Familiewapen van het geslacht de Bodt uit OosterlandHet geslacht (de) Bodt uit Oosterland

Verkaveling van de buitengebieden

Gedeeltelijk uit "(De) Both en Knip - twee Noordbevelandse pioniersfamilies", door P.F. Poortvliet en J.W. Zondervan, pagina 192.

Kaart van het "Oude Noort Beveland"
Oude kaart van Noord-Beveland.

In het algemeen kwamen deze families af op de aankondigingen die bij de gelegenheid van de inpoldering in 1598-1599 via biljetten werden gedaan in omliggende gebieden. Voor Noord-Beveland weten wij precies waar. De biljetten hebben gehangen in: Delft, Den Briel, Heenvliet, Zuidland, Oud-Beijerland, Nieuw-Beijerland, (de polder) Bonaventura, Strijen, Willemstad, Ooltgensplaat, Stad aan 't Haringvliet, Middelharnis, Sommelsdijk, Dirksland, Oude-Tonge, Vossemeer, Tholen, Poortvliet, Scherpenisse, Sint Maartensdijk, Sint Annaland, Oost-Duiveland (= Bruinisse), Oosterland, Ouwerkerk, Nieuw-Lekkerkerk, Zierikzee, Brouwershaven, Bommenee, Dreichor, Goes, Veere Middelburg, Arnemuiden, 'Plaete' (= Colijnsplaat?) 'ende enige andere plaetsen'.

Vandaar zullen de meeste pioniers gekomen zijn die zich, geruggesteund door een groter of kleiner kapitaal, in de nieuwe polder vestigden.

Noch van de hier volgende familie Both noch van de familie Knip wordt in de Noordbevelandse archieven rechtstreekt de plaatsen van herkomst vermeld. Voor de eerstgenoemde familie is dat Oosterland op Duiveland. De familie Knip beschikte via de stammoeder over bezittingen in dezelfde regio en zal ongetwijfeld ook van daar komen. Kenmerkend is dat de leden van beide families slechts ten dele lidmaten zijn van de nieuwe gereformeerde religie. Enkelen doen eerst op het laatst van hun leven belijdenis in de gereformeerde kerkelijk gemeente. En niet alleen bij de eerste generatie vinden we twijfelaars; in beide families is kennelijk ruimte voor rooms-katholieke en zelfs doopsgezinde bloed- en aanverwanten. In hoeverre de verwantschap van beide families met de rooms-katholieke, prinselijke rentmeester Pieter Stoffelsen uyt Mattenburgh (rentmeester over Noord-Beveland voor prins Philips Willem van Oranje van 1598-1602 en 1606-1611) en het streven van de Oranje's naar tolerantie hierin een rol speelt, kan slecht tot niet te bewijzen speculaties leiden. Leden van beide families bekleedden in elk geval openbare ambten. De gereformeerde predikanten hadden in de eerste helft van de 17de eeuw nog niet zo'n overwicht dat zij de niet-lidmaten uit deze functies konden weren.

Generatie I

I-a

Jacob Both.

Zijn kinderen:

  1. Lenaert Jacobszn Both, volgt onder II-a

Generatie II

De kerk te Oosterland in 1606.
De kerk te Oosterland in 1606.

II-a

Lenaert Jacobszn Both, 'behouder' van de heerlijkheden Oosterland en Sirjansland voor jonkheer Joris van Steynemolen, heer van deze heerlijkheden, zoon van Jacob Both (zie I-a).

Genoemd te Sirjansland in 1612 als De Boet en Debodt.

Lenaart is getrouwd met Luytgarde van Steyn(e)molen, overleden op 27 september 1616, begraven (kerk) te Oosterland, dochter van Joris van Steynemolen (heer van Oosterland en Sirjansland) en Isabeau/Elisabeth Andriesdr Vierling.

Uit dit huwelijk (voor zover bekend):

  1. Tristram Lenaertszn (de) Bot, geboren in 1580/1581, volgt onder III-a

  2. Benjamin Lenaertszn Bodt.

    Benjamin Lenaerts Bodt, ontvanger/rentemeester van mijnheer Van Benthuyse en van jonkheer Heyndrick de Tuyl als voogden van de weese van jonkheer Jeroenimus van Tuyl, en de zijnen de eigenaars van Emelisse (Hemelisse).

