Het geslacht Poyt uit Amersfoort (11)

Generatie I

I-a

Dirck Poyt, vermeld (1325-1363), zegelt met keper vergezeld van drie lelies (2-1).

Dirck is getrouwd met [onbekend] [Both?].

Bronvermeldingen

  • 06-11-1353: Burgemeester en schepenen van Amersfoort oorkonden dat de godshuisberaders Jacob Hoeft en Reyner Keyll met toestemming van de gemene raad hebben overgedragen aan Dideric Poytensoen een stuk land bij Uytwyc gelegen naast het erf van Dideric Rosen en het Heetvelt dat van de stad is, onder voorbehoud van betaling van tijns aan de stad.

    Bron: Archief Eemland, Kapittel van Sint-Joris te Amersfoort 1390-1979, inventarisnummer 1 folio 46v.

  • **-**-1363: Akte van transport ten overstaan van rechter in de maalschap Weede en Emiclaer en de tijnsmeester vanwege de malen door Kurstine weduwe van Steven van Zulen en haar zoons Steven en Frederik aan Jorden Ghisebrechts sone, burger van Amersfoort, van de halve hoeve land te Luttike Weede, gemeenschappelijk met Diric Poyten sone.

Uit dit huwelijk:

  1. Evert Dirckszn Poyt, alias Evert Dirckszn Both, volgt onder II-a

  2. Reinier Dirckszn Poyt, volgt onder II-b

I-b

Reinier Poyt, godshuisberader van het Sint-Joriskapittel (1354).

Bronvermeldingen

  • 1354 - 24 november - Schout en schepenen van Amersfoort oorkonden dat de godshuisberaders Gijsbert Scoutensoen van den Kelre en Reyner Poytensoen met toestemming van de raad hebben gegeven aan Thomas van der Maet de helft van een akker op de Collant, in gemeenschappelijk eigendom met het kapittel, en gelegen naast het erf van Herman Verken en een akker land van Johan Hillenzoon.

    Bron: Archief Eemland, Kapittel van Sint-Joris te Amersfoort 1390-1979, inventarisnummer 1 folio 42v.

Zijn kind(eren):

  1. Peter Reinierszn Poyt, vermeld (1379-1389), volgt onder II-c

  2. Aleid Reiniersdr Poyt, volgt onder II-d

  3. mogelijk Evert Reinierszn [Poyt], vermeld (1379).

    In dezelfde periode is er een Evert Reinierszn van Lodenstein (1438) gehuwd met Margriet die als weduwe (1407) wordt vermeld. Deze wordt echter voluit met familienaam genoemd.

    • 22-07-1379: Ghisebert Hughensone, schout van Koelhorst, en Gherijt die Wilde, tijnsmeester, oorkonden dat Herman Careman Johanssone en zijn vrouw Bertraet hebben overgedragen aan hun zoon Johan Careman een kamp land gelegen in de Slaghe met het erbij behorende buitendijkse land, ten overstaan van de buren Pouwel van den Zande, Wouter Ecbert des Berensone, Peter Reynarssone [Poyt?], Ghisebert Lambertssone, Evert Reynarssone [Poyt?], Goeswijn Wouterssone van der Eem [overleden voor 1389, gehuwd met Aleid], Wouter Johan Caremanssone Evert Bot, zoon van Dyrc Poytensoen.

  4. mogelijk Gerrit Reinierszn [Poyt], volgt onder II-e

Generatie II

II-a

Evert Dirckszn Poyt, alias Evert Dirckszn Both, zegelt met keper vergezeld van drie lelies (2-1), oud-burgemeester (1399), zoon van Dirck Poyt (zie I-a).

Evert is getrouwd met [onbekend].

Bronvermeldingen

  • 22-07-1379: Ghisebert Hughensone, schout van Koelhorst, en Gherijt die Wilde, tijnsmeester, oorkonden dat Herman Careman Johanssone en zijn vrouw Bertraet hebben overgedragen aan hun zoon Johan Careman een kamp land gelegen in de Slaghe met het erbij behorende buitendijkse land, ten overstaan van de buren Pouwel van den Zande, Wouter Ecbert des Berensone, Peter Reynarssone [Poyt], Ghisebert Lambertssone, Evert Reynarssone [Poyt], Goeswijn Wouterssone van der Eem [overleden voor 1389, gehuwd met Aleid], Wouter Johan Caremanssone Evert Bot, zoon van Dyrc Poytensoen.

    Bron: Het Utrechts Archief, Regulierenklooster Vredendaal (katholiek), inventarisnummer 86.

  • 23-01-1392: Evert Bot Dircszone oorkondt dat hij in erfpacht verhuurd heeft aan deken en kapittel een stuk land bij Uytwyc gelegen naast het erf van Arnt Mutse en Herman van Alvehorst en het Heetvelt, dat van Amersfoort is.

    Bron: Archief Eemland: Kapittel van Sint-Joris te Amersfoort 1390-1979, inventarisnummer 1 folio 46v.

  • 29-02-1392: Evert Bot oorkondt dat hij aan deken en kapittel een stuk land heeft verkocht dat gelegen is bij Uytwijc, naast het erf van Arnt Mutse en Herman van Aelrehorst, en het Heetvelt, dat van Amersfoort is.

    Bron: Archief Eemland: Kapittel van Sint-Joris te Amersfoort 1390-1979, inventarisnummer 1 folio 46v-47r.

  • 24-01-1398: Evert Ricouts soen van den Bosch, schout te Coelhorst, Evert Bot Dirics soen, Gheryt Zoes, Herman Snider, Aelbert Maes soen, Gheryt de Wilde, Claes Jacops soen, Goede Lamberts soen, Reyner Poyt Dirics soen, Meynse Peter Reyners soens soen, Bertout Peter Reyners soens soen en Egbert Bierdrancker, landgenoten en buren, oorkonden dat Angniese de Herman Jacop soens wiif was met Reyner Keyl haar voogd voor haar zielenheil en dat van haar man en haar ouders een jaarlijkse rente beschikbaar heeft gesteld van 4 goede oude Vrancriicksche schilden gevestigd op een kamp land in de Coelhorster meent, aan de oostzijde begrensd door het erve Coudenhove, aan de westzijde de weg, aan de noordzijde Gheryt de Wilde, aan de zuidzijde de Malenwetering, bestemd voor een eventueel te stichten klooster te Coelhorst en anders voor het nieuwe gasthuis te Amersfoort bij het Spui. Met zegels van de eerste acht oorkonders.

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

Uit dit huwelijk:

  1. Dirck Evertszn Both, volgt onder III-a

  2. Hendrick Evertszn Both, volgt onder III-b

  3. Reinier Evertszn Poyt, volgt onder III-c

II-b

Reinier Dirckszn Poyt, zoon van Dirck Poyt (zie I-a).

Bronvermeldingen

  • 24-01-1398: Evert Ricouts soen van den Bosch, schout te Coelhorst, Evert Bot Dirics soen, Gheryt Zoes, Herman Snider, Aelbert Maes soen, Gheryt de Wilde, Claes Jacops soen, Goede Lamberts soen, Reyner Poyt Dirics soen, Meynse Peter Reyners soens soen, Bertout Peter Reyners soens soen en Egbert Bierdrancker, landgenoten en buren, oorkonden dat Angniese de Herman Jacop soens wiif was met Reyner Keyl haar voogd voor haar zielenheil en dat van haar man en haar ouders een jaarlijkse rente beschikbaar heeft gesteld van 4 goede oude Vrancriicksche schilden gevestigd op een kamp land in de Coelhorster meent, aan de oostzijde begrensd door het erve Coudenhove, aan de westzijde de weg, aan de noordzijde Gheryt de Wilde, aan de zuidzijde de Malenwetering, bestemd voor een eventueel te stichten klooster te Coelhorst en anders voor het nieuwe gasthuis te Amersfoort bij het Spui. Met zegels van de eerste acht oorkonders.

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  • 17-06-1405: Schout en schepenen van Amersfoort oorkonden dat Johan Meye van Henric Boeninc, deken, namens het kapittel, in erfpacht huurt het huis en de hofstede in de wijk Breulstraat, gelegen tussen de Heerstraat (is: Langestraat) en de Mooierstraat, en tussen het erf van Aelt die Ruge, Evert Stier, zijn broer, en Willem Brouwer, en het erf van Reyner Poyt Dircxszone en Johan Buermeyster, tegen betaling van 5 oude Frankrijkse schild, en onder voorwaarde dat Johan Meye de jaarlijkse tijns betaalt.

    Bron: Archief Eemland, Kapittel van Sint-Joris te Amersfoort 1390-1979, inventarisnummer 1 folio 15v.

  • 17-06-1405: Schout en schepenen van Amersfoort oorkonden dat Johan Meye, zijn kinderen, Gherwyn, Evert, en Deliaer, en zijn vader Johan Meye als voogd, en Bertout Peter Reynerszone en zijn vrouw Foyse, hebben gegeven en opgedragen aan deken Henric Boeninc ten behoeve van het kapittel een huis en hofstede in de wijk Breulstraat, gelegen tussen de Heerstrate (is: Langestraat) en de Mooierstraat, en tussen het erf van Aelt die Rughe, Evert Stier, zijn broeder, en Willem Brouwer, en het erf van Reyner Poyt Dircszone en Johan Buermeyster, behoudens betaling van de tijns van de heer (is bisschop) en de tijns van Evert Both Dircxzone Hellinc "als te budell gaet".

