepe die uter huysinge en[de] erve geheeten de gans coemt en[de] over derve vanden spiegel voerscr. loept, doer dn groeten en[de] cleyne ram ter strate wtcomende...”. 

Op 24 oktober 1474 verkopen Jan Conthier en de voogden die over zijn kinderen waren aangesteld na het overlijden van zijn vrouw Marie van Espemde aan Jan Cant Janssone “... twee huysen metten stallen plaetse borneputte gr[onden]... geh[eeten] deen den groete[n] spiegel en[de] dander den yseren hoet...”, gesitueerd tussen het huis dat Jan Cant reeds bezit met name de Cleynen Swerten Ram enerzijds en de Cleynen Spiegel en de Wyngaert anderzijds en achteraan aanpalende aan de erven van de Gans en de Groten Swerten Ram. 

Met Jan Cant zitten we weeral bij de beste Antwerpse families. Hij was n.l. getrouwd met Johanna van Berchem en samen kregen minstens een dochter Lysbette[13]. Jan Cant hertrouwde Amplonie van Ymmerseele en kreeg van haar weer een dochter: Johanna Cant. Haar voogden, waaronder Claus Jongelinc, de waard van de herberg De Hage op de hoek van de Oude Koornmarkt en de Reyndersstraat, verkochten op 22 december 1494 aan Steven Slechten haar recht (5/6) op de Grooten Spiegel en de Yseren Hoet. Het overige zesde behoorde aan Dierick Seyse, de wetti­ge zoon van Philip Seyse. We vernemen ook dat Henrick de Blauver­ver de Yseren Hoet mag blijven huren en dat de Groote Spiegel gebruik mag maken van de weerdribbe van de Cleynen Spiegel mits twee derden van de onkosten voor het onderhoud en het ruimen te betalen[14]

Op 28 juni 1515 verkopen
1° Marie Skempeneers, de weduwe van Steven Slechten die (en dit is de eerste vermelding die ik tot nu toe heb van herber­gaktiviteiten) waard was in de Spiegel, voor de helft van het eigendom,
2° Philips Slechten, droogscheerder, Marie Slechten, zijn zuster, gehuwd met de schrijnwerker Claus vanden Wiele, Wouter Wils en Jan Coppens, kleermakers, Claus van Loemele, droog­scheerder en Jacob Stevens, kuiper, die allen optreden in de hoedanigheid van vriend of voogd over Jan, Margriet en Clara Slechten, wettige kinderen van Steven Slechten en Marie Skem­peneers, voor 5/6 van de 1/2 van het eigendom,
aan Simon Leykens van Maastricht en Katline Slechten, ook nog een dochter van hogergenoemde Steven en Marie en die aldus al 1/6 van 1/2 van het eigendom bezitten, hun rechten op de Spiegel en de Yseren Hoet[15].

 

4) De eigendommen van de familie Cleys van Loemele

Niet minder dan zes eigendommen komen hier ter sprake: De Groote en de Cleyne Spiegel en de Yseren Hoet op de Koren­markt, de Groenen Hoet, de Witten Engel en de Cleynen Spiegel in de Pelgrimsstraat.
Op 29 december 1519 verkopen Symon Leykens van Maastricht en Katline Slechten zijn vrouw verkopen aan Claus van Loemele Claus­sone en Katlyne Lauwers zijn vrouw: “... Een huysinge geheeten den spiegel metten huyse geheeten den yseren hoet daer neffens gestaen, mett[en] poorten, plaetsen, borneputte, stallen... gestaen en[de] gelegen beneden de corenmerct alhier inde cam[m]erstra­te, tusschen thuys geheeten den cleynen spiegel ex u[n]a ende thuys geheeten den blauwen schoetsdoeck ex alt[e­ra], comende achter aende stallingen en[de] erve vanden tennen potte, ende vander ghans, ...”[16]. We vernemen over Claus zijn beroep en verdere ambities iets meer in de volgende tekst gedateerd 16 januari 1522 n.s.: “Katline van[den] Hove Gheertsdochter wilen weduwe Godevaert Lucas cum tutore gaf terve Claus Cleys van Loemele weerdt ind[en] spie­gel een huys metten plaetsken... geheeten den cleynen spiegel gest[aen] inde ca[m]merstrate alh[ier] tusschen de huysinge en[de] erve geh[eeten] den grooten spiegel ex una, en[de] thuys geheeten den wyngaert ex alte[r]a comen[de] acht[er] aende erve vand[en] voirs. grooten spiegel...”[17].  

In een akte gedateerd 21 maart 1538 lezen we hoe Claus Cleys tegen betaling van 6 pond gr. Vlaams met zijn buurman Jan Nyderhoven, eigenaar van de Wijngaert op de Oude Korenmarkt een regeling treft zodanig “... dat de selve claes cleys et sui iure ende ane den muer van zijn[en] voirs. huyse geheeten den wyngaert zuytwaert staen[de] in zynder lengden, hoochden en[de] breyden, en[de] van[den] eenen eynde totten anderen, zal oft zelen moegen varen, metsen, tym[m]eren ende anckeren gelyck men in een[en] gemeynen muer na dese stadt recht schuldich is te varene, op conditie nochtans dat de vs. claes, nec sui by tyden proprietarisen van zyn[en] huyse hier naest gestaen wesen[de] nyet en zelen moegen benemen bemetzen noch betym[m]eren alsulcken licht als de voirs. Jan tzyne[r] erven waerts nu ter tyt scheppen[de] is, dan alleenlic deen helft van[den] vensteren gestaen in[den] zelven muer ter straten waert inne, welcke de zelve claes in meyningen is nu ter stont te bemetzene...”[18]. Claes moet verder ook nog op zijn kosten een loden goot leggen op die muur maar de onderhoudskosten daarvan zullen wel door beide partijen gedragen worden. Het water van de Wyngaert moet ook nog steeds over het erf van de Spiegel afgeleid worden. 

Op 13 januari 1543 n.s. verkocht Sebastiaen van Dale, eigenaar van de Gans nu Oude Koornmarkt 38 aan Clase Cleys alias van Loemele voor de prijs van 112 Carolus Gulden per jaar in erfelijke rente: “... eenen stal van onder tot boven metter plaetse oft lediger erve int vier­cant daer nef­fens gelegen ... gestaen en[de] gelegen int nyeustraetken loopende vuyter reynerstrate na[er] doude core­merckt achter de huysinge gehee­ten de gans tusschen den stal en[de] derve toebehooren[de] janne de fevere maerschalck ex una en[de] derve vander gans en[de] vander kevyen ex alt[era] comende acht[er] tot aen desselfs claes erve en[de] mue[re] van syn[en] acht[er]sten stalle en[de] voer aen strate...”[19].

Als voorwaarden worden opgegeven:
1° Dat het water van de Gans dat sedert mensenheugenis over de Spiegel geleid werd voortaan binnen het erf van de Gans zelf moet afgeleid worden.
2° Dat er weer een gemeenschappelijke scheidingsmuur moet gemaakt worden.
3° Dat Sebastiaen op zijn kosten ook nog een loden goot moet maken tussen de Gans en de afgesplitste stal. 

Het is duidelijk dat op deze plaats het huis De Cleynen Spiegel in de Pelgrimsstraat zal gebouwd worden. 

Claus Cleys zou overigens nog meer stallen van de Grote Gans verwerven. Op 6 mei 1546 koopt hij van hoefsmid Jan de Fevre en zijn echtge­note Margriete Sclercx[20] hun eigendom dat reeds als volgt beschreven wordt: “... een huys voer aen tstrate met een[en] grooten stalle daer achter, met nog een ledige plaetse en[de] een[en] huyse daer neffens dwelck een smisse is, oic voer aen tstrate, inde pelgro[m]strate alhier achter de huys[inge] geheeten de gans, gestaen tusschen des­selfs claes van lo[e]mele huys ende erve genaempt de spiegel ex u[n]a en[de] thuys ende erve vanden tennepot ex alt[er]a...”. Jan de Fevre en zijn echtgenote hadden het voorheen nog als stal van Sebastiaen van Dale gekocht. Op de plaats van deze eigendom bouwt Claus twee eigendommen uit: De Groenen Hoet en de Witten Engel wat de buurman van de Cleynen Spiegel zal worden.

