BRETAGNE    Juli 2006

                         

Argoat hag Armor....Entre terre et mer 

 

Alle voorbereidingen getroffen, MH ingeladen (zoals altijd veel te veel) en we zijn vertrokken.  Op weg naar Bretagne. 

Maar eer we daar toekomen nog een paar stops onderweg.

 

En de eerste stopplaats vinden we in Veulettes Sur Mer.  Klein kustdorpje, gelegen 10 km. voorbij St. Valery en Caux,  met MH parking en service.

Als we daar toekomen zien we dat vele deze parking kennen maar vinden toch nog een plaats om ons voor de nacht te settelen.

 

Na een rustige nacht gaan we verder langsheen de Pont Tancarville en besluiten de richting Dol De Bretagne te volgen. We bevinden ons nu in het  Îlle-et-Vilaine. 

De parking met service, in het centrum, is gemakkelijk te vinden.  Het middeleeuwse stadje,  “Petite Cité de caractère” zoals ze het ginder noemen, dankt zijn aanzien aan zijn Gotische kathedraal “Saint Samson“.  Rond 548 werd er een klooster gesticht en hieromheen ontstond de stad. Dol-de-Bretagne beschikt over typisch Bretonse huizen en pittoreske straatjes, waar men zich in het verleden waant. In het museum “Cathédraloscope” kom je te weten hoe men vroeger de kathedralen heeft gebouwd. En zoals deze streek hier gekend is door zijn legendes is er ook één over de toren van de kathedraal : de ontbrekende toren zou door een menhir vernietigd zijn en dit in opdracht van de duivel.

 

In de brochure lees je ook over de Mont Dol, een rots van 65 meter hoog die plots uit de oude moerassen opstijgt. Op de top is er een pleintje met een kapel en een toren. Hier kan je vooral genieten van een oneindige panorama.

 

We bevinden is ons nu in het departement Côtes-D’Armor.  Het weer is fantastisch en de hitte die nemen we er maar bij.  We gaan over de 30°. 

Maar die warmte zal ons niet tegenhouden voor een bezoek aan Dinan. Parking vinden we onder de hoge

viaduct beneden aan het kleine haventje.  Deze schilderachtige stad ligt op een plateau van 75m hoog en is omringd door een 3km lange stadsmuur met stadspoorten en 14 torens.  Het oude gedeelte met zijn middel-eeuwse huizen groepeert zich rond de Place des Merciers en via steile steegjes of trappen komt men aan de oever van de Rance met zijn talrijke restaurantjes.  De stad heeft een zeer rijk bouwkundig cultuurverleden met het château en zijn donjon die ook Tour de la Duchesse Anne genoemd, zijn basiliek Saint-Sauveur en het Franciscanenklooster.

 

We blijven hier niet overnachten maar zoeken een schaduwrijk plekje op, ergens onder de bomen. Op de D766 in Caulnes komen we een schaduwrijke MH parking met service tegen. Een mooie aangelegd park met een fontein en een lavoir (Lavoir de Carriou).  We installeren ons onder de bomen en genieten de

verdere avond van een lekker flesje wijn onder een zwoele sterrenhemel. 

 

Van hieruit gaan we nog even langs het boekenstadje Bécherel.  Het kleine stadje is gelegen op de laatste uitlopers van het Bretonse gebergte en is nog gedeeltelijk omringd door remparts met nog 5 zichtbare torens en de ruine van de Donjon.

Om de oude stadswijken nieuw leven in te blazen, heeft Bécherel zich met succes omgetoverd tot boekenstad. Het kleine karakteristieke plaatsje telt heden 11 boekhandels, een werkplaats voor boekbinderij en drie expositiegalerijen.

