[_templates/genea/amersfoort3/amersfoort3-00.htm]

Generatie VI

VI-a

Wouter Both, vermeld (1552), overleden tussen 9 december 1552 en 20 april 1556.

Woont in de Nieuwstraat (nummer 30) enerzijds belend door Margriet weduwe van Anthonis van Emeler, wiens kinderen onder voogdij van Albert Both staan (1552), en anderzijds belend door Vreetge Brantsdr (dochter van Brant Wouterszn), weduwe van Albert Janszn van den Nijkerk (1556). (Bron: Archief Eemland, Transportregister)

Wouter is getrouwd met Haesgen, overleden tussen 20 april en 19 december 1556.

  • 09-12-1552: Vermeld als belending van "een huis, hof en hofstede staande in de Nieuwstraat (Nyeuvstraete); aan de ene zijde Wouter Both; aan de andere zijde een openbare straat", eigendom van Meus Gerytsz van den Nykarck.

  • 20-04-1556: Vermeld als belending van "een huis, hof en hofstede gelegen in de Nieuwstraat (Nyeuwestraet); aan de ene zijde Haesgen, Wouter Bots weduwe; aan de andere zijde Anthonis Rutgerss", eigendom van Vreetgen, Brant Albertss weduwe, met Adriaen van den Wal haar gekozen voogd.

Uit dit huwelijk::

  1. Jan Wouterszn Both, geboren vr 1539, volgt onder VII-a

Generatie VII

VII-a

Jan Wouterszn Both, vermeld (1556-1560), geboren vr 1539, overleden na 1 februari 1624, zoon van Wouter Both (zie VI-a) en Haesgen.

Ontvangt blijkbaar uit erfenis "een huis, hof en hofstede" aan de Nieuwstraat (nummer 30) naast Vreetgen Brantsdr de weduwe van Albert Janszn van den Nijkerk (1556), waar voorheen zijn ouders (1552-1556) gewoond hebben. Hij verkoopt het eigendom aan Anthonis Rutgerszn en zijn vrouw Anna (1556). Hij koopt aan de Nieuwstraat (nummer 26) een ander huis van Egbert Jacobszn en zijn vrouw Elisabeth Ceelen, welke hij in 1560 weer verder verkoopt aan Evert Wouterszn Hoeflaet en zijn vrouw Ytgen. (Bron: Archief Eemland, Transportregister)

Hierna koopt hij samen met zijn vrouw in 1562 een huis, hof en hofstede in de Krommestraat van Jan Janszn Leydecker en zijn vrouw Gerritgen, enerzijds belend door Peel Meynerszn en anderzijds belend door Jan van Wijk. Ze zijn dan al in het bezit van een ander huis in de Krommestraat, enerzijds belend door weduwe en erfgenamen van Jan van Wijk en anderzijds belend door de weduwe en erfgenamen van Zeger Herdt. (Bron: Archief Eemland, Transportregister)

Volgens Jannigen Verburch (in 1617), weduwe van Evert Andrieszn, en schoonmoeder van Woutergen Both (gehuwd met Peter Evertszn) zouden zij en haar man de lijftocht, die Jan Wouterszn Both op een hof buiten de Camp had, afgekocht hadden met een koe. (Bron: Archief Eemland, Oude Notarile Akten)

Jan is getrouwd vr 1557 met Cleasgen, geboren voor 1541, overleden voor 1 februari 1624.

  • 19-12-1556: Jan, Wouter Bots zoon, verkoopt "een huis, hof en hofstede gelegen in de Nieuwstraat; aan de ene zijde Margryet, Anthonis van Emelers weduwe; aan de andere zijde Vreetgen, Albert Janszn weduwe". Zie hiervoor de vermelding van 20 april 1556 bij zijn ouders!

  • 08-02-1557: Jan Wouterszn en zijn vrouw Claesgen kopen van Egbert Jacobzn en zijn vrouw Elysabeth Ceelen "een huis, hof en hofstede met de halve put en met een steeg naast het huis, gelegen in de Nieuwstraat; aan de ene zijde Vreetgen, Albert Janss weduwe; aan de andere zijde Henrick Janss".

  • 06-11-1560: Jan Wouterszn Bot en zijn vrouw Claesgen verkopen aan Evert Wouterszn Hoffelaet en zijn vrouw Ytgen "een huis, hof en hofstede gelegen in de Nieuwstraat, zoals zij dat nu bewonen en gebruiken; aan de ene zijde Vreetgen, Brants Wouterszn dochter; aan de andere zijde een steeg met de halve put".

  • 06-11-1560: Jan Wouterszn Bot en zijn vrouw Claesgen lenen aan Evert Wouterszn Hoffelaet en zijn vrouw Ytge "een losrente van 15 gulden sjaars, te lossen met 250 karolen guldens payments" voor "een huis, hof en hofstede gelegen in de Nieuwstraat, zoals zij dat nu bewonen en gebruiken; aan de ene zijde Vreetgen, Brant Wouterszn dochter, weduwe Albert Janszn van der Nyekerck; aan de andere zijde een steeg met een put". Op 6 juni 1601 verscheen Jan Peter van Colenberch en verklaarde dat deze plechte aan zijn handen was afgelost door jonker Walraven van Weerdenborch als possesseur van het hypotheek.

  • 07-04-1562: Jan Wouterszn en zijn vrouw Claesgen lenen van Wessel Henricxzn en zijn vrouw Nen "een losrente van 2 hollandse guldens sjaars te lossen met 32 keizersgulden" voor "al hun goederen en speciaal hun huis staande in de Krommestraat; aan de ene zijde de weduwe en erfgenamen van Jan van Wijck; aan de andere zijde de weduwe en erfgenamen van Zeger Herdt".

  • 13-04-1562: Jan Wouterszn en zijn vrouw Claesgen kopen "een huis, hof en hofstede staande in de Krommestraat; aan de ene zijde Peel Meynerss; aan de andere zijde Jan van Wijck" van Jan Janszoon Leydecker en zijn vrouw Gerytgen.

  • 11-03-1617: Jannichgen Verburch, weduwe van Evert Andrieszn, verklaarde dat tijdens het leven van haar man een stuk land in Neckevelt (van comparantes zijde gekomen), verkocht is en dat daarvoor twee hofjes zijn aangekocht voor de som van 150 gulden. Het ene van Weym van Davelaer en de andere van Fransgen Goris, welke hofjes grenzen aan een campje land buiten de Camppoort (van haar man gekomen). Zij en haar man hebben tot uitcoop van de lijftocht die Jan Wouterszn Both op het ene hofje had, een vette koe gegeven. Verder is comparante nog schuldig aan de weduwe van haar zoon, Jacob Evert Andrieszn., 36 gulden voor het gebruik van genoemd campje land, welk comparante in lijftocht heeft.

  • 01-02-1624: Geertgen Willems, weduwe van Jan Barten en Nijes Barten, weduwe van Steven Jansz, elk 't recht verkregen hebbend van de navolgende plechte "bij Jan Woutersz Both en Claesgen zijn vrouw zaliger ten behoeve van Cornelis Claesz van 100 gulden"

Uit dit huwelijk:

  1. Wouter Janszn Both, volgt onder VIII-a

  2. Peter Janszn Both, geboren rond 1570, volgt onder VIII-b

  3. Woutergen Both, vermeld (1617-1626), geboren vr 1590, zuster van Peter Both.

    Woutergen is getrouwd te Amersfoort op 27 mei 1606 met Peter Evertszn, vermeld (1617-1626), zoon van Evert Andries Pouwelszn en Jannetje Hermansdr Verburch, volgt onder VIII-c

  4. Hendrickgen Both, geboren vr 1584, zuster van IJda en Lammichgen.

    Hendrickgen is getrouwd (ondertrouwd te Amersfoort op 3 mei 1600) met Theodoor Ferreris, volgt onder VIII-d

  5. IJda (Itgen) Both, geboren vr 1589, schoonzuster van Evert Lambertszn (1628: voogd over de kinderen van Wouter Janszn Both en zwager van Peter Janszn Both), zuster van Hendrickgen en Lammichgen. (Itgen is een synoniem voor Haesgen, vernoemd naar vaders moeder?).

    IJda is getrouwd te Amersfoort op 26 mei 1605 (ondertrouwd aldaar op 19 mei 1605) met Maes Lambertszn, geboren rond 1589, zoon van Lambert Gerritszn en Aeltgen Maesdr, volgt onder VIII-e

  6. Lammichgen Both, geboren vr 1592, zuster van Hendrickgen en IJda.

    Lammichgen is getrouwd (gereformeerd) te Amersfoort op 10 januari 1608 (ondertrouwd aldaar op 2 januari 1608) met Fabricio Berzetto (Fabricius Barsetta), volgt onder VIII-f

Generatie VIII

VIII-a

Wouter Janszn Both, vermeld (1606-1623), overleden tussen 11 januari 1623 en 20 juni 1628, zoon van Jan Wouterszn Both (zie VII-a) en Claesgen.

Wouter is getrouwd (1) te Amersfoort op 28 mei 1598 (ondertrouwd aldaar op 16 mei 1598) met Petergen Arisdr van Schaick, afkomstig van Amersfoort.

