Visit Bangladesh before tourists come!

uit het dagboek van Elke 21 december 2003, departing to Zia International Dhaka
FIETSEN : "Wij worden afzonderlijk naar Zaventem gebracht. Goed ingepakt en beveiligd zijn we klaar voor de reis. In Zaventem aangekomen, worden we uitgeladen en onze dozen nogmaals beplakt met Damiaan-plakband ter versteviging.
Maar hoe goed we ook ingepakt waren, het mocht niet baten. Het was net de verpakking waar Biman zich aan stoorde. Er was geen plaats genoeg in de laadruimte. Wij konden niet mee, punt uit andere lijn.
Na de nodige onderhandeling, werd er een compromis gesloten. We mochten mee maar zonder de dozen. Iedereen in actie. Alle dozen openen, fietsen eruit, banden lossen en losse attributen verzamelen. We worden van de groep gescheiden, biman-medewerkers ontvoeren ons. Hopelijk is dit het enige obstakel. Hopelijk komen we hier levend uit!
Het is een lange vlucht in een benarde situatie. We liggen verwrongen op elkaar.
Na een hard contact met de grond werd het vliegtuig tot stilstand gebracht.
Eindelijk worden we bevrijd uit de donkere ruimte. De schade valt al bij al wel mee. Waar een mens kneuzingen en blauwe plekken zou oplopen, hebben wij enkele verwrongen onderdelen. Het is een blij weerzien met de groep. We worden terug met liefde behandeld!"
BIMAN-PILOOT: "Al jaren werk ik voor Biman, en je went er wel aan. Problemen met bagage, problemen met passagiers. De vlucht is overboekt. Drie meisjes staan in de ingang, ze staan op stand-by. Ze horen bij een groep van 13 Belgen. Er waren maar twee personen ingelogd op de computer. 9 van de overige 12 hebben we nog een zitje kunnen geven, maar deze drie "There are no seats left!"
Verschillende gevoelens zijn op hun gezicht te lezen: verwarring, verdriet, hoop, ongeloof.
Ik kan de drie smekende gezichtjes moeilijk negeren en besluit ze dan maar mee te nemen ook al zijn er geen seats meer over. Uiteindelijk vertrekken we met wat vertraging. Tijdens de vlucht ontmoet ik een meisje, Marie. Ze is heel vriendelijk. Samen met twee andere mannen zit ze op de stoeltjes van de stewardessen. Ik nodig haar uit in de cockpit. Vergezeld door enkele vrienden gaat ze op het voorstel in. Verwondering alom voor de vele knopjes. We vliegen boven Georgië. Later op de avond volgt een tweede lichting. Nu vliegen we boven Afghanistan, maar veel zien ze niet. Het is donker. We zoeken de grote beer en de poolster. Na 11 uur vliegen bereiken we eindelijk de vaste grond in Bangladesh. Het wordt een harde landing."
Uit het dagboek van Patrick 22 december 2003, visit Sadar Ghat and Old Dhaka

Hoeveel miljoenen mensen wonen er in Dhaka ? Tien miljoen beweren de Bengaalse tellers die om de vijf jaar de stad doortrekken. Vannacht leek het alsof ik ze allemaal gezien had tijdens onze tocht richting Old Dhaka. Hun starende blikken, hun verwondering, bewondering ( ?) bleven in mijn hoofd spoken. Waarom bekeken ze ons ? Wat verwachten ze van ons ? Het leek alsof een vriendelijke knipoog en een fletse handdruk zijn mijn handen nu vuil ? - volstonden om hen aan het lachen te brengen. Wat weten die mensen van ons ? Wat spookt er door hun hoofd als ze naar ons staren ?Verwaande westerlingen, dikbuikige (en dan spreek ik voor mezelf) met fototoestellen omhangen blanke man.
Bange blanke man ! zingt Willem Vermandere (die Willem van ons was minstens even goed).

En bang waren we niet alhoewel voor de acht meisjes was het toch een confrontatie die kon tellen. Onze ranke prinsessen, verwoordde Luc ! Aangegaapt omwille van hun blanke gave huid, blonde haren, blauwe ogen andere kleren ! ?
Deze ervaring is met geen duizend pennen te beschrijven. De beelden, de geluiden en ook de soms ondraaglijke geuren opgesnoven vanuit één van de 600.000 riksjas in Dhaka blijven hangen. Waar zullen ze een plaats krijgen in mijn hoofd. Je had er wel fotos van gezien ! Van Jeroen die voor 2 jaar in Bangladesh was. En beelden ! Van Luc. En ook zijn enthousiaste beschrijvingen.

Maar deel uitmaken van 140.000.000 Bengalen die op een morzel grond leven met errond soms teveel water, is een totaalervaring die je door elkaar schudt.
Ik ben blij en dankbaar dat ik dit mag meemaken. Maar kan ik blij zijn om deze ongelijkheid tussen de zwoegende Bengaal die 50 taka per dag verdient en de zuchtende westering die honderd keer meer verdient per dag ?
Meer vragen dan antwoorden zullen waarschijnlijk deel uitmaken van deze unieke fietsreis met tien jonge blanke goden, drie enthousiaste leerkrachten tijdens hun kerstvakantie, een ervaren en vriendelijke journalist en een bijzonder hartelijk ogende roerganger Willem Gees.
Nog dit om het jaar komen er 2.000.000 Bengalen bij. Als deze trend zich doorzet zal de Bengaalse bevolking na 50 jaar verdubbeld zijn.
Zullen Annelies, Lien, Lobke, Katrien, Elke, Marie, Johanna, Evelien, Rien en Sam die dan bijna 70 jaar zullen zijn samen deze reis naar Bangladesh in 2050 nog eens willen overdoen ?
Uit het dagboek van Sam 23 december 2003, departure to DFID in Srimangal and cultural event with the Manipuri people

