Familiewapen van dit geslachtHet geslacht Both te Amersfoort (2) 1500-1900

Met dank aan (voor verbeteringen en aanvullingen):

Namenbord van regenten van de Sint-Joriskerk
In de zogenaamde "gerfkamer" [1] van de Sint-Joriskerk hangt dit bord waarop linksboven het afgeleide Bot-wapen, zie hiervoor de vergoting onder, waarbij de naam H. Both wordt vermeld. Om welke Hendrick het juist gaat is niet bekend, maar het zal vermoedelijk de broer zijn van de gouveneur-generaal Pieter Both.

Namenbord van regenten van de Sint-Joriskerk (vergroting)

[1] Het woord ‘gerfkamer’ komt al voor in het veertiende-eeuwse Middelnederlands, in de vorm ‘gerwecamer’: een afleiding van het werkwoord ‘gerwen’ (=‘gereedmaken’). ‘Gerwen’ werd met name gezegd van de priester die ter voorbereiding op de mis zijn liturgische gewaden aantrekt.

Foto's: Mary Alers

Generatie VI

VI-a

Hendrick Both, stadsrekenmeester, raadslid (1529-1556) en notaris (1551-1559), geboren vóór 1517.

  • **-**-1552:  testament) Notariële akte, waarin Jacob Lamberts zoon en Cornelia, zijn vrouw, ten overstaan van notaris Hendrick Bot en drie getuigen, elkaar de lijftocht vermaken van de na te laten goederen.

  • 16-01-1555: Vermeld als belending van "een huis, hof en hofstede staande op Havik (Havick); aan de ene zijde Henrick Bot; aan de andere zijde Lumen Lumanss", eigendom van Aert van Schayck Evertss en zijn vrouw Wijndelmoet, Ghijsbert Mouriss dochter

  • 28-08-1557: Vermeld als belending van "een hof gelegen in de Bruelstraat in de Koekoekstraat (Koyckoeckstraet); aan de ene zijde Cornelis Pouwelszn nakomelingen; aan de andere zijde Henrick Bot", waarvan de erfpacht eigendom is van Henrick Vonk Henricxzn en zijn vrouw Elysabeth, voorheen eigendom van Heer Evert Soemer met Jacob Peterss zijn gekozen voogd.

  • **-**-1559: (kwitantie) Afgegeven door Jacob Henrixzoon voor de ontvangst van de som van 57 carolusgulden, uit handen van Pieter, zijn zuster, vrouw van Reyer Creeck, als zoengeld voor de dood van zijn broeder Evert, gedood door Reyer. Het stuk is op verzoek van Jacob ondertekend door notaris Henrick Bot.

Hendrick is getrouwd in het jaar 1535 met Johanna Huijbertsdr van der Burgh, dochter van Huijbert van der Burgh.

Uit dit huwelijk:

  1. Johan Both, geboren rond 1536.

  2. Hendrick Both, geboren rond 1538.

  3. Hendrick Both, geboren rond 1541, volgt onder VII-a

  4. Aleid Both, geboren rond 1543.

  5. mogelijk Helmich Hendrickszn Both, ingeschreven Universiteit Leuven (1566).

    Helmich is getrouwd te Amersfoort op 14 augustus 1600 (ondertrouwd aldaar op 7 augustus 1600) met Hendrickgen [Both].

Generatie VII

VII-a

Hendrick Both, schepen te Amersfoort (1580-1585), geboren rond 1541, overleden tussen 8 maart 1575 en 1 mei 1587, zoon van Hendrick Both (zie VI-a) en Johanna Huijbertsdr van der Burgh.

Hendrick was volgens de erfpachtsbrief van het erve Seldrecht, ook de Poll geheten, en gelegen nabij Amersfoort, waarschijnlijk tweemaal gehuwd geweest, waarvan eenmaal met Hendrickgen. Hij stierf voor 1 mei 1587, toen zijn oudste zoon Johan door het kapittel van Sint Pieter te Utrecht met Seldrecht werd beleend. Bij Hendricks dood was zijn zoon Pieter, de latere gouveneur-generaal. Hij verkreeg in 1588 (zijn broeder Johan was voor 11 november 1587 gestorven) de erfpacht van Seldrecht. Bij notariële acte van 31 augustus 1588 beloofde hij met zijn broeder Hendrick het kapittel schadeloos te houden voor het verlenen van de erfpacht. Op 9 september 1601 was Pieter omtrent 33 jaar oud.

Catharina en Alijd worden regelmatig alleen de zusters genoemd in de testamenten van Abraham Both.

Hendrick 'de Oude' Both noemt in zijn testamenten regelmatig Hendrickgen Hendricksdr Both zaliger vrouw van Aernt van Westrenen, Hendrickgen Both zaliger (overleden na 1613) vrouw van Theodoor Ferreris, en Lammichgen Both.

  • 12-09-1616: Abraham, Johan (luitenant), Catharina en Alidt Both (gebroeders en gezusters) vermaken elkaar hun inboedel en huysraet, linnen, wollen, tinnewerk, koperwerk, houtwerk, cleynodiën, enzovoorts.

  • 02-08-1624: Abraham, Catharina en Aeltgen Both (broeder en gesusteren) herroepen alle eerder door hengemaakte dispositiën en bemaken elkaar over en weer al hun na te laten goederen, tot op de langstlevende van hen comparanten ter lester dood toe.

Hendrick is getrouwd (1) met Hendrickgen.

Uit dit huwelijk:

  1. Johan Both, beleend met Seldrecht (1587), overleden voor 11 november 1587.

Hendrick is getrouwd (2) rond 1566 met Elisabeth van der Schuer, geboren rond 1546, dochter van Jan van der Schuer (burgemeester te Utrecht) en Hillegonda Zael.

Volgens notariële akten te Amersfoort zijn er minstens 6 kinderen uit dit huwelijk: Pieter (oudste zoon), Hendrick 'de oude', Abraham, Johan (jongste zoon), Catharina en Aleid. Ze noemen elkaar wederzijds broer en zus. Verder heeft Hendrick nog neven en nichten van der Schuer, kinderen van moeders broer. Volgens aantekeningen zou Hendrick nog een eerder huwelijk gehad hebben met Hendrickgen.

Uit dit huwelijk:

  1. Pieter Both, geboren rond 1568, volgt onder VIII-a

  2. Hendrick Both 'de oude', geboren vóór 1574, volgt onder VIII-b

  3. Abraham Both, lidmaat (1631), woont te Amersfoort (Krommestraat, 1631).

  4. Aleid Both, lidmaat (1637), woont te Amersfoort (1637: Crommestraet).

    Onder vermeld huwelijk is niet zeker. Genoemd worden de families Poeyt van Overrijn (zie hiervoor vandereem1) en Borre van Amerongen (zie hiervoor bothvandereem2).

    Aleid [Hendricksdr Bott of Botter] is getrouwd te Amersfoort (voor het gerecht) op 18 november 1598 met Pauwel Johanneszn Swart, procureur voor het Hof van Utrecht, geboren rond 1571, overleden op 10 oktober 1615, zoon van Johannes Pauwelszn Swart en Gijsberta Dircksdr Poeyt.

    "Te Amersfoort in Sint Joriskerck leght int midden von't kerck een grote blauwe serck met dit wapen: (gedeelt, links Poeyt van Overryn, rechts Bor van Amerongen). Int blason hangende aen't naeste pylaer het wapen van de Zwart "synde drie gulden lelien in een groen veldt" met een swarte moeriaens-hals boven wt den helm. Rontsom de vier quartieren: links boven Swart, links onder Pyll, rechts boven Poeyt van Overryn, rechts onder Bor van Amerongen. beneden: PAULUS SWARTIUS V. N., aetatis 44. Obyt anno 1615, 10 Octobris."

  5. Catharina " Catrijntgen" Both, overleden op 24 december 1629 (lidmatenregister).

  6. Johan Both, geboren tussen 1571 en 1587, volgt onder VIII-c

Zijn bastaardkind(eren):

  1. Marrichgen Both, overleden rond 7 augustus 1613, begraven vlak na 7 augustus 1613.

    Sophia van Duverden van Voordt, weduwe van Pieter Both, Hendrick Both, voor hemzelf en als vervanger voor Johan Both, Abraham Both en zijn zusters Catharina en Alidt (Aeltgen) Both verklaren op 7 augustus 1613 uit broederlijke affectie ter begrafenis van Marrichgen, natuurlijke dochter van Hendrick Both, te gaan en de kosten en doodsschulden te betalen zonder zich als erfgenamen te gedragen.

VII-b

Hendrickgen Hendricksdr Both (Bott), geboren vóór 1571, overleden voor 4 augustus 1625, dochter van Hendrick Both.

Hendrickgen is getrouwd vóór 1587 met Aernt Janszn van Westrenen, testeert (1610), overleden tussen 1611 en 17 december 1613, zoon van Jan Peterszn van Westrenen (kleinzoon van Jan Peterszn van Westrenen en Margriet Meynsdr Poyt) en Diewertgen/Divera Johansdr Boll.

  • **-**-1599: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Reijer Jans soen, zijn vrouw en Thijman Maes soen aan Aert van Westrenen namens de Armen de Poth van een schuur, hooiberg, hof en hofstede in de Coninckstraat, zoals beide laatstgenoemden nu gebruiken en bewonen, door Johan Paesschaer, kerkmeester van Onze Lieve Vrouwekapel in erfpacht uitgegeven tegen 2,5 oude Vlaams.

  • **-**-1600: Akte waarbij Elysabeth Ryck Petten [=Poyt] dochter weduwe van Dirck van der Wal en Peter Both Harmansz en Willem Bosch Ghysbertsz, voogden over haar minderjarige kinderen verkopen aan Aert van Westrenen, rentmeester, en Jacob Fransz en Estvelt Brant, dispensiers van de Armen de Poth 3,5 dagmaat in 12 dagmaten te Velde, gezamenlijk met de erfgenamen van Heynrick Petersz Hoevers.

  • 17-01-1610: Mechteld Jansdr van Westrhenen institueert aan haar jongste broer, Aert van Westrhenen, en zijn kinderen, Johan, Levina, Helmich en Dirck.

  • 04-08-1625: (testament van Hendrick Both) Hendrick Both legeert aan de kinderen van Henrickgen Boths zaliger (in haar leven huysvrouw van Aernt van Westrenen) elk 50 Carolus gulden.

