De Cleyn Jacht: Oude Koornmarkt 10 

Terug naar het overzicht van de huizen

 

De naam “Cleyn Jacht” werd vroeger ook wel gegeven aan het huis nr 6. Een stukje gemeenschappelijke voorgeschiedenis is daar verantwoordelijk voor. 

 

Op 29 mei 1489 geeft de kleermaker Aerd Peter Nouts, eigenaar van de Grote Jacht, het huis door aan Willem Denys die ook eigenaar was van de Ackerman. Op 26 maart 1511 n.s. geeft die de Cleyn Jacht als huwelijkscadeau aan zijn zoon Pauwels Denys[1]. In een akte van 11 juli 1555 blijkt Jan van Croonen­dale, de echtgenoot van Katlyne Denys, dochter van Pauwels, eigenaar te zijn. Op 28 mei 1558 verkopen Jan van Croonendale en Katlyne Denys aan Peeter van Steensele en Gheertruyden Boels, eigenaars van de Ackerman, het achterhuis van de Cleyn Jacht met inbegrip van de gang die via de Ackerman uitgaf op de Oude Koornmarkt. De akte verduidelijkt dat dit stuk aan de comparanten was toegekomen na de dood van Anna Musch, eigena­res van de Groote Jacht[2].

 

De hele zestiende eeuw bleef dit huis eigendom van de familie van Croonendael. Volgens de cohieren van 1577-1586 was de (toenmalige) weduwe van Jan van Croonendael uit Lier afkomstig en woonach­tig bij St. Andrieskerk eigenares. Huurder aan 100 gulden was de hele tijd Aerdt vanden Broecke, uit Mechelen afkomstig, de lokale kapitein van de burgerwacht.  Het pand was voorzien van een kelderdeur van 4 voet diep waarvoor de stad 2 stuivers ontving[3].

 

Intern wordt de helft van de Cleyn Jacht op 15 mei 1603 door Pauwel van Heylwegen overgedragen aan Henrick Rol.

Op 15 september 1628 verkocht Elisabeth van Heylweghe, weduwe van Jonker Jan Werner van Hornes, in naam van:

1) Edele Vrouwe Marie van Heylweghe, weduwe van Hendrik Rol, Ridder en Raad van Oorlog, luitenant- admiraal van de konink­lijke vloot,

2) Cecilia van Croonendael

aan Jacques Rol, zeekapitein in dienst van de koning, de Cleyn Jacht, “...een huys metten gronde en[de] toebehoorten...”[4]. Op 24 april 1631 wordt diens neef, ook een Jacques Rol, apotheker van beroep, de nieuwe eigenaar[5]. In 1648 komt deze met de eigenaar van de Ackerman, Jan Boels, in conflict i.v.m. het vervangen van vensters die konden opengaan door vaste vensters in een muur die uitgaf op de Ackerman, conflict dat tot 1662 bleef aanslepen alhoewel er vaste vensters zijn geplaatst[6].

 

Bewoner in 1659 van het huis uitgerust met drie schoorsteen­pijpen en met een huurwaarde van 100 gulden is de zijdeverver Andries Deni­ssart of Denizart[7]. Deze kan mits hypothekering voor 125 gulden erfelijk het huis van Jacques Rol en de kinde­ren uit diens huwelijk met Barbele de Wael kopen op 15 januari 1663[8]. Ook in 1667, 1672[9], 1682[10] en 1689 bewoon­de hij zijn huis.  En uit een verbod op verkoop d.d. 16 juli 1695 weten we dat Andries Denissart in zijn woning is overleden alwaar hij op 24 decem­ber 1694 zijn testament had laten opmaken. Op 16 juli 1695 wordt het huis door zijn kinderen ‘bevrijd’ doordat ze een reeks schul­den afbeta­len. In deze akte is er sprake 'vanden nieuwen keldere onder de strate' waarop men voortaan 13 en 1/2 stuiver cijns aan de stad moet betalen[11].

 

De kinderen van Andries Denissart verkopen het huis op 10 oktober 1695 aan Ridder Jaspar Schrijnmaeckers, ‘waerdyn [ende] hooft officier van syne coninckl. mai[esteit]s munten int quartier van antwerpen’. De prijs bedroeg 2300 gulden[12].