Ring-ring, good morning, Sir.
Een verdomde Bengaalse mannenstem wekt me na een veel te korte nacht. Ondanks het beperkte aantal uren rust was ik meteen opperbest geluimd. Dag 2 was begonnen en bij het opstaan werd ik meteen met Sir aangesproken. Bengalen hebben er een zwak voor. Hello, Sir. Thank you, Sir. Goodbye, Sir. Ik, achttien jaar oude Belg met een mentale achterstand van enkele seizoenen, werd in het land der Bengalen met een naar westerse normen bijna adellijke titel aangesproken.
Vroeg uit de veren en snel in de kleren, want ons continental breakfast wachtte. Na een half toastbrood opgepeuzeld te hebben, stapte ik richting jeep. De voordeur van ons luxeverblijf, Guesthouse Marino, werd opengehouden door een Bengaalse portier. De meest pientere onder U, beste lezers van ons digitaal dagboek, kunnen het misschien al raden, "Have a nice day, Sir!". Hemels.
Bij het verlaten van de Guesthouse werd ik meteen met de harde alledaagse Bengaalse realiteit, waar we de vorige dag nog niet zo veel van te zien hadden gekregen, geconfronteerd. Straatkinderen komen met uitgestoken handen op ons af, een man met de helft van zijn oorspronkelijk aantal ledematen kruipt voorbij, .
We stapten in de jeep en reden richting het station van Dhaka, de hoofdstad van het armste land ter wereld.
In het station, wachtend op onze trein, gaven veel nieuwsgierige zielen hun ogen de kost. Blanken! Goden! Wanneer onze trein het station binnenreed konden we zien hoe Bengalen niet alleen in, maar ook op en langs de trein zitten, staan en hangen.
Tijdens de 6 uur durende reis naar Srimangol kwam ik voor het eerst in contact met de pracht van het Bengaalse platteland, uitgestrekte rijstvelden, dorpjes bovenop vuilnisbelten, adembenemende bomen en planten. Ik kreeg deskundige uitleg van Mister Luc (Luc Descheemaeker) over het planten en oogsten van rijst en over de Bengaalse cultuur. Ik dacht even dat die man, die door Bengalen voor Robin Hood en later zelfs Jezus genomen word, een leerkracht was. Ook de allereerste Bengaalse bananen werden op ons rijtuig verorberd, het beloofden de eerste van vele te worden.
Op de trein leerde ik ook voor de eerste maal Bengalen op persoonlijk vlak kennen. Mister Wahid, Jipon en een dokter ontdekten hun allereerste westerling doormiddel van gebrekkig Engels en vooral veel gebarentaal. Ze beloofden allemaal te schrijven en te bellen (wat een van hen ondertussen al heeft gedaan).

Aangekomen in Srimangal namen we per 2 een riksja , ik deelde de mijne met Queen Mary (Marie Glorieux) en na een deugddoende rit van een half uurtje kwamen we aan in een pracht van een dorp dat vroeger was neergepoot door Britse kolonialisten. Het dorp bestond uit een 15-tal bungalows gelegen in prachtige groene surroundings. Bij de hoofdbungalow lag een zwembad waar de meeste deelnemers net als ikzelf al snel een duik in waagden. Heerlijk was het, onze naar Bangladesh geurende lijven in fris water te kunnen weken onder een zon die voor een temperatuur van 30°C zorgde.
We kregen elk een Bungalow toegewezen. Ik deelde de mijne met Mr. Luc, Patrick, Rien, Inge en Boksai. Veel tijd om ingeburgerd te raken in de pracht van onze verblijfplaats was er echter niet want er was een bezoek gepland bij een Bengaalse minderheidsgroep, de Manipuri.
We vertrokken in de bak van de ultracoole Toyota-jeep en doorkruisten eens te meer het sprookjesachtige landschap in de richting van de weg die we de volgende dag met de fiets zouden volgen. De hechte Manipuri-gemeenschap verwelkomde ons hartelijk en nodigde ons uit in hun tempel voor een avond vol rituele dansen. Allemaal heel fascinerend, maar tot mijn grote spijt leende de lichtinval in het tempeltje zich niet tot het maken van fotos die dit festijn waardig waren. Dirk (Dirk Musschoot) kreeg het na een paar uren op de heupen en begon, meestal ethisch volledig onverantwoorde maar daarom niet minder grappige, moppen te tappen.
Toen we terugkwamen in onze bungalow werd er met Johanna, Evelien, Lien, Marie, Annelies, Elke, Rien en mezelf besloten om voor de eerste flessen geestesrijke drank te kraken in de vrouwenbungalow. De meiden namen Ricard en appeljenever voor hun rekening en Rien en ik kozen wijselijk voor een heerlijke fles likeur. Het werd een behoorlijk nostalgische avond waarin heel wat oude tv-programmas van commentaar werden voorzien, maar Rien en ik hieden het snel voor bekeken doordat de appeljenever enkele vrouwelijke fietsers net iets teveel werd. We verlieten de bungalow en trokken richting jeep waarin we hevig filosoferend onze fles ledigden. Moe en voldaan kropen we ons dubbel bed (!) in.
Uit het dagboek van Inge 24 december 2003, to the bungalow of the Tea Estate of Rangichara
Onze overnachting in het vakantieverblijf heeft ons goed gedaan. Maar we beseffen heel goed dat dit het echte Bangladesh niet is. Vandaag onze eerste fietsdag!!! (eindelijk)
Onze tocht gaat naar Adampur. Willem herinnert ons eraan om links te rijden. Hij zal steeds voorop rijden en staat met een walkietalkie in verbinding met Patrick en Luc. Zij zijn de hekkensluiters. We zetten er direct een goede vaart in. We rijden langs de ananasvelden, banaanbomen, rubber - en de theeplantages. De theestruiken die aangeplant zijn op kleine heuvels zullen tijdens de periode van overvloedig regen geen last van natte voeten hebben. De struiken krijgen de nodige uren schaduw van de bomen die her en der zijn aangeplant. Een prachtig zicht. De theepluk loopt op zn einde. Er wordt al volop gesnoeid.

Onze eerste stop is aan een dorpje met lemen huisjes. Het doet me denken aan Bokrijk, maar hier wonen wel nog mensen. De huisjes staan in een kring en vormen zo een binnenpleintje. Het hele gezin woont in één kamer. Ik denk onmiddellijk aan de weinige privacy die in zon gemeenschap heerst. De kinderen zijn dolenthousiast wanneer ze zichzelf zien op de digitale fototoestellen. Wanneer we onze tocht verder zetten, worden we uitbundig uitgezwaaid.
We krijgen de kans om op theevisite te gaan: in een bedrijfje zien we hoe de theeblaadjes gedroogd, gehakt en gebrand worden. De Bengaalse thee is niet van een hoogwaardige kwaliteit. Daarom is slechts een klein deel bestemd voor export (Rusland). De kwaliteit hangt af van de hoogte waarop de theestruiken groeien.
De Dhalai-rivier is onze eerste hindernis. Een brug is er niet. Nog voor we de eigenlijke rivier bereiken, zakken we tot onze knieën in de modder. Op een vlot van samengebonden bamboestokken worden we naar de overkant gebracht. Het hele gebeuren lokt nogal wat toeschouwers. Patrick die het hele zaakje niet vertrouwt stapt de rivier zo over.

