Familiewapen van het geslacht BothHet geslacht Both uit Amersfoort (1)

naar Volcken Both (I-a) naar Evert Both (II-a) naar Volcken Both (III-a) naar Peter Both (IV-b) naar Volcken Both (V-b) naar Frans Both (VI-b) naar Goert Both (II-d) naar Volcken Both (III-b) naar Hendrick Both (III-d) naar Anthonia Both (IV-d) naar Aleid Both van Scherpenseel (IV-e) naar Gerrit Both (IV-f) naar Gerrit Both (V-c) overzicht van de wapens in het nageslacht

Generatie I

I-a

Volcken Both, geboren rond 1350.

Volcken is getrouwd met Anthonia Goedensdr, dochter van Goede Janszn en Evertgen.

Bronvermeldingen

  • **-**-1380 - Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Barent van Zulen aan Volquijn Bot van de helft van een derde deel van de windmolen en molenstede, waarvan Bertelmeus Meynsen sone mede-eigenaar is, gelegen buiten de Rodetoren.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 7.

  • **-**-1403 - Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Woudenberg, door Lubbert Heinen zoen aan Goede Jans zoen en zijn vrouw Evert van 40 morgen land op Voskuilen.

    Bron: Archief Eemland, Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, Sint Barbaraklooster, regestnummer 133.

  • 28-09-1435: Schout en schepenen van Amersfoort oorkonden dat Bertraet de weduwe van Gysbert Jordenszone en haar voogd Henric Bot, en Goirt de zoon van Volken Bot met Willem Cairman, Henric Both en Volken Bot als voogden hebben gegeven aan Bertout van den Hove ten behoeve van deken en kapittel de eigendom van een hofstede in de wijk Langestraat gelegen naast de hofstede van Rycout Evertszone en die van Margriete Hoefliet.

    Bron: Archief Eemland, Kapittel van Sint-Joris, inventarisnummer 1, folio 19r-19v.

Uit dit huwelijk:

  1. Evert Volckenszn Both, geboren rond 1380, volgt onder II-a

  2. mogelijk Bertraet [Both], geboren rond 1385, volgt onder II-b

  3. mogelijk Hendrick Both, geboren rond 1390, volgt onder II-c

  4. Goert Volckenszn Both, geboren rond 1395, volgt onder II-d

I-b

Herman Both vermeld (1374-1390), kanunnik van de Sint-Joriskerk te Amersfoort, waarschijnlijk overleden tussen 23 maart en 19 juli 1390.

De Sint-Joriskerk

zicht op de Sint-Joriskerk
Zicht op de Sint-Joriskerk.

zicht op de Sint Joriskerk
Zicht op de Sint-Joriskerk.

Waarschijnlijk bevond zich in Amersfoort rond het jaar 1000 een eenvoudige kapel die ook toen al gewijd lijkt te zijn geweest aan de schutspatroon 'heilige Joris'. In 1248 wordt deze kapel vervangen door een parochiekerk. Wat later, in 1259, verkrijgt Amersfoort stadsrechten en wordt de bisschoppelijke regering gevestigd. Van de voornoemde parochiekerk zijn geen resten meer, behalve dat het onderste deel van de huidige toren tot deze kerk moet hebben behoord. In 1337 wordt de Sint Joriskerk tot kapittelkerk verheven.

Bronvermeldingen

  • 08-09-1374: Hermannus Bot, kanunnik van Sint Joris, die een vicarie of kapelanie wil oprichten bij het door hem gestichte altaar toegewijd aan Petrus en Andreas in de Sint Joriskerk, heeft met toestemming van deken en kapittel en van burgemeesters, schepenen en raden van Amersfoort, deze vicarie begiftigd:

    1. Met de helft van 5 akker bouw- en weiland op Zeldert in de parochie Leusden (lees: Hoogland), gelegen tussen het land van Johannes Banne en dat van de weduwe van Johannes Nagell, en voor de andere helft toebehorende aan Everardus, genaamd Ricout Moddekenssoen;

    2. Voorts met 2 pond jaarrente, die Hermannus Bot gekocht had van Martinus genaamd Ghiselerssoen uit een stukje land te Duist (op Hoogland);

    3. Met de opbrengst van de jaarrente van een rentebrief van 300 pond die burgemeesters, schepenen en raden hem schuldig zijn en die na zijn dood voor het kapittel is bestemd; onder de volgende voorwaarden: op straffe van een boete van 2 groten voor de verbetering van het boekenbezit van de kerk door de kerkmeester;

    4. De vicaris moet 4 missen per week lezen in Amersfoort wonen en aanwezig zijn bij de koordienst van de kanunniken op straffe van een boete ten gunste van de choralen;

    5. Hij valt onder de immuniteit en rechtspraak van deken en kapittel;

    6. Collectes zijn bestemd voor deken en kapittel;

    7. Het collatierecht van Hermannus Bot gaat na zijn dood over op om beurten de naaste mannelijke erfgenaam van zijn vader en die van zijn moeder die een priester of klerk die zich binnen een jaar laat wijden, in deze vicarie of kapelanie benoemt; bij in gebreke blijven vervalt het benoemingsrecht aan deken en kapittel.

  • 11-08-1388: Notaris Willem Hendriksen oorkondt dat Johannes de Ema en Berta, de weduwe van Gijsbertus de Wadewijs, aan kanunnik Herman Bot ten behoeve van deken en kapittel hebben gegeven de helft van een akker op de Collant gelegen naast het land, dat de stad in gemeenschappelijk eigendom heeft met Willem Utenhaghe, en naast dat van Bertrada, de dochter van Rutger Jacobszone; onder voorwaarde, dat de pastoor dagelijks na de dood van Berta haar graf zal bezoeken en voor haar en wijlen haar man Gijsbertus jaarlijks een memoriedienst zal houden.

  • 23-03-1390: Hermannus Bot verklaart, dat hij het door hem met toestemming van deken en kapittel en van burgemeesters, schepenen en raden van Amersfoort gestichte altaar van Stephanus, Laurentius, Vincentius en Cecilia begiftigt met 8 percelen land gelegen tegen de stadsmuur aan tussen de openbare weg en de stadsgracht te weten:

    1. Een perceel, dat Jacobus Nenninc van der Eme in pacht heeft voor 14 pond;

    2. Een perceel, dat Gerardus Trant Jacobszone in pacht heeft voor 6 pond;

    3. Een perceel, dat Rodolphus Huberti in pacht heeft voor 7 pond, alle drie gelegen tussen het perceel van Petus Pijel en de brug "die oude watermoelen";

    4. Een perceel dat Henricus Botter in pacht heeft voor 5 pond en 6 solidi;

    5. Een perceel dat Johannes Godenssoen in pacht heeft voor 11 pond, welke beide percelen zijn gelegen tussen die van Gerardus Duwer en Petrus Pijll;

    6. Een perceel dat Rodolphus de zoon van Volquinus in pacht heeft voor 5 pond gelegen tussen het perceel van Petrus Pijll en dat van Jacobus Nenninc Reynerszone; welke percelen 1 tot en met 6 zijn gelegen in de Breulstraat;

    7. Een perceel dat Gerardus Vogell in pacht heeft voor 9 pond;

    8. Een perceel dat Johannes Taetse in pacht heeft voor 9 pond; welke percelen onder 7 en 8 genoemd liggen tussen het stenen huis van Jordanus Gijsbertszone en de toren van Johannes Taetse;

    Hermannus Bot schenkt een stukje land buiten de Rode Toren "Op den Collant", waar doorheen de buitenste stadsgracht stroomt, welk land begrensd wordt door het land van Albertus Bot, de plaats waar het water verder door de stad stroomt, het land van Wolterus Gerarduszone van Vlowyc met een veld, en de stadsgracht en een plek gelegen tussen het land van Wolter Gerarduszone van Vlowyc en dat van Henric Mutsen Dirkszone;

    De vicaris moet 3 missen per week lezen voor de zielerust van Hermannus Bot en zijn ouders en weldoeners; bij in gebreke blijven 2 groten boete voor de verbetering van de boeken van de kerk.

  • 19-07-1390: Matthias van Hokelen, notaris, oorkondt dat Aleydis, weduwe van Goswinus filius Walteri [van der Eem] heeft verklaard, dat zij een altaar sticht in de Mariakapel van de Sint Joriskerk met vier missen en voor het onderhoud van de priester het goed Netelenberch in de parochie Eembrugge (parochia de Ema) schenkt, zoals kanunnik Hermannus Bot op verzoek van Aleydis heeft verklaard, met aanwijzing van Wolter Berensoen, Lubbertus Franconis en Nycolaas Jacobszone als executeurs-testamentair en om de stichting van het altaar bevestigd te krijgen van de bisschop als kerkelijk beneficium; mocht echter dit testament niet mogelijk zijn, dan een codicil betreffende een algemene schenking voor een godsdienstig doel of een godsdienstige plaats.

  • 27-05-1618: De comparant Volcken Both, Raad der Admiraliteijt in Vrieslandt, had op 13 mei 1618 een request ingediend bij de Staten van Utrecht. Gebleken is dat Pieter Both, zijn zoon, tot de possessie van de Vicarye gehouden is. De comparant zou graag zien dat zijn zoon in de possessie van deze vicarie zou worden gesteld en in de emolumenten en profijten daarvan. De fundatie van de vicarie is in de St. Joriskerk tot Amersfoort.

  • 01-08-1687: Meester Lucas van der Poll, als vicaris van seeckere twee vicarin bij Herman Both, de eene anno 1374 gefundeert op het Sint Pieters ende Andries altair, ende andere op 23 maart 1390 gefundeert op Stevens en Laurens altair in de Sint Joriskerk alhier, verklaart hij... enzoverder...

Generatie II

II-a

Evert Volckenszn Both, geboren rond 1380, zoon van Volcken Both (zie I-a) en Anthonia Goedensdr.

Evert is getrouwd met Wendelmoed Hermansdr Cairman, dochter van Herman Janszn Cairman.

Bronvermeldingen

  • 18-12-1412: ministerse en convent van Sint-Agnes in amersfoort machtigen zuster Gheertruyt om de erfpachtakte van het land dat het convent van Evert Bot Volqwijnsoen in huur had, gelegen in Eembrug, geheten het Heemstedenlant, over te dragen.

    Bron: Het Utrechts Archief, Regulierenklooster Vredendaal.

  • 02-01-1413: Wouter van Zulen, bastaard, schout, en Johan Claes Jacobsoen, Everd Hessel Dircsoen, Jacob Nennynxzoen, Jacob Jacobzoen, Johan Ottenzoen, Jacob Johanszoen, Marten Melijszoen en Bertoud Johan Goudertssoen, schepenen van Eembrugghe, oorkonden dat zuster Gheertruyt als gemachtigde van het Sint-Agnesklooster te Amersfoort krachtens de gesereerde akte van 18 december 1412 heeft overgedragen aan Willam Johanszoen de erfpacht van het land dat het convent in pacht hield van Evert Bot Volqwijnszoen, gelegen in Eembrug, geheten het Heemstedenlant. Tevens oorkonden zij dat Evert Bot Volqwijnszoen aan William Johanszoen de eigendom van de helft van het genoemde land heeft overgedragen. Met de zegels van schout en schepenen (deels beschadigd).

    Bron: Het Utrechts Archief, Regulierenklooster Vredendaal, inventarisnummer 63.

Uit dit huwelijk:

  1. Volcken Evertszn Both, volgt onder III-a

II-b

Bertraet [Both], geboren rond 1385, mogelijk dochter van Volcken Both (zie I-a) en Anthonia Goedensdr.

Bertraet is getrouwd met Gijsbert Jordenszn, overleden vr 28 september 1435, zoon van Jorden.

Bronvermeldingen

  • 28-12-1435: Schout en schepenen van Amersfoort oorkonden dat Bertraet de weduwe van Gysbert Jordenszone en haar voogd Henric Bot, en Goirt de zoon van Volken Bot met Willem Cairman, Henric Both en Volken Bot als voogden hebben gegeven aan Bertout van den Hove ten behoeve van deken en kapittel de eigendom van een hofstede in de wijk Langestraat gelegen naast de hofstede van Rycout Evertszone en die van Margriete Hoefliet.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 7.

  • **-**-1435: Huwelijksovereenkomst tussen Johan Jacobs soen met Jacob zijn zoon aan de ene kant en Bertraet weduwe van Ghijsbert Jordens soen, met Jorden van der Mathe als voogd, en Ghijsbert joncfrouw Bertraets dochter aan de andere kant sluiten een huwelijksovereenkomst.

  • **-**-1437: Verklaring ten overstaan van bisschop van Utrecht waarin Jacob Johans soen en Bertraet weduwe van Gijsbert Jordens beloven zich aan alle punten in bovengenoemde stuk te houden.

Uit dit huwelijk:

  1. Jorden Gijsbertszn [van der Maet, vermeld (1435).

  2. Gijsbertgen Gijsbertsdr, geboren vr 1419.

    Gijsbertgen is getrouwd (huwelijks voorwaarden te Amersfoort na 28 september in 1435) met Jacob Janszn [van der Maet], zoon van Johan Jacobszn [van der Maet].

II-c

Hendrick Bot, geboren rond 1390, overleden voor 13 januari 1448, mogelijk zoon van Volcken Both (zie I-a) en Anthonia Goedensdr.

Hendrick is getrouwd met Alijd Hermansdr [Both?], overleden na 13 januari 1448, dochter van Herman Jansszn.

Bronvermeldingen

  • **-**-1430: Akte ten overstaan van schout en schepenen waarbij Weyndelmoet Heynric Bessels soens dochter en andere zusters van Sint Barbara, bijgestaan door hun gekozen voogd Heynric Bot, vermaken aan Geertruijt Willams dochter, ten behoeve van de zusters, die in het Sint Barbarahuis binnen de nieuwe stad op de Visscherie wonen, alle goederen, die zij thans bezitten en nog zullen verwerven.

  • **-**-1434: Akte van verkoop door burgemeesters, schepenen, oude en nieuwe raad en de gemene gemeente en burgers aan Jacop Paewen soen ter Goude van 13 vierendelen land onder het kerspel van Amersfoort, geheten de Bieskamp, tiend- en tijnsvrij, met alle toebehoren, die Jacop volledig heeft betaald. Met akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Heynric Bot aan Jacop Pawen soen van de eigendom van 13 vierendelen land, tins- en tiendvrij, gelegen in de Bieskamp onder het gerecht van Amersfoort, door Jacop tevoren aan Heynric overgedragen, op alle voorwaarden vermeld in de akten, waardoor deze is gestoken.

  • 28-09-1435: Schout en schepenen van Amersfoort oorkonden dat Bertraet de weduwe van Gysbert Jordenszone en haar voogd Henric Bot, en Goirt de zoon van Volken Bot met Willem Cairman, Henric Both en Volken Bot als voogden hebben gegeven aan Bertout van den Hove ten behoeve van deken en kapittel de eigendom van een hofstede in de wijk Langestraat gelegen naast de hofstede van Rycout Evertszone en die van Margriete Hoefliet.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 7.

  • **-**-1436: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door heer Bertout van den Hove, priester, en Heinric Bot, met zijn voogd, namens de broeders van Sint Jan, aan Ghijsbert van Bemel ten behoeve van het Sint Mattheusaltaar in de kapel van Sint Jan, een rente van 1 pond per jaar uit een hofstede gelegen op de Visscherie.