Uit dit huwelijk:

  1. Johan van Westrenen, oudste zoon, geboren vóór 1588.

    • **-**-1610: "Hij vermaakt aan Johan (Jan) van Westrhenen, zijn oudste zoon, het halve erff in de Birckt (zo heerlijk als deelbaar), gemeen met Dirck van Westrhenen (neef van de comparant). Aan dezelfde zoon land in polder de Haer, welke hem in huwelijk zijn meegegeven. Voorts de huysinge, hoff en hofstede bij hem tegenwoordig bewoond, en de erfpacht tot Zoest (6 gulden en 6 stuivers jaarlijks)."

    Johan is waarschijnlijk getrouwd vóór 1610 met Geertruid Volckensdr. (kinderen in 1619: Volcken, Aeltgen, Henrickgen, Dieuwertgen en Gysberta van Westrhenen)

  2. Levina van Westrenen, geboren vóór 1594.

    • **-**-1610: "Hij vermaakt aan zijn dochter Levina van Westrhenen, die halve hoeve lands gelegen in Jutphaas met aancleven vandien, dewelcke Levina met doc. Albertus Enfrenius, haar echte man, ten huwelijk gegeven zijn. Verder nog het derde part van het land te Bunschoten, te velde."

    Levina is getrouwd (1) voor 17 oktober 1610 met Albertus Enfrenius.

    Levina is getrouwd (2) (gereformeerd; huwelijkse voorwaarden op 7 december 1615; ondertrouwd te Amersfoort op 5 januari 1616) met Rutger van Wenkum.

  3. Helmich van Westrenen, voogd van zijn tante Mechteld van Westrenen (1613), woont te Amersfoort (Krommestraat, 1642; Krommestraat naast de brouwerij "de Pijpkan", 1656), geboren vóór 1589, overleden na 27 juni 1656.

    • **-**-1610: "Hij vermaakt aan Helmich van Westrhenen een rente van 850 gulden hoofdsoms, gevestigd in het goet tot Isselt, bij hem met deselfde Helmich ten huwelijk gegeven. Idem een rente van 10 gulden jaarlijks in hoofdsom van 200 carolus guldens sprekende op Jkhr. Johan van Doornick en land gelegen in de Vlasakker, daarvan Dirck van Westrhenen Janszn. de andere helft competeert. Verder een derde part land te Bunschoten, te velde en idem een rente van 16 gulden en 16 stuivers jaarlijks in hoofdsom van 280 gulden sprekende op Marre Verhel, weduwe van Lievert Schulten."

    Helmich is getrouwd (1) (gereformeerd; ondertrouwd te Amersfoort op 22 september 1607) met Wilhelmina Dircksdr, dochter van Dirck Gerritszn.

    Helmich is getrouwd (2) te Amersfoort op 22 september 1627 met Cornelia van Reviere. Kinderen: Anthony.

  4. Dirck van Westrenen, jongste zoon, overleden vóór 1638.

    • **-**-1610: "Hij vermaakt aan Dirck van Westrhenen, zijn jongste zoon, zijn huysinge, tegenwoordig bewoond door Johan van Westrenen, zijn oudste zoon. Tevens land te Bunschoten, te velde, waarvan het andere derde deel aan Helmich van Westrenen is vermaakt. Nog een rente van 34 gulden, 7 stuivers en 8 penningen jaarlijks, sprekende op doc. Altetus van Achtervelt, van 550 gulden hoofdsoms."

    • **-**-1616: Akte van verkoop door de erfgenamen van Dirck van Westrenen aan de Poth van 6 dagmaten in de Slaag, leengoed van de Sint Paulusabdij, met bijlagen, 1638-1639 en leenbrief van 1616 waarin Dirck van Westrhenen Aertsz beleend wordt met een vierde van de 12 dagmaten in de Slaag en leenbrief van 1625 waarin Eelgis Willemsz beleend wordt met een vierde van 12 dagmaten in de Slaag.

    • **-**-1639: Leenbrief van de Sint Paulusabdij waarbij in plaats van de erfgenamen van Dirck van Westrenen beleend wordt de Armen de Poth met een vierde van de 12 dagmaten.

Generatie VIII

VIII-a

Familiewapen van Pieter BothPieter Both, beleend met Seldrecht (1587), gouveneur-generaal Nederlands-Indië (1609-1614), geboren rond 1568, verdronken te Kaap de Goede Hoop (Zuid-Afrika) op 6 maart 1615, zoon van Hendrick Both (zie VII-a) en Elisabeth van der Schuer.

Portret van Pieter Both
Pieter Both

Vermeld als zwager van de schout.

Op 21 december 1599 vertrekt hij als Admiraal met 4 schepen van de Nieuwe of Brabantsche Compagnie naar Indië. De Nieuwe Brabantse vloot bestond uit de schepen Nederland, Verenigde Landen, Nassau en Hof van Holland. Op 26 april 1600 raakten de Hof van Holland en de Nassau van de rest van de vloot die op 6 augustus Bantam bereikte. In 1601 keert hij met de twee andere volgeladen schepen terug. De Verenigde Landen en Hof van Holland keerden uiteindelijk onder leiding van Paulus van Caerden in november 1601 ook terug.

De kort daarna opgerichte Verenigde Oostindische Compagnie richt een "Indische Regeringh" bestaande uit een Gouverneur-Generaal en een Raad van Indië op om de zaken in de beter te organiseren en verzoekt Pieter in 1609 om de eerste Gouverneur-Generaal van Indië te worden. Pieter Both twijfelde aan zijn eigen geschiktheid, maar hij vertrekt in 1610 met 8 schepen en komt ruim 10 maanden later, op 19 december 1610, in Bantam op Java aan. Pieter kreeg de opdracht om een geschikte plaats zoeken die zowel geschikt was als rendez-vous voor de schepen als geschikt als centrum voor het bestuur. Hij moest corruptie bestrijden en forten bouwen om het monopolie in de Molukken te kunnen waarborgen. Voor de handel concentreerde Pieter Both (en zijn onmiddellijke opvolgers) zich op de Molukken. Toch werd als bestuurlijk centrum West-Java gekozen omdat de Molukken niet voldoende voedsel (rijst) konden produceren voor de eigen bevolking én de V.O.C. dienaren. Bovendien was Java strategisch beter gelegen. Hij legde er de kiem voor de stad Batavia (Jakarta), sloot contracten met voornaamste vorsten der Molukken, veroverde Timor op de Portugesen en verjoeg de Spanjaarden van Tidore.

Pieter Both droeg op 6 november 1614 het gezag over aan Gerard Reynst en vertrok op 2 januari 1615 aan boord van het schip 'Banda' in een vloot van vier schepen, die een lading van 4,5 miljoen vertegenwoordigde, van de rede van Bantam. Hij bereikte Patria echter niet. Op 6 maart 1615 vergingen twee schepen, waaronder zijn schip, voor anker liggend voor de kust van Mauritius tijdens een zware storm en Pieter Both verdronk daarbij. De op één na hoogste top van Mauritius heet nog steeds Pieter Bothsberg.

  • 05-10-1602: Robbrecht Woert, Engels coopman, draagt in eigendom over aan Seth Wadsworth, mede Engels coopman, hetgeen hij tegoed heeft van de vierhonderd ponden Vlaems die hij heeft ingelegd in vier schepen die op 21 december 1599 van Tessel naar Oost Indiën zijn vertrokken, waar Pieter Bot, alsmede de opbrengst van geld ingelegd in twee schepen die op 28 juni 1600 van Tesse naar Oost Indiën zijn gegaan, waarop oppercommijse zijn geweest Cornelis Pieterszn en Pieter Pijneijn, en de opbrengst van geld ingelegd in veertien schepen, die dit jaar, 1602, van Holland en Zeeland naar Oost-Indië zijn gevaren, onder admiraal Wijbrant Warwijck.

    Bron: Oud Notariëel Archief Rotterdam, inventarisnummer 24, aktenummer 72, pagina 152.

  • 21-1-1613: (testament van Mattheus Gerbrantszn) "de helft van twee uterdijcken, gelegen aan wederzijde van de dijck streckende tot Crachtwijck (gemeen met Peter Both c.s". 1627: "de helft van de uterdijcken (waarvan de andere helft in bezit is van de erven van Peter Both)".

Pieter is getrouwd te Amersfoort op 1 maart 1603 (ondertrouwd aldaar op 20 februari 1603) met Sophia van Duverden van Voordt, overleden voor 20 november 1630, dochter van Cornelis van Duverden en Johanna van Voordt. Sophia is later hertrouwd (ten huizen van de bruid) te Amersfoort op 3 november 1618 (ondertrouwd aldaar op 29 oktober 1618) met Johan Zaell [Utenengh].

  • 30-09-1619: (gift) Hillegont Zaell (weduwe van Johan van Vanevelt [en grootmoeder van Pieter Both]) verklaart dat zij uit liefde en tot bevordering van het huwelijk van haar neef Johan Zael uuten Enghe met Joff. Sophia van Duverden van Voordt, diens huysvrouw, voor dato van het huwelijk mondeling gegeven had 600 Carolus gulden (van 20 stuvers het stuk) en haar "golde ketten" , waaraan zij de lijftocht behield zolang zij leeft. Johan Zael uuten Enghe, mede-comparant, verklaart dit te accepteren en zijn moeije [= tante] juffrouw Hillegont Zael daarvan bedankende. Getuigen: Jan Rycxz Proot (tekent: Jan Proet), Gerrit Willems (timmerman) en Claes Evertss (kistemaker).

  • 30-09-1619: (testament) Over en weer bemaken zij elkaar de levenslange lijftocht van de nabeschreven percelen goederen om door de langstlevende van hen beiden gebruikt te worden met een volkomen bewind en administratie: 1) Johan Zael uuten Enghe heeft zijn vrouw gelijftocht in een vierdel land gelegen in de Buijser in de jurisdictie van Amersfoort en in de renten van 500 Carolus gulden. 2) Sophia van Duverden van Voordt heeft haar man gelijftocht in anderhalve vierdel lands, zijnde leengoed van de Abdij van Sint Pouwels te Utrecht. Zij secluderen de Weeskamer. Getuigen: Jan Rijcxz Proot (tekent: Proet), Geert Willemsz (timmerman) en Claes Evertsz (kistemaecker).

  • 02-03-1620: Volgens een acte van een zekere Woutergen Both waren toen drie kinderen onmondig. Dit betekent dat één van de kinderen Aeltgen (1607) of Johanna (1609) reeds overleden was.

Uit dit huwelijk:

  1. Elisabeth Both [van der Poll], gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 13 december 1603.

    Elisabeth is getrouwd te Amersfoort op 28 april 1622 (ondertrouwd aldaar op 17 april 1622; huwelijksvoorwaarden op 29 december 1621) met Marcellus Thiens, afkomstig van Aken(?).

