De Grote St. Franciscus: Oude Koornmarkt 2

Terug naar het overzicht van de huizen

 

Tot aan de Spaanse furie, toen grote delen van de buurt van de Grote Markt in as werd gelegd, vormde dit pand een geheel met het huis de ‘Cleyne St. Franciscus’, Hoogstraat 1. Tot de opsplitsing zullen we hier dan ook het geheel bespreken.

 

Bij Asaert staat enkel een groot vraagteken bij het hoekhuis Oude Koornmarkt-Hoogstraat.

 

Op 19 oktober 1443 verkoopt Lysbeth Steven, echtg. Willem vander Heyden, aan Claus Colenzone, schepen, een rente op 2 huizen gestaan op de hoek van de Hoogstraat en gesitueerd tussen enerzijds het huis de Jacht op de Oude Koornmarkt en de huysinge van Aerd Langhals in de Hoogstraat[1]. Even later echter, op 30 oktober 1443, verkoopt Jacop Romants een rente op 1/4 van een huis op de hoek van de Hoogstraat tussen Henric Loemans en Adriaen sBocx[2]

 

In een huwelijkscontract van 16 juni 1447 tussen Jacop Romans enerzijds en Laurette vander Heyden, de dochter van de huide­vetter Jacop van de Heyden en van Gheertruyt Mannaerts ander­zijds, brengt eerstgenoemde in: 1/4 van het huis dat hij nu bewoont en dat gesitueerd wordt op de hoek van de Hoogstraat en de Oude Koornmarkt. Hij is dan al zeker eigenaar sedert 1445. Op 23 december 1450 verkoopt Magriete Stevens, wettige dochter van Jan en weduwe van Jan Willebeys, aan Jacop Romants een rente op 2 huizingen naast elkaar ge­staan op de hoek van de Hoogstraat tussen de Kriekboom (nu Hoogstraat 3) en de Jacht (nu Oude Koornmarkt 6-8)[3].

 

Bijzonder interessant is de akte van 4 november 1478 als Jacop Romants zijn zoon Jan Romants, goudsmid, zijn huis in erfelijk recht geeft voor 5 pond gr. per jaar.  Er is evenwel een voorwaarde aan verbonden: het achterhuis dat nu verhuurd wordt aan de kleermaker Gielis van Role mag door Kerstyne Henoic Coeussoensdochter, de echtgenote van Jacop, na diens dood gratis bewoond worden zolang ze leeft.  Dat achterhuis is door een muur afgescheiden van de voorzijde[4].

 

Volgens akte d.d. 25 september 1507 verkoopt de bontwerker Jan vander Voort ook bekend als Jan Gellens aan de uitsnijder Mathys Valcx, Laureyssone. In de tekst vinden we de vermelding van een vroegere eigenaar: de vader van Jan vander Voort had het op 23 december 1483 verkregen van Jan Ro­mants[5]. Op 28 september 1551 verkoopt Mathys' dochter Cornelia Valcx, weduwe van Henrick Schuermans, samen met haar twee kinderen het huis aan Jan van Schooten, lijndraaier, en Jehanne Claessens. Dezen betalen 280 gulden erfelijk en gebruiken de Grote Jacht, Oude Koornmarkt 8, als onderpand[6].

 

Het echtpaar van Schooten krijgt vier kinderen, Willem, Jan, Digna en Laureys die vroeg sterft maar wel zelf al kinderen had. Op 20 juni 1577 verleent de stad hen bij monde van sche­pen Gielis Happaert, in ruil voor een eigendom bij de stads­wallen gelegen dat men om militaire redenen nodig had, het recht om te gebruiken: “... een stuck erven gelegen opten hoeck van[de] hoochstrate neffens den huyse* genaemt sinte franciscus de voors. kinderen van Schooten toebehoiren[de] breet vo[r]e vier voeten en[de] streckende alsoe linierecht en[de] voerby den huyse genaempt den crieckboom tot opten egge van[den] huyse genaempt de fonteyne...”, in totaal dus 265 voeten groot met als bedoeling dat de bovengenoemde kinderen op dit erf mogen “... vouteren [ende] kelderen, maken totter riolen van[de] voors. hoochstraten mitsgaders oock alnoch te moegen vouteren [ende] kelderen maken inde cam[m]erstrate vo[r]e den huyse genaempt sinte franciscus soe breet als tselve huys inde cam[m]erstrate strecken[de] is...”[7]. Dit werd in de toekomst één van de straatkelders waarop geen cijns moest betaald worden. Later, bij de wederopbouw, gaf Willem van Schooten het recht om een kelder te mogen maken voor de Kriekenboom* in de Hoogstraat aan de eigenaars van dit laat­ste pand door (zie aldaar).