  • **-**-1436: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Steven Maes soen, kerkmeester van de Onze Lieve Vrouwekapel, en Aernt Scaep, kerkmeester van de Sint Janskapel, met toestemming van de Raad, aan Heinric Bot, de erfpacht van een hofstede op de Kamp in de Pothof als prebende voor de priester.

  • **-**-1437: Akte, ten overstaan van schout en schepenen van Amersfoort, waarbij Vrederic Valc, Arnt Valc en Jan, zijn vrouw, met Heynric Bot haar voogd, Heymeric van der Beke en Lodewijch Taetse Lubberts soen zich verbinden, de huwelijkse voorwaarden na te komen die zijn vastgelegd in de akte waardoor deze is gestoken.

  • 10-06-1439: Schout en schepenen van Amersfoort oorkonden dat Margriete de weduwe van Rutger van Lunteren en haar voogd Henrick Bot, en Jacob van der Weteringe als gemachtigde van Geryt Rutgerszone van Lunteren hebben overgedragen aan Roelof Taetse ten behoeve van deken en kapittel de eigendom van huis en hofstede in de Krommestraat gelegen naast het huis van Alyd Conincx met haar kinderen en het huis van de nakomelingen van Wouter Henrick Gerytszone, behoudens de bisschopelijke tijns en het recht van de buren op de steeg die naar het hofstede leidt.

  • 15-07-1439: Schout en schepenen van Amersfoort oorkonden dat Alyd de vrouw van Peter Gysbertssoen met haar voogd Henric Bot verklaart te hebben gegeven aan Roelof Taetse ten behoeve van deken en kapittel een erfelijke jaarrente van 21 oude Vlaamse botges uit de erfpacht van de hofstede op de Kamp in de Pothof.

  • 15-07-1439: Schout en schepenen van Amersfoort oorkonden dat de weduwe van Peter Gijsbertszone en haar voogd Henric Bot hebben opgedragen aan Roelof Taetse ten behoeve van deken en kapittel een Arnhemse gulden erfelijkse jaarrente uit het huis en de erfpacht van de hofstede op de Kamp in de Pothof.

  • 13-01-1448: Alyt Both Herman Janssoensdochter, weduwe van Henric Bot, oorkondt dat zij een altaar heeft gesticht en begiftigd in Sint Joriskerk, toegewijd aan Petrus, Joannes, Andreas, Barbara, Catharina, Agniet, Agatha, Cunera, Elisabeth, waarvan de collatie na haar dood zal zijn voor de prior van de regulieren in De Birkt, de biechtvader van Sint Agatha en die van Sint Agniet.

  • 30-01-1448: Rodolphus, bisschop van Utrecht, oorkondt de stichting van 13 januari 1448 te bevestigen en Johannes Bot, zoon van de stichteres tot bedienaar te benoemen.

Uit dit huwelijk:

  1. Johannes Bot, vermeld (1448), priester in Sint-Joriskerk (1448).

II-d

Goert Volckenszn Both, geboren rond 1395, overleden vr 29 augustus 1462, zoon van Volcken Both (zie I-a) en Anthonia Goedensdr.

Goert is getrouwd (1) met [onbekend].

Bronvermeldingen

  • 28-09-1435: Schout en schepenen van Amersfoort oorkonden dat Bertraet de weduwe van Gysbert Jordenszone en haar voogd Henric Bot, en Goirt de zoon van Volken Bot met Willem Cairman, Henric Both en Volken Bot als voogden hebben gegeven aan Bertout van den Hove ten behoeve van deken en kapittel de eigendom van een hofstede in de wijk Langestraat gelegen naast de hofstede van Rycout Evertszone en die van Margriete Hoefliet.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 7.

Uit dit huwelijk:

  1. Volcken Goertszn Both, volgt onder III-b

  2. Evert Goertszn Both, mogelijk overleden vr 1519.

    Bronvermeldingen

    • 18-10-1480: (des wonsdages na sunte Galledach) Jacop vander Horst, schout, Wouter Bertouts, Wouter vander Mathe, Jan Pyll, Luman Jacops, Herman Loychs, Herman Bot en Evert Bot Goerts, schepenen, oorkonden dat Jan Pyll heeft overgedragen aan Elyas van Wede en zijn vrouw Dierck de helft van een kamp land, gemeenschappelijk met Peter Pyl, in de Horseweide, aan de ene zijde begrensd door Wouter Bertouts c.s., aan de andere zijde Reyer Peters. (Het eerste, vijfde, zevende en achtste zegel ontbreken, fragment van het vierde. Transfix van de akte op 10 mei 1441).

      Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

    • 16-05-1481: (des wonsdages nae sunte Servaes dach) Jacop vander Horst, schout, Gysbert Carman, Lamff Mouryss en Evert Bot, schepenen, oorkonden dat Anthonis Jans en Lysbet zijn vrouw verklaren in erpacht ontvangen te hebben van Wychgert Scaip namens het gasthuis een hof in de Pothof, aan de ene zijde begrensd door Evert Jans, aan de andere zijde de weg. (Met zegels van de oorkonders meer of minder beschadigd).

      Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  3. Margriet Goertsdr Both, volgt onder III-c

  4. Hendrick Gerritszn Both, geboren vr 1500, volgt onder III-d

  5. mogelijk Willem Goertszn Both. Met als zonen Evert en Volcken Willemszn Both.

Goert is getrouwd (2) met Aleid, overleden na 1479, geboren vr [1419?].

40 morgen land, genaamd de 'Voskuilen' en een hoeve daarop gelegen

  • 29-08-1462: (op sinte Jans dach decollacio) Gerijt van Culenborch Geryts soen oorkondt dat hij Volken Goeyert Bots soen beleent met een hoeve land in het gerecht Woudenberg op Voskuilen, die des proests hoeve van sinte Peter tUtrecht placht te heten, aan de bovenzijde begrensd door het land van Gysbert van Sniddelairs erfgenamen Jacob van Colvescoten, Arnt van Scaffelair en Heinric van Glinthorst, beneden door Volken, Evert Goede Jans soens weduwe en de Woutsloot waar de grens loopt van Leusderbroek; wanneer de leenheer niet in het Sticht Utrecht vertoeft moet Volken of zijn leenvolger om het leen verzoeken bij de brug van Renswoude, waarbij Alit Bots Volkens moeder [lezen als: Alijd, vrouw van Geert Both Volckens, moeder?] haar lijftocht behoudt, ten overstaan van de leenmannen Wouter vander Maet en Peter Willam soen. (Met zegel van de leenheer, rechts enigszins beschadigd).

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  • **-**-1479: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Woudenberg door Jan Craen en Margriet, zijn vrouw, van de ene helft van de vrije eigendom van 40 morgen land, gelegen op Voskuilen, aan de oostzijde begrensd door het erf Ronselaar en de westzijde door de Woutsloot, en door Alyt, weduwe van Goert Bot, en haar dochters Anthonia en Goertgen van de andere helft, aan de broers Volquin en Evert Bot.

    Bron: Archief Eemland, Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, Sint Barbaraklooster, regestnummer 548.

  • **-**-1482: Akte van verkoop door Volken Bott aan zijn zwager Johan die Kraen van een vrije hoeve land en van de helft van 40 morgen land, die hij gemeenschappelijk met zijn broer Evert bezit, gelegen op Voskuilen onder het gerecht van Woudenberg.

    Bron: Archief Eemland, Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, Sint Barbaraklooster.

  • **-**-1484: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Woudenberg door Vollquijn en Evert Bot, broers, aan Jan Kraen en Mergriet, zijn vrouw, van de vrije eigendom van 40 morgen land, gelegen op Voskuilen, gelegen tussen het erf Romselaar en de Woutsloot.

    Bron: Archief Eemland, Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, Sint Barbaraklooster, regestnummer 587.

  • **-**-1519: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Woudenberg door Mergriet, dochter van Goert Bot, weduwe van Johan Craen, aan Willam van Biler, ten behoeve van het Sint Barbaraklooster van de vrije eigendom van het halve erf te Voskuilen, dat zij hadden gekocht van haar broeder Volken Bot.

    Bron: Archief Eemland, Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, Sint Barbaraklooster, regestnummer 791.

  • **-**-1519: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Woudenberg door Mergriet, weduwe van Johan Crane, aan Willam van Bloomenweerd, ten behoeve van het Sint Barbaraklooster van de vrije eigendom van 20 morgen land, gelegen tussen het erf Ronselaar en de Woutsloot, waarvan zij de andere helft reeds aan het klooster had overgedragen.

    Bron: Archief Eemland, Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, Sint Barbaraklooster, regestnummer 797.

Uit dit huwelijk:

  1. Anthonia Goertsdr Both, vermeld (1479), geboren vr 1462.

  2. Goertgen Goertsdr Both, vermeld (1479), geboren vr 1462.

Generatie III

III-a

Volcken Evertszn Both, schepen te Amersfoort (1447), overleden vr 1476, zoon van Evert Volckenszn Both (zie II-a) en Wendelmoet Hermansdr Cairman.

Volcken is getrouwd met Wendelmoed, overleden na 1476.

Bronvermeldingen

  • **-**-1476: Akte van transport ten overstaan van Evert van Vlowijck, plaastvervangend-schout en schepenen, door Weyndelmoet weduwe van Volken Bot en Geertruyt Foyers, met hun voogd Gheryt Bot, aan Hermen Foijer en Jutte, zijn vrouw, van een huis en hofstede in de Krommestraat bij de Langestraat, in gebruik bij Otte Aernt soen, en tevens een jaarlijkse rente van 20 Vlaamse Groten uit een hofstede in de Hellestraat.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth, regestnummer 191.

Uit dit huwelijk:

  1. Gerrit Volckenszn Both, volgt onder IV-a

  2. Peter Volckenszn Both, volgt onder IV-b

  3. Jacoba Volckensdr Both, volgt onder IV-c

III-b

Volcken Goertszn Both (van Scherpenseel), zoon van Goert Volckenszn Both (zie II-d) en Aleid?.

Volcken is getrouwd vr 1490 met Aleid van de Water.

Bronvermeldingen

  • 29-08-1462: (op sinte Jans dach decollacio) Gerijt van Culenborch Geryts soen oorkondt dat hij Volken Goeyert Bots soen beleent met een hoeve land in het gerecht Woudenberg op Voskuilen, die des proests hoeve van sinte Peter tUtrecht placht te heten, aan de bovenzijde begrensd door het land van Gysbert van Sniddelairs erfgenamen Jacob van Colvescoten, Arnt van Scaffelair en Heinric van Glinthorst, beneden door Volken, Evert Goede Jans soens weduwe en de Woutsloot waar de grens loopt van Leusderbroek; wanneer de leenheer niet in het Sticht Utrecht vertoeft moet Volken of zijn leenvolger om het leen verzoeken bij de brug van Renswoude, waarbij Alit Bots Volkens moeder haar lijftocht behoudt, ten overstaan van de leenmannen Wouter vander Maet en Peter Willam soen. (Met zegel van de leenheer, rechts enigszins beschadigd).

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  • 12-08-1486: (saterdages voir onser lieven Vrouwen hemelvairts dach) Willam van Culenborch, drossaard van de heerlijkheid en het huis Ter Lede, beleent als voogd over de minderjarige kinderen van zijn broer Geryt van Culenborch Margriet Goirt Bots dochter, vrouw van Johan Kraen, nadat Volquijn Bott Goirts haar broer hier afstand van heeft gedaan, met een hoeve land op Voskuilen te Woudenberg, des proests hoeve van sunte Peter te Utrecht, aan de bovenzijde begrensd door Jacop van Colvescoten, Aernt van Scaffelair en Henric van Glinthorst, erfgenamen van Ghisbert van Sniddelair, aan de benedenzijde Johan Kraen en Margriet zijn vrouw, Volquins zuster, en de Woutsloot op de grens met Leusbroek, ten overstaan van de leenmannen Wouter vander Maet en Meeus van Westrenen. (Met zegel van de oorkonder).

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

Uit dit huwelijk:

  1. Anthonia [Both van Scherpenseel], geboren vr 1492, volgt onder IV-d

  2. Aleid Both van Scherpenseel, geboren rond 1500, volgt onder IV-e

III-c

Margriet Goertsdr Both, overleden in 1520, dochter van Goert Volckenszn Both (zie II-d) en Aleid?.

Margriet is getrouwd vr 1479 met Jan Janszn Craen, gasthuismeester (1495), beleend met de tienden van Onstede (1495), overleden in 1519, mogelijk zoon van Jan Claeszn Craen.

Hof in de Horseweide (Jan Craen en Jan Reijerszn Bot zijn buren vanaf 1459)

In 1456 wordt Jan Craen vermeld als belend aan 6 hoven dat overgedragen is aan Jacob Smit. De andere zijde is belend door Steven Hendrick Willemszn. Op 14 maart 1459 wordt over n van de hoven gezegd dat het enerzijds wordt begrensd door Jan Craen en anderzijds door Jan Ban. Dit hof wordt door Jacob Meeuwszn Smit in pacht gegeven aan Jan Reyerszn Bot tegen 3 gouden Arnoldusguldens. Op 12 maart 1461 wordt van een (dezelfde?) hof gezegd, met dezelfde belendingen, dat het door Jacob Smit aan Jan Reijerszn Bot in pacht gegeven is voor 2 gouden Arnoldusguldens.

Woudenberg (verschillende goederen te Voskuilen)

In het gerecht Woudenberg bezit Jan Craen en zijn vrouw Margriet Goertsdr Both verschillende goederen, waarvan er enkele regelmatig onderling met de broers van zijn vrouw gewisseld wordt.

kaartfragment van het erf Voskuilen
Detail kaart van Voskuilen anno 19de eeuw. Onder loopt de Woutsloot. Het land dat op dit fragment staat beslaat ongeveer 20 morgen. Bron: Arhief Eemland.

1) De helft van 40 morgen land: In 1479 bezit Jan Craen en zijn vrouw de helft van 40 morgen land gelegen op de Voskuilen. Dit goed is waarschijnlijk in handen gekomen als bruidschat door het huwelijk met zijn vrouw Margriet Goertszn Both. De andere helft is in bezit van Aleid, waarschijnlijk de tweede vrouw en weduwe van Goert Both. Deze 40 morgen wordt in zijn geheel getransporteerd aan de gebroeders Volcken en Evert Both. In 1482 wordt de helft hiervan door Volcken Both aan zijn zwager Jan Craen verkocht. Deze 40 morgen is gelegen tussen het erf Ronselaar en de Woutsloot.

2) 40 morgen land: Mogelijk gaat het om hetzelfde goed als hierboven, maar daarvan had Jan Craen in 1482 al de helft van zijn zwager Volcken Both gekocht. In 1484 wordt er echter opnieuw een volledige 40 morgen land getransporteerd aan Jan Craen en zijn vrouw door de gebroeders Volcken en Evert Both. Deze 40 morgen is gelegen tussen het erf Ronselaar en de Woutsloot. De helft (20 morgen) hiervan is voor 1519 overgedragen aan het klooster. In 1519 transporteert de weduwe Margriet Both de andere helft (20 morgen) aan het klooster.

3) Een vrije hoeve land: In 1482 verkoopt Volcken Both aan zijn zwager Jan Craen een vrije hoeve land.