    Bron: Archief Eemland, Kapittel van Sint-Joris te Amersfoort 1390-1979, inventarisnummer 1 folio 15r.

  • 19-06-1405: Schout en schepenen van Amersfoort oorkonden dat Johan Meye van kanunnik Johan van der Meer namens deken en kapittel de betaling ontvangen heeft van het huis en de hofstede in de wijk Breulstraat, gelegen tussen Heerstraat (is: Langestraat) en Mooierstraat, en naast het perceel van Aelt die Ruge, Evert Stier zijn broeder en Willem Brouwer, en het erf van Reyner Poyt Dirxsoen en Johan Buermeyster.

    Bron: Archief Eemland, Kapittel van Sint-Joris te Amersfoort 1390-1979, inventarisnummer 1 folio 16r.

  • 03-12-1438: Schout en schepenen van Amersfoort oorkonden dat Henrick van Wede en zijn vrouw Eyndelmoet hebben opgedragen aan Aernt die Weldige priester-kanunnik 10 Arnoldus gulden als erfelijke jaarrente uit het huis (voorhuis en achterhuis) en de hofstede in de Langestraat gelegen naast het huis van Reyner Poyt Dircxszone, en naast het huis van Jacob Meynsensoen, een deel van de cameren, en een openbare straat.

    Bron: Archief Eemland, Kapittel van Sint-Joris te Amersfoort 1390-1979, inventarisnummer 1 folio 21r-v. Opschrift: "Van die renten die men distribuiert in festo Divisionis apostolorum (15 juli) uut het husinge en de hofstede aen die Heerstraat in de Langestraat, ende Evert van Wee hoerts, nunc Aleyt Servaes habet"

  • 06-11-1439: Schout en schepenen van Amersfoort oorkonden dat Aernt die Weldige priester-kanunnik, en zijn voogd Roelof Taetse aan deken en kapittel en aan de koorgezellen en allen met een plaats in het koor van de Sint-Joriskerk hebben opgedragen een erfelijke jaarrente van 5 Arnoldus gulden uit een huis en hofstede in de Langestraat naast dat van Jacob Meynsensoen en van de nakomelingen van Geryt Albertszone, Reyner Poyt en Jan Brants, en dat zij van 15 juli een hoogtijdag zullen maken en de rente onder de deken, kapittel en koorgezellen zullen delen.

    Bron: Archief Eemland, Kapittel van Sint-Joris te Amersfoort 1390-1979" inventarisnummer 1 folio 21v.

Zijn kinderen:

  1. Reinier Reinierszn Poyt, volgt onder III-d

II-c

Peter Reinierszn Poyt, vermeld (1393), zoon van Reinier Poyt (zie I-b).

Peter is mogelijk getrouwd met Lamborch.

  • **-**-1393: Wouter van Haghenouwen, schout van Stoutenburg, Ghysbert van Stoutenberch, Adaem van Lochorst, Ludeman Ludemans soen, Ghysbert Gotscalc, Gheryt Splynter vander Beke, Ghysbert van Emelaer, Johan vander Rueft en Heynric Peters soen, landgenoten en buren, oorkonden dat Dirc Poyte Peters soen, Bertout en Jacop zijn broers, Delyane hun zuster met Ludemans Ludemans soen haar voogd en Oede haar zuster met Evert Poyten haar voogd hebben overgedragen aan Peter Reyners soen [Poyt], hun vader, het erve Ten Ouden Riesche met de uitslagen van Stoutenburger Meent, aan de ene zijde begrensd door Ghysbert van Stoutenberch, aan de andere zijde Splynter vander Beke; waarna Peter Reyners soen [Poyt] het erve heeft overgedragen aan Mens zijn zoon, met het erve Ter Eyket en de uitslagen van de Stoutenburger Meent, aan de ene zijde en het ene einde begrensd door de gracht, aan de andere zijde Gheryt Splynter vander Beke, aan het andere einde Ghysbert Gotscalc.

  • 24-01-1398: Evert Ricouts soen van den Bosch, schout te Coelhorst, Evert Bot Dirics soen, Gheryt Zoes, Herman Snider, Aelbert Maes soen, Gheryt de Wilde, Claes Jacops soen, Goede Lamberts soen, Reyner Poyt Dirics soen, Meynse Peter [Poyt] Reyners soens soen, Bertout Peter [Poyt] Reyners soens soen en Egbert Bierdrancker, landgenoten en buren, oorkonden dat Angniese de Herman Jacop soens wiif was met Reyner Keyl haar voogd voor haar zielenheil en dat van haar man en haar ouders een jaarlijkse rente beschikbaar heeft gesteld van 4 goede oude Vrancriicksche schilden gevestigd op een kamp land in de Coelhorster meent, aan de oostzijde begrensd door het erve Coudenhove, aan de westzijde de weg, aan de noordzijde Gheryt de Wilde, aan de zuidzijde de Malenwetering, bestemd voor een eventueel te stichten klooster te Coelhorst en anders voor het nieuwe gasthuis te Amersfoort bij het Spui.

  • **-**-1420: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Lourens Heinrix soen en Oede, zijn vrouw, aan Peter Reyners soen en zijn vrouw Lamborch en Ricout Steenwerper en Aliid, zijn vrouw, van de eigendom van een huis, met de huur van een hofstede waarop dit huis staat, gelegen in de Teut, op de voorwaarden vermeld in de akte waardoor deze is gestoken.

Uit dit huwelijk:

  1. Dirck Peterszn Poyt, volgt onder III-e

  2. Bertout Peterszn Poyt, volgt onder III-f

  3. Jacob Peterszn Poyt, volgt onder III-g

  4. Deliana Petersdr Poyt, vermeld (1393), onder voogdij van Ludeman Ludemanszn (1393).

  5. Oede Petersdr Poyt, volgt onder III-h

  6. Meyns Peterszn Poyt, volgt onder III-i

II-d

Aleid Reiniersdr Poyt, dochter van Reinier Poyt (zie I-b).

Aleid is getrouwd met Jan Peterszn Pijl, zoon van Peter Peterszn Pijl en Alijd Jansdr van Woudenberg.

Zijn vader Petrus Pijl had een perceel in pacht van kanunnik Herman Both (1390).

Uit dit huwelijk:

  1. Reinier Janszn Pijl, geboren rond 1395.

    Reinier is getrouwd met Antonia Ruysch.

  2. Lambert Janszn Pijl, vermeld (1448-1460), gasthuismeester (1448, 1460), procurator van de Poth (1448), overleden tussen 1460 en 1 september 1475.

    Lambert is getrouwd met Baerte, onder voogdij van Herman Andrieszn Both (1475), overleden na 1 september 1475.

    • **-**-1448: Akte waarin burgemeesters, schepenen en raad van Amersfoort verklaren dat Johan Jacops soen, Peter Aelts soen en Lambert Pijl, gasthuismeesters van de Heilige Geest en procurators van de Poth hebben ontvangen van Wouter de Beer [de Jonge] en zijn moeder Geertruut...

    • **-**-1460: Akte van machtiging van burgemeesters, schepenen en raad van de stad aan Evert van Vlowijck, Peter Aeltss, Jan Claesz, Claes Meeusz, Jan de Wise Everts, Lambert Piil, Jan Goedenz, Geriit Roelofsz, Tymen Janss en Jan Foyer om de renten te innen, de goederen van de armen op te eisen, bij betaling kwitanties af te geven en zo nodig kwesties bij het gerecht aanhangig te maken, met het secreetzegel van de stad.

    • **-**-1460: Akte van transport ten overstaan van Evert van Vloijck, burgemeester en richter, en schepenen van Amersfoort door Henrick van Beemmel Gerits soen aan Lambert Pyl ten behoeve van de Heilige Geest en de Poth van een huis en hofstede in de Langestraat achter de Heilige Geestkapel, dat aan Ghysbert van Beemmel toebehoorde.

    • 01-09-1475: Herman Both Andriessone [1434-1475] en Baerte, weduwe van Lambert Pijl, oorkonden dat Baerte en wijlen haar man destijds goederen tot stichting van een vicarie hadden bestemd in St.-Joriskerk, toegewijd aan de H. Maagd, Andreas Apostel, Agniet en alle heiligen en dat zij nu tot deze stichting overgaan en een vicarie stichten en begiftigen, waarvan de collatie na hun dood zal zijn voor de leenvolger van Herman Both.

  3. Simon Janszn Pijl.

  4. Pieter Janszn Pijl.

    Pieter is getrouwd met Foyse Taets.

  5. Aleid Jansdr Pijl.

  6. Agatha Jansdr Pijl.

  7. Agnes Jansdr Pijl.

  8. Bye Jansdr Pijl.

II-e

Gerrit Reinierszn [Poyt], vermeld (1389-1390), mogelijk zoon van Reinier Poyt (zie I-b).

Claes is getrouwd met Aleid, vermeld (1389-1390).