    Bron: RAZE 3014, folio 71v, 1 en 29 juni 1619

  3. Martha Lenaartsdr Both, geboren te Oosterland in 1583/1584, volgt onder III-b

Generatie III

III-a

Tristram (Stryham) Lenaertszn (de) Bot, landbouwer, pachter van diversen tienden (onder andere lammeren en vis) op Noord-Beveland (1599-1634), rotmeester van de nachtwacht te Colijnsplaat (6 oktober 1604), dijkgraaf van de Oud- en Nieuw Noord Bevelandspolders (1605-1634), lidmaat op belijdenis van de Nederduits gereformeerde gemeente (bevestigd 29 april 1629 en na herverkiezing opnieuw 4 mei 1631 tot mei 1632), geboren in 1580/1581, overleden op 26 februari 1634, begraven te Colijnsplaat (kerk) op 1 maart 1634, zoon van Lenaert Jacobszn Both (zie II-a) en Luytgarde van Steyn(e)molen.

Tristram is getrouwd met Janneken Stoffels uyt Mattenburgh, lidmaat op belijdenis Colijnsplaat (17 december 1628), geboren in 1582 of 1583, overleden op 21 november 1658, begraven te Colijnsplaat (kerk, 2 keer beluid) op 26 november 1658, dochter van Stoffel Janszn (weduwnaar van Aegtken Huybrechtsdr uyt Mattenburgh) en Neeltghen Hendricksdr.

Grafopschrift van Tristam Bodt in de Nederlandse Hervormde Kerk te Colijnsplaat
Grafsteen in de Nederlands hervormde kerk te Colijnsplaat

HIER LEYT BEGRAVEN TRISTRAM LEENDERSEN DE BOT IN SIJN LEVE[N] DYCKGRAEFF VAN NOORTBEVELANT STERFF DEN XXVIEN FEBRVARY XXIC XXXIII....CH OVT LIII JAREN

HIER LEYT BEGRAVEN IANNKEN STOFFELS HUYSVROU VAN DE HEER DYCKGRAEFF TRYSTAM DE BODT OVDR ZYND 75 IAREN STERFT DEN 21 NOVEMBER INT IAER 1658 ENDE

Het wapen van Tristram is een staande bot (vis) tussen twee heuveltjes met in het schildhoofd recht een ster en midden en links een? Onderop de steen zijn met moeite de jong [aan de pest] gestorven kinderen te ontcijferen: IACOB, MARIA, CORNELIA en ANNEKE DE BOT.

16 juli 1692: (attestatie) Vermelde personen: Cornelis Schuebeque (Comparant, Raadsheer), Rochus de Breen (Comparant, Raadsheer), Maria Kuijp (Comparant), Martha Kuijp (Comparant), Leendert Schuerbeque, Clasina de Bod, Johanna de Bod, Janneken Stoffels, Tristan Leenderts Bots, Nicolaas Kuijp, Lieven Imanse Schuerbeque, Roeland Kruijke (Getuige), Donius Besmanse (Getuige).

Bron: Atlantis NotariŽle en Rechterlijke Akten, invoernummer: 4042-34, microfiche: 4042/2.

Uit dit huwelijk:

  1. Leendert Both, geboren te Colijnsplaat, overleden (aan de pest), begraven aldaar (kerk) op 12 augustus 1625.

  2. Christoffel Tristramszn (de) Both, geboren in 1603/1604, volgt onder IV-a

  3. Cornelia de Bot, geboren te Colijnsplaat, overleden (aan de pest), begraven aldaar (kerk) op 13 augustus 1625.

  4. Jacob Tristramszn (de) Bot, landmeter over Zeeland (1630), geboren te Colijnsplaat, overleden op 27 april 1633, begraven aldaar (kerk) op 1 mei 1633.

    Bronvermeldingen:

    • 21 december 1630: De gecommitteerde Raden van de Staten van Zeeland admitteren Jacob Tristram Bot, wonende op Noord-Beveland, tot landmeter.