4) Een hoeve land (en erf) op de Voskuilen: Margriet Goertsdr Both wordt in 1486 beleend met een hoeve land op de Voskuilen nadat haar broer Volcken Goertszn Both hiervan afstand heeft gedaan. Volcken heeft dit eerder in 1462 zelf ontvangen. De belening is gebeurd door Willem van Culemborch als voogd over de minderjarige kinderen van zijn broer Gerrit van Culemborch. In 1518 beleend Gerrit Willemszn van Culemborch de gasthuismeester Hendrick Corneliszn met dit goed nadat Jan Craen en zijn vrouw Margriet er afstand van hebben gedaan. Later in hetzelfde jaar staan de gasthuismeesters, en Henrick van Byler, Willem van Bloemenweerdt en Gysbert Ammels, broeders, met instemming van de gezamenlijke gasthuisbroeders het vruchtgebruik toe van een hoeve land gelegen op Voskuilen in het gerecht Woudenberg aan Jan Craen, zijn vrouw Margriet en hun dochter Elisabeth. Jan Craen en Margriet zijn tevens ook de belending van dit land. Mogelijk liggen goed 3 en 4 naast elkaar.

5) Een halve erf te Voskuilen: In 1519 transporteert Margriet Both, inmiddels weduwe van Jan Craen, het vrije eigendom van een halve erf dat ze eertijds van haar broer Volcken Both hadden gekocht aan aan Willam van Biler, ten behoeve van het Sint Barbaraklooster. Mogelijk is dit hetzelfde goed als nummer 3.

Hees (veen tussen de Vuurse en de eerste Zandhaar, nabij Hendrick Janszn Both)

Gasthuismeester Jan Craen wordt in 1495 beleend met met de helft van anderhalve hoeve land op de Eng met bos en onverdeeld veen en drievierde deel verdeeld veen gelegen te Hees tussen de Vuurse en de Eerste Zandhaar tot Hezewert, aan de oostzijde begrensd door Martyn Nanninxs, aan de westzijde Jan van Hemerden, uitgezonderd de ondergrift van 25 last veen. Gasthuismeester Wouter de Beer wordt na het overlijden van Jan Craen in 1520 beleent met de helft van ongeslagen veen met veld met drie vierendelen uitgeslagen veen, waarvan het gasthuis de andere helft ook in leen heeft, te Hees tussen de Vuurse en de eerste Zandhaar, begrensd zoals in eerdere leenakten vermeld, uitgezonderd de ondergrift van 25 last veen aan de westzijde begrensd door het gasthuis, aan de oostzijde Heijnrick Janszn Both.

Naast bovengenoemde goederen is Jan Craen meermaals beleend geweest en waarschijnlijk alleen in hoedanigheid als gasthuismeester omdat de meeste beleningen na zijn dood zijn overgegaan op andere gasthuismeesters.

Bronvermeldingen

  • **-**-1465: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Soest, door Jacop Lamberts, Ane zijn vrouw en hun zoon Lambert aan Goert Vluch Jacops en Jan Craen namens het gasthuis van een zesde deel van een stuk erve, strekkende van de Turfweg tot aan de Eem, haar nagelaten door haar nicht Mechtelt Jan Spykers wijfs dochter.

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  • **-**-1466: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Soest door Heynric Heynricxs van Doem aan Jan Craen en Jacopns het gasthuis van twee akkers land in de Birkt, opstrekkende van de Turfweg tot de Eem, behoudens Mechtelt van Westrenen haar aandeel in de hooimaat.

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  • **-**-1479: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Woudenberg door Janouw, van de ene helft van de vrije eigendom van 40 morgen land, gelegen op Voskuilen, aan de oostzijde begrensd door het erf Ronselaar en de westzijde door de Woutsloot, en door Alyt, weduwe van Goert Bot, en haar dochters Anthonia en Goertgen van de andere helft, aan de broers Volquin en Evert Bot.

    Bron: Archief Eemland, Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, Sint Barbaraklooster, regestnummer 548.

  • **-**-1482: Akte van verkoop door Volken Bott aan zijn zwager Johan die Kraen van een vrije hoeve land en van de helft van 40 morgen land, die hij gemeenschappelijk met zijn broer Evert bezit, gelegen op Voskuilen onder het gerecht van Woudenberg.

    Bron: Archief Eemland, Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, Sint Barbaraklooster.

  • **-**-1484: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Woudenberg door Vollquijn en Evert Bot, broers, aan Jan Kraen en Mergriet, zijn vrouw, van de vrije eigendom van 40 morgen land, gelegen op Voskuilen, gelegen tussen het erf Romselaar en de Woutsloot.

    Bron: Archief Eemland, Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, Sint Barbaraklooster, regestnummer 587.

  • 12-08-1486: (saterdages voir onser lieven Vrouwen hemelvairts dach) Willam van Culenborch, drossaard van de heerlijkheid en het huis Ter Lede, beleent als voogd over de minderjarige kinderen van zijn broer Geryt van Culenborch Margriet Goirt Bots dochter, vrouw van Johan Kraen, nadat Volquijn Bott Goirts haar broer hier afstand van heeft gedaan, met een hoeve land op Voskuilen te Woudenberg, des proests hoeve van sunte Peter te Utrecht, aan de bovenzijde begrensd door Jacop van Colvescoten, Aernt van Scaffelair en Henric van Glinthorst, erfgenamen van Ghisbert van Sniddelair, aan de benedenzijde Johan Kraen en Margriet zijn vrouw, Volquins zuster, en de Woutsloot op de grens met Leusbroek, ten overstaan van de leenmannen Wouter vander Maet en Meeus van Westrenen. (Met zegel van de oorkonder).

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  • **-**-1489: Akte waarin ten overstaan van schout en schepenen Willam van Byler, burgemeester, namens de erfgenamen van Jacop van Poelgeest heeft overgedragen aan Jan Craen namens het gasthuis alle goederen die Jacop heeft nagelaten.

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  • **-**-1495: Akte van belening door Frederick, broeder van Egmond en heer van IJsselstein van Jan Kraen Janss, gasthuismeester, na het overlijden van Ewert Goessen Wouterssoens zone met een halve hoeve land waar Stoeye op te wonen placht met de tiende ervan en de tiende met de Ghore waar Wouter van Daetselaer op te wonen placht.

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  • **-**-1495: Akte van belening door Jan van Wede van Jan Craen, gasthuismeester, na het overlijden van Albert Dyer met de tienden van het goed Onstede.

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  • **-**-1495: Akte van belening door Willem van Nierkercke, abt van Sint Paulus te Utrecht, van Jan Craen, gasthuismeester, na het overlijden van Egbert Goessen Wouterss, met de helft van anderhalve hoeve land op de Eng met bos en onverdeeld veen en drievierde deel verdeeld veen gelegen te Hees tussen de Vuurse en de Eerste Zandhaar tot Hezewert, aan de oostzijde begrensd door Martyn Nanninxs, aan de westzijde Jan van Hemerden, ten overstaan van de leenmannen Luman Reyerss en Henrick van Scadijck.

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  • **-**-1495: Akte van belening door Willem van Nyerkercke, abt van Sint Paulus te Utrecht, van Jan Craen, gasthuismeester, met de helft van ongeslagen veen, met veld, en met drie vierendelen uitgeslagen veen, waar het gasthuis de andere helft van heeft, te Hees tussen de Vuurse en de eerste Zandhaar, met uitzondering van de ondergrift? van 25 last veen, nadat Bertout Reyners soen afstand ervan heeft gedaan.

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  • **-**-1501: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen door Henrick van Byler, oudste burgemeester, namens de erfgenamen van Willam Utenhage en Peternella zijn vrouw aan Pouwels Geryts en Jan Craen namens het gasthuis twee akkers land, gemeen liggend met twee akkers die het gasthuis toebehoren, gelegen bij de oude hofstede in de Hage buiten de stad, waarbij de regulieren in de Birkt hun rechten behouden, en verder alle andere roerende en onroerende goederen die zij in het gerecht bezaten ter aflossing van achterstallige en onbetaalde renten.

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  • 15-11-1516: Akte van overdracht door Loeff van der Haer, mede namens zijn zuster Aleyd en Wouter Johansdochter van der Haer en haar man Willem van Meerten aan Gijsbert van Lantscroen van het erf en goed in Voskuilen te Woudenberg in gemeenschappelijk eigendom met de kartuizers van Nieuwlicht en van een ander erf in de 59 morgen land aldaar.

    Bron: Het Utrechts Archief, Kartuizerklooster Nieuwlicht.

  • **-**-1518: (op sunte Andrijes avont den heijligen apostell) Gerijt van Culenborch Willems beleent Henrick Corneliss, gasthuismeester, met een hoeve land en erf gelegen op Voskuilen in het gerecht Woudenberg, des proesten hoeve van sunte Pieter te Utrecht, boven begrensd door Gijsbert van Sniddelers erfgenamen, Jacob van Colveschoten, Arent van Scaffeler en Henrick van Glynthorst, beneden door Jan Craen en Mergryet en die Woutsloot de grens met Leusbroek, nadat Mergrijet Goirt Bots dochter met Jan Craen haar man en voogd hiervan afstand heeft gedaan, met de voorwaarden dat het goed nooit verkocht zal worden of in andere handen mag overgaan, maar uitsluitend zal dienen om armen te eten en te drinken te geven en het gasthuis binnen de gestelde tijd bij de brug van Renswoude om belening zal verzoeken, ten overstaan van zijn leenman Willem van Dam en Gysbert Ammels als leenman van het Sicht Utrecht. (Met zegel van de leenheer).

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  • 05-12-1518: Henrick Corneliss en Jan Vlug, gasthuismeesters, en Henrick van Byler, Willem van Bloemenweerdt en Gysbert Ammels, broeders, met instemming van de gezamenlijke gasthuisbroeders verklaren Jan Craen en Mergriet zijn vrouw en hun dochter Elysabeth het vruchtgebruik toe te staan van een hoeve land gelegen op Voskuilen in het gerecht Woudenberg, die proesten hove van sente Peter tUtrecht, waarvoor het gasthuis na het overlijden van Jan, Mergriet en Elysabeth een bedstede bij zullen plaatsen, waarna zij de hoeve kunnen verpachten. Bezegeld door de gasthuismeesters en -broeders.

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  • **-**-1519: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Woudenberg door Mergriet, dochter van Goert Bot, weduwe van Johan Craen, aan Willam van Biler, ten behoeve van het Sint Barbaraklooster van de vrije eigendom van het halve erf te Voskuilen, dat zij hadden gekocht van haar broeder Volken Bot.

    Bron: Archief Eemland, Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, Sint Barbaraklooster, regestnummer 791.

  • **-**-1519: Akte van transport ten overstaan van schout en schepenen van Woudenberg door Mergriet, weduwe van Johan Crane, aan Willam van Bloomenweerd, ten behoeve van het Sint Barbaraklooster van de vrije eigendom van 20 morgen land, gelegen tussen het erf Ronselaar en de Woutsloot, waarvan zij de andere helft reeds aan het klooster had overgedragen.

    Bron: Archief Eemland, Superintendenten belast met het beheer van de voormalige kloostergoederen, Sint Barbaraklooster, regestnummer 797.

  • 02-08-1520: Frederick van Egmond, graaf te Buren, te Leerdam, heer te IJsselstein, te Craendonck, oorkondt dat hij Willem van Dorsten, broeder van het gasthuis, beleent na het overlijden van Jan Kraen Jans, met een halve hoeve land waar Stoeye op placht te wonen met de tiende ervan en de tiende met de Ghore waar Wouter van Daetselaer op te wonen placht, ten overstaan van de leenmannen Wouter die Beer, Jan Hugens en Evert Barts. Zie de belening in 1495. (Met zegel van de oorkonder.)

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

  • 03-08-1520: Willem van Nyerkercke, abt van Sint Paulus te Utrecht, beleent Wouter de Beer, gasthuismeester, na het overlijden van Jan Craen Wilneer met de helft van ongeslagen veen met veld met drie vierendelen uitgeslagen veen, waarvan het gasthuis de andere helft ook in leen heeft, te Hees tussen de Vuurse en de eerste Zandhaar, begrensd zoals in eerdere leenakten vermeld, uitgezonderd de ondergrift van 25 last veen, 46,5 roeden lang, breed 10 roeden min 2 voet, het bovenste veen 7 roeden lang en breed 3 roeden en 3 voet, het benedenste veen 5 roeden lang en 3 roeden breed, strekkende tot aan Goey Reyers veen, aan de westzijde begrensd door het gasthuis, aan de oostzijde Heijnrick Both Janss, waarvoor Willem van Dorsten hulde, eed en manschap heeft gedaan, ten overstaan van de leenmannen Willem Janss en Gerit van Westrenen. Zie de belening in 1495. (Met zegel van de abt).

    Bron: Archief Eemland, Gecombineerd Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis te Amersfoort.

Uit dit huwelijk:

  1. Elisabeth Jansdr Craen, vermeld (1518), mogelijk overleden vr of in 1520.

III-d

Hendrick Gerritszn Both, vermeld (1508-1518), geboren vr 1500, overleden vr 15 september 1519, zoon van Goert Volckenszn Both (zie II-d).

Hendrik is getrouwd voor 12 mei 1518 met Rutgera Gerritsdr, vermeld (1501-1552), overleden voor 26 juli 1558, dochter van Gerard Heimanszn. Rutgera is later hertrouwd (2) vr 29 juni 1529 met Jan van Westrenen, overleden vr 26 juli 1533. Rutgera is later hertrouwd (3) vr 1537 met Ariaen Thoniszn, burgerrechten voor Amersfoort verleent (1537), overleden tussen 15 maart 1555 (vermoedelijk na 27 maart 1557) en 26 juli 1558, mogelijk afkomstig van Leusden.

Bronvermeldingen

  • 04-12-1508: Hendrik Gerardszn Both voor Evert Janszn, zijn neef [gehuwd met Deliana Jacobsdr Freys van Dolre, zijn zwagers zuster], onmondig, bij dode van Jan Nikolaas Govertszn, diens vader.

    Bron: Repertorium Gaasbeek.

  • 12-05-1518: Hendrik Bot voor Rutger, dochter van Gerard Heimanszn, zijn vrouw.

    Bron: Repertorium Gaasbeek.

  • 15-09-1519: Gijsbert Lumanszn voor Rutger, dochter van Gerard Heimanszn, bij dode van Hendrik Bot.

    Bron: Repertorium Gaasbeek.

  • 29-06-1529: Jan van Westreenen voor Rutger, dochter van Gerard Heimanszn, zijn vrouw.

    Bron: Repertorium Gaasbeek.

  • 26-07-1533: Hendrik van Westreenen Janszn voor Rutger, dochter van Gerard Heimanszn, bij dode van Jan, zijn broer en haar man.

    Bron: Repertorium Gaasbeek.

  • **-**-1537: Burgerrechtverlening aan Ariaen Thonissen, behilict aen Rutgertgen Gerrit Heijmansz dochter.

  • 08-05-1552: Adriaen Thoniszn en zijn vrouw Rutgen lenen aan Reyer Stevenszn en zijn vrouw Rijckgen een losrente van 1 keizersgulden met als onderpand een huis, hof en hofstede gelegen in de Teut, aan de ene zijde belend door de Pot en langs de andere zijde belend door Rijck Aertszn weduwe.