Op 24 mei 1555 verkoopt Claus aan zijn zoon Steven Cleys van Loemele [21] “... een huysken oft wooninge dat een smiske te wesene plach, metten vloere coeckene gebruycke vander plaetsen weerdribben reegenbacke ende borneputte vanden voirn. vercoo-p­ers andere huysen ende erve...”. Er zijn een enorme massa bepalingen i.v.m. de andere eigendommen van Claus in deze akte opgenomen maar die doen in dit verhaal niets ter zake. Het is wel van belang te noteren dat Claes de bepaling had doen opnemen dat hij binnen twee jaar het pand aan de verkoopprijs en de onkosten van eventuele verbouwingen die Steven wenselijk zou achten mocht terugkopen.  Op 15 april 1556 doet Claus afstand van die rech­ten maar er volgen een hele reeks bepalin­gen en rechten die Steven krijgt i.v.m. de eigendommen die Claus heeft behou­den:
“Inden yersten de deure staen[de] achter inden muer noertwaerts, daer doere men gaet, van vuyten selven synen huyse, opden voirs. claus syns vaders plaetse voorscreven, Item noch daer toe, het vry gebruyck ten eeuwigen dagen, vander selver plaetsen, en[de] vanden borneputte, en[de] regenback, daer oppe staende, Item van oock der weerdribben staen[de] tusschen des voors. claus en[de] stevens syns soens huysen en[de] erven respective[lick] voirs., alsoe dinwoonde­ren, van desselfs stevens huyse, die altsamen tot noch toe gebesicht en[de] gebruyct hebben, en[de] dagelycx gebruyckende syn,...”. Steven moet wel 1/4 van de onkosten voor reparatie, onderhoud en ruiming van de borneput, regenbak en weerdribbe voor zijn rekening nemen. Merken we ook nog op dat men spreekt over ‘dinwoonderen, van desselfs stevens huyse’ wat erop lijkt te wijzen dat Steven er niet zelf woonde.
Men geeft in de akte deze eigen­dom nog de naam ‘Engel’ en men zal dit nog tot voor 1574, wanneer de eigendommen van Steven Cleys verdeeld worden, blij­ven doen maar de situering in de definitieve verkoopakte van 15 april 1546 waarbij Jan Andries­sens nog als buurman vermeld wordt laat er geen twijfel over bestaan dat het dit perceel is dat later de ‘Groenen Hoet’ zal genoemd worden[22].

Op 18 augustus 1558 gebeurt er iets merkwaardigs: Claus geeft zijn zonen Claus, Willem, Steven en Anthonis Cleys van Loemele “sine revocatione... de helft en[de] de tocht van dandere helft ende alle syn recht, yerst van Eenre huysingen met poorte, plaetse, gaelderyen, stallingen ende drye huysen voir aent strate gronde ende allen den toebehoirten, geheeten den grooten ende cleynen spiegele gestaen ende gelegen neffens een In de cortte cammerstrate alhier Tusschen den wyngairt ex una, ende den blauwen voirschoot ex alt[era], item van noch drye huysen met drye stallingen dair achter fu[nd]o et omnibus p[er]tinen[tys] geheeten deene dairaf den engele gestaen en[de] gelegen al neffens een Inde Pelgromsstrate alhier tusschen der wedewen lhermyte huysen ende erve ex una, ende des voirn. Stevens cleys huys ende erve alt[era]...”[23]. Dit was nog niet alles, er behoren nog drie huizen in de H. Geest­straat bij waaronder ‘De Swerten Leeuw’ en “... Eenen Raemhove metter poorten voir aent strate alle de hoven van playsanchien ende alle ende jegelicke de huysen daeromme Inne aen ende alomme dair omtrent gestaen gangen metten huys...” genaamd ‘Spiegelrame’ gelegen tegenover het Vondelingenhuis in de Blijdenhoek, en tot slot ook nog een hele reeks steden en hoeven met gronden gelegen te Eerdbrant bij Putte. In ruil hiervoor verwachtten vader Claus een lijfrente van 250 Caro­lusgulden per jaar van zijn vier kinderen.

Definitief en volledig eigenaar zonder verdere verplichtingen werden de kinderen al op 12 maart 1561 n.s. toen hun moeder Katlyne Lauwers overleden was[24]. De verdeling was als volgt:

1° Claus

De Grote Spiegel, Oude Koornmarkt, waarde volgens vier gezwo­ren erfscheiders: 450 Carolusgulden erfelijk, oppervlakte: 18,5 roeden.

Speciale bepalingen:
1) Willem huurt het en mag het nog blijven huren tot 1564.
2) Willem huurt daarbij een stal naast de 'Cleynen Spiegel' in de Pelgrimsstraat maar die maakt geen deel uit van het eigen­dom 'Groote Spiegel'maar gaat na het beëindigen van de huur­tijd van Willem naar de 'Cleynen Spiegel' in de Pelgrims-straat. Er moet dan een deur worden dichtgemetst.
3) Er is sprake van een weerdribbe onder het keukentje en het koertje van de Grote Spiegel gelegen naast de Wijngaart achter de Cleyne Spiegel van de Koornmarkt. Zowel de Cleyne als de  Grote mogen die put gebruiken via hun eigen 'sitten', het ruimen gebeurt via de Grote mits het delen van de onkosten.
4) De Cleyne mag ook mits delen van onkosten gebruik maken van een waterput die in het portaal van de grote keuken van de Grote Spiegel staat.
5) De eigenaars van de Grote Spiegel mogen bepaalde ramen van de Cleyne niet dichtmetsen.
6) Claus moet ook nog bepaalde sommen betalen aan Jan ketgen, de eigenaar van de Zwarten Ram omdat de galerij van de Grote Spiegel gedeeltelijk in de scheidingsmuur gemetst is.

2° Willem

De Kleine Spiegel op de Oude Koornmarkt, op 180 Car.g. erfe­lijk geschat, opper­vlakte: 2,25 roeden, beschreven als zijnde twee huizen naast elkaar tussen de Grote Spiegel en de Wijn­gaart. We vernemen iets over de bewoners: in het aan de Wijn­gaart aanpalende woont Everaerdt de pasteybakker, terwijl het andere door Anthonis Cleys van Loemele wordt gehuurd.

Speciale bepalingen:
1) Gemeenschappelijk gebruik weerdribbe, zie hoger.
2) Al het water van de Wijngaart en de Grote Spiegel wordt langs hier afgeleid.

Willem verkreeg ook nog een aantal eigendommen bij Putte.

3° Steven 

Het huis de Engel in de Pelgrimsstraat, waarde: 250 Car.g. erfelijk, oppervlakte: 8 roeden, beschreven als “Een huys geheeten den engele met eenen huysliene daer neffens suytwaerts gestaen nu ter tyt een vettewarye wesende met twee stallen dair achtere...”.

Speciale bepalingen:
1) De Engel mag zowel in de richting van de Cleynen Spiegel in de Pelgrimsstraat als in de richting van de Grote Spiegel licht blijven scheppen.
2) De plaats, de weerdribbe, borneput en regenbak zijn gemeen­schappelijk met het andere huis dat Steven al bezat: de Groe­nen Hoet.

Daarnaast krijgt Steven nog gronden te Ettenhoven en renten.

4° Anthonis

Het huis de Kleine Spiegel in de Pelgrimsstraat, waarde: 150 Car.g. erfelijk, oppervlakte 4,25 roeden, beschreven als “Een huys geheeten den cleynen spiegele metter plaetsen achter huyskene borneputte ende stalle, daer achter en[de] naest gestaen...”.

Speciale bepaling:
Willem mag die stal tot St. Jan 1564 blijven huren.

 Verder verwierf Anthonis ook nog een stede te Ettenhoven en twee steden te Eertbrant.

 Wat weten we over de vier nieuwe eigenaars?

1) Wat betreft Claus jr. zijn we niet zo goed ingelicht. Ver­moede­lijk heeft hij het beroep van zijn vader: waard, verder­gezet. Het staat evenwel vast dat als hij dit beroep, zoals gebruike­lijk was, zou gecombineerd hebben met een bemidde­laarsrol, hij toch niet bepaald fortuinlijk is geweest, want het is met zijn eigendommen, zoals we nog zullen zien niet zo goed gegaan.