  • 17-11-1389: Ghisebrecht van Lodensteyn, schout, Johan de Coninc, Geriit Zeybert, Lubbert Vranken soen, Evert van Lienlaer, Johan Goeden soen en Willam van Daetselaer, schepenen, oorkonden dat Gheriit Reyners soen [Poyt?] heeft overgedragen aan Claes Griips soen en Oede [Petersdr Poyt] zijn vrouw de eigendom van een huis bij het Spui met de erfpacht van de hofstede overeenkomstig de akte waardoor deze is gestoken waarbij [haar vader] Peter Reyers soen [Poyt] zijn rechten behoudt, aan de ene zijde begrensd door Ricout Steenwerper en Peter [Reijerszn Poyt?], aan de andere zijde en de voorzijde de weg, aan achterzijde de stadsgracht.

  • 25-05-1390: Ghisebrecht van Lodensteyne, schout, Evert Bot Dirxsone, Evert Hubrechts zone en Willam Bosch, schepenen, oorkonden dat Peter Claes Grijps zone, Oede [Petersdr Poyt] zijn vrouw, Gherijt Reyners zone [Poyt?] en Alijt zijn vrouw in erfpacht hebben gegeven aan Jacob Smit Meeus zone een steeg bij het Spui vijf voet breed strekkende van de straat tot aan de stadsgracht, aan de ene zijde begrensd door het huis van Peter en Oede en aan de andere zijde Gherijt en Alijt, waarbij de erfpachtgevers de steeg mogen blijven gebruiken.

  • 25-10-1390: Ghisebrecht van Lodensteyne, schout, Evert Johan Taetsen zone, Heynric Botter, Lambrecht Keyl, Evert Hubrechts zone en Johan Zoes zone, schepenen, oorkonden dat Gheriit Reyners zone [Poy?] en Aliit zijn vrouw hebben vermaakt aan Peter Pijl 2 pond jaarlijkse rente van 8 Hollandse plakken de pond, gevestigd op hun huis en hofstede bij het Spui, aan de ene zijde begrensd door Jacob Smit Meeuw zone met een steeg, aan de andere zijde de stadsgracht.

Uit dit huwelijk:

  1. Reinier Gerritszn Poyt, schepen van Amersfoort (1455).

    • 13-12-1455: Rutger Jacobs soen, burgemeester en richter, Reyner Poeyt Gerijtss, Tyman Janss en Jacob Meinsens, schepenen, oorkonden dat...

Generatie III

III-a

Dirck Evertszn Poyt, zegelt met keper vergezeld van drie lelies (2-1), zoon van Evert Poyt (zie II-a).

Dirck is getrouwd met Margriet.

Bronvermeldingen

  • **-**-1412: Erfrentebrief, ten overstaan van de schout in de maalschap van Weede en Emiclaer, de tijnsmeester en de malen, landgenoten en buren aldaar, ten laste van Johan Karman, ten behoeve van Dirc Poyt, groot 10 gouden Franse schilden per jaar, gevestigd op het erf De Coop.

  • **-**-1419: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Dirc Poyt en Margriete, zijn vrouw, aan Johan Claes soen en zijn vrouw Aliid van de eigendom van een hof gelegen achter het Gasthuis bij het Spui aan de stadsgracht, behoudens de bisschoppelijke tins.

  • 28-11-1441: Reyner, zoon van Reyner Evertssoen, schout van Coelhorst, en Johan die Wilde, tijnsmeester, oorkonden dat Willam Cairman en zijn zoon Johan Cairman aan Vredendaal hebben overgedragen een kamp land gelegen in de Slaghe, met het erbij behorende buitendijkse land, grenzende aan een zijde aan het smaalslach, met recht van overpad over het land van de erfgenamen van Gerijt die Wilde, ten overstaan van de buren Goesen Bosch Willamsoen, Egbert die Beer, Diric Poyt Evertssoen, Willam Cairman voornoemd, Johan die Wijse, Hubert van Hamertvelt, Bartelmeeus Jacobssoen, Wouter van der Beeck Heynricxsoen.

    Bron: Het Utrechts Archief, Regulierenklooster Vredendaal (katholiek), inventarisnummer 85.

Uit dit huwelijk:

  1. Evert Dirckszn Poyt, volgt onder IV-a

III-b

Hendrick Evertszn Both, zegelt met keper vergezeld van drie lelies (2-1), zoon van Evert Poyt (zie II-a).

Hendrick is getrouwd met [onbekend].

Uit dit huwelijk:

  1. Evert Hendrickszn Both, geboren vr 1461, volgt onder IV-b

  2. Gerrit Hendrickszn Both, geboren vr 1466, volgt onder IV-c

III-c

Reinier Evertszn Poyt, vermeld (1400-1403), schout (1430), zoon van Evert Poyt (zie II-a).

Bronvermeldingen

  • 14-11-1400: Willem Schade van Westerum, rechter en hofmeester van Heer Johan van Montvoerde Domproost van Utrecht, oorkondt dat Evert van Lienler zijn tijnswere van het halve goed te Emmeler - zoals hij het gedeeld heeft met Reymer Evert Poytenzoen - heeft vermaakt aan zijn zoon Evert.

    Bron: Haags Gemeentearchief, Familie Van Brienen van de Groote Lindt, inventarisnummer 91.

III-d

Reinier Reinierszn Poyt, zoon van Reinier Poyt (zie II-b).

Bronvermeldingen

  • **-**-1451: Erfrentebrief ten overstaan van schout en schepenen ten laste van Herman Jacobs soen, op naam van Reyer Poeyt Reyerssoen, ten behoeve van de Onze Lieve Vrouwe Lofs broederschap in de Sint-Joriskerk, groot n overlandse Rijnse gulden per jaar, gevestigd op alle goederen, die Herman binnen het gerecht van Amersfoort bezit.

    Bron: Archief Eemland, Stadsbestuur Amersfoort 1300-1810, regest 409.

III-e

Dirck Peterszn Poyt, vermeld (1393), overleden vr 1449, zoon van Peter Reinierszn Poyt (zie II-c).

  • **-**-1393: Wouter van Haghenouwen, schout van Stoutenburg, Ghysbert van Stoutenberch, Adaem van Lochorst, Ludeman Ludemans soen, Ghysbert Gotscalc, Gheryt Splynter vander Beke, Ghysbert van Emelaer, Johan vander Rueft en Heynric Peters soen, landgenoten en buren, oorkonden dat Dirc Poyte Peters soen, Bertout en Jacop zijn broers, Delyane hun zuster met Ludemans Ludemans soen haar voogd en Oede haar zuster met Evert Poyten haar voogd hebben overgedragen aan Peter Reyners soen [Poyt], hun vader, het erve Ten Ouden Riesche met de uitslagen van Stoutenburger Meent, aan de ene zijde begrensd door Ghysbert van Stoutenberch, aan de andere zijde Splynter vander Beke; waarna Peter Reyners soen [Poyt] het erve heeft overgedragen aan Mens zijn zoon, met het erve Ter Eyket en de uitslagen van de Stoutenburger Meent, aan de ene zijde en het ene einde begrensd door de gracht, aan de andere zijde Gheryt Splynter vander Beke, aan het andere einde Ghysbert Gotscalc.

  • **-**-1449: Akte van transport ten overstaan van schout, landgenoten en buren te Nederzeldert door Meyns Poyt, Foeyse, Alyt en Peter Dirc Poyten dochters, met Claes Goessens hun voogd, aan de Armen de Poth van een derde van 24 dagmaten, gemeenschappelijk met het kapittel en het altaar van de Dom te Utrecht, van de Zeldertseweg tot aan de Haarse Loodijk.

Zijn kind(eren):

  1. Foeyse Dircksdr Poyt, vermeld (1449-1468), onder voogdij van Claes Goessens (1449).

    • 14-12-1468: Schout en schepenen van Amersfoort beoorkonden de regeling van Alydt Poyten en haar voogd Willam van Ysselt, dat Alydt na de dood van haarzelf en haar zuster Foyse [Poyt] aan Wygert Scaep ten behoeve van het kapittel nalaat een hof in de Horseweyde naast de hof van Peter Keteler, onder voorwaarde dat het kapittel met de rente daaruit ornamenten koopt en onderhoudt..

  2. Aleid Dircksdr Poyt, vermeld (1449-1475), onder voogdij van Claes Goessens (1449) en Willem van Isselt (1468, 1475).

    • 14-12-1468: Schout en schepenen van Amersfoort beoorkonden de regeling van Alydt Poyten en haar voogd Willam van Ysselt, dat Alydt na de dood van haarzelf en haar zuster Foyse [Poyt] aan Wygert Scaep ten behoeve van het kapittel nalaat een hof in de Horseweyde naast de hof van Peter Keteler, onder voorwaarde dat het kapittel met de rente daaruit ornamenten koopt en onderhoudt..

    • 07-06-1475: Lambert Heynrics, schout, Gherijt Reyers, Luman Reyers en Bertout Reyers, schepenen, oorkonden dat Alijt Dirc Poyten dochter met Willam van Ysselt haar voogd in erfpacht gegeven heeft aan Jacob Uten Haghe en Mergryet zijn vrouw een hofstede op Bloemendal, aan de ene zijde begrensd door de erfgenamen van Jacob Voer en Lijsbet van Lewen, aan de andere zijde Ghysbert Geerdanck, aan het ene einde Goert Bosch, aan het andere einde de erfgenamen van Goert Koenync, tegen 15 Johannes oude braspenningen, af te lossen de penning 20.

  3. Peter Dirckszn Poyt, vermeld (1449), onder voogdij van Claes Goessens (1449).

III-f

Bertout Peterszn Poyt, vermeld (1393-1459), zoon van Peter Reinierszn Poyt (zie II-c).