    Bron: Archief Eemland, Transportregister, inventarisnummer 436-04, folio 13v.

    Dit huis is op 12 januari 1552 verkocht door Wessel Hendrickszn en zijn vrouw Nen aan Reijer Stevenszn en zijn vrouw Rijckgen als "kamer, hof en hofstede" met dezelfde belendingen.

    Bron: Archief Eemland, Transportregister, inventarisnummer 436-04, folio 4v.

  • 15-03-1555: Adriaen Thoniszn koopt in het openbaar een huis, hof en hofstede, gelegen in de Teut dat toebehoorde aan de veroordeelden Reyer Stevenss en zijn vrouw Rijckgen, langs de ene zijde belend door de Armen de Pot en langs de andere zijde belend door Fijtgen Rijckaertszn weduwe.

    Bron: Archief Eemland, Transportregister, inventarisnummer 436-04, folio 16v.

  • 26-07-1558: De erfgenamen van Ariaen Thoniszn en Rutger [Gerritsdr, eerder weduwe van Hendrick] Bot worden vermeld als belending van "een half huis, hof en hofstede met de helft van twee camers daaraan gelegen, staande in de Langestraat tussen de Stovestraat (Stoefstraet) en de Valkestraat (Gootschalckstraet)" verkocht door Willem de Wijs en zijn vrouw Cornelia; Rutger Harmanszn en zijn vrouw Gerytgen, Jacob de Wijs dochter; Evert de Wijs en Cornelis Reyerss als naaste vrunden [=familie] van vaders zijde, Jan van Dompseler en Frans van Noortwijck [1] als naaste vrunden [=familie] van moeders zijde als de vier vierdelen van Alijdt en Elisabeth, Jacob de Wijsen dochteren aan Rijck Janszn Nagel en zijn vrouw Katharyna".

    [1] Frans van Westrenen van Noortwijck, gehuwd met Wendelmoet Ruysch, krijgt een zoon, Johan Franszn van Noortwijck genaamd, die in 1591 trouwde met Wendelmoet Both van der Eem, dochter van Gerrit Gerritszn van der Eem en Deliana Freys van Dolre.

  • 19-08-1558: Gerard Bot Hendrikszn bij dode van Rutgertje, dochter van Gerard Heimanszn zijn moeder.

    Bron: Repertorium Gaasbeek.

Uit dit huwelijk:

  1. Gerrit Hendrickszn Both, geboren vr 1518, volgt onder IV-f

Generatie IV

IV-a

Gerrit Volckenszn Both, schepen te Amersfoort (1482), vicaris van de Sint Stevens vicarie (1499), schout te Isselt (1512) en collator van de Sint Joriskerk (1517), zoon van Volcken Both (zie III-a) en Wendelmoed.

Gerrit is getrouwd met Grietje Hendricksdr Botter (vermeld 1472), dochter van Hendrick Goyerszn Botter en Korstine.

Uit dit huwelijk:

  1. Korstine Both.

    Korstine is getrouwd met Dirck Dirckszn.

  2. Volcken Gerritszn Both, vermeld (1500-1519), geboren rond 1480, volgt onder V-a

IV-b

Peter Volckenszn Both, schepen te Amersfoort (1476, 1481, 1483, 1493, 1495, 1497, 1499, 1500), geboren rond 1450, overleden na 1526, zoon van Volcken Both (zie III-a) en Wendelmoed.

Pieter is getrouwd met Judith.

Uit dit huwelijk:

  1. Volcken Both, volgt onder V-b

  2. Alith Both.

    Alith is getrouwd met Gerrit Hilhorst.

  3. Feye Both, ongehuwd overleden.

  4. Weyntgen Both, ongehuwd overleden.

  5. Jacoba Both.

    Jacoba is getrouwd met Steven Dirkszn.

IV-c

Jacoba Volckensdr Both, overleden op 28 december 1490, dochter van Volcken Both (zie III-a) en Wendelmoed.

wapen Jan Van IsseltJacoba is getrouwd met Johan Janszn Cairman, alias Johan Janszn van Isselt, heer van Isselt (1462), vroedschap (1467-1482), overleden in het jaar 1506, zoon van Jan Cairman en Margriet van Isselt.

Het geslacht Carman, op welken naam talrijke varianten voorkomen, vormde mede een zeer oud Amersfoortsch geslacht: als eerste daarvan komt voor Hermen Herman Caremanszoone, 1353 schout te Amersfoort, destijds de hoogste functie ter plaatse. Harman Carman Janss., landgenoot van Coelhorst, zegelde 1370 en 1390; dit laatste jaar stichtte hij met Johannes Cairman Woutersz. het tweede altaar in de Sint Joriskerk. Vanaf 1404 komt dit geslacht vrij geregeld voor in de vroedschap, soms met 4 tegelijk, later intermitteerend, voor het laatst in 1653.

Jan Carman gehuwd met Margriete van IJsselt hadden 2 zonen, Jan en Willem. Hoewel blijkens het vorenstaande ook het geslacht Carman een zeer oud was, dat zich minstens nog 2 eeuwen ter plaatse voortzette, nam de staak van eerstbedoelden Jan weldra den naam en het wapen van de moeder, IJsselt, over, stellig omdat dit, als riddermatig nog hooger aangeslagen, anders zou uitsterven. Reeds 9 september 1462 werd de oudste zoon als "Johan van IJsselt" beleend met het Stichtsche leen IJsselt, "soe Mergriete, synre moeder uytgegaen is". Als overgangsvorm komt hij 14 juli 1463 voor als "Jan Kaermans van IJsselt", toen zijn moeder hem het Hollandsche leen IJsselt schonk, zijn jongere broeder, schepenklerk (= secretaris van het gerecht) onder andere in 1468 als "Willam Karman van IJsselt. In de vroedschap komen zij voor als Jan en Willam van IJsselt: Jan in 1467 to 1482, Willam 1481 raad en cameraer, 1483 burgemeester. Deze 2 eenige van IJsselts, die voorkomen in de vroedschap van Amersfoort, waren feitelijk echte Carmans. Van het oorspronkelijke, riddermatige geslacht van IJsselt heeft nooit iemand daarin ziting gehad: zij woonden op hun goederen ruim nviere uur gaans buiten de poorten, kwamen er ook als praefeodalen adel niet voor in aanmerking.

Bron: De Nederlandsche Leeuw, 1939, kolom 389-390.

Bronvermeldingen

  • **-**-1485: Zoenbrieven naar aanleiding van de inname van de stad door de Kabeljauwse partij op Sint Agnietennacht; Johan van Isselt Janszn en zijn zonen Volken en Mens.

    Bron: Archief Eemland, "Stadsbestuur Amersfoort 1300-1810", regstnummer 596.

Uit dit huwelijk:

  1. Volcken van Isselt, vermeld (1485).

  2. Mens van Isselt, vermeld (1485).

  3. Beyeraet van Isselt.

    Beyeraet is getrouwd in februari 1500 met Willem van Dam, vermeld (1450-1526).

IV-d

Antonia Volckensdr Both [Both van Scherpenseel], geboren vr 1492, overleden na 7 juni 1552, dochter van Volcken Goertszn Both (zie III-b) en Aleid.

Antonia is getrouwd vr 1508 met Aernt Freys van Dolre, jonker, raad van Amersfoort (1517-1543), vijve (1517, 1526, 1531), burgemeester (1522), schepen (1526, 1531, 1533, 1535, 1542) en zegelbewaarder (1543) van Amersfoort, geboren voor 1499 (1492?), overleden tussen 7 juni 1552 en 1575, zoon van Jacob Freys van Dolre en Alijd van Welschoten.

Bronvermeldingen

  • **-**-1520: Akte waarbij Jacop Freyse van Dolre het Sint Barbaraklooster vrijwaart tegen aanspraken van Jacops erfgenamen op het recht van het klooster op de goederen nagelaten door Jan Craen en Mergriet zijn vrouw of hun dochter Elisabeth.

  • 06-07-1535: Gherit Trant, schout van Zeldert bovenweges en Coelhorst, Jacob Gerits van Schaick, Arent Freys van Dolre, Mens de Wildt Gerrits, Jan Pyll en Gerrit Zoes, landgenoten, geven vidimus van de akte van 4 april 1453. (Met zegels van de oorkonders, min of meer gaaf).

  • 07-06-1552: Arent van Dolre en Anthonia  verkopen aan hun zoon Jan van Dolre een half huis, hof en hofstede gelegen in de Bruel aan de Langestraat (volgens huwelijksbrieven tussen Jan en zijn vrouw).

  • **-**-1575: Akte van belening door de Abt van Sint Paulusabdij, te Utrecht, van Herman Rijckxsen, prior van het klooster Marinhof, na de dood van Aernt Freys van Dolre, van een halve hoeve veenland, geheten 'Gosen van Lochems Halve Hoeve', met het bijbehorende, te Hees, 2 akkers land onder Soest, tussen Brink en Eem, en een stuk veenland te Hees aan de weg van Soest naar Hees.

Uit dit huwelijk:

  1. Jan Freys van Dolre, raad van Amersfoort (1557, 1564, 1569, 1570), burgemeester (1560), weesmeester (1560) en schepen (1568), geboren voor 1550, overleden na 1570

    Jan is getrouwd rond 1552 met Machteld Jansdr Zaell, dochter van Jan Zaell.

  2. Deliana Freys van Dolre, volgt onder V-c

  3. Anna Freys van Dolre, overleden in het jaar 1576.

  4. Dirck Freys van Dolre, raad van Utrecht.

  5. Machteld Freys van Dolre.

    Machteld is getrouwd met Maerten Hermanszn van Culemborch van Doevenburch, zoon van Herman van Culemborch van Doevenburch.

IV-e

Familiewpaen Aleid BOth van SchaerpenseelAleid Both van Scherpenseel, geboren rond 1500, dochter van Volcken Both van Scherpenseel (zie III-b) en Aleid van de Water.

Wapen: Een zwemmende visch (bot) vergezeld van 3 lelies in het schildhoofd (kleur onbekend!).

Familiewapen van GrauwertAleyd is getrouwd rond 1517 met Roelof Grauwert, overleden in 1525, zoon van Beernt Grauwert van Hindersteyn (zie I-c) en Johanna Frederiksdr van Voirde.

Roelof kocht het huis Weerdesteyn van Cornelis van IJsselstein.

Vader Folckert Both van Scherpenzeel en zijn dochter Aleyd komen wij tegen bij het transport van het thinsgoed Emelaer. Omdat het kennelijk om een bruidsschat gaat kunnen wij op grond van deze tekst de onvolledige huwelijksdatum bij Spaen aanvullen tot 1517.

Uit dit huwelijk:

  1. Berend Grauwert.

  2. Johan Grauwert.

  3. Antonis Grauwert, heer en kanunnik van de Dom te Utrecht, overleden op 5 mei 1554.

  4. Adriaan Grauwert.

  5. Johanna Grauwert, non van St. Servaasklooster te Utrecht, overleden in het jaar 1560.

  6. Roelof Grauwert, drossaard van Ameide, beleend met hofstad Weerdestein (1520), overleden te Vianen op 7 juli 1572, begraven aldaar.

    Roelof is getrouwd met Margaretha van Brederode, overleden op 20 mei 1577, bastaarddochter van Reinoud van Brederode (heer van Brederode; zoon van Walraven van Brederode en Margaretha van Borssele).

    Bron: Jaarboek 1986 van het Centraal Bureau voor Genealogie, pagina 96.

IV-f

Gerrit Hendrickszn Both, geboren vr 1518, overleden na 6 februari 1595, zoon van Hendrick Both (zie III-d) en Rutgera Gerritsdr.

Mogelijk is hij de in 1544 vermelde gasthuismeester Gerrit Hendrickszn Both, beleend met Onstede.

Bronvermeldingen

  • 26-07-1558: Vermeld als belending van Rijck Janszn Naegel en zijn vrouw Katharyna Jan Aertsdr bij een lening. ("een huis, hof en hofstede staande aan de Syngel op de hoek van de Sint-Jansstraat").

  • 19-08-1558: Gerard Bot Hendrikszn bij dode van Rutgertje, dochter van Gerard Heimanszn zijn moeder.

    Bron: Repertorium Gaasbeek.

  • 06-02-1595: Cornelis Gijsbertszn van Randorp, burger van Amersfoort, bij overdracht door Gerard Bot Hendrikszn, burger van Amersfoort.

    Bron: Repertorium Gaasbeek.

Zijn kind(eren):

  1. Gerrit Gerritszn Both, geboren [na 1530? en] vr 1544, volgt onder V-c

Generatie V

Amersfoort anno 1570
Amersfoort anno 1570, ten tijde van de navolgende generaties.

Amersfoort anno 2007
En hierboven anno 2007. Een aantal contouren zijn nu nog duidelijk herkenbaar.

Foto's: http://www;archiefeemland.nl en http://maps.google.com

V-a

Volcken Gerritszn Both, geboren rond 1480, overleden na 21 februari 1559, zoon van Gerrit Volckenszn Both (zie IV-a) en Grietje Hendricksdr Botter.

Bronvermeldingen

  • **-**-1542: Akte ten overstaan van schout en schepenen waarin Volcken Bot en Willemtgen, zijn vrouw, aan Alijt en Jantgen, dochters van Wulfer Verhorren, het vruchtgebruik geven van een huis en hofstede op het Havik.

    Bron: Archief Eemland, Stichting Armen de Poth.

  • 07-09-1553: Volcken Both verkoopt "de helft van een hofstede, gelegen achter Sint-Aechten Convent, gemeen met zijn kinderen; aan de ene zijde Henrick Willemszn kinderen; aan de andere zijde Jan Steven Henrickzn" aan Anthonis Buys en zijn vrouw Alijdt.

    Bron: Archief Eemland, transportregister, inventarisnummer 436-04, folio 56v.

  • 21-02-1559: Verkoopt "de helft van 4 cameren gelegen op Havik; aan de ene zijde Jan die decker; aan de andere zijde Cornelis die timmerman" aan zijn zoon Thomas Both. Volcken Bot behoudt zijn lijftocht.

Volcken is getrouwd met Willemtgen Thomasdr, overleden na 1542, dochter van Thomas Goyertszn/Hendrickszn.

Uit dit huwelijk:

  1. Thomas Volckenszn Both, geboren rond 1530, volgt onder VI-a

  2. Anna Both.

V-b

Volcken Peterszn Both, overleden voor 1521, zoon van Peter Volckenszn Both (zie IV-b).

Volcken is getrouwd met Hillegonda.

Uit dit huwelijk:

  1. Frans Both, volgt onder VI-b

V-c

Familiewapen van Gerrit BothGerrit Gerritszn Both, geboren [na 1530? en] vr 1544, overleden na 1606, zoon van Gerrit Both (zie IV-f).

Gerrit is getrouwd op 1 februari 1562 met Deliana Freys van Dolre, dochter van Aernt Freys van Dolre en Anthonia Both (van Scherpenseel) (zie IV-d).

