Familiewapen Both (rood)Familiewapen Both (blauw)Het geslacht Both van der Eem (2)

Met dank aan (voor verbeteringen en aanvullingen):

Bronnen

Generatie V

V-c

Familiewapen Both (rood)Gerrit Gerritszn Both, vermeld (1562-1577), zoon van Gerrit Both (zie IV-f).

Geraert is getrouwd op 1 februari 1562 met Deliana Freys van Dolre, vermeld (1562-1577), dochter van Arent Freys van Dolre en Antonia Both van Scherpenseel (zie IV-d).

Uit dit huwelijk:

  1. Hendrik Both van der Eem, geboren rond 1563, volgt onder VI-c

  2. Wendelmoet Both van der Eem, geboren te Amersfoort rond 1570, volgt onder VI-d

  3. Jacob Both van der Eem, geboren rond 1570, volgt onder VI-e

  4. Everard Both van der Eem, geboren rond 1580, volgt onder VI-f

  5. Henderika Both, vermeld (1606-1621), waarschijnlijk overleden tussen 31 mei 1621 en 3 maart 1629.

  6. Godefrieda Both van der Eem, begraven te Utrecht op 4 juli 1626.

    Godefrieda is getrouwd [rond 1622?] met Johan Vranckenszn van Heemskerck, woont te Utrecht (1621-1625), geboren te Rotterdam? vˇˇr 1581, overleden te Utrecht vˇˇr 10 februari 1627, zoon van Vranck Beest van Heemskerck en Margaretha Mattheusdr. Johan is eerder getrouwd geweest te Rotterdam op 27 september 1599 met Geertruida van Helsdingen, begraven te Utrecht op 13 april 1621, dochter van Steven van Helsdingen en Maria Allardsdr Boelen.

Generatie VI

VI-c

Hendrik Both van der Eem, geboren rond 1563, zoon van Gerrit Gerritzn Both (zie V-c) en Deliana Freys van Dolre.

Hendrick is getrouwd met [onbekend].

Uit dit huwelijk:

  1. Gerard Both van der Eem, geboren te Utrecht op 13 augustus 1615, volgt onder VII-g

VI-d

Wendelmoet/Weijntgen Both van der Eem, geboren te Amersfoort rond 1570, overleden te Utrecht in juni 1622, dochter van Gerrit Gerritzn Both (zie V-c) en Deliana Freys van Dolre.

Wendelmoet is getrouwd (ondertrouwd te Amersfoort op 17 januari 1591) met Johan Franszn van Noortwyck, geboren te Utrecht in 1570/1571, overleden aldaar op 1 juli 1638, zoon van Frans van Westrenen van Noortwyck (kameraar) en Wendelmoet Ruysch.

Bronvermeldingen:

  • 1554 - Frans van Westrenen van Noortwijk woont in de Muurhuizen op de hoek naast Tinnenburch.

  • 1559 - 24 maart - Frans van Westrenen en zijn vrouw Wendelmoed [Ruysch] verkopen aan Goort Ghijsbertszn en zijn vrouw Dirckgen de vrije eigendom van een huis, hof en hofstede gelegen in de Lieve Vrouwestraat achter het Kooij, strekkende met de hof tot aan Jan Brants gevel, zoals dat door Goert en zijn vrouw Dirckgen nu gebruikt wordt, aan de noordzijde belend door 1) Rutger Buys 2) Willem Suyermont, aan de zuidzijde belend door 1) Jan Brant 2) Bely Coenen erfgenamen en Truy Ghijsbers, huyckenmaickster.

Uit dit huwelijk:

  1. Lambert van Noortwyck, vermeld (1624).

    Lambert is getrouwd met [onbekend].

  2. Franšois van Noortwyck, advokaat ten Hove Utrecht (1624-1629), geboren in 1591/1592.

    Francois is getrouwd met Maria Preijs.

    Bronvermeldingen:

    • 1624 - 28 december - Mr. Franchois van Noortwyck (advocaat voor de Hove van Utrecht) verklaart dat het hem ter kennisse gekomen was dat Frans Lambertszn van Noortwijck, de zoon van zijn broeder, getrouwd was met Barbara Jansdr, waarbij hij echte geboorte had. Hij had om nader ge´nformeerd te zijn, de volgende getuigenverklaringen willen horen. Cornelis Dircxzn Gentenaer [die tekent als: Cornelis Dirxs Gendt; borger van Amersfoort] en Peter Gysbertszn van Baern, gewezen dienaar van Sr. Johan van Pembroeck verklaarden dat zij in die plaats geweest zijn toen zij in dienst waren van de overste Megan in 1621 en dat zij daar Frans Lambertszn van Noortwyck voornoemd, "familiaerlicken" gekend hebben, welke toen dienaar was van kwartiermeester Baern, eveneens onder de overste Megan. Aldaar zijn samen in het huwelijk getreden Frans Lamberszn van Noortwyck en Barbara Jansdr, na voorafgaande kerkelijke geboden, en dat Barbara de voornoemde Frans van Noortwijck "uutruste te paerden" [van paarden voorzag?] en dat het trouwen geschied was op een dorp Langen, gelegen bij Spiers en dat de bruiloft gehouden werd op een van de huizen van de Koning van Bohemen, genaamd de Rehut [?], waar de comparanten mede ter bruiloftsfeest en wel vrolijk gebleven waren. Zij verklaarden dat zij dikwijls bij de voornoemde Barbara geweest waren en haar "groot off bevrucht gaende" [d.w.z. in verwachting] gezien hebben in het dorpje Seckenom [?] tussen Manheim en Heydelberch, waar zij toen in guarnisoen lagen en waar zij dagelijks "familiaerlick" met Barbara verkeerden. Cornelis Dircxzn, mede-comparant, verklaarde nog dat hij enige tijd daarna in Spiers gekomen was in het logement van de Joffrouw waar Barbara daarvoor gewoond had, waar hij vernomen had dat Barbara bij Frans Lambertszn een kind had gekregen, dat "bestaedt" (uitbesteed) was en dat zij daar weer diende. Barbara was daar weer vertrokken, zoals men zei, en men had gegist dat zij naar haar kind was gegaan. Akte ten woonplaatse van Jr. Johan van Pembroeck. Getuigen: dezelve Pembroeck, Jr. Jelis d'Ridder van Lunenborch en Claes Bode. (Bron: Archief Eemland, ONA, inventarisnummer AT002a002, folio 401r. N.B.: met de koning van Bohemen wordt de Winterkoning bedoeld)

VI-e

Familiewapen Both (rood)Jacob Both van der Eem, rentmeester van de Duitse Orde, schepen van Tiel (1597-1614), geboren rond 1570, waarschijnlijk overleden vˇˇr 3 maart 1629, zoon van Gerrit Gerritzn Both (zie V-c) en Deliana Freys van Dolre.