 

We vervolgen onze weg naar het stadje Combourg.  Bij het binnenrijden zie je de torens van het grote, kasteel “Le Château de Combourg”  waar de schrijver Chateaubriand over schreef : " C’est dans les bois de Combourg que je suis devenu ce que je suis ". Het bemeubelde kasteel van de 14de eeuw en het park zijn te bezichtigen en is nog steeds in handen van de familie van de schrijver. Het Office du Tourisme bevindt zich in het Maison de la Laterne.

 

We snuiven nog even wat cultuur op en vervolgen onze route langsheen de Route des Ducs de Bretagne en komen zo in het mooie Josselin,  gesticht in de 11de  eeuw en gelegen in het departement Morbihan.  Het stadje heeft een rijk verleden met zijn Basilique Notre Dame du Roncier en het Château de Ducs de Rohan. Het is bijna donker maar zoals gewoonlijk kunnen we het niet laten het stadje al te verkennen.  Het is sfeervol verlicht en in de cafeetjes en restaurantjes is er nog veel volk. Je loopt precies in een sprookjesboek rond. Na een rustige nacht op de parking Place St. Martin (met service) gaan we de volgende dag op zoek naar het kasteel. Het stadje, met zijn 17de eeuwse huisjes, is in het daglicht even mooi.

 

Tijd om de kust op te zoeken en zo komen we via de D781 in Carnac.  De off. MH parking staat vol maar op de parking aan het kerkhof is nog voldoende plaats.  We installeren ons aan de zijkant zodat we voor niemand in de weg staan.  Tegen de avond loopt de parking  vol met personen-wagens en als we na het eten het stadje intrekken komen we te weten wat al die mensen hier komen doen. 

Elke donderdag is er ’s avonds Marché de producteurs.  Een gezellig marktje van kunstenaars rond de kerk en in de winkelstraat.  Ook de kerk is dan “s avonds toegankelijk.  Bij het binnenkomen valt ons het mooie geschilderde gewelf op.  Extra verlichting doet de kleuren nog beter uitkomen.  Dat ondervinden we de dag nadien als die extra verlichting er niet is.  We rijden verder langsheen “ Les sites mégalithiques “ menhirs en dolmens.  Zij dateren van 3000 en 4000 jaar voor J.C.  Hoe ze er gekomen zijn en waarom is nog steeds een raadsel. Maar de parken zijn wel in trek bij de toeristen.

 

We vervolgen onze route langs de kust en maken een omweg langsheen de kustroute van het schiereiland Quiberon (ongeveer 17 km lang en 10 m breed) met zijn schrille natuurcontrasten.  Een woest natuurgebied (Cote Sauvage) aan de westkant en een vredig strand en fraaie badplaatsen aan de oostkant. Van Portivy tot Port-Maria, treedt u een wereld van zilte zeelucht, golven, kleine kreken en door de deining geteisterde grotten binnen. (zoals de brochure u voorschrijft). Van hieruit kan men ook de oversteek maken naar het prachtige eiland Belle-Ile-en-Mer.

Maar de rondrit is voor ons voldoende en we verlaten het schiereilandje en volgen verder de D781 naar onze volgende stopplaats.

 

Het vroegere stadje Blavet, gelegen aan de gelijknamige rivier kreeg in 1618, ter ere van Louis  XIII,  de benaming  Port Louis. We bevinden ons nog steeds in het departement Morbihan. Tot onze spijt is er geen plaats meer vrij op de off. MH plaats maar we vinden toch een parking in de buurt van de Citadel voor een korte wandeling op de vestingsmuur langsheen de Promenade de Lohic. 

Een kleine Bac (overzetbootje) brengt de voetgangers hier naar de overkant naar het schiereilandje Gâvres.

In de citaldel bevindt zich het Musée de la Marine, le Musée de l’Arsenal, le Musée des Bateaux et le Musée de la Compagnie des Indes Françaises.

 

We moeten verder op zoek naar een staanplaats en zo komen we aan in Pont Aven in het departement Préauchat Finistère.