Bronvermeldingen

  • 17-07-1562: Er wordt "de eigendom van een schuur en hofstede, strekkende vanaf de Koestraat tot aan het Hellegrafgen" verkocht, belast met "4 currente guldens sjaars, waarvan de hoofdsom 64 gulden bedraagt ten bate van Gerrit Gerritszn Both en zijn vrouw Deliana". Belendingen: aan de ene zijde Henrick Corneliszn erfgenamen en aan de andere zijde Anthonis Buys.

    Bron: Archief Eemland, transportregister, inventarisnummer 436-04, folio 385r.

  • **-**-1577: Akte van transport ten overstaan van het gerecht door Gerijt Both en zijn vrouw Deliana, dochter van Aert Freijs van Dolre, aan Evert Gerijts en zijn vrouw Pouwelsgen van een schuldbekentenis ten laste van Cornelia, dochter van Jan Botter, gevestigd op haar huis aan de Vismarkt.

    Verwijzing naar retroactum uit 1512.

  • 18-10-1606: Jacob Both van der Eem voor hemzelf en voor Evert Both van der Eem zijn broer (procuratie Hoge Raad van Holland), hun vader en voor de onmondige kinderen van Evert; diens zoontje Samuel, zuster Henrica Bots; Jan van Noortwijck [gehuwd met Wendelmoed Both van der Eem] en Dirck Janszn van Steenbeeck[?] zijn zwagers, verkopen aan Joachim Evertszn [Van Ruijtenbeeck] en Anthonia [Gijsbertsdr] zijn vrouw het achtste part van huis en erf in de Muurhuizen, door Joachim bewoond; Belend 1: de erfgenamen van Anthonis Brandt; Belend 2: de erfgenamen van Cornelis Reijersz.

  • 31-05-1621:: Henrick Sael, die procuratie heeft van Jacob Both van der Eem voor zichzelf en voor Evert Both van der Eem zijn broeder, Samuel Both van der Eem, zijn broeders zoon, mitsgaders voor Jan van Noortwijck als man en voogd van Weijdelmoet van der Eem, idem Henrika [Both] en Godefrida van der Eem zijn zusters, procuratie 8 mei 1610 voor het gerecht alhier, verkopen een "huis, schuur, hofstede en twee bergplaatsen op de Singel bij de Kamperbinnenpoort strekkende van voren tot achter in de Coninckstraat".

Zicht op de Kamperbinnenpoort vanuit de Langstraat, 1695/1970
Kamperbinnenpoort vanuit de Langestraat gezien anno 1965/1970.

Foto: http://www.archiefeemland.nl

  • 03-03-1629: Meester Franchoijs van Noortwijck, advocaat voor den Hove van Utrecht en Juffrouwe Maria Preijs zijn vrouw; meester Franchoijs tevens voor Samuel Both van der Eem (procuratie te Delft); item voor Nicolaes Pietersz Craen (procuratie voor de burgemeesters van Schoonhoven); Peter Both van der Eem voor Everhard Both, zijn vader, ter Griffie van den Hoge Raad over Holland, Zeeland en Friesland gepasseerd. Allen erven van zaliger Godefrida Both van der Eem, weduwe van Johan van Heemskerck verkopen aan Jordanus Poeijt, onmondige zoon van zaliger Rutger Poeijt en zaliger Maria van Wede zijn eerste huisvrouw een vierdel land, strekkend van de Hogeweg tot aan de Vlierbeek, zuidwest belend door Steven van Emelaer, noordoost belend door enige van de erfgenamen van Cornelis Albertsz C[r]aen.

    Bron: Archief Eemland, transportregister, inventarisnummer 436-16..

Uit dit huwelijk (zie verder onder bothvandereem2):

  1. Wendelmoet/Weijntgen Gerritsdr Both [van der Eem], geboren te Amersfoort vr 1575.

    Weijntgen is getrouwd (ondertrouwd te Amersfoort op 17 januari 1591) met Jan Franszn van Noordwijck, zoon van Frans (van Westrhenen) van Noordwijck (kameraar) en Wendelmoet Ruysch.

  2. Jacob Both van der Eem, geboren rond 1570.

  3. Everard Both van der Eem, geboren rond 1580.

  4. Henderika Both, vermeld (1606-1621), waarschijnlijk overleden tussen 31 mei 1621 [aan de pest in 1623?] en 3 maart 1629.

  5. Godefrieda Both van der Eem, begraven te Utrecht op 4 juli 1626.

    Godefrieda is getrouwd [rond 1622?] met Johan Vranckenszn van Heemskerck, woont te Utrecht (1621-1625), geboren te Rotterdam? vr 1581, overleden te Utrecht vr 10 februari 1627, zoon van Vranck Beest van Heemskerck en Margaretha Mattheusdr. Johan is eerder getrouwd geweest te Rotterdam op 27 september 1599 met Geertruida van Helsdingen, begraven te Utrecht op 13 april 1621, dochter van Steven van Helsdingen en Maria Allardsdr Boelen.

    Bronvermeldingen

    • 02-10-1621: Robert Splinter [gehuwd met Maria Gerritsdr Beest van Heemskerck] afkomstig uit Uyttrecht gevolmachtigde [en neef] van Johan Franckensz van Heemskercken, die boedelhouder is van zijn overleden vrouw Geertruyt van Helsdingen wonende te Uyttrecht, machtigt zijn neef Arien Janssen Vas [gehuwd met Gooltge Gerritsdr van Heemskerck] en Franck Gerritsz, om voor hem van Davidt Smals gelden in ontvangst te nemen en daarvoor kwitanties af te geven. De volmacht is gepasseerd voor notaris Gerrit Knuff te Utrecht op 19 september 1621.

      Bron: Gemeentearchief Rotterdam, ONA, inventarisnummer 103, aktenummer 62, pagina 105.

    • 05-04-1625: Thielman Harmansz van der Vult, 32 jr, en Boudewijn Cornelisz, cleermaecker, 34 jr, verklaren op verzoek van Adriaen Jansz Vas dat zij in gezelschap van diens zwager, Robbrecht Splinter, laeckenkoopman te Utrecht, bij diens schoonmoeder zijn geweest en daar getuige waren van het bijleggen van het geschil tussen Jan van Heemskercke uit Utrecht en Adriaen Jansz met betrekking tot de afwikkeling van de nalatenschap van diens vrouw.

      Bron: Gemeentearchief Rotterdam, ONA, inventarisnummer 140, aktenummer 60, pagina 112.

    • 10-02-1627: Clement van Sorgen, coopman te Amsterdam, geeft een machtiging uit kracht van de volgende procuratie op 1 januari 1627 is voor Jan Cornelisz Hoogeboom, notaris te Amsterdam een machtiging verleend door Pauwels [Vranckszn] van Heemskerck [gehuwd te Amsterdam op 17 november 1584 met Anna Reyniersdr Cant] vader of regent van het weeshuis aldaar, erfgenaam van Jan van Heemskerck, zijn broer overleden te Utrecht, aan Clement van Sorgen, zijn zwager om een stuk land te verkopen gelegen bij de Hoornbrug in de banne van Rijswijck en om renten te ontvangen van de thesuarier van Rotterdam en van de ontvanger te Haerlem en om overeenstemming te bereiken over een rekening met Godfrida Boc van der Eem en met Robbert Splinter, c.s. mede erfgenamen van voornoemde Jan van Heemskerck. Voornoemde Clement van Sorgen machtigt nu Jan van Aller Andrieszn, procureur om zijn zaken te behartigen.

      Bron: Gemeentearchief Rotterdam, ONA, inventarisnummer 136, aktenummer 234, pagina 234.

Generatie VI

De pest in Nederland

De pesthuis te Amersfoort van de Stichting Armen de Poth, 1893
De pesthuis te Amersfoort van de Stichting Armen de Poth, anno 1893.

De pest is een ziekte die van de 14e tot de 19e eeuw in Europa veelvuldig, bij vlagen epidemisch en zelfs pandemisch, voorkwam en enorme aantallen slachtoffers maakte.

Men schat dat de Zwarte Dood (1347-1351) een derde van alle Europeanen doodde.

In de zestiende eeuw heerste de pest in de jaren 1574, 1575, 1598 en in de zeventiende eeuw in de jaren 1615, 1619 en 1623.

Tussen 1663 en 1664 stierven 34.000 van de 200.000 inwoners van Amsterdam aan deze ziekte, en in heel Europa tientallen miljoenen.

Foto: http://www.archiefeemland.nl

VI-a

Thomas Volckenszn Both, klokkengieter, busgieter, geboren rond 1530, overleden in 1593, zoon van Volcken Gerritszn Both (zie V-a) en Willemtgen Thomasdr.

Thomas is getrouwd vr 19 augustus 1552 met Cornelia Hendricksdr de Borch, overleden (aan de pest?) rond 1598, dochter van Hendrick Engbertszn de Borch (klokken- en busgieter) en Antonia.

Haar vader, Henricus de Borch, wordt te Utrecht voor het eerst in 1511 vermeld. Klokken van hem zijn bekend uit de periode 1511-1532. De gieter bemoeide zich ook met de plaatselijke politiek hetgeen hem bijna zijn leven had gekost. Rond 1528 wist hij echter de wijk te nemen, doch kon het daarop volgende jaar al weer terugkeren en zijn beroep uitoefenen. Hij stierf tussen 1532 en 1534. Zijn vrouw Antonia hertrouwde met de Utrechtse gieter Jan Tolhuis.

Thomas Both is getrouwd met Cornelia Hendrixdr, derhalve waarschijnlijk een dochter van de klokkengieter Hendrick de Borch de Oudere en de stiefdochter van de klokkengieter Jan Tolhuis. Het lijkt daarom aannemelijk dat hij het vak bij Tolhuis heeft geleerd en dit temeer omdat Boths naam pas na de dood omstreeks 1558 van Tolhuis op klokken voorkomt. Klokken van hem vindt men namelijk in de jaren 1562-1593. Daaronder bevond zich ook de beiaard van het Brabantse Heusden uit 1589/1590. Daarna goot hij spellen voor Oudewater, Tholen en Vlissingen. De kwaliteit van die klokken was echter onvoldoende om een beiaard te kunnen vormen. Nochtans, zijn productie was niet gering. Dat geldt ook voor het geschut dat hij goot. Thomas Both heeft in 1569 samengewerkt met Willem van Aelten. Zijn zoon Hendrick zou hem als klokkengieter opvolgen.

Bron: "Klokken en Klokkengieters", (Culemborg, 1963), C.N. Fehrmann.

Ridderhofstad Oudegein

Ridderhofstad Oudegein
Gravure van ridderhofstad Oudegein (1633)

Ridderhofstad Oudegein
Foto van de ridderhofstad in het jaar 2006.

**-**-1595: Cornelia Hendricksdr, weduwe van Thomas Both, wordt beleend met de ridderhofstad Oudegein inclusief bijhorende landerijen, tienden en andere rechten.

**-**-1598: Gerrit Both en zijn broers en zusters zijn beleend met de helft van het goed Oudegein, na de dood van Cornelia Hendricksdr, weduwe van hun grootvader Thomas Both.

Bronvermeldingen

  • 19-08-1552: Verkoop door Thomas Volckenszn Both en zijn vrouw Cornelia aan Geryt Foel en zijn vrouw Geertruyt van een rentebrief van 2,5 gouden arnoldusgulden, die Elyas Lumanszn en zijn vrouw Elizabeth aan ene Jan Botter en zijn vrouw Aleid (1 maart 1458) toegekend hebben.

  • 21-02-1559: Verkoopt "de helft van 4 cameren gelegen op Havik; aan de ene zijde Jan die decker; aan de andere zijde Cornelis die timmerman" aan zijn zoon Thomas Both. Opmerking: Volcken Bot behoudt zijn lijftocht.

  • **-**-1580: Brief (13 september 1595) van de gedeputeerde staten van Vriesland, aan de gedeputeerde staten van stad en lande, over de betaling van twee cartouwen in 1580, door meester Thomas Both bussegieter te Utrecht geleverd.

    Bron: Stadsarchief Groningen, Register Feith.

Uit dit huwelijk:

  1. Hendrick Both, volgt onder VII-a

  2. Willempje Both.

    Willempje is getrouwd met Aert Janszn van Leeuwen, zoon van Jan van Leeuwen.

VI-b

Familiewapen van Frans BothFrans Both, burger van Utrecht (1545), raad van Utrecht (1545-1565), schepen van Utrecht (1575, 1576, 1580, 1585), burgemeester van Utrecht (1577, 1579), overleden rond 30 november 1587, begraven te Utrecht (in de Sint Jacobskerk), zoon van Volcken Both (zie V-b) en Hillegonda.

Frans is getrouwd met Heijlwig "Hillegonda" Cornelisdr van Resant, overleden te Utrecht in oktober 1604, dochter van Cornelis Ottensz [van Resant] en Alit Jan Symonsdr.

Wapen van Frans Both

Wapen van Cornelis Ottenszn

De wapens van haar vader Cornelis Ottenzn. Niet ver van de grafsteen van Frans.

Haar halfzus, Johanna van Resant, is voor 1583 gehuwd met Goyert "Goordt" Gerritszn van der Eem, waaruit minstens n zoon Arent Gerritszn van der Eem (1601), gehuwd met Anna van Heussen. Waarschijnlijk is Cornelis van der Eem, vermeld in 1627 als advokaat ter Hove Utrecht eveneens een zoon. Haar vader, Cornelis Ottenzn, is waarschijnlijk getrouwd met een 'van Utenbroeck', of het wapen is afkomstig van zijn moeder.

Bronvermeldingen

  • 10-06-1557: Op 10 juni verkopen Lubbert van Cleeff en Frans Both, burgers te Utrecht als gemachtigden van meester Henrick Pijll en zijn vrouw Marrie Geryt Knoopsdochter "de vrije eigendom van een huis, hof en hofstede met alle toebehoren staande in Den Bruel in de Muurhuizen, aan de ene zijde Frans van Westrenen van Noortwijck, aan de andere zijde de weduwe en erfgenamen van Jan Janss van Droffeler [=Jan Janss Gerytszn], met gensereerde procuratie. Het huis is belast met zeker ponden erfpacht die de Sint Stevens Vicarie in de Sint-Joriskerk daar uit heeft en die men gewoonlijk betaald met 5 stuvers sjaars. Jan Brant, burger, stelt zich borg onder verband van zijn huis staande op de Sluych op Havick in de Muerhuysen dat hij bewoont" aan Geryt van Ouwenbernevelt en zijn vrouw jousfrouv Deliana.

Uit dit huwelijk:

  1. Judith Fransdr Both, geboren rond 1545, volgt onder VII-b

  2. Cornelis Both, geboren rond 1550, volgt onder VII-c

  3. Volcken Both, geboren rond 1556, volgt onder VII-d

  4. Alith Both, geboren rond 1557.

  5. Catrijntje Both, geboren rond 1562, volgt onder VII-e

  6. Frans Both.

Generatie VII

VII-a

Hendrick Both, klokkengieter, overleden in het jaar 1598, zoon van Thomas Both (zie VI-a) en Cornelia Hendricksdr (de Borch).

Hendrick is getrouwd vr 1597 met Emmerentia Bogaert, overleden op 15 februari 1651, dochter van Geurt Bogaerd en Wendelmoet van Honthorst. Emmerentia is later getrouwd te Utrecht op 16 september 1603 met Joost van de Nypoort, overleden te Utrecht op 28 november 1630. Joost is eerder getrouwd geweest voor 1585 met Cornelia Jansdr van der Meer, overleden in 1593 of 1594. Joost is eerder getrouwd geweest te Utrecht op 16 april 1597 met Maria Servaes Petersdr van der Goude.