      Bron: Staten van Zeeland, 1669, folio 28v, 21 december 1630

  5. Claesken Tristramsdr Both, volgt onder IV-b

  6. Petronella Tristramsdr Both, volgt onder IV-c

  7. Susanna Tristramsdr Both, geboren te Colijnsplaat, volgt onder IV-d

  8. Mayken/Maria Both, geboren te Colijnsplaat, overleden (aan de pest), begraven aldaar (kerk) op 11 augustus 1625.

  9. Anneken Both, geboren te Colijnsplaat, overleden (aan de pest), begraven aldaar (kerk) op 12 augustus 1625.

  10. FranÁoysken Both, geboren te Colijnsplaat, overleden (aan de pest), begraven aldaar (kerk) op 24 augustus 1625.

  11. Janneken Both, geboren te Colijnsplaat, gedoopt aldaar op 19 mei 1624 (getuigen: Leunis Stamperus, Leendert Dam, Maeyken van der Broecke huisvrouw van Mattenburch), volgt onder IV-e

III-b

Martha Lenaertsdr Both, geboren te Oosterland in 1583/1584, overleden op 17 oktober 1633, begraven te Vlissingen (Sint-Jacobskerk) op 23 oktober 1633, dochter van Lenaert Jacobszn Both (zie II-a) en Luytgarde van Steyn(e)molen.

Martha is getrouwd te Oosterland in 1610 (ondertrouwd aldaar op 24 april 1610) met Pieter van de Putte, apotheker te Vlissingen, geboren te Tienen (BelgiŽ), overleden op 15 juli 1655, begraven te Vlissingen (Sint-Jacobskerk, bij zijn vrouw) op 18 juli 1655, zoon van Reynier van de Putte en Catharina Feckens.

Onder hun kinderen een zoon Reynier (wiens zoon Carel van de Putte, kapitein bij de Zeeuwse Admiraliteit in de Vierdaagse Zeeslag (11 tot 14 juni 1666), commandant van het fregat 'Goes' inde slag bij Solebay (7 juni 1672), idem van de 'Domburg' in de slagen bij Schoneveld voor de kust van Vlissingen (7 en 14 juni 1673) en bij Kijkduin (21 augustus 1673) onder De Ruyter, begeleidde stadhouder Willem III in november 1688 naar Torbay om tot koning van Engeland en Schotland gekroond te worden, en een zoon Robbrecht van de Putte.

Uit dit huwelijk (onder andere):

  1. Reinier van de Putte, gedoopt te Vlissingen op 19 januari 1612.

    Reinier is getrouwd (ondertrouwd te Vlissingen op 30 december 1634) met Catharina van Goch.

  2. Robbrecht van de Putte, koopman in graan te Colijnsplaat, armmeester te Colijnsplaat (1665), schepen te Colijnsplaat (1677), gezworene van de Oud Noord-Bevelandpolder (1686), geboren te Vlissingen, gedoopt aldaar op 26 september 1617, begraven te Colijnsplaat op 17 november 1677.

    Robbrecht is getrouwd te Colijnsplaat op 24 juli 1658 (ondertrouwd aldaar en te Vlissingen op 6 juli 1658) met Marijcken/Maria Knip, lidmaat op belijdenis te Colijnsplaat (6 oktober 1652), wonend bij haar moeder bij Kats), woont te Zierikzee (1693), geboren te Kats, gedoopt te Colijnsplaat op 25 februari 1635 (getuigen: Janneken Stoffels), dochter van Nicolaes Corneliszn Knip (zie IV-b) en Clasina Tristramsdr Both.

    Robbrecht is in september 1637 met attestatie van Havre de Grace (Le Havre, Frankrijk) aangekomen te Vlissingen (wonende 'Bursse'), kennelijk met dezelfde attestatie vertrokken naar Colijnsplaat, waar hij op 3 januari 1638 als lidmaat werd ingeschreven ('cousijn van den dijckgraef Both saliger, comende wt Vranckryck met attestatie van Monsr. Baudewijn, predicant van Havre de Grace').

Generatie IV

IV-a

Christoffel Tristramszn (de) Both, rentmeester en ontvanger te Breda, geboren in 1603 of 1604, begraven (baarkleed en overluid) te Breda (in de Grote Kerk) op 28 september 1638, zoon van Tristram Lenaertszn (de) Bot (zie III-a) en Janneken Stoffels uyt Mattenburgh.

Christoffel is getrouwd [te Breda voor 1628] met Maria Gilmansdr Popta, afkomstig van Breda, dochter van Gilman [Wernoutszn] Popta. Maria is later hertrouwd (schepenbank) te Breda op 25 september 1639 met Jacob de Backer. Jacob is eerder getrouwd geweest met Gerdina Peeters.