De­ze verhuurt volgens de cohieren: in eerste instantie (rond 1704) aan de weduwe van Franchois Rensch, wiens man als ijze­han­delaar op de Oude Koornmarkt aktief was in 1696 en 1700, mogelijkerwijs op de Oude Koornmarkt 4, en dan (rond 1708) aan eene Magdalena de Vree[13]. De erfgena­men van boven­ge­noemd edel­man verkopen het huis voor 1770 gulden op 3 december 1720 aan de beeldhouwer Albertus Verbrug­gen en zijn echtgenote Maria Barbara Broeckaert[14]. Weduwe geworden ver­koopt deze laatste het op 30 maart 1740 voor nog slechts 980 gulden aan Isabella Maria vander Meren, weduwe van Jacobus Paulus[15]. In 1754 huis­de in de Cleyn jacht de kleer­ma­ker Joannes van Overlaet, zijn echtgenote en zijn dochter van 40 jaar[16].

 

De kinderen van Jacobus Pauwels en Isabella vander Meren verkopen op 20 januari 1761 voor 1100 gulden aan Philippus Herbrant en Catharina van Wyck, eigenaars van de Ackerman (Oude koornmarkt 12) en St. Christoffel (Oude Koornmarkt 4, zie aldaar) dat door hen werd bewoond[17]. Op 25 juni 1793 verkopen hun erfgenamen voor 2070 gulden aan Joanna Maria de Ley, weduwe van Caroli vander Heecken[18].  In 1796 is zij eigenares-bewoonster, naaister en 66 jaar.  Medebewoonster is Marie vander Reeken (waarschijnlijk haar dochter), 28 en eveneens naaister.  Waarde van het pand: 1600 gulden[19].  De straatkeldercijns van 1,23 Fr. werd in 1824 afbetaald door P. Vandenkerckhoven[20].

 

In 1898 bevindt er zich in de Cleyn Jacht en den Ackerman een modewinkel[21].

                                                                          

 


 

[1] SAA, SR 137, f° 309 v° - 310 r°.

[2] SAA, SR 256, f° 215 r° - v°. Zie ook SR 271, f° 183 r° - 184 r°.

[3] SAA, GA 4833, f° 32 v°; R 2181, f° 104 v°; R 2286, 2213, 2317, 2237, 2350, f° 1 v°; T 167, f° 42 r°.

[4] SAA, SR 589, f° 315 r° - 396 r°.

[5] SAA, SR 607, f° 264 r° - 264 v°.

[6] SAA, Processen Supplement, nr. 5016. 

[7] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,ongefo­lieerd.  Uit enkele pittige akten weten we dat Andries Denis­sart een stevige ruzie had met zijn overbuur­man de verver Anthony Coppens.  In 1658 verklaren buren dat deze Anthony Coppens Denissart had uitgemaakt voor ‘fiel, schuyffelbout, muytmaecker, schelm en eerdieff’.  In 1659 kwam het dan tot een handgemeen waarbij Anthony Coppens met een stok Denissart bedreigde terwijl Anthony's dochter Denissart een paar meppen in het aangezicht verkocht.  Bron: N 3790, f° 13 r°; N 3791, f° 29 r° - v°.

[8] SAA, SR 779, f° 129 r° - v°.

[9] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd; GA 4829, cohier eerste wijk, nr. 143.

[10] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 29 v°, nr. 141.  Merkwaardig is dat (er een) Andries Denissart in de naamlijs­ten van de meerseniers in de Oude Koornmarkt voorkomt die in 1677 en 1681 handelde in ‘blek’ (GA 4216 en 4217).

[11] SAA, SR 969, f° 328 r° - v°; f° 316 r° - 318 r°; N 657, ongefolieerd. Zijn echtgenote Sara Ridtsaert was in december 1694 al overleden.  De keldercijns werd ook betaald in 1745: T. 155, f° 19 r°, nr. 333.

[12] SAA, SR 968, f° 490 v° - 492 v°.

[13] SAA, GA 4218-4219; GA 4832, f° 61 v°, f° 140; R 2516: Cohier vant huyshuergelt 1689, ongefolieerd, eerste wijk, 2de kapi­tein, nr. 140.

[14] SAA, SR 1064, f° 192 v° - 193 v°.

[15] SAA, SR 1137, f° 56 r° - 57 v°.

[16] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 27, nr. 105.

[17] SAA, SR 1212, f° 203 r° - 204 v°.

[18] SAA, SR 1316, f° 46 v° - 47 r°.

[19] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 2474.  In de naamlijst van de meerseniers van 1794 vinden we een Maria vander Ecken die in kousen doet: GA 4240, f° 61 v°.

[20] SAA, MA 3563, f° 52 r°, 101, nr. 333.

[21] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 10 en 12).