  2. Aeltgen Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 28 november 1604, jong overleden.

  3. Hendrik Both [van der Poll], gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 3 november 1605, volgt onder IX-a

  4. Aeltgen Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 1 februari 1607, jong overleden voor 20 maart 1630.

  5. Johanna Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 23 mei 1609, jong overleden voor 20 maart 1630.

VIII-b

Hendrick Both 'de oude', lidmaat te Amersfoort (1630), kameraar, testeert (1630), capitein van de burgerij (1632), geboren vóór 1574, overleden in december 1630, zoon van Hendrick Both (zie VII-a) en Elisabeth van der Schuer.

Hendrick is getrouwd (1) (ondertrouwd te Amersfoort op 12 december 1592) met Frederickgen Maesdr, afkomstig van Amersfoort, overleden vlak vóór 28 januari 1623, dochter van Maes en [Neeltgen?].

Zie ook:

Er zijn geen kinderen bekend uit dit huwelijk.

Er is sprake van een Marrichgen, natuurlijke dochter van Hendrick, die in 1613 overlijdt en begraven wordt. Onduidelijk is of het om een halve zuster, of een dochter, van Hendrick Both 'de Oude' gaat. Maar aangezien de vrouw van zijn broer Pieter als eerste wordt genoemd (Pieter is de oudste uit dat gezin) is het aannemelijk dat hier een halfzuster wordt bedoeld.

Hendrick moet tijdens hun huwelijk ook familiebanden hebben met Anthonis van Dompselaer. In 1616 blijkt dat hij voor éénvijfde deel eigenaar is van de goederen van Anthonis van Dompselaer zaliger. De rest was eigendom van de kinderen Henrick, Jannitgen, Aeltgen, en Barbara van Dompselaer. Ook de personen Jacob en Jacobgen van Dam worden met de erfenis genoemd. Zijn deel achter het stadhuis, naast zijn zoon Jan, verkoopt hij en van het perceel op de Havik koopt hij de rest van de erfgenamen.

In 1619 horen we het laatst van Frederickgen en in 1623 hertrouwd Hendrick met Beatrijs Taets. Haar overlijdensdatum is niet bekend maar is deze periode zijn er twee pestplagen geweest, zowel in 1619 (haar testament) als in 1623 (opening van haar testament). Door haar testement weten we dat Hendrick voor het huwelijk nog een natuurlijke zoon had, Jan Hendrickszn Both, die in 1609 reeds eigenaar was van een pand achter het stadhuis.

  • 17-04-1599: (octrooi Hove van Utrecht) "Er was (eerder) reeds octrooi verleend door de Hove van Utrecht. Voor datum dezes had zij samen met haar man Henrick Both een lijftocht laten passeren, die van kracht blijft. (1623)"

  • 22-09-1604: (octrooi Hove van Utrecht) Hendrick en Frederickgen bepalen te Utrecht haar lijftocht en nalatenschap. Genoemd worden onder andere de kinderen van haar overleden broers oude Peter Maeszn en jonge Peter Maeszn. Verder wordt ook Jan, de natuurlijke zoon van Hendrick, genoemd.

  • 19-02-1607: Emmitgen, weduwe van Dirck Bor, met Rijck Bosch haar momber voor ½ deel; Bor Jansz als peetvader en momber van de onmondige kinderen van Dirck Bor voor ½ deel lenen van Henrick Both en Frederickgen zijn vrouw, 150 gulden, met als onderpand het huis van de weduwe Emmitgen. Bron: Archief Eemland, transportregisters, inventarisnummer 436-13.

  • 05-01-1610: (testament van beiden) Zij vermaken elkaar de lijftocht van hun bezit, met uitzondering van de "clederen, linnen, wollen en cleynodiën", welke na het overlijden van de eerst overledene aan diens erfgenamen moeten worden overhandigd. De weeskamer wordt gesecludeerd.

  • 07-08-1613: (protest) Sophia van Duverden van Voordt, weduwe van Pieter Both, Hendrick Both, voor hemzelf en als vervanger voor Johan Both, Abraham Both en zijn zusters Catharina en Alidt (Aeltgen) Both verklaren uit broederlijke affectie ter begrafenis van Marrichgen, natuurlijke dochter van Hendrick Both, te gaan en de kosten en doodsschulden te betalen zonder zich als erfgenamen te gedragen.

  • 13-12-1619: (testament van Frederickgen) Zij verwijst naar haar uiterste wil, zoals bepaalt in de vorige testament, onverminderd de lijftocht van haar en haar man [Hendrick Both]. Verder is het haar uiterste wil dat haar erfgenamen aan haar man of zijn erfgenamen, voor haar portie tot haar overlijden toe, van het onderhoud van Jan, de natuurlijke zoon van haar man, niet meer op zullen eisen dan 200 Carolus gulden, waarop zij haar deel van het onderhoud had begroot.

  • 15-12-1621: (verklaring) Wijntgen Hendricksdr, als weduwe van Peter Maeszn, en Hendrick Both, respectievelijk als bestemoeder (= grootmoeder) en nomine uxoris (= oudoom) van de kinderen van Peter Peterszn zaliger verklaren te conserteren in de scheiding en bewijs van des vaders goeds, welke de weduwe van Peter Peters doen zal voor de heren weesmeesters der stad Amsterdam.

  • 28-01-1623: (testament van Frederickgen, opening)

Hendrick is getrouwd (2) te Amersfoort op 14 april 1623 (ondertrouwd aldaar op 2 april 1623) met Beatrijs Cornelisdr Taets, lidmaat in Amersfoort (1630), afkomstig van Amersfoort, overleden in december 1630, dochter van Cornelis Taets. Beatrijs is eerder getrouwd geweest te Amersfoort op 12 oktober 1585 met Wolter Meynszn, schepen van Amersfoort, kerkmeester van de Sint Joriskerk in Amersfoort, testeert (1619), overleden tussen 21 januari 1619 en 19 september 1621, zoon van Meyn en Hillitgen Jansdr.

Er zijn geen kinderen bekend uit dit huwelijk.

  • 19-09-1621: Beatrijs Cornelisdr Taets wordt vermeld als moeije (= tante) waarvan inboedel en huisraad, inclusief het beste bed, gekomen zijn. Haar eerste man zal dan waarschijnlijk reeds overleden zijn.

  • 10-12-1622: het vierde part van een beekvierdel buiten de Kamperpoort voorbij de Eerste Steeg, zoals gemeenschappelijk met Peter Geysbertsz en Beatrix Cornelis Taets

  • 14-12-1623: (testament van Henrick Both en Beatris Cornelisdr) Over en weer bemaken zij elkaar de levenslange lijfrente van al hun na te laten goederen, met een volkomen bewind en administratie. Uitgezonderd de klederen en cleynodien to hun lijve behorende. Zij secluderen de Weeskamer. Akte te Amersfoort, ten woonplaatse van de comparanten. Getuigen: Willem Willems. van Groteloo, Gysbert Bor en Gysbert Aernts. Botter. Met verwijzing naar de open brieven van Octrooi Hove van Utrecht (17 april 1599 en 22 september 1604).

  • 04-02-1624: (transport) Hendrick Both de oude verklaart een tiend ontvangen te hebben door 'een bijl in de aarde te houwen, een stuk veld of gort daaruit heeft gestoken en van het gwas enige goorden afgesneden heeft'. Getuigen bij deze verklaring waren onder andere Jacob van Dam en Dirck Verburch, echtgenoot van Jacobgen Jacobsdr van Eem. Deze getuigenis wordt herhaald op 29 mei van hetzelfde jaar.

  • 29-05-1624: Hendrick Both comparant heeft zich vanuit amersfoort begeven naar het Erve en goet genaamd 'de Swaarte Goor', gelegen in Stoutenborch en waarvan Thonis Lambertss bruycker is. Eveneens op een daarbij gelegen camp land dat Gerrit Jans. Colverschoten gebruikt en op een camp land waarvan Gerrit Jans opte Cortenijp bruycker is. Eveneens op het land door Reijer Dircxz gebruikt en een camp land waarvan Thonis Aris bruycker is. Alwaar de comparant, volgens de leenbrieven, voor de ene helft op 3 februari laatstleden en voor de andere helft gisteren, ontvangen van de Leenhove van de Baronie van Isselsteyn van de Swarte Goorsen tyendt en deze tiend verkregen heeft door "met een byll eenige tacken van het gewasch ende met een schup eenige gront uut gesteecken ende afgehouwen heeft".

  • 02-08-1624: Hendrick Both wordt in een testament genoemd door zijn broer Abraham en zijn zusters Catharina en Aeltgen bij het nalaten van goederen. Indien hij zou overlijden zonder echte geboorte dan zouden de goederen vervallen aan het nageslacht van wijlen Pieter Both. Mochten deze ook niet meer in leven zijn dan vererven de goederen op Steven en Elisabeth (weduwe van Sonck) van der Schuer. De goederen omvatten de erven Calveen en Tenburch, waarvan Hillegont Sael de lijftocht bezit.

  • **-07-1625: Johan Rycholt [van Ruitenbeeck] en zijn vrouw Feijnsgen Jansdr [Taets], dochter van Jan Corneliszn Taets, " beyde syeck van lichaeme synde" , willen dat hun kinderen na hun dood voorzien zullen zijn van getrouwe mombers, die het beheer van hun goederen zouden mogen hebben. Zij stellen aan tot mombers over hun kinderen: hun zwager Dirck Camp [echtgenoot van Beatrijs Jansdr Taets, dochter van Jan Corneliszn Taets] en hun oom Henrick Both [echtgenoot van Beatrix Cornelisdr Taets] en de langstlevende van hen beiden, die ook voor hun overlijden andere getrouwe mombers naar hun discretie zullen mogen stellen in hun plaats. Zij secluderen de Weeskamer. Akte ten woonplaatse van de comparanten. Opmerking: De akte is ongedateerd, getuigen worden niet genoemd; de akte is niet gepasseerd.

  • 04-08-1625: Hendrick Both herroept alle eerdere testamenten, met uitzondering van de lijftocht voor zijn huidige vrouw Beatris Cornelis welke zij elkoor nog zullen bemaken. Genoemd worden de kinderen van zijn overleden broeder Pieter Both, zijn broeder Abraham Both en zijn jongste broeder Johan Both, en zijn beide zusters Catharina en Alidt Both. Verder legeert hij aan de kinderen van Henrickgen Both zaliger, gehuwd geweest met Aernt van Westrenen, en aan de kinderen van Henrickgen Both zaliger, gehuwd geweest met Theodoor Ferresis. Verder wordt de nog in leven zijnde Lammichgen Both genoemd. De tekst vermeld helaas niet de verwantschap tot die laatste personen. Zijn natuurlijke zoon, Jan Hendrickszn, is ook nog steeds in leven.