Dit stadje is gekend door zijn kunstgaleries.  De schilders Gaughin en Bernard o.a. vonden hier hun inspiratie langsheen de rivier ‘Aven’ met zijn talrijke watermolens en zijn chaos van rotsen. Ook de Galettes van Pont-Aven zijn een specialiteit van Bretagne.  Aan MH staanplaatsen geen gebrek. (9 locaties met in totaal 61 plaatsen)  Op de parking aan de haven is er geen plaatje meer vrij. We proberen de parking Bel-air, maar gaan toch verder op zoek naar de serviceplaats aan het tennisplein. Na wat zoeken vinden we deze plaats aan de andere kant van het stadje. Een rustige grote parking op een 500 m van het centrum.

 

Volgende halte is het vissersdorp Concarneau.  Aan het station is plaats voorzien met service voor MH en

kan  men met het gratis busje naar de ‘Ville Close’ een historisch monument.

Deze ingesloten stad is gebouwd op een rots in zee.  Via de brug langs de voorkant of met het overzetje aan de achterkant komt men in de hoofdstraat met talrijke winkeltjes en restaurants. Ook is er het vissers-museum met een bezoek aan boord van de "Hémérica”. Om de drukte te ontwijken verkiezen we het stadje te verkennen via de vestingsmuur (remparts) met mooie uitzichtpunten op de haven en de baai. (Pointe du Cabellou, Iles Glénan…).

 

Al leent de hoge temperatuur zich meer om het water op te zoeken blijven we toch de cultuur opsnuiven en die vinden we ongeveer 20 km van Quimper in het  historische plaatsje Locronan.  Twee parkings zijn voorzien voor MH waarvan één met service en de luxe

om in de schaduw te staan.  De parking kost  € 3 maar het ticket geldt voor het hele seizoen. Geklasseerd met de titel ‘Monuments Historiques’ sinds 1924 is het ook één van de "Plus beaux Villages de France" en tevens "Petite Cité de Caractère de Bretagne". Een voorbeeld van een echt Bretoens dorpje dat is zijn oude vorm is blijven bestaan. Het centrum is gelegen rond de kerk.  Deze is gewijd aan Saint Ronan en werd gebouwd in de 15de eeuw. We nemen ook de tijd om een wandeling hogerop te maken waar we een mooi uitzicht hebben op de zee. Op onze terugweg naar de parking nemen we rue Moal langsheen de kleine kapel ‘Nôtre Dame de Bonne Nouvelle’ met binnenin een houten Jezus Christus beeld.

 

Tijd om het water op te zoeken en zo belanden we op het schiereiland van Crozon en zoeken we de MH-service op in Camaret.  Een mooie 103_0393
jpgplaats met afgebakende plaatsen gelegen aan een veld met megalieten ( Alignements de Lagatjar). We gaan al even op verkenning en ont-dekken in de duinen de ruine van een oud kasteel ‘Manoir van de Poête Saint Pol-Roux’ en in de verte een typisch Bretoense vuurtoren. Deze behoort toe aan het militair domein op de Pointe du Toulinguet.  Als je de duinen afdaalt kom je op een mooi strandje, de afdaling die zou nog meevallen maar de beklimming zien we voor vandaag toch niet meer zitten. Een ander alternatief is de camping naast de parking waar we met een jeton uitgebreid gebruik maken van een warme douche.  Na het avondeten brengen we nog een bezoek aan het dorpje. Een typisch vissersdorpje met cafeetjes en restaurantjes op de kade.  De haven wordt beschermd door een Sillon. Hierop bevinden zich de resten van de vestigingsmuren met de Tour Vauban van 1689, de Chapel de Rocamadour en het museum “le cimetière de bateaux”. 

