De Wijngaert: Oude Koornmarkt 56

Boedelinventaris Margriete Lanssens, 26 juli 1637
Boedelinventaris
Martina Elisabeth de Meyer, 30 juni 1764

 

Terug naar het overzicht van de huizen

 

 

De Wijngaerd komen wij wel degelijk tegen in XIVde eeuwse documenten.  In 1372 zouden de kartuizers het doorgegeven hebben aan ene Peter Boenaert die het op zijn beurt in 1374 zou laten aan Reyndier van[den] Driesche[1].  In akten d.d. 3 oktober 1393 en 14 augustus 1399 zegt men dat dit huis van Michiel Kyekens was (voor 1393 dus)[2].  Zijn dochter, Margrie­te, gehuwd met Wouter Maes, verkoopt haar achste deel van dit huis en de Haghe aan Jan vander Heide, Clauszone.  Die bena­ming Clauszone is belangrijk want de eigenaar van het latere Handvat, Oude Koornmarkt 54, heette ook Jan vander Heiden maar krijgt als bijkomende aanduiding ‘van Wilrike’[3].  Onze Jan vander Heiden, Clauszone, was dus ook eigenaar van de Haghe en zijn zoon, op zijn beurt weer een Claus, verwerft het pand na een verdeling met zijn zuster Barbele op 17 januari 1414 (o.s.)[4].

 

Op 26 augustus 1423 wordt het door Claus Willems, zoon van Jan vander Heyden, doorgegeven aan Lucas Adriaens. Blijkbaar gebeurt er dan een vrij ingewikkelde verdeling want op 12 juli 1443 geeft Cornelys van Overschelde 1/8 + 1/16 van het huis aan Claus Adriaenssens. Hij heeft het samen met zijn dochter Katline verkregen na het overlijden van zijn zwager Adryaene Clauss. Dit verklaart misschien ook waarom we in akten over het Handvat in de jaren 1450 Claus Adri­aens als buurman aantreffen[5].  Op 22 oktober 1479 verkoopt Lucas Adriaens, schilder een rente “... op zyn huys mett[en] plaetsen halve[n] borneputte, stalle gr. en[de] toebeh[oorten] geh[eeten] den wyngaert...”, gesitu­eerd tussen het Handvat en de Cleyne Spiegel[6]. Op 17 juni 1483 zou hij zijn huis doorgege­ven hebben aan Henrick van Regenmor­ter.  En in 1489 zou ene C.A. van Crompthout het huis hebben doorgege­ven aan Jan Schuy­le en Robrecht vande Sporct[7].

 

Een volgende eigenaar die we met naam kennen is Jan Wytinck. Zijn crediteuren doen het huis op 18 januari 1494 in de handen van Dierick Eus Peterssone belanden voor een erfrente van 12 pond groten per jaar[8]. Op 24 januari 1511 geven Huibrecht van Molle en zijn echtgeno­te Petronella Eus voor een erfente van 6 ponden 4 sch. 8 p. gr. het huis Den Wyngaert, gesitueerd tussen ‘Den Cleynen Spiegel’ en ‘Thant­vat’ aan de Keulenaar Frans Cluetinck[9]. De comparanten hebben het verkregen van hogergenoemde Dierick Eus, vader van Peternelle, en haar zuster Katline. De weduwe van Frans Cluetinck, Margriete van Vissenaken, verkoopt het voor 55 pond 14 sch. 11 p. en wat achterstallige schulden aan Ulrik Nyder­hoven[10].  Op 7 november 1539 verwerft zijn zoon Jan van Neder­hoven het[11]. Via zijn dochters, Magdalena en Maria van Nederho­ven, belandde het in de handen van Heer Jan van Montfort, raadsman wat betreft de munt van de aartshertogen Albrecht en Isabella, een zoon van Maria van Nederhoven.

(Er zijn geen akten tussen 1550 en 1617)

 

In de periode 1577 - 1586 verhuurde de familie van Nederhoven het pand in twee delen: het voorhuis, huurwaarde 70 gulden, werd volgens de cohieren continu bewoond door François van Dormhage die mogelijk de kruidenier Severyn Reynkens was opgevolgd. De achterzijde, huurwaarde 30 gulden, werd in eerste instantie bewoond door de uitspanningshouder Joris Dert tot dat de weduwe van Hans Nederhoven er zelf ging wonen vanaf 1582 en de huurwaarde voor de belastingen werd teruggebracht op 15 gulden. De rede was dat de betreffende weduwe arm was. Volgens het ‘Register houdende de huysen...’ uit 1584 stonden zowel voor- als achterhuis leeg in dat jaar[12].  Rond 1600 huurde Sacharias van Lint, de vader van de stadsbode Antonius van Lint die later woonde Pelgrimsstraat 21.  Hij heeft op eigen kosten een pomp gemaakt in de winkel[13].

