Het Handvat, Oude Koornmarkt 54

Terug naar het overzicht van de huizen

 

De akten uit 1394, 1399 en 1400 zijn nduidig wat betreft de eigenaar: ene Jan vander Heyden uit Wilrijk[1].  Op 25 april 1404 wordt het huis gedaagd door Jan Denys.  De beschrijving spreekt over een huis met plaats, 'buere' en halve borneput[2].

 

Op 17 juni 1421 verkoopt Jan Danics, metalenpotgieter, het volledige huis aan Jan Melis, bontwerker. Een andere sumiere beschrijving waarover we beschikken dateert 13 juli 1452 wanneer Jan Melis en zijn echtgenote Lysbet Zwanaerts het huis verkopen aan Lysbette sBissscops: "... een huys met plaetsen halve[n] borneputte gr[onden] geheeten thantvat..."  gelegen op de Oude Koornmarkt tussen Jan van Woelputte (d.i. het Vagevier) en Claus Adriaens[3]. In verschillende rentebrieven van 1477-1479 duikt het pand op en men noemt als buurman enerzijds nog steeds Jan van Woelputte, anderzijds de Wijngaard[4].

 

Op 27 juni 1487 zou Katlyne van Regemorter het huis overgedragen hebben aan Cornelis vander Hoeven. De kinderen van Cornelis vander Hoeven geven het huis op 1 maart 1542 n.s. aan de bontwerker David Noblet voor 22 pond 18 st. 1 d. erfelijk[5]. Op 17 maart 1547 geeft Davidt Noblet zijn huis in erfelijk recht aan de grofsmid Franchois Verbruggen en diens echtgenote Marie Troukens. Dezen betalen ongeveer 87 Car.g. erfelijk[6]. Hun erfgenamen verkopen het op 18 november 1560 voor 31 pond erfelijk aan de paardenkoopman Jan Malschaert[7]. Voor n pond minder verkoopt diens weduwe, Carelken van Roye, inmiddels hertrouwd met stadsbode Librecht Martens, het huis op 13 juli 1577 aan de paardenkoopman Joris Sauternel[8]. Deze was ook eigenaar van de Rode Flesse en alvorens het Hantvat te verkopen op 26 juni 1582 voegt hij een stalletje van het Hantvat toe aan de Rode Flesse. Koper in 1582 is de glasmaker Jan Gobbaerts, gehuwd met Elisabeth Meskens. Vermelden we dat men op het Handvat een stadskeldercijns van 4 groten moest betalen vanwege de keldertrap die twee voet diep zat[9].

 

In de periode 1577 - 1586 duikt het Handvat onder een andere naam in de cohieren op: men noemt het dan de 'Tenten Pot', en men maakt een onderscheid tussen een 'huyse' of 'achterhuys', huurwaarde 47 gulden, en een 'voorhuyse', huurwaarde 80 gulden. Het 'Register houdende de huysen...' uit 1584 noemt dat voorhuis 'Het Lavoir' en het achterhuis 'Naest het voors. lavoir'. Over de bewoner van het voorhuis zijn ze het eens: Hubrecht Bedloo, een bakker die uit de omgeving van Luik afkomstig was. Het achterhuis was in 1577 bewoond door de kleermaker Lambrecht Cruckel uit Aken, vanaf 1582 door Heyndrick Andries. Volgens het register van 1584 stond het leeg[10].

 

Op 3 maart 1618 wordt het huis, na een door de amman georganiseerde verkoop, overgedragen aan Aert Geerts voor een erfrente van 140 gulden 5 stuivers per jaar. De amman was tot deze transaktie overgegaan op instigatie van de weduwe van Jan Snydels, Marie Ghysbrechts, die ons laat weten dat haar man nog betrokken was bij reparatiewerken aan het huis in de jaren 1586 - 87. Het wordt nu beschreven als '... Een huys genaempt het hantvat mett[en] vloere coeckene neercamer plaetse achterhuyse halven borneput weerdribbe...', die over het erf van de Wyngaert moet geruimd worden voor 1/3 van de onkosten maar waarbij het Handvat wel de volledige onkosten voor eventueel toemetsen moet betalen, en gesitueerd tussen de Wijngaert en het Groot Vagevier[11].