Wouter is getrouwd (2) (ondertrouwd te Amersfoort op 8 april 1600) met Rijckgen Stevensdr.

Wouter is getrouwd (3) te Amersfoort op 27 februari 1606 (ondertrouwd aldaar op 15 februari 1606) met Wiempgen Ghijsbertsdr, afkomstig van Amersfoort.

  • 05-09--1606: Jacobs Jansz Vlug, Jan van Halteren voor hemzelf en voor Willemtgen, Jan Vlug zijn vrouw, erven van Jan Vlug hun vader en schoonvader, die erfgenaam was bij leven van de kinderen van Pouwels Stevensz en Agnijesgen Beernts voor de helft; Cunera Stevens weduwe van Jan Claess Taets met Rijck Bosch haar momber als erfgename van genoemde kinderen voor de helft, mede voor Gerrit Hermansz en Wouter Jansz Both als man en voogd van Weijntgen zijn vrouw verkopen aan Splinter Eversz en Lijsgen zijn vrouw een "huis, hof en hofstede in de Arnhemsestraat met al wat aard- en nagelvast is; belend door Seger Tonisz of zijn erfgenamen; belend door een gemene steeg". Van 28 februari 1553 tot 13 oktober 1556 eigendom van Ghijsbert Rijcxzn en zijn vrouw Rijckgen met als belending Steven Thoniszn en de gemene steeg.

Wouter is getrouwd vr 27 mei 1608 met Annitgen Hendricksdr. Annitgen is hertrouwd vr 1633 met Jacob Thomaszn.

  • 27-05-1608: Wouter Jansz Both en Anna zijn vrouw kopen van Jan Petersz van Colenberch, mede voor Fransgen zijn vrouw "een huis, hof en hofstede met al wat aard- en nagelvast is, voor van de straat tot achter in de Sint-Jorisstraat, tot in de Utrechtsestraat, met de helft van de put; belend door de erfgenamen van Neel Campen; belend door de weduwe en erven van Frans Fransz".

  • 17-08-1608: Vermeld als belending van "een huis, hof en hofstede in de Utrechtsestraat, nagelaten door zaliger Neel Campen, strekkend van de straat tot achter aan Keuijers huisje; langs de ene kant Wouter Jansz [Both]; langs de andere kant Willem Camp zelf", eigendom van Willem Camp en Trijntgen zijn vrouw, voorheen eigendom van Herman Willemsz Teut en Aeltgen Campen zijn vrouw; genoemde Herman als momber van de onmondige twee kinderen van zaliger Gijsbertgen Campen; Jacob Petersz van Gelder en Geertgen Campen zijn vrouw. Samen voor Dirck Camp.

  • 10-02-1614: Andries van Wayenborch "machtigt Wouter Janszn Both om te innen 22 gulden, als hij aan Henrick Herkerszn Cuyp (cremer te Bunschoten) ter zake van de coop van vlasch ten achteren is." Getuigen: Henrick Pouwels en Anthonis Bor.

  • 04-08-1615: Clemens van Vanevelt "machtigt Wouter Janszn Both om uit zijn naam met vriendschap of met recht te manen, innen en vorderen alsulke penningen en inschulden als hij, comparant, op verscheyden persoonen spreckende heeft uit kracht van een obligatie, penningen te ontvangen enzovoort en hiervan rekening en bewijs te leveren." Gedaan ten huyze van Mathijs Ogla Goortszn van 't Wolt (weerd in de Valck). Getuigen: genoemde Mathijs en meester Hubert Claer.

  • 07-05-1616: Clemens van Vanevelt "verklaart te renoceren de procuratie die hij heeft op Wouter Janszn. Both, gepasseerd om zekere inschulden en obligatie voor hem te innen en vorderen (procuratie: 3 augustus 1615). Deze procuratie zal van nul en onweerde wesen, behoudens hetgeen Wouter Jansz Both uit kracht van die procuratie reeds ontvangen heeft." Getuigen: David Janszn. en Aert Gerrits.

  • 19-05-1617: Wouter Jansz Both koopt van Aegen Cornelis met Jan Claesz Beyer, Steven van Emelaer, Reyer en Elbert Maesz gebroeders, haarzelf en als mannen en voogden voor hun huisvrouwen die erfgenamen waren van Cornelis Albertsz van hun vader zaliger en zich sterk makende voor Albert Cornelisz en Henrickgen weduwe van Goort Fransz boelhouder een huis en hof met het recht op de put in de Utrechtsestraat; langs de ene kant de erfgenamen van Albert Albertsz; langs de andere kant Jan Verburch, met "een last van 4 gulden competerende zekere vicarie".

  • 11-01-1623: Wouter Jansz Both en Anna Henricksz zijn vrouw verkopen "een huis en hof in de Veerstraat, strekkend van de hof tot de hof van Coers Gelden daarnaast" aan Elias Coenraeth en Annitgen Andries zijn vrouw.

  • 11-01-1623: Wouter Jansz Both en Annitgen Henricx zijn vrouw geven een lening van 400 gulden met een losrente van 25 gulden per jaar aan Elias Coenraetsz en Annitgen Andries zijn vrouw met als onderpand een "huis en hof in de Veerstraat". Opmerking: Evert Lambertsz verklaart, dat aan hem en aan Peter Jansz als mombers over de onmondige kinderen van Wouter Jansz, afgelost zijn 200 gulden en aan Goort van IJsendoorn de plechte is gecasseerd (7 juni 1628).

  • 11-01-1623: Er wordt "een huis en hof in de Veerstraat, met recht op de halve put" verkocht door Elias Coenraatsz en Annitgen Andries zijn vrouw, waarbij een "hoofdsom 400 gulden aan Wouter Jansz Both en Annitgen Henricx zijn vrouw" wordt voldaan.

  • 14-11-1623: Hij getuigt samen met Peter Janszn Both in een zaak van gijzeling.

  • 20-06-1628: Peter Jan Both, oom, en Evert Lambertszn, zwager, zijn naaste vrunden (= familie) en mombers van de onmondige kinderen van zaliger Wouter Janzn Both en hebben in die kwaliteit gemachtigd Thyman Henricx (in Blaricum) en Lamphert Henricx (in Laren), om te vorderen van Jacob Thomaszn alzulke clederen en inboedel als deze onmondige kinderen competeren. Getuigen: Peel Henricx Roest en Frederick Janzn van den Ham.

  • 03-06-1633: Annitgen Henricks, weduwe van Wouter Jansz. met haar huidige man Jacob Thomansz. Evert Lambertsz. en Giel Lambertz. mede namens hun vrouwen, en Jan Woutersz. met zijn vrouw Aeffgen Janszn verkopen aan Peter Jansz., linnenwever en zijn vrouw Evertgen Henricks een huis en hofstede staande en gelegen in de Utrechtsestraat [Utrectschestraet], enerzijds belend door de erfgenamen van Jan Verburch, anderzijds belend door Cornelis Harmanszn Spijcker.

Uit deze huwelijken:

  1. Jan Wouterszn Both, afkomstig van Amersfoort, geboren voor 1612.

    Jan is getrouwd (ondertrouwd te Amersfoort op 13 mei 1630) met Arckge/Aefgen Jansdr, afkomstig van Ouwater, geboren voor 1614.

  2. waarschijnlijk Gijsbert Wouterszn Both, geboren vr 1614.

    Gijsbert is ondertrouwd te Amersfoort op 30 juni 1632 met Aeltgen Jacobsdr, afkomstig van Amersfoort. Aeltgen is eerder getrouwd geweest met Gijsbert Hendrickszn van Voorthuijsen.

  3. waarschijnlijk Jacob Wouterszn Both, vermeld (1628-1630).

    • 06-05-1628: Hij machtigt Geraerdt Janzn Schade (apotecaris te Goude) om uit zijn naam voor hem en zijn erfgenamen en nakomelingen, voor het gerecht van Goude, ten behoeve van de koper, het navolgende huis te transporteren. Huis en erf in de Noortgootsteech, belend Willem de Engelsman en Marten Lonck, door comparant verkocht voor 550 gulden, te betalen door 25 gulden direkt en verder 36 gulden per jaar tot eindbetaling. De machtiging is mede om de kooppenningen te ontvangen enzovoorts, jaarlijks te innen te Goude, Oudewater en Moordt, actebrieven, custingbrieven en obligaties te doen verzekeren of af te lossen, penningen te ontvangen, quitantie te passeren en verder alles te doen wat hijzelf zou doen en daarvan rekening en bewijs te leveren.

    • 06-05-1628: Hij verklaart dat hij vanaf 18 maart 1628 in de kost is bij Thonis Claeszn (ijserman), voor 120 gulden per jaar, op conditie dat het jaar waarin hij zal overlijden volledig aan Thonis en zijn huysvrouw wordt betaald. Tevens krijgt Thonis bij overlijden van comparant de 100 gulden en de onbetaalde rente vandien die Jacob voor hem heeft belegd, evenals een rood lakense sprei en een schilderij van Maria Magdalena. Getuigen: Jan Goortszn en Aert Evertzn.