Voor zover bekend zijn er geen kinderen uit dit huwelijk. Maar een familiale relatie tot een aantal personen in Dordrecht is niet ondenkbaar.

Bronvermeldingen:

  • Op 30 januari 1628 wordt Maria Gilmansdr Popta vermeld als doopgetuige (katholiek) van Maria Popta, dochter van haar broer Jacobus Gilmanszn Pota en Cornelia Dircksdr van Akenburch (Alenborch/Ardenburch/Asenburch).

  • Op 31 maart 1628 is Christoffel gevolmachtigd door zijn vader om de nalatenschap van Peeter vuijt Mattenburch in Breda af te handelen.

    Bron: Stadsarchief Breda, Notariele Akten, Minuutakten J.H. Dirven, Archief III-50 inventarisnummer 101-127.

  • Op 20 augustus 1628 is de helft van 29 gemeten 210 roden leenland "Mattenburch" in de heerlijkheid Vossemeer in de polder Mattenburch - een goed, onversterfelijk leen - bij dode van Pieter uijt Mattenburch, oom, verstorven op zijn neven Adriaen Huybrechts uijt Mattenburch en Christoffel Tristram Both (register J, folio 91) Op 22 februari 1640 is bij dode van Christoffel Tristram de Both diens helft overgegaan op Adriaen Huybrexen uyt Mattenburch (register Q, folio 190r en v).

    Bron: RAZE 3026, folio 14, 9 april 1697

  • Tristram Lenaerdts Both draagt aan zijn zoon Christoffel zijn onversterfelijke lammertienden en lenen in Nieuw Noord-Beveland over.

    Bron: Zeeuwse Rekenkamer II, 51, 18 juli 1633 en 4 april 1634

  • Op 13 oktober 1633 is hij, samen met Maria Willems Popta, doopgetuige (katholiek) van het kind Maria Popta, dochter van Jacobus Gilman Popta en Cornelia Theodori van Henburch (=Alenborch). Later op 21 mei 1648 wordt Johan [Pieterszn] de Both (uit een Dordts geslacht en door Jacob zijn zwager genoemd), wonende tot Dordrecht, gemachtigd door Jacob Popta, gehuwd met Cornelia van Alenborch, om de nalatenschap van zijn schoonzuster Emmerentia van Alenborch af te handelen.

  • Bij dode van Tristram Leenderts Both (1634), in leven dijkgraaf, gaan diens onverstervelijke tienden over op zijn zoon Christoffel, die 30 jaar is.

    Bron: Zeeuwe Rekenkamer A, geluweregister 17/27, 29 oktober 1634

  • In 1637 (9 februari) wordt hij in Breda aan de Veemarkt vermeld als belending van Dirck Bruijn die zijn huis verhuurt aan Govert Adriaens van Drunen. Langs de andere kant wordt als belending het "Wapie van Engelant" genoemd.

IV-b

Claesken "Clasina, Claesje" Tristramsdr Both "de oude", lidmaat op belijdenis te Colijnsplaat (3 april 1639), lidmaat bij de oprichting van de Nederlands Gereformeerde gemeente te Kats (2 november 1659), overleden voor 6 mei 1682, dochter van Tristram Lenaertszn (de) Bot (zie III-a) en Janneken Stoffels uyt Mattenburgh.

Claesken is getrouwd met Niclaes "Claes" Corneliszn Knip, landbouwer te Kats, overleden voor 1 november 1637, zoon van Cornelis Jacobszn Knip (landbouwer te Kats, schepen van de heerlijkheid Kats en het vrij-ambacht van Noord-Beveland) en Neelken Claesdr.

Bronvermeldingen:

  • In 1631 en 1632 wordt Claes Cornelissen Knip vermeld als eigenaar/baander.

    Bron: Nassausche Domeinen

  • In 1636 wordt hij aangeslagen voor de 500ste penning.

    Bron: Archief Stad Goes, nummer 4362, Kohier 500ste penning

  • Op 31 mei 1642 is er sprake van 4 kinderen van Nicolaes Cnip saliger, erfgenamen van hun grootmoeer Cornelia Cnips.

