Het Paradys, Hoogstraat 13  

Terug naar het overzicht van de huizen

 

In een akte van 1453 wordt als buurman van de Gulden Schilt Jan van Urssel opgegeven. Deze komt ook voor als buurman van de Baers in akten van 1448 en 1453[1]

 

We weten uit akten van de jaren 1490 dat het Paradys, samen met het huis dat we nu als 'De Fonteyne', Hoogstraat 11, kennen één geheel vormde in de vorm van een loeve. In 1494 was Henrick van Hackenbroeck, alias de Duitser, eigenaar van het Paradys[2]. Op 28 juni 1496 wist deze de 'De Fonteyne' te verwerven[3] alwaar hij en zijn vrouw Digne Berchmans gaan wonen. Op 12 augustus 1502 geeft van Hackenbroeck het Paradys in erfelijk recht aan de gilde van de steenhouwers en de metsers. Onder diegenen van die voor de gilde verantwoorde­lijkheid opnamen vinden we Dominicus de Wagemaker[4]. Voor korte tijd werd het Paradys effectief als gildehuis gebruikt totdat het op 18 september 1514 in erfelijk recht wordt overgedragen aan Reynier Banyers[5]. Deze laatste verkoopt aan koopman Ma­theeus Baron op 20 augustus 1517 maar Digne Berchmans, inmid­dels weduwe van Hackenbroeck, laat de koop naasten op 22 oktober 1517 waarna ze het op 31 oktober 1517 aan de lakenbe­reider Aerdt de Clerck laat onder bepaling dat ze een gang mag blijven gebruiken zolang ze in de Fonteyne woont. Men beschrijft het Paradys heel eenvoudig als “... een huys met plaetse...”[6].

 

Op 15 maart 1532 laat Aerdt de Clerck het huis aan zijn collega Henrick de Vos voor een erfrenten van 152 gulden per jaar[7]. Op 9 april 1544 n.s. verkoopt deze aan de lakenkoopman Jan Bultheel. Op het huis drukt er o.m. een kelderdeuren­cijns[8]. Jan Bultheel jr., zoon van bovengenoemde, geeft samen met andere leden van de familie Bulteel het huis in erfelijk recht aan de sargieverkoper Abraham vander Vekene volgens akte d.d. 1 december 1575. De beschrijving wordt iets uitgebreider: “... Een huys met plaetse pompe regenbacke weerdribbe kelder, gronde ende allen den toebehoorten...”, gesitueerd tussen de Fonteyne en het Gulden Schilt.  De toegankelijkheid van de kelder werd bevorderd door een keldertrap van twee voet diep waarvoor de stad 4 groten per jaar incasseerde[9]. Volgens de cohieren is het huis met de Spaanse Furie verbrand. In 1584 en 1585 verhuurt Abraham vander Veken het heropgebouwde huis voor 150 gulden aan Peeter van Tast, ‘sargietyckvercooper’; in 1586 bewoonde de weduwe van Abraham vander Veke zelf het huis[10].

 

Abraham werd overleefd door zijn vrouw Anna Faes die eerder gehuwd was met Peter Jordaens. Jacques Jordaens, één van de kinderen uit dat eerste huwelijk, wordt op 12 januari 1609 eigenaar van het Paradys dat geschat werd op 266 gulden erfelijk per jaar. Jacques was sargieverkoper en gehuwd met Barbara van Wolschaten[11]. Hun zoon, weer een Jacques, wordt op 18 maart 1634 na een verdeling de nieuwe eigenaar. Men schatte het toen op 350 gulden per jaar en in de beschrijving is er nu ook sprake van een winkel en een keuken[12]. In 1645 laten de tijkverkoper Jacques Diericxsens en zijn echtgenote Maria Fyens in het Paradys hun testamenten opmaken[13]


Zetten we even de latere bewoners op een rijtje wetende dat het huis uitgerust was met drie schoorsteenpijpen:

 

                    Jaar

                                              Bewoner

                     Huur

                  1659

                  1667

                  1672

                  1682

         1689-1704

                  1708

                                  Matthys Lauwers

                           De Weduwe Lauwers

                                                     idem

                                                     idem

                   Weduwe Matthys Lau­wers

                                 Juffrouw Lauwers

                  150 g.

