De Ackerman of de Ploeghe: Oude Koornmarkt 12

Terug naar het overzicht van de huizen

 

 

Het is moeilijk aan te geven wanneer de Ackerman als aparte entiteit is ontstaan.  In een document van 1407 wordt de Jacht zelf als buurman van de Rooden Schild aangeduid[1]. In akten van 1447, 1450 en 1455 over het buurpand ‘De Jacht’ wordt ene Jan van Vel­tham als buurman genoemd[2].

 

Eén van de oudste eigenaars van een huis tussen de Rooden Schild en de Jacht die we met name kennen zijn Jan Claus en Margriete van Hoboken.  Hun zoon, de goudsmid Peeter Claus, komt met de andere erfgenamen in conflict en bij uitspraak van 19 januari 1463 worden over zijn rechten op 1/3 van 1/4 van het huis beslist[3].  De familie van Hoboken blijft nog eigenaar van 1/3 van 1/4 tot Katline van Hoboken, dochter van Fase van Hoboken van wie ze het geërfd had en echtgenote van de niet onbelangrijke vleeshouwer Peter Stolbeen op 25 februari 1478 n.s. hun deel aan de vleeshouwer Jan van Bruessele verkoopt.  Het blijkt dat de bakker Gielis Boonaert over alle andere delen van het huis reeds beschikt[4].

 

Deze verkrijgt van Jan van Bruessele dat laatste deeltje op 30 juni 1479.  Gielis Boonaert, ook wel genaamd Gielis de Moldere of Moelnere was al genoteerd als buur­man van de Rooden Schilt in een akte over dat pand van 1477[5].

 

Op 1 december 1488 koopt de bontwerker Daniel van Schonbroeck van Katline en Jacomine Smoeleneren (dus kinderen van de Moldere alias Boonaert) en van de voogden van Jan en Clemen­tien Smoeleneren de Ackerman. Blijkbaar was er iets mis met deze verkoop want o.i.v. een vonnis moet hij het op 1 juli 1496 overdragen aan de kuiper Cornelis Reynkens, gehuwd met Katline Smoeleneren, Jan Snelle, kuiper, gehuwd met Jaco­mine Smoeleneren en de viskoper Jan Cant en zijn echtgeno­te Clemen­tien Smoeleneren. Elf dagen later geven dezen het naam­loze “... huys metter plaetssen vie[re]ndeele vanden borneput­te, weer­dribben,...” aan de kuiper Willem Denys en Ysabella van Ceuwelaer. Denys is overigens ook eigenaar van nog een aantal andere huizen in de richting van de Hoogstraat geweest. Voor dit pand betaalde hij een erfrente van 5 pond per jaar[6].

 

Op 26 maart 1511 n.s. laat Willem de met name genoemde Acker­man bij wijze van huwelijkscadeau aan zijn zoon Claus. Deze verkoopt het op 21 juni 1521 aan de Rijselse koopman Jan Dures. De man moet er elk jaar 11 pond 15. sch. voor neertel­len[7]. Volgens akte van 8 oktober 1527 verkoopt Jan Dures het huis aan Everaert Linckenborch, 'coopman van stale', die het vrij zwaar hypothekeert. Interessant is dat de comparant als voorwaarde had gesteld dat hij “... in gerechte huren sal bliven besitten en[de] gebruycken de tweeste oppercame[r] het contoer en[de] kelder den termyn van drie jaren lanck...”[8].

 

Voor 208 Carolusgulden erfelijk verkoopt Everaert Linckenborch op 11 juli 1555 den Ackerman aan Peeter van Stensel of Steen­sele[9]. Deze man, alweer een koopman, koopt er samen met zijn vrouw Gheertruyde Boels op 28 mei 1558 het achterhuis bij van de eigenaars van de Cleyn Jacht: Katlyne Denys, dochter van Pauwel, en Jan van Croonendale. Hij betaalt dan 156 Car.g. erfelijk voor: “... een achterhuys met plaetse toegange en[de] vierendeele van een[en] borneputte met een muerken (haer erfgeversen alleene teobehooren[de]) afgeheymt gange vuytco­men[de] opde oude Corenmerct over en[de] deur den huyse ge­naempt als vo[r]e den Ackerman...”[10].

 

Op 4 april 1560 n.s. verkopen van Steensele en zijn echtgenote het geheel dat aldus uitgerust was met een halve borneput voor 2144 gulden aan de koopman Anthonius Bailley en Anna van Brouchove die er volgens de akte op dat ogenblik al in woon­den. Het huis was ook belast met een kelderdeurchijns[11]. Op 24 december 1568 verkopen dezen alweer aan de koopman Jan Linken­borch, gehuwd met Dimpnen Boels. De handelsaktiviteiten die er inmiddels ontplooid werden blijken uit de beschrijving: “... Een huys geheeten den Ackerman metten achterhuyse plaetse toegange en[de] halven borneputte met een[en] muerken afge­heympt, gange, die nu ter tyt geappliceert wort, totten winc­kele van des[en] voors. huyse...”[12].  Vermelden we tevens aan de straatkant de aanwezigheid van een kelderdeur van 3 voet diep waarvoor de stad ieder jaar 2 groten ontving.  De volgen­de eige­naars dienen zich al aan op 24 december 1577 als de koopman Niclase van Erpe het koopt van bovenge­noemde eige­naars[13].