    • 28-06-1630: (testament van Jacob Wouterszn Both) Gestadich sieck te bedde liggende; wonend Amersfoort (hij kan vanwege zijn ziekte de akte niet ondertekenen). Hij prelegateert aan Anthonis Claeszn. Herman en Grietgen Jans, zijn huysvrouw, of de langstlevende van hen beiden, 26 stucken gelts in goude, samen omtrent 220 gulden. Mits dat zij zijn doodschulden zullen betalen , zonder dat daarin de rouwklederen zijn begrepen, die niet ten laste van zijn nalatenschap zullen komen. Verder nog een coperen vijseltgen en een stamper en een cleyn schilderijgen van twee personen met een vergulde lijst. Akte ten huize van Anthonis en Grietgen. Getuigen: Lambert Goortman (schipper), Henrick van Twiller en Cornelis van Ingen.

VIII-b

Peter Janszn Both, linnewever (1626), geboren rond 1570, overleden vr 5 juli 1641, zoon van Jan Wouterszn Both (zie VII-a) en Claesgen.

Peter is getrouwd met Evertgen Hendricksdr, overleden na 5 juli 1641.

De Utrechtsestraat vanaf de varkensmarkt gezien anno 1864
De Utrechtsestraat vanaf de varkensmarkt gezien anno 1864.

Een blik in de Utrechtsestraat zoals het er uitzag anno 1864. Peter en zijn vrouw hebben hier van 1622 tot minstens 1633 gewoond. In 1641 werd het pand verkocht.

Links is nog net de kruidenierswinkel te zien dat onder hetzelfde dak zat als het pand op de hoek met de Varkensmarkt, welke hun schoondochter Gerritgen van Bemmel gekocht heeft na de dood van haar man.

  • 11-01-1622: De comparanten Marten Cornelis Boschman en Peter Jans Both (52 jaar, tekent met merk) verklaren op verzoek van Jan Anthonis van den Borch dat Jan van den Borch 16 jaar geleden in de Utrechtsestraat in hun "gebuyrte" is komen wonen met zijn vrouw en kinderen, waar zij woonden en nog wonen. Zij verklaren dat de oudste zoon van de requirant, Thonis Verburch, toen een kind was, welke "in de rock" liep, en tussen de twee en drie jaren oud was. De comparanten weten dat Thonis Verburch tegenwoordig niet ouder dan 19 jaren is. Jan Verburch verzocht hiervan akte. Getuigen: Ryck Everts en Henrick Henricksz van Soeren.

  • 14-11-1623: Hij getuigt (tekent met merk) samen met zijn broer Wouter Janszn Both in een zaak van gijzeling.

  • 21-02-1624: Jan van Berck, schout van Leusden en Evertgen Cornelissen zijn vrouw lenen aan Jan Verburch en Evertgen Rammen zijn vrouw Losrente 44 gulden per jaar. Hoofdsom 800 gulden met als 2de onderpand een huis, hof en hofstede in de Utrechtsestraat, enerzijds belend door Peter Janszn [Both], wever, en anderzijdsbelend door de erfgenamen van Gerrit Cornelissen.

  • 20-12-1525: Willhem Moy en Judith van Rijn zijn vrouw lenen aan Jan van der Burch en Evertghen Raanen zijn vrouw 500 gulden met als 1ste onderpand een huis, hof en hofstede in de Utrechtsestraat, enerzijds belend door Peter Janszn [Both], wever, en enderzijds belend door Jan Corneliss.

  • 18-07-1626: Getuige (linnewever, tekent met merk) bij het testament van Gijsbert Jacobszn en Willemtgen Jansdr, samen met Willem Moy (brouwer) en Jan Harmanss van Hagenouwen.

  • 07-12-1626: Getuige (tekent met merk) bij het testament van Marten Cornelis Boschman, samen met Willem Jans (tekent met huismerk) en Dirck Henricxz. Waarschijnlijk ook (zonder familienaam, tekent met merk) op 9 juli 1618 waar Marten wordt vermeld als gehuwd met Marrichgen Gijsberts.

  • 20-06-1628: Peter Janszn Both, oom [van de kinderen], en Evert Lambertszn, zwager [van Peter Janszn Both], zijn naaste vrunden [= familie] en mombers van de onmondige kinderen van zaliger Wouter Janzn Both en hebben in die kwaliteit gemachtigd Thyman Henricx (in Blaricum) en Lamphert Henricx (in Laren), om te vorderen van Jacob Thomaszn alzulke clederen en inboedel als deze onmondige kinderen competeren. Getuigen: Peel Henricx Roest en Frederick Janzn van den Ham.

  • 22-04-1630: Jan Verborch en Evertgen Kammer zijn vrouw verkopen aan Wouter Geurtsz en Aeltgen Thonis zijn vrouw voor portie en Thonisz en Borchgen Saren zijn vrouw voor part een huis, hof, en hofstede met schuur en vrije steeg, genaamd "den Rham", van de Utrechtsestraat tot achter aan de hof van Doctor Peter Schade, enerzijds belend door Jan Cornelisz, smid, en anderzijds belend door Peter Janszn Both.

  • 03-06-1633: Annitgen Henricksdr, weduwe van Wouter Janszn [Both] met haar huidige man Jacob Thomanszn, Evert Lambertszn [getuige in 1628 met Peter Both] en Giel[?] Lambertzn mede namens hun vrouwen, en [haar zoon] Jan Wouterszn [Both] met zijn vrouw Aeffgen Jansdr verkopen aan [resp. zwager en oom] Peter Janszn [Both], linnenwever, en zijn vrouw Evertgen Henricksdr een huis en hofstede staande en gelegen in de Utrechtsestraat, enerzijds belend door de erfgenamen van Jan Verburch en anderzijds belend door Cornelis Harmanszn Spijcker. Hiervoor lenen zij op 28 juni van Rijeck Evertsz., bijelmaecker en zijn vrouw Annitgen Everts een jaarlijkse losrente van 12 gulden op een hoofdsom van 200 gulden.

  • 05-07-1641: Elertgen Henricx, weduwe van zaliger Peter Jansz Both met Jan Peterss Both haar zoon en Thonis Henricxz van Strijlo haar schoonzoon voor de ene helft en genoemde Jan Peterss [Both] en Henric van Strijlo met Geurtgen Adriaens [van Bemmel] en Weijmtgen Peters [Both] hun respectieve vrouwen en Jan Peterss [Both] en Henric van Strijlo ieder voor allen en voor Wijnand Petersz Both en Aeltgen Peterss [Both] hun broer, zwager, zuster en schoonzuster, samen voor de andere helft verkopen aan Willem Beerntsz en Grietgen Willems zijn vrouw en hun erven een huis, hof en hofstede en put, gelegen in de Utrechtsestraat, enerzijds belend door Gijsbert Corneliss, voerman, en anderzijds belend door Bastaen Jansz, schoenmaker.

Uit dit huwelijk:

  1. Jan Peterszn Both (1641), volgt onder IX-a

  2. Wijntgen Petersdr Both (1641), volgt onder IX-b

  3. Wijnand Peterszn Both (1641-1669), volgt onder IX-c

  4. Aeltgen Petersdr Both (1641-1668).

    Aeltgen is getrouwd met Dirck Hermanszn (1668).

    • 24-10-1668: Wijn Peters en zijn vrouw Grietgen Berents van Wenckum, Dirck Hermens als man en voogd van Aeltgen Peters, tevens Carel Adriaens en zijn vrouw Weijntgen Wijnen, alle erfgenamen van Grietje Tonis Claes.

VIII-c

Woutergen Both, vermeld (1617-1626), dochter van Jan Wouterszn Both (zie VII-a) en Claesgen.

Twee Woutergen Both's worden genoemd in verband met "huis, hof en hofstede in de Krommestraat, streckende tot achter aan de vijver", de ene wordt verkocht in 1619, de andere in 1622. De belendingen zijn niet hetzelfde.

Woutergen is getrouwd te Amersfoort op 27 mei 1606 met Peter Evertszn, vermeld (1617-1626), zoon van Evert Andrieszn Pouwelszn en Jannetje Hermansdr Verburch.

  • 11-03-1617: (testament van Jannetje Verburch) Zij verklaart in haar testament dat tijdens het leven van haar man een stuk land in Neckevelt (van comparantes zijde gekomen), verkocht is en dat daarvoor twee hofjes zijn aangekocht voor de som van 150 gulden, en hebben tot uitcoop van de lijftocht die Jan Wouterszn Both op het ene hofje had, een vette koe gegeven.

  • 10-02-1619: (volmacht) Hij machtigt zijn huysvrouw Woutertgen Boths, om namens hem zijn goederen te administreren, te verkopen, te verhuren, te transporteren, te bezwaren, kwitantie te passeren en in rechten te ageren enzovoort. Getuigen: Gerrit Willems en Willem Henricxz.