2) Willem, staat al zeker in 1556 als ‘koopman van wassche’ genoteerd. Hij was toen ongeveer 38 jaar oud. Door de nabij­heid van de O.-L.-V.- kerk kan men aannemen dat hij als wasma­ker wellicht ook zal gefungeert hebben als begrafenisonderne­mer[25]

3) Meester Steven Cleys van Loemele was een befaamd notaris[26] en hij was duidelijk de meest gefortuneerde van de broers: in de loop van 1560 en 1561 verwierf hij van zijn broers het raamhof dat gemeenschappelijk was gebleven en waarvan de beschrijving een nog imposantere eigendom dan daarvoor aan­geeft: “... een[en] raemhove geheeten de Spiegel rame met bleyckerye met seven raemdycken met borneputten spuelbacken logien sesse hoven onder asynhoven en[de] andere met eenre poorten voer aent strate vier huysen daer neffens ende drye huysen oft wooningen Inde voers. Rame met noch twee duyfhuysen staen[de] verscheyden in twee vanden voerscr. hoven met eenre poorte vuytcomen[de] tegens overe den vonderlingen huysinge alhier, met noch drye huysen oft wooningen oock voor aent tstrate met gange plaetse met allen den huysen oft wooningen in ende aene den selven ganck gestaen ende gelegen alle tgene dat voers. staet neffens oft omtrent een In boxstege alhier tussen Gheerardts Sterck draybane ende erve ex una ende thuys ende erve geheeten tblochuys ex altera...”[27]. Steven werd ook eigenaar van nog wat andere huizen en erven in die buurt.

4) Van Anthonis weten we dat hij ‘conducteur’ in het leger was[28]. Waarschijnlijk kon hij zijn eigendommen niet echt be­wonen en het is wellicht daarom dat hij nog op de dag van de erfregeling (12 maart 1561) voor 48 Carolusgulden erfelijk aan Jacob Staes, oudschoenmaker een deel van de Cleynen Spiegel in de Pelgrims­straat verkocht: “... een huys metten achterhuy­se... dwelck Jan van son lakenbereyder nu ter tyt in hu[r]en gebruycken[de] is gestaen en[de] gelegen inde pelgromstrate alhier, tusschen thuys geheeten S[int]e Mathys ex unan en[de] de poort en[de] ganck des voors. erffgevers ex altera en[de] oick achtere...”[29].                                                                     

Claus Cleys junior begon naar het einde van de jaren 1560 toe in financiële moeilijkheden te komen. Op 11 december 1565, op 19 november 1566 en op 1 juli 1569 werd Claus door de amman veroordeeld tot het betalen van renten aan zijn schuldeisers. Toen daarop blijkbaar niet op een toereikende manier werd ingegaan werd één van zijn eigendommen op de vrijdagmarkt door de amman te koop aangeboden: op 15 april 1570 werd de Grooten Spie­gel op de Oude Koornmarkt (Cortecammerstrate) aan zijn zoon Steven Cleys van Loemele verkocht voor een erfrente van 75 pond brabants, d.i. 450 Carolusgulden erfelijk per jaar, wat een kapitaal betekent van niet minder dan 7.200 Carolus­gulden. Bovendien drukten er nog voor tientallen gulden erf­renten op dit pand. De nieuwe eigenaar kreeg er ook wat voor: “Een huysinge met poorte vloere twee coeckenen gaelderye vyff verscheyden stallingen packhuysen plaetse gemeynen borneputte reegenbacken keldere camere stove verscheyden oppercameren ende opperkelderen verscheyden weerdribben en[de] noch een gemeyn weerdribbe...”[30]. Het huizinge wordt gesitueerd tussen het huis van Jan Dresseleer, d.i. de ‘Blauwe Voorschoot’ Zuidwaards en het huis en het erf van Willem Cleys van Loemele noord- en oostwaarts “... comende achter westwaert aende stallinge en huyssinge en[de] erve van Steven ende Anthonis...”. 

Om de kapitaalkrachtigheid van Steven nog even te onderlijnen valt de aankoop op 25 augustus van datzelfde jaar 1570 van drie huizen t.t.z. één brouwerij en twee ververijen met een waterhuis en een woonhuis in de Nieuwstad buiten de Slijkpoort te vermelden. Steven koopt deze eigendommen voor een erfrente van niet minder dan 250 pond groten brabants d.i. 1500 Caro­lusgulden per jaar of 24.000 Carolusgulden kapitaal van de amman. Vorige eigenaar van die eigendommen was Gheert De­len[31].

Steven heeft, zoals we al konden zien, werkelijk gepro­beerd om het domein van zijn vader zo goed mogelijk te bewa­ren en voor zichzelf te verwerven. Wan­neer Anthoenis van Loemele in finan­ci­le moeilijkhe­den komt en de amman zijn huis de Kleine Spie­gel in de Pel­grimsstraat doet verkopen koopt Steven het op 11 juli 1571. Lezen we de beschrijving: “... Een voer­huys metter poorte gange achterhuy­se borneputte regenbacke stal­len...”[32].

Hij kon evenwel toch niet beletten dat toen zijn broer Willem Cleys van Loemele in moeilijkheden was gekomen op 19 september 1570 zijn huizen aan de Oude Koornmarkt door de amman werden toegewezen na een openbare verkoop aan Niclaes Baems voor een erfrente van 30 pond groten brabants per jaar. Lezen we de beschrijving: “... twee huysen met eender weerdribben gebruyck van[den] borneputte inde[n] kelde[r] vant grootste van desen twee huysen... geheeten respective den spieghele...”, naast elkaar gesitueerd aan de ‘Cortecammerstrate’ tussen de Groot­en Spiegel zuidwaarts, de Wijngaert noortwaarts[33]. Het is duidelijk dat in deze koop dus ook de Yseren Hoet is inbe­grepen.

Op 9 februari 1574 worden de uitgebreide bezittingen van Steven van Loeme­le en zijn echtgenote Margriete vanden Eynde met een geschatte waarde van 20.652 Carolusgulden onder hun drie kinderen: Yda, Catlyne en Niclaes verdeeld. De verdeling van de huizen in de Pelgrimsstraat en de Oude Koornmarkt geschiedt als volgt:
1) Yda Cleys, gehuwd met Peeter van Bloemendale krijgt De Witten Engel en de Groenen Hoet in de Pelgrimsstraat.
2) Catlyne krijgt niets dat ons hier aanbelangt.
3) Niclaes Cleys, die nog bevoogd moest worden, en wel door Jan Nollens, camfassier, de man van Catlijne Cleys, krijgt de Groote Spiegel op de Oude Koornmarkt en de Cleynen Spiegel in de Pelgrimsstraat[34]. De Groote Spiegel blijkt een nog steeds dezelfde imposante eigendom te zijn: “... Een huysinghe met poorte vloe[r] coec­kene gaelderye vyff verscheyde stallinge oft packhuysen plaet­se gemeyn[en] borne­putte regenbacke kel­derca­mer stove ver­scheyden oppercamer[en] opperkelder[en] verschey­den weerdrib­ben met noch een[en] gemeyn[en] weerdribbe gronde en[de] allen de toebehoorten...”, gesitueerd tussen De Blauwe Voorschoot, toen eigendom van Jan Dresseleers zuid­waarts, het huis van Claes Baems noordwaarts en oostwaarts, de Cleynen Spiegel in de Pelgrimsstraat westwaarts. 

Welk gebruik werd er nu van de Groote Spiegel, de Spiegel en de Yseren Hoet gemaakt? We hebben hiertoe twee bronnen:

Cohieren 1577 - 1586[35]

 Huis (naamloos = Yseren Hoet?, ook ‘Cleynen Spiegel’), huur­waarde 50 gulden:
Eig.: De weduwe Claes Baems, vanaf 1582 Jan Staes.
Hu.: Gheeraert Laureys, slootmaker, vanaf 1582 Christiaen van Lummen, schoenmaker, in 1583: nu Gheert Antoniss[en], daarna C. v. Lummen, tot 1586: doorhaling en vermelding 'ledich'. 

Cleynen Spiegel, huurwaarde 80 gulden, vanaf 1583 60 gulden:
Eig.: De weduwe Claes Baems, vanaf 1582 Jan Staes.
Hu.: Seger van Erp, herbergier, vanaf 1582 Jacques vanden Driesschen, pasteibakker, vanaf 1584 Steven de la Noye. 