Aan een flink tempo rijden we door de dorpjes terwijl de kinderen luid roepend komen toesnellen om nog een glimp van die witte mensen op hun fiets op te vangen. Op de wegen wordt de rijst en het hooi gedroogd. Mooie landschappen, prachtige mensen en zoveel kleuren! En wij maar fotos nemen, want telkens denken we dat dit ons mooiste plaatje zal zijn. Willem had ons gewaarschuwd voor de belangstelling die we zouden krijgen. Als we s middags een eethuisje zoeken, verzamelen zich al vlug tientallen mensen rondom ons.
Na onze maaltijd bezoeken we een lokaal marktje. De kleurrijke kruiden en mooi uitgestalde groenten vallen onmiddellijk op. De fototoestellen worden nog maar eens bovengehaald. Jammer dat een onaangename geur het geheel verstoort. Het aantal kijkers is ondertussen nog aangegroeid. Het geeft me wel een raar gevoel. Ik kan me moeilijk in de gedachtegang van deze mensen plaatsen. Het laat me nadenken wat er mij nog kan verwonderen en boeien.

Dezelfde belangstelling krijgen we op een openluchtfeest een eindje verderop. We worden al verwelkomd nog voor we onze fietsen gestald hebben. Niet te geloven. Wat me het meest raakt, zijn de kinderen die werken in de steenbakkerij. Aan een razend tempo worden hompen klei doorgegeven, in een houten bak geduwd en omgedraaid om door de zon gedroogd te worden. Dit alles terwijl een opzichter met een zweep toezicht houdt. En zoiets bestaat nog in de 20ste eeuw.
Onze 56 km zitten erop, want rond 5 uur komen we aan op de theeplantage van Rangichara waar we te gast zijn. Net op tijd voor de duisternis valt.Er worden vlug nog enkele tentjes opgezet. Boksai wijst ons erop dat er hier heel wat uilen zijn. Al vlug krijgen we enkele opgevulde koekjes en zoals hier gebruikelijk een kopje thee. De twijfel of er nog iets zal volgen begint te groeien. Was dit ons Bengaals kerstdiner? We denken toch even aan onze families die waarschijnlijk druk bezig zijn aan het kerstmenu of vlug nog de laatste inkopen doen. Uiteindelijk halen we zelf onze ricard, chocolade en salamiworstjes uit. En dan pas stellen we vast dat de tafel gedekt wordt en kunnen we ons te goed doen aan rijst met toch wel pikante kip
We zijn moe van de drukke dag. Met de gebedszang vanuit de moskee, het geroep van de jakhalzen en het gesnurk vanuit de aanpalende kamer vallen we in slaap.
Uit het dagboek van Rien 25 december 2003, from Adampur to the waterfalls of Madhabkunda
Toen we die morgen opstonden na een lange nacht vol jakhalzengehuil, was iedereen redelijk gekraakt. De meesten hadden op de grond of in de tenten geslapen, anderen sliepen in een bed, waarvan de matras een plank bleek te zijn. En dan nog het vooruitzicht te hebben 50 kilometer te moeten fietsen over hobbels en bobbels. Hard, maar verdomd interessant! Met onze Ampefietsen vertrokken we door de prachtige Tea Estates.
Een mooiere start is onmogelijk. Een paar kilometer verder stopten we bij een moslimschooltje en keken we even of de les interessant was. Sam vroeg aan de leraar of hij de wiskundeoefening mocht oplossen op het bord. Sam loste hem volgens de Belgische mathematische regels correct op, maar de Bengaalse regels blijken daarin zwaar af te wijken. Het viel me ook op dat de jongens gescheiden zaten van de meisjes. Dit is overigens overal zo. Jongens mogen elkaar de hand schudden, meisjes niet. Mannen lopen vrij over straat, vrouwen zelden. En zo zijn er nog enkele verschillen op te noemen.
Van het schooltje vertrokken we weer, maar we werden afgeleid door de prachtig gekleurde saris van de theepluksters. Iedereen wou ze wel eens fotograferen, dus trokken we de theevelden in. Willem toonde ons een plantje dat, als je het aanraakte, zijn blaadjes liet vallen. We fotografeerden erop los en bekeken ook even het systeem van de rubbervorming bij rubberbomen. Na misschien wel - te lang rondgekeken te hebben, sprongen we op onze velo en koersten we verder. Misschien wel te enthousiast van sommigen, want zowel Luc als Evelien gingen (de een wat harder dan de ander) op hun smikkel. Maar wat misschien nog harder aankwam, was de verstikkende dorst terwijl niemand nog water had. Een banaantje (met nadruk op tje) en een theetje brachten soelaas. En met frisse moed en herwonnen energie gingen we weer op pad.