  • 07-05-1621: (transport) Woutergen Boths is tevens gemachtigde van haar man Peter Everts, de procuratie is gepasseerd de dato 10 februari 1619. Zij transporteert aan de drie onmundige kinderen van Peter Both zaliger en diens vrouw Sophia van Duverden van Voort het gedeelte dat aan Peter Evertsz. bemaakt is bij testament (de dato 11 januari 1606) van [Peters tante] Sophia Andries Pouwelsdr zaliger, aan hoofdsom en rente, welke Sophia van haar broeder [Peters oom] Willem Andries zaliger bezat krachtens maaggescheid tussen haar en haar broeders en zuster, op 25 mei 1591. Het betreft twee Staten-rentebrieven betreffende Schiltgelden tot Utrecht (waarvan de jaarrenten ten bate van de onmundige kinderen vanaf 24 oktober 1621 zullen zijn) en waarvan de comparante (in de kwaliteit als boven) voor haar portie afstand doet ten behoeve van deze onmundige kinderen. Zij verklaart dat zij daarvan door Henrick Both als administrateur van de goederen van de genoemde kinderen, met de somme van 100 Carolus gulden voldaan te zijn. Deze cessie is geaccepteerd door Henrick Both, waarvan hij akte verzocht. Getuigen: Frederick Jans van den Ham en Henrick Pouwelsz. 1608: "Voorts vermaakt zij aan de kinderen van wijlen haar broer Evert of hun erfgenamen bij gelijke portie land dat zij gemeen heeft met haar saliger broeders Henricx en Willems kinderen plus nog een rente van 300 gulden hoofdsom gevesticht op 't outschiltgelt (= soort grondbelasting)".

  • 03-04-1622: Ze verkopen (procuratie op 15 september 1618), samen met hun schoonzuster Elisabeth Willemsdr weduwe van Jacob Evertszn, een huis, hof en hofstede in de Krommestraat, streckende tot achter aan de Vijver.

  • 27-03-1623: Ze verkopen, samen met hun (schoon)zuster Elisabeth Evertsdr weduwe van Jan Janszn, 1 morgen land buiten de Utrechtsepoort in de Amersfoortse Engh bij de koop zonder maat.

  • 28-03-1623: (volmacht) Elisabeth Everts, weduwe van Jan Jans, heeft met handen van Peel Jansz (olislager) als haar gekoren voogd in dezen, en tevens bloedmomber over de kinderen van Jan Jans en haar, en de weesmeesters van Amersfoort Lodowijck van Lommits en Joachim Everts (die mede gemachtigd zijn voor Ryck van Diest, mede-weesmeester), Symon Marts (wonend tot Bunschoten) gemachtigd, om namens hen voor het Gerecht van Bunschoten het tiende gedeelte van 4 dammaaten land te transporteren (zie boven) aan Thyman Henricx en zijn vrouw. Akte te Amersfoort. Getuigen: Elbert Jansz (of Ellert?) en Jan van Westrhenen. Transport van een tiende gedeelte van 4 dammaten land in Bunschoten te Veen voor het Gerecht van Bunschoten, aan Thyman Henricxz. en diens vrouw Geertgen Willems en hun erven, wat gemeen ligt met de voornoemde Thyman Henricx en diens vrouw. Comparanten: Thonis Janss (smith en borger van Amersfoort; voor hem en zich sterkmakende voor zijn vrouw Dirckgen Jacobs, waarbij hij geboorte heeft); Lysbeth Willems (weduwe van Jacob Everts; met handen van haar geconstitueerde, de voornoemde Thonis Jans; en als moeder en momberse van haar minderjarige dochter Geertgen Jacobs); Woutergen Boths (voor haar zelf, en met procuratie van haar man Peter Everts).

VIII-d

Hendrickgen Both, geboren voor 1584, overleden vr 4 augustus 1625, mogelijk dochter van Jan Wouterszn Both (zie VII-a) en Claesgen.

Familiewapen FerrerisHendrickgen is getrouwd (ondertrouwd te Amersfoort op 3 mei 1600) met Theodoor Ferreris, ziek (1613), tafelhouder (=geldhandelaar, bankier) van de Bank van Lening te Amersfoort (1618), overleden vr 15 september 1636, zoon van Bernard Ferreris en Beatrix Perone. Theodoor is eerder getrouwd geweest (ondertrouwd te Amersfoort op 21 april 1595) met Sara Fonteijne, afkomstig van Hoorn.

Zie voor meer informatie over het geslacht Ferreris op http://www.nikhef.nl/~louk/ door Louk Lapiks.

  • 16-06-1608: Henrick Huijgen van Oucoop en Beseltgen zijn vrouw verkopen aan Theodoor Ferreris en Henrick zijn vrouw een hof buiten Bloemendaal in de Horscheweijde, vanaf de weg tot aan de boomgaard van Claes van Vlooswijck , enerzijds belend door het land van Cornelis Aertszn Moij en anderzijds belend door de erfgenamen van Jan Willemszn.

  • 03-05-1609: Theodoor Ferreris verkoopt aan de burgemeester en schepenen, op verzoek van Dirckgen Campen, weduwe van Jan van den Rijn, bij openbare verkoop voor 650 Carolus gulden een huis, hof en hofstede in de Scherbierstraat, nagelaten door zaliger Vonck Evertsz van Dompselaer, door koper heden gebruikt, met overgang naast de raamten, enerzijds belend door de raamten en de erfgenamen van Gijsbert van der Maeth, anderzijds belend door de erfgenamen van Mr. Evert van Meervelt.

  • 20-05-1610: (attestatie) Cats verklaart bij ware woorden, ten verzoeke van Theodoor Ferreris, dat deze omtrent 4 dagen voor zijn vertrek van Amsterdam met Marike Damen, weerd in de Blanckenham aldaar, afgerekent heeft en alsdoen bevonden wordt bij hem niet meer verteerd te zijn dan 170 carolus guldens. Hij verklaart omtrent drie of vier dagen nog gebleven te zijn ten huyze van Marike Damen, niet gelovende dat hij in diezelfde drie of vier dagen boven 10 of 12 guldens hoogst verteerd zou hebben. Verder verklaart Cats nog dat hij wel omtrent 14 dagen of drie weken ten huyze van Marike Damen was gelogeerd alvorens Theodoor Ferreris ten huyze van Capitein Barent Hendricxzn. Schaeff zijn verteringe afbetaalde. Hij verklaart dat hij Theodoor voor de voornoemde betalinge aan Capitein Barent gedaan, enige goederen ter selfder tijde in handen gegeven had, gelijk hij ten tijde ten huyze van Marike Damen quam en Marike ook enige goederen in bewaring gegeven heeft. Indien verzocht wil hij dit met de eed gestant doen. Gedaan te Amersfoort, ter wonplaatse van Pouwels Ferreris. Getuigen: Christoffel van Blocklant en Aernt vander Wall. (Polidorus Cats tekent als: Polyder Adrianis alias Cats.

  • 19-07-1610: (attestatie) Hij verklaart "bij ware woorden", ten verzoeken van Theodoor Ferreris, hoe hij ten tijde Theodoor mitsgaders Polidoor Cats te Amsterdam gelogeert waren in de Blanckenham ten huyze van Douw Sijmons, ook zelf daar eenmaal gelogeert is geweest en dat hij alsdoen geslapen heeft naast de bedstee van Theodoor. Tussen dewelke was een cleyn beschoth en zijluyden hielden des morgens jegens de ander verscheyden propoosten. Daarbij heeft comparant niet gehoord dat Theodoor te eniger tijd beloften voor de verteringe van Polidoor aan de weerdinne heeft gedaan. Hij wil dit te allen tijde met de eed staven. Getuigen: Kaerl Choudron en Lambert Lamberts.

  • 17-05-1613: (testament) Zij vermaken elkaar de lijftocht van hun bezit ter lester dood toe. Zij vermaken alle goederen van deze lijftocht aan Beernt, Henrick en Helmich Ferreris (hun sonen), Aeltgen, Sara en Janneken Ferreris (hun dochters) en de kinderen die zij nog mogen verwekken, bij gelijke en egale portie, sonder dat de oudste voor de jongste of de zoon voor de dochter meet zal genieten. Zij secluderen de weeskamer. Theodoor stelt tot momber van zijn kant: Pouwel Ferreris (zijn broer) en Reconimus del Pont, en Hendrickgen aan haar zijde: Fabricio Berzeth en Maes Lambertzn (haar zwagers). Getuigen: Jan Rogaties, Jacob Aertszn en Anthonis Willemzn Vastrick.

  • 29-01-1618: (volmacht) Hij machtigt Hugho van Groenwegen, Procureur postulerende voor de Vijerschair (= Vierschaar) der Stad Amsterdam, om uit zijn naam Gerrit Gerritsz. en diens vrouw Jannichgen Jans (wonend tot Amsterdam) met justitie te laten betalen, en resteert uit krachte van de obligatie van 3 juni 1612. Getuigen: Anthonis Willems Vastrick en Gerrit Willems.

  • 31-03-1621: Er wordt een verklaring afgelegd in zijn huis.

  • 14-08-1621: Zij hebben Neeltje als dienstmaagd.

  • 08-11-1621: (volmacht) Hij machtigt Johan Fonteyn (borger tot Utrecht) en Evert van Wede, procureurs voor de Hove van Utrecht, om namens hem arrest te verzoeken op de penningen, actien en renten die Gerardt Schulten uitstaande heeft aan de Deken en kapelaan van Sint Peters tot Utrecht, daartoe te procederen of hem in persoon te doen arresteren. Getuigen: Reyer Claess Buys (tekent: Reyer Claessen Buis) en Harman Peters d'Ruijch.

