Ik hou me bezig met fotografie. Buiten de kantooruren. Mijn leven wordt, als ik het zo mag uitdrukken, gedomineerd door mijn gezin, mijn werk en de fotografie. En dan moet ik ook nog eens slapen. Zo heb ik een goed gevuld leven. ledereen heeft maar 24 uur per dag, ik heb er ook niet meer. Bovendien heb ik relatief veel slaap nodig. Ik slaap graag zeven tot acht uur.
Elk moment van mijn vrije tijd gaat naar de fotografie. Het is een heel eigenaardige situatie: in de fotografie heb ik bij wijze van spreken evenveel stress als in mijn professionele bezigheden. Met het ene kan ik van het andere afkicken. We kijken overigens geen televisie, dat is ook al veel tijd gespaard.


Ik maak niet alleen foto's, ik geef ook regelmatig cursussen en workshops. Verder geef ik ook nog leiding aan een groepje zwartwitfotografen. We gaan buiten de traditionele paden van een fotoclub. Ik zie daarin tamelijk veel verbanden met mijn managementfunctie die ik op m'n job invul. Ik ben op beiden met mensen bezig: het managen van mensen, ze op weg helpen in de fotografie. Ik probeer hen in onze fotogroep (Groep ZW/art, werkgroep voor Zwart/Wit-fotografie) te begeleiden en ze te laten zoeken naar hun eigen stijl. Ik tracht de techniek te vermijden, omdat mensen daar van nature al te veel mee bezig zijn. Ik wil de focus op het inhoudelijke om ze buiten de grenzen van de traditionele amateurfotografie te laten gaan. Dat lukt. En het is een groep van jonge mensen. Het komt erop neer ze aan te trekken en ze te houden, zoals in een bedrijf ook het geval is. Het omgaan met mensen, ze laten groeien naar resultaten, dat vind je in beide activiteiten terug.
Ik ben al zo'n dertig jaar bezig met fotografie. Het begon toen ik van m'n vader een toestel leende, een oude Voigtländer. In het begin was het vooral de fascinatie voor het medium, vooral de techniek ervan. Ik ben eigenlijk wetenschapper van interesse. Ik volgde humaniora wetenschappen B, zoals dat toen heette, en wilde na mijn middelbare school aan het Sint-Lucas Instituut studeren met de bedoeling mijn droom, fotograaf worden, te verwezenlijken. Maar mijn ouders vonden dat ik meer bekwaamheden had dan alleen fotografie. Daarom heb ik besloten wetenschappen te doen, scheikunde en later landbouwingenieur.

De bedoeling was via die weg toch in de fotografiesector terecht te komen. 'Uiteindelijk is het anders verlopen, en dat is misschien wel het beste. Achteraf bekeken kan ik het mijn ouders niet kwalijk nemen. Ik heb er nu misschien wat minder tijd voor, maar ik kan echt doen waar ik zin in heb.
Waar komt die interesse voor foto's vandaan? Het is een evolutie. Oorspronkelijk was het, vermoed ik, eerder de belangstelling voor de techniek, het kunnen vastleggen van iets op een beeld en dat onder controle hebben. Gaandeweg evolueerde mijn belangstelling naar het beeld zelf, onder invloed van onder andere Leopold Oosterlynck, een fotograaf die een winkel in het Leuvense heeft. Hij draaide bij mij de knop om. 'Ik had veel bewondering voor zijn werk en 's middags ging ik vaak kijken naar nieuw werk in zijn etalage. Op een dag besloot ik de winkel binnen te stappen en kennis te maken. Daaruit is een vriendschap gegroeid die nu nog stand houdt. Hij heeft me ervan bewust gemaakt dat fotografie meer is dan iets vastleggen. Met is een kwestie van omgaan met je emoties, met het licht en met de tijd.