 

Aert Geerts was gehuwd met Anna Saddyn. Uit dit huwelijk ontsproten drie zonen: Hans, Artus en Guilliam. Na het overlijden van hun ouders beland het pand op 26 februari 1625 tegen een erfrente van 125 Car. g. in de handen van Artus, die bakker was[12]. Op 17 juli van dat jaar koopt Artus van zijn buurman Antoni Gillis, boekbinder, en eigenaar van de Wyngaert, een voormalige borneput die als secreetput wordt gebruikt. Het ruimen van deze put mag via de Wyngaert blijven gebeuren maar uiteraard op kosten van de eigenaars van het Handvat[13]. Op 2 januari 1630 verkoopt Artus Geerardts (zoals hij dan genoemd wordt) en zijn echtgenote Elisabeth van Lint aan Jacques de Genguy en Margriete de Latre het hantvat waarvan expliciet gezegd wordt dat het 'nu tot twee wooninghen geapproprieert' is. Misschien dat er om die rede een extra secreetput bijgekocht was[14].

 

De nieuwe eigenaars hebben er duidelijk niet gewoond, daarvoor waren ze, zoals nog zal blijken, van te hoge afkomst. In 1659 wordt het pand inder de naam 'Int Soutvat' als twee woningen verhuurd: n woning, huurwaarde 84 gulden en voorzien van twee schoorsteenpijpen werd bewoond door ene Hans Buyten, een kleinere woonst, huurwaarde 60 gulden en ook voorzien van twee schoorsteenpijpen door Guilliam Vandenberch[15]. In 1667 worden ons resp. Jan Buyden (Hans Buyten?) en de weduwe Vossem gesignaleerd in woningen die flink in huurwaarde gedaald zijn: naar resp. 72 en 48 gulden[16].

 

Op 13 maart 1671 verkopen de erfgenamen van Jacques de Genguy en Margriete de Latre; en het gaat hier o.m. over Jonkvrouw Isabella de Lattre, Vrouwe van Schilde; het Handvat aan de zijdekoopman Geeraert la Fesse of Lafos of Delfos en Maria Nestelroy voor 3005 gulden[17].  Hoewel ze op de Oude Koornmarkt hebben gewoond volgens het cohier van 1672 en de naamlijsten van de meerseniers van 1677 en 1681 waren ze niet in het Handvat in 1682 en 1689 toen ene Susanna Adriaensens toen het hele pand, huurwaarde 120 gulden, bewoonde[18]. Ondertussen verging het de eigenaars niet bijzonder goed en na wanbetaling van een rente doet de amman het huis op 8 november 1687 overdragen aan de schuldeisers t.t.z. de minderjarige Jonker Franciso de Bisthoven voor n helft en Catherina, Isabella en Jan Baptista Geeraert voor de andere helft. De aankoopprijs bedroeg nog slechts 2015 gulden[19].  Bij de verdeling van de erfenis van de familie Arents op 17 mei 1695, verkrijgt Jonker Francisco de Bisthoven, zoon van wijlen Heer Jan Carlo de Bisthoven en Jonkvrouw Isabella Everaerts ook de andere helft van het Handvat[20]. Rond 1700-1708 is Jan Baptista Speeckaert, verkoper van lijnwaat in 1696 en waarschijnlijk daarna (in 1700) zijn zoon of broer Guilliam bewoner van het geheel[21].  Op 22 mei 1709 verkoopt de Bisthoven het aan de koopman/kremer Jacobus Cornelissen voor 1950 gulden.  De meerse wijst ook hem in 1700 aan als wonende op de Oude Koornmarkt maar het cohier van 1704 ('1728') situeert hem in het buurpand de Wyngaert[22]. De erfgenamen van deze laatste en zijn vrouw Maria Anna Hanegraeff verkopen het op 22 september 1725 nu voor 3700 gulden (wat dus bijna het dubbele is) aan Joannes de Pester, gezworen stadsbode, en Barbara Lumoye of Lumery[23].

