De Witte Pluyme: Oude Koornmarkt 46 

Terug naar het overzicht van de huizen

 

 

Reeds in een document van 2 april 1396 wordt de Pluyme met name genoemd.  Het is Gheraert de Boc die het huis dat uitge­rust is met een hof en een borneput dan verkoopt aan Peter Scat, bontwerker.  Men zegt dat het perceel achteraan grensde aan het huis van Jacop van Hoboken, d.i. de Refter of Groene Schilt, Oude Koornmarkt 42[1].

 

In een akte van 7 oktober 1435 over De Blomme en 9 december 1448 over de Leeuwinne wordt Jan vander Brake, bontwerker, als eigenaar vermeld. Hij komt ook als dusdanig voor in rentenbrieven inzake de Pluyme van 3 augustus 1445 en 1446[2].

 

Op 24 september 1473 geeft de begijn Lysbet vander Brake aan de meerssenier Ambrosius Munsterberch “... een huys metten stalle metten derdendeele vanden borneputte metter plaetss[en] gronde...”, geheten de Pluyme en dit voor een erfrente van 3 pond 11 schellingen 3 penningen gr. per jaar[3].

 

Jan Munsterberch, Ambrosiuszone, geeft de Pluyme op 1 septem­ber 1490 in erfelijk recht aan de bontwerker Matheeus van Loebroeck[4]. De weduwe van laatstgenoemde, Geertruydt Hugens, en de voogden over de kinderen ontdoen zich van het huis volgens akte van 15 april 1512 ten voordele van Wynant vander Staect[5]. Wynant vander Staect, kuiper, geeft het pand op 3 juli 1517 in erfelijk recht aan de bontwerker Goudschalck de Buysscher en Katrine vander Heyden voor een erfrente van 6 pond 7 schellin­gen en 6 penningen brabants per jaar. De nieuwe eigenaar hypothekeren voor iets minder dan één derde van de koopsom[6].

 

Het is de waard van de Grote Gans, Willem de Rustere, die samen met zijn echtgenote Barbele de Bacq volgens akte d.d. 22 september 1539 de Pluyme overkocht van de inmiddels weduwnaar geworden Goudschalck de Buysschere en zijn kinderen. Het huis wordt geschat op 34 pond brabants erfe­lijk[7]. Ze verkopen het al terug op 13 juni 1542 aan de bontwerker Adriaen van Dycke en Lysbette vander Hoeven[8]. En ook dezen blijven er niet lang eigenaar: op 4 januari 1546 n.s. verkopen ze het aan Gillis Jans­sens, een collega van Adriaen en Wilhelmine Nijs[9].

 

Op 17 mei 1561 draagt de amman na openbare verkoop het pand over aan de peltier Dierick Bengeraet en Lysbette van Dycke voor 51 pond 2 schellingen 6 denieren brabants erfelijk[10].

Het echtpaar Bengeraet of Benaet of Benraet of Benroy of Bengelroode waren de eigenaars en bewoners van het pand in de periode 1577 - 1586. De huurwaarde bedroeg 116 gulden.  Het pand was voorzien van een kelderdeur van 2 voet diep waarop de stad jaarlijks 2 groten ontving[11]. Op 13 septem­ber 1594 draagt de stadhouder na een openbare verkoop het huis over aan Peter de Lichte de Jonge voor 80 Car. g. 6 stuivers erfelijk per jaar en een hoop kleine ren­ten[12]. Deze Peeter de Lichte was gehuwd met Jacqueli­ne Rey­niers (zie de Blomme: de dochter van Adam Reyniers!) die na de dood van haar man hertrouwde met de koopman Anthonis Behagle. Deze verkoopt het huis op 12 mei 1606 aan Guilleaume vander Aa, maker van kleerborstels, gehuwd met Gheertruyde Dens. De kopers betalen meteen een rente af van 50 gulden 18,5 stuivers ten penning 16 en moeten dan nog iets meer dan 90 gulden per jaar betalen[13]. Merkwaardig is de akte d.d. 10 september 1612. Hierin laat Gheertruyt Dens als weduwe de amman haar het huis toewijzen om haar bruidschat te recupere­ren. Men schatte het toen op 110 Car. g. erfelijk, waarna er nog een hele reeks renten volgen voor meer dan 132 gulden per jaar en het wordt beschreven als: “... Een huys met winckel coecken plaetse hove packhuyse gronde ende allen den toebe­hoorten...”. Op 17 september daar­opvolgend verkoopt ze het huis aan de zadelmaker Guilleau­me Millee[14].

