De Gulden of Swerten Arent, vroeger Cleyn Jacht: Oude Koornmarkt 6  

Terug naar het overzicht van de huizen

 

In de jaren 1445-1454 was er een gemeenschappelijke eigenaar met de Grote Jacht, Oude Koornmarkt 8 n.l. Peter Broedeloes die het had van zijn vader Adriaen.  Toch was het al een aparte entiteit: een klein huis[1].

 

Op 6 juli 1482 verkoopt Meester Claus Boudens, dokter in de medicijnen, aan Jan van Lare, zowel dit huis als het navolgen­de, De Groote Jacht, Oude Koornmarkt 8 en de latere Cleyn Jacht, Oude Koornmarkt 10. Jan van Lare ontdoet zich reeds op 9 juli daaropvolgend van nr 8 en 10 maar volgens een akte d.d. 14 maart 1493 n.s. geeft Jan van Lare, uitsnijder, ook de latere Gulden Arent weg aan de kremer Jan van Woenssele in ruil voor een loove in de buurt van het Minderbroedersklooster (de huidige St. Pauluskerk). We vernemen ook dat dit huis mag blijven afwateren via een ander huis van Jan van Lare, n.l. de Kriekenboom, Hoogstraat 3[2].

 

Jan van Woenssele verkoopt zijn huis op 7 april 1502 aan de viskoopman Dominicus Bouwens voor 8 pond 10 schellingen erfe­lijke rente per jaar[3]. Op 4 juli 1503 verkoopt deze, waar­schijnlijk omdat hij juist een huis aan de Vismarkt heeft verworven, de Cleyn Jacht aan Gielis Mussche die dit pand integreert in één groot domein bestaande uit De Krieckboom, Hoogstraat 3 en St. Chri­stoffel, de Cleyn Jacht, de Grote en de latere Cleyn Jacht, Oude Koornmarkt 4 - 10[4]. De erfgenamen van Gielis Mussche herverkavelen de bezittingen en op 5 juli 1533 wordt zijn zoon Joseph eigenaar van deze Cleyn Jacht, waarde 26 pond erfelijk[5]. Dat hijzelf het ooit gebruikt zou hebben is twijfelachtig want Joseph Musch verbleef vooral in Maastricht als kanunnik.

 

Op 29 oktober 1578 geeft zijn erfgename, Anna de Lannoy, dochter van Matheeus, en in naam van haar broer, ook een Matheeus, (machtiging opgemaakt te Speyer) in erfelijk recht het huis aan de apothe­ker Adriaen Beerlincx en Catlyne van Eecke. Dezen zouden er volgens de cohieren gewoond hebben sedert 1577 en ze bleven het huis, huurwaarde 150 gulden, ook daarna bewonen. Men schatte het bij de verkoop op 220 gulden erfelijk. Er drukt een kelderdeur­chijns van 3 groten op het pand vanwege een deur van 2 voet diep[6].

 

Hun kinderen verkoch­ten het huis voor een erfrente van 200 gulden aan Jehanne Brouwers, weduwe van de oudkleerkoper Jacques Loemans volgens akte gedateerd 20 december 1617[7]. Johanna Brouwers laat er op 1 november 1637 haar testament opmaken waaruit blijk dat ze een dienstmaart had[8]. Haar erfge­namen, de schipper Thomas de Brouwer en zijn zus Catharina, verkopen op 24 december 1637 voor 184 Car.g. en 20 stuivers erfelijk aan de zijdenlakenver­koper Dierick van Ryswyck en Barbara Loys[9]. Hun erfgenamen verkopen alweer op 3 augustus 1646 aan de bakker Jan of Jero­nimus Huybrechts en Janneken Boisse die meteen hypothekeren voor 150 gulden ter­wijl ze t.o.v. Notaris Gaspar vande Heie­strate nog een schuld­bekente­nis betreffende de aankoop van het huis hadden van 900 gul­den[10]. Op 10 november 1649 verkochten ze hun eigen­dom al terug aan de maaldenier Melchoir du Boys en Maria Neerbays[11].