Bertout is getrouwd met Foyse, vermeld (1405).

  • **-**-1399: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Bertout Peter [Poyt] Reiners zoens zone aan zijn vader Peter Reiners [Poyt] zoen van een stuk grond in het Nye Land bij Ysselt.

  • **-**-1402: Akte van erfpacht ten overstaan van schout en schepenen door Bertout Peter [Poyt] Reyners zoens sone aan Byatrys Gheryts dochter uutter Stroylt van een hof op Glashorst.

    Met akte (1403) van erfpacht ten overstaan van schout en schepenen door Byatriis Gheriitsdochter uter Stroyelt, met haar voogd Gheriit Naghel, aan Wouter Henric Botters zone van een hof op Glashorst. Met akte (1408) van erfpacht ten overstaan van schout en schepenen door Wouter Botter en zijn vrouw Oede aan Dyderic Houdaen en zijn vrouw Elborch van een hof op de Glashorst.

  • 17-06-1405: Schout en schepenen van Amersfoort oorkonden dat Johan Meye, zijn kinderen, Gherwyn, Evert, en Deliaer, en zijn vader Johan Meye als voogd, en Bertout Peter [Poyt] Reynerszone en zijn vrouw Foyse, hebben gegeven en opgedragen aan deken Henric Boeninc ten behoeve van het kapittel een huis en hofstede in de wijk Breulstraat, gelegen tussen de Heerstrate (is: Langestraat) en de Mooierstraat, en tussen het erf van Aelt die Rughe, Evert Stier, zijn broeder, en Willem Brouwer, en het erf van Reyner Poyt Dircszone en Johan Buermeyster, behoudens betaling van de tijns van de heer (is bisschop) en de tijns van Evert Both Dircxzone Hellinc "als te budell gaet".

  • 01-03-1409: Aernt abt van Sint Paulus te Utrecht beleent Bertout Peter [Poyt] Reyners zoens zoen met anderhalve hoeve england, met bos, ongeslagen veen, veld en drievierde deel geslagen veen te Hees, tussen de Vuurse en de eerste Zandhaar, aan de oostzijde begrensd door Meerten Nanninxs zoen, aan de westzijde door Johan van Hemerden, waarvan nu Aernt Lubberts zoen een hoeve in gebruik heeft en Lubbert die Wrede een halve hoeve, nadat Lubbert Kaerman Reyner Keyls zoen afstand ervan heeft gedaan, ten overstaan van de leenmannen Dirc, Willem en Roeloff van Haghenouwen.

  • 08-02-1436: Evert van Stoutenburch, schout, Bertout Peters soen, Proest van Stoutenburch, Willam Heynrix soen, Johan van Bemel, Rutger Meynsen soen, Goesen Bosch Willams soen en Goede Kade, schepenen, oorkonden dat...

  • 15-03-1439: [zijn neef] Heynric van Rijn verlengt de periode waarin Jan Rycout soen en Mergriet zijn vrouw, weduwe van Heyn Scut, met de kinderen die zij heeft uit dit eerdere huwelijk, uitgezonderd Dirc Scut, een wijk moeten graven in 4 morgen land in het Hezerveen met drie zomers, conform de akte die Heynric heeft ontvangen van Bertout Peter [Poyt] Reyners soen; indien Jan c.s. in deze tijd de wijk niet afheeft mag Heynric net zo veel veen verpachten als niet aangegraven is, tot 2 morgen toe en 10 jaar in een openbare veiling in de kerk van Soest; gedurende deze drie jaren zullen Jan Ricouts en Evert Willam soen namens de kinderen geven 10 schouwen turf. Bezegeld door Heynric, Evert en Jacob Rutgerss namens Jan.

  • 18-03-1444: Schout en schepenen van Amersfoort oorkonden dat Reyner Bertoutszone en zijn vrouw Margriet, Peter Bertoutszone en zijn vrouw Ermgert, Meyns Bertoutszone en zijn vrouw Geertruyt, Jan van der Mathe en Wouter Bertoutszone hebben overgedragen aan Jan van der Mathe en Wouter Bertoutszone het recht op een stuk land bij Boesenberch, geheten 'dat Corte geweynde' en gelegen naast het land van Willem Jacobszone Kynt.

  • 24-04-1459: Mense Volkens soen, schout, Bertout Petersz, Herman Jacobs zoen, Jan Goedenz, Ghisebert Ghiseberts soen, Jan Petersz en Keyser Roetersz, schepenen van Bunschoten, oorkonden dat...

Mogelijk uit dit huwelijk (op basis van de vernoemingen in 1444):

  1. Reinier Bertoutszn, vernoemd naar vaders grootvader.

    Reinier is getrouwd met Margriet.

  2. Peter Bertoutszn, vernoemd naar vaders vader.

    Peter is getrouwd met Ermgert.

  3. Meyns Bertoutszn, vernoemd naar vaders broer.

    Meyns is getrouwd met Geertruid.

  4. Wouter Bertoutszn.

III-g

Jacob Peterszn Poyt, vermeld (1393-1421), zoon van Peter Reinierszn Poyt (zie II-c).

  • **-**-1393: Wouter van Haghenouwen, schout van Stoutenburg, Ghysbert van Stoutenberch, Adaem van Lochorst, Ludeman Ludemans soen, Ghysbert Gotscalc, Gheryt Splynter vander Beke, Ghysbert van Emelaer, Johan vander Rueft en Heynric Peters soen, landgenoten en buren, oorkonden dat Dirc Poyte Peters soen, Bertout en Jacop zijn broers, Delyane hun zuster met Ludemans Ludemans soen haar voogd en Oede haar zuster met Evert Poyten haar voogd hebben overgedragen aan Peter Reyners soen [Poyt], hun vader, het erve Ten Ouden Riesche met de uitslagen van Stoutenburger Meent, aan de ene zijde begrensd door Ghysbert van Stoutenberch, aan de andere zijde Splynter vander Beke; waarna Peter Reyners soen [Poyt] het erve heeft overgedragen aan Mens zijn zoon, met het erve Ter Eyket en de uitslagen van de Stoutenburger Meent, aan de ene zijde en het ene einde begrensd door de gracht, aan de andere zijde Gheryt Splynter vander Beke, aan het andere einde Ghysbert Gotscalc.

  • **-**-1421: Akte waarin Jacob Peter [Poyt?] Reyners soens soen en Elyas van Wede, leenmannen van de heer van Egmond en IJsselstein verklaren dat zij met [zijn neef] Henric van Riin voor de brug te IJsselstein zijn geweest binnen een jaar nadat hij meerderjarig geworden was, tot drie jaar toe, om belening te verzoeken, de heergewaden te betalen en leenhulde te bewijzen, waarvoor zij op zijn verzoek deze verklaring afgeven.

Zijn kind(eren):

  1. Foyse Jacobsdr [Poyt], vermeld (1450-1458), onder voogdij van Gijsbert van Stoutenberg (1450) en Hendrick van de Water (1458).

    • **-**-1450: Akte ten overstaan van schout en schepenen waarbij Foeyse Jacob [Poyt] Peters soens dochter, met haar voogd Giisbert van Stoutenburg, vermaakt aan de Sint Janskapel op de Kamp de helft van een stuk land, gelegen achter de Hage, en de andere helft van dat stuk land na haar dood en die van haar broeder Reyer [Jacob Poyt], aan het Sint Barbara-altaar in de Onze Lieve Vrouwekerk.

    • 04-10-1458: Aernt Louwe, burgemeester en richter, Goesen Bosch, Wychert Scaep en Goirt de Coninck, schepenen, oorkonden dat Foyse Jacob [Poyt] Peter Reyers dochter met Heynric vanden Water haar voogd vermaakt heeft aan [haar broer] Reyer Jacobs [Poyt] al haar goederen met voorwaarde dat een jaarlijkse rente wordt gevestigd op huis en hofstede waar Herman Louwerens in woont van 3 gulden waarvan de ene helft zal worden uitgekeerd aan het gasthuis en de andere helft aan de Sint Joriskerk en de Onze Lieve Vrouwekapel.

  2. Reijer Jacobszn [Poyt], vermeld (1450-1458).

III-h

Oede Petersdr Poyt, vermeld (1393), onder voogdij van Evert Poyt (1393), dochter van Peter Reinierszn Poyt (zie II-c).

Oede is getrouwd [rond 1389] met Peter Claeszn Grijps, zoon van Claes Grijp.

  • 17-11-1389: Ghisebrecht van Lodensteyn, schout, Johan de Coninc, Geriit Zeybert, Lubbert Vranken soen, Evert van Lienlaer, Johan Goeden soen en Willam van Daetselaer, schepenen, oorkonden dat Gheriit Reyners soen [Poyt?] heeft overgedragen aan Claes Griips soen en Oede [Petersdr Poyt] zijn vrouw de eigendom van een huis bij het Spui met de erfpacht van de hofstede overeenkomstig de akte waardoor deze is gestoken waarbij [haar vader] Peter Reyers soen [Poyt] zijn rechten behoudt, aan de ene zijde begrensd door Ricout Steenwerper en Peter, aan de andere zijde en de voorzijde de weg, aan achterzijde de stadsgracht.