De Grooten Spiegel
Eig.: Claus Cleys van Loemele.
Valt uiteen in verschillende delen:
- Huis voor aan de straat, huurwaarde 40 gulden, vanaf 1583 definitief 54 gulden:
 Hu.: Jan Nollens.
- Pakhuis van de Grote Spiegel, huurwaarde 20 g, verdwijnt vanaf beschrijving 1582.
 Hu.: Arnoult Sconincx.
- Huis in de Grote Spiegel, huurwaarde 120 g.
 Hu.: Eustaes Deur, makelaar, vanaf 1582 Jooris Verstichel, herbergier, vanaf 1586 Cornelis van Schelvergem.
- Kamer "  "  "  ", huurwaarde 15 g, verdwijnt vanaf beschrij­ving 1582.
 Hu.: Karel de Vissche[r], poppenmaker.
- Kamer "  "  "  ", huurwaarde 15 g, vanaf 1582 24 gulden.
 Hu.: Henrick Pennant, lantaarnmaker, in 1585 (per vergissing?) ‘lantmeter’ genoemd, in 1586 ‘ledich’.
- Kamer "  "  "  ", huurwaarde 10 g, verdwijnt vanaf 1582.
 Hu.: Hans Moors, droogscheerder.
- Kamer "  "  "  ", huurwaarde 16 g.
 Hu.: [doorgehaald] Aert Wijgaerts, timmerman, veranderd in Roelant Chaerles, vanaf 1582: de weduwe Chaerles, ‘cleerbessemvercoopstere’, in 1586 ‘ledich’.
- Pakhuis, huurwaarde 24 g, verdwijnt vanaf 1582.
 Hu.: Jan Raeymakers.
- Pakhuis, huurwaarde 15 g, verdwijnt vanaf 1582.
 Hu.: De weduwe van Marten van Sassenbroeck.
 

GA 4833: Register 1584, f° 345 r° -  v°.

Yseren Hoet
niet apart teruggevonden, mogelijk te identificeren met het volgende pand.

Cleynen Spiegel
Eig.: Jan Stas in de Beuckelaerstraat.
Hu.: Gheert Anthonissen, poorter, schoenmaker.

De Grooten Spiegel
1° Een deel ervan heeft Jan Stas als eigenaar, d.i. waarschijnlijk de gewone Spiegel.
- Een deel wordt verhuurd aan Steven van Larmois, kleermaker en   zijn echtgenote.
- Op de kamer huren twee weduwen.
2° Een deel is in eigendom van de wezen van Meester Steven van Loemele, d.i. waarschijnlijk de ‘echte’ Grooten Spiegel'.
- Een deel wordt verhuurd aan Jooris Verslicher, herbergier.
- Achter de Grooten Spiegel huurt Lambrecht Crugher, kleermaker.
- Ook noch achter de Grooten Spiegel huurt de timmerman Aert Wyngaerts en zijn echtgenote.
- Er is nog een leegstaand huis.
- En nog een leegstaand huis dat Jan Nollens vroeger bewoonde.

Noteren we dat het pand aan de straatkant over een kelderdeur van 2 voet diep beschikte waarvoor de stad een cijns van 2 groten ontving[36].
 

5) Eigendom van de familie Wouters

Wat er ook van zij, op 6 juli 1594 worden alle Spiegels op de Oude Koornmarkt, met inbegrip van de Yseren Hoet na een openbare verkoop wegens wanbetaling van renten voor een erf­rente van 231 Car.g. per jaar door de amman overgedra­gen aan Pieter Wouters die het eigendom door­geeft aan Servaes Wouters. De beschrijving luidt als volgt: “... Een huysinge van voere tot achtere geheeten de[n] grooten spiegel metter plaetse[n] gaelderyen verscheyden stallen ende drye huysen voor aene strate gestaen en[de] gelegen al neffens een inde cortte cammerstrate alhier, tusschen thuys geheeten de[n] wyngaert ex una noortwaert ende thuys genaempt de[n] blauwe[n] voorsschoyt ex al[ter]a suytwaerts commende achtere westwaerts aen thuys genaempt tspiegelken...”[37]. Als laatste eigenaars van het geheel geeft men de erfgenamen van Steven Cleys van Loeme­le op. 

Op 16 februari 1596 komt het tussen de eigenaars van de Grote en de Kleine Spiegel met name Servaes Wouters enerzijds, en Magdalena Nederhoven die ook optreedt namens haar zuster Marie die in Duitsland woont, eigenaars van de Wijngaert, tot een  vergelijk inzake een aantal oude geschillen inzake lichtschep­ping en de afvoer van regenwater die al teruggaan tot de jaren '1530 en '1540[38].

Servaes Wouters en Martyne Verhoeven, zijn echtgenote, hadden minstens vier kinderen: Thomas, Barbara, Cornelia en Hans. Kort na het overlijden van Servaes en zijn vrouw sterft ook Thomas en op 27 juli 1606 verdelen de overgebleven kinderen waarbij Hans nog bevoogd wordt het aanzienlijke familiebezit waaronder ook heel wat koopmanschapen. Hans verkrijgt de Groote Spiegel die beschreven wordt zoals te voren waarbij men dus weer spreekt over drie huizen naast elkaar aan de straat gelegen en over die drie huizen wordt interessante informatie verstrekt: “... waer aff deen nu by Lenaerde den bontwercker bewoont wort, het tweede gen. is den yseren hoet, [ende] tderde den cleynen spiegel...”. Guillaume Nagels bewoont de Spiegel zelf[39].  Deze blijft duidelijk fungeren als herberg en in de jaren 1630 woonden er de herbergier Jan Leys(sen) en zijn dienstbode en latere echtgenote Heylken Souwen[40].  Er werden ook kamers verhuurd.  Zo woonde tot haar overlijden op 25 juni 1637 Beyken van Santvliet, weduwe van David van Enden, in een kamer van de Spiegel.  We beschikken over haar boe­del[41].

 

6) Verkaveling in drie aparte eigendommen

Nadat Hans Wouters is overleden en Cornelia Wouters was uitge­kocht belandde het geheel in de handen van Barbara Wouters, die gehuwd was met Cornelis de Wael. Hun kinderen en erfgenaen hebben in het najaar van 1652 de eigendommen stuk voor stuk verkocht. De wijkboeken maken onderscheid tussen drie grote panden en wij zullen dit voortaan ook doen: vanaf Hoogstraat naar Reyndersstraat krijgen we:

6.1. De '(Cleynen) Spiegel': wijkb. 3/100

Wordt op 23 november 1652 door de familie de Wael voor 1300 gulden verkocht aan Simon (de) Snoeck en Catlyne Orbies, die meteen hypothekeren voor 65 Car.g. erfelijk. Be­schrijving: “Een huys met vloere, ceucken, twee bovencamers, solders, pompe van putwater, een derdendeel vander weerdribben gelegen opde plaetse commende achter desen huyse, welcken weerdribbe tot gemeynen coste altoes sal moeten geruympt worden door den huyse genaempt oock den cleynen spiegel hierneffens suijt-waerts gestaen, ende sal desen huyse opde voorts. plaetse altoes syn licht blijven scheppen gelyck tselve tegenwoirde­lyck is doende, ende moet desen huyse leyden allen twater commende vande voors. plaese ende vuytte zode vanden huysen den grooten spiegel als mede t'water vanden huyse den wyn­gaert hier neffens noirtwaerts gestaen, gelyck allen tselve tegen­woirde­lijck is leydende, gronde ende allen den toebe­hoirten...”[42], gesitueerd tussen de andere Cleynen Spie­gel en de Wijngaert. In de akte over die andere naamgenoot vernemen we dat de schoenlapper Nicolaes Michielsen dit huis nog kort voor deze verkoop huurde. Het echtpaar bewoonde het huis wel degelijk blijkens de staat van het sterfhuis van Catharina Oorbus d.d. 20 juli 1656. Ze was er gestorven op 7 januari 1656 nalatende twee kinderen: Antonis, vier jaar oud, en Maria, zes jaar oud[43]. Tegen dat de staat was opgemaakt was Simon al hertrouwd met Elisabeth Offermans en het echtpaar bleef in de Cleynen Spiegel wonen blijkens de cohie­ren en het testament van Elisa­beth Offermans d.d. 22 juni 1663[44]. Het huis, uitge­rust met twee schoorsteen­pijpen had werd in 1659 belast op een huur­waarde van 40 gul­den[45], in 1667 op 54 gul­den[46].  Op 27 november 1667 verhuurt Hendricxken van Geldorp, blijkbaar de derde vrouw van Simon Snoeck het huis voor 72 gulden per jaar aan de brouwersgast Artus Neels.  De termijn bedraagt drie jaar en gaat in kerstmis 1667[47].  In 1672 wordt het voor 48 gulden verhuurd aan ene Jan Lintermans[48].

