Het Cleyn Sarazijnshoofd, Hoogstraat 33 

Terug naar het overzicht van de huizen


Het Cleyn Sarazijnshoofd is, in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, niet afgesplitst van het Groot Sarazijnshoofd (Hoogstraat 31) maar van het pand dat wij nu kennen als zijnde ‘De Halle van Armentières’, Hoogstraat 35. In 1519 werd dit pand ook Sarazijnshoofd genoemd en ik vermoed dat reeds daarvoor het Cleyn Sarazijnshoofd ervan is afgesplitst. In de akte van 18 december 1501 i.v.m. het Groot Sarazijnshoofd worden als buren naar de Reyndersstraat toe vermeld: het erf van Willem van Berchem aan de voorkant en het erf van Costen van Berchem aan de achterkant en deze schets herhaalt zich in 1512. In 1518 vermeldt een akte i.v.m. de Halle van Armen­tières als de zoon van Costen tot verkoop overgaat als buurman naar de Hoogstraat toe een zekere Christoffel Stynen. Bij een rentenbrief uit 1543 i.v.m. het Groot Sarazijnshoofd valt die naam als buurman naar de Reyndersstraat toe.

 

Volgens een reeks akten uit 1554 - 1556 blijkt het Cleyn Sarazijns­hoofd in de handen van onnoemelijk veel personen beland te zijn waarvan sommigen niet meer bezaten dan 1/20 van 1/3 van 1/20 (dus 1/1200!) van het huis. Zo verklaren in 1556 de erfgenamen van Andries vanden Eynde tevreden te zijn wat betreft de afreke­ning met diens weduwe Clara Musch[1]. Clara Musch Marcusdoch­ter, hertrouwd met Anthonius Byselincx, geeft op 21 juni 1561 aan Hans vander Baren, Gieliszone, haar vierde van het Cleyn Sarazijnshoofd, gesitu­eerd tussen het Groot Sar­zijnshoofd en de Halle van Armen­tières die er ook langs achter aangrenst[2]. Op 5 mei 1580 verkoopt ene Peeter Vermoelen 1/10de van het huis aan de lakenkoopman Arnoud vander Eygenen of vander Heggen[3]. Deze wordt na verloop van tijd de eigenaar van de overige 3/4 van het huis.

 

Volgens de cohieren verhuurt hij het aan 100 gulden. Na leegstand wordt ons in 1579 Peeter van Hessen als bewoner gesignaleerd. In 1584 en 1585 huurt deze alleen nog de achter­kant terwijl in de voorkant de zeeldraaier Jeremias Persoons huisde, volgens het ‘Register houdende de huysen...’ uit 1584 de enige bewoner. In 1586 verhuisde deze naar het onderdeel ‘De Moerboom’ van het Groot Sarazijnshoofd en wordt er geen huurder vermeld[4].

 

Niclaes Rampart, eigenaar van de Halle van Armentières en Arnout vander Eyghenen waren niet bepaald de beste maatjes. Op 21 juli 1589 komen ze tot een vergelijk na een proces. Er worden regelingen getroffen betreffende hun gemeenschappelijke muur en een pijp van het toilet van Arnout[5].

 

Op 26 mei 1598 verkoopt de amman het pand in zijn geheel aan de koopman Egbert vanden Gheyne en Agneete van Roye. De koopsom bedraagt 83 gulden 10 stuivers erfelijk terwijl er nog een rente van 17 gulden 10 stuivers erfelijk op drukt[6]. op 24 november 1601 verkopen Egbert en Agnete voor 100 gulden erfelijk aan Jacques Key­sers en Sara vander Garden. In de akte wordt er besproken dat de huidige huurder er nog een tijdje mag blijven huren aan 75 gulden per jaar[7]. Het echtpaar Key­sers had een zoon: Balthazar Keysers of de Keysern die in 1636 bekend was als lid van de meerseniers van de Hoogstraat. Hij handelde in ‘gebreyt’ (gebreid goed dus)[8]. Op 4 september 1621 geeft Sara, weduwe geworden, aan haar zoon i.p.v. de 400 pond waarop hij recht heeft, als bruidschat voor zijn huwelijk met Marie Everdin, het Cleyn Sarazijns­hoofd[9]. De familie de Keyser blijft nu gedurende lange tijd eigenaar en bewoner van het pand. Baltha­sar laat in 1658 een nieuwe houten galerij bouwen wat niet naar de zin is van zijn buren, meerbepaald Catherina Baeck, echtgenote van Carel Aurelio Mertens, eige­naar van het Groot Sarazijnshoofd[10].  In 1659 was Balthasar in het Cleyn Sarazijnshoofd inderdaad woonachtig.  De huur­waarde bedroeg toen 120 gulden en er waren 5 schou­wen[11]. In 1667 en 1672 huurde Marten Men­nens, als handelaar in kousen lid van de meerseniers van de Hoogstraat in 1677 en 1681[12]; in 1682 een zekere N. Verlin­den[13].