  • 25-03-1622: Op 25 maart machtigt hij Jan Telvoorn (licenciaat) om namens hem voor het gerecht van Hasselt een rente van twee golt guldens jaarlijks te transporteren aan Gerard Schulten en zijn vrouw. Deze rente staat op een huis in de Nyestraet tot Hasselt, waarvan tegenwoordig Steven Jansz. (schoenmaker) eigenaar is. Akte te Amersfoort ten woonplaatse van Theodoor Ferreris. Getuigen: Theodoor Ferreris (tekent: Theodor Farreris) en Wijer Struuck.

  • 14-06-1622: (verklaring) De comparanten leggen de verklaring af op verzoek van Theodoor Ferreris. Een muur van de schuur van genoemde Ferreris aan de kant van de "raempten" (ramen), heeft altijd, zolang de comparanten zich kunnen herinneren, een "geut"-gat gehad, waardoor het water uit de schuur in de "raempten" afgevoerd kon worden. Theodora Campen verklaart dat zij vroeger in het bezit is geweest van de huijsinge en de voornoemde schuur en dat zij in die schuur toen koeien had staan, waarvan de "ael door het voornoemde goetgat door de voornoemde raempten geexonereert" is geweest. Peter Bastiaens en Cornelis Willems verklaren dat zij daar lang in de buurt hebben gewoond, en dat gootgat meerdere keren hebben gezien en dat dat gat in de muur veel groter is geweest dan dat het nu door Theodor Ferreris bij het vernieuwen van de muur gemaakt is. Akte ten woonplaatse van Ferreris. Getuigen: Jan Jans en Jan Vastius.

  • 17-04-1623: Frederick Henrickss en Henrickgen Rijcxdochter zijn vrouw verkopen aan Henrick Thomass Switser en Jitgen zijn vrouw een huis, hof en hofstede in de Scherbierstraat, enerzijds belend door Theodoor Ferreres en anderzijds belend door Neeltge Jans.

  • 04-08-1625: (testament van Hendrick Hendrickszn Both) Legeert aan de kinderen van Henrickgen Boths zaliger (in haar leven huysvrouw van Theodoor Ferreris) samen 100 Carolus gulden.

  • 11-09-1626: Voogdijstelling op 11 september door Theodoor Ferreris: Hij verklaart gezond te zijn van lichaam. Hij wil zijn kinderen trouwe mombers bezorgen. Hij secludeert de weeskamer van Amersfoort. Tot mombers over zijn kinderen benoemt hij zijn broeder Paulus Emelio Ferreris en Octavio del Pento (beide wonend tot Utrecht) en Henrick Both (kerckmeester te Amersfoort). Hij verzoekt Henrick Both dit te aanvaarden. Hij wil dat zijn onmundige kinderen de regering van deze mombers zullen volgen, met advies van zijn oudste zonen en dat de mombers nadien niets ten laste zal worden gelegd. Akte te Amersfoort, ten comptoire mijns notarij. Getuigen: Henrick Aertsz. van Osch en Frederick Janss. van Ham.

  • 21-12-1629: Procuratie op 21 december door Theodoor Farreris: Hij machtigt Jan de Breij (procureur te Amsterdam) om 300 gulden te vorderen van Jelis Dodeus, welk bedrag hij hem in kontant geld had gegeven om over te maken op Franckrijck (wat niet is gebeurd), en al hetgeen te doen wat de zaak vereist.
    Getuigen: Helmich Ferreris en Reynier van Ingen.

  • 12-03-1630: Procuratie op 12 maart door Theodoor Farreris: Hij machtigt Pieter Bladel (coopman te Amsterdam om uit zijn naam te ontvangen de helft van 300 gulden die Jelis Dodeus hem schuldig is (berustend onder zekere notaris te Amsterdam), quitantie te geven en verder te doen wat nodig is.
    Getuigen: Helmich Ferreris en Cornelis van Ingen.

Uit dit huwelijk:

  1. Bernard Ferreris, vermeld (1613-1628), linciaat rechten (1628-1641), tafelhouder van de Bank van Lening te Enkhuizen (1641), afkomstig van Amersfoort, vermoedelijk geboren vr 1604 (geen doop bekend).

    • 15-09-1636: Op 15 september verkoopt Mr. Bernard Ferreris, der beiden rechten licentiaet, voor hemzelf en zich sterkmakend voor zijn vrouw en zijn mondige zusters en broeders, mitsgaders namens Pauli Ermilio Ferreris als oom en momber over de onmondige zusters van de comparant huis, hof en hofstede stande en gelegen in de Scherbierstraat mitsgaders twee bezijden woningen aan de kopzijde van dien zoals nagelaten zijn door wijlen Theodoro Ferreris aan jonker Jelis de Ridder van Lunenborch.

    • 01-06-1641: Op 1 juni verkoopt Paulo Emilis Ferreris, gemachtigde voor Bernard Ferreris, licentiaat in de rechten en tafelhouder van de bank van lening te Enkhuizen, voor hemzelf en voor hun vrouwen; zijn broer Henric Ferraris en zijn vrouw en namens al hun andere zusters en broers, erfgenamen Constituanis Ouders Theodoro Ferreris en Henrica Both zaliger (procuratie te Enkhuizen) 3 huizen met hoven daarachter, in de Muurhuizen en het ledige erfje ervoor met een houten schutting aan Gerard Martenss Verwel, zijn vrouw en hun erven.

    Bernard is getrouwd (gereformeerd) (ondertrouwd te Amersfoort op 4 oktober 1628) met Susanna Lavia, afkomstig van Enkhuizen, dochter van Franois (Fransisco) Corneliszn Lavia en Cornelia Battibois.

  2. Hendrick Ferreris (1613-1621), woont te Enkhuizen (1634), afkomstig van Amersfoort, vermoedelijk geboren vr 1605 (geen doop bekend).

    Hendrick is getrouwd (ondertrouwd te Amersfoort op 4 december 1634) met Esther Lavia, gedoopt te Enkhuizen op 12 mei 1611, dochter van Francois (Fransisco) Corneliszn Lavia en Cornelia Battibois.

  3. Johanna (Janneken) Ferreris, vermeld in testament (1613), vermoedelijk geboren vr 1605 (geen doop bekend), overleden vr 1617.

  4. Bartolomeus Ferreris, gedoopt te Amersfoort op 5 februari 1605, overleden vr 17 mei 1613.

  5. Aeltgen/Aleida Ferreris, gedoopt te Amersfoort op 26 juli 1607.

    Aleida is getrouwd te Amersfoort op 14 juli 1629 (ondertrouwd aldaar op 27 juni 1629) met Daniel Baddel (1631), afkomstig van Geneven.

  6. Helmich Ferreris, vermeld (1613-1630), gedoopt te Amersfoort op 19 juni 1608.

  7. Sara Ferreris, vermeld (1613-1621), gedoopt te Amersfoort op 29 juni 1609.

    Sara is getrouwd (ondertrouwd te Amersfoort op 6 april 1629, attestatie van Nijmegen) met Willem Vavaser, vendrich onder Edwart Veer (1629), afkomstig van Londen.

  8. Bartholomeus Ferreris, gedoopt te Amersfoort op 15 augustus 1613.

  9. Johanna Ferreris, vermeld (1613-1640), mondig (1641), woont te Amersfoort (1640: Utterssestraet), gedoopt te Amersfoort op 30 januari 1617.

    • 01-06-1641: Op 1 juni verkopen Joanna Ferreris, mondige dochter van zaliger Theodoro Ferreris en Juffrouwe Henrica Both, haar overleden ouders en Paulo Emilis Ferreris als gemachtigde van Bernard Ferreris, licentiaat in de rechten en ten behoeven van de bank van leningen te Enkhuizen voor hemzelf en zijn huisvrouw, en zijn broer Henric Ferreris en zijn vrouw, voorts voor alle zijn broers en zusters, mede-erfgenamen van zijn ouders Theodoro Ferreris en Henrica Both (procuratie Enkhuizen) zekere Alingh hog, tevoren twee halve, nu samen, buiten de Bloemendalsepoort in de Horseweide aan Henric en Willem Jansz van Raelthe, broers en hun huisvrouwen en erven.

VIII-e

IJda (Itgen) Both (1613-1625), lidmaat hervormde gemeente te Amersfoort (1621), woont te Amersfoort (Vrouwestraet, 1621), geboren vr 1589, mogelijk dochter van Jan Wouterszn Both (zie VII-a) en Claesgen.

IJda is getrouwd te Amersfoort op 26 mei 1605 (ondertrouwd aldaar op 19 mei 1605) met Maes Lambertszn (1613-1625), brouwer (1622-1625), lidmaat hervormde gemeente te Amersfoort (1621), woont te Amersfoort (1621, Vrouwestraet; 1669, in het weeshuis), geboren rond 1589, zoon van Lambert Gerritszn en Aeltgen Maesdr Jans.

  • 17-05-1613: Maes Lambertszn wordt vermeld als zwager van Hendrickgen Both.

