De Witte Lelie alias de Cleynen Esel: Oude Koornmarkt 22

 

Terug naar het overzicht van de huizen

 

Dit pand werd in 1513 afgesplitst van de Grote Ezel, Oude Koornmarkt 24. We verwijzen voor de gegevens voor 1513 dan ook naar dit pand. Eigenaar van het geheel sedert 24 december 1510 was Marcelis vander Beke, de waard van de Rooden Schilt. Op 24 november 1513 verkoopt zijn weduwe Lysbette Shertogen aan Jan vanden Branden, harnasmaker van beroep “... Een huys metter plaetsen, weerdribbe halve borneputte...”, genaamd ‘Den Cley­nen Ezel’, en men zegt dat het pand wordt afgesplitst van de Grote Ezel waarmee er een gemeenschappelijk muur is[1]. Deze Jan vanden Branden had ene Katlyne Eckdorens als echtgenote van wie hij zeker vier dochters had.

 

Op 15 november 1542 laat Aerdt Aertss, de tweede man van Katlyne Eckdorens, het huis aan zijn stiefkinderen (de kinde­ren van Jan vanden Branden). Op 4 april 1543 geven dezen het in erfelijk recht aan Walraven Albeele Martenssone. De koopsom bedraagt 116 gulden 10 stuivers erfelijk[2]. Samen met zijn echtgenote Katlyne vanden Goire verkoopt hij het op 20 maart 1560 n.s. aan Jan de Kemel, hier nog gewoon als koopman ver­meld, later zeemleerkoopman, en Jehanne Thuelinck[3].

 

Op 13 september 1575 verkopen dezen het huis om van alle renten die erop drukken verlost te zijn aan Anthonius van Erpe en Johanna Ruyters. Men schatte het toen op 285 gulden 10 stuivers erfelijk[4]. Volgens de cohieren heeft Anthonius van Erpe, ook een zeemleerverko­per, zijn pand, huurwaarde 100 gulden, wel degelijk be­woond. Zijn weduwe wordt ons gesigna­leerd als bewoonster tot 1584. In 1586 huurde zeemvellenkoop­man Jacques Ver­vloet, de voormalige eigenaar- bewoner van de Grooten Rooden Schilt (Oude Koorn­markt 18 - 20). We weten ook dat de van Erps reparaties hebben laten doen aan hun huis en we weten ook dat de familie rond 1584 slecht bij kas zat en dat Johanna de Ruyter daarom haar huis als onderpand moest gebruiken.  Het overbrengen van goederen in de kelder werd vergemakkelijkt door een kelderdeur van 3 voet diep[5]. Op 20 april 1594 verkoopt Anthonius van Erp, zoon van bovengenoemde, zijn deel in de Witte Lelie aan Hans vander Veken[6].

 

Op 5 augustus 1615 verkrijgt Henrick van Erp door toedoen van Tobias van Erp het gehele huis. De negen kinderen van Henrick van Erp en Sara Colijns alias de Tomoys komen tot een verde­ling waarbij op 11 februari 1623 Pauwels van Erp eigenaar wordt[7]. De beschrijving luidt dan: “... Eenen huyse met plaet­se, weerdribbe halven borneputte gronde ende allen den toebe­hoorten...”. Uit een dispuut met Henricus van Can weten we dat Pauwels van Erp zeker in 1632 op de Oude Koornmarkt heeft gewoond[8]. Ook in allerlei transacties, o.m. in 1642, waarbij hij als koopman wordt vermeld situeert zijn woning zich op de Oude Koorn­markt[9]­. We­duwnaar geworden van zijn echtgenote Elisabeth van Horen geeft(?) Pauwels, koopman, het huis vol­gens akte d.d. 6 maart 1652 aan zijn zoon Guilliam met inbe­grip van “... de coopman­schappen nu inden winckel wesende met alle de meublen, huys­raet, silver lynen ende wullen... gelyck hy de selve tot nu toe heeft gebruyckt...”[10].

