Achtergrond

De percelen in Oud-Melissant

Perceel nummer 9

Afbeelding verkaveling in de polder Oud-Melissant.
Kadastrale kaart met de ligging van de Koomanstee.

"Enige historische fragmenten betreffende de in de polder Oud-Melissant gelegen vier boederijen". De tekst is uit het tijdschrift Ons Voorgeslacht 1982, pagina 84 en 85, door heer M. Zaaijer.

De hofstede, die voor de brand de naam "Groenewoud" droeg, werd in de zeventiende eeuw - zoals uit de kaart van 1696 blijkt - "Coomans Stee" genoemd. In een acte uit die tijd werd hij omschreven als een bouwwooning bestaande in huijs, schuur, wagenhuijs, ovenkeet en verdere timmeragie en plantagie met 32 gemeten, 290 roeden land, gelegen in de polder Oud-Melissant op nummer 9.

Aan het eind van de zeventiende eeuw was Abraham Janszn Lodder de eigenaar. Na zijn dood omstreeks 1720 ging het eigendom over op zijn vrouw Celia Arensdr van Ackere. Volgens een acte op datum van 21 mei 1723 hertrouwde zij op huwelijkse voorwaarden met Leendert Pieterszn Visser, die als "bouwknegt" te haren huize woonde (zie bronvermelding 1). Het "Quohier der verpondingen van alle huijsen en andere gebouwen in Melissant" van 24 februari 1731 vermeldt, onder nummer 21, Leendert Visser als bewoner en de gebruiker van een "bouhuijs, schuur, buur met omtrent 33 gemeten eijgeland".

Satelietfoto van de verkaveling in de polder Oud-Melissant.
De situatie anno 2006.

Nadien kwam de stee in het bezit van Daniel van der Ham. Dit bleek uit een acte op datum van 6 januari 1764, welke betrekking had op de verkoop van een bouwwoning met 32 gemeten, 290 roeden land door Daniel van der Ham aan de weledelgeboren vrouwe douari?e van wijlen de weledelgestrenge heer Daniel de Beaufort, in leven gecommiterde Raad ter Admiraliteit in Zeeland. Bij deze transactie werd zij vertegenwoordigd door haar rentmeester de heer Gerard ten Haagen, burgemeester en raad in de Vroedschap van de stad Tholen. Tevens werd geregeld dat Daniel van der Ham als pachter op de boederij kon blijven (zie bronvermelding 2).

Vervolgens ging het eigendom over op de vrouwe Johanna Catharina Schorer, die getrouwd was met meester Cornelis van Citters, gedeputeerde wegens de Eerste Edele der Provinciale Rekenkamer van Zeeland, mitsgaders Raad van de stad Vlissingen, enzoverder.

Na haar dood verkochten haar man en de heer P. Changuion - in hoedanigheid als executeurs van haar testament - de boederij met het land aan Pieter Corneliszn Both, die Daniel van der Ham als pachter was opgevolgd. In de hierop vetrekking hebbende acte op datum van 12 januari 1774 wordt de boederij omschreven als "een extra schoone, hegte, sterke en binnen weinig jaren geheel nieuw getimmerde bouwwoninge, bestaande in huis, schuur, wagenhuis, ruime ovenkeet en loots voor een kaarenmoole met gevolge van 32 gemeten, 290 roeden land gelegen in de polder Oud-Melissant op de kaart geteekend nummer 9" (zie bronvermelding 2).

De Coomanstee voor de brand
De Koomanstee voor de brand.

Omstreeks 1830 verkochten de erven van Cornelis Both de boederij aan Willem Jospeh baron van Brienen van de Groote Lindt, Dortmondt, Stadt aan het Haringvliet. In 1856 verkreeg Angelique Adelaide Louise Caroline baronesse van Brienne, die gehuwd was met Simon Gerard prins d'Alsac, het eigendom.

De 300 jaar oude boederij is later afgebrand en er staat nu een nieuwe boederij. Ruud Both heeft foto's genomen van zowel de oude boederij, zoals het was voor de brand, als de nieuw gebouwde boederij.

Bron: 1.) Notarieel Archief Melissant, nummer 5792; 2.) Rechterlijk Archief Melissant, nummer 7 en 21.