 

Na een rustige nacht nemen we de volgende morgen de fiets en gaan we op verkenning.  Iets verder komen we het “Musée Mémorial Merchant Navy” tegen. Het plein voor het museum is bezaaid met ankers, en oorlogstuig van de marine uit de 2de WO. Ook resten van Duitse bunkers bevinden zich in de duinen en zijn tevens te bezichtigen. We fietsen verder en komen op het uiterste punt op een hoogte van ongeveer 60 m  “Pointe de Pen-Hir”.  Dit is één van de mooiste uitzichtpunten van Bretagne. Van op dit punt heb je een magnifiek uitzicht over de zee met talrijke rotsen (o.a. Le Tas de Pois). Je kan het niet beschrijven, je moet het gezien hebben.

 

Onze reis wordt verder gezet via de D791 en we verlaten het schiereiland over de Pont de Térénez en verder via de D18 gaan we nu over op de Religieuze tour.

 

Het dorpje Saint-Thégonnec, op onze route, telt maar 2500 inwoners maar bezit één van de mooiste voor-beelden van een “Enclos”. Dit is een parochiale omheining die bestaat uit een monumentale boog, een kruis-heuvel, een grafkapel (of knekelhuis) en een kerk. We plaatsen de MH op de off. aangelegde serviceplaats op enkele meters van de kerk en maken gebruik van de pic-nic tafeltjes om tijdens de zwoele avond buiten te eten. Als het donker begint te worden hebben we zicht op de mooi verlichte toren van de kerk.  De volgende morgen, op weg naar de bakker, heb ik mijn fotoapparaat bij de hand om het machtige gebouw met de kleine sculpturen vast te leggen.  Aan de voet van de grafheuvel staan negen taferelen die de Passie van Christus uitbeelden. De afgebeelde personages spelen als het ware de hoofdrol in een granieten prentenboek voor het toen grotendeels ongeletterde volk.

 

Via Morlaix en Lannion, een oude middeleeuwse vesting gebouwd rond de eerste brug over de Leguer, die het   bijzondere karakter van haar oude wijken heeft behouden, was onze volgende stopplaats voorzien in de nabijheid van de rose rotsen in Ploumanach. Na het bezoek aan het sculpturenpark hebben we tevergeefs gezocht naar een parking om een wandeling te kunnen maken tussen de rotsen en een kijkje te nemen langsheen de Sentier des Douaniers,  maar het is ons niet gelukt. (voor een mooie fotosite van een collega klik op http://www.chez.com/delavague/ploumanach.htm)

 

 

We bevinden ons nu in het departement Côte D’Armor en via Perros Guirec en de D6 zoeken we de MH plaats op in het  stadje Tréguier.  Deze is sinds enkele jaren verplaatst naar het Bois des Poètes en langsheen de rivier Le Guindy.  Het stadje kreeg ook de erkenning van “Petite Cité de Caractère” en is gesticht rond een klooster in 535 door Tugdual. De kathedraal St. Tugdual in rose graniet met 3 verschillende torens is gewijd aan St. Yves. Van op het marktplein, Place du Martray, volgen we de Rue Renan, met zijn karakteristieke huisjes, naar beneden en komen langsheen de 2 torens van de stad aan het haventje. De volgende morgen gaan we naar de wekelijkse markt in het centrum voor we onze weg verder zetten.

 

Voor de volgende stopplaats stond Saint Quai-Portrieux op ons lijstje maar na 20 min. onze weg proberen te vinden tussen de kleine straatjes en zelfs 10 min. een wegversperring te veroorzaken gaat we richting Binic. De parking die gedoogd is voor de MH was gemak- kelijk te vinden.  We beginnen met een wandeling langsheen het grote strand. In het haventje liggen te bootjes in het zand te wachten. Maar dat is niet voor lang want op onze avondwandeling is het grote strand, door het opkomen van de vloed, verdwenen en dobberen de bootjes op het water. De talrijke vissers hebben ook al hun weg gevonden aan de pier en halen de ene vis na de andere uit het water. Tijdens onze wandeling zien we de borden in het centrum staan met een parkeerverbod de volgende dag ingevolge de wekelijkse markt. Dus morgen op tijd uit ons bed om naar de markt te gaan.  Zo gezegd zo gedaan en na alles gezien en gekocht te hebben maken we ons klaar om verder te trekken via de D786 naar de N12.