Langs krotjes, rijstvelden en dorre vlaktes vol buffels, geiten en koeien, schreden we voort door het prachtige landschap om dan opeens aan te komen op een zand- en stenenweggetje waarop onze fietsen op en neer botsten dat het een lieve lust was. Met de gevolgen vandien. Uitgerekend Lien van fietsenwinkel Ampe haar binnenband klapte op een uitstekende, scherpe steen. Patrick nam het initiatief en begon het achterwiel van de fiets te halen onder het toeziende oog van toestromende Bengalen. Toen de nieuwe binnenband op zijn plaats zat en we weer vertrokken, waren we omringd door een muurtje Bengali. Hoe een binnenband het begin van sociaal contact kan zijn
Want 10 minuutjes later werk ook Luc het slachtoffer van een gaatje in de binnenband. Willem zei dat een rickscha- shopkeeper dat in geen tijd zou oplossen. Maar na van het gaatje een snee gemaakt te hebben, werd die geen tijd een klein halfuurtje. Volgende keer de band zelf vervangen, was dan ook een zeer nuttig besluit. Met de ondergaande zon in het landschap en de glimmende maan die heel fijntjes kwam piepen door het donkerblauw, bereikten we onze slaapplaats. 3 kamers met alleen maar dubbele bedden en in de eerste kamer een 30 cm lange gekko. Het kan véél erger. Na ons avondmaal in het plaatselijke 4-sterrenrestaurant gingen we nog kijken naar de waterval van een meter of 20, 30 hoog en kropen toen onder de wol met op de achtergrond het gehuil van de vele jakhalzen. Slaapwel. Ik ga dodo doen.
.
Uit het dagboek van Evelien... 27 december 2003, to the Government Circuit House in Sunamganj
Vandaag zagen we het allemaal heel goed zitten. Willem vertelde ons dat er ons een tocht te wachten stond van amper 60 kilometer. Na een lekker ontbijt in hotel Polash vertrokken we voor onze tocht. In het begin ging alles uitstekend goed. Goede baan en we konden goed doorrijden. Maar natuurlijk kon dit niet blijven duren. We kwamen bij een weg waar het onmogelijk was om met de fiets te rijden. Dan maar een stukje te voet. Na een aantal kilometer kwamen we een typisch Bengaals theehuisje tegen. Willem raadde ons aan een theetje te drinken want hij wist dat dat het laatste theetje zou worden voor uren.
Eenmaal terug op onze fietsen reden we verder, maar niet voor lang. We stopten bij een moslimschooltje en besloten om even een kijkje te gaan nemen. In de klaslokalen stonden er geen banken. De leerlingen moesten op de grond zitten met een klein bankje voor zich om hun boeken op te leggen. Bij het schooltje stond er ook een moskee maar daar mochten de meisjes niet binnen. We reden verder op de meest hobbelige baantjes van Bangladesh. Ik had echt het gevoel dat we in de middle of nowhere aan het fietsen waren. Het enige dat we zagen waren uitgestrekte rijstplantages. We stopten even in een klein dorpje en we zagen daar wat men juist allemaal deed met de rijst nadat deze gedroogd is.

De mensen leven daar heel primitief maar ik had toch wel de indruk dat ze daar gelukkig waren. Natuurlijk geen fietstocht in Bangladesh zonder een overzet. Deze keer werden we overgezet door een houten boot en tijdens dit tochtje kwamen we een van de mooiste landschappen tegen. Het was precies of het water en de hemel één waren geworden. Na het doorkruisen van een weide kwamen we bij ons volgend obstakel. Een bamboebrug. Omdat het bijna onmogelijk is om daar met de fietsen over te gaan huurden we een bootje in voor de fietsen en gingen wij te voet over de brug.
Geleidelijk aan kwamen we steeds meer en meer terug in de bewoonde wereld. We moesten enkel nog een rivier oversteken en het zwaarste gedeelte van de dag zat erop. We kwamen een stadje tegen en besloten om daar iets te eten. Willem vroeg aan een Bengaal om onze fietsen in de gaten te houden. De Bengaal nam deze taak iets te serieus op want zodra er iemand te dicht bij onze fietsen kwam haalde hij zijn mes boven. Onze eerste confrontatie met de straatcriminaliteit van Bangladesh. Gelukkig slaagde Willem erin om de gemoederen te bedaren en we reden opnieuw verder. We zagen een ganzenhoeder die met zijn beestjes aan het wandelen was.
Na nog vele kilometers kwamen we bij een rivier. Willem stelde voor om de rest van de rit met de boot verder te zetten. Natuurlijk vonden we dat allemaal een uitstekend idee want het was een lastige dag geweest.Toen onze boottocht erop zat was het al donker. We moesten dus nog een paar kilometers in het donker afleggen. Goed opletten was dus de boodschap. En na een vermoeiende dag kwam onze eindbestemming in zicht. We mochten overnachten in een overheidsgebouw. Na het avondmaal dat bestond uit rijst kip en curry besloten we om nog snel even het stadje te gaan bezoeken. We kochten bijna allemaal een longi of een sari en toen we terug in het overheidsgebouw waren begon iedereen onmiddellijk zijn nieuwe outfit te passen. We kropen behoorlijk vroeg onder de wol en genoten nog even na van deze uitputtende maar fantastische dag.

Uit het dagboek van Johanna 28 december 2003, by boat to Tahirpur
Vandaag staan we lekker vroeg op, om 6 uur, maken onze rugzak voor twee dagen en één nacht op de boot, en vertrekken met onze fietsen naar de twee boten die Willem heeft gehuurd. Toen we even later de fietsen op het dak van de boten hadden geladen en ons in het ruim, waar je enkel kan rondkruipen, geïnstalleerd waren en vertrokken begon het te regenen en waren we dus verplicht om binnen te blijven. Daar klaagde niemand over want we hadden de ideale bezigheid gevonden: slapen.
De rust kwam goed van pas na de lastige dagen die we achter de rug hadden. Rond de middag waren de meesten al wakker geworden en zaten wat te kaarten of te lezen toen er plots op de deur geklopt werd en één van onze Bengaalse schippers binnenkwam, vervolgens een plank uit de vloer losmaakte en er, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, zijn arm in liet verdwijnen om daarna een kip boven te halen! Als gevolg complete hilariteit en een doodsbange Evelien. Even later werd geconstateerd dat dit ons middagmaal ging worden want op het dek werd de kip de kop afgerukt. Het afval zoals de darmen en de pluimen werd in het water gedumpt en we ontdekten dat er nog meer rechtstreeks in het water werd gedaan. Het toilet op de boot bestond uit een klein hokje waar je gehurkt kon in zitten waar één plank weggenomen was waardoor je onder je het water zag stromen. De één kon totaal niet overweg met dit toilet, anderen vonden het best wel leuk en benutten dit hokje dan ook met plezier. Met het water van de rivier gebeurt echt alles! De mensen wassen er zich in, ze doen er hun behoeft in, ze gooien er werkelijk al hun afval in, maar ze koken er ook mee en drinken ervan! Ook wij aten rijst gekookt in dit water en aten uit borden gewassen in dit water, we dronken zelfs een theetje uit dit water. Wat we toen nog niet wisten is dat we er de dagen erna wel de gevlogen van gingen dragen

In de namiddag stopte het met regenen en konden we buiten op het dak van de boot zitten. We zagen de prachtigste landschappen! Dit was echt the middle of nowhere ! Wat ons westerlingen opviel was dat het daar zo zalig stil was. De stilte was als het ware oorverdovend. Die avond meerden we aan op een soort eilandje waar er een klein dorpje was. Daar stonden ongeveer twintig militairen ons op te wachten om ons te verwelkomen. "Welcome to our waterworld!" begroete het hoofd ons. Er werden stoelen aangebracht en twee militairen gingen vannacht bij onze boten de wacht houden terwijl we sliepen. Ik voelde me er persoonlijk niet erg veilig in het donker met een groep Bengaalse soldaten met geweren rond hun schouders. We aten in onze boot de Bengaalse spaghetti die Boksai voor ons had klaargemaakt en die ons allen smaakte omdat het eens geen rijst was en kropen daarna onder de wol.