 

Wat er met de eigenaars is gebeurt vernemen we in een akte d.d. 4 februari 1692. Baltha­sar de Keyser had slechts één zoon, Jan, die volgens zijn testament van 1691, alles had gelaten aan leden van de notarisfamilie Coppens. Dezen verko­pen het huis voor 2005 gulden aan zijn bewoners, Jacobus vander Linden en Isabella Renson, die meteen hypothekeren voor 1600 gulden. De beschrijving luidt: “een huys van vooren tot achter met vloere ceuckene, plaetse achterhuysinge gronde [ende] allen den toebehoorten...”[14]. Ze zijn er dan ook gaan wonen: we vinden in de cohieren van 1704 en 1708 Jacobus V[and]erlin­den terug terwijl de huur­waarde ongewij­zigd blijft.  Jacobus Vander Linden was als kousenhan­delaar bekend bij de meerseniers van de Hoog­straat in 1696 en 1700[15].

 

Na de dood van Isabella rekent Jacobus op 11 januari 1720 af met zijn kinderen Anna Maria, die weduwe was van de procureur Alexander vander Heggen, Franciscus en Magdalena, gehuwd met Jacobus de Craen. Jacobus vander Linden weet zijn huis te behouden[16]. Het is interessant te vermelden dat Jacobus het gebracht heeft tot deken van de stadsschermersgilde.

 

Op 26 december 1750 verkopen Anna en Alexander vander Heggen, de kinderen van Anna Maria vander Linden en Alexander vander Heggen, aan Maria Anna de Vos, weduwe van koopman-aalmoezenier Michiel Gerard de Bruyn, het huis om van de hypotheken die erop drukten verlost te zijn[17]. Zij verkoopt alweer op 14 januari 1751 voor 525 gulden aan Jacobus Mertens en Maria Borrewaeter[18]. In 1754 wordt het pand bewoond door de bor­stel­maker Joannes Parys en de zegelmaker Andreas Wyns. Eén van beiden had een gezin bestaande uit zijn vrouw en twee dochters van resp. 4 en 6 jaar.  Jan Parys en zijn echtgenote kochten later het huis ‘De Ezel’ op de Oude Koornmarkt 24 om het te bewonen[19].

 

Na de dood van het rijke echtpaar Mertens- Borrewaeter ver­krijgt de tweede zoon, ook weer een Jacobus o.a. het Cleyn Sarazijnshoofd volgens een akte van 13 augustus 1774[20]. Zijn erfenis belandt via zijn broer de advokaat Franciscus Josephus Mertens in de handen van Joannes Franciscus Josephus Mertens op 1 februari 1783[21].  Deze verhuurde in 1796 aan Henri Faes, 59, die er een klein winkeltje had, en Catharina van Ynschot, kantwerkster.  Waarde 2000 gulden[22].

 

Bij een verkoop op 30 januari 1889 was het 13.800 BF waard. De oppervlakte bedroeg toen 63 m2 [23].  In 1898 was er een café[24].


 

[1] SAA, SR 251, f° 197 r° - v°; f° 359b r°; SR 252, f° 79 v°; SR 253, f° 138 v°; SR 262, f° 24 v° - 25 r°; f° 33 r° - v°; f° 82 r° - v°.

[2] SAA, Collectanea 14, f° 96 v°.

[3] SAA, SR 362, f° 175 r°.

[4] SAA, GA 4833, f° 107 r°; R 2330, f° 5 r°; R 2221 en 2238, f° 1 v°; R 2498, f° 2 v°.

[5] SAA, SR 399, f° 89 r°.

[6] SAA, SR 431, f° 86e v°- 86f v°.

[7] SAA, SR 442, f° 81 v°.

[8] SAA, GA 4215.

[9] SAA, SR 547, f° 480 r° - v°.

[10] SAA, N 3790, f° 88 r° - v°.  Balthasar de Keyser was volgens de akte van 22 augustus 1658, zonder overleg met zijn buren aan het bouwen: “... eenen houten overganck [ende] gaelderye in synen huyse (...) [ende] dat wel twee voeten een halff hooger als de selve voor desen heeft gelegen waer door hy der comparante [Catherina Baeck] huysinge onbryder maeckt als tselve voor desen is geweest...”.

[11] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters..., onge­fo­lieerd.

[12] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd; GA 4829, cohier kapitein Wans, nr. 50; GA 4216-17.

[13] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 56 v° , nr. 49.

[14] SAA, SR 957, f° 476 r° - 477 r°.

[15] SAA, GA 4832, f° 135 v°, nr. 49; R 2516: Cohier vant huyshuer­gelt 1689, ongefolieerd, 3de wijk, 2de kapitein, nr. 49; GA 4218-19.

[16] SAA, SR 1066, f° 209 r° - 210 v°.

[17] SAA, SR 1173, f° 332 r° - 335 r°.

[18] SAA, SR 1178, f° 269 r° - v°.

[19] SAA, PK 2561: Volkstelling 1755 Ie - 4e wijk, p. 443, nr. 42.

[20] SAA, SR 1251, f° 314 v° - 317 v°.

[21] SAA, SR 1281, f° 70 v° - 74 v°.

[22] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 248.

[23] A. Thys, Recueil des Bulletins de la Propriété, (1889), p. 23.

[24] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 33).