 

Een goed jaar later, op 11 oktober 1726, betaalt meester chirurgijn Petrus Govaerts 3500 gulden ervoor[24]. Hij bewoonde zijn pand blijkens de volkstelling van 1754. Samen met hem vormden zijn echtgenote, zijn twee zoontjes van resp. 6 maanden en 1,5 jaar oud en zijn twee dochtertjes van drie en vier jaar zijn gezin. Op de kamer woonde een veel oudere dochter van hem met haar man, chirurgijnsgast[25]. Weduwnaar geworden verkoopt hij, nadat zijn twee oudste dochter afstand hadden gedaan van het huis, het Hantvat op 7 juni 1760 aan Joannes Franciscus de Bruyn en Clara Maria de Coninck[26]. Op 3 maart 1764 verkopen dezen alweer aan meester chirurgijn Fredericus Anthonius Snoeckx voor 1600 gulden[27].

 

Volgens de telling van 1796 woonde hij er ook.  Hij was toen 65. Zijn gezin bestond verder uit Clair Pillerio, 53, dienstbode; Franois Van der Poel, 26, chirurgijnsgast, Marie Deckers, 20 en haar echtgenoot Franois Snoeckx.  De waarde van het huis bedroeg 2460 gulden[28].

 

In 1898 bevond er zich in het Handvat een 'charcutier'[29].

                                                                          


 

[1]. SAA, SR 1, f 54 v; 224 r; 239 v.

[2]. SAA, V 1980, f 69 r.

[3]. SAA, SR 45, f 501 r - v. De eigenaars beschikten ook nog over een halve love bij St. Joriskerk. Zie ook SR 40, f 354 r; SR 47, f 76 r.

[4]. SAA, SR 91, f 73 r; f 118 r; SR 94, f 232 r; SR 95 f 124 r en v; SR 96, f 48 v en f 101 v. Enmaal vermeldt men als buurman i.p.v. Jan van Woelputte (of zijn erfgenamen) Wouter vande Regenmorter.

[5]. SAA, SR 204, f 112 v - 114 r.

[6]. SAA, SR 228, f 337 r - v.

[7]. SAA, SR 279, f 59 v - 61 r.

[8]. SAA, SR 348, f 86 r - v.

[9]. SAA, SR 369, f 29 v - 30 r; T 167, f 40 v.

[10]. SAA , GA. 4833, f 38 r; R 2181, f 94 v - 95 r; R 2286, 2213, 2237, 2350, f 10 v; R 2317, f 11 r.

[11]. SAA, SR 532, f 16 v - 17 v.

[12]. SAA, SR 565, f 341 v - 342 r.

[13]. SAA, SR 270, f 357 r.

[14]. SAA, SR 597, f 316 r - 317 v.

[15]. SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,ongefolieerd.

[16]. SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd.

[17]. SAA, SR 829, f 249 r - 252 r.

[18]. SAA, GA 4829, cohier eerste wijk 1672, nr. 225; GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f 31 v, nr. 220. Het huis heeft nog maar eens een andere naam: 'Inden Coninck'; GA 4216-17.

[19]. SAA, SR 929, f 63 r - 64 r.

[20]. SAA, SR 967, f 164 r - 172 v.

[21]. SAA, GA 4832, f 66 r, nr. 220; R 2516: Cohier vant huyshuergelt 1689, ongefolieerd, eerste wijk, 2de kapitein, nr. 220; GA 4218-19.

[22]. SAA, SR 1023, f 193 v - 194 r; GA 4219.

[23]. SAA, SR 1082, f 92 v - 93 v.

[24]. SAA, SR 1087, f 247 v - 249 r.

[25]. SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 45, nr. 174.

[26]. SAA, SR 1210, f 68 r - 70 r.

[27]. SAA, SR 1222, f 132 r - 134 v.

[28]. SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2435.

[29]. SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 52).