Na de dood van Simon Snoeck verkopen de voogden van zijn kinderen het huis aan Sara Thijsens, ‘geestelijke dochter’ voor 1531 gulden[49]. In 1679 beland het huis door haar toedoen in de handen van Jan vanden Bossche. Het huis kende volgende huurders: in 1681 Wouter van Niel, in het cohier van 1682 is zijn naam doorgehaald en vervangen door die van Maria van Loon[50]. Jan vanden Bo­sche werkt zich ondertus­sen in het nesten wat de financiën aan­gaat want op 10 maart 1696 verkoopt de amman zijn huis voor 750 gulden aan Maria Cops, een vrouw die welis­waar schuldeiser van hem was maar niet kon schrijven[51]. Reeds op 17 mei 1697 ont­doet zij zich van haar aankoop ten voordele van Clara vande Werve, de echtgenote van Anthoni Staeygroot die meteen hypo­thekeert[52].  Het wordt nochtans verhuurd voor zo'n 54 gulden per jaar: in de periode 1689-1708 zijn resp. Maria van Loon, Anna Cornelis­sen, Jan Baptist Dewidt, Jan Callens en Cornelis Ven huur­ders[53].  Clara's doch­ter, Clara Maria Menscheeren, ver­koopt het huis op 24 maart 1732 aan Paulus de Hoe[54]. We weten van deze man dat hij oudschoenmaker was, dat hij door zijn vrouw Anna Catherina van Beeck overleefd werd en we weten ook dat de Spiegel na haar dood op 5 september 1743 voor 630 gulden verkocht werd aan Daniel Delhaye en Marie Jenne Ferart die er waarschijnlijk niet hebben gewoond[55].

Notaris Joannes Baptista van Hencxthoven, testamentair execu­teur van het sterfhuis van Daniel del Haye, verkoopt het huis op 5 februari 1751 aan meester kleermaker Michiel van Overlaet en Catharina van Laer. De kopers betalen 520 gulden en hypo­thekeren meteen voor 500 gulden[56]. Bij de volkstelling van 1754 noteert men achter zijn naam, want hij woonde wel dege­lijk in zijn huis, ‘kleermaecker arm’. Het echtpaar had toen twee zoontjes die allebei 6 jaar oud waren[57]. Michiel zou het echter nog tot deken van zijn ambacht brengen.  

In de jaren 1770 komt het tot processen tussen Elisabeth de Bruyn, begijn, en de kinderen van Overlaet. De vader van Elisabeth had n.l. een hele tijd in het huis gewoond, het verhuurd, reparaties gedaan en de belastingen van de 20ste penning betaald en aan Michiel van Overlaet bepaalde sommen geld betaald (de 500 gulden hypotheekrente). Van dit laatste ontbraken weliswaar bewijzen maar uiteindelijk geven de kinde­ren volgens akte d.d. 12 juli 1776 toe en geven ze het huis aan Elisabeth die zes dagen later verkoopt aan de theehande­laar Joannes Baptis­ta Loos en Joanna van Ghendt, inmiddels al eigenaars van de andere Cleynen Spiegel[58]. Ze hypothekeren het meteen voor 400 gulden ten voordele van Elisabeth de Bruyn.  We vinden het echtpaar dan ook terug bij de volkstel­ling van 1796.  Waar­schijnlijk betreffen volgende gegevens een fusie van de twee Cleyne Spiegels.  J.B. Loos was toen 64 en koopman (-kruide­nier?).  Zijn echtgenote was 75 en als dienst­bode hadden ze de 32-jarige Marie Simons[59].  De waarde van het pand werd ge­schat op 3600 gulden.

 

6.2. (zonder naam in wijkboek) 'Cleynen Spiegel' wijkb. 3/101

De familie de Wael verkoopt dit pand op 9 november 1652 voor 4150 gulden aan de tingieter Joos Gielis die een erfrente verkoopt van 187 Car.g. 10 st. Op het ogenblik van de verkoop wordt het gehuurd door de weduwe van de tingieter Hans Gielis. De beschrijving luidt: “Een huysinge voor aent straete met vloere, ceuckene, camere hangende camere, bovencamer, solders, kelder mette helft vande plaetse comende achter den huyse genaempt den cleynen spiegel hierneffens noortwaerts gestaen... op welcke plaetse tselve huys altoes syn licht sal moeten scheppen gelyck tselve tegen­woirdich is doende, ende sal twater commende vande selve plaetse ende zode vande vuyt­spanninge den grooten spiegel hier neffens suytwaerts gestaen moeten geleyt worden ter straete waerts vuytte gelyck tselve tegenwoirdelyck is loopende door den selven huyse [de andere Cleynen Spiegel]... met pompe van putwater derdendeel van eender weerdribbe, waer van den put is liggende opde helft vande plaetse van... [deze 'Cleynen Spie­gel' die nu verkocht wordt, en hij moet over dit huis ook geruimd worden tot gelij­ke kosten]... ende sal den proprieta­ris vande voors. vuytspan­ninge, ende van desen huyse de deure comende int midde vande voors. plaetse mogen toemetsen tot gelycken coste, alsmede de deure vande twee solders comende op derve vande voors. vuyt­spanninge byden huerlinck van desen huyse gebruyckt wordende, die welcken twee solders selen moeten blyven van desen te vercoopenen huyse ende sal den proprietaris vande voors. vuytspanninge de selve mogen naer hem nemen, Ende voorts gronde ende allen den toebehoirten...”[60], gesitueerd tussen de Grote en de andere Cleynen Spiegel. Op dat ogenblik werd het verhuurd aan oudschoenmaker Nicolaes Michielsen[61].  

Op 24 juli 1656 geeft Joos Gillis tegen betaling aan Johanna Gillis, zijn zuster, en haar man Emanuel le Ceux, ook een tingieter, niet alleen zijn huis maar ook, koopmanschapen, winkelgoederen, “... de gereetschappen van vormen [ende] alle ander...” (waaruit blijkt dat het huis als tingieterij dien­de), en zelfs al zijn “... meublen haeffel[ycke] goed[er]en huysraet bedde houdtwerck lynen ende wullen tsyne lyve dienen­de...”[62]. In 1659 vinden we Emanuel terug als bewoner van zijn pand, huurwaarde 144 gulden, met twee schoorsteenpij­pen[63]. In 1667 en 1672 betaalt zijn weduwe op basis van 120 gulden huurwaarde[64]

Op 27 juni 1681 geeft Johanna Gillis, weduwe geworden, het huis te erven tegen een erfrente van 250 gulden (4000 gulden) aan Andries de Mangeleir, koopman en oud- deken van de Jonge Handboog, en Elisabeth Plisson[65]. Die gaat er niet zelf wo­nen: in 1682 en van 1689 tot 1708 betaalt Martinus de Cater, in 1696 en 1700 bij de meerseniers gekend als tingieter, op een huur­waar­de van 144 gulden zijn belastingen[66]. In 1754 wordt het pand verhuurd aan de glashandel van Joan Christian Schij­ner en één persoon huispersoneel[67]

Het zijn een hele reeks adelijke nazaten van Andries de Mange­laer en kooplui die op 3 februari 1761 het huis bij een verde­ling in de handen van Jonker Petrus Jacobus Franciscus de Meulenaer en de andere erfgenamen van Theodore de Meulenaer doen belanden[68]. E.H. Petrus Jacobus de Meulenaer, één van de andere erfgenamen, verkoopt het voor 2000 gulden op 14 maart 1765 aan Joannes Baptista Loos en Joanna van Ghent[69]. Dezen verwerven in 1777 ook het voorgaande huis dat ze met dit huis fusioneren als we de telling van 1796 mogen geloven (zie hoger).