    Bron: RAZE 3023, folio 15

  • In 1654 wordt Clasina vermeld in de rekeningen van de Frederikspolder.

    Bron: Rentambt Prins van Oranje, nummer 214

  • Op 14 oktober 1659 verklaart Pieter Claesse de Regt dat hij in 1656 als knecht heeft gediend bij Clasijna de Bodts. Het betreft hier de problemen over de tiend van het koolzaad van Clasijna 'uit het hoefken in't Nyeuwelant'.

    Bron: RAZE 3657, folio 22v

  • Clasina Both te Colijnsplaat wordt vermeld voor de 500ste penning van 1665 tot 1667 en van 1670 tot 1671.

    Bron: Archief Stad Goes, nummers 4341 tot 4345, Kohieren 500ste penning

  • Adriaen de Rinck transporteert op 15 januari 1666 2 gemeten 68 roeden land aan Joffrouw Clasijna Knips voor 59 gulden per gemet, gekocht in 1664 en gelegen in het vrij-ambacht van Kats; daarna volgt de levering.

    Bron: RAZE 3024, folio 79 en 79v

  • Doctorandus Johannis Lievens verkoopt op 30 mei 1668 12 gemeten wei- en zaailand met het getimmerde daarop in Nieuw Noord-beveland aan Clasijna Bods voor 45 gulden vlaams per gemet.

    Bron: RAZE 3024, folio 101v

  • In 1678 en 1679 wordt Juffrouw Clasina Both vermeld voor het familiegeld.

    Bron: Archief Stad Goes, nummers 4601 en 4603

  • Robbrecht van de Putte en Marta Knips worden vermeld als erfgenamen van Clasyne Bots.

    bron: RAZE 3025, folio 29

  • 16 juli 1692: (attestatie) Vermelde personen: Cornelis Schuebeque (Comparant, Raadsheer), Rochus de Breen (Comparant, Raadsheer), Maria Kuijp (Comparant), Martha Kuijp (Comparant), Leendert Schuerbeque, Clasina de Bod, Johanna de Bod, Janneken Stoffels, Tristan Leenderts Bots, Nicolaas Kuijp, Lieven Imanse Schuerbeque, Roeland Kruijke (Getuige), Donius Besmanse (Getuige).

    Bron: Atlantis NotariŽle en Rechterlijke Akten, invoernummer: 4042-34, microfiche: 4042/2.

  • Op 4 juli 1693 gebeurdt er een taxatie op verzoek van Cornelis Adriaense van der Weele, alias Dach, door de magistraat van ats, van de door Dach gezaaide winter- en zomervruchten in de door hem gebruikte hoeve die eigendom is van de erfgenamen van Clasina Knip (=Both).

    Bron: RAZE 3025, folio 107

Uit dit huwelijk:

  1. Cornelia Knip, lidmaat op belijdenis te Colijnsplaat (2 juli 1651, jongedame wonend bij haar moeder op de hoeve bij Cats), gedoopt te Colijnsplaat op 6 februari 1633 (getuigen: grootvader Tristram Both, dijckgraef, grootmoeder Neeltjen Claes, Leendert Damme, bajliu van Oosterlandt), overleden voor september 1663.

    Cornelia is getrouwd met Coenraedt Pieters Heerder, lidmaat op belijdenis te Colijnsplaat (26 juni 1656, jongeman), schepen te Wissenkerke (1658-1660), schout te Wissenkerke (1660-1676), ouderling te Wissenkerke (1674), dijkgraaf, gedoopt te Colijnsplaat op 29 februari 1632 (getuigen: Pieter Coene van Merenburgh, Pieter Janssen, Baestiaen Cornelissen, Adriaenken Maes), begraven aldaar (2 keer geluid, 'syn eygen doodkleed') op 16 april 1676.

  2. Marijcken/Maria Knip, lidmaat op belijdenis te Colijnsplaat (6 oktober 1652), wonend bij haar moeder bij Kats), woont te Zierikzee (1693), geboren te Kats, gedoopt te Colijnsplaat op 25 februari 1635 (getuigen: grootmoeder Janneken Stoffels).