Zegelafdruk van Jacob Both van der Eem
Zegelafdruk van Jacob Both van der Eem.

Foto: Huub van Heiningen.

  • 25 oktober 1610: (testament van Hendrick Zaell en Aleid van Brakel) Zij vermaken elkaar de lijftocht van hun bezittingen zonder inventaris of boedelcedulle, onder conditie dat de langstlevende hun beider kinderen die alsdan in leven zullen zijn, tot hun 18e jaar op zal brengen. Als daarna de vader of moeder niet langer zou willen omgaan of zou huwen, dat deze langstlevende tselve kind(eren) die alsoo van de langstlevende zullen scheyden, te weten ieder vandien, niet meer gehouden zal zijn uit te reiken dan de som van 50 carolus guldens jaarlijks, welverstaande dat indien enig vande comparantes kinderen dewijl beide comparanten in leven zijn, bij huwelijkse voorwaarden 50 guldens jaarlijks belooft. Zij secluderen de weeskamer enzovoort... en zij stellen tot mombers over hun kinderen: doctor Henrick Zael, jonker Lodewijck van Brakel en jonker Jacob Both van de Eem, begerende dat deze de last vandien zullen aanvaarden. Getuigen: Jan Rijckzn Proot en Rijck Lambertzn.

  • 25 oktober 1610: (procuratie door Aleida van Brakel) Zij heeft zekere goederen liggen in de Heerlijkheid van Lienden en Ommeren in de Neder Betuwe, waarin zij beducht was dat die lijftocht niet en zoude mogen sterken. Soo is het dat zij machtigt de edele en erenfeste jonkheer Jacob Both van der Eem, haar zwager, om uit haar naam ter plaatse waar haar goederen gelegen zijn of elders behoren sal, naar costume van NederBetuwe, de voornoemde lijftocht te doen confirmeren en approberen in de sterkste en bundigste forme, nochtans onder conditie als met de selve lijftocht zijn begrepen. Getuigen: Jan Rijckzn Proot en Rijck Lambertzn.

Jacob is getrouwd met Bertha van Brakel.

Bertha is de zuster van Aleid van Brakel (gehuwd met Hendrick Zaell)

VI-f

Familiewapen Both (blauw)Everard Both van der Eem, substituut van de Hoge Raad (benoemd 1599, 19 jaar), geboren rond 1580, overleden te Utrecht op 1 februari 1634, begraven te Den Haag op 6 februari 1634, zoon van Gerrit Gerritzn Both (zie V-c) en Deliana Freys van Dolre.

Everard is getrouwd (1) na 1598 met Abigael Pietersdr, geboren te Den Haag, overleden vˇˇr 1608, dochter van Pieter Everardszn (predikant) en Magdalena Canin.

Uit dit huwelijk:

  1. Samuel Both van der Eem, geboren vˇˇr 1602, volgt onder VII-h

  2. Hendrick Both van der Eem, geboren rond 1604, volgt onder VII-i

  3. Francois Both van der Eem, geboren rond 1610, volgt onder VII-j

  4. Gerard Both van der Eem, volgt onder VII-k

  5. Maria Both van der Eem, geboren te 's Gravenhage rond 1627, volgt onder VII-l

  6. Familiewapen Both (blauw)Pieter Both van der Eem, (vermeld 1628-1629), geboren vˇˇr 1603.

    Bronvermeldingen:

    • 1628 - 2 februari - Maria Coenraet van Heterensdochter, hulde door Peter Both van der Eem, na overdracht door Jan Teunisz Peeck. (betreft goed te Hagensteijn).

    • 1629 - 3 maart - Meester Franchoijs van Noortwijck, advocaat voor den Hove van Utrecht [zoon van Wendelmoet Both van der Eem] en Juffrouwe Maria Preijs zijn vrouw; Meester Franchoijs tevens voor Samuel Both van der Eem (procuratie te Delft); item voor Nicolaes Pietersz Craen (procuratie voor de burgemeesters van Schoonhoven); Peter Both van der Eem voor Everhard Both, zijn vader, ter Griffie van den Hoge Raad over Holland, Zeeland en Friesland gepasseerd. Allen erven van zaliger Godefrida Both van der Eem, weduwe van Johan van Hemskerck. (betreft: een vierdel land, strekkend van de Hogeweg tot aan de Vlierbeek).

      Bron: Archief Eemland, Transportregister, inventarisnummer 436-16.

    Familiewapen de ClargesPieter is getrouwd voor september 1646 met Antonette de Glarges, overleden tussen 26 oktober 1680 en 25 januari 1682, afkomstig van Utrecht (?). Antonette is later hertrouwd (ondertrouwd te Amersfoort in mei 1646) met Hendrick van Outerff, advokaat (1646) voor het hof van Utrecht (1643), rentmeester van het Convent van Sint-Jan (1643), woont te Amersfoort (achter de Camp, 1643), schepen van Amersfoort (1651, 1653), oud-burgemeester van Amersfoort (1656), overleden tussen 10 mei 1656 en 25 september 1661. Hendrick is eerder getrouwd geweest met Gerarda de Goijer.

    Bronvermeldingen:

    • 1676 - 16 september - Afstand door Antonetta de Glarsis, weduwe van Henrich van Outerf in leven burgemeester tot Amersfoort ende advocaet, wonende tot Amersfoort, van lyftocht aan de goederen aan haar dochter gemaakt met overdracht van obligaties voor intussen afgeloste kapitalen.

      Bron: Het Utrechts Archief, NotariŰle akten, inventarisnummer U93a2, aktenummer 22.

    • 1680 - 26 oktober - Gerrit Coster, deurwaarder als speciale gemachtigde van Antoneta da Clarges, weduwe van Henrick Outerff, in sijn leven borgemeester deser stadt, volgens procuratie voor Reynier van Westrhenen, notaris op 3 augustus 1680 gepasseerd, verkoopt aan Cornelia Geertruyt van Outerff "een huis, hof en hofstede in de Nieuwstraat met een woning annex, waarvan het eene in de selve straat en het ander in de Stovestraat staende".