  • 25-05-1390: Ghisebrecht van Lodensteyne, schout, Evert Bot Dirxsone, Evert Hubrechts zone en Willam Bosch, schepenen, oorkonden dat Peter Claes Grijps zone, Oede [Petersdr Poyt] zijn vrouw, Gherijt Reyners zone [Poyt?] en Alijt zijn vrouw in erfpacht hebben gegeven aan Jacob Smit Meeus zone een steeg bij het Spui vijf voet breed strekkende van de straat tot aan de stadsgracht, aan de ene zijde begrensd door het huis van Peter en Oede en aan de andere zijde Gherijt en Alijt, waarbij de erfpachtgevers de steeg mogen blijven gebruiken.

  • 06-02-1398: Gheryt Naghel, schout, Jacop Smit Meeuw soen, Jacop Hoeft, Claes Gheel, Heinric Noet, Gherijt Zoes Dirx sone, Heinric Stuep en Rutgher Jacop Ebben sone, schepenen, oorkonden dat Peter Claes Grijps soen en Oede [Petersdr Poyt] zijn vrouw overgedragen hebben aan Rutgher vanden Doem ten behoeve 'des nies gasthuys dat daer buten bider Spoeyen stat' de eigendom van een huis bij het gasthuis met de erfpacht van de hofstede zoals in de akte waardoor deze is gestoken, aan de ene zijde en aan de voorzijde begrensd door de weg, aan de andere zijde het gasthuis.

Uit dit huwelijk:

  1. Claes Peterszn Grijp.

    • **-**-1524: Akte van transport ten overstaan van de oudste burgemeester en schepenen, door Lubbert Vlug en Fytgen, zijn vrouw, aan Claes Peter Grijpen dochter, het bedrag van 20 enkele guldens die Herman Thonisz en Geertruyt, zijn vrouw, aan hen verschuldigd zijn.

  2. Peter Grijp.

    Peter is getrouwd met Sophia.

    • 20-12-1483: Deken en kapittel oorkonden dat zij in erfpacht hebben verhuurd voor 6 Rijnse gulden aan Peter Grijp en zijn vrouw Sophia een huis en hofstede in de wijk Breulstraat, gelegen naast het huis van Jan van Glashorst en dat van Willem Peter Aeltszone, en aan de zijde van de Mooierstraat de erfgenamen van Aert Zegerszone en Willem Claeszone, onder voorwaarde dat Peter en Sophia de goot voor de helft onderhouden, en onder handhaving van de watergang zoals Evert Stier sr. en jr. het huis en de watergang gebruikten.

III-i

Meyns Peterszn Poyt, vermeld (1393-1449), overleden op 28 mei 1459, zoon van Peter Reinierszn Poyt (zie II-c).

  • **-**-1410: Akte van belening door Johan heer van Egmond en van IJsselstein, nadat Peter Reyners soen [Poyt] afstand heeft gedaan, van diens oudste zoon Meynse met het goed Rysch, een halve hoeve waar Stoyse op placht te wonen met de tiende en verder de tiende met het goor waar Wouter van Daetselaer op placht te wonen en op verzoek van Meynse [Peterszn Poyt] de nahand en de samender hand na diens dood schenkt aan Heynric [Meynszn] van Riin zijn jongere zoon.

  • **-**-1410: Akte waarin Meynse Peter [Poyt] Reyners zoens zone aan het gasthuis buiten Amersfoort bij het Spui schenkt twee schouwen goede turf per jaar.

  • 04-12-1448: Ministerse en gemeen convent van Sint Agnieten te Amersfoort verklaren te hebben verkocht aan de gasthuismeesters een stuk land in Leusderbroek in de Krommen Stert, aan de ene zijde begrensd door Meyns Poyt met de Zyt Weyde en Gheryt Zoest, aan de andere zijde het gasthuis.

  • **-**-1449: Akte van transport ten overstaan van schout, landgenoten en buren te Nederzeldert door Meyns Poyt, Foeyse, Alyt en Peter Dirc Poyten dochters, met Claes Goessens hun voogd, aan de Armen de Poth van een derde van 24 dagmaten, gemeenschappelijk met het kapittel en het altaar van de Dom te Utrecht, van de Zeldertseweg tot aan de Haarse Loodijk.

  • 30-07-1449: Reyner Reyner Evertss, schout in de maalschap van Coelhorst vanwege de bisschop van Utrecht, Goessen Bosch tijnsmeester vanwege de Regulieren te Utrecht, Wyllam Cairman, Meyns Poyt, Evert Jacobss, Johan de Wijse, Steven Maess, Gheryt Meus soen en Claes Meuss, landgenoten, oorkonden dat Heynric van Ryn en Beatrys zijn zuster met Reyner Amelrix, haar voogd, hebben overgedragen aan Goessen Wouterss ten behoeve van het nieuwe gasthuis op het Spui een jaarlijkse rente van 5 Gelderse guldens, de gulden 10 Vlaamse plakken gerekend, gevestigd op de helft van het goed Coudenhove.

  • 16-06-1450: Meyns Poyt, leenman van het Sticht Utrecht, en Wouter vander Beeck, leenman van de heer van Egmont, verklaren dat zij te Hattem bij de heer van Egmont tevergeefs om belening hebben verzocht met Byatruus van Rijn na het overlijden van haar broer Heynric, voor het erf 'den cleynen Ryesch'.

Zijn kind(eren):

  1. Dirck Meynszn Poyt, volgt onder IV-d

  2. Margriet Meynsdr Poyt, volgt onder IV-e

  3. Hendrick van Rijn, vermeld (1410), overleden vr 16 juni 1450.

    • **-**-1410: Akte van belening door Johan heer van Egmond en van IJsselstein, nadat Peter Reyners soen [Poyt] afstand heeft gedaan, van diens oudste zoon Meynse met het goed Rysch, een halve hoeve waar Stoyse op placht te wonen met de tiende en verder de tiende met het goor waar Wouter van Daetselaer op placht te wonen en op verzoek van Meynse [Peterszn Poyt] de nahand en de samender hand na diens dood schenkt aan Heynric [Meynszn] van Riin zijn jongere zoon.

    • **-**-1411: Akte van belening door Johan heer van Egmond en van IJsselstein van Heynric [Meynszn van Rijn] in plaats van zijn vader Meynse Peter [Poyt] Reyners zoens zoen met de hofstede te Luttike Weede.

    • **-**-1421: Akte waarin Jacob Peter [Poyt] Reyners soens soen en Elyas van Wede, leenmannen van de heer van Egmond en IJsselstein verklaren dat zij met [zijn neef] Henric [Meynszn] van Riin voor de brug te IJsselstein zijn geweest binnen een jaar nadat hij meerderjarig geworden was, tot drie jaar toe, om belening te verzoeken, de heergewaden te betalen en leenhulde te bewijzen, waarvoor zij op zijn verzoek deze verklaring afgeven.

    • **-**-1441: Akte waarin ten overstaaan van schout en schepenen Henric [Meynszn] van Rijn verklaart schuldig te zijn aan het nieuwe gasthuis bij het Spui krachtens het testament van zijn vader [Meyns Peterszn] twee schouwen turf, zoals vermeld in de akte (1410) waar deze door is gestoken.

    • 1447 - 1 maart - Akte waarbij Henrick van Rijn verklaart dat hij met instemming van deken en kapittel een altaar in de Sint Joriskerk heeft gesticht en begiftigd, toegewijd aan Petrus en Barbara, medebegiftigd door Reyner Wyllam Amelrycssoen, waarvan de collatie zal zijn voor hem en zijn zuster Beatruys [van Rijn] en na hun dood voor de prior van de regulieren in de Birket en de rector van Sinte Agathen alsmede hun oudste mannelijke verwant.

    • 1450 - 16 juni - Meyns Poyt, leenman van het Sticht Utrecht, en Wouter vander Beeck, leenman van de heer van Egmont, verklaren dat zij te Hattem bij de heer van Egmont tevergeefs om belening hebben verzocht met Byatruus van Rijn na het overlijden van haar broer Heynric [van Rijn], voor het erf 'den cleynen Ryesch'.

  4. Byatruus van Rijn, vermeld (1450).

Generatie IV

IV-a

Evert Dirckszn Poyt, vermeld (1503-1516), zoon van Dirck Evertszn Poyt (zie III-a).

Bronvermeldingen

  • **-**-1505: Akte ten overstaan van schout van Hoogland en landgenoten en buren in de maalschap van Wede en Emiclaer waarin Jan Gysberts verklaart schuldig te zijn aan Jorden Gysberts, zijn broer, een jaarlijkse rente van 4 Rijnse gulden, gevestigd op een hoeve gemeenschappelijk met Evert Poyt Diercs.

  • **-**-1516: Akte van transport, ten overstaan van schout van Zeldert, de rentmeester vanwege de malen en de malen en landgenoten door Jan Gijsberts, priester, aan Jorden Gijsbert Jacobsoen de helft van het erf en goed Klein Weede, gemeenschappelijk met Evert Poyt.

  • **-**-1516: Akte waarbij, ten overstaan van schout van Weede en Emiclaer, de tijnsmeester vanwege de malen en de malen en de malen en landgenoten, Jorden Gysbertss vermaakt aan zijn broer Jan Gysberts, priester, een halve hoeve, gemeenschappelijk met Evert Poyt.