Uit het dagboek van Katrien 29 december 2003, by boat to Kalmakunda and cycling to Birisiri (Durgapur)
Na een lange nacht op de harde plankenvloer van de boot werden we wakker gezongen door het monotone moslimgebed. Ons primitief bootje schommelt ons zachtjes heen en weer zodat we lekker lang blijven liggen. Wanneer je niet veel luxe hebt, geniet je echt van de kleine dingen. De boot had s nachts stil gestaan bij een heel arm politiedorpje waar we de avond voordien met die typische Bengaalse gastvrijheid werden ontvangen. s Morgens bezochten we enkele huisjes uit dat dorpje. Huisjes is eigenlijk veel gezegd, golfplaten is beter uitgedrukt. Enkelen van de groep deelden ballonnen aan de kinderen uit. Het is zon plezier om iets te kunnen geven aan die straatarme kindjes. Zelf deelde ik ook enkele petjes uit en ik zal nooit vergeten hoe al die vragende handjes zich rond mij verzamelden. De lach die je van hen terugkrijgt is echt onbetaalbaar.
Wat later op de voormiddag volgde het ontbijt. Als je weet dat het multifunctionele rivierwater gebruikt wordt als openbaar toilet, als badkamer, als keuken of als vuilnisbelt is het echt aan te raden daar niet te veel aan te denken wanneer je uit de net daarin afgewassen kopjes en bordjes aan het eten bent. De Bengaalse banaantjes die als ontbijt dienden, zijn veel kleiner dan deze die wij hier kennen, maar ze zijn ook veel lekkerder. Bovendien weet je dat ze vers geplukt zijn en niet chemisch behandeld zijn.
Na de banaantjes en het toastbrood waarbij heerlijke thee wordt gedronken gaf Willem ons uitleg over de werking van Damiaanactie. Bij lepra is het hoofddoel de zieke te genezen, bij tbc is dit anders. Hier wil men de besmetting verhinderen en de epidemie stoppen. Het is echt een intensieve manier van werken. Er wordt ondermeer gebruik gemaakt met een systeem van dots. Hierbij moeten de patiënten hun medicatie onder toezicht van een vertrouwenspersoon van Damiaanactie innemen. Vaak wordt immers na een bepaalde tijd de behandeling gestopt. Dit kan meerdere oorzaken hebben, vb. denken dat de ziekte voorbij is, niet meer dagelijks naar het ziekenhuis kunnen komen, niet meer mogen van de echtgenoot, denken betere hulp te krijgen van een plaatselijke medicijnman. Geld is echter geen probleem, Damiaanactie zorgt immers gratis voor alles. Wanneer de behandeling vroegtijdig gestopt wordt bestaan het gevaar dat men resistent wordt aan de medicatie en dat wil men ten aller tijde vermijden. Na deze interessante uitleg maakten we een toertje met de boot op zoek naar mooie vogels. We zagen onder andere het mooie ijsvogeltje en visarenden. Op het dichtste punt waren we slechts een drietal km verwijderd van India. We kwamen ook heel dicht in de buurt van een meridiaannulpunt.

Na de boottocht die tot in de vroege namiddag verder duurde, stopten we in een stinkend klein dorpje. Natuurlijk werden we weer omringd door een massa Bengalen die ons en onze fietsen eindeloos stonden aan te staren. We fietsten nog een dertigtal kilometer op betrekkelijk goeie wegen naar Bengaalse normen. We passeerden een plaats waar men asfalt aan het maken was. Dit gebeurde echt uiterst primitief. Een grote put met brandende smurrie moest het asfalt voorstellen. Het moet echt ontzettend lastig werk geweest zijn. Het laatste eindje van de weg moesten we in het donker fietsen, wat erg leuk is en soms ook wel verrassend! Willem die op kop reed riep dan "Bubbel", de tweede riep het door en zo werden tal van kettingreacties ontketend. Na deze lange maar leuke dag kwamen we aan in YMCA, Young Men Christian Association. Op een plaatselijk marktje zochten we wat brood en vooral BENGAALSE CHOCO bij elkaar! Daarna bleven we wachten op de drivers die onze bagage nog steeds niet hadden komen brengen.
Na nog een uurtje gezellig nakaarten over de gebeurtenissen van de voorbije dag besloten we maar te gaan slapen. Uiteindelijk een goede keuze want de bagage kwam maar midden in de nacht eens opduiken. We hadden een klein kamertje met alle gebrek aan enige luxe. Hoewel we wel een gewoon toilet hadden en niet het zogenaamde Franse toilet. Er lag ook een koran in onze kamer, waar we natuurlijk gezellig nog wat in lazen en dan doodmoe in slaap vielen, tenminste nadat ik de dag in mijn hoofd nog eens helemaal opnieuw beleefde.
Uit het dagboek van Lobke... 30 december, from Durgapur to Dabaura and Haluaghat
Al om 6 uur in de morgen werden we gewekt. De bagage was de avond voordien niet op onze slaapplaats geraakt. Gelukkig merkte er dan toch iemand even voor zessen de jeeps op, tussen 2 bomen in. Na enige tijd vonden we de drivers en konden we de jeeps openen. Nog vlug een douche nemen en dan naar beneden om een foto te maken. Het werd hoogstwaarschijnlijk een mooie groepsfoto, met de Damiaanvlag centraal. Jammergenoeg moesten we dan ook voor even afscheid nemen van onze fantastische gids, Boksai. Die was gedurende de bootreis ziek geworden en er zat geen verbetering in. De beste oplossing leek dus dat ze met de drivers meeging naar Dhaka.
Na een paar kilometers gefiets te hebben bezochten we een eerste Mandi-stam. Wat zijn die mensen gastvrij zeg!!! Direct kregen we een paar bankjes en stoeltjes om even op uit te rusten. Dat zijn we niet gewoon in België. De mensen leven er in mooie lemen hutjes. Je kon ook meteen zien dat deze mensen andere gelaatstrekken hebben dan de gewone Bengalen. We kregen meteen te horen dat de vrouw baas en bezitter is bij de Mandi-stam. Dat bij deze stam 60% van de bevolking analfabeet is, was wel veel minder leuk om te horen. Het zijn getallen om toch eens bij stil te staan als je weet dat bij ons bijna iedereen kan lezen en schrijven.
Na het oversteken van een rivier met een bouwvallig bootje, reden we door een al even vervallen dorpje. Het rook er niet al te goed en de weg bestond helemaal uit modder. Ik was heel blij dat we er weg waren. Daarna fietsten we tot bij onze gids van die dag. We werden er alweer enorm gastvrij ontvangen. Een lekkernij kwam er ook aan te pas; het was een soort rijsttaartje met een beschuit. Als drank kregen we rijstwijn. Die was totaal niet lekker en velen lieten het drankje mooi voor zich staan. De gids stelde zich even voor en we wisten onmiddellijk al dat hij enorm vriendelijk was. Hij zag er veel rijker uit dan de gemiddelde Bengaal en zijn woning was ook best in orde. We besloten eerst om naar een trouw te gaan. De gids toonde ons de weg op zijn moto. We waren meteen weer een ervaring rijker; een trouw bij een Mandi-stam. Wat leuk is om te weten, is dat het meisje de jongen komt afhalen. De bruid had hier een hele mooie sari aan, alsook haar getuige. De bruidegom was heel deftig gekleed en zijn getuige had sportschoenen en een jeansbroek aan. Op het eerste zicht wel raar om te zien, hier in Bangladesh. Naar mijn mening zagen de bruid en bruidegom er niet overdreven gelukkig uit dat ze binnen enkele minuten elkaars man en vrouw werden. Dat de Mandi-stam christelijk is, zagen we ook meteen. Een priester leidde de mis en er waren vele gelijkenissen met onze huwelijksplechtigheid. Natuurlijk konden we niet de hele mis bijwonen.