      Bron: Archief Eemland, Transportregister, inventarisnummer 436-28, pagina 230v.

    • 1682 - 25 januari - Procuratie door Cornelia van Outerff ten overstaan van Ludolph de With, procureur ten hove van Utrecht tot het voeren van een proces tegen Preys van Fockenburgh, weduwe van raadsheer [zonder naam] van Dalen. Cornelia is erfgename van haar vader Hendrick van Ouderff en beneficiaire erfgename van moeder Anthonetta de Glarje.

      Bron: Het Utrechts Archief, NotariŰle akten, inventarisnummer U99a1, aktenummer 68.

    • 1694 - 20 oktober - Geertruid van Outerf, wonende te Utrecht, verkoopt aan Henrick Both, zijn vrouw en hun erfgenamen, "een huis, hof en hofstede, staande en gelegen in de Nieuwstraat met de woningen daaraan annex, waarvan het ene in dezelfde straat en de andere in de Stovestraat staat en erop uitkomt".

      Bron: Archief Eemland, Transportregister, inventarisnummer 436-30, pagina 121.

    • 1696 - 25 februari - Goedkeuring door de crediteuren van Anthonetta de Glarges zaliger, in leven weduwe van Henrick van Outerff, met name Gysbert van Brienen bijgestaan door curator L[ucas] van de Poll, [zonder naam] van Lidt de Jeude en Maria Kramers, van de verkoop van twee percelen land door Cornelia Geertruyd van Outerff, gelegen in het gerecht van Hogelanden, aan het vrouwenconvent te Amersfoort, met procuratie door beide partyen op Johan van Aelst, notaris, om de kooppenningen te ontvangen en het land te transporteren. Verwijzingen naar de akte van 4 augustus 1680 voor notaris R. van Westrenen te Amersfoort en de curatorsbenoeming van 9 september 1692 voor het gerecht van Utrecht.

      Bron: Het Utrechts Archief, NotariŰle akten, inventarisnummer U125a1 aktenummer 46.

Everard is getrouwd (2) in 1608 met [onbekend]. Zij is eerder getrouwd geweest met [onbekend].

Generatie VII

VII-g

Gerard Both van der Eem, gedoopt te Utrecht op 13 augustus 1615, zoon van Hendrik Both van der Eem (zie VI-c).

Gerard is getrouwd te Utrecht op 10 februari 1633 met Wilhelmina van Couwenhoven, geboren te Utrecht rond 1609, dochter van Willem van Couwenhoven en [onbekend] van der Nypoort.

Uit dit huwelijk:

  1. Everard Both van der Eem, gedoopt te Utrecht op 22 december 1633.

  2. Antonetta Both van der Eem, geboren te Utrecht op 7 oktober 1635, gedoopt aldaar op 13 oktober 1635. (overleden voor 1688, Antonetta van der Eem gehuwd met Valentyn van Vianen?)

  3. Gillis Both van der Eem, gedoopt te Utrecht op 12 maart 1637.

  4. Leonora Both van der Eem, gedoopt te Utrecht op 28 december 1638.

  5. Anna Both van der Eem, gedoopt te Utrecht op 24 januari 1641.

  6. Wilhelmina Both van der Eem, gedoopt te Utrecht op 11 april 1649.

VII-h

Samuel Both van der Eem, goudsmid en zilversmid, geboren vˇˇr 1602, begraven te Delft op 18 augustus 1654, zoon van Everard Both van der Eem (zie VI-f) en Abigael Pietersdr Everart.

Samuel is getrouwd (gereformeerd) te Delft op 19 april 1620 (ondertrouwd aldaar op 4 april 1620) met Maria Cornelisdr van der Meer, geboren vˇˇr 1604, begraven te Delft op 11 juli 1686, dochter van Cornelis van der Meer.

Brabantse Turfmarkt 67
Brabantse Turfmarkt 67 te Delft waar Samuel eigenaar van geweest is.

Brabantse Turfmarkt
Brabantse Turfmarkt Het pand ligt aan de linkerkant iets verderop. Afbeelding is gemaakt vanaf de hoek van de Molslaan (rechts).

Brabantse Turfmarkt
Een beter zicht op vroegere tijden Herkent u het pand? Ongeveer in het midden met de witte banden.

Foto's: http://www.delft-prentbriefkaarten.nl/

Hierboven nu een gezellig cafÚetje, maar eertijds eigendom geweest van Samuel Both van der Eem toen de straat nog Ponte Marks Gracht heette. Voor het einde van deze straat op de hoek van een andere brede straat woonde zijn zoon Gerard Both van der Eem op Burgwal 2. De latere erfgenaam van het huis op Burgwal 2 is Tobias Bres, een kleinzoon van Samuel. Voorbij de Burgwal rechtdoor de Jacob Gerritsstraat in kom je op de Markt uit.

Een ander eigendom, wat hij waarschijnlijk zelf bewoonde en waar hij zijn beroep als goudsmid uitoefende, stond op de Kruyerssteeg (nu Markt nummer 6) naast het stadhuis.

Delft na de stadsbrand van 1536
Delft na de stadsbrand van 1536 (foto: http://collectie.delft.nl/)

Over dit pand (Markt 6) valt zoveel meer te vertellen, zoals de opgravingen die daar gedaan zijn. Meer informatie over deze archeologie kunt u vinden op: http://thema.delft.nl/archeologie/. De gebouwen zelf kunnen zo oud nog niet zijn. Op 3 mei 1536 heeft er namilijk een stadsbrand gewoed en de meeste huizen zijn daarna herbouwd en verbouwd op oude fundamenten. Nog geen 100 jaar later wordt het pand bewoond door Samuel en zijn vrouw.

"Van deze verbouwingen [in het pand op Markt 6] zijn talrijke overblijfselen op kelderniveau aangetroffen, zij het soms alleen in kleine details. Een waterput bestaande uit een tonputje met een stenen opbouw is mogelijk 17e eeuws, en uit een nog latere periode stamt een haardplaats in het achterhuis tegen de Voldersgracht, met een aspot ernaast.'

Ze staan ook in Madurodam
De huisjes eoals ze staan op de Markt naast het studhuis (in Madurodam). Het tweede huis van links (nr 6) was van Samuel Both van der Eem. Nummer 2 staat buiten het zicht om de hoek en nummer 4 is het hoekpand.