 

6.3. De Grooten Spiegel wijkb. 3/102- 103

Op 26 oktober 1652 deden de erfgenamen de Wael de herberg met alles erop en eraan voor 7.020 gulden in de handen van Adriaen Verheymeulen en Helena Souwen belanden. We kennen, zoals hoger aangestipt,  Helena of Heyltken Souwen als zijnde gehuwd in de jaren 1640 met de toenmalige tavernier van de Spiegel Jan Leyssens[70]. On­danks de afsplitsin­gen bleef het er imposant uit­zien: “... Eene groote wtspan­ninghe van voere tot achtere met poorte ende de huysing­he [daer]nef­fens de voirs. poorte suy­twaerts met vloere ceuc­kene bovenca­mer commende boven de voors. poorte off in­ganck solder gronde [ende] alle[n] den toebehoirten genaempt tsamen de groote spiegel de voirs. wtspanninge metter plaetse gaelde­rye ver­scheyde stallen ende solders met ceuckene neerca­meren [ende] noch de helft van eender plaetse (soo die nu afgeschey­den is) comen[de] achtere tegens den huyse gen[aempt] den cleynen spiegel tegenwoirde­lyck in hueren gebruyckt wor­den[de] by Niclaes Michielss[en] oudtschoenmaec­kere...”[71], gesitueerd tussen de (andere) Cley­nen Spiegel en de Blauwe Voorschoot, en achteraan aangrenzend aan de Cleynen Spiegel van de Pelgrims­straat. Voor de eigenaar van dit laat­ste pand, Andries vander Donck, moet Adriaen volgens een akte d.d. 23 juli 1654, werken aan de muur uitvoe­ren die door zijn beerput ‘bedorven’ was[72]. Voor details inza­ke lichtschepping, toemetsen van een deur, enz..., zie de vorige huizen.  Op 11 november 1656 laat Adriaen, die op 24 oktober in zijn herberg gekwetst op zijn bed ligt, een akte opma­ken i.v.m. een getuigenis van een chirurgyn[73]

Helena Souwen was vroeger met Jan Leysens gehuwd geweest en wanneer op 20 december 1658 inzake zijn erfenis met de kinde­ren uit dit vorige huwelijk wordt afgerekend weten Adriaen Verheymoelen en Helena de Groote Spiegel helemaal voor zich­zelf te behouden[74]. Zij staan ook genoteerd als betalers van de balastingen op de geschatte huurwaarde van 150 gulden in 1659, 1667 en 1672. Het eigendom was uitgerust met vijf schoorsteen­pijpen.  Naast het hoofdgebouw stond er nog een aparte woning die was uitgerust met nog eens twee schoorsteen­pijpen. In 1659 huurde ene Peeter Lindemans aan ongeveer 48 gulden, in 1667 bewoonde ene Vincent Boschuyt het voor slechts 36 gulden maar er is geen enkele vermelding in het cohier van 1672[75]. Op 7 februari 1681, na het overlijden van zijn echtgenote, blijft Adriaen weer enig bezitter[76]. Zijn testamen­tair execu­teur is Gaspar van Ysendyck, burgemeester van Heren­tals die het pand, dat toen werd gehuurd door ene Wouter van Niel, nog op 13 juni van datzelfde jaar aan Guilli­am Lussis en Josina de Haeye voor 7.000 gulden. De kopers moeten een erf­rente verko­pen[77], en ze betalen in 1682 en 1689 op een huurwaarde van 186 gulden belastingen[78].

Voor nog slechts 6050 gulden verkoopt de amman het op 7 novem­ber 1696 aan crediteur Jan Paulo vander Goes die het doorgeeft aan Jan Verreycken en Maria Stoffels die er onmiddellijk zijn gaan wonen[79].  In de cohieren vin­den we rond 1704 de weduwe van Jan Verreycken en rond 1708 huurt ene Peeter Lenaert[80].  Op 26 juni 1721 ver­kopen Jan Ver­reycken, waarschijnlijk een zoon van Jan sr., en zijn vrouw Isabel­la de Bruyn het pand aan de bakker Gerardus Corthoudt en Anna Witteck, ook Witdoeck genoemd. De nieuwe eigenaars moeten hiertoe de beta­ling van een erfrente van 312 gulden 10 stui­vers per jaar overnemen[81]. Op 28 augustus 1724 moeten hun vier kinderen (2 jongens en 2 meisjes waarvan alleen de oudste zoon meerderja­rig was) de eigendommen van dit toch niet onbemiddelde echt­paar verdelen. Naast landerijen weet de oudste zoon, Geeraert Corthout de Groote Spiegel, die nog steeds als uitspanning staat aangege­ven, te verwerven[82]. Op dat ogenblik was het pand belast met een rente ter waarde van 6000 gulden. Geeraert Corhout jr. was gehuwd met Joanna Maria Eeraerts van wie hij één dochter kreeg, Isabella.  Na de dood van Geeraert her­trouw­de Joanna Maria Joannes Baptista Ver­vranghen. Ze maken hun testament op 22 januari 1737 als Joanna Maria Eeraerts reeds ziek in bed ligt en dat ziekbed bevindt zich in de (Corte?) Cammerstraat dus hoogstwaarschijnlijk in de Groote Spiegel[83]. Nog in 1737 staat Joannes Baptist als weduwnaar geno­teerd en bijge­volg moet hij afrekenen met die ene dochter. Op 23 oktober van dat jaar wordt hij de nieuwe eige­naar van de Groote Spiegel. Een rente ter waarde van 5000 gulden moet nog steeds afbetaald worden[84]

Jan Vervranghen heeft duidelijk de traditie voortgezet en in de Grote Spiegel een herberg uitgebaat. In 1754 woonde hij daar met zijn vrouw, zijn drie zonen van resp. 2, 9 en 11 jaar oud, zijn twee dochters van resp. 6 en 13 jaar en 3 personen huispersoneel. Op de kamer logeerden “...de heer van Dun en de heer Spenray dross[aert] van Berchem...”[85]. Elisabeth Bervoets, in 1791 weduwe van J.B. Vervrangen, verkoopt, samen met de zes kinderen aan Arnol­dus Franciscus Gijbels en Anna Maria de Cleir op 22 oktober van dat jaar voor 10.000 gulden de Groote Spiegel. De verkopers betalen met behulp van erfren­ten en ze verkopen voor 2924 gulden aan Elisabeth Bervoets een bijzonder prestigieus pand: “... Een huys met winckel, neer­kaemer, groote keukene met pompe van put ende regenwaeter, hangende caemer, vijf bovencaemers, waarvan vier met nieuwe Italiaansche schouwen, twee solders, twee extra groote kel­ders, gronden ende allen den toebehoorten...”, genaamd Bour­gondien en gesitueerd ‘Boven de Vismarkt’ tussen de Zilver­smidstraat en de Kuiperstraat tussen het huis ‘Vallois’  en ‘Den Salm’. Als men ziet wat de weduwe Vervrangen dus voor nog geen 3000 gulden kon krijgen kan het belang van de, nochtans al zwaar geamputeerde Groote Spiegel, waarde 10.000 gulden, moeilijk overschat worden[86]

In 1796 woonden A. Geybels, 43, herbergier; zijn echtgenote Anna de Cleir, 40, hun kinderen Marie, 20, Piere, 15, Jean, 12 en François, nog geen 12 jaar oud in het pand.  Zij lieten zich op hun wenken bedienen door Catrina Robert, 22 en Hubert Leys, 50.  De waarde bleef 10.000 gulden[87].

Ook in 1898 was de Spiegel nog steeds een hotel[88].

 


[1] E. GEUDENS, Plaatsbeschrijving der straten van Antwerpen en omtrek, vol. 2, Eekeren- Donck, 1906, p. 184 - 185.

[2] Archief O.C.M.W. Antwerpen, HG, R 152, f° 1 r°.

[3] SAA, V 1980, f° 24 r°.

[4] SAA, SR 4, f° 173 v°. Merken we op dat de van Esbemdes een uitgebreid geslacht vormden in de XVde eeuw. Zo kennen we rond 1466 ook nog Jan en Michiel van Esbemde, barbiers. Zie: SR 70, f° 212 r° en 275 v°.

[5] SAA, SR 4, f° 282 v°; SR 8, f° 279 r°. Over de familie van Espemde zie ook nog PK 3258 (= Genealogische nota's Bis­schops), nr. 207; E. GEUDENS, Op. cit., p. 188 - 190.

[6] SAA, SR 32, f° 299 v°; SR 34, f° 39 r°.

[7] SAA, SR 43, f° 54 v° - 55 r°; SR 42, f° 89 v° van 14/11/1449.

[8] SAA, SR 44, f° 514 r°.

[9] SAA, SR 45, f° 98 v°.

[10] SAA, SR. 47, f° 235 v° - 236 r°.  Dit merkwaardige huurcontract (duurtijd 12 jaar) stipuleert ook nog dat Jan Conthier 4 dagen moet metsen en tien dagen moet timmeren op verzoek van Peter en dat reparaties aan het huis door Jan dienen te gebeuren op eigen kosten.  Merken we op dat inzake De Spiegel Lysbette van Espemde en haar broer Peter met elkaar nog begin 1454 in conflict waren: SR 46, f° 87 r°;  Rentenbrief met vermelding van andere van Espemdes: SR 46, f° 192 v° en f° 379 v°.