Na enige kilometers bezochten we opnieuw een plaatselijke Mandi-stam. Een kippenvel-moment was aangebroken. Toen we net arriveerden kregen we mooie bloemen. Daarna mochten we allemaal achter de danseressen gaan staan en kon het spektakel beginnen. Wat was dat ongelofelijk!! Beetje bij beetje gingen de danseressen vooruit en brachten ons zo naar onze stoelen. De sierlijke dansen van deze mensen hebben een indruk nagelaten... Opnieuw was ik zo verrast door de gastvrijheid. Wanneer we onze plaatsen hadden ingenomen, kregen we opnieuw rijstwijn. Ik denk niet dat er veel waren die nog enige zin hadden in de wijn, maar uit beleefdheid lieten we toch allemaal een glas voor ons neerzetten. Je moest niet proberen om het vlug uit te drinken, want binnen de kortste keren werd het toch opnieuw bijgevuld!!
Nog bij dezelfde stam, kregen de kinderen voorlichting over lepra en tb. Dat gebeurde aan de hand van een poppenkast. Je zag dat de kinderen er hun plezier in hadden en dat het terwijl ook een indruk had op hen. Ook bij ons kwam het als zeer geloofwaardig en interessant over. Gelukkig dat er ooit iemand op dat idee gekomen is, om de mensen voorlichting te geven aan de hand van een poppenkast! Je moet er maar opkomen...
Na de poppenkast en voor sommige na een paar glaasjes rijstwijn, kregen we nog enkele dansen van de Mandi te zien. De dansen stelden de traditionele agricultuur van het volk voor. Wanneer ze gedaan hadden met dansen, was het de beurt aan ons. We leerden de kinderen de Plopdans. Het duurde niet lang of we stonden met zijn allen en de kinderen heel uitbundig te Plopdansen. Ook daarna moesten we nog meedansen met de plaatselijke bevolking. Jammer dat er ook een tijd van gaan is, want we moesten nog enkele kilometers afleggen die dag.

Op de fiets konden we profiteren van ongelofelijke landschappen. Op de achtergrond zagen we de Mehalaya, het voorgebergte van de Himalaya. We waren dan amper nog enkele tientallen kilometers van India verwijderd. Na het zien van deze prachtige landschappen, kwamen we net voor het donker aan in onze volgende slaapplaats. We werden (alweer!!!) gastvrij ontvangen door de zusters van een plaatselijk klooster. De slaping was er prima, net als het eten. Nadat Willem a.d.h.v. een powerpointpresentatie nog wat uitleg gegeven had over de Damiaanactie, konden we rustig naar ons bed toe. Het was een dag van 70 kilometer met opnieuw vele fantastische momenten om nooit meer te vergeten.

Uit het dagboek van Annelies 31 december 2003, from Boromari Mission to Jalchatra
5 uur in de morgen het wordt stilaan een gewoonte om wakker te worden door een Bengaal die de koran zingt ( wat je ook zingen kan noemen!) Ik draai me nog eens om en voel weer dat dit toch niet het bed is van thuis maar ik troost me met de gedachte dat we op deze reis al ergere dingen gehad hebben. De slaap opnieuw vatten lukt mij niet meer maar erg vind ik dat ook weer niet. Inmiddels is de zon al in onze kamer komen piepen en krijg ik alweer zin om men fiets te bestijgen. Na het heerlijke ontbijt die de zusters van Boromari voor ons hebben klaargemaakt nemen we afscheid. We geven hen nog wat kleren en medicijnen voor de kinderen van het weeshuis. Hier , in Bangladesh, zuster zijn, moet iets ongelooflijks zijn. Het gevoel van mensen zoveel mogelijk te helpen en alles doen zolang anderen maar gelukkig zijn, moet een hele opgave zijn! Als ik ooit zuster word, doe ik dat zeker in Bangladesh! In de frisse morgen zetten we onze tocht richting Jalchatra verder.