  • 21-03-1614: (testament Lambert Gerritszn) Aangezien Maes Lambertzn, hun oudste zoon, na het passeren van dit testament is gehuwd en van de comparanten bij dit huwelijk enige goederen heeft ontvangen, is het de uiterste wil van de comparanten dat Evert Lambertzn, hun jongste zoon, na een van hen beider dood, tegenover het huwelijksgoed van zijn broeder, zal genieten het huis met de oliemolen en 2 schuren enzovoorts, zoals tegenwoordig door hen bewoond, belast met 150 guldens hoofsoms aan verscheiden percelen daarin gevestigd. Daarboven zal Evert nog tot zijn laste nemen 350 carolus guldens eens tot "reddinge" van de boedel en al hetgeen door comparanten boven het huwelijksgoed van Maes en de genoemde goederen van Evert nog zal worden toegevoegd (hetgeen door geen van beiden hoeft te worden ingebracht). Getuigen: Henrick Noyer, terwijl Jan Lenaertzn, Lubbert Gerritzn en Evert Gerritzn als oomen en naaste bloedverwanten van de genoemde erfgenamen mede ondertekend hebben. Ook de beide zonen ondertekenden de akte.

  • 02-08-1616: (volmacht) Hij machtigt Willem Maes Otten en Benjamin Jansz, beide wonend tot Eembrugge, om in te vorderen (eventueel door middel van justitie) dat wat hij te goed heeft van Willem Bouwensz en Magdalena Jansdr (mede wonend tot "Eembrugge"). Akte ten woonplaatse van de constituant. Getuigen: [oom] Evert Gerritsz en Brant Henricxz.

  • 19-03-1618: (volmacht) Maes Lambertszn machtigt (mede namens zijn vrouw) zijn cousyn (= neef) Everardt Telvoorn, om uit zijn naam de betaling te vorderen en te ontvangen van de verlopen renten van 8 golt (= goud-) gulden jaarlijks, die hij sprekende heeft op de huijsinge genaamd "de Roscam", staande binnen Hasselt. Getuigen: Henrick Aertss van Osch en Gerrit Willemsen.

  • 21-10-1618: Maes Lambertszn en zijn vrouw IJda Bots verkopen een schuurberg in de Pothstraat, belend 1) Adriaen janszn 2) Gijsbert van Raesvelt.

  • 24-02-1619: Maes Lambertszn en zijn vrouw Ida Bots lenen 500 gulden met als onderpand hun huis doorgaande van de Kamp of tot in de Sint Jansstraat.

  • 6 november 1620: Maes Lambertszn wordt vermeld als belending van een huis, hof en hofstede op de Kamp.

  • 23-12-1620: Maes (met echtgenote IJda Both) en zijn broer Evert Lambertszn (met echtgenote Meijntgen van Trijest) verkopen een vierdel leggen gemeen met de erfgenamen [oom] Lubbert Gerritszn buiten de Kamppoort aan de Hogeweg strekkende achter tot aan de Vlierbeek.

  • 18-05-1621: Maes Lambertszn en zijn vrouw Jitge Boths kopen 2 huizen en een schuur in de Sint Jansstraat, belend 1) Jan Gerritszn, smit 2) Thonis Goortszn.

  • 06-06-1621: Maes Lambertszn, brouwer, en zijn vrouw Ida Boths verkopen een huis en hofstede in de Sint Jansstraat, belend 1) Mr. Jan Smith 2) het huis van de transportant, met vrij gebruik van zeker put en de uitgang achter op het Sint Janskerkhof, onder voorwaarde dat de ontvanger de put mede onderhoudt voor een derde deel. Dit goed wordt op 25 juni 1622 verder verkocht belend 1) Maes Lambertszn 2) Meester Jan Smith.

  • 04-12-1621: Maes Lambertszn koopt een huis, hof en hofstede op de Davidshof, belend 1) de weg van Elias van Vanevelt 2) Jan van Schaijck (zuidwaarts).

  • 19-02-1622: Maes Lambertszn en zijn vrouw Ida Both lenen 200 gulden met als onderpand een huis op Sint Janskerkhof, achter het huis van de comparanten op de Kamp, belend 1) Thonis Goortsz 2) de schuur van Henrick Huijgen.

  • 15-11-1622: Maes Lambertszn, brouwer, en zijn vrouw Itgen Boths lenen 600 gulden met een losrente van 31 gulden 10 stuivers per jaar met als onderpand een huis, hofstede op de Kamp.

  • 13-04-1625: Maes Lambertszn (met echtgenote IJda Both) kopen een huis en brouwerij met alle toebehoren in de Krommestraat, met een kamer daarnaast.

  • 07-07-1625: Jacob Willemsz van Schoonhoven curator van de desolate boedel van Maes Lambertsz verkoopt: een huis op de Kamp met een gang in de Sint Jansstraat, met schuur en halve put, op last van 500 gulden aan het Weeshuis, 600 gulden aan jonker Henrick van Gulick.

  • 22-07-1625: Jacob Willemsz van Schoonhoven, curator over de desolate boedel van Maes Lambertsz en zijn vrouw verkoopt: een huis, hof en hofstede op Davidtshof.

  • 07-06-1628: Evert Lambertsz verklaart, dat aan hem en aan Peter Jansz als mombers over de onmondige kinderen van Wouter Jansz, afgelost zijn 200 gulden en aan Goort van IJsendoorn de plechte is gecasseerd. Betreft een lening van Wouter Jansz Both en Annitgen Henricx zijn vrouw aan Elias Coenraetsz en Annitgen Andries zijn vrouw op 1 november 1623.

  • 20-06-1628: Peter Jan Both, oom, en Evert Lambertszn, zwager, zijn naaste vrunden (= familie) en mombers van de onmondige kinderen van zaliger Wouter Janzn Both.

Uit dit huwelijk (geen moeder vermeld, geen volgorde in vernoemingen):

  1. Dirck Maeszn, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 5 juni 1606.

  2. Aeltgen Maesdr, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 20 november 1607.

  3. Gerrit Maeszn, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 17 december 1613.

  4. Lambert Maeszn, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 4 januari 1616.

  5. Jacobgen Maesdr, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 18 mei 1617.

  6. Annitgen Maesdr, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 10 oktober 1919.

  7. Hendrickgen Maesdr, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 8 december 1621.

VIII-f

Lammichgen Both, geboren voor 1592, overleden na 4 augustus 1625, mogelijk dochter van Jan Wouterszn Both (zie VII-a) en Claesgen.

Lammichgen is getrouwd (gereformeerd) te Amersfoort op 10 januari 1608 (ondertrouwd aldaar op 2 januari 1608) met Fabricio Berzetto (Fabricius Barsetta), ruiter onder de prins van Oranje, wonende te Amersfoort (1613).

  • 19-03-1613: (testament) Zij vermaken elkaar de lijftocht van hun bezit tot wederhuwelijk toe, mits dat de langstlevende gehouden zal zijn hun kinderen eerlijk te onderhouden na haarlieder staat. Zij secluderen de weeskamer van Amersfoort. Getuigen: Marten Corneliszn, Harman Corneliszn en Peter Janzn.

  • 17-05-1613: Fabricio wordt vermeld als zwager van Hendrickgen Both.

  • 19-03-1616: (Verklaringen op verzoek van Fabricio Berzetto, mede-courachier):

    1) Moreth verklaart "bij ware woorden" in plaats van bij eede, dat waarachtig is gebeurd dat op de tocht naar Brunswijck, comparant met Fabricio Berzetto, plus de Schotse corporaal, diens zwager en Porcellet en Laturas (mede-ruiters van de comparant) door corporaal La Verdure verwezen zijn naar zekere "keuter". Toen Porcellet en Laturas zagen dat dit "logement" een keuter was en geen hofstede, zijn zij weggereden om een andere plaats te zoeken en zijn comparant, Berzetto, de Schotse corp. en diens zwager in de avond op de voornoemde keuter gekomen en zagen zij dat de boer met zijn gezin gevlucht was. Zij hebben die avond daar niet meer gevonden dan een half brood en een weinig vlees en ongedorste haver en wat hooi, diep onder het stro liggende. Zij verklaren dat geen van hen geld heeft ontvangen van de "huysman"; evenmin dat zij acht rijksdaalders "onwaarachtiglick souden hebben gelijk henluyden onwaarachtiglick nae geseyn is", aangezien er niemand thuis was of kwam zolang zij daar waren. Getuigen: Jan Baptista Pallatio, Jan Baptista de Padua (mede-courachiers).

    2) De Padua verklaart "bij ware woorden" dat La Verdure en quartiermeester La Broche bij zijn logement kwamen en dat Verdure hem zei dat zijn "lantsman hem, Verdure, meende te laten hangen", "maar het soude daer niet bij blijven, hij zoude Berzetto lijff hebben, of Berzetto zijn lijff" . Getuigen: Jan Baptiste Pallatio en Jeronimo Mereth, mede courachiers.

    3) De Vignon verklaart "bij ware woorden" hetzelfde als de Padua. Getuigen: Jan Baptiste Pallatio en Baptiste Denoy.

    4) Pallatio en di Vischonte verklaren "bij ware woorden" dat Berzetto tegen Verdure zei dat zij gelogeert waren geweest in een "keuter" voor een hofstede, "alwaer sij gantsch qualick gelogeert hadden geweest". Hierop sloeg Verdure Berzetto met zijn vuist, waarop Berzetto zei dat hij zijn beklag ging doen bij Grave Henrick van Nassau, waarna Verdure zijn rappier trok en Berzetto op de rug sloeg en met de knoop van het rappier een gat in zijn hoofd, alles in tegenwoordigheid van de "volle vaen", in aanwezigheid van verscheidene officieren. Vischonte voegt hier nog aan toe dat Berzetto" onder de Vaen van La Verdure gequetst is geworden". Getuigen: Baptista Savoy en Rijck Evertszn.