 

Guilliam heeft er niet lang gebruik van kunnen maken want de amman draagt het op 19 oktober 1655 over voor een erfrente van 394 gulden aan de rentenier Jan Toussain die een dag later verklaart dat hij het had gekocht ten behoeve van Nicolaes van Boesdonck en Maria Boschmans. De beschrijving is echter onge­woon gedetailleerd: “... Een huys metter plaetse, neerca­mer met merbele schouwe daer inne een herthoute coetse, met een herthoute schappraeye gemaeckt gaelderye met loot beleyt twee pompen van regen ende putwater met coper hoyen, keucken met bottelrye, vier bovencamers oock een met merbele schouwe een hangende camer, twee solders met twee corenhaghen opde selve solders drye kelders, weerdribbe, halve borneputte gronde ende allen den toebehoirten...”[11]. Dit mooie pand werd door de koopman Nicolaes van Boesdonck en zijn echtgenote in 1659 zelf gebruikt. De huurwaarde bedroeg toen 120 gulden en er waren vijf schouwen[12].

 

Weduwnaar geworden verkoopt van Boesdonck zijn woning op 22 december 1664 aan Charles vande Cruyce[13]. Deze verhuurde in 1667 voor 150 gulden aan Norbertus de la Croix (of is dit de verfranste naam voor een verwant?)[14]. Het is de stadhouder die het echter op 24 juli 1669 aan de voornaamste schuldeiser van het pand, de koopman Michiel vanden Gevel, overdraagt[15]. Volgens de cohieren van 1672 en 1682 was deze woonachtig aan het Falcon­plein en verhuurde hij de Lelie in 1672 aan Fran­chois Schatten (na leegstand) en in 1682 aan Gaspar Heylens, een letterlijk steenrijke juwelier en goudsmid die er gestor­ven is op 29 juni 1691[16].  Tussen 1689 en 1708 huurden vol­gens de cohie­ren achtereenvolgens onze Gaspar Heylens, Jan Baptista Scharenberch, Balthasar Janssens, Jan du Moitue en tot slot de weduwe van Huy­ven[17].

 

Michiel vande Gevel had niet veel direkte verwanten maar diegenen die hij had waren niet de minsten: op 3 augustus 1715 erft Jonker Jan Anthonio Spruyte, zoon van wijlen oud- schepen Anthoni Spruyt en Vrouwe Maria vanden Gevel, het huis[18]. Voor 2702 gulden verkopen hun erfgenamen het volgens een akte gedateerd 29 maart 1724 aan Vrouwe Maria Le Beuff en Jonker François Gaspar de la Gardie, ‘lieutenant onder het regiment vanden grooten duytschen meester ten dienste van syne keyze­lycke maj[estey]t’[19]. Op 27 mei 1754 verkocht Isabella de la Gardie het huis aan Jan Anthonius Helsel, een man die messen­maker van beroep was en ons in 1754 wordt gesignaleerd als bewoner. Samen met hem huisden ook nog zijn vrouw, Maria Magdalena Taeymans, drie zoontjes van resp. een half, 3 en 5 jaar, een dochtertje van 7 jaar en een dienstbode in de Witte Lelie. Uit het testament van Maria Magdalena Taeymans, weduwe geworden, gedateert 9 juli 1782, blijkt dat ze er toen nog woonde. De twee volwassen zonen: Petrus Franciscus Helzel en Carolus Helzel die hun vader in het slijpersvak zijn opgevolgd krijgen o.m.: “... slypers gereetschappen met de slypsteenen ende allen het gene aen den slypers stiel regardeert, Item alle ende jegelycker de schabben, toegen ende cassen in der testatrice winckel met de winckelgoederen...”[20]. Drie kinde­ren van de vijf konden de erfenis van hun ouders regelen (de twee andere waren Capucijner monniken) en de oudste hiervan, Petrus Franciscus Helzel werd volgens akte d.d. 20 januari 1786 de nieuwe eigenaar. De koopsom bedroeg 2400 gulden en hij hypo­thekeerde meteen voor 1600 gulden ten penning 20[21].

 

In 1796 waren er volgende eigenaars-bewoners: Jean Smekens, 60 en procureur, zijn echtgenote Marie Helsen, 50, hun kinderen Marie, 14, Charles, 12 en Terese, jonger dan 12.  Er was ook nog een dienstbode met name Joanna Buscop, 20.  Waarde van het pand: 3000 gulden[22].