  • 06-06-1626: Overdracht van schuld op 6 juni door Cornelis Peterszn, zoon van Peter Corneliszn zaliger en Anna Meynsdr. Cornelis verklaart de 200 Carolus gulden ontvangen te hebben van Henrick Both en diens vrouw Beatris Cornelis met de onbetaalde renten, waarvan Wouter Meynsszn (de oom van de comparant) aan hem de jaarlijkse renten had betaald. Hij verklaart verder een lijfrentebrief verkocht te hebben aan Henrick Both en zijn vrouw van 25 Carolus gulden per jaar, die Wouter Meynszn ten lijve van hem comparant, belegd had de dato 1 augustus 1604 op de Heren Staten 's Lands van Utrecht. Hij verklaart van de kooppenningen daarvan betaald te zijn ten bedrage van 125 gulden ten behoeve van Henrick Both, diens vrouw Beatris Cornelis en hun erven. In plaats van de renten te betalen van die 200 gulden, zullen die worden ingehouden op zijn portie aan de legitiemen van Hillichgen Jans (de moeder van Wolter Meynss. en zijn bestemoeder [=grootmoeder]) en die nu dus aan Hillichgens erfgenamen toebehoren. Beatris Cornelis geniet de lijftocht van Wolter Meynsszn zaliger. Na haar dood zullen Henrick Both of diens erfgenamen en de erfgenamen van Beatris Cornelis de genoemde 200 gulden vooraf ontvangen uit de portie van de comparant. Akte ten woonplaatse van Henrick Both. Getuigen: Dijrck Camp en Lodowyck Gosenszn Taets (hij tekent als: Loedevich Gosen Taest)

  • 31-08-1630: Verklaring op 31 augustus door Henrick Both de oude: Hij verklaart dat Reyer Cornelis Taets (broer van zijn huysvrouw) en zijn huysvrouw Anna Thonis beiden zijn overleden en dat bij afwezigheid van hun kinderen comparant genoodzaakt was de begrafenis te regelen, de kosten voor te schieten en zorg voor de boedel te dragen, maar dat hij zich niet als erfgenaam opstelt. Getuigen: Henrick Aertzn. van Os en Cornelis van Ingen.

  • **-12-1630: december: (lidmatenregister) Vermeld Hendrick Both den ouden, kameraar, dood, en Beatrix, huisvrouw van Hendrick Both, dood.

  • **-**-1637: Akte van erfscheiding ten overstaan van notaris C. van Ingen te Amersfoort, tussen het Sint Jansklooster enerzijds en Dirck Camp, als voogd van zijn echtgenote Beatrijs Jansdr Taets, dochter van Jan Corneliszn Taets, en Johan Rijckholt van Rutenbeeck, als voogd van zijn echtgenote, Feijnsgen Jansdr Taets, dochter van Jan Corneliszn Taets, en kinderen, erfgenamen van Beatris Cornelis Taetsdochter, in leven vrouw van Henrick Both, anderzijds, van een vierdel land aan de Lageweg in de stadsvrijheid.

Zijn bastaardkinderen:

  1. Johan Hendrickszn Both (1604-1641), geboren vóór 1591, overleden na 17 juli 1641.

    • 22-09-1604: (octrooi Hove van Utrecht) Hendrick en Frederickgen bepalen te Utrecht haar lijftocht en nalatenschap. Genoemd worden onder andere de kinderen van haar overleden broers oude Peter Maeszn en jonge Peter Maeszn. Verder wordt ook Jan, de natuurlijke zoon van Hendrick, genoemd.

    • 04-08-1625: (testament van Hendrick Both) Zijn natuurlijke zoon, Jan Hendrickszn, is nog steeds in leven.

    • 17-07-1641: Johan Hendrickszn Both, zijn vrouw, en hun erven kopen en hof buiten de Bloemendaalsepoort op de hoek van de Derde Steeg.

    Jan is getrouwd tussen 1604 en 1622 met [onbekend].

VIII-c

Johan Both, luitenant in dienst van de Verenigde Nederlanden, geboren na 1571, overleden tussen 4 augustus 1625 en 20 maart 1630, zoon van Hendrick Both (zie IV-a) en Elisabeth van der Schuer.

  • 27-01-1620: Johan Both en zijn vrouw Trijntgen verkopen de helft van een Hof buiten de Andriespoort.

  • 19-03-1621: Jan Both koopt een hof buiten de Andriespoort van jfr. Elisabeth Cornelisdr, weduwe van zijn zwager, Johan van Duverden van Voordt, in leven schout van Amersfoort.

  • 04-08-1625: (testament van Hendrick Both) Legeert aan zijn broeder Abraham Both en zijn jongste broeder Johan Both met eenre hand (respectievelijk hun na te laten geboorte); zijn zusters Catharina Boths en Alidt Boths met eenre hand. Onder verband dat wanneer de kinderen van zijn broeder Jan Both alle zouden overlijden zonder geboorte na te laten, alles wat de kinderen krachtens dit testament geërfd zouden hebben, weer komen zal op zijn voorschreven broeders en zusters en broeders kinderen.

  • 20-03-1630: (testament van Hendrick Both) Hij prelegateert nog aan de voorkinderen van Catharina Steltmans, die door Johan Both zaliger, (comparants broeder) verwekt zouden zijn, elk 100 carolus guldens, die op elkander zullen vererven indien enig van hen sterft zonder nalatende geboorte. Sterven beiden zonder geboorte, dan zal dit vererven op de naaste van comparants zijde.

Johan is getrouwd met Catharina " Trijntgen" Steltemans, overleden na 8 april 1643. Trijntgen is later hertrouwd te Amersfoort op 11 april 1626 (ondertrouwd aldaar op 25 maart 1626) met Jacob Janszn, afkomstig van Amersfoort.

Uit dit huwelijk: :

  1. Elisabeth Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 10 juli 1621, volgt onder IX-b

  2. Hendrickje Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 8 augustus 1624, volgt onder IX-c

Generatie IX

IX-a

Hendrik Both 'de Jonge', alias Hendrick Both van de Poll, burgemeester te Amersfoort, testeert (1633), gedoopt (gereformeerd ) te Amersfoort op 3 november 1605, overleden voor 15 juli 1667, zoon van Pieter Both (zie VIII-a) en Sophia van Duverden van Voordt.

Hendrik is getrouwd te Amersfoort op 14 april 1638 met Alida Evertsdr Vlugh, wonende Amersfoort (1638), overleden tussen 10 augustus 1679 en 1688, dochter van Everhard Lubbertszn Vlugh en Belitgen Lambertsdr. Alida is eerder getrouwd geweest met Wilhelm van der Hoeven, advokaat te Nijmegen.

  • 04-12-1651: Akte waarbij Henrick Both, oud-burgemeester van Amersfoort, als gemachtigde van Henrick de Haen, burgemeester van Frederickstadt en van Deliana van Deuverden, echtelieden en erfgenamen van wijlen Johan van Deuverden van Voord, in zijn leven schout van Amersfoort, en van Adriaen Coninc en Wilmina van Deuverden van Voord en van Cornelis van Deuverden, apotheker te Oudt-Beijerlant, samen kinderen en mede erfgenamen van voornoemde Johan van Deuverden, transporteert ingevolge verkoop van 16 december 1650 een huis aan de Nieuwstraat met twee woningen daarachter te Amersfoort aan mr. Henrick van Outerff.

  • 10-08-1679: (schuldbekentenis) Cornelis Jordens, wonende te Haren, bekent schuldig te zijn aan Aleyda Vlugh, weduwe van burgemeester Both 84 gulden, zijnde 3 jaar pacht van het land in Maren, bij hem gebruikt.

Uit dit huwelijk:

  1. Sophia Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 21 maart 1639, jong overleden.

  2. Sophia Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 6 februari 1642.

  3. Petrus "Pieter" Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 26 september 1645, volgt onder X-a

IX-b

Elisabeth (Lijsbertgen, Lijsbetge) Both, lidmaat hervormde gemeente te Amersfoort (1647), gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 10 juli 1621, dochter van Johan Both (zie VIII-c) en Catharina "Trijntgen" Steltemans.

Elisabeth is getrouwd (ondertrouwd te Amersfoort op 8 april 1643, attestatie van Hoevelaken) met Hendrick van Oucoop (1647), lidmaat hervormde gemeente te Amersfoort (1647), gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 16 maart 1623, zoon van Jan Hendrickszn Oucoop (raad Sint-Lucasgilde) en Hester Berendsdr Somers.

Met het huwelijk werd ze geassisteerd daar haar moeder.

  • 14-05-1688: Akte van verkoop: De kinderen van Hendrickgen Both, gehuwd geweest met Willem Damen, verklaren verkocht te hebben aan de erfgenamen van wijlen jonkvrouw Aleyda Vlugh, in leven wed. van Henrick Both [zoon van hun oudoom Pieter Both], outburgemeester van Amersfoort: éénvierentwintigste part van het erf Calveen onder het Hogeland, in gebruik bij Gerrit Willems, wesende leengoed van ..... (niet ingevuld), hetgeen hen aanbestorven is of hergekomen is van wijlen Johan Both, in sijn leven luitenant ter Dienst van de Verenigde Nederlanden, hun grootvader. zeventien-vierentwintigsten part behoort aan de genoemde comparanten /erfgenamen, vijf-vierentwintigsten part aan Elisabeth Both [dochter van hun oudoom Pieter Both], weduwe van stadhouder Thiens te Aecken en één-vierentwintigsten part aan de kinderen van Elisabeth Both [hun tante], weduwe van Henrick Oucoop.

  • 16-11-1689: Catharina van Ankoop, bejaarde dochter voor haarzelf en als gemachtigde van Hester Ankoop, eveneens bejaarde dochter, haar zuster, wonende te Amsterdam, en de rato caverende voor haar zuster Magdalena van Ankoop, getrouwd met Cornelis Lambartsen en haar broeder Jan Ankoop, beiden uitlandig, tezamen kinderen en erfgenamen van Elisabeth Both, weduwe van Hendrik van Ankoop, verkoopt een huis aan de Langestraat.

  • 16-11-1689: Catharina van Ankoop, bejaarde dochter voor zichzelf en als gemachtigde van Hester Ankoop mede bejaarde dochter, haar zuster wonende te Amsterdam en de rato caverende voor haar zuster Magdaleentje Ankoop, gehuwd met Cornelis Lambartsen en haar broer Jan Ankoop die beiden in het buitenland zijn, die kinderen en erfgenamen zijn van Elisabeth Both, weduwe van Hendrick van Ankoop (procuratie 21 november 1689 voor notaris Jacobus Natham te Amsterdam)

Uit dit huwelijk:

  1. Magdalena van Oucoop, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 25 februari 1644.

    Magdalena is getrouwd met Cornelis Lambertsdr.