  • 04-08-1625: (testament van Hendrick Hendrickszn Both) Legeert aan Lammichgen Boths (of bij haar overlijden haar nalatende geboorte) 50 Carolus gulden, voor zover Lammichgen bij het leven van de testateur 50 gulden afgelost zal hebben die hij testateur op zijn naam heeft opgenomen van Joosgen Jans en die door Lammichgen zijn ontvangen. Mocht Lammichgen Boths deze 50 gulden niet hebben afgelost, dan wil hij dat legaat cesseren, en dat de erfgenamen deze 50 gulden van Joosgen Jans tot hun last nemen en daarvan vrijen zullen.

Uit dit huwelijk:

  1. Aeltgen Barsetta, gedoopt (gereformeerd, moeder niet vermeld) te Amersfoort op 1 november 1608.

  2. Batraet Barsetta, gedoopt (gereformeerd, moeder niet vermeld) te Amersfoort op 27 oktober 1618.

  3. Fabricis Barsetta, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 7 januari 1623.

Generatie IX

IX-a

Jan Peterszn Both, linnenwever (1642), herbergier, overleden rond 1651 [1648?], zoon van Peter Janszn Both (zie VIII-b) en Elertgen Hendricksdr.

Jan is getrouwd met Gerritgen Adriaensdr van Bemmel, vermeld (1641-1657), afkomstig van Amersfoort, dochter van Adriaen [Lambertszn?] van Bemmel en [Neeltgen Jacobsdr van Vijerdom?]. Geurtgen is later hertrouwd op 3 oktober 1652 (ondertrouwd op 11 september 1652) met Jan Hendrickszn Borghman/Burchman, afkomstig van Beeckum, zoon van Hendrick Borghman.

De hoek van de Varkensmarkt en de Utrechtsestraat anno 1880/1890
De hoek van de Varkensmarkt en de Utrechtsestraat anno 1880/1890.

De hoek van de Varkensmarkt en de Utrechtsestraat anno 1880/1890

Mogelijk heeft Gerritgen Adriaens, als herbergierster, dit pand gekocht op de hoek van de Varkensmarkt en de Utrechtsestraat, waar 200 jaar later anno 1880/1890 nog een caf gevestigd was. Boven de deur staat "in buitenlandsch gedestileerd" en aan de zijkant (links) van het pand een kruidenierszaak.

Foto: Gemeentelijke Archiefdienst Amersfoort, Collectie Berends

  • 22-01-1642: Jan Petersz Both, linnenwever en Gerardgen Ariaens van Bemmel, zijn vrouw; Claes Besselsen, rademaker als gemachtigde van Adriaen Adriaens Lambertssoon, verkopen een derde deel van een huis, hof en hofstede met schuur en slijpmolen in de Utrechtstraat, waarvan tweederden part aan de onmondige kinderen van zaliger Jacob Janszn behoren. Dit pand was eerder aangekocht in 1592 door Bessel Adriaenszn en daarvoor eigendom geweest van Frederick Ram.

  • 31-01-1652: Gerritgen Adriaens voor haarzelf en als weduwe van Jan Petersz, herbergier en erfgename van zaliger Adriaentgen Adriaens leent "een losrente van 5 gulden en 10 stuivers over een hoofdsom van 100 Carolus gulden" en geeft een "huis, hof en hofstede aan de Varkensmarkt, daar Utrecht uithangt" als onderpand.

  • 26-06-1652: Gerritgen Ariaens voor haarzelf als weduwe van Jan Petersz Both, leent "losrente 17 gulden, 10 stuivers per jaar. Hoofdsom 350 Carolus gulden" en geeft als onderpand een "huis, hof en hofstede aan de Varkensmarkt, daar Utrecht uithangt".

  • 22-06-1655: Jan Henricksz Borghman en Guertgen Adriaens zijn vrouw lenen "250 Carolus gulden, losrente 12 gulden per jaar" met geven een "huis, rond en erf aan de Varkensmarkt, waar Utrecht uithangt" als onderpand.

  • 29-10-1657: Gerrichen Adriaen van Bemmel, weduwe van Jan Peterz Both, verkoopt een "huis, hof en hofstede, met al wat aard- en nagelvast is, aan de Varkensmarkt, waar 'Utrecht uithangt, met de uitgang achter door de steeg op de Singel, van de markt tot achter aan gemene uitgang op straat" en er wordt voldaan "135 Carolische guldens aan verscheidene personen en 1.235 gulden".

IX-b

Wijntgen Petersdr Both (1641), dochter van Peter Janszn Both (zie VIII-b) en Elertgen Hendricksdr.

Wijntgen is getrouwd met Thonis Hendrickszn van Strijlo (1641-1662), smid (1662), zoon van Hendrick van Strijlo.

Uit dit huwelijk:

  1. Johannes Thoniszn van Strilo (1694), timmerman.

  2. Hendrick Thoniszn van Strilo.

  3. Annitje Thonisdr van Strilo (1694).

    Annitje is getrouwd met Jan Corneliszn van Soest (1694).

  4. Sijtje Thonisdr van Strilo (1694).

    Sijtje is getrouwd met Anthonij Augestijns (1694).

IX-c

Wijnand Peterszn Both (1641-1669), overleden tussen 24 oktober 1668 en 2 december 1676, zoon van Peter Janszn Both (zie VIII-b) en Elertgen Hendricksdr.

Wijnand kan eerder getrouwd geweest zijn met Jurphaesgen Vastrick. Vermelding weeskamer (1629-1664).

Wijnand is getrouwd met Hillitgen/Grietje Berentsdr van Renkum (1669-1677), overleden tussen 20 november 1683 en 4 juni 1690, dochter van Berent van Renkum.

  • 27-02-1667: Wijnant Petersen Both en zijn vrouw Hillitghen Berents van Renkum, mede erfgenamen van Grietgen Petersen de Wilt en welke Grietgen Petersen eerst het recht als erfgenaam had verkregen van Maas Ceelen en zijn vrouw Marritgen, verkopen een "zekere plechte van 200 gulden kapitaal gevestigd in zekere behuizing staande door de Bloemendalse binnenpoort en waarvan thans eigenaar is Jan Aartsen Cramer".

  • 30-01-1668: Wijnant Petersen Both koopt een "huis, hof en hofstede, tevens de platen en bedsteden daarin staande, uitgezonderd de winkel met toebehoren, staande aan de Kamp (Campstraat), strekkende van de straat af met een vrije uitgang tot achter aan St. Jans kerkhof toe".

  • 24-10-1668: Wijn Peters en zijn vrouw Grietgen Berents van Wenckum, Dirck Hermens als man en voogd van Aeltgen Peters, tevens Carel Adriaens en zijn vrouw Weijntgen Wijnen, alle erfgenamen van Grietje Tonis Claes verkopen een "huis, hof en hofstede staande en gelegen op 't Zand".

Uit dit huwelijk:

  1. Aeltje Wijnensdr Both (1676).

    Aeltje is getrouwd te Amersfoort op 24 februari 1671 (ondertrouwd aldaar op 30 januari 1671) met Seger Janszn Corporael (1676).

  2. Peter Wijnenszn Both (1676).

  3. Evertje Wijnensdr Both (1676).

    Evertje is getrouwd te Amersfoort op 2 juli 1670 (ondertrouwd aldaar op 17 juni 1670) met Jan Janszn, zoon van Jan en Merretie Jansdr.

  4. Barend Wijnenszn Both (1689), volgt onder X-a

  5. Wijntgen Wijnensdr Both (1668).

    Wijntgen is getrouwd (ondertrouwd te Amersfoort op 3 april 1656) met Carel Adriaenszn (1668), afkomstig van Brugge.

Generatie X

X-a

Barend Wijnenszn Both (1689), overleden voor 23 april 1737, zoon van Wijnand Peterszn Both (zie IX-c) en Hillitgen/Grietje Berentsdr van Renkum.

Zijn zwager is Seger Prins.

Barend is getrouwd (1) (katholiek) te Amersfoort op 9 mei 1685 (ondertrouwd aldaar op 24 april 1685) met Hendrina van Doeijenburch.

Barend is getrouwd (2) te Amersfoort op 17 november 1696 (ondertrouwd aldaar op 30 oktober 1696) met Jannitje Jansdr van Hamersfelt, dochter van Jan van Hamersfelt.

Uit dit huwelijk:

  1. Sibilla Both, geboren voor 1719, volgt onder XI-a

Zijn andere kinderen uit n van beide huwelijken:

  1. Wijnand Barendszn Both (1722), geboren te Amersfoort, geboren voor 1700, woont te Naarden (1718-1722), geboren voor 1698.

    Wijnand is getrouwd (1) (ondertrouwd te Amersfoort op 21 januari 1718) met Aefje Jansdr. Aefje is eerder getrouwd geweest met Aert Janszn.

    • 22-06-1722: het borgerschap verwoont hebbende en sijn borgerschap tot Neerden / Naarden verkregen en nu vier jaren buijten dese stad gewoond; zoon van Barent Wijnen Both.

      bron: Stadsarchief Amersfoort, burgerrechtverleningen, inventarisnummers 51 en 1847.