 

Volgens de cohieren hebben de eigenaars het pand, huurwaarde 150 gulden, in de periode 1577 - 1586 steeds zelf gebruikt. Zo vernemen we uit het cohier van 1577 dat Jan Linkenborch schaalverkoper was. Vanaf 1577 is het eigenlijk niet Niclaes van Erp die er woonde maar waarschijnlijk zijn broer Henrick, zeemleerverkoper van beroep. Vermeldenswaard is verder nog dat de huurwaarde in 1586 plotseling zakte naar 100 gulden[14]. En dan wordt de Ackerman terug opgeplitst.

 

1) Een aantal crediteurs doen de stadhouder na openbare ver­koop het voorhuis van de Ackerman met inbegrip van nagel­vast schrijn­werk overdragen aan Ambrosius Martini op 11 april 1593[15]. Deze laat Guilleaume le Rousseau en de kinderen die hij had van Willemy­ne Goyvaerts zijn huis verkopen op 13 oktober 1612 aan de zeemleerverkoper Jan vanden Hoffstadt alias Boel die er al woonde[16].

 

2) De stadhouder levert op 7 mei 1604 het achterhuis na open­bare verkoop aan Magdalena Ruts, weduwe van Peter de Schot voor een erfrente van 116 gulden per jaar[17]. Merken we op dat Peter de Schot ook eigenaar was van de Grote en de Cleyne Baers in de Hoogstraat (zie aldaar). Hij verhuurt het dan ook: huurder in 1611 was Peter van Schelstraeten die er 63 gulden per jaar voor betaalde[18]. Op 4 december 1612 verkoopt haar dochter Maria Ruts, gehuwd met stadspensionaris Meester Jacob Roelans, het ook weer aan Jan of Hans vanden Hoffstadt alias Boel of Boels, een zeemleerkoopman[19]. In 1637 komt het tot een proces met zijn buurman van de Rooden Schilt, notaris Loys vanden Berghe i.v.m. de aankoop van een huisje van de Rooden Schilt dat Jan Boel dat jaar had gekocht om het te verenigen met de Acker­man[20]. In de jaren 1648 - 1662 komt Boel ook nog in conflict met zijn buurman Jacob Rol van de Cleyn Jacht i.v.m. een aantal ven­sters die uitzagen op de Ackerman en moesten vastge­maakt worden[21].

 

Bewoner van het pand in 1659, toen het een huurwaarde van 180 gulden had en voorzien was van vier schouwen, was Jan Boel zelf[22].  Er is ook nog een onafgewerkt testament van hem d.d. 27 augustus 1665[23].  Hij laat hierbij alles aan zijn echtge­no­te Agnes de Putter.  In 1667 staat zijn wedu­we als bewoner geregistreerd[24].  In 1672 huurde kapitein Juliaen Teniers, die in 1677 bij de meerseniers was gekend als zeemleerverkoper en wiens weduwe de zaak op de Oude Koornmarkt nog had in 1681[25].  Rond 1682 zou ene Peeter Mattyssens zijn vervan­gen door Jan Somers als bewo­ner[26]. Op 7 september 1685 worden lang na zijn dood de goede­ren van Jan vander Hoffstadt ver­deeld tussen zijn weduwe Agnes de Pooter en zijn dochter Maria, gehuwd met Geeraerdt Coen en het zijn deze laatsten die den Ackerman verwerven[27].  Huurder rond 1689 bleef echter Jan Somers maar na de eeuwwisseling verhuren ze aan de papier­handelaar François van Gaesbeeck[28].

 

De toen nog 23 jarige dochter van Geerardt Coen en Maria Boels, Susanna Theresia, wordt na afrekenig met haar oudere zussen Maria, Agnes en Joanna, op 11 augustus 1710 de enige eigena­res[29]. Haar oudste zuster Maria erft van haar volgens akte d.d. 19 juni 1728. Uit testamenten van deze mensen blijkt nergens dat de damens Coen ooit het huis zouden bewoond heb­ben. Susanna Theresia woonde in 1717 in de Cuypersstraat[30]. Uiteindelijk belande het in de handen van de kinde­ren van Joanna Boel en Peeter de Keyser die het huis op 6 mei 1754 verkopen aan Philippus Herbrant en Catharina van Wyck die al eigenaars waren van St. Christoffel (zie aldaar). Ze hypothe­keerden meteen voor 1000 gulden[31].

 

In 1754 werd het pand bewoond door Frans Janssens die er een kruidenwinkel hield samen met zijn echtgenote, zijn zoontje van 6 en zijn dochtertje van 2 jaar.   Op de kamer huurde ook nog een kantwerk­ster[32]. In 1768 noteert men dat de weduwe drogist was[33].  Uit het testament van het echtpaar Herbrant-van Wyck blijkt dat in 1781 de Ackerman werd bewoond door chirur­gijn J. de Croes[34].

