Het Cleyn Vagevier of Root Cruys: Oude Koornmarkt 50 (2) 

Terug naar het overzicht van de huizen

 

Hoewel het Cleyn Vagevier nu met de Flesse één geheel vormt was het vroeger verbonden met het Groot Vagevier, Oude Koorn­markt 52.

 

Op 16 augustus 1518 geeft Jacop Elout het Cleyn Vagevier in erfelijk recht aan de kuiper Merten vande Wyngaerde. Jacop had het pand van wijlen zijn dochter Katline[1].

De dochters van Merten vanden Wyngaerde, Marie en Barbele, verkopen het huis op 23 januari 1559 n.s. aan de koldermaker Jacob vander Raijen die één maand later, op 25 februari 1559 aan de vettewarier Laureys Valckensteyn verkoopt[2]. We vonden een ongepasseerde akte van 1579 waarin de amman het huis verkoopt maar uiteindelijk is het Laureys Valckensteyn zelf die zijn huis op 31 september 1580 aan de lijnwatier Niclaes Gregori, gehuwd met Barbara de Hase verkoopt. In de akte is er sprake van een kelderdeurchijns en volgens het cijnsboek van 1570-1610 drukte die op een kelderdeur van 2 voet diep en op een regenbak van vier voet diep waarvoor in totaal 8 groten aan de stad moesten betaald worden[3]. Volgens de cohieren uit de jaren 1577 - 1586 hebben beide eigenaars het pand wel degelijk bewoond. Het had een huurwaarde van 60 gulden. Ni­claes Gregori wordt in het regis­ter van 1584 vermeld als een uit Atrecht afkomstige kremer[4].

 

De stadhouder laat het huis na openbare verkoop op 11 oktober 1607 in de handen van Notaris Jan Waerbeke belanden. Deze betaalt een erfrente van 83 gulden 1 stuiver per jaar naast al de andere renten die Gregori onbetaald had gelaten[5]. Zijn kinderen, Jan en Isabeau, verkopen het op 5 juni 1638 aan Adriaen van Goeyenhuyse, lid van de meerseniers in 1636, en Margriete Elselaer voor 1850 gulden. De kopers verkopen een rente van 87 Car. g. per jaar[6]. Uit hun testament van 17 november 1656 weten we dat Adriaen van Goeyenhuyse draaier was en het echtpaar het huis wel degelijk bewoonde[7]. Weduwe gewor­den wordt Margriete in het cohier van 1659 ook nog eens ver­meld als bewoonster van een deel van het huis, huur­waarde 33 gulden en voorzien van 1 schoorsteenpijp terwijl ze een ander deel, huurwaarde 57 gulden, verhuurde aan ene Jacques van Paeschen[8]. Op 23 juli 1661 verkoopt Margriete het huis aan de kleermaker Henrick Monstreuil en Marie Hoegaerts. In de tekst maakt men er voor het eerst melding van dat er een bord met de benaming 'Root Cruys' uithangt[9]. Het wordt in 1667 verhuurd aan Jacques Belende en een wees voor 72 gulden en in 1672 aan Jan Jacobs[10]. Op 3 februari 1676 wordt Cornelia Monstreuil, gehuwd met de chirur­gyn Meester Geeraert van Brussel, de nieuwe eigenares na een verdeling met haar broer Henrick en zuster Maria, de twee overige kinderen van Henrick Monstreuil en Marie Hoegaerts[11]. De nieuwe eige­naars hebben er gewoond volgens de cohieren van 1682[12] en die van de vroe­ge XVIIIde eeuw[13].

 

En dan tasten we een hele tijd in het duister wat verder gebruik en vererving betreft want de eerste akte die dan volgt dateert 20 mei 1744 en het is o.i.v. de amman dat het huis voor 501 gulden wordt verworven door Jan Borts[14]. Deze ver­huur­de het huis in 1754 aan de kantwerkster de weduwe Peeters en haar vier dochters van resp. 22, 28, 32 en 34 jaar[15]. Dit is alles wat er dan nog over het einde van het ancien régime betreffende dit huis geweten is.  In 1796 is Catrien Peeters, die elders op de Oude Koornmarkt woonde eigenares van het pand, waarde 3000 gulden.  Daarmee was het 300 gulden duurder dan het Grote Vagevier.  Zij verhuurde aan de bombazijnkoopman André Mans, 27, zijn echtgenote Isabel Snoeckx, 27 en hun zoontje Bruno Mans, jonger dan 12 jaar.  Mans was als lid van de meerseniers in 1794 bekend[16].

 

In 1898 bevond er zich in het pand Oude Koornmarkt 50 een drogist[17].

                                                                          


 

[1] SAA, SR 154, f° 87 v°.

[2] SAA, SR 271, f° 78 r° - v°; SR 268, f° 333 v°.

[3] SAA, SR 359, f° 92 r° - 93 r°; SR 362, f° 308 r° - v°; T 167, f° 40 v°.

[4] SAA, GA 4833, f° 37 v°; R 2181, f° 95 r°; R 2286, 2213, 2237, 2350, f° 10 r°; R 2317, f° 10 v°.

[5] SAA, SR 468, f° 198 r° - 199 v°.

[6] SAA, SR 647, f° 242 v° - 243 v°; GA 4215.

[7] SAA, N 1103, f° 62 r° - 63 r°.

[8] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters..., ongefo­lieerd.

[9] SAA, SR 766, f° 144 r° - 145 r°.

[10] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd; GA 4829, cohier eerste wijk, nr. 223.

[11] SAA, SR 859, f° 261 r° - 262 r°.

[12] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 31 v°, nr. 218.

[13] SAA, GA 4832, f° 65 v°, nr. 218; R 2516: Cohier vant huyshuer­gelt 1689, ongefolieerd, eerste wijk, 2de kapitein, nr. 218.

[14] SAA, SR 1152, f° 81 r° - 82 r°.

[15] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 45, nr. 172.

[16] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2437; GA 4240.

[17] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 48).