  2. Johannes van Oucoop, uitlandig (1689), gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 8 april 1649.

    Johannes is getrouwd te Amersfoort op 5 mei 1674 (ondertrouwd aldaar op 16 april 1674) met Lijsbeth Lambertsdr, afkomstig van Amersfoort.

  3. Catharina van Oucoop, bejaard (1689).

  4. Hester van Oucoop, bejaard (1689), woont te Amsterdam (1689), gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 28 september 1651.

  5. Hendrick Oucoop, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 18 oktober 1653.

IX-c

Hendrickje Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 8 augustus 1624, dochter van Johan Both (zie VIII-c) en Catharina "Trijntgen" Steltemans.

Hendrickje is getrouwd te Hoevelaken op 12 april 1645 (ondertrouwd te Amersfoort op 22 maart 1645) met Willem Damen/Daemsen, afkomstig van Nijkerken.

  • 14-05-1688: Akte van verkoop: De kinderen van Hendrickgen Both, gehuwd geweest met Willem Damen, verklaren verkocht te hebben aan de erfgenamen van wijlen jonkvrouw Aleyda Vlugh, in leven wed. van Henrick Both [zoon van hun oudoom Pieter Both], outburgemeester van Amersfoort: éénvierentwintigste part van het erf Calveen onder het Hogeland, in gebruik bij Gerrit Willems, wesende leengoed van ..... (niet ingevuld), hetgeen hen aanbestorven is of hergekomen is van wijlen Johan Both, in sijn leven luitenant ter Dienst van de Verenigde Nederlanden, hun grootvader. zeventien-vierentwintigsten part behoort aan de genoemde comparanten /erfgenamen, vijf-vierentwintigsten part aan Elisabeth Both [dochter van hun oudoom Pieter Both], weduwe van stadhouder Thiens te Aecken en één-vierentwintigsten part aan de kinderen van Elisabeth Both [hun tante], weduwe van Henrick Oucoop.

Uit dit huwelijk:

  1. Isack Damen.

    Isack is getrouwd met Maria Nooyer.

  2. Othje Damen.

    Othje is getrouwd met Jan Willemszn.

  3. Willem Damen.

  4. Catharina Damen.

Generatie X

X-a

Pieter Both, vaendrich van de borgerij (1667) en raad te Amersfoort (1669-1675), gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 26 september 1645, overleden in september 1673, zoon van Hendrik Both (zie IX-a) en Alida Evertsdr Vlugh.

  • 15-06-1667: (machtiging) Pieter Both is zoon van Henrick Both, in leven burgemeester van Amersfoort. Machtiging is naar aanleiding van het overlijden van Henrick Both. Gemachtigde is Cornelis van Dael, borger te Amersfoort, om te vervallen het leen van 4 morgen landt op de Noordt behorende onder de abdij van Sint Pouwel te Utrecht.

  • 06-08-1667: Aangesteld als gemachtigde van Aleyda van Dompselaer (weduwe Albert Moy): Cornelis van Dael, borger te Amersfoort, over de rechte helfte van Groot Emelaer, die oude hofstadt, en Cleyn Emelaer en den Kijfcamp (die horst Quattelenburgh), gelegen in gerechte Stoutenburg, kerspel Leusden, leenroerigh aan de huyze van Nijvelt, waarvan de andere helft toebehoort aan Peter Both, zoon van Henrick Both (burgemeester van Amersfoort) zoals wijlen Willem Moy haar bij maechgescheyt (maagescheid) tussen haar en de mombers van haar kinderen heeft toegeërft, om in haar naam op te treden.

  • 06-08-1667: Aangesteld als gemachtigde van Aleyda van Dompselaer (weduwe Albert Moy): Cornelis van Dael over de leenhuyse van Nijvelt om te bekennen deuchdelijk schuldig te zijn aan (doctor) Godefridus Vluggius, borger te Amersfoort en zijn erven, 600 carolus guldens en aan Weyntje Sebeeck, wonend Amersfoort, 500 carolus guldens. Deze 1100 carolus guldens spruiten voort eensdeels uit 5 distincte obligaties, andere deel uit verstrekte penningen aan Vlugh en Weyntje Sebeeck of hun erven, waarvan Vlugh recht heeft op interesse 30 carolus guldens en Sebeeck 25 carolus guldens zonder korting van 30% en 40% minder of meerdere penningen redemptie huysgelt en schattinge en impositie reeds op de constitutie van de rente gesteld. - 1e jaar rente verschijndag is op 1 september 1668 1) tot verzekering van de kapitalen en rente aan Vlugh en Sebeeck een speciale hypotheek te stellen met als onderpand de gerechte helft van de gehele thienden groot en smal, wild en tam van alle 3 erven genaamt: Groot en Cleyn Emelaer en de Kijfcamp 2) bij wanbetaling van de jaarlijkse rente te assigneren op de pachters van de thienden, deze pachters te ordoneren de verschenen rente te voldoen en te betalen sij aan haar pachtpenningen zullen mogen korten mits exhiberende quitantie van Vlugh en Seebeeck.

  • 30-04-1668: Jan Gijsberts machtigt Jacob Morray, notaris, om op hem (Jan) te laten transporteren voor stadhouder en leenmannen van de huyse van Nievelt de helfte van alle thienden, groot (of groff) en smal, wilt en tam van alle 3 erven genaemt Groot Emelaer, de oude hoffstadt en Cleyn Emelaer en ook uit die horst Quattelenburgh gen. de Kijffcamp, onder Stoutenburg, karspel Leusden, waarvan de wederhelft behoort aan Pieter Both, zoon van wijlen Henrick Both, burgemeester van Amersfoort.

  • 30-04-1668: Jan Gijsberts van Deventer verklaart dat hem maar de helft van de helft van bovenstaande toekomt, dus éénviere part en de andere éénvierde part aan Pieter van Wijck, schout van Stoutenburgh.

Pieter is getrouwd te Utrecht op 8 juni 1670 (ondertrouwd te Amersfoort op 20 mei 1670, attestatie van Utrecht) met Margaretha van Helsdingen, lidmaat te Amersfoort (23 april 1671), overleden te Amersfoort tussen 15 juli 1676 en 14 september 1676, dochter van Pieter van Helsdingen (secretaris te Amersfoort) en Maria Bor. Margaretha is later hertrouwd (ondertrouwd te Amersfoort op 16 januari 1675) met Henrick Jacobszn Temminck, overleden na 3 januari 1679 (vlak na), zoon van Jacob Temminck.

  • 06-06-1670: De heer Peeter Both, Raet deser Stadt raad te Amersfoort in 1669-1673 ende Joffrou Margareta van Helsdingen, geboden gaen tot Uytrecht, bethoon op Utrecht den 6 juny 1670.

  • 08-06-1670: De Heer Peeter Both, raedt der Stadt. Amersfoort en Joffrou Margareta van Helsdingen, get. van den bruydegom, Joffrou Alida Vluggen, weduwe van den borgemeester Both, sijne moeder, en van de bruyt, Margareta Snoeck, weduwe van de Raetsheer Helsdingen, haer grootmoeder. Proclamatie tot Amersfoort, den 8 july 1670, in den Dom getrout.

  • 22-09-1670: (testament).

  • 26-01-1671: (akkoord) Peter Both (echtgenoot van Margareta van Helsdingen) wordt samen met de kinderen van Maria Bor en Peter van Helsdingen en Christiaen van Helsdingen tot de erven van Elisabeth Bor gerekend, bij de regeling voor de nalatenschap van Elisabeth Bor.

  • 23-09-1671: (afstand) Van rechten door Cornelis Sinapius, weduwnaar van Elisabeth Bor, ten behoeve van de erfgenamen.

  • 01-10-1673: (testament) Over en weer bemaken zij elkaar lijftocht en vruchtgebruik van de nalatenschap, uitgezonderd de lijfsbehoren. Met uitsluiting van de weeskamer. Benoemen tot voogden naast de langstlevende: Johan Temmingh, Ds. Anthoni Muydenis, Adriaen Coningh en Lambert Dabbers. Getuigen: Aert Loochen, luytenant schout, Steven Geurts. van Brinkesteijn en Cornelis Lamberts.

  • 16-01-1675: Hendrick Temminck Jacobsz, jongeman van Amsterdam, ende Margreta van Helsdingen, weduwe van Pieter Both, in sijn leven Raet der Stadt Amersfoort.

  • 11-07-1676: (voogdijstelling) Margaretha benoemt tot momber en voogd over haar voorkind Henrick Both, in plaats van haar oom Anthonis van Muijden saliger, haar man Henrick Temminck. Getuigen: Steven Geurts. van Brinckesteijn, Cornelis van Ghemen en Mathijs van Bogerijen, borgers van Amersfoort.

Uit dit huwelijk:

  1. Hendrick Both, gedoopt (gereformeerd ) te Amersfoort op 3 december 1672, volgt onder XI-a

Generatie XI

XI-a

Hendrick Both, schepen en raad Amersfoort (1692-1701, 1704, 1705, 1708), burgemeester (1702, 1703, 1706, 1707, 1710), raad en bewindhebber van de Oost Indische Compagnie te Amsterdam (1711-1722) en lidmaat (1688), gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 3 december 1672, overleden aldaar op 29 maart 1722, begraven aldaar op 4 april 1722, zoon van Pieter Both (zie X-a) en Margaretha van Helsdingen.

  • **-**-1582: Stukken betreffende het beslag, op bevel van Gedeputeerde Staten van Utrecht gelegd op het vee, gevoerd van en naar de Amersfoortse ossenmarkt, wegens de nalatigheid der burgers van Amersfoort inzake de betaling van de Oudschildgelden en de vrijwillige gijzeling van Henrick Both en Herman Joostenssoon, schepenen van Amersfoort, binnen de stad Utrecht, totdat de belastingschuld is afbetaald.

  • 09-01-1683: (verhuur) Opnieuw verhuur van een kampje lands, genaamd "den Tintel en Nyenengh", gelegen onder den Gerechte van het Hogeland door Jan Evertszn. Door Lambert Dibbets, mede-momber van Hendrick en vanwege de verdere eigenaren.

  • 18-04-1683: (transport) Hendrick, onmondige nagelaten zoon van Pieter Both en Margaretha van Helsdingen, leent 400 gulden van Jan Goosenszn en zijn vrouw Grietje Rijcx met als onderpand "de helft van een huis, hof en hofstede in de Teut, waarvan de wederhelft Geertje Rijcx, eerste mans huis toekomt."

  • 30-10-1686: (testament) Hendrik Both, nagelaten zoon van Pieter Both en Margaretha van Helsdingen ontvangt een 'oorlogie' en 50 gulden uit een nalatenschap van Clementia van Middeldorp (weduwe van Adriaen de Coninck).