                  120 g.

                  108 g.

                  120 g.

                  120 g.

                  120 g.

 

Op 23 mei 1711 wordt het Paradys door de afstammelingen van Jacques Jordaens waaronder Meester Joan Jacob Wierts, werkzaam als raad in de rekenkamer van Groot Brittannië, en Susanna Catharina Wierts, wiens echtgenoot Meester Anthonis Slicher raadsheer was aan het hof van Holland, Zeeland en Friesland, verkocht aan Peeter van Huemen en Maria Franchoise vanden Bossche[14]. Dezen verkopen al op 27 juni 1715 aan Jan Baptista Vermoesen en Magdalena Dielewyns. Aan de beschrijving wordt een ‘camer’ toegevoegd[15]. Het is echter de amman die het pand in 1747 te koop aanbiedt en aldus wordt het op 6 maart 1747 verworven door Jan Baptista Geeraerts en zijn vrouw Maria Anna Smits[16]. Einde 1754 baatte M.A. Smits als weduwe een kaaswin­kel uit in het Paradys en verhuurde ze één of meer plaatsen aan de timmermansknecht Mattheeus van Esboen[17]. Op 10 novem­ber 1756 wordt het huis door Henricus Geeraerts, voogd van de nu volledige wees van J.B. Geeraerts, Josephus Antonius, en tevens curator van zijn halfbroer J.B. Geeraerts omdat deze krankzinnig was enerzijds en door Meester Joan François Adams, procureur, test. executeur van M..A. Smits, voor 2025 gulden verkocht aan Adrianus Brys en Maria Bruers[18].

 

In 1898 hield men in het Paradijs een café[19].


 

[1] SAA, SR 47, f° 336 r°; SR 40, f° 69 v° en SR 45, f° 529 v°.

[2] SAA, SR 106, f° 169 v° - 170 r°.

[3] SAA, SR 110, f° 81 r°.

[4] SAA, SR 122, f° 98 r°.

[5] SAA, SR 143, f° 256 v°; SR 145, f° 20 r°.

[6] SAA, SR 151, f° 34 v° en f° 37 r° - v°; SR 152, f° 202 v°.

[7] SAA, SR 181, f° 400 v° - 401 r°.

[8] SAA, SR 209, f° 297 v°.

[9] SAA, SR 342, f° 196 r° - 199 r° ; T 167, f° 13 r°.

[10] SAA, GA 4833, f° 108 r°; R 2330, f° 2 r°; R 2221, f° 3 v°; R 2238, f° 4 r°; R 2498, f° 5 r°.

[11] SAA, SR 476, f° 116 r°- 117 r°; SR 478, f° 194 v°.

[12] SAA, SR 627, f° 8b r° - 9 v°.

[13] SAA, N 3762, f° 76 r° - 77 r° en f° 95 r° - 96 r°.

[14] SAA, SR 1028, f° 86 r°- 87 r°. Vanwege deze buitenlandse connecties was er in 1708 beslag gelegd op het pand: SR 1017, f° 352 v° - 353 r°; SR 1029, f° 130 r°.

[15] SAA, SR 1046, f° 130 v° - 131 r°.

[16] SAA, SR 1163, f° 297 v° - 298 v°.

[17] SAA, PK 2561: Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 441, nr. 31.

[18] SAA, SR 1195, f° 343 r° - 344 v°. Voor arresten i.v.m. schul­den zie SR 1185, f° 61 v° - 62 r°; SR 197, f° 368 r° - 369 r°.

[19] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 13).