De markt anno 1900
De markt anno 1900. Rechts van het gemeentehuis is de voormalige woning (met witte gevel) van Samuel te herkennen.

Foto's: http://www.delft-prentbriefkaarten.nl/

Bronvermeldingen:

  • 1621 - 31 mei - verkopers: Henrick Sael, die procuratie heeft van Jacob Both van der Eem voor zichzelf en voor Evert Both van der Eem zijn broeder, Samuel Both van der Eem, zijn broeders zoon, mitsgaders voor Jan van Noortwijck als man en voogd van Weijdelmoet van der Eem, idem Henrika en Godefrida van der Eem zijn zusters, procuratie 8 mei 1610 voor het gerecht alhier [=Amersfoort].

  • 1629 - 3 maart - Meester Franchoijs van Noortwijck, advocaat voor den Hove van Utrecht [zoon van Wendelmoet Both van der Eem] en Juffrouwe Maria Preijs zijn vrouw; meester Franchoijs tevens voor Samuel Both van der Eem (procuratie te Delft); item voor Nicolaes Pietersz Craen (procuratie voor de burgemeesters van Schoonhoven); Peter Both van der Eem voor Everhard Both, zijn vader, ter Griffie van den Hoge Raad over Holland, Zeeland en Friesland gepasseerd. Allen erven van zaliger Godefrida Both van der Eem, weduwe van Johan van He[e]mskerck. (betreft: een vierdel land, strekkend van de Hogeweg tot aan de Vlierbeek te Amersfoort).

Uit dit huwelijk:

  1. Willem Both van der Eem, gedoopt (gereformeerd) te Delft op 24 januari 1621 (getuigen: [oudoom] Jacob Both en Sara Pieters Ackersdijck [huisvrouw van Claes Hendrickszn Verburch]), begraven aldaar op 2 juni 1622.

  2. kind Both van der Eem, geboren tussen 1622 en 1624, begraven te Delft op 26 november 1627.

  3. Cornelis Both van der Eem, gedoopt (gereformeerd) te Delft op 15 augustus 1625 (getuigen: Geertruij Adriaens, [oom] Dirck van Leeuwen [man van Anna Cornelisdr van der Meer] en [tante] Jacoba van der Meer), volgt onder VIII-g

  4. Deliana Both van der Eem, gedoopt (gereformeerd) te Delft op 7 februari 1627 (getuigen: [grootvader] Everadt Both van der Eem, en [tante] Clara van der Meer), volgt onder VIII-h

  5. Gerrit/Gerard Both van der Eem, gedoopt (gereformeerd) te Delft op 10 april 1629 (getuigen: [tante] Margrieta van der Meer en Pieter Gijsbrechts Dassel), volgt onder VIII-i

  6. Cornelia Both van der Eem, geboren rond 1630, volgt onder VIII-j

  7. kind Both, begraven te Delft (Oude kerk) op 20 februari 1634.

  8. zoon Both, begraven te Delft (Oude kerk) op 17 augustus 1636.

VII-i

Familiewapen Both (blauw)Hendrick Both van der Eem, advokaat (1633-1650) voor Hof van Holland (1633), burgemeester te 's-Gravenhage, schepen te 's-Gravenhage (1639, 1650), kerkmeester van de Sint-Joriskerk te 's-Gravenhage (benoemd op 24 januari 1654), geboren rond 1604, zoon van Everard Both van der Eem (zie VI-f) en Abigael Pietersdr Everart.

Bronvermeldingen:

  • 6 juni 1633: Jonkheer Ghijsbert van de Pol, hulde door meester Henrick Both van der Eem, advocaat voor het Hof van Hollandt, volgens procuratie verleden op 3 juni 1633 voor leenmannen van Utrecht, bij dode van zijn neef jonkheer Arent van Zuylen van Nyeveldt, heer van Geeresteyn en Teccop.

  • 29 april 1639: Facta Coopbrief ende Schultbrieff: Wij Pieter Jansz Splinter, ende meester Hendrick Both van der Eem schepenen van 's Gravenhage oirkonden enzoverder...

    Bron: Gens Nostra 1962.

  • 27 september 1650: Meester Hendrik Bot van der Eem, schepen van den Haag, regent, bij dode van Cornelis van Hogenhoek voor het weeshuis.

VII-j

Franšois Both van der Eem, geboren rond 1610, overleden voor 3 december 167, zoon van Everard Both van der Eem (zie VI-f) en Abigael Pietersdr Everart.

Franšois (of zijn broer Hendrick) komt in aanmerking als vader voor:

  1. Jacob Franšois Both (van der Eem), geboren te Delft vˇˇr 1646 (geen doop gevonden), volgt onder VIII-k

VII-k

Gerard Both van der Eem, overleden voor 3 december 1678, zoon van Everard Both van der Eem (zie VI-f) en Abigael Pietersdr Everart.

Gerard is getrouwd met [onbekend].

Een rekening van Gerrit Both van der Eem, administrateur van de opgenomen penningen tot het maken van een nieuwe watermolen te Breukelen (1640-1644). Van 1651 tot 1655 is er sprake van de Tielse stadsrentmeester Gerrit Buth. Het zelfde plaatsje waar zijn oom Jacob Both van der Eem schepen was van 1597 to 1614. Rond 1615 was eveneens een stadsrntmeester Jacob Willemszn Buth.

Bronvermeldingen:

  • 11 maart 1679: Erven Gerrit Both van der Eem: Everard Both van der Eem, zoon; verdere erfgenamen.

Uit dit huwelijk:

  1. Deliana Both van der Eem, geboren rond 1630, overleden voor 27 september 1719.

    Deliana is getrouwd met Hendrick Segers van Ydegem, overleden na 27 september 1719.

    Handtekening van Deliana Both van der Eem
    Handtekening van Deliana Both van der Eem

    Bronvermeldingen:

    • 18 april 1692: Deliana Both van der Eem, erfgename van Everhard Both van der Eem, die de lasten van de boedel van Pieter Both van der Eem op zich genomen had.

  2. Familiewapen Both (blauw)Everard Both van der Eem, rentmeester der domeynen Utrecht (1675-1687), kanunnik van het Sint-Pieters kapittel te Utrecht (1675), proost Sint-Pieters (1686-1687), geboren op 2 juni 1638, overleden tussen 25 juni 1687 en 18 april 1692.