 

Zijn zoon uit zijn huwelijk met Jacobmyne Bourguet, Jacques Millee, verwerft de Witte Pluyme op 22 juni 1621. Het werd toen geschat op 260 Car.g. erfelijk[15]. Volgens het cohier van 1659 was Peeter Millee toen inwonend eigenaar van het pand, huurwaarde 110 gulden en voorzien van 5 schoorsteenpijpen[16]. Hij wordt echter pas echt eigenaar volgens akte d.d. 15 febru­ari 1664 als de stadhouder het na een openbare verkoop o.i.v. schuldeisers voor 4280 gulden aan E.H. Guilliemus Millee toewijst die het aan zijn broer Peeter doorgeeft[17] en die er in 1667 nog steeds woonde zij het dat de huurwaarde gedaald was naar 100 gulden[18]. Op 1 december van dat jaar verkoopt deze het aan de schaliedek­ker Cornelis vanden Bosch die meteen hypothekeert voor 150 gulden per jaar. Hij behoudt het pand na een verdeling met zijn broer Livinius op 1 maart 1670 waarbij de eigendommen van hun ouders Sebastiaen vande Bosch en Anna Michielssens en alles wat zij na de dood van hun ouders hebben verworven verdeeld wordt[19]. In  1672 was Livi­ni­us vanden Bosch bewoner en de gebroeders Livinius en Corne­lius vande Bosch bewoonden gezamenlijk het pand in 1682 en 1689[20]. Rond 1700 en zeker tot 1708 wordt het be­woond door zilversmid Dominicus Claphouwer die in 1682 nog huurde in de Roode Fles[21].

 

Als gevolg van het testament van Cornelis vanden Bossche uit 1697 werd Maria Smits eigenaar van de Pluyme. Ze geeft het weg volgens akte d.d. 24 september 1699 aan haar nicht Joanna Hoffmans[22]. Deze verkoopt het op 30 april 1709 aan de voorma­li­ge huurder Dominicus Claphouwer en zijn echtgenote Isabella van Hoey voor 3700 gulden. Het echtpaar hypothekeert meteen voor 2900 gulden[23]. Hun zoon Franciscus Xaverius Dominicus Claphouwer weet het voor zichzelf te behouden volgens een akte gedateerd 21 oktober 1722[24]. Zijn dochter Maria Anna Claphou­wer wordt de volgende bezitster van het huis en zij woonde er samen met haar twee zuster, de priester E.H. Bordincks, 1 persoon huispersoneel en 1 vreemdelinge die als winkeldochter in de winkel van zijden linten meehielp[25]. Haar erfgenaam was Franciscus Petrus Domincus Verbert die gehuwd was met Vrouwe Maria Anna Petronella Pauwels wiens tweede man, Jonker Joannes Philippus de Hornes, schepen, de Pluyme op 23 augustus 1792 voor 5000 gulden verkocht aan de ongehuwde Margarita Dekens[26].

 

De telling van 1796 situeert haar in het Waaigat en zij ver­huurt dan aan Jean Kockx, 33 en medicus, zijn echtgenote Sicili de Bock, 27 en Elisabet Mertens, 29.  De waarde bedroeg toen 5000 gulden[27].

 

In 1898 bevond er zich in de Pluyme een zinkwerker wiens atelier zich in de achterbouw situeerde[28].


 

[1] SAA, SR 2, f° 25 v°.

[2] SAA, V 1981, f° 72 r°; S.R. 40, f° 587 v°; SR 34, f° 88 r° en f° 178 r°; SR 35, f° 113 v°.

[3] RAA, Schepenbrieven Antwerpen, doos II, nr. 170.

[4] SAA, SR 97, f° 83 r° - v°.

[5] SAA, SR 142, f° 158 r°.

[6] SAA, SR 151, f° 19 v° - 20 r°.

[7] SAA, SR 195, f° 29 r° - v°.

[8] SAA, SR 207, f° 1 r° - v°.

[9] SAA, SR 219, f°11 v°- 12 r°.

[10] SAA, SR 282, f° 45 r° - 46 r°.

[11] SAA, GA 4833, f° 37 r°; R 2181, f° 96 r°; R 2286, 2213, 2237, 2350, f° 9 v°; R 2317, f° 10 r°; T 167, f° 41 r°.

[12] SAA, SR 413, f° 61 r° - 62 r°.

[13] SAA, SR 460, f° 276 r° - v°.

[14] SAA, SR 496, f° 21 v° - 22 v°; SR 497, f° 280 v° - 281 v°.

[15] SAA, SR 547, f° 323 v° - 325 v°.

[16] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,onge­fo­lieerd.

[17] SAA, SR 784, f° 3 v° - 4 v°.

[18] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd.

[19] SAA, SR 808, f° 398 v° - 399 r°;  SR 821, f° 160 r° - 162 v°.

[20] SAA, GA 4829, cohier eerste wijk, nr. 220; GA. 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f °31 v°, nr. 215.

[21] SAA, GA 4832, f° 65 v°, nr. 215; R 2516 : Cohier vant huyshuer­gelt 1689, ongefolieerd, eerste wijk, 2de kapitein, nr. 215.  De meerseniers vermelden de weduwe Claphouwer en zoon in 1681, Dominicus in 1696 en 1700 (GA 4217-19).

[22] SAA, SR 983, f° 140 r° - 141 v°.

[23] SAA, SR 1023, f° 191 r° - v°.

[24] SAA, SR 1073, f° 509 v° - 510 v°.

[25] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 43, nr. 169.  De meerseniers vermelden Anna Maria Claphouwer nog in 1768 (GA 4221).

[26] SAA, SR 1311, f° 390 v° - 393 r°. Schepen de Hornes woonde in 1781 in de Lange Nieuwstraat: N 719, ongefolieerd, akte nr. 24.

[27] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2440.

[28] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 44).