  • **-**-1533: Akte van boedelscheiding tussen de kinderen van Ghysbert Jacobs, Ghysbert Ghysbert Jacobs dochter en haar man Dirck Poeyt Everts, dochter Corstine en haar man Jan van Wede en Lobberich weduwe van Jorden Gysberts met haar kinderen.

Zijn kind(eren):

  1. Dirck Evertszn Poyt, vermeld (1528-1533), volgt onder V-a

IV-b

Evert Hendrickszn Both, zegelt met keper en drie lelies, geboren vr 1461, overleden vr 1498, zoon van Hendrick Both (zie III-b).

Evert is getrouwd vr 1479 met Ermgaerd Petersdr, vermeld (1479-1498), overleden na 1498, dochter van Peter Willemszn en [Willemtgen?].

Evert Hendrickszn Both, en later zijn vrouw Ermgaerd, wordt in 1479 en 1498 vermeld voor zijn deel in het erf Campsweert, gemeenschappelijk met de erfgenamen van Hendrick Goertszn Botter.

Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummers 195 en 257

Bronvermeldingen

  • **-**-1479: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Soest door Wyllam van Dam Peterss aan Rutger de Beer Jacobss namens Ermgaert Peter Willams soens dochter, vrouw van Evert Bot Henrixs, van een stuk land Campsweert gemeenschappelijk met de erfgenamen van Henric Botter Goertss.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 195.

  • **-**-1498: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Soest door Ermgaert Evert Bot Henrics weduwe, met Willam van Dam Peters haar voogd, aan Willem Evert Bot Henrics dochter, vrouw van Claes Gerytss, van het erf Campsweert, gemeenschappelijk met de erfgenamen van Henric Botters Goerts.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 257.

Uit dit huwelijk:

  1. Willemtgen Evertsdr Both, geboren vr 1482, volgt onder V-b

  2. Hendrick Evertszn Both, vermeld (1515-1530), geboren vr 1490. [mogelijk voorvader van g.g. Pieter Both]

    Bronvermeldingen

    • 08-02-1515: (vidimus in het jaar 1551 door schout en schepenen van Amersfoort) Akte van huwelijkse voorwaarden volgens arbitrale uitspraak van Goirdt Aeltssoen en Henrick Bot Evertsoen, tussen Wilhem de Wijs en zijn zoon Jacob en Steven van der Burch en zijn dochter Truda.

    • **-**-1530: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Meus Evert Aertss en Meus Claess, verwanten van vaderszijde en Henrick Bot Everts soen en Peter van Dam, verwanten van moederszijde van Willamtgen Claes Geryts soens minderjarige dochter aan Claes Geritss van al haar goederen.

      Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 403.

IV-c

Gerrit Hendrickszn Both, zegelt met keper en drie lelies, geboren vr 1466, zoon van Hendrick Both (zie III-b).

Bronvermeldingen

  • **-**-1484: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Geertruyt Jacop Lumens weduwe, met Henric van Scayck, haar voogd aan Aernt Godens namens de Armen de Poth van een achtste deel van twee vierdel land op de Meent, gemeenschappelijk met Jacop van der Horst en Geryt Bot Henrics.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 218.

  • **-**-1491: Akte van scheiding ten overstaan van schout en schepenen tussen Geryt Bot Henrics en Aernt Goedens namens de Armen de Poth inzake 2 vierendelen op de Meent.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 233.

IV-d

Dirck Meynszn Poyt, zoon van Meyns Peterszn Poyt (zie III-i).

Dirck is getrouwd met Foyse Huibrechtdr van Zijll, dochter van Huibrecht van Zijll.

Volgens het Hanschrift van Booth: "Foyse van Zyll Hubrichtsdr had te man Dirck Poeyt Meussoon, ex quo syn dr. (forte Ida) troude aen Rutger Schaep, ex quo Dirck Poeyt Rutgerszn"

Uit dit huwelijk:

  1. Geertruid Dircksdr Poyt,

    Geertruid is getrouwd met Rutger Aerntszn Scaep, alias Rutger Poyt, schepen (1467, 1472), gasthuismeester (1490), overleden vr 1500, zoon van Aernt Scaep en Aleid.

IV-e

Margriet Meynsdr Poyt, dochter van Meyns Peterszn Poyt (zie III-i).

Margriet is getrouwd (1) met Gerrit Dyers.

Margriet is getrouwd (2) met Jan Peterszn van Westrenen, schepen van Amersfoort (1475, 1478), burgemeester van Amersfoort (1481), zoon van Peter van Westrenen.

Uit dit huwelijk:

  1. Peter van Westrenen.

  2. Mens van Westrenen.

  3. Peter van Westrenen.

    Peter is getrouwd met Margaretha Jacobsdr Nenninc, dochter van Jacob Pouwelszn Nenninc en Bertha van Dorsten.

    Zijn kleinzoon Aernt Janszn van Westrenen, zoon van Jan Peterszn van Westrenen en Divera Johansdr Boll, huwt met Hendrickgen Hendricksdr Both.

Generatie V

V-a

Dirck Evertszn Poyt, vermeld (1528-1533), zoon van Evert Dirckszn Poyt (zie IV-a)

Dirck is getrouwd met Gijsbertgen Gijsbertsdr van der Maet, vermeld (1533), overleden vr 1604, dochter van Gijsbert Jacobszn van der Maet.

Bronvermeldingen

  • **-**-1528: Akte van verdeling, ten overstaan van Claes Gerijts (1), Ghysbert Lumans, Dirck Poeyt Everts en meester Henrick Pyll, gemachtigden van de raad van de stad, van de nagelaten goederen tussen de kinderen van Jan Roelofs en Lutgen, zijn vrouw. Met akte waarmee burgemeesters, schepenen en raad van de stad de verdeling van de goederen tussen de kinderen van Jan Roelofsz en Lutgen, zijn vrouw, bekrachtigen.

  • **-**-1533: Akte van boedelscheiding tussen de kinderen van Ghysbert Jacobs, Ghysbert Ghysbert Jacobs dochter en haar man Dirck Poeyt Everts, dochter Corstine en haar man Jan van Wede en Lobberich weduwe van Jorden Gysberts met haar kinderen.

Uit dit huwelijk:

  1. Aeltgen Dircksdr Poyt, vermeld (1573).

    Bronvermeldingen

    • **-**-1573: Akte van transport door Margrijet Lambert Willemsz weduwe aan Willem Evertsz en Fie, zijn vrouw, van de halve schuur en halve berg met de halve hof en de huur van de halve hofstede gelegen in Bloemendal en Akte van transport door Willem Petersz en Margrijet Peter Aeltsz weduwe en A[eltgen] Dirck Poeyten dochter aan Willem en Fie van de betreffende hofstede tegen twee jaarlijkse renten. (Authentiek afschrift van Livinus Botter.)

  2. Gijsbertgen Dircksdr Poyt, vermeld (1556-1591).

    Gijsbertha is getrouwd met Jan Swart, volgt onder VI-a

V-b

Willemtgen "Willem, Willam" Evertsdr Both, vermeld (1498-1511), geboren vr 1482, overleden vr 1531, dochter van Evert Both (zie IV-b) en Ermgaerd Petersdr.

Willemtgen is getrouwd vr 1498, met Claes Gerritszn, vermeld (1498-1534), overleden na 1530, zoon van Gerrit.

Bronvermeldingen

  • **-**-1498: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Soest door Ermgaert Evert Bot Henrics weduwe, met Willam van Dam Peters haar voogd, aan Willem Evert Bot Henrics dochter, vrouw van Claes Gerytss, van het erf Campsweert, gemeenschappelijk met de erfgenamen van Henric Botters Goerts.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 257.

  • **-**-1503: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Jacop Zoes en Armgart zijn vrouw aan Claes Geryts soen en zijn vrouw Willam, Evert Aerts en zijn vrouw Aeff, Jan Geryts en Willam en Feyns, zijn zuster, van de goederen hen nagelaten door Geryt Meeuss en zijn vrouw Lubbrich.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 279.

  • **-**-1504: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Evert van Vloyck, met Henric van Scayck zijn voogd, Cornelis van Vloyck en zijn vrouw Lutte en Willam van Vloyck aan Claes Geryts en Willam zijn vrouw van een halve vierdel met halve maat bij de Daweg.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 281.

  • 19-03-1505: (vidimus in 1510) Akte waarin Evert van Vloyck, priester, met Henrick van Schayck als voogd, en Cornelis van Vloyck met zijn vrouw Lutte hebben overgedragen aan Claes Geryts en zijn vrouw Willem al hun goederen in het gerecht van Amersfoort, met uitzondering van hun woonhuis met hofstede.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 312.

  • 13-08-1505: (vidimus in 1510) Akte waarin Evert van Vloyck heeft overgedragen aan Claes Gerijts soen en zijn vrouw Willam al zijn goederen in het gerecht van Amersfoort, met uitzondering zijn kindsdeel, een stuk land tussen de Koedijk en Honthorsterweg.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 312.

  • **-**-1506: Testament ten overstaan van schout en schepenen van Soest van Claes Gerrits en zijn vrouw Willam aan hun kinderen.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 297.

  • **-**-1506: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Beerta, weduwe van Jan van Vloyck, met Jan Geryts soen haar broer en voogd, aan Claes Geryts soen en zijn vrouw Willam van alle goederen die Jan waren nagelaten en die deze bij hun huwelijk had ingebracht.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 291.