Bronvermeldingen

  • **-**-1598: Gerrit Both en zijn broers en zusters zijn beleend met de helft van het goed Oudegein, na de dood van Cornelia Hendricksdr, weduwe van Thomas Both, hun grootvader.

    Bron: Het Utrechts Archief, Huis Oudegein te Jupthaas.

  • **-**-1626: Adriaan Ploos van Amstel [wordt beleend] met dezelfde helft na opdracht door Wouter Both als rechtsopvolger van Gerrit Both zijn broer.

  • **-**-1626: [Adriaan Ploos van Amstel wordt beleend] met de beide helften, na opdracht door respektievelijk Wouter Both en dr. Sixtius Donia.

Uit dit huwelijk:

  1. Gerrit Hendrickszn Both, klokkengieter, overleden in het jaar 1615.

    Klokkenspel in de kerk te Oudewater.

    Op deze foto, gemaakt rond 1970, is de nieuwe carillon klokken in de uitbouw van de toren zichtbaar. Deze uitbouw was aangebracht rond 1600 toen er een carillon in de toren kwam. Dit carillon was voor het grootste deel gegoten door klokkengieter Gerrit Both, dat ondanks dat het zeer vals was toch tot 1943 dienst gedaan heeft! Het werd tijdens de oorlog gevorderd door de bezetters, maar na de oorlog weer teruggevonden en staat nu opgesteld in de kerk.

    Gerrit is getrouwd (1) met Davidgen Knijffsdr.

    Gerrit is getrouwd (2) met Neeltje Laurensdr van Everdingen, weerdin in 'de Harp', dochter van Laurent van Everdingen.

  2. Volcken Both, volgt onder VIII-a

  3. Wouter Both, klokkengieter, ongehuwd overleden in het jaar 1644.

  4. Thomas Both, volgt onder VIII-b

  5. Go(d)ert Both, ongehuwd overleden.

  6. Dominicus Both.

  7. Teuntje Both.

    Teuntje is getrouwd met Folcken van der Nypoort, rentmeester van Sint Marie.

  8. Burchje Both.

    Burchje is getrouwd met Jan de Munter, advokaat te Utrecht.

  9. Willempje Both, volgt onder VIII-c

  10. Anthonia Both, volgt onder VIII-d

VII-b

Judith Fransdr Both, geboren in het jaar 1545, overleden te Utrecht in 1596, dochter van Frans Both (zie VI-b) en Heijltje Cornelisdr van Rosant.

Familiewapen van Jacob StellJudith is getrouwd met Bernard (Beernd) Jacobszn Stell, raad te Utrecht (1585, 1589, 1591-1593, 1597, 1599) en burgemeester te Utrecht (1590), zoon van Jacob Stell (rentmeester van Sint-Catharijnen).

Judith (1546-1596) is een tante van Cornelis van de Poll (zie VIII-d) en nicht? van Anthonia van der Sasse (overleden in 1575, nicht van Mechteld van der Sasse (1500-1602)).

Uit dit huwelijk:

  1. Antonia Stell, overleden te Utrecht in 1590.

    Antonia is getrouwd met Johannes Niendael.

VII-c

Cornelis Both, rentmeester der Domeinen Utrecht, geboren rond 1550, bloedvoogd van Hendrick Jacobszn Stell (1605), overleden na 5 mei 1605, zoon van Frans Both (zie VI-b) en Heijltje Cornelisdr van Rosant.

Cornelis is getrouwd (1) met Anna van Sompeecken, dochter van Augustijn Sompeecken (raad te Utrecht (1562)).

Eva StelleCornelis is getrouwd (2) met Eva "Aefgen" Stelle, dochter van Jacob Stell (rentmeester van Sint-Catharijnen).

Uit dit huwelijk:

  1. Anna Both [van der Eem], geboren rond 1575,  volgt onder VIII-e

  2. Gerrichje Both, vermeld (1605) voor 4 morgen land in Jaarsveld.

    Gerrichje is getrouwd getrouwd rond 1605? met Hendrick van Wijck.

  3. Antonia Both, geboren vr 1589.

    Antonia is getrouwd te Utrecht op 23 juni 1605 met Jan van de Poll, ontvanger 40ste penning.

VII-d

Familiewapen van Volcken BothVolcken Franszn Both, rentmeester van Sint-Servaasabdij (1586), rentmeester van Vrouwenklooster van de Benedictinessen (1586, rentmeester van Marindaal (1587-1609), raad te Utrecht (1597), schepen te Utrecht (1599), burgemeester te Utrecht (1605, 1606), kolonel Schutterij (1605, 1606) en Raad der Admiraliteijt in Vrieslandt (1611), geboren rond 1556, overleden na 1626, zoon van Frans Both (zie VI-b) en Heijltje Cornelisdr van Rosant.

Volcken is getrouwd voor 1589 met Magdalena Jansdr Gardijn, geboren rond 1555, overleden na 1626, dochter van Jan Gardijn en Alith.

Bronvermeldingen

  • **-**-1587: Akte van schuldbekentenis ten laste van Cornelia van Poelgeest, abdis van Marindaal, ten behoeve van Volcken Both, rentmeester van Marindaal, vanwege een lening van 12 gulden.

  • 24-12-1589: Akten van lijfrente uitgegeven door de stad Utrecht ten behoeve der staten en ten laste van de kameraar van de stad als ontvanger van de staten-impost aldaar. Uitgegeven aan Volcken Both en zijn vrouw Magdalena.

  • 02-08-1592: Akten van lijfrente uitgegeven door de stad Utrecht ten behoeve der staten en ten laste van de kameraar van de stad als ontvanger van de staten-impost aldaar. Uitgegeven aan Volcken Both en zijn vrouw Magdalena.

  • 29-10-1597: Akte van losrente door Frederick Corneliszn van Beeck en Folcken Franszn Both ten behoeve van Ivo Franszn Deckers en van een lijfrente ten behoeve van Frans, de zoon van Ivo Franszn Deckers.

  • **-**-1600: Rekening van de ontvanger Balthasar de Leeuw van de ontvangst van de 40-ste penning van lijfrenten in 1600 door Volcher Both verkocht ten behoeve van de loskoop van de verhypothekeerde landerijen der Karthuizers bij Dordrecht en Schiedam.

Uit dit huwelijk:

  1. Johan Volkenszn Both, volgt onder VIII-f

  2. Pieter Volckenszn Both, schilder.

  3. Frans Volckenzn Both, schrijnwerker, ongehuwd overleden.

  4. Philips Volckenszn Both, ongehuwd overleden.

  5. Volcken Volckenszn Both, zilversmid, overleden tussen 1627 en 1644.

    Volcken is getrouwd met Maria "Merrichje" van de Vecht. Maria is eerder getrouwd geweest met Jacob Corneliszn de Wildt, goudsmit, zoon van Cornelis de Wildt.

    Bronvermeldingen

    • **-**-1644: Akte van overdracht van de akte (uit 1633) door Jacob van Schoonhoven te Utrecht en zijn vrouw Maria Loduwijcx ten behoeve van Maria van de Vecht, weduwe van Volcken Both.

  6. Cornelis Volckenzn Both, controleur te Delftzijl.

  7. Jan Volckenszn Both, vermoord.

  8. Hillichje Volckensdr Both.

    Hillichje is getrouwd met Gerrit Bogerdt, verongelukt rond 1612.

  9. Maychje Volckensdr Both, jong overleden.

VII-e

Catrijntje Both, geboren rond 1562, overleden te Utrecht in oktober 1604, dochter van Frans Both (zie VI-b) en Heijltje Cornelisdr van Rosant.

Catrijntje is getrouwd met Jan Gardijn, zoon van Jan Gardijn en Alith.

Uit dit huwelijk:

  1. Frans Gardijn, overleden te Utrecht in oktober 1604.

Generatie VIII

VIII-a

Volcken Hendrickszn Both, wijnverlater, zoon van Hendrick Both (zie VII-a) en Emmerentia Bogaert.

Volcken is getrouwd met Cornelisje Cornelisdr in 't Geley, dochter van Cornelis Rijckenszn in 't Geley.

Uit dit huwelijk:

  1. Henrick Both, volgt onder IX-a

  2. Anna Both, overleden vr 3 februari 1698.

    Anna is getrouwd met Floris Sas, apotheker, overleden vr 3 februari 1698. Floris is later hertrouwd met Anna van Cuylenburgh, overleden voor 18 april 1699. Anna is later hertrouwd met Adriaen van Hoecke, solliciteur militair, woont te 's-Gravenhage (1699).

    Bronvermeldingen

    • 03-02-1698: comparanten: Johan van Oort (weduwnaar van Magdalena Both), Volcken Both en Johan Both enerzijds en Herman Joost Lindelaer (gehuwd met Cornelis Both) anderzijds; tot ontvangst van opbrengst van goederen uit de nalatenschap van Floris Sas en Anna Both; mederfgenamen Anna Both.

  3. Weyntje Both, ongehuwd overleden [aan de pest?], begraven te Utrecht op 8 augustus 1651.

  4. Cornelis Both, volgt onder IX-b

  5. Thomas Volckenszn Both.

  6. kind Both, jong overleden.

  7. kind Both, jong overleden.

  8. kind Both, jong overleden.

  9. kind Both, jong overleden.

  10. kind Both, jong overleden.

  11. kind Both, jong overleden.

  12. kind Both, jong overleden.

VIII-b

Thomas Both, zoon van Hendrick Both (zie VII-a) en Emmerentia Bogaert.

Thomas is getrouwd met Josina de Leeuw.

Uit dit huwelijk:

  1. Claasje Both, volgt onder IX-c

VIII-c

Willempje Both, overleden op 20 april 1641, dochter van Hendrick Both (zie VII-a) en Emmerentia Bogaert.

Willempje is getrouwd met Johan Zaell van Vianen, advokaat te Utrecht.

Uit dit huwelijk:

  1. Emerentia Zaell.

    Emerentia is getrouwd (1) met Jacobus van Roosendael.

    Emerentia is getrouwd (2) te Everdingen op 1 mei 1670 met Adriaen van der Nypoort, zoon van Folpert van de Nypoort (zie VIII-d) en Odilia van Vianen.

VIII-d

Folpert van der Nypoort, rentmeester van St. Marie (1637-1649), overleden te Utrecht op 1 juni 1657, zoon van Joost van der Nypoort en Cornelia Jansdr van der Meer.

Folpert is getrouwd (1) te Utrecht op 25 januari 1614 met Anthonia Both, overleden op 4 augustus 1625, dochter van Hendrick Both (zie VII-a) en Emmerentia Bogaert.

Uit dit huwelijk:

  1. Hendrik van der Nypoort, meester, geboren rond 1615, ongehuwd overleden te Utrecht op 28 augustus 1641.

  2. Cornelia van der Nypoort, geboren rond 1620, overleden op 15 april 1669.

    Cornelia is getrouwd te Utrecht op 8 januari 1642 met Willem Uytenboogaert, advokaat te Utrecht, overleden na 1670

  3. Jan van der Nypoort.

  4. Goyaert van der Nypoort, overleden te Utrecht op 15 augustus 1625.

Folpert is getrouwd (2) te Utrecht op 7 januari 1626 met Odilia van Vianen, overleden te Utrecht op 22 maart 1692.

Uit dit huwelijk:

  1. Adriaen van der Nypoort.

    Adriaen is getrouwd (2) te Everdingen op 1 mei 1670 met Emerentia Zaell, dochter van Johan Zaell van Vianen (zie VIII-c) en Willempje Both.

VIII-e

Anna Both [van der Eem], geboren rond 1575, overleden rond 1642, dochter van Cornelis Both (zie VII-c) en Aefgen Stell.

Familiewapen van Lucas van de PollAnna is getrouwd in februari 1596 met Cornelis Lucaszn van de Poll, raad te Utrecht (1594), burgemeester (1618) en kameraar te Utrecht, overleden te Utrecht op 20 januari 1633, zoon van Lucas van de Poll.

Bronvermeldingen

  • 16-03-1639: attestatie van Willem van Wageningen en Willem de Blij ter instantie van Jacob van Asch van Wijck, gecommitteerde raad ter vergadering Staten van Utrecht, en van j. Anna Both, weduwe van Cornelis van de Poll, oudburgemeester van ..., Herman van Leeuwen commis, dat nog in leven zijn Alidt van Wijck, Wendelmoet van Wijck, Judith van Wijck, Wilhelmina van de Poll, Joh. van Arckel, jr. Conr. van Lockhorst, Claesgen van Leeuwen, Conr. van de Poll en Dirk Wijborch, en dat Jan van Arckel is overleden 27 september 1638. (Bron: Proclamaties en Cert. Utrecht 1638‑1639)

  • 01-08-1687: Meester Lucas van der Poll, als vicaris van seeckere twee vicarin bij Herman Both, de eene anno 1374 gefundeert op het Sint Pieters ende Andries altair, ende andere op 23 maart 1390 gefundeert op Stevens en Laurens altair in de Sint-Joriskerk alhier, verklaart hij... enzovoort...

Uit dit huwelijk:

  1. Helena van de Poll, begraven te Utrecht op 22 januari 1672.

    Helena is getrouwd te Utrecht op 6 februari 1625 met Hendrick van Leeuwen, commissaris der Generaliteit van de Provincie Utrecht, begraven te Utrecht op 2 mei 1657.

  2. Franois van de Poll, overleden voor 15 oktober 1653.

VIII-f

Johan Volkenszn Both, ontvanger van Utrecht (voor 1613), onderkoopman (1613-?), overleden voor 1650, zoon van Volcken Both (zie VII-d) en Magdalena Gardijn.

In 1613 werd in zijn kas een aanzienlijk tekort ontdekt. Op de 10de van de bloeimaand werd hij gegijzeld en gevangen gezet op de Hazenberg. Volgens onderzoek was zijn tekort op 1.100.000 gulden en zijn huis (in de Ballemakersstraat) en inboedel werd op de 18de van de bloeimaand aangeslagen en verkocht. Verder werd hij verplicht om het land te verlaten en vertrok hij op de 30ste van dezelfde maand als onderkoopman vanuit Texel naar Java. Johan bevond zich aan boord van het admiraals- of vlaggeschip "Wapen van Amsterdam", waarop Johan Dirckszn Lam als commandeur/opperbevel-hebber de overtocht deed.

Jan is getrouwd voor 1613 met Catrijne van Ham, dochter van Antonis van Ham ter Cuylenburch.

Uit dit huwelijk:

  1. Antonis Both, meester, secretaris (1639-1648), kameraar (1637-1639), kerkmeester en schepen te Rhenen (1636), woont te Rhenen (1635), geboren te Utrecht voor 1613, overleden in het jaar 1649.

    Antonis is getrouwd (1) (ondertrouwd te Rhenen op 2 augustus 1635) met Cornelia "Neeltgen" Petersdr de Vrede (de Vree), woont te Rhenen (1635), geboren te Rhenen voor 1619, dochter van Peter de Vree.