Hendrick is getrouwd (1) te Amersfoort op 24 november 1691 (ondertrouwd aldaar op 6 november 1691) met Lamberta Morray, lidmaat te Amersfoort (1688), dochter van Lambert Morray en Johanna Vermeulen.

  • 02-06-1694: (openbare verkoping) Verkoop van vierde deel van de grove en smalle tiend, genaamd den Emelaer van der Kryffkamp, onder Stoutenberg. 1ste partij: erven Josina van Dompselaar, weduwe van Peter van Wyck.

  • Handtekening van Hendrick Both20-10-1694: (transport) Henrick Both, zijn vrouw en hun erfgenamen kopen "huis, hof en hofstede, staande en gelegen in de Nieuwstraat met de woningen daaraan annex, waarvan het ene in dezelfde straat en de andere in de Stovestraat staat en erop uitkomt" van Geertruid van Outerf.

  • 22-12-1694: (overdracht) Overdracht van vierde part van tiende van drie erven in Stoutenburg. 1ste partij: de erven van Josina van Dompselaar, weduwe van Peter van Wyck.

  • **-**-1703: Hij schrijft "Korte memorie tot wederlegging der valse praetexe attestatiën, enzovoort," tijdens de troubelen te Amersfoort.

  • **-**-1703: Verklaring voor het gerecht van Amersfoort afgelegd door de huishoudster van Hendrik Both, waarin zij getuigt van diens onwil om burgemeester te worden.

Uit dit huwelijk:

  1. Johanna Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 27 oktober 1692, volgt onder XII-a

  2. Margaretha Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 12 januari 1694, volgt onder XII-b

  3. Pieter Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 24 mei 1695. [begraven aldaar op 23 oktober 1717].

  4. Aleijda Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 7 september 1697, volgt onder XII-c

  5. Jacoba Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 8 augustus 1699, ongehuwd begraven te Amersfoort oop 8 december 1779.

  6. Gouda Both, lidmaat (1720), (gereformeerd) gedoopt te Amersfoort op 24 februari 1702, volgt onder XII-d

Hendrick is getrouwd (2) Wijk bij Duurstede op 5 februari 1704 (ondertrouwd te Amersfoort op 17 januari 1704, attestatie van Wijk) met Eva Bitter, overleden te Amersfoort op 25 augustus 1729, dochter van Jan Bitter (burgemeester te Wijk bij Duurstede) en Barta Eygels.

  • **-**-1707: Memorie, opgesteld door Hendrik Both, om zijn recht te bewijzen op twee vicarieën te Amersfoort, afkomstig van de familie Vlugghe, met genealogisch overzicht van deze familie.

  • **-**-1709: Rekest aan de staten van Utrecht afkomstig van Hendrik Both, om zijn zoon Pieter te begeven met de thans door hem bezeten prebende in het kapittel van Sint Jan te Utrecht.

  • 04-04-1710: (transport) Henrick Both en Eva Bitter verkopen "een damet tabaksland met zijn elzen hegge, gelegen bij het Voordse Bruggetje" aan Jan Gort de Jonge.

  • 20-07-1712: (transport) Harmannus Craan, procureur als gemachtigde van Hendrick Both en vanwege de provincie van Utrecht gecommitteerde ter vergadering van de heren bewindhebbers der geoctrojeerde Oost-Indische Compagnie ter Camere van Amsterdam, verkoopt aan (Johannes van) Veersen Diemsrsoon (bakker) "een huis, hof en hofsede aan de Nieuweweg, tussen de Vijver en de Krommestraat" en "een huis, staande aan de Nieuweweg op de hoek van de Vijver."

  • 13-08-1712: (transport) Hermannus Caan als gemachtigde van Hendrik Both en zijn vrouw Eva Bitter verkoopt "een huis, hof en hofstede met schuur, staande in de Nieuwstraat en achterin de Stovestraat uitkomende" aan Anthonia van Bemmel, weduwe van Anthonij van Brinckesteijn (schepen).

  • 21-06-1717: (transport) Henrick Both en Eva Bitter verkopen "huis, hof en hofstede aan de Langestraat" aan Willemina van der Maath, weduwe van Gijsbert Spijcker (blickeslager).

  • 31-10-1717: (transport) Henrick Both en Eva Bitter verkopen "een huis, hof en hofstede staande in de Muurhuizen" aan Rutger Coelen en zijn vrouw Heijltje Watervoort.

  • **-**-1718: Hendrick wordt beleend met de helft van de tienden van Groor en Klein Emelaar door Gijsbert van Deventer. Na zijn dood wordt Jan Both hiermee beleend.

  • 24-12-1725: (transport) Eva Bitter, weduwe en boedelhoudster, verkoopt "huis, hof, hofstede met aparte woning annex in de Nieuwstraat met de stal in de Stovestrat uijtcomende" aan Hendrik Scheerder, weduwnaar van Maria Kuijt.

  • 24-12-1725: (transport) Eva Bitter, weduwe en boedelhoudster, verkoopt "huis, erf en grond met schuur, staande aan het eind van de Krommestraat" aan Gijsbertus Oudendoelen (brouwer) en Carl Warneke (bombazijdewerker).

  • 24-12-1725: (transport) Eva Bitter, weduwe en boedelhoudster, verkoopt "twee en een halve morgen bosland gelegen in de Vlasakkers, strakkende van de Heeserweg tot aan de Soesterweg toe" aan Henrik Craanen en zijn vrouw Henrikje Breeckers, voor de ene helft, en Geertruijd van Isselt, weduwe van Wessel Craanen, voor de andere helft.

  • 26-08-1729: (Boedelscheiding) Erfgenamen: Barta Both, gehuwd met Samuel Padtbrugge (raad van Amersfoort) en Johan Both (minderjarig).

  • 16-12-1730: (verwerping) Verwerping nalatenschap door Bartha Both.

  • 08-01-1731: (kwitantie) Kwitantie van erfgenaam zoon Jan Both.

  • 28-12-1731: (verwerping) Verwerping van nalatenschap door Johanna Both, gehuwd met Allard Pannekoek, Margaretha Both, gehuwd met Roeloff van Goudoever en Gouda Both, ten behoeve van halve broeder en zuster Jan Both en Bartha Both, gehuwd met Samuel Padbrugge.

Uit dit huwelijk:

  1. Bartha Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 15 maart 1705, volgt onder XII-e

  2. Jan Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 20 februari 1707, volgt onder XII-f

Generatie XII

XII-a

Johanna Both, gedoopt (gereformeerd ) te Amersfoort op 27 oktober 1692, begraven te Amersfoort op 21 januari 1766, dochter van Hendrick Both (zie XI-a) en Lamberta Morray.

Johanna is getrouwd te Amersfoort op 15 april 1721 (ondertrouwd aldaar op 27 maart 1721) met Allard Pannekoek, advokaat, schepen te Amersfoort en raad te Amersfoort, overleden voor 29 oktober 1748, zoon van Wijnand Pannekoek en Henrica van Bemmel.

  • 29-10-1748: (verkoop) Johanna Both (weduwe van Alard Pannekoek) en Steven van Brinckesteijn kopen van Anna van Oosterhoff "Seekere viertel, zijnde tegenwoordig bouwland met wallen, heggen, tabaxschuur van 8 gebinten genaamd Ravensland en Ravensschuur, gelegen de viertel buiten de Utrechtsepoort te Amersfoort, daarboven de Soesderweg en beneden de 2de comparante" elk voor een halve part.

  • 05-11-1754: Johanna Both (weduwe van Alard Pannekoek) en Anna Maria (weduwe van Steven Brincksteyn) verkopen aan Adolph Hol (meerderjarig) een "tabaxschuur, negen gebinten, buyten de Utrechtse poort aan de Soesterweg, genaamd de Ravenschuur."

  • 30-08-1755: Johanna Both, weduwe en boedelhoudster van Allard Pannekoek (zoon van Wijnand Pannekoek en Henrica van Bemmel) royeerd de aflossing van Wijnand Pannekoek betreffende de koop van "een schuur, nu voor een gedeelte tot een huis geappropieerd, staande Achter de Kamp op de hoek van de Kreupelstraat", waarvoor op 19 maart 1717 door Wijnand een lening was aangegaan van 300 gulden.

  • 18-11-1759: (verhuur) Johanna Both (weduwe van Alard Pannekoek) en Anna Maria Gabrij (weduwe van Steven van Brinkesteyn) verhuren aan Cornelis Marcussen van de Beek een "Seeker stuk weII- en bouwland aan de Soesderwegh, genaamd 'het Ravensland', uitgezonderd de daarop staande tabaxschuur." Borg voor de huur: Dirk Evertsen Roelen (borger en voerman te Amersfoort).

Uit dit huwelijk:

  1. Wijnand Pannekoek, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 18 januari 1722 (getuigen: Hendrik Cornelis Pannekoek), jong overleden.

  2. Hendrik Pannekoek, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 8 oktober 1723.

  3. Lamberta Pannekoek, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 12 april 1726.

  4. Hendrica Pannekoek, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 5 oktober 1727.

  5. Johanna Jacoba Pannekoek, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 25 februari 1729.

  6. Wijnand Pannekoek, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 14 mei 1737.

XII-b

Margaretha Both, lidmaat (1716), gedoopt te Amersfoort op 12 januari 1694, begraven aldaar op 14 februari 1761, dochter van Hendrick Both (zie XII-a) en Lamberta Morray.

Het wapen van Magaretha bestaat uit een roos in het midden met daarom rond drie leliën.

Margaretha is getrouwd te Amersfoort op 4 juli 1719 (ondertrouwd aldaar op 9 juni 1719) met Roelof van Goudoever, raad te Amersfoort (1740-1742, 1744-1751), weeskamer (1732-1734, 1736-1738, 1740-1750), regent Bloklands gasthuis (1722) en regent Onze Lieve Vrouwkerk (1732), gedoopt te Amersfoort op 5 mei 1696, overleden aldaar op 21 april 1751, begraven aldaar op 27 april 1751.

  • 20-03-1728: (transport) Roeloff en Margareta kopen "huis, hof, hofstede en stallinghe enzovoort, gelegen op de Zuidsingel (Cingel) op de hoek van de Herenstraat, mitsgaders de losse, staende en leggende platen, bedsteden richels, kleijndeur, glasekast, contoir, voetenbank, hoender- en duijvehocke enzovoort." van Aplonia van Dam, weduwe en boedelhoudster van Daniel van Poolen (timmerman).

Uit dit huwelijk:

  1. Anna van Goudoever, onmondig (1744), gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 20 februari 1724, overleden na maart 1773.