 

In 1898 was er in de Lelie een lingeriezaak[23].

 

 

                                                                            

 


 

[1] SAA, SR 144, f° 121 r° - v°.

[2] SAA, SR 208, f° 152 r° - v°; SR 211, f° 30 v° - 31 r°.

[3] SAA, SR 276, f° 252 r° - v°.

[4] SAA, SR 341, f° 582 r° - v°; f° 597 r° - v°.

[5] SAA, SR 380, f° 445 v° - 446 v°; GA 4833, f° 33 r°; R 2181, f° 104 r°; R 2286, 2213, 2317, 2237 en 2350, f° 2 r°; T 167, f° 41 v°.

[6] SAA, SR 412, f° 446 r°.

[7] SAA, SR 560, f° 5 v° - 6 r°.

[8] Op 11 december 1632 verklaart notaris Andries vander Donck samen met Andries de Parmentier en Artus van Lamoen op verzoek van Henricus van Can ten huize van Pauwels van Erp op de Oude Koornmarkt te zijn gegaan “... en[de] hem affgevraecht off hy wilde houde staen[de] dat den vs. Henr. van Can soude wesen een dieff, gelyck hy opden 4 deeser loopen[de] maendt [ende] jaere den vs. henr. van Can verweten heeft, waer op den vs. pauwels v[an] erp antwoorde seyde, ist by aldyen dat de vs. henr. v[an] can wilt houden staen[de] dat de vs. pauwels van erp soude wesen eenen graidtigen fiel [lezing onzeker: magere fielt] eenen narre [ende] een[en] sot soo ist dat hy oock sal houden staen[de] tgene hy opde vs. 4en deser loope[nde] maent ende jaere tegens de vs. henr. van can soude mogen geseght hebben segge[nde] noch [daer]en boven den vs. van erp dat de vs. henr. van van hem van erp eerst geslaegen heeft naer lange reciprocke iniurien...”.

Bron: SAA, N. 3753, vol. II tot IV, f° 194 r°.

[9] SAA, N 3759, ongefolieerde akte d.d. 14/08/1642.

[10] SAA, SR 721, f° 217 r° - v°.

[11] SAA, SR 736, f° 188 r° - v°; SR 734, f° 30 r°.

[12] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,onge­fo­lieerd.

[13] SAA, SR 784, f° 185 v° - 186 v°.

[14] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd.

[15] SAA, SR 818, f° 10 v° - 12 v°.

[16] SAA, GA 4829, cohier eerste wijk, nr. 155; GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 29 r°, nr. 150; N 3975, ongefolieerd, ongedateerd (1692), gesignaleerd door G. Van Hemeldonck. Uit dit laatste document blijkt dat Heylens gehuwd was geweest met Maria Stevens en rond 1682 met Joanna van Nederven die zijn weduwe wordt. Hij had zeven kinderen waarvan zes uit het eerste huwelijk: Eduardus, priester, Maria, geestelijke doch­ter, 23 j. oud, Catharina, begijntje in Turnhout, 22 j., Lucia, 20 j. en gehuwd met de juwelier en goudsmid Balthasar Janssens, Anna Maria, 18 j., Magdalena, 16 j. en één van zijn tweede vrouw: Joanna Susanna, 8 j. Naast juwelen, parels, diamant, goud en zilver bezat men ook nog (nr. 161) twee granaatbomen en (nr. 162) een geschil­derd prieel.

[17] SAA, R 2516: Cohier vant huyshuergelt 1689, ongefolieerd, eerste wijk, 2de kapitein, nr. 150.

[18] SAA, SR 1045, f° 355 r° - 356 v°. Testament van Jonker Jan Anthoni Spruyt: N 765, ongefolieerd, akte nr. 71.

[19] SAA, SR 1079, f° 289 v° - 290 v°.

[20] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 29, nr. 110; N 362, ongefolieerd, akte nr. 50.  De Heltzels staan bij de meerseniers genoteerd als slijpers vanaf 1768 tot 1790: GA 4221, 4224, 4227, 4230, 4231, 4234.

[21] SAA, SR 1292, f° 206 v° - 208 r°.

[22] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2451.

[23] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 22).