    Antonis is getrouwd (2) (ondertrouwd te Rhenen op 1 juni 1645) met Maria van Maurick, woont te Wijk (1645), Maria is eerder getrouwd geweest te Wijk bij Duurstede op 6 oktober 1640 (ondertrouwd op 20 september 1640) met Nicolaes Wijborgh, begraven te Wijk bij Duurstede in 1642/1643.

  2. Magdalena Both, geboren voor 1613, ongehuwd overleden.

Generatie IX

IX-a

Hendrick Both, zoon van Volcken Both (zie VIII-a) en Cornelisje Cornelis Rijckensdr in 't Geley.

Henrick is getrouwd met Cornelia Diemerbroek.

Uit dit huwelijk:

  1. Folkert Both, geboren vr 1658, volgt onder X-a

  2. Magdalena Both, volgt onder X-b

IX-b

Cornelis Volckenszn Both, dokter in medicijnen (1672), curator (1672), overleden vr 7 december 1709, zoon van Volcken Both (zie VIII-a) en Cornelisje Cornelis Rijckensdr in 't Geley.

Cornelis is getrouwd met Antonetta de Munter, overleden vr 7 december 1709, dochter van Gerard/Godefriedus de Munter (advokaat te Utrecht) en Barbara Lap van Waveren.

Botserf (ook wel Botsmaet genoemd)

Op 14 april 1701 werd het 'opgaende erff off stuck land neffens den uytterdyk te saamen groot dartien mergen', Botserf genaamd, verhuurd door Johan Both. Op 7 december 1709 blijkt bij de scheiding van de goederen na overlijden van Cornelis Both (gehuwd met Antonetta de Munter) nvijfde en de helft van nvijfde part in dertien mergen land, genaamd Botserf en Botsmaet te Eemnes Buitendijk, in zijn bezit te zijn. Op 29 april 1717 verkopen de kinderen van Johan en Magdalena Both twvierde part in halff huys te Klein Rosendaal, Snippervlucht, over de Besembrugge te Utrecht, twvierde parten en twtiende parten in twvijfde parten van 13 mergen land op Botserff te Eemnes. De kinderen worden tevens mederfgenamen van hun oud-tante Anna Both, gehuwd met Florens Sas, genoemd. Botserff wordt in 1752 weer in zijn geheel als 13 morgen land genoemd.

Bronvermeldingen

  • 07-12-1709: (boedelscheiding) Erven Cornelis Both en Antonetta de Munter: Johan Both en Cornelia Both (weduwe van Herman Joost Lindenaer in leven capitayn), waaronder 1/5 en de helft van 1/5 part in dertien morgen land, genaamd Botserf en de Maet, in het gerecht Emmenes Buytendyk.

Uit dit huwelijk:

  1. Johan Corneliszn Both, overleden tussen 11 december 1724 en 25 maart 1725.

    Johan is getrouwd te Utrecht op 26 juli 1715 met Catharina Oortmans. Catharina is eerder getrouwd vr 1700 met Bernard de Roy, ingenieur.

  2. Cornelia Cornelisdr Both, overleden vlak voor 15 januari 1732.

    Cornelia is getrouwd te Utrecht op 11 december 1695 met Herman Joost Lindelaer, vaendrich, overleden tussen 30 januari 1709 en 7 december 1709.

  3. Volcken Both.

IX-c

Claasje "Nicolaa" Both, overleden na 13 augustus 1703, dochter van Thomas Both (zie VIII-b) en Josina de Leeuw.

Claasje is getrouwd (1) vr 1658, met Gerrit Sem.

Uit dit huwelijk:

  1. Cornelis Sem, voogd over de kinderen van Johannes van Everdingen (1696).

  2. Thomas Sem, erfgenaam van Johanna de Leeuw en Maria de Leeuw (1700), overleden vr 11 januari 1712.

    Thomas is getrouwd met Tryntje van la Montanje, overleden na 11 januari 1712.

  3. Josina Sem, overleden vr 1696.

    Josina is getrouwd (huwelijkse voorwaarden te Utrecht op 12 mei 1669) met Johannes van Everdingen, hoefsmid (1669), overleden vr 1696, zoon van Nicolays Gale en Neeltgen Pauwels.

    Bronvermeldingen

    • 12-05-1669: Josina werd bij de huwelijkse voorwaarden bij gestaan door haar moeder Nicolay Both, laatst weduwe van Cornelis van de Water, en haar neef [=oom?] Cornelis Both, doctoor medecine. Johannes brengt zijn hoefsmederij in.

    • **-**-1703: Nicolaa Both heeft als nichten: Johanna en Maria de Leeuw.

  4. Elisabeth Sem.

  5. Wilhelmina Sem.

Claasje is getrouwd (2) met Cornelis van de Water, wijnhandelaar, overleden voor 20 september 1668.

Uit dit huwelijk:

  1. Judith van de Water.

Generatie X

X-a

Folkert Hendrickszn Both, wijnhandelaar, geboren vr 1658, overleden tussen 8 december 1717 en 31 mei 1718, zoon van Hendrick Both (zie IX-a) en Cornelia Diemerbroek.

Volcken is getrouwd vr 12 februari 1676 met Gosuwina de Pauw, overleden tussen 3 juni 1739 en 15 maart 1741, dochter van NN de Pauw.

Folkert wordt door Cornelis Coop, wijnhandelaar en de schoonvader van zijn zoon Johan, zijn neef genoemd.

Bronvermeldingen

  • 12-02-1676: (testament) Ze bepalen dat de lijftocht voor de langstlevende is en dat dezelfde tevens als voogd zal optreden.

  • **-*-*1710: Bij het opmaken van de huwelijkse voorwaarden tussen zzon Johan Both en Maria Koop worden vermeld: Folkert Both en Gosuina Pauw (ouders), Henricus Bot (broer), Cornelis Bot (broer) en Maria Bot (zuster).

Uit dit huwelijk:

  1. Hendrick Both, gedoopt te Utrecht op 17 februari 1676, overleden vr 2 augustus 1721.

  2. Cornelis Both, gedoopt te Utrecht op 30 september 1677, volgt onder XI-a

  3. Folkert Both, gedoopt te Utrecht op 3 februari 1680, volgt onder XI-b

  4. Johan Both, geboren te Utrecht op 4 januari 1684 tussen 09:00 uur en 10:00 uur, gedoopt aldaar op 6 januari 1684, volgt onder XI-c

  5. Willem Both, koopman (1724-1731), woont te Amsterdam (1724-1732), ongehuwd (1724), gedoopt te Utrecht op 19 februari 1686, overleden voor 1767.

  6. Leonard Both, gedoopt te Utrecht op 16 februari 1688, volgt onder XI-d

  7. Maria Both, woont te Utrecht (1724-1729), gedoopt te Utrecht op 26 oktober 1690, overleden tussen 10 januari 1772 en 10 juli 1773

    Maria is getrouwd (huwelijkse voorwaarden te Utrecht op 23 april 1729) met Abel Corneliszn de Coole, secretaris van de Balie van de Duitse Ridderorde (1729-1741), notaris Hof van Utrecht (1709-1742), procureur gerechte van Utrecht (1709-1742), schout en gadermeester van Wittevrouwen en Abstede (1714), overleden tussen 6 en 14 maart 1743, zoon van Cornelis de Coole (notaris Hof van Utrecht) en zijn tweede vrouw Margaretha Roose. Abel is eerder getrouwd geweest (huwelijkse voorwaarden te Utrecht op 26 februari 1713) met Alida van Bronckhorst, overleden na 18 juli 1726.

    Bronvermeldingen

    • 16-03-1711: Cornelis Coole, eerder weduwe van Elsye Schot, gehuwd met Margaretha Roose [dochter van Abel Rose en Margaretha Witcamp], notaris voor het Hof van Utrecht maakt zijn testament en pregaleert aan zijn kinderen: Abel de Coole, notaris voor het Hof van Utrecht, Cornelia de Coole, Adriana de Coole, Harmannus de Coole en Nicolaes de Coole. Hij stelt zijn voordochter Elselina de Coole (van zijn eerste vrouw) in legitieme portie op last van lijftocht. De voogdijstelling is voor de langstlevende. De protocollen praktizynspaieren gaan naar zijn zoon Abel de Coole.

      Bron: Het Utrechts Archief, ONA, inventarisnummer U123a4, aktenummer 342).

    • 26-02-1713: Huwelijkse voorwaarden tussen Abel de Coole, notaris en procureur, bijgestaan door zijn ouders Cornelis de Coole en Margaretha Rose, en Alida van Bronkhorst. Op 10 oktober 1721 en 23 januari 1723 maken ze hun testament voor de langstlevende. Ze wonen aan Oudekerkhof te Utrecht.

      Bron: Het Utrechts Archief, ONA, inventarisnummer U138a4, aktenummer 114; inventarisnummer U138a6, aktenummer 115; inventarisnummer U138a6, aktenummer 159)

    • 07-08-1715: De boedel wordt gescheiden van zijn overleden vader Cornelis Coole. Zijn moeder overlijdt een jaar later in december 1716.

      Bron: Het Utrechts Archief, ONA, inventarisnummer U151a1, aktenummer 202).

    • 23-04-1729: De huwelijkse voorwaarden worden opgemaakt tussen Abel Coole (secretaris van de balie van de Duitse Orde), geassisteerd door zijn zuster Elzelina Coole, en Maria Both, geassisteerd door haar moeder Guisina de Pauw (weduwe van Volkert Both) en haar broers Johan, Willem en Leonard Both.

      Bron: Het Utrechts Archief, ONA, inventarisnummer U138a8, aktenummer 52).

    • 23-12-1730: Ze maken hun testament voor de langstlevende. Ze wonen aan Oudekerkhof te Utrecht.

      Bron: Het Utrechts Archief, ONA, inventarisnummer U138a8, aktenummer 126).

    • 28-08-1738: Abel de Coole, secretaris van de balie van de Duitse Orde, weduwnaar van Alida van Bronckhorst dochter van Adriaan van Bronckhorst, ziet af van de aanspraken op de boedels van zijn zwagers Pieter Adriaen van Bronckhorst en Floris van Bronckhorst.

      Bron: Het Utrechts Archief, ONA, inventarisnummer U197a1, aktenummer 3).

    • 30-09-1743: Maria maakt haar testament. Vermeld worden Volkert Both, wonende te Bourdeaux in Frankrijk, Johan Both en de twee kinderen (dochters) van Leonard Both.

      Bron: Het Utrechts Archief, ONA, inventarisnummer U138a10, aktenummer 131-1).

    • 12-05-1755: Maria Both wordt tante genoemd van Folkert Both junior, gehuwd met Gosuina Maria Both dochter van Leonard Both zaliger. Folkert en Gosuina wonen in Amsterdam.

      Bron: Het Utrechts Archief, ONA, inventarisnummer U205a10, aktenummer 84).

    • 28-03-1762: Haar neef Volkert Both woont te Bourdeaux (Frankrijk). Zij stond onder voogdij van haar broer Johan en haar neef Jacob Schreefwegh. Beiden zijn overleden.

      Bron: Het Utrechts Archief, ONA, inventarisnummer U205a17, aktenummer 35).

X-b

Magdalena "Helena" Both, overleden voor 3 januari 1698, dochter van Hendrick Both (zie IX-a) en Cornelia Diemerbroek.

Magdalena is getrouwd met Johan van Oort, overleden na 11 juli 1698.

Uit dit huwelijk:

  1. Johanna Cornelia van Oort, gedoopt te Amsterdam op 8 mei 1673.

    Johanna is getrouwd (1) met Nicolaes van Thoor.

    Johanna is getrouwd (2) met Johan van der Nypoort.

  2. Adriana van Oort, gedoopt te Amsterdam op 8 maart 1680.

Generatie XI

XI-a

Cornelis Both, koopman (1724), woont te Amsterdam (1724), gedoopt te Utrecht op 30 september 1677, overleden vr 3 februari 1727, zoon van Folkert Both (zie X-a) en Gosuwina de Pauw.

Cornelis is getrouwd met Cornelia ter Borgh, overleden na 1732.

Uit dit huwelijk:

  1. Mettina Both, gedoopt (hervormd) te Amsterdam (Westerkerk) op 18 juni 1713 (getuigen: Mettina Muijs van Holij, Abraham ter Borch).

XI-b

Folkert Both 'senior', zoon van Folkert Both (zie X-a) en Gosuwina de Pauw.

Folkert is getrouwd met [onbekend].

Uit dit huwelijk:

  1. Folkert Both junior, volgt onder XII-a

  2. Leonard Both, geboren in 1710, volgt onder XII-c

XI-c

Johan Both, zilversmid (1710-1724) en juwelier, woont te Utrecht (1724-1730), geboren te Utrecht op 4 januari 1684 tussen 09:00 uur en 10:00 uur, gedoopt aldaar op 6 januari 1684, overleden voor 28 maart 1762, zoon van Folkert Both (zie X-a) en Gosuwina de Pauw.

Johan is getrouwd op 15 maart 1710 (huwelijkse voorwaarden te Utrecht op 27 maart 1710) met Maria Coop, geboren op 1 september 1679, overleden op 30 maart 1748 tussen 14:00 en 15:00, dochter van Cornelis Coop (wijnhandelaar) en Anna van Royestyn.

Uit de familiebijbel van schoonvader Cornelis Coop

"Op den Eersten september 1679 is mijn huijsvrou bevallen van een dochter, door dominee Engelbert van Engelen gedoopt, ende genaamt Maria, in den Heeren ontslapen den 30 maert 1748"

"Onse dochter Maria Coop, is opden 15 april 1710 getrout (doen oud sijnde 30 Jaer, 7 maend en 4 dagen) met Joan Both (geboren 4 Jannuari 1684 voor de noen tussen 9-10 uren uts 26 Jaer 3 maend, dus verschillende 4 Jaer 4 maenden en 4 dagen) soon van neeff Folkert Both en Goosewina Pauw"

De onderste twee alinea's zijn toegevoegd door Johan Both na het overlijden van zijn schoonvader:

"Op den 23 september 1716 Is onse waarde vader Cornelis Coop smorgens ontrent quartier voor vieren in den Heer ontslaapen na dat hij een schielijk overval en slaapsiekte gekrege hadde in den Ouderdom van 74 jaar en ses maande en lijdt begraven bij onse Moeder Anna van Roiestijn in de Buurkerck in 't graft van onse Vader"

"Op den 30 maert 1748 is mijn waerde Huijsvrouw Maria Coop tussen 2 en half drie uren des namiddaegs in den Heeren ontslapen na dat 15 dagen minder dan 38 Jaren in den Echten staet met den anderen geleeft hebben, gebore deze den Eersten September 1679 oude stijl, dus in den ouderdom van 69 Jaer en 29 dagen overleden"

Uit dit huwelijk:

  1. Folkert Both, geboren te Utrecht op 24 april 1711, gedoopt aldaar op 25 april 1711, overleden op 29 april 1711.

    "Onse dochter Maria Both, is opden 24 april 1711 bevallen van een soon, door dominee Joannes Lagendaal in huijs gedoopt ende genaamt Folkert. Deesen Folkert is opden 29 april overleden, 5 dagen oud sijnde"

  2. Anna Cornelia Both, geboren te Utrecht op 18 mei 1712, gedoopt aldaar op 19 mei 1712, volgt onder XII-d

    "Op den 18 meij 1712 is mijn dochter Maria Both, bevallen van een dochter, door dominee Theodorus van Ackersdijck gedoopt ende genaamt Anna Cornelia, naa mijn vrouw zaliger ende mijn"

  3. Gooswina Maria Both, geboren te Utrecht op 16 november 1713, gedoopt aldaar op 19 november 1713, overleden op 21 november 1713.