Fotografie is een middel om momenten van emotie op te zoeken en vast te leggen. Als je een portret maakt, creëer je met een model gedurende een bepaalde tijd een relatie. De emotie
komt van het vastleggen bij en het herbeleven van de opnames. Een portret maken is voor mij een moment van intense communicatie. Er is een verschil tussen een foto maken en emoties vastleggen. Je ziet een beeld dat je onvoorstelbaar ontroert. Waarom? Dat is moeilijk te verklaren. Emoties hebben te maken met ontroering en een foto is geslaagd als je die ontroering kunt herbeleven, soms jaren later nog. Dat gaat verder dan het maken van een gewoon vakantiekiekje. Soms zie je dat mensen die reizen soms foto's maken zonder te kijken en zonder te beleven wat ze zien, om achteraf te zien wat ze hadden moeten zien. Ze zijn vergeten te kijken. Ik probeer dat ook duidelijk te maken in onze fotogroep ZW/art, ik spoor de leden aan verder te zoeken,

Op hettechnisch vlak ben ik autodidact. Ik heb het met Oosterlynck wel veel over fotografie als kunst, als expressievorm gehad. Maar ik heb veel zelf geleerd. Ik heb veel naar andere foto's gekeken en fotoboeken aangeschaft.
Voor mij is fotografie een intensieve bezigheid. Ik sta op en ga slapen met fotografie in mijn hoofd. Soms vraag ik me af of mijn werk iets is om af te kicken van de fotografie in plaats van andersom. Houdt dat ook in dat ik altijd kijk naar dingen alsof ik door de zoeker van de camera blik? Ja. Ik ben eraan gewend geraakt om heel intensief te kijken. Mijn hoofd zit bij wijze van spreken vol negatieven. Ik bekijk de wereld met andere ogen. Soms kom ik buiten en zeg ik: wat een prachtig licht. Andere mensen zien dat vaak niet. Soms kun je wel zeggen dat we hier rot weer hebben, maar het heeft toch ook zijn mooie kanten.

Ik ben aan de Academie in Leuven fotografie gaan studeren en deed twee specialisatiejaren. Dat was een zeer rijke ervaring. Ik mocht al in het derde jaar beginnen omdat mijn werk goed genoeg was. Ik ben er mijn vooroordelen over kleur kwijtgeraakt en ik ben er in aanraking gekomen met verschillende genres fotografie. Stillevens bleken bijvoorbeeld niet mijn roeping in de fotografie. Ik fotografeer liever mensen of de sporen van mensen in een landschap, een pad, een bos, een stadsbeeld.
De Voigtländer was inmiddels vervangen door een Minolta spiegelreflex kleinbeeldcamera. Maar ik ben niet altijd even fanatiek geweest. Zo'n vijftien jaar geleden zat ik in een 'dip', ik had het gevoel uitgekeken te zijn op kleinbeeld. Er was geen evolutie meer. Ik zat op een dood spoor. De landschapsfotograaf Ansel Adams (een van de grondleggers van de moderne Amerikaanse landschapsfotografie) boeide me zeer. Hij heeft op een prachtige manier het Amerikaanse landschap in beeld gebracht. Adams werkte met een grootformaatcamera. Je krijgt daarmee foto's met een zeer grote rijkdom aan details. Daar kun je uren naar kijken. Maar toen ik zelf probeerde foto's in die stijl te maken, met een kleinbeeldcamera in het Belgische klimaat, flopte het. Ik had in de voetsporen willen lopen van Adams, ik wilde doen wat hij deed. Dat ging niet en ik kon het niet accepteren. En dat betekende een stuk frustratie. De camera bleef dus liggen. Ik had geen tijd toen om echt te onderzoeken wat het probleem was.

Door de aankoop van een tweedehands middenformaat Bronica (met negatieven van 6x6 centimeter) kreeg ik weer zin in foto's maken. Er ging toen een stukje van die wereld van Adams voor me open. Ik kreeg een 'ahagevoel' in de zin van: hier zijn mogelijkheden die ik niet kende. De volgende stap was een 4x5 inch camera. Ik kon een tweedehands 4x5 inch vergroter op de kop tikken. Op een beurs kocht ik later een 4x5 inch camera met lenzen.