 

Op 27 oktober 1579, verkopen de kinderen van Schooten het belangrijkste deel van het nu lege erf met alle rechten om erop te bouwen en straatkelders te maken aan de koopman Abra­ham vander Veken[8]. De van Schootens behouden echter een stuk erf in de Hoogstraat. Na een openbare verkoop op 11 juli 1578 verwerft de kousenmaker Baptista Bruynicx volgens akte d.d. 20 mei 1581 het huis dat hij zelf heeft laten bouwen op dat stuk erf van de van Schootens en dat de Wyngaert of Cleyne St. Franciscus wordt genoemd (zie aldaar)[9].

 

Keren we nu terug naar de Grote St. Franciscus: volgens de cohieren verhuurde Abraham vander Veken die in de Lintworm Hoogstraat 23 woonde dit huis na de weder­opbouw in 1584 - 1586 voor 250 gulden aan Bruno van Wayen, lakenkoopman[10]. Deze woonde er nog steeds toen bij een verdeling d.d. 20 november 1599 Simon Jordaens en Marie de Bot eigenaars werden. Om dit duidelijk te maken even deze korte genealogische tabel, de eigenaars van het huis zijn vetgedrukt:

 

Anna Faus      

 x 1° Peter Jordaens

            a) Jacob Jordaens

            b) Simon Jordaens x Marie de Bot

 x 2° Abraham vander Veken

            a) Abraham vander Veken

            b) Elisabeth vander Veken

 x 3° Dierick de Moy

 

Het huis werd als volgt beschreven: “... een huys met winckel, keuken, pompen, met regenbacke kelders zo onder den huyse als onder de strate, weerdribbe gronde [ende] allen den toebehoor­ten...”[11]. De prijs bedroeg na schatting 406 gulden erfelijk. Voor 430 gulden erfelijk verkopen ze het op 4 juni 1626 aan de winkelier Jacques Roelants en Lucie Cornelis[12].

 

Het ontbreekt ons aan duidelijke gegevens over de periode 1626-1662. Mogelijk is er enige verwarring geweest met de Cleyne St. Franciscus in de Hoogstraat waar eigenaar Guilliam Lesteens als eigenaar en bewoner van een groot pand, huurwaarde 250 gulden in 1659 staat opgegeven.  Mogelijk zijn er bij de eigenaars financiële problemen gerezen en is er een verkoop geweest die niet mocht doorgaan, want in de akte van 21 maart 1662 is er sprake van een calengiering die heeft plaatsgevonden. Die akte van 21 maart 1662 is een verdeling waarbij Anna Haecx, weduwe van Roelant Hassincx, het huis, waarde 8110 gulden, voor zichzelf verwerft[13]. Op 21 juni 1664 geeft ze het in erfelijk recht aan Guilliam Martens of Mertens en Susanna Smidts. Men geeft het nog een extra bijnaam: “... daer nu ter tydt den draeck wthan­gende is...”[14]. In het cohier van 1667 staat Guilliam Martens als bewoner van het pand huurwaarde 200 gulden opgeno­men.  Hij staat ook in het cohier van 1672 toen de huurwaarde was gezakt naar 180 gulden[15]. In 1682 staat zijn zoon Fran­ciscus Martens, luitenant, als bewoner vermeld[16]. Op 9 april 1686 weet deze samen met zijn vrouw Maria Helena Michielssens, het pand voor zichzelf te verwerven na afrekening met zijn broers Guilliel­mus en Joannes en zijn zuster Susanna, die gehuwd was met notaris Gaspar Fighé. Men schatte het toen op 3000 gulden[17].  Het cohier van 1689 signaleert de aanwezig­heid van Franchois Martens en zeker in 1704 bleef de weduwe van Frans Mar­tens als bewoon­ster ach­ter.  De huurwaarde is wel opgelopen tot 200 gul­den[18]. Van haar kinderen verkrijgt Maria Cathari­na Mer­tens, gehuwd met Peeter Ignatius Cornelis­sens, volgens akte d.d. 26 juli 1730 het huis dat 3678 gulden waard zou geweest zijn. In de beschrijving is er voor het eerst sprake van ‘diversche oppercamers’[19]. Omdat een be­paalde rente niet wordt afbetaald belandt de Grote St. Fran­ciscus vervolgens op 4 april 1746 bij de twee kinderen van haar overleden broer Jan Francisco Mer­tens en Joanna Maria Lauwerens[20].