    "Op den 16 november 1713 is mijn dochter Maria Both, weder van een dochter bevallen, ende is door dominee Ackersdijck gedoopt ende genaamt Gooswina Maria, naa haar overgrootmoeder Pauw en haar grootmoeder Both. Op den 21 november is dees Gooswina Maria overleden, 6 dagen oud sijnde"

  4. Magdalena Both, geboren te Utrecht op 24 september 1715, gedoopt aldaar op 25 september 1715, overleden op 29 oktober 1715.

    "Op den 24 september 1715 is mijn dochter Maria Both, weder van een dochter bevallen, ende is door dominee Ackersdijck gedoopt en genaamt Magdalena, naa haar oudt moeij van Oort. Op den 29 october is dese Magdalena overleden oud sijnde vijff weken"

  5. Folkert Both, geboren te Utrecht op 6 februari 1718, gedoopt aldaar op 8 februari 1718, overleden op 8 februari 1718.

    "Op den 6 februari 1718 is mijn huijsvrouw Maria Coop weder van een Soon bevallen ende is door dominie Theodor van der Hoeven gedoopt ende genaamt Folkert naer sijn grootvader Folkert Both en is gestorven op den 8 februari 1718"

XI-d

Leonard Both, wijnhandelaar (1724-1727), koopman (1763), woont te Utrecht (1724-1727) en Bordeaux (Frankrijk, 1763-1767), gedoopt te Utrecht op 16 februari 1688, overleden tussen 14 februari en 30 oktober 1730, zoon van Folkert Both (zie X-a) en Gosuwina de Pauw.

Leonard is getrouwd (huwelijkse voorwaarden te Utrecht op 8 december 1717) met Anna Vernoy, overleden voor 5 juli 1728, dochter van Antony Vernoy en Elisabeth van der Schaft.

Bronvermeldingen

  • 30-10-1730: voogdbenoeming substitutie over de kinderen van wijlen Leonard Both.

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, aktenummer U110a14, aktenummer 37.

  • 02-04-1731: Bij een openbare verkoping van een "hoff en speelhuys", aan de Cingel omtrent de Nagtegaaltiens in de paroche Wittevrouwen, worden de gebroeders Folkert, Joan en Willem Both als voogden genoemd over de kinderen van Leonard Both.

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, inventarisnummer U151a12, aktenummer 65.

  • 19-07-1731: Bij een openbare verkoping van "een hoff en speelhuys", groot 160 roeden, liggende aan de Maliebaan en Oudewykerveltsteegh in parochie Wittevrouwen, worden de gebroeders Folkert, Joan en Willem Both als voogden genoemd over de kinderen van Leonard Both.

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, inventarisnummer U151a12, aktenummer 84.

  • 12-09-1731: Bij een overdracht van 2 obligaties ten laste van de provincie Utrecht, worden de gebroeders Folkert, Joan en Willem Both als voogden genoemd over de kinderen van Leonard Both.

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, inventarisnummer U138a8, aktenummer 142.

  • 14-09-1731: Bij een overdracht van een obligatie, groot 2105 pond en 4 stuivers, ten laste van de provincie Utrecht, worden de gebroeders Folkert, Joan en Willem Both als voogden genoemd over de kinderen van Leonard Both.

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, inventarisnummer U184a2, aktenummer 126.

  • 15-04-1732: Bij een overdracht van een obligatie, groot 1000 pond, ten laste van de province Utrecht, worden de gebroeders Folkert, Joan en Willem Both als voogden genoemd over de kinderen van Leonard Both.

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, inventarisnummer U184a2, aktenummer 200.

  • 14-05-1732: Bij een overdracht van 2 obligaties ten laste van een deel der generale middelen van Utrecht, groot 1000 en 500 pond, worden de gebroeders Folkert, Joan en Willem Both als voogden genoemd over de kinderen van Leonard Both.

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, inventarisnummer U186a1, aktenummer 74.

  • 30-05-1732: Bij een overdracht van een losrente op een obligatie, ten laste van de provincie van Utrecht, worden de gebroeders Folkert, Joan en Willem Both als voogden genoemd over de kinderen van Leonard Both.

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, inventarisnummer U150a9, aktenummer 88.

  • 20-12-1734: Bij een overdracht van een obligatie, groot 600 pond, ten laste van het land van Utrecht, worden de gebroeders Folkert, Joan en Willem Both als voogden genoemd over de kinderen van Leonard Both.

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, inventarisnummer U138a9, aktenummer 65.

  • 10-05-1735: Bij een overdracht van een obligatie, groot 1000 pond, ten laste van de ontvanger van een deel van het oudeschildgeld van het land Utrecht, worden de gebroeders Folkert, Joan en Willem Both als voogden genoemd over de kinderen van Leonard Both.

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, inventarisnummer U189a1, aktenummer 43.

  • 20-05-1735: Bij een overdracht van 2 obligaties ten laste van de provincie Utrecht, groot 1800 pond, worden de gebroeders Folkert, Joan en Willem Both als voogden genoemd over de kinderen van Leonard Both.

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, inventarisnummer U186a1, aktenummer 168.

  • 19-09-1736: Scheiding van de nalatenschap van leonard Both en Anna Vernoy, ouders van Gozuina Maria Both, en de nalatenschap van Anthony Vernoy en Elizabeth van der Schaft, hun grootouders.

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, inventarisnummer U138a9, aktenummer 114-1.

  • 19-09-1736: Kwitantie voor ontvangst van het aandeel op de nalatenschap van Leonard Both en Anna Vernoy, ouders van Gozuina Maria Both, en van het aandeel in de nalatenschap van Anthony Vernoy en Elizabeth van der Schaft, haar grootouders. Gozuina is op deze dag blijkbaar ook meerderjarig (minstens 25 jaar).

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, inventarisnummer U138a9, aktenummer 114-2.

  • 20-07-1737: Voogdbenoeming over Anthonia Elisabeth Both, dochter van wijlen Leonard Both en wijlen Anna Vernoy.

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, inventarisnummer U138a9, aktenummer 132.

Uit dit huwelijk:

  1. Gosuina Maria Both, geboren rond 1721, volgt onder XII-a

    Zij wordt ontheven uit voogdij (25 jaar) op 19 september 1736 en zal dus rond 1721 geboren zijn.

  2. Anthonia Elisabeth Both, onder voogdij (1746).

    Anthonia is getrouwd voor 10 maart 1759 met Jan Jacob "Jean Jaques" Horneca, koopman en bankier te Amsterdam (1767), overleden in 1779.

    In 1776 werd de firma Horneca, Hoggeur & Co opgericht door Jan Horneca en Danil d'Hoggeur. In 1773 trad Henri Fizeau toe.

Generatie XII

XII-a

Folkert Both junior, koopman (1724-1751), woont afwisselend te Bourdeaux (Frankrijk, 1724, 1743, 1750, 1767) en Amsterdam (1743, 1751), gedoopt te Utrecht op 3 februari 1680, zoon van Folkert Both (zie XI-b).

Volcken is getrouwd tussen 29 juli 1735 en 19 september 1736 met zijn nicht Gosuina Maria Both, geboren rond 1719, overleden vlak vr 10 juli 1773, dochter van Leonard Both (zie XI-d) en Anna Vernoy.

Op 4 oktober 1750 trouwt te Amsterdam een Volcken Bott met Elisabeth van Overloop.

Op 11 juli 1756 trouwt te Amsterdam een Volcken Both met Maria Huijberts.

Bronverwijzingen

  • **-**-1751: Onderhandse akte van transport door Folkert Both junior en zijn vrouw Anthonia Elisabeth Both [=Gosuina Maria Both] aan Sybrandus Faber van twee obligaties van 1000 gulden en 500 gulden.

    Er bestaat een mogelijkheid dat Folkert 2 keer getrouwd is: 1) De eerste keer met zijn nicht Gosuina die dan overleden is tussen 1749 en 1751 en 2) met zijn nicht (en haar zuster) Anthonia, waarna Folkert zelf overleden is. Anthonia trouwt dan voor de tweede keer voor 1759 met Jan Jacob Horneca.

Uit dit huwelijk:

  1. Folkert Both, gedoopt (hervormd) te Amsterdam (Nieuwe kerk) op 18 september 1740 (getuigen: [grootvader] Folkert Both, [tante] Antonia Elizabeth Both).

  2. Anna Elisabeth Both, gedoopt (hervormd) te Amsterdam (Westerkerk) op 29 januari 1747 (getuigen: [oom?] Antonie van Niel, [tante] Antonia Elisabeth Both), volgt onder XIII-a

XII-c

Leonard Both, koopman te Bordeaux (1763), geboren in 1710, overleden in 1777, zoon van Folkert Both (zie XI-b).

Leonard is getrouwd met Marie Nairac, geboren in 1726, overleden in 1805.

Bronvermeldingen

  • 08-07-1763: Procuratie, om al hun zaken voor gerechten en hoven waar te nemen van: (1) Maria Both, weduwe van Abel Coole, (2) De kinderen en erven van Folkert Both: [zoon] Folkert Both, gehuwd met Gosuina Maria Both, dochter van wijlen [broer] Leonard Both; [zoon] Leonard Both, koopman te Bordeaux, (3) Anna Cornelia Both, dochter van wijlen Johan Both [en Maria Coop], weduwe van Jacobus 's Graafwegh. De lastgevers zijn mederfgenamen van hun moeder respectievelijk grootmoeder Gosuina de Pauw, in leven weduwe van Folkert Both, en van hun broer respectievelijk oom Willem Both, en mederfgenamen van Cornelis Both, in leven gehuwd met Cornelia ter Borch.

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, inventarisnummer U224a3, aktenummer 88.

Uit dit huwelijk:

  1. Susanna Margueritte Both, volgt onder XIII-b

XII-d

Anna Cornelia Both, erfpachtster van Haanhaverland, geboren te Utrecht op 18 mei 1712, gedoopt aldaar op 19 mei 1712, overleden rond 1774, dochter van Johan Both (zie XI-c) en Maria Coop.

Anna is getrouwd (1) vr 1741 met Johan Bouwman 'junior', overleden voor 9 februari 1748.

Uit dit huwelijk:

  1. Clara Bouman, gedoopt (remonstrants, aan huis) te Amsterdam op 8 maart 1741 (geen doopgetuigen vermeld).

  2. Johanna Maria Bouman, gedoopt (remonstrants, aan huis) te Amsterdam op 30 augustus 1742 (getuigen: Johan Bouman junior, Maria Koop huisvrouw van Johan Both).

Anna is getrouwd (2) (huwelijkse voorwaarden te Utrecht op 20 november 1752) met Jacobus 's Graefwegh, kanunnik in de Dom te Utrecht, overleden tussen 8 mei 1761 en 28 maart 1762.

Bronvermeldingen

  • 08-07-1763: Procuratie, om al hun zaken voor gerechten en hoven waar te nemen van: (1) Maria Both, weduwe van Abel Coole, (2) De kinderen en erven van Folkert Both: [zoon] Folkert Both, gehuwd met Gosuina Maria Both, dochter van wijlen [broer] Leonard Both; [zoon] Leonard Both, koopman te Bordeaux, (3) Anna Cornelia Both, dochter van wijlen Johan Both [en Maria Coop], weduwe van Jacobus 's Graafwegh. De lastgevers zijn mederfgenamen van hun moeder respectievelijk grootmoeder Gosuina de Pauw, in leven weduwe van Folkert Both, en van hun broer respectievelijk oom Willem Both, en mederfgenamen van Cornelis Both, in leven gehuwd met Cornelia ter Borch.

    Bron: hetutrechtsarchief.nl, inventarisnummer U224a3, aktenummer 88.

  • 29-06-1775: Akte van overdracht door Jacobus van Buuren namens de executeurs-testamentair van Anna Cornelia Both, weduwe van Jacobus Graafweg, aan Jan Pieter van Nes, rentmeester van het convent, van 8 morgen land op de Schaft tussen de Houtense Wetering en de Loeriksedijk te Houten.

  • **-**-1778: Verkoopvoorwaarden en akte van verkoop door Nicolaas Kien, en Gerard Munnicks, executeurs-testamentair van Anna Cornelia Both, weduwe van Jacobus 's-Graafweg, aan Jan Pieter van Nes, rentmeester van de ridderschap, ten behoeve van het convent van Oudwijk, van 8 morgen nader gespecificeerd bouwland op de Schaft tussen de Houtense Wetering, de Loeriksedijk, de Goyerwetering en de Weteringsedijk te Houten.

Generatie XIII

XIII-a

Anna Elisabeth Both, gedoopt (hervormd) te Amsterdam (Westerkerk) op 29 januari 1747, overleden voor 1776, dochter van Folkert Both junior (zie XI-b) en Gosuina Maria Both.

Anna is getrouwd met Jacques Antoine Horneca alias Jacque Antoine Horngacher (1779), woont te Geneve (Zwitserland, 1776), overleden na 21 juni 1777, zoon van Jean-Philippe Horneca.

Uit dit huwelijk:

  1. Jean Philippe Louis Horneca, onmondig (1776-1777).

  2. Jeanne Elisabeth Horneca, onmondig (1776-1777).

XIII-b

Familiewapen van Susanna BothSusanna Margueritte Both, dochter van Leonard Both (zie XII-c).

Susanna is getrouwd in 1764 met Francois de Tauzia.

Uit dit huwelijk:

  1. Pierre Paul Both de Tauzia, geboren te Bordeaux (Frankrijk) op 4 juli 1778, volgt onder XIV-a

Generatie XIV

XIV-a

Pierre Paul Both de Tauzia, burgemeester van Parempuyre (Frankrijk, 1809), schepen te Bordeaux (Frankrijk, 1812), hoofd van de politie te Bordeaux (Frankrijk, 1814), baron (1817), burggraaf (1828), geboren te Gironde (Bordeaux, Frankrijk) op 4 juli 1778, overleden in 1843, zoon van Francois de Tauzia en Susanna Margueritte Both (zie XIII-b).

Pierre is getrouwd met [onbekend].

Beschrijving van het wapen van Both de Tauzia: parti, au 1 d'zur, au chevron d'or, accompagn en chef de deux roses du mme, et en pointe d'un lionceau d'argent; au chef cousu de geueles, cherg d'un croissant du troisime mail; au 2 d'azur, trois fleurs de lys d'or ranges en chef, et une limande de mme en pointe (vertaald: in blauw een bot vergezeld van drie lelies in het schildhoofd).

Bron: Dictionnaire encyclopdque de la noblesse de France, Paris 1816, Nicolas Viton de Saint-Allais.

Uit dit huwelijk:

  1. Pierre Paul Both de Tauzia, geboren te Gironde (Bordeaux, Frankrijk) op 30 januari 1823, overleden na 1881, conservator van het Nationaal Museum te Louvre.

    Pierre Both de Tauzia
    Pierre Both de Tauzia, geschilderd door Lon Bonnat in 1881. Het is gesigneerd met: "A mon ami le vte Both de Tauzia ln Bonnat 1881"