De Cardinael, Hoogstraat 19 

Boedelinventaris van Jan Wagemans 1729

 

Terug naar het overzicht van de huizen

  

De Cardinael was tot de jaren 1450 het eigendom van de familie vander Taneriën.  Als aparte entiteit bestond het al zeker volgens een akte van 10 augustus 1450 waarbij Willem en Anthonis vander Taneriën hun zuster Janne o.m. een rente op de Cardinael geven[1].

 

We weten dat in 1477 Claus Zegers, schoenmaker, een rente aflost en in 1479 renten ver­kocht op het huis 'De Cardinael', gesitueerd tussenhet Bont Calf en de poort en het erf van het Gulden Schilt[2].

 

Op 9 maart 1486 n.s. geeft de meersenier Jan de Moor het huis in erfelijk recht aan de huidenvetter Henric Rol die op 25 augustus 1524 zijn huis voor 17 pond 15 schellingen 9 pennin­gen brabants erfelijke rente per jaar laat aan de uitsnijder Aerd de Clerck[3]. Op 25 juni 1539 geeft diens zoon Peter, na afrekening met zijn broers en zuster, het huis voor 85 Car.g. 3 st. erfelijk aan de lakenkoopman Jan van Schot[4]. Op 8 janua­ri 1546 n.s. verkoopt hij het aan zijn broer Franchois voor 140 gulden erfelijk die het op 24 november 1547 doorverkoopt aan de lakenkoopman Peter van Baesrode en diens echtgenote Clara sHerwouters. In de akte is er voor het eerst sprake van een kelder onder de straat[5]

 

Bij een akte d.d. 13 december 1580 verklaart Peter van Baesro­de dat hij via een goot zijn regenwater afleidt via het Bont Calf en dat hij dat slechts mag doen zolang de eigenaar van het laatstgenoemde pand dat toestaat[6]. In 1579 verhuurde Peter van Baesrode de Cardinael voor 200 gulden aan Arnout Boudewyns die later de Eenhoren (Hoogstraat 29) zou bewonen. In 1584 en 1585 verhuurde Peeter van Baesrode, die in Amsterdam woonde, zijn huis voor 130 gulden aan zijn zoon Peter van Baesrode de Jonge, lakenkoopman. Voor het jaar 1586 is er geen huurder ingevuld[7]. Op 7 april 1610 verkoopt Margriete van Baesrode haar zesde deel van de erfenis van Peter aan haar broer Emanuel[8]. De erfenis wordt verder uit de voeten gedaan op 10 december 1618 waarbij Merten van Baesrode, zoon van Peter van Baesrode (de Jonge) en Maria Cortheels, zijn familie uitkoopt uit de Cardinael die beschreven wordt als: “... Een huys met winckel ceuckene, diversche oppercamers, solders, kelder, gronde...”[9].

 

Op 10 februari 1626 verkopen de voogden over de kinderen van Merten en Anna Offermans het pand voor een erfrente van 202 gulden per jaar aan de bakker Pauwels Lodewyckx[10]. Op 13 janua­ri 1656 verkoopt Gommaer Lodewycx, pastoor te St. Pau­wels-Waas, in opdracht van zijn moeder, weduwe van Pauwels Lode­wycx, het huis aan weer een bakker n.l. Frederick Verman­den en diens echtgenote Maria Pannes die het huis onmiddellijk hypothekeren[11].

 

Bewoner in 1659 was Frederick Vermanden zelf. De huurwaarde van het huis dat uitgerust was met twee schoorsteenpijpen bedroeg 96 gulden[12]. In 1667 wordt hij vermeld en is de huur­waarde opge­lo­pen tot 120 gulden; in 1672 is hij er ook nog maar was de huurwaarde gezakt naar 100 gulden[13].

 

Op 11 maart 1678 laat de stadhouder het huis toewijzen na een openbare verkoop aan Jan van Baeckelgem[14]. In 1682 en zeker nog in 1689 wordt de 'Prins Cardinael' voor 120 gulden ver­huurd aan Guilliam Gaspers[15], daarna, en zeker in 1704 aan diens weduwe en zeker in 1708 aan François Gaspars[16]. Na de dood van Jan van Baeckel­gem komt het huis in handen van E.H. Guillielmus van Baeckel­gem, pastoor te Ooster­weel, wiens erfgenamen het voor 2000 gulden verkopen aan François van Huffelen op 21 mei 1706[17]. Op 27 oktober 1710 verkoopt deze laatste al aan de bakker Jan Wagemans en Anna Catharina Battist die meteen hypothekeren voor 125 gulden erfelijk[18]. Jan Wagemans is op 5 april 1729 in zijn woning Prins Cardinael overleden en we beschikken over de boedelin­ventaris (zie bijlage). Jan Wage­mans heeft vier echtgenotes gehad. Na bovenge­noemde kwamen Margareta Saldieu, Josina vander Sluys en Cornelia van Meelen. Het is Jan's laatste echtgenote, Cornelia van Meelen, die bij een verdeling op 28 juni 1729 het huis voor zichzelf ver­werft[19].

 

Op 16 februari 1743 draagt de amman de Cardinael over aan de koopman Jacobus Theodorus Wellens, oud-aalmoezenier, eigenaar sedert 1738 van het Schilt van Mechelen[20]. Hij wordt bij de volkstelling in 1754 als bewoner vermeld en zijn huisgenoten waren zijn dochter van 23, twee dienstmaagden en een knecht maar waarschijnlijk woonden ze in het Schilt van Mechelen. In de volkstelling wordt er naast het nr. 19A een huis opgenomen met als lakonieke vermelding ‘Ingenomen’[21].

 

In 1898 was er in het pand een meubelzaak gevestigd[22].