 

Melchior du Bois staat in het cohier van 1659 als bewoner vermeld. Zijn pand had een huurwaarde van 100 gulden en was uitgerust met drie schouwen. Bij het opmaken van het weder­zijds testament d.d. 5 oktober 1661 bleek het echtpaar er wel degelijk te wonen. In dit testament vinden we overigens een merkwaardige passage waarbij een aantal voormalige vrienden van Melchior du Bois worden uitgesloten omdat “... Guilliam Lekerdie ennde Carel synen sone den voors. melchior du bois... oft iemanden van syne familie opden vierden January, lestleden hebben gedrycht te vermooren, sulcx dat de testateuren in desen gelycherwys hebben moeten coopen hun leven met aen hen om van hen ontslagen te syn te betaelen de somme van hondert ende acht patacons...”[12]. Uit de Staat van Goed van Maria Meerbeys d.d. 5 november 1663 weten we dat Melchior du Bois samen met zijn stiefzoon uit het eerste huwelijk van zijn echtgenote Jan van Steenbergen in de Swerten Arent een ijzer­handel dreef[13]. Volgens een akte d.d. 7 november 1663 heeft Melchior dan ook na de dood van zijn echtge­note en na afreke­ning met erfgenamen het pand voor zichzelf weten te behouden. Hij hypothekeerde het wel voor 62 Car. g. 10 stui­vers[14]. Raar genoeg is dit de laatste eigendoms­verande­ring die voor de schepenbank van Antwerpen is gekomen tijdens het hele ancien régime!

 

We beperken ons dan ook tot het opsommen van de gegevens uit de cohieren en volkstelling:

1667 en 1672: Melchior du Boys bewoont nog steeds zijn huis[15].

1682: huurwaarde gezakt naar 72 gulden, eigenaar is de baljuw van Zwijndrecht, de heer Bakelroode, huurders: Jacobus Carré staat doorgehaald, nieuwe huurder: Catharina vander Stoe­len[16].

1689 tot 1704: achtereenvolgens Catharina van Stocken, Maria Janssens, Elisabeth Bosmans, die in 1696 een lijnwaadhandel had, en Petronel Kets.

1704: Petronel Kets huurt.  Deze dame had in 1700 op de Oude Koornmarkt een lijnwaadwinkel[17].

1708: huurder?: Jan Baptista de Schieter[18].

1754: bewoners: Cornelis Verpoorten, natiegast of buildrager, zijn echtgenote en zijn twee dochtertjes van resp. 9 en 10 jaar.

1768: in de naamlijst van de meerseniers vinden we in de Oude Koornmarkt Cornelis Verpoorten die een boetiek heeft.

1773: in de naamlijst van de meerseniers vinden we de weduwe van Cornelis Verpoorten die handelt in geleiswerk[19].

Voor 1796 zijn er geen éénduidige gegevens en verwijs ik naar de St. Christoffel waarvan ik vermoed dat hij er een geheel mee vormde.

 

In 1898 bevond er zich in het pand een kruidenierswinkel[20].

 


 

[1] SAA, SR 34, f° 118 r°; f° 125 r° en 140 r°; R 39, f°103 v°; SR 48, f° 126 v°.

[2] SAA, SR 102, f° 229 v°.

[3] SAA, SR 121, f° 2 r° - v°.

[4] SAA, SR 123, f° 71 v°.

[5] SAA, SR 184, f° 200 r° - v°.

[6] SAA, SR 353, f° 405 r° - v°; GA 4833, f° 32 r°; R 2181, f° 105 r°; R 2286, 2213, 2317, 2237, 2350, f° 1 r°; T 167, f° 42 r°.

[7] SAA, SR 524, f° 607 r° - 608 r°.

[8] SAA, N 3515, ongefolieerd.

[9] SAA, SR 644, f° 490 r° - 491a r°.

[10] SAA, SR 693, f° 410 r° - 411 r°; f° 416 r° - v°.

[11] SAA, SR 709, f° 248 r° - v°.

[12] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,onge­fo­lieerd; N 420, f° 152 r° - 152bis v°.

[13] SAA, N 422, ongefolieerd, akte nr. 168. De inboedel werd ge­schat op 746 gulden, het huis zelf op 4000 gulden, in de winkel lagen voor 3762 gulden goederen. De totale erfenis bedroeg 14930 gulden 19 stuivers te verdelen tussen Melchior du Bois, hun dochter Anna en haar zoon Jan van Steenbergen.

[14] SAA, SR 776, f° 135 v° - 137 r°.

[15] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd; GA 4829, cohier 1ste wijk, nr. 141.

[16] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 29 r°, nr. 138.

[17] SAA, GA 4832, f° 61 v°, nr. 138; GA 4218-19.

[18] SAA, R 2516: Cohier vant huyshuergelt 1689, ongefolieerd, eerste wijk, tweede kapitein, nr. 138.

[19] SAA, GA 4221 en 4224.

[20] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 6).