Dat was werkelijk een openbaring en dat heeft mijn stijl en visie ondersteboven gehaald. Het is een revolutie geweest. Aanvankelijk was ik onder de indruk van de fijne korrel, de scherpe negatieven, de scherpe afdrukken. Ik ben die camera later ook voor portretten gaan gebruiken. Daarmee bouw je een andere communicatie op met een model omdat het model zich meer intens bewust is van de fotograaf en van de opname. Een ander voordeel van 4x5 inch is dat je voor landschappen een hele dag op stap bent voor een beperkt aantal opnamen. Je zet die camera op een statief en gaat veel beter aan compositie doen eer je afdrukt. In plaats van drie filmpjes vol te schieten zoals met een spiegelreflex maak je nu maar een drietal foto's. Maar dat zijn stuk voor stuk foto's die een afdruk waard zijn. Je hebt het gevoel dat het geen loterij meer is, je hebt de foto echt gemaakt. Die is dan het resultaat van denkwerk. Dat heb je niet met kleinbeeld. Daar hoop je dat het toeval je helpt.


De 4x5 inch fotografie heeft er voor gezorgd dat ik ook weer meer met kleinbeeld ben gaan werken en kleinbeeld weer weet te appreciëren. De beperkingen van het fotograferen met dergelijke toestellen zijn verdwenen. Kleinbeeld heeft nu terug zijn plaats. Ik heb nu ook veel meer aandacht voor het opbouwen van een beeld met kleinbeeld. Dat heeft dan tot gevolg dat ikj bij het afdrukken niet meer hoef te 'snijden' in het negatief, dat ik het hele negatief kan gebruiken en bij het afdrukken niet met de vergroter hoeft te spelen om een betere kadrage te krijgen. Ze zouden elke fotografiestudent met 4x5 inch moeten laten beginnen en wachten met de kleinbeeldcamera tot de student de 4x5 inch onder de knie heeft.
In de specialisatiejaren moest je een onderwerp kiezen en daar gedurende een jaar een reeks van maken. Dat is een hele ervaring geweest: je moet een concept uitwerken. De eerste reeks ging over Charleroi, een grijze, trieste stad die net daardoor een enorme aantrekkingskracht heeft. Achteraf ben ik er niet 100 procent tevreden mee, want ik ben niet altijd consistent geweest. Je moet consistent en consequent zijn en dat is niet eenvoudig. In het tweede jaar heb ik mensen gefotografeerd die een advertentie op een contactsite gezet hadden. Daar heb ik grote onderscheiding mee gehaald. Die reeks wel consistent.
Ik heb er nooit aan gedacht mijn werk te publiceren Ik ben daar niet extrovert genoeg voor. Ik maak foto's en laat die graag zien aan mijn
onmiddellijke omgeving, maar ik heb niet echt de ambitie er de boer mee op te gaan.


Ik doe wel mee aan groepstentoonstellingen. Maar ik heb dat allemaal niet echt nodig om voldoening van mijn hobby te hebben. Het grootste plezier is de opname zelf. Een paar uur bezig zijn en dan achteraf een glas drinken. Ten slotte: is fotograferen een dure zaak? Het is zo duur als je zelf wilt. Ik steek duidelijk wel wat geld in mijn hobby. Maar op zich is dat onbelangrijk. Belangrijk is het dat je de beperkingen en de opportuniteiten van je materiaal perfect kent, of je nu werkt met een wegwerpcamera of een 4x5 inch toestel. Je moet het optimaal kunnen exploiteren. Met een wegwerpcamera zul je een onderwerp heel anders benaderen. Voor mij gaat het erom een beeld zichtbaar te maken.


Photography - Paul Vandepitte - version 4.0