    Maria is getrouwd te Colijnsplaat op 24 juli 1658 (ondertrouwd aldaar en te vlissingen op 6 juli 1658) met Robbrecht van de Putte, koopman in graan te Colijnsplaat, armmeester te Colijnsplaat (1665), schepen te Colijnsplaat (1677), gezorene van de Oud Noord-Bevelandpolder (1686), geboren te Vlissingen, gedoopt aldaar op 26 september 1617, begraven te Colijnsplaat op 17 november 1677, zoon van Pieter van de Putte (zie III-b) en Martha Lenaertsdr Both.

    Bronvermeldingen:

    • 31 maart 1693: (procuratie) vermelde personen: Maria Kuijp (=Knip, Comparant), Robbregt van der Putte, Martha Kuijp (=Knip, Comparant), Johannes Slabbart, Leendert Schuurbeque (Comparant), Christiaan Leendert de Bodt, Libertus Loeff (Procureur), Petrus Haijman (Getuige), Rochus den Breen (Getuige). Bijzonderheden: Betreft schorren en slikken bij Bergen op Zoom.

      Bron: Atlantis NotariŽle en Rechterlijke Akten, invoernummer: 4042-64, microfiche: 4042/4.

  3. Martha Knip, lidmaat op belijdenis te Vlissingen (juli 1652), met attestatie lidmaat te Colijnsplaat (5 januari 1653, wonend bij haar moeder), geboren te Kats, gedoopt te Colijnsplaat op 24 februari 1636 (getuigen: Voort Pieterssen Verburg, Anna de Bodt, Maria de Bodt, Aechken Stoffels).

    Martha is getrouwd (1) (ondertrouwd te Zierikzee op 31 oktober 1655) met Johannes van der Port, geboren te Zierikzee.

    Martha is getrouwd (2) (ondertrouwd te Zierikzee op 15 mei 1661) met Johannes Slabbert, apotheker te Zierikzee, geboren te Sluis.

    Anna (overleden in 1625) was een kind van Tristram en Janneken. Maria komt in dit fragment verder niet voor. Gezien de doopdatum zouden Anna en Maria voor 1620 geboren moeten zijn. Kloppen de gevens in verband met genoemde kinderen niet? Men zou bij deze personen denken aan eventuele tantes van Martha, dus zussen van Clasina Tristramsdr Both! Onder doopgetuigen van het volgende kind zien we echter ook een aangetrouwde oudoom Pieter van de Putte. Anna en Maria zouden ook oudtantes (= zussen van de grootvader) kunnen zijn.

  4. Claesijnken/Clasina Knip, lidmaat met attestatie te Colijnsplaat (4 juli 1654), lidmaat van de nieuwe gereformeerde gemeente te Kats (2 november 1659), gedoopt te Colijnsplaat op 1 november 1637 (getuigen: oudoom Pieter van der Putte, Leendert Coenen, Helena Knips, tante Janneken Boths), begraven aldaar (beste doodskleed, 3 nachten vernacht) op 22 juli 1664.

    Een Helena Knip wordt ook vermeld als doopgetuige voor het kind Maria Cornelisdr Bots, gedoopt te Oude-Tonge op 28 januari 1680, dochter van Cornelis Bots en Geertruij Gillisdr Cornelis Bots en Geertruij Gillisdr.

    Clasina is getrouwd met Johannes Lievens, als kandidaat in de theologie bevestigd tot predikant van de Nederlands Gereformeerde gemeente van Wissenkerke en Geersdijk (6 februari 1661), overleden op 16 september 1705, begraven te Wissenkerke (kerk). Johannes is later getrouwd in 1665 of 1666 met Tanneken Salomons.

IV-c

Petronella Tristramsdr Both, lidmaat belijdenis Colijnsplaat (3 april 1633, j.d. van de heer Dijckgraef), overleden op 8 september 1639, begraven te Colijnsplaat op 11 september 1639, dochter van Tristram Lenaertszn (de) Bot (zie III-a) en Janneken Stoffels uyt Mattenburgh.

Petronella is getrouwd te Zierikzee (voor de magistraat) op 17 mei 1638 met Jacob Hermanssen Oosthoorn, (doopsgezind), begraven te Colijnsplaat (2x beluid, doodskleed 2 nachten overnacht) op 28 juli 1647.

Hun huwelijk leidde tot grote commotie onder de gereformeerden in Noord-Beveland.