 

Op 2 september 1617 verkoopt Dominicus Wouter, aartshertoge­lijk muntmeester in Antwerpen, in opdracht van Heer Jan van Montfort, de Wyngaert aan de boekbinder Anthoni Gillis en Maria Verryt. De koopsom is onbekend: een gedeelte was be­taald, een gedeelte omgezet in een erfrente van 57 gulden per jaar. De kopers moeten verder hun huis hypothekeren voor 62 gulden per jaar, rente die ze verkopen aan een bekende Antwer­penaar: Jan Moerentorff oftewel Moretus. Het huis was ook niet zo onbelangrijk volgens de beschrijving: “... Een huysinge met stalle plaetse borneputte regenbacke neercamer stove gronde [ende] allen de toebehoorten”[14]. Hieruit zou men kunnen af­lei­den dat de Wijngaert, zoals de cohieren suggereer­den, mogelijk als herberg of dan toch als koopmanswo­ning had dienstgedaan

 

De nieuwe eigenaars hebben hun huis aangepast aan andere behoeften en op 17 juli 1625 verkopen ze een voormalige borne­put die als secreetput wordt gebruikt aan Artus Geerts, de eigenaar van het Handvat. Het ruimen van deze put mag via de Wyngaert blijven gebeuren maar uiteraard op kosten van de eigenaars van het Handvat[15]. Wanneer Marie Verryt, weduwe geworden, het huis op 18 maart 1634 aan de houtbreker Augustyn vande Werve en Barbara van Thienen verkoopt lezen we dat het gaat over: “... Een huysinge met stalle plaetse borneputte ende regenbacke neer­caemere diverse bovencamers solders kel­ders gronde ende alle[n] de[n] toebehoorten...”[16]. We beschik­ken over een boedel d.d. 29 juli 1637 van Margriete Lanssens, een vrouw die de dag daarvoor overleden is. Merk­waardig genoeg noteert men als haar woonhuis het woonhuis van Anthonis Gil­lis, de boekbinder (zie bijlage 1).  Een huurster, Maria Corne­lissens, weduwe van Jacques Smits en hertrouwd met Hans van Paesschen, laat op 24 juli 1656 haar testament in de Wyngaert opmaken[17].  In 1659 ver­huurde men het huis dat was uitge­rust met 4 schoor­steenpijpen en een huurwaarde had van 96 gulden aan Geeraert Huybrechts[18]. Ondertussen was Barbara van Thie­nen gestorven nadat ze Augu­stijn een dochter, Anna, had gege­ven. Deze deed afstand van de Wijngaert ten voordele van haar vader die hertrouwde met Barbara de Pooter. Weduwe geworden verkoopt ze het huis op 7 juni 1660 aan de timmerman Andries van Hove en Anna de Laet voor 3607 gul­den[19].

 

Andries van Hove staat in 1667 en 1672 genoteerd als inwonend eige­naar en hij heeft, mogelijk door als timmerman het nodige doe-het-zelf-werk te doen, de huurwaarde van zijn pand doen optrekken tot 200 gulden waarmee de Wijngaert meteen één van de presti­gieuzere woningen in een toch niet onbelangrijke straat werd[20]. Bewoner in 1682 en 1689 (de huurwaarde was inmiddels gezakt tot 150 gulden) was ene Jacques la Fosse, misschien familie van Gerard La Fosse die nog in het Handvat had ge­woond[21]. Op 9 september 1687 wijst de amman het huis toe aan de voornaam­ste schuldei­ser van de erfgenamen oud- schepen Jacobus de Mont[22]. Op 18 december 1697 wordt er ver­kocht aan de kremer Meester Jacobus Cornelissens (zie Hand­vat) en Anna Maria Haenegraeffs die daarvoor een erfrente verkopen van 187 gulden per jaar[23]En zij hebben er zeker gewoond in het begin van de XVIIIde eeuw (1704) maar in het cohier van 1689 dat de situatie van voor en rond 1708 weergeeft staat ene Jacobus Servae­sens als bewoner opgegeven[24]. J. Cornelis­sens zal later her­trouwen met Elisa­beth van Oude­naerde. Zijn twee dochters Maria Catherina en Isabella Maria Cornelissens worden eigenaar van de Wijn­gaert op 28 september 1725[25]. Later wordt Maria Catheri­na de enige eige­na­res en samen met de voogd van haar kind dat ze had van Jan Fransois van Croonen­bergh ver­koopt ze het huis op 19 mei 1736 voor 3000 gulden aan Peeter Verbert en Maria Angela Claphou­wer[26]. Volgens de volks­telling bewoonde deze Peeter Verbert, als schepen van de weeskamer en koopman in garen zijn huis alleen samen met drie personen huisperso­neel[27].  We beschikken over een gedeeltelijke boedel uit 1764 (zie bijlage 2)