  • **-**-1507: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Henrick van Byler, namens de Observanten, Aernt Goedens, namens de Armen de Poth en Gysbert Amellz, gasthuismeester van het Sint Pietersgasthuis, met instemming van het stadsbestuur, aan Claes Geryts en Willam, zijn vrouw, van erven, bebouwing en renten onder Amersfoort, zoals aan hen nagelaten door Griet, weduwe van Jan Tymans.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 299.

  • **-**-1510: Akte waarin ten overstaan van schout en landgenoten van Leusden Rijcout Dircks erkent schuldig te zijn aan Claes Geryts een halve mud rogge per jaar uit zijn hofstede en 6 morgen roggeland op de Eng.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 313.

  • **-**-1511: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door henrick rutgers de beer en jut zijn vrouw aan Claes Geryts en Willem zijn vrouw van een halve hof op de Koppel in Walicgens camp.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 315.

  • **-**-1513: Onderhandse akten waarin Peter Bot Andries soen en zijn vrouw Nijese verklaren in erfpacht te geven aan Thomas van Damme en zijn vrouw Deufke een hof buiten de Rodetoren aan het 'Cleijne Graftgen'. en Thomas van Dam en zijn vrouw verklaren schuldig te zijn aan Claes Gerijts soen een jaarlijkse rente van 80 gulden, gevestigd op een schuur en huis aan het 'Kleine Graftgen' bij de stadssingel, achter strekkend tot de Haag, met kwitantie (1517, Kopie).

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth

  • **-**-1517: Kwitantie van het Sint Agnesklooster voor de overdracht door Claes Geryts van alle goederen bij de intrede van Alyt 'onse medesuster'.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 343.

  • **-**-1523: Akte waarin schout en schepenen verklaren dat zij Claes Gerijts soen een nieuwe akte verstrekken voor de oorspronkelijke akte van 15 november 1497, die in de laatste brand verloren was gegaan en waarbij Geryt Meusz, Jan van Vloyck, Claes Gerytz en Margriet Evert Claesz weduwe met Maes van Wede, haar voogd, hebben uitgegeven tegen een jaarlijkse rente van 6 gouden Rijnse gulden aan Lambert Janz en zijn vrouw Gerbrich huis en hof aan de Langestraat, waarin Henrick Aertz woont, met kopie op papier.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth.

  • **-**-1528: Akte van verdeling, ten overstaan van Claes Gerijts, Ghysbert Lumans, Dirck Poeyt Everts en meester Henrick Pyll, gemachtigden van de raad van de stad, van de nagelaten goederen tussen de kinderen van Jan Roelofs en Lutgen, zijn vrouw. Met akte waarmee burgemeesters, schepenen en raad van de stad de verdeling van de goederen tussen de kinderen van Jan Roelofsz en Lutgen, zijn vrouw, bekrachtigen.

    Bron: Archief Eemland, Stadsbestuur Amersfoort, regestnummer 881 en 882.

  • **-**-1530: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Meus Evert Aertss en Meus Claess, verwanten van vaderszijde en Henrick Bot Everts soen en Peter van Dam, verwanten van moederszijde van Willamtgen Claes Geryts soens minderjarige dochter aan Claes Geritss van al haar goederen.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 403.

  • **-**-1530: Kwitanties van Cornelis van Vlowyck voor Claes Geritzn.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth.

  • **-**-1531: (vidimus in 1534) Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Lubberich, weduwe van Jorden Ghysberts, met Jan Pyll haar voogd, en Peter Zoes en zijn vrouw Damitgen aan Claes Gheritz van al hun goederen, nagelaten door hun moeder, de vrouw van Claes Gheritz.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummers 415 en 437.

  • **-**-1534: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Soest door Claes Gerits soen aan Lobberich, weduwe van Jorden Ghysberts, van een stuk land Campsweert, gemeenschappelijk met Henrickgen Helmichs weduwe.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 439.

  • **-**-1534: Testament ten overstaan van schout en schepenen van Claes Geritz aan zijn dochters Lobberich en Dam.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 436.

Uit dit huwelijk:

  1. Aleid Claesdr, vermeld (1501-1517), zuster van het Sint-Agnesklooster (1517).

    Bronvermeldingen

    • **-**-1501: Akte van transport ten overstaan van schout en landgenoten van Leusden door Ricout Dircks aan Lobbrich en Peter Bot Gijsbertsoen namens Alyt Claes Geryts dochters van de helft van een erf, strekkende van de Brink tot aan de Baarnse weg en verder over de weg tot aan het Heetveld.

      Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 265.

    • **-**-1517: Kwitantie van het Sint Agnesklooster voor de overdracht door Claes Geryts van alle goederen bij de intrede van Alyt 'onse medesuster'.

      Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 343.)

  2. Wouter Claeszn, vermeld (1542).

  3. Lobberich Claesdr, geboren vr 1498.

    Lobberich is getrouwd [rond 1514] met Jorden Gijsbertszn van der Maet, zoon van Gijsbert Jacobszn van der Maet en Clemens/Clijmens.

  4. Dam(mitgen) Claesdr, vermeld (1534-1557), overleden tussen 1557 en 1560.

    Dam is getrouwd vr 1531 met Peter Zoest, notaris of advokaat, overleden tussen 1557 en 1560.

    In 1531 wordt er gesproken van Gerrit Zoes Bott(er) als mede-eigenaar van een erf op Hamersfelt en in 1524 en 1526 schepen.

    Bronvermeldingen

    • **-**-1531: (vidimus in 1534) Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Lubberich, weduwe van Jorden Ghysberts, met Jan Pyll haar voogd, en Peter Zoes en zijn vrouw Damitgen aan Claes Gheritz van al hun goederen, nagelaten door hun moeder, de vrouw van Claes Gheritz.

      Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummers 415 en 437.

    • **-**-1534: Akte waarin ten overstaan van schout en schepenen Peter Zoest en zijn vrouw Dam verklaren aan [haar zuster] Lobberich [Claesdr, weduwe van] Jorden Ghysbertz garant te staan voor het bezit van de goederen haar nagelaten door haar ouders.

      Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 438.

    • **-**-1534: Testament ten overstaan van schout en schepenen van Claes Geritz aan zijn dochters Lobberich en Dam.

      Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 436.

    • **-**-1552: Overeenkomsten inzake de verdeling van goederen na te laten door Margriet, vrouw van Wilhem van Dorsten, tussen Peter Zoest, Joost Hermansz en Wilhem van den Busch, mannen en voogden van respectievelijk Dam Claes Gerijtzdochter, Weyndelmoet en Eesse, dochters van Johan Zoes.

      Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth.

    • 23-02-1553: Meester Peter Zoest en zijn vrouw Dam als borg en opdrachtgever voor Jan Foryer en zijn vrouw Anthonia lenen aan Cornelis Ghijsbertszn Hooft, smid te Utrecht 1100 karolusgulden van 40 grooten Vlaems per stuk. Wanneer genoemde Cornelis van Jerusalem (Hyerusalem) in het Heilig Land naar Utrecht teruggekeerd zal zijn en daarvan een behoorlijk bewijsstuk meegebracht heeft, dan verbinden de comparanten hiervoor hun persoon en goederen tot executie van het gerecht.

      Bron: Archief Eemland, Transportregister, inventarisnummer 436-04, folio 40r.

    • 22-04-1553: Geryt Reyer Peterszn en zijn vrouw Geertruyt verkopen aan Willem Reyerss, zijn broer, het rechter vierendeel van een huis, hof en hofstede met al zijn toebehoren, alsmede het vierendeel van de brouwketel die Elis van Wede tegenwoordig gebruikt, gelegen aan de Kortegracht (Corte Graft), enerzijds belend door Frans van Westrenen van Noortwijck [de latere schoonvader van Wendelmoed Both van der Eem], anderzijds belend door mr. Peter Zoest.

      Bron: Arcief Eemland, Transportregister, inventarisnummer 436-04, folio 50v.

    • 10-06-1554: Ghijsbert Wulferss tbv. Wulfer, Ghijsbert, Alijdt en Alijdt Willem Wulferss kinderen lenen aan Cornelis Janszn en zijn vrouw Weymtgen een losrente van twaalf ten halven keizersgulden, te lossen met 190 keizersgulden payment met als onderpand een huis, hof en hofstede staande op de Langegracht (Langegraft), enerzijds belend door Henrick Meuszn, anderzijds belend door mr. Peter Zoest en [zijn schoonzuster] Lobberich, Jorden van der Maets weduwe. De rente te betalen op Sinte Odulphusdag.

      Bron: Archief Eemland, Transportregister, inventarisnummer 436-04, folio 85v.

    • 27-03-1557: mr. Peter Zoest en zijn vrouw Dam verkopen aan Cornelis Gerytszn tymmerman en zijn vrouw Alijdt een hofstede, schuur en al hetgeen daarop staat gelegen aan de Kortegracht (Cortegraft), strekkende voor van de straat tot achter aan de Mooierstraat (Moeystraat) toe, enerzijds belend door Elis van Wede, anderzijds belend door Adriaen Thoniszn.

      Bron: Archief Eemland, Transportregister, inventarisnummer 436-04, folio 177v.