Jacob Hermanssen, wederdooper (ofte van de secte der Mennonisten, aan welke hij de belijdenisse haerder dwalinge heeft gedaan, ende daerop van haer is gedoopt) versocht hebbende van den kerckenraedt alhier ondertroudt ene getroudt te mogen worden met Joffrouw Petronella Tristrams Both, jongedame van den heer dijckgraef saliger Tristram Both, sijnde lidtmaet deser Gemeijnte: soo is het dat de broeders des kerckraedts daerin groote swaericheidt hebben gemaeckt; eensdeels omdat desen wederdooper niet en was van meininge voor alsnoch professie van onse religie te doen ende sich daerop te laeten doopen (sic!); anderdeels omdat de dochter, een lidtmaedt sijnde, een jock wilde gaen aentrecken met desen ongeloovigen ende verleidende dwaelgeest, regelrecht tegens het uitgedruckte gebodt Godts, Exodus hoofdstuk 23 vers 32 ende hoofdstuk 34 vers 12, Deuteronium hoofdstuk 7 vers 3, Ios. hoofdstuk 23 vers 12 en 13, Esra hoofdstuk 10 vers 2, Nehemia hoofdstuk 13 verzen 25 tot 28, en 2 CorinthiŽrs hoofdstuk 6 vers 14. Ende hebben daerom de broeders des kerckenraedts dit ongoddelijk, onchristelijck ende gantsch ongeoorlooft houwelijck niet met een gerust gemoedt connen toe staen ende sulck een daermede niet meer ende meer over dese plaetse hebben willen verwecken, de welcke alreede genoegsaem door veel andere groote sonden onsteecken wordt. Ende is tot dien eijnde van de broeders des kerkenraedts voor goedt gevonden ende besloten dese droevige saecke eerst den Eerwaerde broeders des Clasis van Walcheren met de eerste gelegenheidt bekendt te maecken, om haer advijs ende oordeel daerover te hebben, ofte van haer te vernemen wat alderbest ende bequamst tot Gods eere ende stichtinge deser kercke in dese saecke soude mogen connen gedaen ofte gelaeten worden. Het besluit des kerckenraedts de predicant A. Rotarius, ende Adriaen Anthinissen, ouderling, aen de voornoemde dochter Petronella Tristrams (in't bijwesen haerder moeder Janneken Stoffels ende haerder suster Susanna Tristrams Both) hebben bekendt gemaeckt ende haer belast op geen ander plaetse haer te laeten ondertrouwen ende trouwen met desen voornoemden wederdooper Jacob Hermanssen, voor alleer dat de Eerwaerde broeders des Classis het eene ofte ander hierin souden hebben geresolveert ende geattesteert. De dochter heeft haer dit besluit des kerckraedts onderworpen, nae dat sij over haer quaedt voornemen ende lichtvaerdige ende onbehoorlijcke houwelijckse beloftenisse aen den wederdooper gedaen (ende waer van sij alsnoch door Gods woordt ende goede redenen niet en conde afgebrocht worden) was bestraft ende men haer grootheidt van sulck een sonde, de straffen Gods over dezelve ende verscheidene swaricheden wt sulcke, van God expresselijck verbodene houwelicken, spruitende ende daermede vergeselschapt gaende, hadde claerlijck voor oogen gestelt.

Bron: Acta Kerkeraad Colijnsplaat, pagina 240 en 241, 28 maart 1638

De predikant wordt afgevaardigd naar de classicale vergadering te Middelburg. Het voornoemde verzoek om advies wordt schriftelijk bij dit college ingediend en voluit in de acta geschreven.

Bron: Acta Kerkeraad Colijnsplaat, pagina 243, 11 april 1638

De pedikant doet rapport van de classicale vergadering van 15 april. Deze oordeelt dat het huwelijk niet tegengehouden kan worden, maar wil daarmede ds. Rotarius niet belasten of hem ertoe overhalen. De vergadering adviseert de betrokken personen naar Bommenee of Oude-Tonge te laten gaan, om voor de magistraat te trouwen naar Hollandse gewoonte en recht. In de toekomst zal de kerkeraad dit advies geven in voorkomende gevallen. het besluit van de kerkeraad is aan Jacob Hermanssen medegedeeld, waarop deze met zijn bruid naar Zierikzee is vertrokken, waar zij op 20 april voor de magistraat zijn ondertrouwd en op 17 mei daarna getrouwd.