    Handtekening van Everard Both van der Eem
    Handtekening van Everard Both van der Eem.

    Handtekening van Everard Both van der Eem, gedateerd
    Handtekening van Everard Both van der Eem.

    Bronvermeldingen:

    • 8 maart 1687: Procuratie om Everard Both van der Eem, proost van Sint Pieter en rentmeester van de domeinen in de provincie Utrecht, een getuigenis af te nemen.

    • 24 juni 1687: Borgtocht voor Everard Both van der Eem als ontvanger van de domeinen van Utrecht.

    • 25 juni 1687: Garantie voor borgtocht door Deliana Both van der Eem.

    • 18 april 1692: Deliana Both van der Eem is erfgename van Everhard Both van der Eem en heeft de lasten van Pieter Both van der Eem zaliger op haar genomen.

  3. Pieter Both van der Eem, geboren rond 1640, volgt onder VIII-l

    Handtekening van Pieter Both van der Eem
    Handtekening van Pieter Both van der Eem

VII-l

Maria Both van der Eem, geboren te 's Gravenhage rond 1627, dochter van Everard Both van der Eem (zie VI-f) en Abigael Pietersdr Everart.

Maria is getrouwd te 's Gravenhage op 2 mei 1647 met Dirck van der Lisse, geboren te Breda op 6 augustus 1607, overleden te 's Gravenhage op 31 januari 1669.

Uit dit huwelijk:

  1. Eleanora van der Lisse, geboren te 's Gravenhage op 13 juni 1649.

  2. Dirckie van der Lisse, geboren te 's Gravenhage op 13 juli 1651, overleden aldaar op 16 juli 1651, begraven aldaar op 18 juli 1651.

Generatie VIII

VIII-g

Cornelis Both van der Eem, lakenkoper (1650), convoymeester (1671) en capiteyn der burgerij, gedoopt te Delft op 15 augustus 1625, overleden tussen 29 april 1674 en 11 oktober 1675, zoon van Samuel Both van der Eem (zie VII-h) en Maria van der Meer.

Cornelis is getrouwd te Delft op 7 januari 1646 (ondertrouwd aldaar op 23 december 1645) met Clasina Dedels, overleden voor 29 april 1674.

Bronvermeldingen:

  • 1650 - 22 januari - begraven te Delft, kind van Cornelis Bot van der Eem.

  • 1650 - 10 februari - begraven te Delft, kind van Cornelis Both van der Eem.

  • 1651 - 14 maart - begraven te Delft, kind van Cornelis Both.

  • 1651 - 28 juli - begraven te Delft, kind van Cornelis Bot.

  • 1671 - 7 november - Adriaen Heynsius, president-schepen te Delff en Cornelis Bot van der Eem, convoymeester, als borg, verklaren schuldig te zijn aan de commandeur Symon den Dansser de somme van f 1500,- ter zake van geldlening. (Bron: Delfshaven, ONA, inventarisnummer 3847, akte 39 pagina 100)

Uit dit huwelijk:

  1. Bruijno Both van der Eem, gedoopt te Delft op 12 augustus 1646 (getuigen: [oom] Heijndrick van der Dussen [man van Elisabeth Dedels] en [grootmoeder] Maria van der Meer).

  2. Bruijno Both van der Eem, gedoopt te Delft op 9 juli 1648 (getuigen: [oom] Adriaen Heinsius en [tante] Ida Dedel).

  3. Maria Both van der Eem, gedoopt te Delft op 20 januari 1650 (getuigen: [oom] Samuel Both, [grootmoeder] Maria van der Meer).

  4. Samuel Both van der Eem, gedoopt te Delft op 22 januari 1651 (getuigen: [oom] Samuel Both van der Eem en [tante] Elisabeth Dedels).

  5. Maria Both van der Eem, gedoopt te Delft op 24 november 1652 (getuigen: [oom] Samuel Both en [tante] Maria Dedel), begraven aldaar op 19 maart 1653.

  6. Samuel Both van der Eem, gedoopt te Delft op 18 februari 1655 (getuigen: [oom] Gerrit Both en [grootmoeder] Maria van der Meer), begraven aldaar op 28 april 1655.

  7. Bavijna Both van der Eem, gedoopt te Delft op 13 maart 1657 (getuigen: [oom] Adriaen Heijnsius en [tante] Maria Dedel), begraven aldaar op 16 mei 1657.

  8. Willem Both van der Eem, gedoopt te Delft op 3 oktober 1658 (getuigen: [oom] Marcus Bres en Belia Holthuijsen [huisvrouw van Arent Slachtoe]), begraven aldaar op 13 oktober 1658.

  9. Maria Both van der Eem, gedoopt te Delft op 1 april 1660 (getuigen: niet vermeld), begraven aldaar op 6 april 1660.

VIII-h

Deliana Both van der Eem, gedoopt (gereformeerd) te Delft op 7 februari 1627, begraven aldaar op 29 oktober 1680, dochter van Samuel Both van der Eem (zie VII-h) en Maria van der Meer.

Deliania is getrouwd te Delft op 10 november 1652 (ondertrouwd aldaar op 26 oktober 1652) met Franšois sGravensande, begraven te Delft op 31 maart 1665.

Uit dit huwelijk:

  1. Cornelia sGravensande, gedoopt te Delft op 15 maart 1654 (getuigen: niet vermeld), jong overleden.

  2. Samuel sGravensande, gedoopt te Delft op 28 juli 1655 (getuigen: [oom] Cornelis Both van der Eem en [grootmoeder] Maria van der Meer), begraven aldaar op 2 augustus 1655.

  3. Cornelia sGravensande, gedoopt te Delft (gereformeerd) op 22 januari 1658 (getuigen: [oom] Aernout Bon [man van Helena sGravensande], [tante] Jannetje Sgravensande), begraven aldaar op 20 juni 1681.

    Cornelia is getrouwd (ondertrouwd te Delft op 29 februari 1679) met Joachin Brugman.

VIII-i

Gerrit/Gerard Both van der Eem, apothecaris (1654), wonende te Delft (1654), gedoopt (gereformeerd) te Delft op 10 april 1629, begraven aldaar op 10 juni 1679, zoon van Samuel Both van der Eem (zie VII-h) en Maria van der Meer.