    • 01-01-1560: Evert Zoost voor hemzelf, Willem de Wijs en zijn vrouw Cornelia, mr. Peter Zoosten dochter; Evert Zoost en Herman Joosten als naast vrienden [=familie] van vaders zijde, Ghijsbert Vermaet en Geryt Zoost Jacobzn als naaste vrienden [=familie] van moeders zijde representerende de vier vierdelen van Damitgen de onmondige dochter van mr. Peter Zoost en zijn vrouw Dam verkopen aan Rutger Pueyt en zijn vrouw Damme een half huis en hofstede met de steeg daarachter, staande aan de Langestraat bij de Vismarkt (Vismerct) in de Bruelstraet, nu bewoond door Evert Zoost, enerzijds belend door Jan Lubberss den Jongen, anderzijds belend door Jannitgen, Willem Ammelsn weduwe.

      Bron: Archief Eemland, Transportregister, inventarisnummer 436-04, folio 284r.

    • 07-02-1560: Rutger Pueyt en zijn vrouw Dam; Evert Zoost voor hemzelf; Willem de Wijs en zijn vrouw Cornelia, mr. Peter Zoosten dochter; Evert Zoost en Herman Joosten als naaste vrienden [=familie] van vaders zijde, Ghijsbert Vermaet en Geryt Zoost Jacobszn als naaste vrienden [=familie] van moeders zijde, representerende de vier vierdelen van Dammitgen onmondige dochter van mr. Peter Zoost en zijn vrouw Dam verkopen aan Cornelis Janss en zijn vrouw Cornelia Jansdr een huis, hof en hofstede gelegen op de Langegracht (Langegraft) bij de Vismarkt (de Plaets), enerzijds belend door Cornelis Janss, anderzijds belend door de erfgenamen van Henrick Corneliszn.

      Bron: Archief Eemland, Transportregister, inventarisnummer 436-04, folio 288v.

    Uit dit huwelijk:

    1. Cornelia Petersdr Zoest.

      Cornelia is getrouwd met Willem de Wijs.

    2. Dammitgen Petersdr Zoest, onmondig (1560).

  5. Willemtgen Claesdr, minderjarig (1530).

    • **-**-1530: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Meus Evert Aertss en Meus Claess, verwanten van vaderszijde en Henrick Bot Everts soen en Peter van Dam, verwanten van moederszijde van Willamtgen Claes Geryts soens minderjarige dochter aan Claes Geritss van al haar goederen.

      Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 403.

Generatie VI

VI-a

Gijsbertgen Dircksdr Poyt, vermeld (1556-1591), overleden na 1603, dochter van Dirck Evertszn Poyt (zie V-a) en Gijsbertgen Gijsbertsdr van der Maet.

Gijsbertha is getrouwd met Johan Swart, mede-procurator van Onze-Lieve-Vrouwen-lofbroedersschap (1572), overleden vr 1589, zoon van Pauwels Swart en Geertruid.

Bronvermeldingen

  • 30-09-1556: Maes Lambertszn en zijn vrouw Petertgen verkopen aan Ghijsbertgen, Dirck Pueyt Everss dochter een losrentebrief van 6 philippusgulden die Willem Zoest van den Weteringen hem comparant op 21 november 1550 toegekend heeft.

    Bron: Archief Eemland, Transportregister, inventarisnummer 436-04, folio 151v.

  • **-**-1589: Uitspraak van het Hof van Utrecht inzake het geschil tussen Ghysbert van der Maeth, eiser, en Gysbertha Peyten, weduwe van Jan Swart, gedaagde, waarbij laatstgenoemde wordt veroordeeld met eerstgenoemde over te gaan tot scheiding en deling van Luttike Weede met de tiende en het perceel genaamd Hollo, met bevelschrift voor de pander.

  • **-**-1590: Kaart van de Hoge Eng opgemaakt in verband met de erfscheiding tussen Ghijsbert van der Maeth en Gijsberta Poyten door C. Montfortius.

  • **-**-1591: Akte van scheiding tussen Ghijsbert van der Maeth en Ghijsbertha Poyten, weduwe van Jan Swart, inzake Luttike Weede.

  • **-**-1596: Stukken betreffende de boedelscheiding tussen Geertruyt, Dirck, Pauwels en Johan Swart, kinderen van Johan Swart en Gijsberta Poeijten.

  • **-**-1603: Testament ten overstaan van notaris B. Mulenborch waarbij Gijsbertha Poeijten weduwe van Johan Swart aan haar kinderen Pouwels, Johan en Geertruijt opdraagt om binnen een jaar na haar dood betaling aan de Armen de Poth te doen ten behoeve van de vestiging van een prove, die allereerst moet worden uitgekeerd aan personen, zoals door haar nog nader te bepalen.

Uit dit huwelijk:

  1. Geertruid Swart, overleden rond 1630.

    Bronvermeldingen

    • **-**-1617: Akte van belening door Reynolt van Brederode, proost van Oudmunster te Utrecht, van Geertruyt Swart met de tienden van Luttike Weede, verkregen door overlijden van haar broer Pauwels.

    • **-**-1630: Schikking, ten overstaan van de advocaten aan het Hof van Utrecht, tussen de regenten van het Pesthuis en die van het Sint Elisabeth Gasthuis, als erfgenamen van Dirck Swart aan de ene zijde en Beatrix van Weede, vrouwe tot Stoetwegen, als erfgenaam van Geertruit Swart aan andere zijde, waarbij aan de eerstgenoemde wordt toegewezen het erf Luttike Weede, uitgezonderd de tiende.

    • **-**-1631: Scheiding tussen de Armen de Poth namens het Pesthuis en het Sint Elisabeth Gasthuis, als erfgenamen van Dirck Swart en ingevolge de schikking met Beatrix van Weede en Pauwels Swart, erfgenamen van Geertruyt Swart, van 27 oktober 1630, waarbij de Armen de Poth verkrijgt het erf Luttike Weede.

  2. Dirck Swart, overleden rond 1630.

    Bronvermeldingen

    • **-**-1626: Mandament van revisie van het Hof van Utrecht, verleend aan Dirck Swart, verzoeker, tot revisie in het proces tegen Beatris van Weda c.s. door hem gevoerd voor het leenhof van IJsselstein over het leengoed Klein Weede, met aangehecht conclusie.

    • **-**-1626: Testament van Dirck Swart waarbij hij al zijn goederen vermaakt aan het Pesthuis en het Sint Elizabeth Gasthuis te Amersfoort, elk voor de helft.

    • **-**-1626: Onderhandse akte van verkoop door Seger van Achtevelt aan Dirck Swart van een vierde deel van het vierendeel van het erf en goed Schoonderbeek in het ambt Barneveld, waarvan de rest in het bezit is van de weduwe van Bernt van Hackfort.

    • **-**-1628: Akte waarbij Frederik Hendrik als heer van IJsselstein octrooi verleent aan Dirck Swart om bij testament te mogen beschikken over het leengoed Luttike Weede, met codicil bij het testament van Dirck Swart.

    • **-**-1630: Schikking, ten overstaan van de advocaten aan het Hof van Utrecht, tussen de regenten van het Pesthuis en die van het Sint Elisabeth Gasthuis, als erfgenamen van Dirck Swart aan de ene zijde en Beatrix van Weede, vrouwe tot Stoetwegen, als erfgenaam van Geertruit Swart aan andere zijde, waarbij aan de eerstgenoemde wordt toegewezen het erf Luttike Weede, uitgezonderd de tiende.

    • **-**-1631: Scheiding tussen de Armen de Poth namens het Pesthuis en het Sint Elisabeth Gasthuis, als erfgenamen van Dirck Swart en ingevolge de schikking met Beatrix van Weede en Pauwels Swart, erfgenamen van Geertruyt Swart, van 27 oktober 1630, waarbij de Armen de Poth verkrijgt het erf Luttike Weede.

    • **-**-1631: Rentebrief voor het Pesthuis ten laste van de Armen de Poth, groot 1000 Karolusguldens, met een renteopbrengst van 50 gulden, ontvangen uit de erfenis van Dirck Swart.

  3. Pauwels Swart, overleden in 1617.

    Bronvermeldingen

    • **-**-1604: Akte van belening door Floris Heermale, proost van Oudmunster te Utrecht, van Pauwels Swart met de tienden van Luttike Weede, door hem verkregen bij testament van zijn moeder Gijsbertgen Derck Poyt Evertss dochter.

    • **-**-1615: Akte van erfscheiding ten overstaan van notaris J. van Ingen tussen het klooster van Sint Agatha enerzijds en Jr Pouwels Swart, als mede-erfgenaam van juffrouw Wilhelmina Lumans, vrouw van Jr Geraerdt Zoudenbalch, met de weduwe van Willem Elisz, anderzijds, van twee vierendelen land, gelegen buiten de Kamppoort aan de Hogeweg, boven de Honthorstersteeg.

    • **-**-1631: Scheiding tussen de Armen de Poth namens het Pesthuis en het Sint Elisabeth Gasthuis, als erfgenamen van Dirck Swart en ingevolge de schikking met Beatrix van Weede en Pauwels Swart, erfgenamen van Geertruyt Swart, van 27 oktober 1630, waarbij de Armen de Poth verkrijgt het erf Luttike Weede.

    • **-**-1631: Verzoekschriften door Cornelis Huygen, ruiter onder de compagnie van Z. Excellentie, in garnizoen te Rhenen, als man en voogd van Geertruydt Swart, natuurlijke dochter van Pauwels Swart, inzake het legaat van haar vader.

  4. Johan Swart.