De Salvator, Oude Koornmarkt 32

Terug naar het overzicht van de huizen

 

Het huidige hoekhuis van de Pelgrimsstraat en de Oude Koorn­markt dat we nu kennen als de 'Pasta' was tot in de XVIde eeuw een onderdeel van een groot en luxueus handelspand genaamd de 'Kevye'. Voor de voorgeschiedenis van de Salvator verwijzen we dan ook naar de geschiedenis van deze Kevye. De laatste ge­meenschappelijke eigenaars van zowel de Kevye als wat later de Salvator wordt waren Merten l'Hermite en Elisabeth de Meere waren, een echtpaar van gewiekste zakenlui. Bij de verdeling van hun erfenis in 1558 stonden de 'Twaalf Apostelen' als een vrij homogene rij huis­jes, meestal beschreven als "... een huys metter plaetse, halven borneputte, regenbacke..." achter wat nog restte van de oorspronkelijke Kevie en de Salvator die al wel expliciet met name wordt genoemd maar blijkbaar tot het gemeenschappelijk familiebezit blijft behoren[1]. In 1577 werd het huis verhuurd voor 80 gulden per jaar aan Jan Reyniers, kuiper[2].

 

Op 9 november 1580 verkopen de erfgenamen van Merten en Elisa­beth of beter, de erfgenamen soms van hun erfgenamen, aan Gillis van[de] Schelstrate "... een huys met keldere, halven borneputte inden selven keldere weerdribbe, winckele, cueckene achter camere halven scheersoldere die tot gelycken coste vande proprietarisen van desen huyse en[de] den huyse geheeten de kevie affgesloten ofte toegemetst moet worden...", geheten de Salvator en dit voor een erfrente van 30 pond 10 schellin­gen per jaar d.i. 180 Car. g. 10 stuivers per jaar[3]. Gillis van Schelstrate was een uit Tielt afkomstig lijnwatier en hij heeft zijn huis ook zelf bewoond, zeker tot in 1586[4].

  

Op 28 april 1598 verkocht de amman zijn huis voor 100 Car.g. 5 st. erfelijk aan de lakenbereider Melchior van Cappenberch en zijn vrouw Janneken opde Beke[5]. Op 25 augustus 1621 verkoopt Melchior, weduwnaar geworden, de Salvator aan de zeemeleerver­koper Jan van Erp[6], die alweer verkoopt op 1 december 1623 aan de koop­man Jacques van Ray,... die reeds op 28 januari 1625 verkoopt aan de lederkoopman Jan van Boesdonck en zijn vrouw Magdalena Peeters[7]. Ze hebben er niet (altijd) gewoond: Rond 1644 woonden het echtpaar Joos van Eynde en Elisabeth Joris in de Salvator.  In dat jaar was er een gevaarlijke schouwbrand veroorzaakt door hun buurman van de Kevie, een peperkoekbak­ker.  We vernemen uit de getuigenis van de toenmalige bewoners dat de Salvator zelf was uitgerust met een winkel waarboven zich de bijna afgebrande hangende kamer bevond[8]. In 1659 wordt het pand, huurwaarde 132 gulden en voorzien van drie schoor­steenpijpen gehuurd door ene Jacobus Verhelst[9].

 

Na de dood van hun ouders verkopen de vijf kinderen van Boes­donck het op 8 januari 1664 aan Meester Christoffel Henricxen en Maria van Bisthoven, die een erfrente verko­pen[10].  We be­schikken echter over een testament d.d. 25 okto­ber 1664 van Peter, Clara en Heylken Lesteens, kinderen van Mathys, waarbij het ziekbed van Peter ondubbelzinnig in de Salvator wordt gesitu­eerd of het moest zijn dat notaris Andries vander Donck zich vergist en toch de Pelgrom bedoelt waar in die periode andere Lesteensen huisden[11].  De volgende huurder was ene Louis Kenoen, aldus het cohier van 1667. De huurwaarde werd toen geschat op 120 gulden[12].  In 1672 en 1682 daar­en­te­gen betaal­de een zoon, de wasverkoper Pee­ter Hen­dricx, de belas­tingen op een huurwaarde die opliep in 1682 naar 144 gul­den[13].  Het echtpaar Hendricx- van Bisthoven was niet onbemid­deld zoals blijkt uit de verdeling van hun nala­tenschap tussen hun vier over­blijven­de kinderen op 10 mei 1687. Chri­stoffel Hen­drickx wordt de nieuwe eigenaar maar er staat een merkwaar­dige clausule in de akte: "... wel verstaen­de dat hier inne niet mede begrepen in is den oven staende inden kelder vanden voors. huyse alsoo die den huer­linck is aengaende[14].