Gerrit is getrouwd (hervormd; ondertrouwd te Leiden op 29 januari 1654) met Johanna Kint, wonende te Leiden (1654: Oude Rijn) en Simonshaven (1695), testeert (1695), overleden op 19 november 1698.

Gerard had verschillende eigendommen in Delft, waarvan een deel verkregen is bij testament door Marritgen Gijsbrechtsdr. Onder andere de percelen in de huidige straten de Burgwal 2, de Harmenkokslaan 12-16 en later ook 18-22 en percelen op de Beestenmarkt 34-54.

De Beestenmarkt heeft nog een ander interessante invalshoek. Want hier is namelijk in 1561 op nummer 26 Reinier Vermeer geboren, de vader van de beroemde schilder Johannes Vermeer. Johannes zelf was als tweede en laatste zoon geboren in 1632 op de Voldersgracht. Zijn vader noemde zichzelf in die tijd Reinier Janszn de Vos. De familienaam Vermeer zou pas in 1640 gebruikt worden. Johannes Vermeer wordt later in bescherming genomen door Hendrick van der Eem, die gehuwd was met Anna van der Dussen. Hendrick zorgde er ondere voor dat Johannes Vermeer in de Donkersteegh aan de Markt kon blijven wonen. Hendrick zelf woonde met zijn gezin op de Oud Delft, nabij Cornelia Both van der Eem. Zie onder andere hiervoor het document op http://www.raad.delft.nl/.

Bron: http://www.delft.nl/webEN/vermeer/4_1.html

Harmenkokslaan (voorheen De Kokelaan) anno 1900
Harmenkokslaan (voorheen De Kokelaan) anno 1900.

Hoek Burgwal en Jacob Gerritsstraat anno 1900
Hoek Burgwal en Jacob Gerritsstraat anno 1900. Rechts op de hoek was eigendom van Gerard Both van der Eem.

De Beestenmarkt 34 met het poortje naar 'de Porceleijne Fles' anno 1895
De Beestenmarkt 34 met het poortje naar 'de Porceleijne Fles' anno 1895.

Foto's: http://www.delft-prentbriefkaarten.nl/

Bronvermeldingen:

  • 30 juli 1695: Testament van Johanna Kintsius weduwe van Gerrit Bot van der Eem wonend in Simonshaven. Zij herroept eerder testament voor notaris Dirk Stopman gepasseerd. Zij legateert aan haar nicht Johanna Lanius, dochter van Josina Kerbeek en Christoffel Lanius, nu in Oost-IndiŰ, 100 zilveren ducatons. Universeel erfgenamen zijn Hendrik Kintsius, predikant te Simonshaven, Maria Kintsius, gehuwd met Willem van Rijen, commies van recherche te Strijen, kinderen van wijlen haar broer Petrus Kintsius, in leven predikant te Heenvliet, en Pieter Kintsius en Johan Kintsius, beiden te Brielle, kinderen van wijlen haar broer Klaas Kintsius. Deze twee neven krijgen voogdij. Seclusie van de weeskamer. Getuige Roeland Overveld.

    Bron: http://www.archieven.nl, NotariŰle akten bij Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, inventarisnummer 1024.

  • 8 februari 1699: Johan Kintius, wijnkoper te Brielle, en Willem van Rij, commissaris van de recherche op Strijen Sas, als in huwelijk hebbende Maria Kintius, beiden erfgenamen van Johanna Kintius, in leven weduwe van Gerrit Bot van der Eem, machtigen Pieter Kintius, mede erfgenaam, tot verkoop van effecten.

    Bron: http://www.archieven.nl, NotariŰle akten bij Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, inventarisnummer 1026.

  • 19 oktober 1699: Pieter Kintius te Brielle als executeur van het testament van Johanna Kintius, in leven weduwe van Gerard Bot van der Eem, machtigt de notaris Boekweit te Leiden tot veiling van twee huizen aldaar.

    Bron: http://www.archieven.nl, NotariŰle akten bij Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, inventarisnummer 1026.

  • 13 juli 1732: Compareren: - Maria Kintius weduwe van Willem van Rije, in leven commies van recherche in Strijen, dochter van Petrus Kintius, in leven predikant te Heenvliet en erfgemane voor ÚÚnvierde deel; - Oetrus Kintius, apotheker te Leiden, enige zoon van wijlen Hendrik Kintius, in leven predikant te Simonshaven, die een zoon was van voornoemde Petrus Kintius, voor ÚÚnvierde deel; - dezelfde als in huwelijk hebbende Maria Kintius, enige dochter van wijlen Pieter Kintius, in leven koopman en kruidenier te Brielle, die als erfgenaam van zijn broer Jan Kintius (testeert de dato 10 februari 1714 ten overstaan van Willem van Rest, notaris te Brielle) en met deze broer enige kinderen van wijlen Klaas Kintius en zo voor twÚÚvierde deel erfgenamen van Johanna Kintius die weduwe was van Gerard Both van der Eem (hun testament de dato 9 december 1656 voor notaris Hillebrand van der Walle te Delft) en inmiddels zelf op 19 november 1698 is overleden. Zij was de zuster van comparantens vader respectievelijk grootvader. Na scheiding van de boedel in 1699 was gemeen gebleven een lijfrente, op 15 februari 1672 voor notaris Roeland van Edenburg te Delft afgesloten op eerste comparante, bevestigd op bewijzen van deelname ten laste van de O.I.C. ter kamer Amsterdam, later overgezet op die van Delft. Comparanten leggen nu de verdeling van de hieruit voortvloeiende inkomsten vanst. Getuige Hendrik Isaak Kreet, notaris te Delft.

    Bron: http://www.archieven.nl, NotariŰle akten bij Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, inventarisnummer 1043.

  • 13 juli 1732: Maria Kintius, weduwe van Willem van Rije wonend te Brielle, is voor ÚÚnvierde deel erfgename in een lijfrente op haar leven, in 1672 afgesloten door wijlen haar echtgenoot Gerard Both van der Eem en gevestigd op deelname in de O.I.C. ter kamer van Delft. Zij machtigt Petrus Kintius, apotheker te Leiden, voor zich en nomine uxoris eigenaar van drievierde deel, in alle zaken met betrekking tot de opheffing van het contract in samenwerking met de acht nog in leven zijnde mede-eigenaars.

    Bron: http://www.archieven.nl, NotariŰle akten bij Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, inventarisnummer 1043.