Vandaag is onze laatste dag fietsen dus onze energie begin langzaam maar zeker te dalen. De eerste 2 uur fietsen verloopt heel vlot en we hebben dan ook al vlug 40 km afgelegd. De weg is in goede staat ( een wonder, vooral in Bangladesh!) maar vaak moeten we over een soort rijststro rijden die men te drogen had gelegd op de straat. Daardoor is stoppen met fietsen vaak een noodzaak omdat het stro in onze ketting vast komt te zitten. Na een goed eind fietsen wordt de conditie van de weg weer Bengaals : putten, hobbels, Na al die dagen fietsen is dit voor ons geen hindernis meer en rijden we verder totdat Lobke plots een kennis maakte met de grond en met haar hand in een nogal stekelige plant terechtkomt. We proberen om de doornen eruit te halen, wat niet zo evident lijkt. In de verte ligt de Brahmaputra op ons te wachten. De fietsen weer op een bootje, het wordt een makkie. Alleen steile hellingen opgaan met een fiets in de hand op een modderige ondergrond kans soms grappige valpartijen veroorzaken ( Lien?)
Ondertussen begint onze eindbestemming zienderogen dichter bij te komen en hebben we nog wat tijd om te stoppen bij een mandi-shop. Rond 15.00 hebben we 70 km in onze benen en dat is wel genoeg geweest. We worden verwacht in het Jalchatrahospitaal in Madhupur Forrest. Het is er een paradijs! Na 1 voet op het domein te hebben gezet, voel ik mij er thuis, net alsof ik hier al jaren woon. We bergen onze fietsen op, ik knoop de Bengaalse vlag van mijn fiets los en neem afscheid van het ijzeren ros waar ik 8 dagen lang bloed , zweet, tranen én Bangladesh mee heb doorstaan.
Daarna nog een korte wandeling naar Caritas, dit is een weverij waar men zijden saris , sjaals, hemden, maakt. Alles gebeurt hier met de hand en na een bezoek aan de fabriek besef ik dat dit een heel intensief werk is.
Jammergenoeg zal dit project waarschijnlijk niet lang meer bestaan door onder andere financiële redenen.

Stilaan wordt het avond, maar niet zomaar een avond Voor ons is het ook oudejaar en de langverwachte frietjes met kip komen beetje bij beetje in zicht. Het wordt een gezellige avond rond de tafel, pakjes worden uitgedeeld want iedereen had één persoon voor wie hij/zij een klein geschenkje moest kopen ( kwestie van toch wat in de sfeer te blijven).
Om 20.00 plaatsen we ons achteraan in de pick-up en rijden we naar een dorpje waar de plaatselijke bevolking ( de Mandis) ons verwachten om samen met ons het nieuwe jaar in te zetten. Ook hier is het onthaal prachtig, we krijgen bloemen en ze dansen voor ons. Ook rijstwijn krijgen we te drinken, wat bij weinigen in de smaak valt. Gelukkig kunnen we de rijstwijn doorspoelen met wat eigen drank en kunnen zo ook de Bengalen eens kennis maken met bier.
Na het zien van de vele dansen krijg ik zelf ook zin om eens men benen te strekken en me volledig in te leven in de Bengaalse dans-cultuur. Rond het kampvuur tonen enkele Bengaals vrouwen hun kunnen in maken van hennatekeningen.
Voor ik het goed en wel besef is het plots nieuwjaar, worden zoenen uitgedeeld en wordt iedereen gelukkig nieuwjaar gewenst. ( en weten dat ze in België nog 5 uur moeten wachten om hetzelfde te kunnen doen!) Rond 00.30 uur rijden we terug over de hobbelige wegen naar het paradijs waar ik tevreden in mijn bedje duik. Weer eeen lange dag achter de rug. Morgen wacht ons een bezoek aan de lepra- en tbc-patiënten.
Uit het
dagboek van Lien... 1 januari 2004, visit of the Jalchatra
Hospital and return by car to Dhaka
Na de new years party bij de Mandi en met iet wat minder frisse oogjes beginnen we om 8.00 uur (plaatselijke tijd, in België zullen velen nog aan het feesten zijn op dit moment) de dag met enkele confronterende beelden, voor het eerst zien we de eigenlijke werking van de Damiaanaktie in Bangladesh! Dat in zon paradijs als het hospitaal van Jalchatra zoveel leed verscholen kan zitten is ongelooflijk!
Dokter Michiel zal ons vandaag een rondleiding geven door het ziekenhuis.
Het begon zeer
rustig, we hebben eerst de operatiezaal bezocht, daarna het
atelier (als we hier kunnen spreken van een atelier) waar ze de
speciale lepraschoenen maken bestaande uit een soort rubberen
zool die de druk bij het op een keitje stappen verdeelt over de
gehele zool.
Maar daarna kwam het deel dat nog voor een tijdje op mijn
netvlies gebrand zal zijn: de lepra- en tbc-patiënten. Wie mij
het meest is bijgebleven is Vanessa, een meisje van amper 15 jaar
met lepra. Je kon de opvallende klauwhandjes niet negeren, maar
gelukkig raakt ze er nu stilaan weer bovenop!