    Anna is getrouwd met Franciscus Lentfrinck, raad te Amersfoort vroedschap, overleden voor maart 1773.

  2. Hendrik van Goudoever, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 2 september 1727.

XII-c

Aleijda "Aletta" Both, lidmaat (1716-1738), gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 7 september 1697, overleden voor 16 april 1746, dochter van Hendrick Both (zie XI-a) en Lamberta Morray.

Aletta is getrouwd (1) te Amersfoort op 24 oktober 1719 (ondertrouwd aldaar op 5 oktober 1719) met Albert Becker, raad te Utrecht vroedschap en gecommitteerde Staten Generaal, overleden voor 18 oktober 1733.

Uit dit huwelijk:

  1. Floris Jacob Becker, kapitein, onmondig (1733-1748), geboren rond 1723.

  2. Abigael Becker, onmondig (1733-1748).

    Abigael is getrouwd tussen 1748 en 25 maart 1749 met Paulus Ignatius Sluyterman, sous lieutenant.

Aletta is getrouwd (2) (huwelijkse voorwaarden op 10 oktober 1736) met Frans Burman, major en luitenant kolonel.

XII-d

Gouda Both, lidmaat (1720), (gereformeerd) gedoopt te Amersfoort op 24 februari 1702, begraven te Amersfoort op 27 januari 1746, dochter van Hendrick Both (zie XI-a) en Lamberta Morray.

Gouda is getrouwd te Amersfoort op 31 maart 1732 (ondertrouwd aldaar op 14 maart 1732) met Cornelis Pannekoek, afkomstig van Amersfoort. Cornelis is later hertrouwd te Amersfoort op 26 november 1747 (ondertrouwd aldaar op 9 november 1747) met Cornelia van Dompselaar, afkomstig van Amersfoort. Cornelia is eerder getrouwd geweest met Volquen Saab.

Uit dit huwelijk:

  1. Wijnand Pannekoek, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 27 februari 1733, jong overleden.

  2. Lamberta Pannekoek, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 29 januari 1734.

  3. Hendrika Pannekoek, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 22 juni 1736.

  4. Wijnand Pannekoek, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 7 februari 1744.

XII-e

Bartha Both, lidmaat (1722), gedoopt (gereformeerd ) te Amersfoort op 15 maart 1705, overleden aldaar op 22 februari 1754, begraven aldaar op 3 maart 1754, dochter van Hendrick Both (zie XI-a) en Eva Bitter.

Bartha is getrouwd (1) te amersfoort op 14 juli 1727 (ondertrouwd aldaar op 27 juni 1727) met Samuel Padbrugge(n), raad te Amersfoort en raad van justitie te Batavia, afkomstig uit Brugge, overleden voor oktober 1738.

  • 05-11-1738: boedelscheiding door notaris J. van Doorslag

  • 05-11-1738: inventaris door notaris J. van Doorslag.

Uit dit huwelijk:

  1. Catharina Harmina Padbrugge, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 14 november 1727, jong overleden.

  2. Arnoud Padbrugge, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 30 december 1729, overleden voor 6 februari 1779.

  3. Robbert Padbrugge, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 11 mei 1731, jong overleden.

Bartha is getrouwd (2) (ondertrouwd te Amersfoort op 10 oktober 1738; huwelijkse voorwaarden te Utrecht op 17 oktober 1738) met Willem Hendriksen, schepen te Amersfoort en raad te Amersfoort. Willem is later hertrouwd te Amersfoort op 9 maart 1755 (ondertrouwd aldaar op 20 februari 1755; huwelijkse voorwaarden op 18 februari 1855) met Aleijda Teschmaker.

Foto van aantekeningen van het geslacht Both Hendriksen
Foto van aantekeningen van het geslacht Both Hendriksen

Foto: Het Utrechts Archief.

  • 17-10-1738: huwelijksvoorwaarden door Notaris J. Munnicks.

  • 02-04-1740: testament door notaris J. Claus

  • 21-01-1755: gesubstitueerde voogdbenoeming door notaris A. Methorst

  • 18-02-1755: huwelijksvoorwaarden door notaris A. Methorst

  • 24-02-1755: inventaris Door notaris A. Methorst

  • 07-03-1755: gesubstitueerde voogdbenoeming door notaris A. Methorst

  • 24-10-1757: boedelscheiding door notaris A. Methorst

  • 23-11-1757: boedelscheiding door notaris A. Methorst

Uit dit huwelijk:

  1. Jacobus Both Hendriksen, volgt onder XIII-a

  2. Willem Both Hendriksen, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 16 september 1740, volgt onder XIII-b

  3. Petronella Eva Both Hendriksen, geboren rond 1741, overleden te Amersfoort op 11 februari 1830.

    Petronella is getrouwd met Hendrik ter Horst, overleden te Amersfoort voor 11 februari 1830.

    • 19-11-1834: Boedelscheiding met betrekking tot het buitengoed Klein Heiligenberg.

  4. Jan Both Hendriksen, geboren rond 1744, volgt onder XIII-c

  5. Bartha Johanna Both Hendriksen, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 12 augustus 1746, overleden aldaar op 16 april 1830.

    Bartha is getrouwd met Martinus Rom, geboren te Gorinchem rond 1740, overleden te Amersfoort op 14 juni 1817.

    • 23-07-1830 : (memorie ten laste) Zie volgende akte op datum van 31 juli 1830.

    • 31-07-1830: (verkoop) Verkoop te Amersfoort een huis aan de Langestraat, Breul 32, met stalling in Scherbierstraat Leusden, buitenverblijf vanouds genaamd Murrikhoven, in het buurtschap Hamersveld, van Hamersveldseweg tot over de Linie.

    Uit dit huwelijk:

    1. Willem Bart Rom, geboren te Philipiene rond 1774, overleden te Amersfoort op 25 juli 1825.

      Willem is getrouwd met Hester Pannekoek.

XII-f

Jan Both, raad van Amersfoort (1736), gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 20 februari 1707, begraven aldaar op 28 mei 1753, zoon van Hendrick Both (zie XI-a) en Eva Bitter.

Jan is getrouwd te Amersfoort op 2 april 1731 (ondertrouwd aldaar op 15 maart 1731) met Barbara van Dijk, geboren te Amersfoort rond 1707, begraven aldaar op 10 mei 1803 (96jr).

  • 10-12-1736: Jan Both, Raad dezer stad en zijn vrouw Barbara van Dijk, verkopen een huis en brouwerij met alles erin dat aard- en nagelvast is en tot de brouwerij behoort, van ouds genaamd "de Croon", staande in de Krommestraat.

Uit dit huwelijk:

  1. Hendrik Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 23 november 1731, jong overleden.

  2. Eva Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 15 maart 1733.

  3. Hendrik Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 1 augustus 1734.

  4. Arnolda Apolonia Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 20 september 1735, begraven aldaar op 24 september 1735.

  5. Eva Margaretha Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 16 september 1736, begraven aldaar op 19 september 1736.

  6. Margaretha Petronella Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 25 oktober 1737.

  7. Henrietta Lamberta Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 21 november 1738, volgt onder XIII-d

  8. Louisa Catharina (Katharina) Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 26 maart 1741, ongehuwd overleden aldaar op 3 februari 1823.

  9. Hendrik Jan Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 28 februari 1745, begraven aldaar op 15 mei 1745.

  10. Volcarda Cornelia Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 5 juni 1746, begraven aldaar op 25 juni 1746.

Generatie XIII

XIII-a

Jacobus Both Hendriksen, lidmaat (1759), raad te Amersfoort, schepen te Amersfoort, medicinae doctor en notaris, overleden te Renswoude (?) na 1802, zoon van Willem Hendriksen (schepen te Amersfoort en raad te Amersfoort) en Bartha Both (zie XII-e).

Jacobus is getrouwd (met huwelijkse voorwaarden te Utrecht op 19 januari 1767) met Hendrika Pannekoek, overleden rond 17 oktober 1801, dochter van Wijnand Pannekoek 'de oude' (schout te Amersfoort) en Hermina Bongaarts.

  • 07-01-1768: (verkoop) Jacobus Both hendriksen koopt een huis aan de Langegracht op de hoek van de Kromme Elleboogsteeg van Maria Shoe, weduwe van Cornelis Moesbergh.

  • 02-07-1787: (transport) Jacobus en Hendrica lenen 6000 gulden van Anthonij van Lommen en zijn vrouw Era Koster voor de koop van een "brouwerije, huizinge en erve van ouds genaamd de Lelije op de Langegracht."; voor de koop van een pakhuis op de Langegracht, op de hoek van de Elleboogsteeg (Cromme Elleboogsteeg); voor "een huizinge annex de brouwerije tot een pakhuis geappropieerd." Geroyeerd op 5 maart 1790.

  • 17-10-1801: (boedelscheiding) Uitkoop H. Pannekoek van bouwland onder Leusden.

  • 19-11-1802: (verkoop) Jacobus Both Hendriksen verkoopt te Amersfoort "bosch, bouw- en weiland, waarvan deel aangelegd als 'Engels bosch', in de Woestijger; eikenbosh naast vorig perceel aan het Kouthoornse wegje; bouwland aan Oude Utrechtseweg; land en bosch in het Nieuwe land ter weerszijden van de Soesderweg; woonhuis en pakhuis in de Muurhuizen bij de Bredestraat"

  • 26-09-1804: (testament)

  • 21-08-1806: (akte) Akte van benificaire aanvaarding.

Uit dit huwelijk:

  1. Willem Both Hendriksen, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 1 maart 1771.

XIII-b

Willem Both Hendriksen, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 16 september 1740, zoon van Willem Hendriksen (schepen te Amersfoort en raad te Amersfoort) en Bartha Both (zie XII-e).

Willem is getrouwd te Amersfoort op 11 mei 1898 (ondertrouwd aldaar op 27 april 1798) met Petronella Bartha ter Horst, overleden voor 19 november 1802.

Uit dit huwelijk:

  1. Hendrika Petronella Eva Both Hendriksen, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 14 oktober 1798.

XIII-c

Portret van Jan Both HendriksenJan Both Hendriksen, notaris en secretaris Amersfoort, advokaat te Utrecht en lidmaat (1762), geboren rond 1744, overleden rond 1817, zoon van Willem Hendriksen (schepen te Amersfoort en raad te Amersfoort) en Bartha Both (zie XII-e).

Opgravingen in de tuin achter het Secretarishuisje
Opgravingen in de tuin achter het Secretarishuisje (Muurhuizen 109)

Foto's: http://www.hetutrechtsarchief.nl en http://www.archiefeemland.nl

Jan Both-hendriksen bewoonde het Secretarishuisje Muurhuizen 109. Bij de opgraving in de tuin achter het Secretarishuisje werden delen van een oude fundering en een put aangetroffen. Vermoedelijk liep er een riool naar de Zuidsingel.