[11].SAA, SR 49, f° 222 v°, 226 v°, 348 v°.  In een andere renten­brief d.d. 17/01/1454 o.s. is er sprake van een rente op een pand tussen den Cleynen Ram en de Grooten Spie­gel: SR 48, f° 130 v°; en in een rentenbrief van 12/02/1454 o.s. situeert men het pand de Grooten Spieghel tussen Jan Conthiers huis de Yseren Hoet en de Cleynen Spie­gel: SR 48, f° 191 r°;  zie ook SR 48, f° 231 r° van 24 juli 1454. Het vrij hoge aantal (vrij dure) rentenbrieven dat Peter van Espemde afsluit wijst er misschien wel op dat hij er finan­cieel niet zo goed voor­stond en de verkoop die vrij snel volgt is dan de bevesti­ging van een financiële crisis.  Zie ook nog SR 47, f° 312 r°.

[12] SAA, SR 48, f° 178 r°.

[13] SAA, SR 96, f° 324 r° - v°.

[14] SAA, SR 105, f° 206 r° - v°.

[15] SAA, SR 147, f° 77 r°.

[16] SAA, SR 155, f° 271 r° - v°.

[17] SAA, SR 160, f° 47 r°.

[18] SAA, SR 194, f° 496 r°.

[19] SAA, SR 207, f° 204 r° - v°.

[20] SAA, SR 222, f° 150 r°.

[21] SAA, SR 257, f° 150 r° - 151 v°.

[22] SAA, SR 259, f° 46 r° - 47 r°.

[23] SAA, SR 270, f° 256 r° - 257 v°. In feite gaat het hier over twee percelen in de Pelgrimsstraat, n.l. de Engel en de Cleyne Spiegel die toen nog wel drie huizen vormden.

[24] SAA, SR 279, f° 16 r° - 29 r° (over een grote erfenis gespro­ken!).

[25].S.R. 257, f° 242 v° - 243 r°; S.R. 288, f° 257 v°.

[26] SAA, PK 2923 (=de BURBURE, historische nota's dl. IV), p. 17. O.m. de graveur Hieronymus Cock behoorde tot zijn klienteel.

[27] SAA, SR 279, f° 340 r° - 341 v°; f° 345 v° - 346 v°.

[28] SAA, SR 270, f° 257 v°.

[29] SAA, SR 279, f° 137 v° - 138 r°.

[30] SAA, SR 324, f° 432 r° - 433 v°.

[31] SAA, SR 324, f° 225 v° - 227 v°.

[32] SAA, SR 328, f° 134 r° - 135 r°.

[33] SAA, SR 324, f° 244 r° - 245 r°.

[34] SAA, SR 339, f° 550 r° - 562 r°.

[35] SAA, R 2181, f° 92 v° - 94 r°; 2291, f° 97 r° - 98 r°; 2292, f° 88 r° - 89 r°; 2211, f° 94 r° - 95 r°; 2223, f° 93 r° - 94 r°; 2323, f° 91 r° - 92 r°; 2242, f° 95 r° - 96 r° ; 2354, f° 96 r° - 97 r°.

[36] SAA, T 167, f° 40 v°.

[37] SAA, SR 413, f° 102 r° - 103 v°.

[38] SAA, SR 423, f° 16 v° - 17 v°.

[39] SAA, SR 464, f° 139 r° - 145 v°.

[40] Merkwaardig is volgend voorval opgetekend op 7 maart 1631. Drie weken voor vastenavond 1631 is Mathys Huyven, deken van de vleeshouwers, samen met één van de officieren van de schout naar de Spiegel gekomen.  Hij heeft daar in het bijzijn van 5 vreemdelingen die in de herberg te gast waren een schaaps­schou­der die men voor hen aan het klaarmaken was van het spit getrokken en geconfisqueerd zeggende dat het “buyten vleesch” was.  Op 11 februari 1636 verkoopt Jan Leys(sens), wonende in de Spiegel aan Henrick Lickens uit Wilrijk een hengst.

Bronnen: SAA, N 3753 (1631), f° 169 r° - v°;  N 3755 (1636), f° 37 v°; N 3756 (1637), p. 79.

[41].Zie bijlage. Bron: SAA, N 3756, p. 206 - 210.

[42] SAA, SR 722, f° 184 r° - 185 r°.

[43] SAA, N 3773, ongefolieerd, akte nr. 93. Testament van Catharina Oorbus d.d. 16 december 1655: N 3772, f° 86 r°- v°. Er valt te lezen dat zij is “sieckel[yck] inden arbeyt liggende” en ze kon de akte niet meer ondertekenen “... midts haeren swaeren arbeyt [van] kinde [ende] dat sy haer niet en can moveren  noch verueren...”.

[44] SAA, N 3780, f° 9 v° - 10 v°.

[45] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,onge­folieerd.

[46] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd.

[47] SAA, N 3784, f° 118 v°.

[48] SAA, GA 4829, cohier eerste wijk, nr. 228.

[49] SAA, SR 823, f° 223 v° - 224 v°.

[50] SAA, SR 888, f° 79 r° - 80 r°; GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 31 v°, nr. 222.

[51] SAA, SR 972, f° 147 r° - 148 v°.

[52] SAA, SR 978, f° 493 r° - v°.

[53] SAA, GA 4832, f° 66 r°, nr. 222; R 2516: Cohier vant huyshuer­gelt 1689, ongefolieerd.

[54] SAA, SR 1108, f° 31 r° - v°.

[55] SAA, SR 1146, f° 286 v° - 287 v°. D.D. kon niet schrijven; N 3137, ongefolieerd, testament van Daniel del Haye weduwnaar van M. J. Ferard d.d. 4 september 1750 situeert hem in de ‘Vuylisstraete’.

[56] SAA, SR 1178, f° 274 v° - 277 r°.

[57] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 45, nr. 176.

[58] SAA, SR 1258, f° 179 r° - 181 v°; SR 1262, f° 334 v° - 335 v°.

[59] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2433.  Het is merk­waardig dat de meerseniers Loos wel vermelden als theehan­delaar in 1768 en 1773 maar niet meer daarna (GA 4221 en 4224).

[60] SAA, SR 722, f° 233 v° - 235 r°.

[61] SAA, SR 721, f° 58 v° - 59 r°.

[62] SAA, SR 738, f° 205 r° - v°, zie ook 204 r° - v° betreffende de betaling.

[63] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,onge­folieerd.

[64] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd; GA 4829, cohier eerste wijk, nr. 229.

[65] SAA, SR 887, f° 15 r° - 16 v°.

[66] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 31 v°, nr. 223; GA 4832, f° 66 r°, nr. 223; R 2516: Cohier vant huyshuergelt 1689, 2e kapitein, 1e wijk, nr. 223; GA 4218-19.

[67] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 45, nr. 177.

[68] SAA, SR 1213, f° 332 r° - 335 v°.

[69] SAA, SR 1224, f° 62 v° - 63 v°.

[70] SAA, N 3759, f° 164 r°.

[71] SAA, SR 722, f° 246 r° - 247 v° en 252 r°.

[72] SAA, N 1906, f° 46 r° - v°.

[73] SAA, N 3773, f° 121 v° - 122 r°.  Op 5 december daaropvolgend vernemen we de oorzaak van de verwondingen: een vechtpartij in ‘Den Bonten Os’ in Oosterweel waar hij bij betrokken was: N 3773, f° 198 v° - 199 v°.  Noteren we ook dat hij in 1657 als waard in de Spiegel staat geboekstaafd maar noch hijzelf, noch zijn echtgenote konden schrijven: N 3790, f° 65 r° - v°.

[74] SAA, SR 751, f° 116 r° - 117 r°.

[75] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,onge­folieerd; R 2503: Lyste vande cohier..., (idem); GA 4829, cohier eerste wijk, nr. 230.

[76] SAA, SR 888, f° 99 r° - 100 v° en 156 r°.

[77] SAA, SR 888, f° 79 r° - 80 r°.

[78] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 31 v°, nr. 224.

[79] SAA, SR 972, f° 177 v° - 179 v°.

[80] SAA, GA 4832, f° 66 r°, nr. 224; R 2516: Cohier vant huyshuer­gelt 1689, ongefolieerd, eerste wijk, tweede kapitein, nr. 224.