 

Gezien de ietwat dubieuze ligging van het pand op de hoek zijn we niet zeker wat betreft de bewoners van 1754. Waarschijnlijk waren dit Frans de Pooter, zijn echtgenote, zijn dochter van 23 jaar en een dienstmeisje met ene Maria Crols als inwoon­ster. Het beroep van Frans de Pooter is nogal mysterieus: er staat ‘Neurenborghwinckel’[21].

 

De weduwe van Cornelius Benedictus Mertens, Anna Maria Drim­borgh, verkoopt op 18 augustus 1777 voor 2200 gulden aan Petrus Vandenborne die onmiddellijk hypothekeert voor 1400 gulden[22]. Voor 2600 gulden verkoopt hij samen met zijn vrouw Anna Catharina van Letten zijn eigendom aan Joannes Snyer en Joanna Maria van Gastel. We schrijven dan 18 juli 1782[23].  Bij de volkstelling van 1796 vinden we het echtpaar terug als eigenaars-bewoners.  Hij is dan 52 en kousenhandelaar, zij is 44.  Ze hebben twee zonen: Henri, 20 en Bastiaen, 14 en er is een dienstbode met name Marie Janssens, 19.  In de marge de aanduiding: ‘bon fortune et bon pour logé’.  De waarde be­draagt 3000 gulden[24]. In 1898 bevond er zich in dit pand een hoedenmaker[25].

 


 

[1] SAA, SR 32, f° 317 r°.

 

[2] SAA, SR 32, f° 360 v°.

 

[3] SAA, SR 34, f° 118 r°; f° 125 r° en f° 140 r°; SR 43, f° 252 v°.

[4] SAA, SR 93, f° 218 r° - v°. In 1479 (SR 96, f° 111 r° en f° 368 v°) blijkt Jan Romants zijn huis voor de volle koopsom te belasten, na de dood van zijn vader o.m. t.o.v. zijn moeder.

[5] SAA, SR 132, f° 34 v° - 35 r°; Jan vander Voort, bontwerker, verkoopt op 29/10/1504 een rente op de twee huizen: SR 125, f° 82 v°.

[6] SAA, SR 241, f° 468 v° - 469 v°.

     *Het huis in kwestie was echter al in november 1576 afgebrand.

[7] SAA, SR 348, f° 170 v° - 171 r°.

     *Kriekenboom is de XVIde eeuwse naam van het huis Hoogstraat 3: ook Pellicaen of Gulden Cam genoemd.

[8] SAA, SR 353, f° 357 v° - 358 v°.

[9] SAA, SR 366, f° 72 r° - v°.

[10] SAA, GA 4833, f° 108 v°; R 2221, f° 5 r°; R 2238, f° 5 v°; R 2489, f° 6 v°.

[11] SAA, SR 432, f° 421 v° - 422 r°.

[12] SAA, SR 577, f° 313 v° - 314 v°.

[13] SAA, SR 769, f° 175 r° - 177 r°.

[14] SAA, SR 789, f° 42 r° - 43 r°.  In feite dateert de verkoop al van 30 oktober 1663.  De verkoopprijs bedroeg 9600 gulden. Bron: N 3780, f° 167 r°.

[15] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd; GA 4829, los cohier van kapitein Wans van 1672, nr. 30.

[16] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 56 r°, nr. 29.

[17] SAA, SR 921, f° 16 r° - 17 r°.

[18] SAA, GA 4832, f° 134 v°, nr. 28; R 2516: Cohier vant huyshuer­gelt 1689, ongefolieerd, derde wijk, 2de kapitein, nr. 29.

[19] SAA, SR 1103, f° 534 r° - 535 r°.

[20] SAA, SR 1160, f° 121 v° - 122 v°.

[21] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 439, nr. 24.  We kennen een kremer, Jan Francis de Pooter, in de Oude Koorn­markt van 1768 tot 1781 (GA 4221; 4224, 4227).

[22] SAA, SR 1262, f° 551 v° - 552 r°.

[23] SAA, SR 1278, f° 118 r° -119 r°.  We kennen een Joan Snyers die in 1781 op de Oude Koornmarkt in katoen doet: GA 4227.

[24] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 232.

[25] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 2).