 

Jonker Joannes Philippus de Hornes, schepen en weduwnaar van Vrouwe Maria Anna Petronella Pauwels, verkoopt het huis op 16 december 1788 aan Joannes Franciscus Gouy voor 6000 gulden[28]. Deze verkoopt op 30 september 1790 aan Jacobus Franciscus Josephus de Cuyper en Maria Theresia Carolina Aerts voor hetzelfde bedrag. De kopers hypothekeren meteen voor 4400 gulden ten penning 20[29].  We vinden deze mensen terug bij de volkstelling van 1796.  Het huis had toen een waarde van 3000 gulden.  Bewoners zijn Jacques de Cuyper, 30 en schilder; zijn echtgenote Trese Haerts, 30; hun kinderen Jean, 6 jaar; François, 4 jaar en Trese, 2 à 3 maanden, hun dienstbode Trese van der Geegten, 30 en Petronella Française, 22[30].

 

In 1898 werd er in de Wijngaart in borstels gehandeld[31].


 

[1] SAA, PK 2270, f° 373 r°.

[2] SAA, V 1980, f° 24 r°; SR 1, f° 224 r°.

[3] SAA, SR 1, f° 239 v°.

[4] SAA, SR 4, f° 270 v°.

[5] SAA, SR 32, f° 56 v°; SR 47, f° 76 r°.

[6] SAA, SR 96, f° 173 r°.

[7] SAA, PK 2270, f° 373 r°.

[8] SAA, SR 103, f° 170 r°.

[9] RAA, Schepenbrieven Antwerpen, doos II, nr. 290; SAA, SR 138, f° 217 v°.

[10] SAA, SR 152, f° 497 v° - 498 r°.

[11] SAA, SR 196, f° 448 r° - 451 r°.

[12] SAA, GA 4833, f° 38 r°; R 2181, f° 94 v°; R 2317, f° 11 r°; R 2286, 2213, 2237, 2350, f° 10 v° - 11 r°.

[13] SAA, N 3755 (1635), f° 229 v°.

[14] SAA, SR 527, f° 169 r° - 170 r°.

[15] SAA, SR 270, f° 357 r°.

[16] SAA, SR 627, f° 63 r° - v°.

[17] SAA, N 3773, f° 188 r° - v°.

[18] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,onge­fo­lieerd.

[19] SAA, SR 759, f° 166 r° - v°.

[20] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd; A. 4829, cohier eerste wijk, nr. 227.

[21] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 31 v°, nr. 221.

[22] SAA, SR 929, f° 44 r° - 45 r°.

[23] SAA, R 2516: Cohier vant huyshuergelt 1689, ongefolieerd, 1ste wijk, tweede kapitein, nr. 221; SR 977, f° 178 r° - 179 v°.

[24] SAA, GA 4832, f° 66 r°, nr. 221; R 2516, eerste wijk, tweede kapitein, nr. 221.

[25] SAA, SR 1083, f° 142 v° - 143 v°.

[26] SAA, SR 1120, f° 327 r° - 328 v°.

[27] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 45, nr. 175.

[28] SAA, SR 1298, f° 149 v° - 150 v°.

[29] SAA, SR 1303, deel I, f° 365 r° - 366 v°.

[30] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2434.

[31] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 54).

Bijlage 1: boedelinventaris van het sterfhuis van Margriete Lanssens, weduwe van wijlen Godevaert Smidts d.d. 29 juli 1637

Ze is op 28 juli om 1 u. na de middag in haar woonkamer in het woonhuis van de boekbinder Anthonis Gillis op de Oude Koorn­markt overleden.

Bron: SAA, N 3756 (1637), p. 184 - 186.