 

Op 11 juli 1789 gaf de inmiddels weduwe geworden Catharina van Wyck St. Christoffel samen met de Ackerman aan haar zoon Jacobus Josephus Herbrant en diens echtgenote Clara Theresia Bosschaert[35].  Zijzelf en hun nazaten bewoonden St. Christof­fel.  In 1796 verhuurden ze de Ackerman aan de tabaksfabrikant Jean Kennes, 40, diens echtgenote Anna Karioilde, 43, en hun kinderen Martin en Jean die nog geen 12 waren.  In de marge de aanduiding 'etat mediocre'.  Waarde van het huis: 3750 gul­den[36].

 

In 1898 bevond er zich in de Cleyn Jacht en de Ackerman een modezaak[37].

                                                                          


 

[1] SAA, V 1980, f° 82 r°.

[2] SAA, SR 39, f° 103 v°; SR 43, f° 204 r°; SR 48, f° 126 v°.

[3] Antwerps Archievenblad, vol. 9, Antwerpen, s.d., p. 229 - 231.

[4] SAA, SR 92, f° 246 r°; over Stolbeen zie ook nog f° 245 r° - v° en 247 v°.

[5] SAA, SR 96, f° 86 r°; een naasting door Gielys wegens medeei­gendomsrecht: SR 96, f° 197 v° (2 januari 1480 n.s.); SR 92, f° 122 v°.

[6] SAA, SR 110, f° 84 r° en f° 88 v° - 89 r°.

[7] SAA, SR 137, f° 309 v°; SR 159, f° 237 r°.

[8] SAA, SR 172, f° 287 r° - v°; SR 174, f° 33 v°.

[9] SAA, SR 256, f° 215 r° - v°.

[10] SAA, SR 271, f° 183 r° - 184 r°.

[11] SAA, SR 276, f° 320 v° - 321 r°.

[12] SAA, SR 317, f° 365 r° - 366 r°.

[13] SAA, SR 351, f° 369 r° - v°; T 167, f° 42 r°.

[14] SAA, GA 4833, f° 32 v°; R 2181, f° 104 v°; R 2286, 2213, 2317, 2237, 2350, f° 1 v°.

[15] SAA, SR 411, f° 76 r° - 77 r°.

[16] SAA, SR 497, f° 519 r° - v°. Hij deed waarschijnlijk zaken met de Spaans lederbewerker Sebastiaen Meeus in de Groenen Schild op de Oude Koornmarkt: zie diens boedel: N 3366, ongefo­lieerd, d.d. 19 juli 1612.

[17] SAA, SR 454, f° 277 r° - 278 v°.

[18] SAA, N 1488, f° 50 r°.

[19] SAA, SR 501, f° 333 v° - 334 r°. Merkwaardig is dat de akte waarbij Maria de Schot na verdeling van de erfenis van haar ouders het achterhuis van de Ackerman krijgt toegewezen pas geregistreerd is op 23 januari 1614 in: Coll. 21, f° 173 r° - 179 v°.

[20] SAA, Processen Supplement, nr. 5318.

[21] SAA, Processen Supplement, nr. 5016.

[22] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,onge­folieerd.

[23] SAA, N 3782, f° 65 v° - 66 r°.

[24] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd.  Over (één van) de vrouw(en) van Jan Boels legde op 14 april 1652 de zeemvelver­koper en handschoenmaker Michiel Franssen op verzoek van Jan Boel volgende merkwaardi­ge verklaring af: Pauwels van Erp (Oude Koornmarkt 22) zou hem gesproken hebben over een Brussels koopman die hem verteld had over het verleden van de echtgeno­te van Jan Boel toen ze als jongedochter nog in Brussel woon­de. De koopman zegde “... dat hy de huysvrouwe des requi­rants [Jan Boels] niet seer infaeme [ende] onbetamel[ick] worden[de] in wellusten hadde gebruyckt [ende] dat hoe dieck­maels als them gelieft heeft...”. Bron: N. 3768, f° 263 v°.

[25] SAA, GA 4829, cohier eerste wijk, nr. 144, A. 4216-17.

[26] SAA, GA. 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 29 v°, nr. 141.

[27] SAA, SR 916, f° 262 v° - 264 r°.

[28] SAA, GA 4832, f° 61 v°, nr. 141; R 2516: Cohier vant huyshuer­gelt 1689, ongefolieerd, eerste wijk, 2de kapitein, nr. 141.  De meerseniers nemen ene Jacobus en François Gaesbeeck op in hun naamlijsten en wel in 1696 en 1700 (GA 4218 en 4219).

[29] SAA, SR 1024, f° 70 v° - 72 r°.

[30] SAA, SR 1094, f° 302 r° - 304 r°; N 321, ongefolieerd, akte nr. 14; N 328, ongefolieerd, akten nr. 6 en 113.

[31] SAA, SR 1187, f° 65 v° - 66 r°.

[32] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 27, nr. 106.

[33] SAA, GA 4221.

[34] SAA, N 967, ongefolieerd, akte nr. 144.

[35] SAA, SR 1302, f° 159 v° - 162 r°.

[36] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2473.

[37] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 10 en 12).