[81] SAA, SR 1069, f° 172 v° - 174 v°.

[82] SAA, SR 1081, f° 409 r° - 415 v°.

[83] SAA, N 1732, ongefolieerd, akte nr. 24.

[84] SAA, SR 1125, f° 169 r° - 170 v°.

[85] SAA, PK 2561 : Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 45, nr. 178. Hun testament d.d. 4 november 1741 signaleert hun huis in de Korte? 'Cammerstraete': N 1741, ongefolieerd, akte nr. 299.

[86] SAA, SR 1308, f° 590 v° - 593 v°; f° 600 r° - 601 v°.

[87] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2432.

[88] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 56 en 58).

Boedelinventaris van het sterfhuis van Beyken van Santvliet, weduwe van David van Enden, gestorven op 25 juni 1637 om 11 u. s'morgens in haar woonkamer in de Spiegel.

Zij heeft een natuurlijke dochter, Janneken van Kerstel, zeven jaar oud, van Vincent van Kerstel.
De inventaris werd opgemaakt op haar sterfdag.
Bron: SAA, N 3756, p. 206 - 210.

[p. 206]

Ierst eenen lanterne
I sluyt corffken
I slecht marienbeeldeken
I kintscorff [daer]inne een deel lyne prondelrye
twee preeckstoelen,
anderhalff syde speck
I hesp,
I houten keersback
I schabeltafelken
I teenen lampe,

I veger,
I mans

[p. 207]

leen stoel met groen laken becleedt
I stroeyen stoelken,
4 houte mans leenstoelen
II drye voetstoelen
vyff houten vrouwe stoelen,
I yseren panne,
eenen blaesbalck,
I rooster,
I treft,
eenen cooperen vierketel,
I hangel,
I haeckhangerken
I houten soutvat
I yseren brantysere
II tangen,
I quaet schopken,
I groen [ende] een witte spaensche saergien
I oorcussen
I weynspit
I yseren schuppe
I yseren tange
I yseren fourket,
III coopere becxkens
II coope[ren] blaeckers,

I cleyn coope[ren] kindereemerken

I yse[ren] keerssnutter
I tennen bierpot
II tennen waterpotten
I tennen pintken
I tenne mate van een uperken
I steenen wynpot met een tennen decxel
II wynpintkens met tenne decxels,
ses steenen so bierpotten pinten uperken als stoop, al met tenne decxels
I coopere vischpaen,
I houten lepelberdeken
I cooperen boterpanneken
I cleyn coopere ketelken
III tenne candelaers
I tennen mostaertpot
I tennen perperbusse,
6 tenne lepels
Tweelff tenne commekens,
I gegaette tenne teljoor
8 tenne schotelen van 3 1/4 Lb. [pond] tstuck
6 tenne schotelen van 2 3/4 Lb. tstuck
I tennen wynuperken,
I tennen wynpint
I tennen soutvat,
I tennen suypencroes
3 cleyn tenne maetkens
I cleyn witsteenen halff uperpotken met een tennen decxel,
seventhien tenne teljooren
vyff witte posteleynen,
I herthouten gelaesberdeken,
6 wyngelaesen,
I cleyn bleck raspken,
II blecke schoteldecxels,
I cooperen potdecxel,
I schotel van 2 1/2 Lb.
I schotel van 1 1/2 Lb.
II cleynder tenne schotelen,
I steenen mostaertpot met een tennen decxel
I weeckhouten rechtbancke met 2 deuren [daer]inne I cooperen gegaet becxken
I coop[eren] schaellien met een yse[ren] baecxken 

[p. 208]

I roode geschilderde schotel,
I gouden rooden trourinck
II cooperen] blecken dienen[de] tot een flesse
I steenen oliepot,
I ghoten belleken
I boeck [daer]inne staen[de] diversche printen
I cooper[en] eemer,
I steenen boterpot

I coope[ren] aecker I cooper[en] vierteyle

I deel ysere rommelrye,
I ysere hamer met een ysere steel
I yse[ren] pot
I yse[ren] ketellien,
wat eerdewerck,
I houten treseerbecken,
I coope[ren] vischpaenken
I yse[ren] potdecxel,
I herthouten bancxken
I herthhouten wttrecken[de] taeffel,
I roode saergie
I breynaetcussen daer aen omtrent vier ellen breynaet
I houten elle,
II carpette taefelcleederen,
I schilderye van Maria Magdalena olie [ver]ve op panneel in een gestoffeerde lyste,
I herthouten persse
wat borstels,
I stryckyser
I goutgewicht,
II houte leeuw backessen
IIII cooperen candelaers
II wat cleyner cooperen candelaers,
I cleyn cooperen] candelaer,
I schilderyken een mandeken bloemen in lyst op doeck olie verve,
I ticktackbert mette schyven
I schilderye op doeck in lyst van een bancketken
I herthouten capstock van twee
I geschildert gansespel op panneel
I cleynen spiegel,
I herthoutten schappraeye met vier opgaende deuren [daer]inne bevonden
I carleen vlieger
I coignetten samaer,
I aeckensaeye schorsse
I vrouwen vilten hoet
I swertte saeye borste,
I wit trypen lyffken,
vyff witte lynwaete [voor]schoeyen
I fluwyne
4 banckdoecken
seven vrouwen hempden
drye paer slaeplaeckenen,
II neusdoecken
III servetten
I banckdoeck
I carleen vlieger
I carleen rock gevoedert met seven passementen geboort
I sattyne borste met garnisoen geboort [ende] met goudtdrate cnoppen
I rasille borste ongeboort met goude gedraeyde cnoppen
I carseyden rock 

[p. 209]

met 3 fluweelen boorden gevoedert met blauwen baeye
I coignetten vlieger,
I herthouten amarisken met 3 sloten [ende] opengaende deuren [daer]inne
acht servetten
vier snutdoecken
4 ammelaeckxkens
4 banckdoecken,
1 paer hantschoenen
II quade hempden
I swerten armosynen [voor]schoeyt
16 ondersten van halsdoecken
II fluwynen
I neusdoeck met een cantken [daer]aene
4 engelschehullen,
I craech alamode
I [paer] ponjetten met cantten
I nachthalsdoeck,
7 fyne slaephuyven met cante
8 slaephuyven
3 cragen met cante
I craegh sonder cante
II memoriedoecxkens
I mans slaepmutse
I tuytenbant,
I swerte fluweele mouffel,
I bouratten huyck,
I fluweelen hoet met syde coordekens,
I quade fluweelen hoet met coordekens,
II vrouwe lobben,
I vrouwe craech [ende] II haeskens met canten
I hemtcrage,
I coope[ren] wywatervaetken,
een bedde metten hooftpeulue,
I oorcussen,
een slechte witte saergie,
een groen laekene sittecusse,
een minime laecken rocxken gevoedert met blauwen baey
I carsye assgrauwe rock met twee swerte frauweele boorde ende gevoedert met blauwen baey,
een stael blauwlaeckene rocxken geboort met XII saeye coorde­kens gevoedert met blauwen baey,
een carleegestickt lyff,
een swert baey leffken,
een roode rassette slaeplyfken,
I tappyte sittecussen
I herthoute schutsel
twee blauw rassette gordynen ende een valle met saerge ende syde frenien,
een harte houte koetse,
een roye ende swarte caffaborste
vyfthien silvere cnoppen,

[geld...]

... een peerle aen een pampier hangende...

[papieren]

[p. 210]

...

wat geel gelase teeckenen,
een silvere hootyserken met 4 peerelkens [daer]ane
eenen paternoster met een silvere cruys [daer]ane daer op gesneden de name van Maria Jesus Anna ende St. Joseph [daer]a­ne hangende een coraele teecken, ende 2 cleyn silvere medael­lekens,
eenen silvere sleutelriem metten haeck,
[eenen] silveren lyffriem [daer]ane oock met eenen haeck [ende] een silvere mesketen [daer]ane, [daer]ane hangende eenen gestoffeerden cocker [daer]inne wesende een mes met eenen beenen hecht,
wat dooskens,
 

[papieren]

...

een harthoute ledicantken,
eenen baeckelkorff,
een berrie,
twee laecke bardekens,
I hart houte spenne banck,
een harthoute bancxkens,
een bedde met hooftpeulue,
een cleyn beddeken
eenen houten mansleunstoel,
I baelten...

[papieren]