De Cleyne St. Franciscus: Hoogstraat 1 

Terug naar het overzicht van de huizen

 

Dit pand vormde tot de Spaanse furie (4 november 1576), toen het werd platge­brand, een geheel met de Grote St. Franciscus, Oude Koornmarkt 2 (zie aldaar). Eigenaars waren toen de vier kinderen van Schooten. Op 20 juni 1577 verleent de stad hen bij monde van schepen Gielis Happaert, in ruil voor een eigendom bij de stadswallen gelegen dat men om militaire redenen nodig had, het recht om te gebruiken: “... een stuck erven gelegen opten hoeck van[de] hoochstrate neffens den huyse genaemt sinte franciscus de voors. kinderen van Schooten toebehoiren[de] breet vo[r]e vier voeten en[de] streckende alsoe linierecht en[de] voerby den huyse genaempt den crieck­boom tot opten egge van[den] huyse genaempt de fonteyne...”, in totaal dus 265 voeten groot met als bedoeling dat de bovengenoemde kinderen op dit erf mogen “... vouteren [ende] kelderen, maken totter riolen van[de] voors. hoochstraten mitsgaders oock alnoch te moegen vouteren [ende] kelderen maken inde cam[m]erstrate vo[r]e den huyse genaempt sinte franciscus soe breet als tselve huys inde cam[m]erstrate strecken[de] is...”[1].  Willem van Schooten heeft het recht om een kelder te mogen maken voor de Krieken­boom* in de Hoog­straat aan de eigenaars van dit laatste pand doorgegeven (zie al­daar).

 

Op 27 oktober 1579, verkopen de kinderen van Schooten het belangrijkste deel van het nu lege erf met alle rechten om erop te bouwen en straatkelders te maken aan de koopman Abraham vander Veken die er de Grote St. Franciscus op zal bouwen[2]. De van Schootens behouden echter een stuk erf in de Hoogstraat. Na een openbare verkoop op 11 juli 1578 verwerft de kousenmaker Baptista Bruynicx volgens akte d.d. 20 mei 1581 het huis dat hij zelf heeft laten bouwen op dat stuk erf van de van Schootens. Nog dezelfde 20 mei 1581 geeft hij het in erfelijk recht aan Peter van Cantelbeke en Anna Pijpens en het is beschreven als: “... een huys dwelck nu twee wooningen zyn met twee kelders den eenen onder tstrate met borneputte ende regenbacke met eender pompe met twee winckels...”, genaamd de Cleyne St. Franciscus, “... ende daer nu den wyngaert vuyt­hangt...”[3]. De prijs bedraagt 260 gulden erfelijk.

 

Bewoners in 1584, 1585 en 1586 waren: in de woning naast de Grote St. Franciscus de kremer Jan de Febvre en in 1585 de sargie­verko­per Adriaen vanden Bossche, naast de Gulden Cam (vroegere Krieken­boom), de kousenmaker Peeter van Balen. In 1586 huurde Franchoys van Royen beide helften[4]. In elke woning huurde men aan 75 gulden per jaar maar dit bedrag werd in het cohier van 1586 gehalveerd. De kinderen van het echtpaar van Cantelbeke verkopen het huis op 30 oktober 1612 aan Guilleaume Lesteens, boekverkoper en later drukker, en Maria Verdussen en dit voor 1200 gulden (en waarschijnlijk nog wat renten). De tekst maakt melding van een huurder die tot half maart 1613 mag blijven[5]. Guilliam Lesteens bewoonde het huis als geheel volgens het cohier van 1659. Het was 250 gulden waard en voorzien van zes schoorsteenpijpen maar mogelijk werd de Grote St. Franciscus er abusievelijk bijgeteld[6]. De oudste doch­ter, Catharina, begijn te Lier, verwerft het bij een verdeling op 25 oktober 1663 en men zegt expliciet dat men de twee woningen als één woning gebruikt[7]. In het cohier van 1667 vinden we onder St. Franciscus twee huizen, het een, huurwaar­de 200 gulden is zonder twijfel de Grote St. Franciscus van de Oude Koornmarkt; het ander, huurwaarde 100 gulden, werd verhuurd aan Hendrik Wildens, het cohier van 1672 vermeldt de Kleine St. Franciscus als zijnde bewoond door Engel Gymnicus, erfge­naam Lesteens.  De huurwaarde was gedaald naar 60 gulden[8].  Het stadscijnsboek van 1630-1723 neemt het pand 'De Pellicaen' op.  Eigenaar was volgens dit cijnsboek ene Guilliam Wils, en vanwege een straatkelder gemaakt in 1651 was er een bijkomende cijns te betalen van 22 groten.  In 1677 werd het pand vrijge­steld van het betalen van deze cijns[9].