 

[p. 185]

Inden eersten een herthouten cleerschappraeye met 3 boven schappraeykens, [ende] twee onder deuren, [daer]inne bevonden

eenen swertten laeckenen vlieger met swertte baeye gevoedert ongeboort,

een roode stannette siele met drye saeye passementen geboort [ende] gevoedert met crap roode baeye, [daer]op een root stamette lyff met fusteyn gevoedert,

I moreyten lakenen rock met drye trype boordekens met roode carmosyne baeye gevoedert,

I root carmosynen baeyen siele met dry syde passementen ge­boort,

eenen swertten laeckenen rock geboort met eenen swertten fluweelen boort, [ende] gevoedert met rooden carmosynen baeye [ende] onder een syde frenie [daer]aene,

een aeckenssaeye capoetken,

I bouratten vlieger met dobbelwit gevoedert,

I carlen borse geboort met syde passement,

I carlen borse ongeboort

I dobbel witte voorschoeyt,

I capruyne met baeye gevoedert,

I swertte laeckenen mouffel met bont gevoedert,

I quaede vrouwen vilten hoet,

I yseren gewicht met een rinck [daer]aen van omtrent 8 Lb. [pond] gewichts,

3 tenne schotelene van 3 Lb. tstuck,

I tenne schotel van 4 Lb.,

acht vrouwe hempden,

vyff paere fluwynen groot [ende] cleyn,

vier paere slaepelaeckenen,

ses cleyne vrouwen craghen,

II ammelaeckenen,

2 groote droochdoecken,

II cleyn droochdoecken,

vier servetten,

elff ondersten van halsdoecken

II tenne lepels,

twee vrouwen lobben

4 blauwe voorschoeyen,

I bouratten huycke

 

[p. 186]

in caffe,

I cooperen sieketel,

I cooperen water eemer,

twee cooperen vischpaenen,

I fluweelen vrouwenhoet in caffe,

I herthouten amarisken met drye opengaende deuren,

I cackstoelken,

I herthouten coetse

I bedde metten hooftpeulue

noch een bedde metten hooftpeulue,

twee witte spaensche saergien,

een groen spaensche saergie,

I paer oorcussens,

I groenen geschilderden dryvoet stoel [daer]op een weeckhouten schyve,

I yseren hangel,

I yseren potheys,

I yseren tange,

I tennen lampe,

I cooperen blaecker,

I rooster,

I treft,

I herthouten slaepbanck,

twee houte groen geschilderde vrouwen stoelen,

I groenen laeckenen preckstoel,

een teenen setele,

II cussens gevult met vodderye,

twee gestreepte cussens met pluyme gevult,

I steenen stoop met tennen decxel,

I steenen bierpot met tennen decxel,

twee steenen pinten [ende] twee steene uperkens al met tenne decxels,

I paer schoenen,

I paer saeye gordynen met een valle met een saeye frenie tot een coetse dienende,

I marien beeldeken in een lyste met een gelaesken,

een gestreept saeyen schouwcleet met saeye frenien

 

                                                           

Bijlage 2: 'Inventaris van alle ende jegelycke de meubiliaire effecten de welcke Jouffr. Martina Elisabeth de Meyer alnogh ten anderen, is hebbende competerende aen d'heer Franciscus Peeter Dominicus Verbert ende die blyven berusten in den huyse genaemt den bloeijenden wijngaert...'

Opgemaakt op verzoek van Petrus Dominicus Verbert, enige zoon en kind van bovengenoemde.

Bron: SAA, N 4729, ongefolieerd, akte nr. 53 d.d. 30 juni 1764.

 

Opde boven achter camer

 

Dry groen stoffe gordynen met twee ditto vallen

Eenen spiegel voor de schouw ingemaeckt het goude leir opde selve camer met eenen hoeck uyt,

 

in de benede achter achter camer

 

twee roode gordynen met een valle een ingemaeckten spigel voor de schouw met de schilderye daer boven het goude leir waer mede de selve camer is behangen,

 

inde eetcamer

 

Een paer gaere damaste gordynen met een ditto valle

het goude leir daer mede de selve camer is behangen

Een cattoene gordyn voor de gelaese deure

Een ingemaeckten spigel voor de schouw met de schilderye daer boven

Een buffet

 

opde boven camer naest de plaetse boven de Eetcamer

Een paer gaere damaste gordynen met een val,

het goude leir daer mede de selve camer behangen is

 

opde boven voorcamer

 

acht witte cattoene gordynen van Eender breette met ditto val

het goude leir daermede de selve camer behangen is synde niet ten vollen,

twee geschilderhoute posten voor de schouw

 

opde camer van de Jouffr. de meyer

 

Een ingemaeckte schappraey

Een gaere damaste gordyn met een lynwaerte sonder vallen

 

 

Op de Meyssens camer

 

twee lynwaerte gordynen sonder vallen

twee ingemaeckte cassen d'een boven d'ander

 

op het portael

 

Een ingemaeckte cas

 

In den tweeden winckel

 

Eenen toogh met een kistien aen den toogh vast staende op twee herthoute cassen,

dry ingemaeckte cassen,

Een cleyn ingemaeckt casken,

alle de berdens,

 

In den voorwinckel

 

twee cleyn caskens met een ingemaeckte casse

Eenen toogh

alle de berdens

dry stoelen