  • 13 juni 1738: Maria Kintius, weduwe van Willem van Rij te Brielle, machtigt haar zoon Pieter van der Stoep, stadhouder van Strijen, tot verkoop van haar deel in enkele acties van 1000 gulden, op 15 februari 1738 door de kamer Delft van de O.I.C. op naam gezet van haar en Petrus Kintius. Dit sproot uit een lijfrente op 15 februari 1672 tov notaris Roelandus van Eendenburg op naam van comparante gesteld door Gerard Bosch van der Eem. Getuigen Kornelis van Kerkem en Willem Bartijn.

    Bron: http://www.archieven.nl, NotariŰle akten bij Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, inventarisnummer 1057.

Uit dit huwelijk:

  1. Samuel Both van der Eem, gedoopt te Delft op 17 januari 1655 (getuigen: [grootmoeder] Maria van der Meer en [oom] Cornelis Both van der Eem), begraven aldaar op 29 maart 1655.

  2. Samuel Both van der Eem, gedoopt te Delft op 30 januari 1656 (getuigen: [oom] Frans 's Gravesande en [grootmoeder] Maria van der Meer), begraven aldaar op 15 maart 1656.

  3. Samuel Both van der Eem, gedoopt te Delft op 27 maart 1657 (getuigen: [oom] Cornelis Both van der Eem en [grootmoeder] Maria van der Meer), begraven aldaar op 5 mei 1657.

VIII-j

Cornelia Both van der Eem, geboren rond 1630, begraven te Delft op 13 maart 1717, dochter van Samuel Both van der Eem (zie VII-h) en Maria van der Meer.

Cornelia is getrouwd te Delft op 1 juli 1655 (ondertrouwd aldaar op 19 juni 1655) met Marcus Bresch, chirurgijn, begraven te Delft op 9 september 1676.

Oude Delft nummer 208
De fietsenrekken staan voor Oude Delft nummer 208 waar voorheen Marcus Bresch en Cornelia Both van der Eem gewoond hebben en eerder eigendom van haar moeder Maria van der Meer was. Links buiten de foto is de Oude Kerk te zien en rechts buiten de foto ligt de brug naar de Begijnenhof. Huisnummer 212 (links) is niet zo lang geleden gerestaureerd in oude stijl.

De brug over door het poortje naar de Begijnenhof
De brug over door het poortje naar de Begijnenhof.

De brug
De brug. Achter de fotograaf staat het huis.

De brug
En nogmaals de brug met zicht op de poort.

Foto's: http://www.delft-prentbriefkaarten.nl/

Marcus en Cornelia woonden op de Oude Delft (noordzijde) nummer 208, recht tegenover de Begijnenstraat (aan de overkant van het water), vlakbij de brug naar de Begijnenhof (Begijnenhofpoortje). Het huis is eerder eigendom geweest van haar moeder Maria van der Meer (1655) van wie Cornelia na het overlijden (1686) de enige erfgename was. En daarvoor van Marritgen Gijsbrechtsdr (dochter van Gijsbert Symonszn), weduwe van Cornelis Janszn van Herpen, saelmaecker. Na Cornelia zal hun dochter Adriana en schoonzoon Tobias de Vlamingh het huis erven. De nalatenschap van Marritgen Gijsbrechtsdr heeft verschillende eigendommen opgebracht in de familie Both van der Eem.

In dezelfde straat Oude Delft waren onder andere ook de technische Hogeschool (nummer 75) en de huizen van de West Indische Compagnie en Oost Indische Compagnie gevestigd (gebouwd in 1631).

Hun zoon Tobias is later eigenaar van Burgwal 2, waar eertijds haar broer Gerard Both van der Eem gewoond heeft.

Uit dit huwelijk:

  1. Maria Bresch, gedoopt te Delft op 5 augustus 1657 (getuigen: [oom] Francois Schravesande en [grootmoeder] Maria van der Meer).

  2. Samuel Bresch, gedoopt te Delft op 10 november 1660 (getuigen: niet vermeld).

  3. Tobias Bresch, gedoopt te Delft op 28 augustus 1663 (getuigen: niet vermeld), begraven aldaar op 17 oktober 1701.

    Tobias is ondertrouwd te Delft op 30 september 1690 voor de kerk met Anna Taarling.

  4. Maria Bresch, gedoopt te Delft op 28 augustus 1665 (getuigen: niet vermeld).

  5. Adriana Bresch, gedoopt te Delft op 13 juni 1668 (getuigen: niet vermeld), begraven aldaar op 28 januari 1757.

    Adriana is getrouwd met Tobias de Vlamingh, begraven te Delft op 11 januari 1709.

  6. Franchois Bresch, gedoopt te Delft op 24 augustus 1670 (getuigen: niet vermeld).

VIII-k

Jacob Franšois Both (van der Eem), schoolmeester te Waspik (1666-1710), geboren te Delft (Geen doop bekend in Delft!) voor 1646, overleden na 1715, bastaardzoon van [mogelijk Hendrick of Franšois] Both van der Eem (afkomstig van 's-Gravenhage) (zie VII-j).

De vader van Jacob is nooit gehuwd geweest. Hij was tevens een zeer annzienlijk man wonende in Den Haag. Jacob was zijn natuurlijke zoon. Er werd hem dan ook verboden zichzelf Both van der Eem te noemen en ging tijdens het leven van zijn vader door als Jacobus Both. Het was hem ook verboden zich in Den Haag te vertonen. Maar na het overlijden van zijn vader (vˇˇr 1694) is hij zichzelf, en zijn dochter Cornelia, Both van der Eem gaan noemen.

Zijn geboorte in Delft was een kwestie van discretie om de geboorte in Den Haag te laten plaats hebben want noch zijn vader en noch zijn moeder woonden in Delft.

In het testament is Jacob er bekaaid vanaf gekomen. Hij erfde alleen zijn vaders kleren en de slechtste schilderijen. De rest van de erfenis ging naar een neef en twee nichtjes.

Er zijn, buiten Cornelia, verder geen nakomelingen bekend, waaruit opgemaakt kan worden dat zijn andere kinderen jong overleden moeten zijn.

1664 - Jacob was bijna getrouwd met Johanna Smits van der Noot, waarvan een proclamatie gebeurde op 27 april:  "Dese geloften sijn op de derde proclamatie wettelijck gestuijt door ontrou van de bruijt, blijckende breeder in de aenteckeninge van ons kerckenboeck."