 

Na de dood van Christoffel Hendrickx wordt zijn enig kind, Isabella Hendrickx, bij een verdeling op 9 september 1689 de nieuwe eigenares. Deze was gehuwd met Nicolaus Durant.   Eerst woonde wasverkoper Peeter Hendrickx er nog een tijdje, daarna werd er verhuurd aan Jan Gofiau en daarna (en tot 1708) aan Augustinus Dume­me[15].

 

Hun erfgenamen komen tot een verdeling op 21 augustus 1734 waarbij zeepzieder Paulus Josephus Durant de Salvator bij zijn patri­monium mag voegen[16]. Merken we op dat er in de erfenis ook een zeepziederij op het Zand was inbegre­pen, een pand dat tevens woonhuis was, althans in 1733 van Isabella Hendrickx. In 1754 verhuurde Durant de Salvator aan winkelier en makelaar Carel vanden Bo­gaert, diens echtgenote, twee zonen van resp. 11 en 13 jaar, drie dochters van resp. 2, 4 en 7 jaar, één persoon huisperso­neel en een kantwerkster die op de kamer huisde[17]. Op 22 september 1767 verkoopt P.J. Durant het huis voor 1650 gulden aan Frans Gouy en Anna de Meyer[18]. Hun zoon, Joannes Francis­cus Goey verkoopt de Salvator op 28 februari 1792 voor 3000 gulden aan Joannes Baptista Wegge[19].

 

We vinden deze tonnelier, weduwnaar, 50 samen met zijn mede­werkende zonen? Pier en Henri Wegge, resp. 28 en 18 jaar, in 1796 terug als eigenaars-bewoners van het pand, waarde 2.200 gulden[20].

 

In 1898 was er in de Salvator een café[21].

 


 

[1] SAA, SR 263, f° 98 v° - 105 v°.

[2] SAA, R 2181, f° 97 v°.

[3] SAA, SR 361, f° 198 r° - 199 r°.

[4] SAA, GA 4833, f° 36 r°; R 2286; 2213; 2237; 2350, telkens f° 8 r°; R 2317, f° 8 v°.

[5] SAA, SR 431, f° 80 r° - 81 r°; N 1179, ongefolieerd, akte nr. 91, is hun testament van 31 juli 1603.

[6] SAA, SR 548, f° 47 v° - 48 v°.

[7] SAA, SR 558, f° 191 r° - v°; SR 570, f° 243 r° - 244 r°.

[8] SAA, N 3766, f° 74 v° - 75 r° d.d. 27/11/1649.

[9] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,onge­fo­lieerd.

[10] SAA, SR 789, f° 3 v° - 4 r°.  De eigenlijke verkoop dateert van 11 december 1663.  Er wordt hierin melding gemaakt van een huurder die vanaf de kerstmis 1663 voor vier jaar huurt aan 144 gulden per jaar.  Bron: N. 3780, f° 171 r°.

[11] SAA, N 3781, f° 59 v°.

[12] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd.

[13] SAA, GA 4829, cohier eerste wijk, nr. 212; GA 4831 : Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 31 r°, nr. 207.

[14] SAA, SR 929, f°179 r° - 182 v°.

[15] SAA, GA. 4832, f° 65 r°, nr. 207; R 2516, eerste wijk, tweede kapitein, nr. 207; Peeter Hendrickx was wasverkoper in de jaren 1677 en 1681 (GA 4216-17).

[16] SAA, SR 1113, f° 494 v° - 498 r°; N 100, ongefolieerd, akten d.d. 8 en 10 april 1733.

[17] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 41, nr. 162. Het is niet uit te sluiten dat vanden Bogaert in 1755 naar de Kevye trekt die in 1754 leegstond.

[18] SAA, SR 1230, f° 399 r°- 400 r°.

[19] SAA, SR 1312, f° 104 v° - 106 r°.

[20] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2446.

[21] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 32).