 

We nemen de afrit naar de N176 voor een bezoek aan Saint Malo. De oude stad moeten we deze keer gezien hebben. Volgens onze opzoekingen is er tijdens de zomermaanden een grote parking net buiten de stad (Parking Paul Feval – 2.5 € per dag - ook MH zijn toegelaten en er is zelfs een service) Op de parking is er een gratis busdienst naar het centrum tussen 9u. tot 24u.  Op 10 min. ben je op enkele meters van de “Intra Muros” zoals de ommuurde stad genoemd wordt.  Saint Malo is gesticht in de XII eeuw op een rots. Tijdens de 2de WO werd de stad voor 80% verwoest, maar ze werd in zijn oorspronkelijke staat helemaal terug opgebouwd en heeft zijn charme niet verloren.  We maken een wandeling langsheen de 2km lange vestingsmuur rond de stad. Op de remparts  heb je een schitterend uitzicht op de Baie van Saint-Malo. Bij laagwater is het eilandje met het “Fort Nationale” en de rots “Le grand Bé” te voet te bereiken. Beneden ligt het strand dat tijdens deze periode druk bezocht wordt.  In de binnenstad is het een verschrikkelijke drukte. In de grote winkelstraat kan je over de koppen lopen. We bezoeken nog even de kerk. Deze kreeg de titel “Cathédrale Saint-Vincent” in de 12de eeuw. Op elke straathoek is er animatie met muzikanten of artiesten en zelfs levende standbeelden. Vermoeid, maar heel tevreden gaan we naar de halte van het busje en dit zet ons 10 min. later terug af op de parking.  We zouden hier kunnen overnachten maar besluiten om toch maar verder te rijden.

 

 Eigenlijk moeten we aan onze terugreis beginnen maar gaan toch nog even langs de historische stad Fougères. De stad is gebouwd rond een burcht. We zoeken een tamelijk horizontaal plaatsje op de parking aan de voet van de burcht. Na het avondeten gaan we de stad al eens verkennen.

De verlichting in het stadje en rond de dikke muren van het kasteel geven een sfeervol beeld en we onder-vinden dat we morgen nog een hele wandeling voor de boeg hebben. De volgende dag beginnen we aan onze ontdekkingstocht. De benedenstad is één en al burcht en vestingsmuren waarop je een prachtig uitzicht hebt op nog… burcht.  Via een steile weg kom je hogerop in de bovenstad aan het belfort van de 15de eeuw.

We wandelen verder tot aan de kerk van St. Leonard en ontdekken achter de kerk het mooie Jardin Public met prachtige bloemen, planten en waterpartijen. Van hierboven heb je een mooi beeld van de machtige burcht. De weg door het park leidt ons terug naar beneden en via kleine straatjes met typische bretoense huisjes.

Via de kerk van St. Sulpice en langsheen de vestingsmuren en de burchtgracht komen we terug op de parking.  

 

We moeten verder en onze terugreis gaat via de N12 langs Alençon en de N138 naar Rouen om zo op de camperplaats van Forges Les Eaux te belanden. 

De volgende dag besluiten we om nog een stop te maken in Berck sur Mer en daar nog een nachtje te blijven.

 

En dan is het tijd om de weg naar België te kiezen en met een heel pak cultuur en veel gespreksstof staan we enkele uren later voor de deur van ons huisje.  Voor een volgende grote reis is het weer wachten tot volgend jaar, maar de plannen voor de volgende weekends….. die zijn onderweg al gemaakt.

 

                                                                                                             Einde

 

 

Foto’s reisverslag  : klik hier

 

 

                                                                                                           TERUG