1666 - Verhuist naar Waspik waar hij schoolmeester wordt.

1670 - 22 juni - wilceur: 1e comp. Gijsbrecht Janssen Conincx, 2e comp. Jacobus Both, schoolmeester.

1687 - 28 maart - vrijgift: 1e comp. Gijsbert Janss Conincx, 2e comp. Jacob Both, schoolmeester.

1687 - 3 april - wilceur: 1e comp. Hendrick Wouterss Timmermans, 2e comp. Jacob Both, schoolmeester.

1693 - 27 maart - vrijgift: 1e comp. Adriaen Adriaenss de Jonge, 2e comp. Jacob Both, schoolmeester.

1700 - 15 januari - wilceur: 1e comp. Wouter Thonis Benschop, 2e comp. Jacobus de Bodt, schoolmeester

1700 - 6 oktober - vrijgift: 1e comp. Jacobus Bodt, schoolmeester, 2e comp. Adriaen Mollenschot, mollenaer te Sgravenmoer.

1700 - 7 oktober - vrijgift: 1e comp. Jacobus Bodt, schoolmeester, 2e comp. Gerrit Zeijlmans, schout.

1700 - 9 december - vrijgift: 1e comp. Jan Gerritss Dolck, 2e comp. Jacop Bodt, schoolmeester.

1708 - Verklaring van de schepenen van Groot Waspik dat "Jacobus Both, onses dorpsschoolmeester, desselfs bedieningh ons heeft bedient den tijd van over 42 jaar (enzoverder)." Ze willen hem dan geld geven. Jacobus zelf verkoopt het huis bij de dorpsschool.

1709 - 2 september - wileur: 1e comp. Grietje Jochumss de Bruijn, 2e comp. Jacobus Both, schoolmeester.

1710 - 8 februari - vrijgift: 1e comp. Jacobus Both, schoolmeester, 2e comp. Joahnnes Grevenbroeck.

1715 - 29 mei - transport: 1e comp. Catharina Hagoort wed Peeter Zeijlmans, 2e comp. Jacobus de Bodt.

1715 - 29 juli - transport: 1e comp. Jacobus de Bodt, out schoolmeester, 2e comp. Cornelia Fiers wed Mannekens.

1720 - 7 september - transport: 1e comp. Jacob Bodt, gewesen schoolmeester, 2e comp. Cornelis Cetelaer, schoolmeester tot Raemsdonk.

Jacob is getrouwd (1) te Geertruidenberg op 26 april 1665 met Clasina "Claesken" van der Blok.

Uit dit huwelijk:

  1. Cornelia Both (van der Eem), gedoopt (gereformeerd) te Waspik op 2 september 1668, overleden te Besoijen op 15 december 1734.

    Cornelia is getrouwd (ondertrouwd (gereformeerd) te Waspik op 17 juni 1694) met Simon Colthof, schoolmeester te Besoijen (1694), gedoopt te Sprang op 29 januari 1671, overleden te Besoijen op 17 december 1743.

    Uit dit huwelijk:

    1. Gregorius Colthof, gedoopt te Besoijen op 17 april 1695, overleden te Vlijmen op 17 juni 1757.

      Gregorius is getrouwd te Vlijmen op 4 juli 1723 met Suzanna Swaen, gedoopt te Vlijmen rond 1699, overleden aldaar op 5 september 1748, dochter van Johan Swaen en Anna Sibilla van Drunen.

Jacob is getrouwd (2) te Waspik op 23 augustus 1710 met Janneken Aertsdr Verstelt, geboren te Capelle, dochter van Aert Verstelt.

Uit dit huwelijk:

  1. Franšois Both, gedoopt (hervormd) te Waspik op 7 september 1710, waarschijnlijk jong overleden.

  2. Susanna Both, gedoopt (hervormd) te Waspik op 19 juni 1712, jong overleden.

  3. Maria Both, gedoopt (hervormd) te Waspik op 10 februari 1715.

    1742 - 11 september - procuratie: 1e comp. Maria Bodt, 2e comp. Daniel Weijsma.
  4. Susanna Both, gedoopt (hervormd) te Waspik op 21 oktober 1719, overleden na 1 april 1798.

    Susanna is getrouwd (gereformeerd) te Waspik op 2 mei 1745 (ondertrouwd aldaar op 15 april 1745) met Pieter Schut, mogelijk ouderling te Waalwijk (1786, 1787), geboren te Waalwijk, overleden vˇˇr 1 april 1798.

    1742 - 2 augustus - attestatie: 1e comp. Coenraet Franck en Pieter Schut, 2e comp. Peeter de Lapper, knegt bij den koorenmolen.

    1752 - 17 februari - transport: 1e comp. Adriaentje Geene wed Cornelis de Visser, 2e comp. Pieter Schut.

    1798 - 1 april - transport:: 1e comp. Susanna de Bot wed Pieter Schut, 2e comp. diaconie armen van Groot Waspik.

VIII-l

Pieter Both van der Eem, burgemeester van Utrecht (1676-1678), geboren rond 1640, overleden op 3 of 4 december 1677, zoon van Gerard Both van der Eem (zie VII-k).

Pieter is getrouwd met Maria Catharina Schaeck van Wittenau, geboren rond 1640, overleden voor 8 januari 1698. Maria is later getrouwd te Utrecht op 22 mei 1678 met Jacob Vallan, overleden tussen 28 december 1717 en 1 juli 1720.

Bronvermeldingen:

  • 1677 - Op 4 december wordt Pieter opgenomen in het sterfhuis en wordt zijn familie gecondoleerd, aldus de resoluties van de vroedschap. De laatste akte waarin hij nog als levend vermeld wordt is op 3 december. Hij moet dus kort daarna overleden zijn.

  • 1683 - Op 1 mei 1683 wordt Herman Huybertsen van Schayck oom genoemd van Jan Both, weduwenaar van Annichie Penekamp en vader van twee onmondige kinderen. Bron: Het Utrechts Archief, Oude NotariŰle Akten, inventarisnummer U93a8, aktenummer 36.

Uit dit huwelijk:

  1. Gerard Aelbert Both van der Eem, geboren rond 1675.

    Bronvermeldingen:

    • 1710: Schepenakte van transport door Willem van Dijk namens Gerard Aalbrecht Both van der Eem aan Maarten Meerman van een losrente.