Bron: Acta Kerkeraad Colijnsplaat, pagina 244, 18 april 1638

IV-d

Susanna Tristramsdr Both, lidmaat op belijdenis te Colijnsplaat (1 april 1635, jongedame), geboren te Colijnsplaat, begraven te Vlissingen (Sint Jacobskerk) op 15 december 1646 (of 15 juni 1647), dochter van Tristram Lenaertszn (de) Bot (zie III-a) en Janneken Stoffels uyt Mattenburgh.

Susanna is getrouwd te Colijnsplaat in 1641 (ondertrouwd aldaar en te Vlissingen op 10 augustus 1641) met Reynier van de Putte, geneesheer, lidmaat op belijdenis van de Nederlands Gerefeormeerde gemeente te Vlissingen (30 juni 1626), geboren te Vlissingen, gedoopt aldaar op 4 februari 1607, begraven aldaar (Sint Jacobskerk) op 20 augustus 1654, zoon van Carel Reynierszn van de Putte en Neeltje Jacobsdr van de Brandeler. Reynier is eerder getrouwd geweest te Vlissingen op 16 februari 1627 (ondertrouwd aldaar op 30 januari 1627) met Mayken Dingemans.

Reynier woont in 1626 aan de Bierkaye te Vlissingen. Susanna vetrekt met attestatie op 1 december 1641 van Colijnsplaat naar Vlissingen, waar ze met deze attestatie aankomt in januari 1642 op de Biercaye.

Uit dit huwelijk:

  1. Janneken Reyniers van de Putte.

IV-e

Janneken (de) Bodt/Both, aangenomen op belijdenis te Colijnsplaat (6 oktober 1641), geboren te Colijnsplaat, gedoopt aldaar op 19 mei 1624, overleden te Zierikzee op 18 november 1664, dochter van Tristram Lenaertszn (de) Bot (zie III-a) en Janneken Stoffels uyt Mattenburgh.

Janneken is getrouwd (ondertrouwd te Zierikzee op 13 april 1653) met Lieven Iman Oolesse (Schuurbecque), keurmeester van de meekrap (1643-1645), raad van Zierikzee (1672-1673), geboren te Zierikzee, gedoopt aldaar op 17 mei 1611, overleden aldaar op 21 januari 1673, zoon van Iman Leenaert Oolesse en Neeltje de Wale.

Bronvermeldingen:

  • 31 januari 1661: Lieven Imantse heeft op 17 november 1660 arrest gedaan op 15 gemeten 134 roeden land in de polder van Nieuw Noord-Beveland die jhr. Johan van de Werve, heer van Urk, en jonkvrouw Josijna van de Werve, vrouwe van Giessen-Oudekerke, aan Sr. Robberecht van de Putte hebben verkocht. Johan van de Werve stelt 4 gemeten land in de polder van Wissenkerke ten onderpand.

    Bron: RAZE 3657, folio 35v, 31 januari 1661

  • 8 december 1664: Lieven Imanse heeft beŽindigd de inventaris van zijn overleden vrouw Janneken Bots, ter presentatie van Claesken Bots, weduwe van Claes Knip. De nalatenschap beloopt 7209 gulden 6 stuivers 8 cent vlaams.

    Bron: Verz. De Vos, nummer 59, 8 december 1664

  • 15 januari 1666: Cornelis van Haevr transporteert aan Lieven Iemanse, voogd van Juffrouw Johanna van de Putte, 2 gemeten 210 roeden zaailand in Nieuw Noord-Beveland voor 51 gulden per gemet.

    Bron: RAZE 3024, folio 80, 15 januari 1666

  • 16 juli 1692: (attestatie) Vermelde personen: Cornelis Schuebeque (Comparant, Raadsheer), Rochus de Breen (Comparant, Raadsheer), Maria Kuijp (Comparant), Martha Kuijp (Comparant), Leendert Schuerbeque, Clasina de Bod, Johanna de Bod, Janneken Stoffels, Tristan Leenderts Bots, Nicolaas Kuijp, Lieven Imanse Schuerbeque, Roeland Kruijke (Getuige), Donius Besmanse (Getuige).

    Bron: Atlantis NotariŽle en Rechterlijke Akten, invoernummer: 4042-34, microfiche: 4042/2.