Jan is getrouwd met Hendrica Ameshoff.

Uit dit huwelijk:

  1. Willem Jan Both Hendriksen, geboren te Amersfoort op 8 juni 1780, gedoopt (gereformeerd) aldaar op 11 augustus 1780, volgt onder XIV-a

XIII-d

Henrietta Lamberta Both, gedoopt (gereformeerd) te Amersfoort op 21 november 1738, overleden aldaar op 4 mei 1816, dochter van Jan Both (zie XII-f) en Barbara van Dijk.

Henrietta is getrouwd te Amersfoort op 22 januari 1769 (ondertrouwd aldaar op 3 januari 1769) met Adriaan Danens, afkomstig van Amersfoort, overleden voor 4 mei 1816.

Uit dit huwelijk:

  1. Anna Louisa Danens, gedoopt (gereformeerd ) te Amersfoort op 30 maart 1770.

    Anna is getrouwd te Amersfoort op 15 februari 1826 met Pieter Buijs, gedoopt te Amersfoort op 27 oktober 1765, overleden aldaar op 15 augustus 1849, zoon van Hendrik Buijs en Gerritje de Beer. Pieter is eerder getrouwd geweest te Amersfoort op 24 juli 1785 (ondertrouwd aldaar op 7 juli 1785)met Judith van Loon, gedoopt te Amersfoort op 8 januari 1762, overleden aldaar op 26 mei 1825, dochter van Frans van Loenen en Gerritje Dieperong.

Generatie XIV

XIV-a

Portret van Willem Jan Both HendriksenWillem Jan Both Hendriksen, advokaat, gemeenteraad te Utrecht, lid Provinciale Staten te Utrecht en lidmaat (1790), geboren te Amersfoort op 8 juni 1780, gedoopt (gereformeerd) aldaar op 11 augustus 1780, zoon van Jan Both Hendriksen (zie XIII-c) en Hendrica Ameshoff.

Willem is getrouwd te Utrecht op 27 maart 1804 met Elisabeth Charlotta Winter, geboren te Amsterdam op 25 maart 1786, overleden aldaar op 16 december 1809.

Het wapen van Both Hendriksen wordt in De Wapenheraut 1901 op pagina 229 als volgt beschreven: gevierendeeld, 1 en 4 in blauw een haan en in het schildhoofd twee wassende manen alles van zilver (Hendriksen); 2 en 3 in rood een gouden 6-puntige ster van goud tussen 3 lelies van hetzelfde (Both). Helmteken: een lelie.

Het wapen van Winter wordt in de Wapenheraut 1901 op pagina 229 als volgt beschreven: in zilver een zwart merkteken, bestaande uit een dubbele kruk of Tau (de onderste dwarsstreep korter dan de bovenste) staande op een omgekeerde V; helmteken: drie langgestengelde groene klaverbladen.

Uit dit huwelijk:

  1. Hendrika Johanna Both Hendriksen, geboren te Utrecht rond 1805, volgt onder XV-a

  2. Elisabeth Charlotta Petronella Both Hendriksen, geboren te Utrecht op 28 november 1809, volgt onder XV-b

Generatie XV

XV-a

Hendrika Johanna Both Hendriksen, geboren te Utrecht in 1804, overleden in 1832dochter van Willem Jan Both Hendriksen (zie XIV-a) en Elisabeth Charlotta Winter.

Portret van Herman Johan RoyaardsHendrika is getrouwd te Utrecht op 6 april 1825 met Herman Johan Royaards, doctor, geboren te Utrecht rond 1795, zoon van Hermanus Royaards (predikant te Meerkerk en Schiedam, hoogleraar theologie te Utrecht) en Johanna Henriette Schorer. Herman is later hertrouwd met Sara Maria Swellengrebel, geboren in 1803, overleden in 1891.

Uit dit huwelijk:

  1. Willem Royaards van den Ham, advokaat, heer van Den Ham (1857) en heer van den Engh (1868), geboren te Utrecht op 1 januari 1829, overleden aldaar op 2 maart 1897.

    Willem is getrouwd te Utrecht op 12 juni 1856 met Jacoba Margaretha Taets van Amerongen, barones, geboren te Utrecht op 6 mei 1829, overleden aldaar op 28 april 1910, dochter van Frederik Christiaan Hendrik Taets van Amerongen en Anna Digna de Beaufort.

  2. kind Royaards, gedeputeerde van Utrecht.

XV-b

Elisabeth Charlotta Petronella Both HendriksenElisabeth Charlotta Petronella Both Hendriksen, geboren te Utrecht op 28 november 1809, overleden op 11 april 1880, dochter van Willem Jan Both Hendriksen (zie XIV-a) en Elisabeth Charlotta Winter.

Christiaan Willem Johan van Boetzelaer van DubbeldamElisabeth is getrouwd te Utrecht op 11 maart 1835 met Christiaan Willem Johan van Boetzelaer van Dubbeldam, baron, kamerheer des Konings in buitengewone dienst, gemeenteraad te Utrecht en lid Provinciale Staten te Utrecht, geboren te den Haag op 8 mei 1806, overleden op 18 april 1872, zoon van Coenraad Carel Vincent van Boetzelaer V Dubbeldam (baron) en Theodora Cornelia Elsabé van Voorst.

Elisabeth was sinds 1872 weduwe van Christiaan Willem Johan Baron van Boetzelaer van Dubbeldam. Gedurende hun hele huwelijk hadden zij in de stad Utrecht gewoond. In de  zomer verbleven ze op hun 'buiten' in De Bilt, het landgoed Sandwijck, dat Elisabeth van haar oom geërfd had. In die tijd grensde landgoed Sandwijck aan landgoed Eyckenstein.

Na de dood van F. N. M. Eyck van Zuylichem, de toenmalige eigenaar van landgoed Eyckenstein, verdeelde zijn weduwe het landgoed in 1876 in stukjes om ze te veilen. Na twee dagen veilen deed Elisabeth Charlotta Both Hendriksen een bod op het geheel. Zo werd zij eigenares van Eyckenstein en het landgoed.

De oostelijke helft van het landgoed werd weer verkocht aan de heer Nicolaas Laurens Burman Eyck tot Zuylichem, één van de erfgenamen van de familie Eyck, die daarop in 1876 de Mauritshoeve als boerderij liet bouwen. Op het aangekochte gebied bouwde hij later ook nog het meer oostelijk gelegen landhuis Roverestein, waar hij ging wonen (Rovere is oud Italiaans voor eik, dat betekent dat Roverestein eigenlijk ook Eyckenstein heet).

Het landhuis Eyckenstein bleef tot 1878 leeg staan. Tot die tijd deed het landgoed dienst als jachtgebied voor de zonen van de weduwe Elisabeth Charlotta Petronella van Boetzelaer - Both Hendriksen.

Uit dit huwelijk:

  1. Coenradina Carolina Theodora van Boetzelaer, barones, geboren te Utrecht op 11 mei 1836, overleden op 12 februari 1865.

    Coenradina is getrouwd te Utrecht op 13 augustus 1863 met Willem Nicolaas de Pesters, jonkheer, geboren te Utrecht op 11 januari 1830, overleden op 21 maart 1882, zoon van Jan Everard de Pesters van Cattenbroek en Jacoba Margaretha van Hengst.

  2. Wilhelmina Elisabeth Charlotta van Boetzelaer, barones en dame du palais van Koningin Emma, geboren te Utrecht op 16 november 1837, overleden op 12 mei 1905.

    Wilhelmina is getrouwd de Bilt op 4 juni 1868 met Constantijn Theodoor van Lynden van Sandenburg, baron, graaf, advokaat, rechter, lid van Tweede Kamer, minister van Justitie (1874-1877), minister van Buitenlandse Zaken, minister van Financiën en vetrouwd raadsman van Koning Willem III, geboren te Utrecht op 24 februari 1826, overleden op 8 november 1885, zoon van Frederik August Alexander Carel van Lynden van Sandenburg en Anna Wilhelmina van Spaen.

  3. Carel Theodorus van Boetzelaer, baron en advokaat, geboren de Bilt op 30 augustus 1839, overleden op 16 oktober 1903.

    Carel is getrouwd de Bilt op 26 juni 1873 met Johanna Maria van Weede, geboren te Amsterdam op 6 februari 1833, overleden op 23 november 1903, dochter van Jacob van Weede en Hester Catharina Willink.

    Meester Willem Carel van Boetzelaer is in 1878 op Eyckenstein gaan wonen, omdat er voor zijn steeds groter wordende gezin te weinig ruimte op Sandwijck was. Het verhaal gaat dat hij met een rijtuig vanaf De Bilt over de Gezichtslaan aan kwam rijden om het huis te komen bekijken en dat hij het huis toen tussen de bomen door zag liggen. De Gezichtslaan werd toen net aangelegd en was bijna voltooid. Alleen voor het laatste stukje moest er nog een raar kronkeltje gereden worden. Na het overlijden van zijn moeder in 1880 werd hij de eigenaar van het landgoed Eyckenstein.

  4. Godfried Hendrik Leonard van Boetzelaer, baron, geboren te Utrecht op 19 april 1842, overleden op 22 april 1914.

    Godfried is getrouwd (1) met Johanna Charlotta van Schuijlenburch, geboren op 27 mei 1843, overleden op 18 december 1879.

    Godfried is getrouwd (2) de Bilt op 30 maart 1882 met Constantia Wilhelma Fabricius van Leyenburg, geboren te Amsterdam op 16 december 1849, overleden in januari 1928, dochter van Johan Carel Willem Fabricius van Leyenburg en Adriana Wilhelmina Clara Hooft.

  5. Willem Carel van Boetzelaer, baron en advokaat, geboren op 25 september 1845, overleden op 16 september 1934.

    Willem is getrouwd met Margaretha Nicolasina van Schuijlenburch, geboren op 12 december 1852, overleden op 18 april 1930, dochter van Louis van Schuijlenburch (advokaat) en Wilhelmina Aletta Johanna van Boetzelaer (barones).

  6. Willem Carel van BoetzelaerHendrik Johan Herman van Boetzelaer, baron, advokaat, burgemeester te Leusden en burgemeester te Oosterhout, geboren te Utrecht op 3 december 1850, overleden op 12 juli 1924.

    Margaretha Nicolasina van SchuijlenburchHendrik is getrouwd te Zeist op 21 oktober 1875 met Margaretha Lourentia de Beaufort, geboren te Leusden op 13 mei 1852, overleden op 25 februari 1930, dochter van Arnoud Jan de Beaufort en Anna Alida Stoop.