    Wijnand is getrouwd (2) (katholiek) te Amersfoort op 15 augustus 1722 (ondertrouwd aldaar op 28 juli 1722) met Cicillia van Dort, dochter van Jan Louiszn van Dort.

    • 01-09-1717: Cecilia van Dort, weduwe van Wijnan Both?

  2. Matthijs "Thijs" Barendszn Wijnen (1717-1723).

    Thijs is getrouwd met Wilhelmine van den Bergh (1717-1723).

  3. Digna Barendsdr Bot, volgt onder XI-b

  4. Rijk Barendszn Bot, volgt onder XI-c

  5. Anthonij Barendszn Bot, volgt onder XI-d

  6. Jan Barendszn Both, begraven te Amersfoort op 1 april 1717.

  7. Maria Barendsdr Bot.

Generatie XI

XI-a

Sibilla Both, geboren voor 1719, begraven te Amersfoort op 13 maart 1779, dochter van Barend Wijnenszn Both (zie X-a) en Jannitje Jansdr van Hamersfelt.

Sibilla is getrouwd (katholiek) te Amersfoort op 23 april 1737 (ondertrouwd aldaar op 9 april 1737) met Albert van Geele(n), zoon van Johannes van Geelen en Anna van Pipping.

Uit dit huwelijk:

  1. Dignaan Deijmphna van Geele, gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 18 februari 1738 (getuige: Gijsberta van Burgholt).

  2. Gerardus van Geele, gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 22 november 1739 (getuige: Anna Barte).

  3. Bernardus van Geele, gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 15 juni 1742 (getuige: Hendrina Bot).

XI-b

Digna Barendsdr Bot, dochter van Barend Wijnenszn Both (zie X-a) en [onbekend].

Digna is getrouwd voor 24 januari 1724 met Rutger Gijsbertszn van Birkhoven, lidmaat van de hervormde gemeente te Amersfoort (1724), geboren te Amersfoort, zoon van Gijsbert van Birkhoven en [Antonia].

Uit dit huwelijk:

  1. Antonia van Birkhoven, gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 1 maart 1724 (getuige: Jannetje Jans).

  2. Gijsbertus van Birkhoven, gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 4 augustus 1725 (getuige: Maria Both).

  3. Antonia van Birkhoven, gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 16 september 1727 (getuige: Maria Berentse Bot).

XI-c

Richardus "Rijk" Barendszn Bot, zoon van Barend Wijnenszn Both (zie X-a) en [onbekend].

Rijk is getrouwd (katholiek) te Amersfoort op 3 oktober 1730 (ondertrouwd aldaar op 15 sepember 1730) met Gertrudis "Geesje" van Burgholt (Gijsberta Burghout), dochter van Johannes Thomaszn van Burgholt en Maria van Cousine.

Uit dit huwelijk:

  1. Johannes Bot, gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 10 augustus 1731 (getuige: Maria van Courcij).

  2. Mechteld Richardsdr Bot, gedoopt te Amersfoort op 11 november 1732.

  3. Joanna Richardsdr Bot, gedoopt te Amersfoort op 20 november 1734.

  4. Digna Richardsdr Bot, gedoopt te Amersfoort op 25 september 1736.

  5. Bernardus Richardszn Bot, gedoopt te Amersfoort op 13 septeber 1738.

  6. Catharina Richardsdr Bot, gedoopt te Amersfoort op 19 oktober 1740.

  7. Hendrina Bot, gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 26 april 1749 (getuige: Hendrina Bot).

XI-d

Anthonij Barendszn Bot, begraven te Amersfoort op 9 maart 1737, zoon van Barend Wijnenszn Both (zie X-a) en [onbekend].

Anthonij is getrouwd (katholiek) te Amersfoort op 10 mei 1721 (ondertrouwd aldaar op 22 april 1721) met Hendrina Hermansdr van Muijswinkel, dochter van Herman van Muijswinckel en Neeltje Prins.

  • 21-03-1735: Willem Prins meerderjarig jongman als gemagtigde van Jan van Muijswinkel en Grietje Cornelis egteluijden, van Jacobus van Aken en Aaltje van Muijswinkel meede egteluijden, van Rijk de Wijs en Geertruijd van Muijswinkel ingelijx egteluijden, van Rijk en Arien van den Bik als voogden over de onmondige kinderen van Cornelis van Muijswinkel en Maria van de Bik en nog van Antonij Both in qualite als vader en Jan van Muijswinkel, Jacobus van Aken en Rijk de Wijs als voogden over de drie minderjarige kinderen van Hendrikje van Muijswinkel door Antonij Both bij haar in egte verwekt in cragte van de permissie en authorisatie door Neeltje Prins, laast weduwe van Theunis van de Koedijk en tevorens van Herman van Muijswinkel bij haar testament op den 10 december 1732 voor Steven van Brinckesteijn notaris gepasseerd gegeven voor de eene helfte Maria van Ekkerveld, weduwe van Willem Prins voor de andere helfte volgens procuratie voor gemelten Brinckesteijn op den 3e februarij 1733 gepasseerd, verkopen sekere huijsinge en hoff daaragter tot aan de ledige grond of schutting toe, staande aan de Kampstraat.

  • 04-04-1735: Jan van Muijswinkel voor sijn selve en als gemagtigde van sijn huijsvrouw Grietje Cornelis. Item van Jacobus van Aken en Aaltje van Muijswinkel egteluijden, van Rijk de Wijs en Geertruijd van Muijswinkel meede egteluijden, van Rijk Kuijper en Arien van de Bik in qualite als voogden over de onmondige kinderen van Cornelis van Muijswinkel en Maria van de Bick in haar leven ingelijx egteluijden. Ende laatstelijk van Antonij Both in qualite als vader, en van de voornoemde Jacobus van Aken en Rijk de Wijs met en beneffens den comparant in qualite als voogden over de drie minderjarige kinderen van Hendrikje van Muijswinkel door Antonij Both bij haar in egte verwekt in cragte van permissie en authorisatie door Neeltje Prins, laast weduwe van Theunis van de Koedijk en tevorens van Herman van Muijswinkel bij haar testament op den 10 december 1732 voor notaris Steven van Brinckesteijn gepasseert, verkopen seekere huijsinge met een tabaxschuur dien annex en hoff daaragter tot aan de stadswalle.

  • 13-06-1738: Jan van Muyswinkel, Jacobus van Aken en Rijk de Wijs, burgers en voogden over de onmondige kinderen van Hendrikje van Muyswinkel en Anthonij Both, lenen 280 gulden met als onderpand huis, erf en grond op de Kamp, met de schuur daarachter op de Achterkamp uitkomend.

Uit dit huwelijk:

  1. Hendrina Both, gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 21 mei 1723 (getuige: Cornelia van Muijsewinkel), volgt onder XII-a

  2. Hermanus Both, vermeld (1764), gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 28 juni 1725 (getuige: Aleijda van Muijsewinckel), volgt onder XII-b

  3. Bernardus Both, gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 20 oktober 1726 (getuige: Cornelia Prins).

Generatie XII

XII-a

Hendrina Both, gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 21 mei 1723, dochter van Anthonij Barendszn Both (xie XI-d) en Hendrina Hermansdr van Muijswinkel.

Hendrina is getrouwd met Albert Bekbergen.

Uit dit huwelijk:

  1. Wilhelmina Bekbergen, gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 2 maart 1752 (getuige: Willemijntje Bekbergen), jong overleden.

  2. Antonius Bekbergen, gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 24 maart 1753 (getuige: Willemijntje Bekbergen), overleden aldaar op 31 oktober 1823.

    Antonius is getrouwd met Grietje van den Brom, overleden voor 31 oktober 1823.

  3. Wilhemina Bekbergen, gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 21 mei 1755 (getuige: Willemijntje Bekbergen).

  4. Willem Bekbergen, gedoopt (katholiek) te Amsterdam (kerk De Lely) op 4 april 1757 (geen doopgetuigen vermeld).

  5. Hendrina Bekbergen, gedoopt (katholiek) te Amsterdam (Begijnhofkerk) op 13 maart 1762 (getuige: Rijk Bot, Hendrina Bot).

  6. Wilhelmus Bekbergen, gedoopt (katholiek) te Amsterdam (Begijnhofkerk) op 22 oktober 1764 (getuigen: Hermanus Bot, Allegunda de Ruijter).

XII-b

Hermanus Bot/Bott/Botte, vermeld (1764), gedoopt (katholiek) te Amersfoort op 28 juni 1725, dochter van Anthonij Barendszn Both (xie XI-d) en Hendrina Hermansdr van Muijswinkel.

Hermannus is getrouwd met Anna Menningh.

Uit dit huwelijk:

  1. Maria Bot, gedoopt (katholiek) te Amsterdam op 30 september 1758 (getuigen: Bernardus Menningh, Maria Borghman).

  2. Anna Maria Bot, gedoopt (katholiek) te Amsterdam op 2 april 1761 (getuigen: Joannes Bonekamp, Maria Menningh).

  3. Johannes Antonius Bot, gedoopt (katholiek) te Amsterdam op 21 augustus 1762 (getuigen: Adolphus de Barbanson, Gertrudis Kock).