 

[1] SAA, SR 43, f° 334 r° - v°.  Deze Janne verkocht een rente op 4 november 1452: SR 45, f° 335 r°.

[2] SAA, SR 92, f° 96 r°; SR 95, f° 69 r° en SR 96, f° 46 v° - 47 r°.

[3] SAA, SR 165, f° 199 r°.

[4] SAA, SR 196, f° 400 r° - v°.

[5] SAA, SR 216, f° 71 r°; SR 227, f° 172 v°.

[6] SAA, SR 360, f° 527 v°.

[7] SAA, GA 4833, f° 107 v°; R 2330, f° 3 v°; R 2221, f° 2 v°; 2238, f° 3 r°; R 2498, f° 4 r°.

[8] SAA, SR 488, f° 149 r°.

[9] SAA, SR 530, f° 264 v° - 265 v°.

[10] SAA, SR 575, f° 340 r° - 341 r°.

[11] SAA, SR 737, f° 66 r° - 67 r°.

[12] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters..., onge­fo­lieerd.

[13] SAA, R 2503: Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd; GA 4829, cohier kapitein Wans, nr. 42.

[14] SAA, SR 873, f° 100 v° - 101 v°.

[15] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 56 v°, nr. 41.

[16] SAA, GA 4832, f° 135 r°, nr. 41; R 2516: Cohier vant huyshuer­gelt 1689, ongefolieerd, derde wijk, 2de kapitein, nr. 41.

[17] SAA, SR 1011, f° 392 r° - 395 r°.

[18] SAA, SR 1024, f° 165 r° - v°; f° 168 r° - 169 r°.

[19] SAA, SR 1098, f° 492 r° - 493 v°.

[20] SAA, SR 1149, f° 71 v° - 73 r°.

[21] SAA, PK 2561 : Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 441, nr. 33 en 34.

[22] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 19).

 

Bijlage: boedelinventaris van Jan Wagemans d.d. 5 april 1729

 

Bron: SAA, N 4434, ongefolieerd. Gevonden via Bruno Blondé.

 

Personalia: Jan Wagemans was bakker en zijn weduwe is Cornelia van Meel.

Kinderen:

van Anna Catharina Baptist: Anna Catharian Wagemans, 19 j.

van Margrita Salien: Balthazar, 12 j.

van Josina vander Sluys: Joannes, 8 j., Albertus, 6 j.

van Cornelia van Meel: Theresia, 2 1/4 j.

 

Contant geld: 90 gulden 3 1/2 st.

 

Inde keucken

 

Een ledicant met blouw behanghsel, bedde, peul, stroye matras, een herthoute parsschappraeye met parsche, een arthoute cas met een glas, een arthoute cas met twee glase deuren, eenen spiegel met swerten lyst, acthien tenne schotelen soo groot als clyn achtendertich tenne taillooren eenen tennen thepot, met een clyn souveraen pottien eenen tennen mostaertpot peperbus en[de] twee soutvaetiens twee gelasen potten met tenne schelen, een partye gelase schotels ende taillooren ses thee baekens en[de] schoteltiens, eenen tennen bierpot eenen tennen waterpot een tenne commeken een groote tenne teyle eenen tennen bierpot met tenne scheel, thien tenne lepels groot en clyn

een copere vispaen dry copere stooffbeckens, een copere doppanneken twee copere schelen, een copere moor een copere boterpanneken twee copere behter(?) pannekens twee copere ketels eenen houten eemer met coper beslagh copere tempet, coperen merckt eemer coperen mortier met stamper blecken eemer blecken treckpot, een stylsel van dry stucken met twee spoelbacken een root harthoute tafeltien met blat acht biese stoelen twee borstels met dry mandekens negen silvere lepels ende een clyn, seven silvere forechetten, eenen silveren mostaertpot, een silvere soutvat, eenen silveren clater met silvere ketinge, een scheir met silvere ketinge een tes met silveren beugel, twee silvere gespen een silvere snuyffdoos

 

Schoon Lynwaet

 

twee condeen, seven paer meukens, negen treckhuyven soo met als sonder cant elff onderstens soo met als sonder cant twee meukens een capken neteldoeck vyff servetten elff paer flouwy­nen soo groot als clyn, een moeffel een

 

syde faelie, vyfthien mans hemden, dry bommesyne slaeplyven een stuck lyff, met borst, een paer nieuw coleure vr[ouw]e schoenen wat lynwaet een partye witte saey, dry cattoene voorschoyen, een saye faelie een mans hemde, twee vr[ouw]e hemden, een cattoene schouwcleet eenen yseren balck

inden winckel een partye heurden ende manden en[de] korven

 

Opt hangende Camer

 

een arthoute uyttreckende tafel, een herthoute hangh casse halff hangen en[de] halff leggen, een cattoene schoutcleet, een bedde met peul, twee gordynen een witte sargie een partye rouwgaeren eenen bruynen iustacor met jup en broeck eenen strepen mooren rock eenen casseen rock en robben eenen nacht­robbe en gestickten rock een kinder sargiken vyff lakens dry slechte cooven een stuck lynwaet ende eenen lap lynwaet twee paer agagianten twee cooven eenige bommesyne mutskens, seven neteldoecke neusdoecken een partye prondelingh van lynwaet eenen blouwen laekenen mantel, een ledicant met een bedt een een stroye matras op den solder een quaet ledicant met wolle matras, eenen witten laeckenen iustacor met iup met silvere cnoppen

 

[(Vervolgens komen papieren en schuldbrieven waaruit blijkt hoezeer Jan Wagemans een belangrijke lokale bakker was met heel wat bekende klanten uit de Hoogstraat, de Oude Koornmarkt en de Pelgrimsstraat