Onze rondleiding eindigde in de gangen van het hospitaal waar enkele leprapatiënten zich verzamelden voor hun dagelijkse voetbad (dit bad is goed voor het weken van de voeten waardoor het gemakkelijker gaat om de dode huid eraf te snijden)
Onze dag ging verder met de auto, want we moesten de afstand Jalchatra-Dhaka overbruggen, dit traject liep langs de befaamde dodenweg en ik heb enkele keren toch wel gevreesd, maar buiten de koe die opeens midden de baan lag of een geit met 3 kleintjes die plots de baan overstak of enkele Bengalen die nog snel wilden oversteken voor de autos voorbijkwamen en dan nog de razende dubbeldekkers niet meegerekend zijn we toch goed en wel aangekomen in onze eindbestemming Guesthouse Marino in Dhaka!
uit het dagboek van Marie... 2 januari 2004, visit Dhamrai
Good morning Madame, your wake up time. Dat was het eerste wat ik vandaag te horen kreeg. Het was de receptionist van Guesthouse Marino die me uit mijn bed belde na de eerste keer in deze vakantie lang geslapen te hebben (tot 8u00).
Na een stevig ontbijt en het pakken van onze valiezen, reden we met de jeeps richting Dhamrai, een Hindoedorp op een uurtje rijden van Dhaka. Het weer viel niet zo goed mee: koud en mistig. Tijdens de rit kregen we enerzijds confronterende, anderzijds ook prachtige taferelen te zien. Even buiten het centrum van Dhaka reden we onder andere langs de vele sloppenwijken en de steenkloppers die aan het werk waren langs de weg tegen een dagloon van slechts 40 taka. We passeerden ook links van een reuzegrote tent, die men bezig was af te breken. Ze was slechts 2 meter hoog maar besloeg een enorme oppervlakte. In deze tent had enkele dagen geleden een moslimfeest plaatsgevonden. 5 miljoen moslims uit 65 landen werden erdoor aangetrokken. Op het moment van het hele gebeuren logeerden we ergens elders waardoor we er jammer genoeg niets van konden meepikken, maar het moet gigantisch geweest zijn. Verder reden we nog langs de oneindig vele rijstvelden, meertjes waarop waterhyacinten gekweekt werden e.d..
Eens in Dhamrai aangekomen, liepen we eerst nog wat tussen de winkeltjes en de kraampjes om nog wat goedkope kruiden te kopen. We werden hartelijk verwelkomd door M. die ons ook rondleidde in het dorp. Dhamrai was vroeger een rijk dorp waar veel Hindoes leefden. Na het uiteenvallen van groot India in Bangladesh, India en Pakistan, werd het hindoeïsme niet langer getolereerd in Bangladesh, die dan de Islam als staatsgodsdienst had en nog steeds heeft. Hierdoor leeft het Hindoedorp in verval en vormt duidelijk een minderheid. In het dorp worden beeldjes gemaakt op een wijze die al heel wat tijd en generaties doorstaan heeft. Het hele proces werd ons getoond en uitgelegd. Eerst worden de beeldjes geboetseerd in was. Dit wordt heel precies, tot in de kleinste details vervaardigd. Daarna worden deze met klei bedekt. Het hele boeltje wordt te drogen gelegd om daarna in de oven gebakken te worden. In de oven smelt en verbrandt de was, de klei wordt gebakken en is nu een gietvorm. De gietvormen worden één voor één gevuld met metaal, dat onder in diezelfde oven gesmolten wordt. Het metaal dat gebruikt wordt is telkens een legering van verschillende metalen, zoals bv. koper en zink. Nadat het metaal de tijd gekregen heeft om te stollen, klopt men de klei eraf. Daarna krijgen de beeldjes nog een chemische behandeling om hun definitieve kleur te verkrijgen.
Onze gids leidde ons ook naar hun tempel, die al 400 jaar oud is. Die was min of meer bewaard gebleven, maar had in de loop der tijd toch wel wat renovatie nodig gehad. In de tempel worden typische beelden van goden bewaard. Deze worden achter een hekken bewaard. De beelden mogen slechts op één enkel moment worden aangeraakt. Dat gebeurt jaarlijks tijdens een Hindoefeest in Dhamrai zelf tijdens het regenseizoen. Dan worden de beelden in een grote, speciale, rijkelijk versierde kar geplaatst. De Hindoes waren heel gastvrij en nog voor we de tijd hadden om te gaan zitten, werd ons een heerlijk bord met rijst en pikante groentjes voorgeschoteld. Nadien kregen we nog even de kans om beeldjes te kopen aan een spotprijsje. De man van de shop deed een mooie geste: 10% korting voor studenten.
Rond 15u arriveerden we terug in Dhaka. Natuurlijk hadden we ons nog lang niet genoeg souvenirs aangeschaft en gingen we shoppen. We gingen binnen in Aarong, een grote winkel vol inheemse hebbedingetjes, in een winkelgalerij, waar we ons onder andere allemaal een shirt van het Bengaalse nationale cricketteam aanschaften, en in de winkel van Boksai, onze tolk, waar je allerlei spulletjes van de Garo-people kon kopen. Nu was al ons geld verteerd en gingen we terug naar Marino om de autos in te laden. We zouden dan Willem en Ingrid bij hen thuis oppikken en van daaruit vertrekken om een pizza te gaan eten.
Eens bij Willem aangekomen kregen we te horen dat ons vliegtuig niet om 23u45 maar wel om 8u15 de volgende ochtend zou opstijgen. Zo reden we maar terug naar Marino. De bagage lieten we zitten want het had toch weinig zin om eerst alles uit te laden en dan enkele uurtjes later weer alles in de autos te moeten proppen. Dus reden we maar met bagage en al naar Don Giovanni. De pizzas lieten wat op zich wachten en hadden bovendien nogal een vreemd smaakje. Als alles wat gezakt was, voelden sommigen nog ergens een plaatsje voor een ijsje. De overige stukken pizza deelden we uit aan de straatkinderen en de bedelaars langs onze weg naar het ijssalon. Een sorbetje van mango met pompelmoes, heerlijk!! Terug in het guesthouse waar we nog een nachtje langer mochten blijven omwille van de vertraging van het vliegtuig, had niemand zin om meteen te gaan slapen. Dus speelden we nog een tornooitje aan de pooltafel. Sam werd de welverdiende winnaar. Tegen 1u30 - 2u00 zaten we allemaal in ons bed om dan 2 uur later weer wakker gebeld te worden.
Uit het dagboek van Elke 03 januari 2004, flight Dhaka-Dubai-Brussel
STEWARD: "Een groep blanke cricket-spelers betreden het vliegtuig. Of dat was toch mijn eerste idee. Bij nader inzien bleek het een groep toeristen te zijn, allen met hetzelfde souvenir rond hun lijf, nl. een Bengaalse cricket-polo.
Tijdens de vlucht speelt er een film. Weinig interesse. Het groepje Belgen amuseert zich met henna. Ik schrijf hun namen in het Bengaals. Het ontbijt wordt door de meeste mensen in dankbaarheid aangenomen. We hebben ook nog enkele vegetarische schotels. Ik geef ze aan twee Belgen. Het is een typisch Bengaals gerecht. Paratis met groenten. Ze nemen het aan, maar ze zijn er niet echt tuk op heb ik de indruk. Vreemd.
We maken een tussenlanding in Dubai (Saoedi-Arabië), de meeste passagiers storen zich hier niet aan. Ondertussen kunnen ze eens s werelds mooiste vlieghaven bezichtigen. Een immens groot, modern en luxueus gebouw. Alle passagiers hebben zich aan het vooropgestelde tijdsbestek gehouden en we kunnen op tijd vertrekken. De laatste etappe richting Brussel wordt ingezet. Alles verloopt rustig. Bij het dalen worden de passagiers met bestemming Brussel al wat ongeduldig. Ze kijken door de raampjes en scharrelen hun materiaal bijeen.Samen met de passagiers ben ik blij als we eindelijk Brussel bereiken. Het was een lange vlucht."
OUDERS: "Aaaaaaaa daar zijn ze dan, na 12 uur vertraging. Een mooi kleurtje, maar blijkbaar wel vermoeid, vermagerd. Ik wil alles vragen, alles weten. Ze hebben heel wat te vertellen, het is een ervaring die ze met iedereen willen delen.
Een ervaring voor het leven!"