 

Tegen 1682 was het huis in de handen beland van Clara Le­steens, een zuster van Catharina, die als weduwe van haar man Engelbert Gymnicus in het cohier onder de huisnaam 'Pellicaen' staat genoteerd als bewoonster[10]. Ze woonde er nog steeds in de jaren 1704-1708[11]. Via haar zoon Guillielmus Engelbertus Gym­ni­cus be­land­de het bij haar klein­zoon Joannes Engelbertus Gymnicus, die het van de hand deed op 21 januari 1737. Koper voor 1200 gulden was Adrianus Fisché die meteen hypothekeerde voor 800 gulden. Noteren we nog dat men in de beschrijving nog maar over één winkel spreekt[12].

 

In 1754 hadden de gezusters Magdalena en Maria de Raeper een katoenwinkel in het pand[13]. Weduwnaar geworden verkoopt Fisché samen met zijn kinderen het huis op 30 juni 1764 voor 1950 gulden aan Dominicus Joannes Carolus Verpoorten[14].  Een weduwe Verpoorten is in 1796 eigenares en zij verhuurt aan het echtpaar Pierre Verwimp, 40 en Marie Derck, 41.  Er wordt een winkel uitgebaat door Verwimp.  De waarde is 2500 gulden[15].

 

In 1898 is er een bakkerij in het pand[16].

 

 


 

[1] SAA, SR 348, f° 170 v° - 171 r°.

     *Kriekenboom is de XVIde eeuwse naam van het huis Hoog­straat 3: ook Pellicaen of Gulden Cam genoemd.

[2] SAA, SR 353, f°  357 v° - 358 v°.

[3] SAA, SR 366, f° 72 r° - v°; f° 57 r° - v°.

[4] SAA, GA 4833, f° 108 v°; R 2221 en 2238, f° 5 r°; R 2498, f° 6 r° - v°.

[5] SAA, SR 497, f° 480 v° - 481 r°.

[6] SAA, R 2502: Choirvier van het omschryven gedaen den 9den april 1659 byden heeren hooftmannen ende wyckmeesters...,ongefo­lieerd.  Ook in een akte van 1657 staat Lesteens als woonach­tig op de hoek van de Hoogstraat genoteerd: N 3790, f° 109 r°.

[7] SAA, SR 782, f° 70 v° - 71 v°.

[8] SAA, R 2503 : Lyste vande cohier van het omschryven gedaen opden sevensten juli 1667, ongefolieerd; GA 4829, los cohier van kapitein Wans van 1672, nr. 31.

[9] SAA, T 169, f° 19 r°, nr. 158 1/4/311 1/4.

[10] SAA, GA 4831: Burgerlijke Wacht wijken 1682, f° 56 r°, nr. 30.

Engelbertus Gymnicus was ook een boekverkoper. Huwelijkscon­tract met Clara Lesteens d.d. 23 augustus 1650. Zie: N 3767, f° 80 r° - 81 r°.

[11] SAA, GA 4832, f° 134 v°, nr. 30; R 2516: Cohier vant huyshuer­gelt 1689, ongefolieerd, derde wijk, 2de kapitein, nr. 30.

[12] SAA, SR 1126, f° 3 r° - 4 r°.

[13] SAA, PK 2561 : Volkstelling 1754 Ie - 4e wijk, p. 439, nr. 25.

[14] SAA, SR 1222, f° 235 r° - v°.

[15] SAA, Telling van het jaar IV, wijk 4, nr. 233.

[16] SAA, ICO 68, formaat B, plan 9 (huisnr. 1).