Foto's Bouwkamp NETRAKONA

Week 1

 

4 juli is het zover!  We vertrekken met tien op bouwkamp naar Bangladesh.  Het belooft een lange en vermoeiende heenreis te worden.  Eerst een treinreis van 2 uur van Brussel naar Parijs, dan een vliegtuigreis van 7 uur richting Bahrein en vervolgens nog een vliegtuigreis van 5 uur met bestemming Dhaka, hoofdstad van Bangladesh. 

We landen op 5 juli rond de middag in Dhaka. Willem Gees, verantwoordelijke van Damiaanactie in Bangladesh, wacht ons op.

We zijn behoorlijk moe.  Het is erg stilletjes in onze groep.  Iedereen is in gedachten verzonken en misschien wel een beetje bang voor wat komen gaat. 

Duizenden Bengalen staren ons aan terwijl drie ‘drivers’ onze koffers op de jeeps laden. Tientallen riksja’s en baby- taxi’s leiden ons binnen in die boeiende wereld.  Het straatbeeld is echter schrijnend.  Overal zien we bedelaars, straatkinderen op vuilnishopen en krotten. Van huizen kan je hier echt niet spreken.

 

De drukte is niet te beschrijven.  Bussen, auto’s , vrachtwagens, riksja’s, baby- taxi’s, fietsers en voetgangers zoeken hun weg op onafgewerkte wegen.  Wie het luidst toetert en het meest durft, heeft voorrang.

Ons tussenverblijf ‘Guesthouse San Marino’ ligt in het centrum van Dhaka.  Het is een degelijk hotel. Onze kamer is erg mooi en we zijn blij een goed bed te zien.  We slapen enkele verkwikkende uurtjes.

Daarna gaan we op verkenning in Dhaka.  We maken een lange riksja-tocht door de drukke straatjes van de stad.  Eenvoudig is het niet om je daar te verplaatsen.  De wegen zijn zo overvol; riksja’s slingeren van links naar rechts – Hilde, één van onze medereizigers valt zelfs uit een riksja -  kinderen rennen in het rond, lachende Bengalen met koeien en geiten in hun kielzog banen zich een weg tussen de auto’s en bussen.  Hier en daar zien we een agent die luid schreeuwt om toch maar gehoord te worden boven al dat lawaai uit.  Nee, de Europese orde is hier ver, heel ver weg!!

De volgende ochtend vertrekken we goed uitgerust naar Netrakona, onze thuisbasis voor 3 weken.  Met 3 jeeps van Damiaanactie doorkruisen we het Bengaalse landschap.  Rijstvelden wisselen suikerrietvelden af, zoveel tinten groen hebben we nog nooit gezien.  De kleurrijke sari’s van de werkende vrouwen zorgen voor een bijna sprookjesachtig tafereel.

Het is al avond als we in Netrakona aankomen.  We zullen 3 weken verblijven in een gebouw van een Zweedse NGO, Sabalamby genaamd.  Sabalamby is een organisatie die Bengaalse vrouwen en mannen leert omgaan met het dagelijkse leven zoals geldbeheer, geboorteplanning, veiligheid en dergelijke.  Het gebouw bestaat uit drie verdiepingen, het bovenste wordt onze ‘thuis’ de komende weken.

We rennen de trappen op.  We zijn benieuwd naar de kamers. Er zijn vijf kamers en 1 eetkamer.  We zullen per twee een kamer delen en kiezen er dus ééntje uit.  Het is een mooie, ruime kamer met badkamer.  Eens geïnstalleerd, ziet het er best gezellig uit.  Tevreden vallen we even later in een diepe slaap.Remember the flood 2004

Het weer is erg slecht, de regen valt met bakken uit de lucht en regelmatig komen hevige onweders opzetten. 

Maar het slechte weer houdt ons niet tegen om, zodra we kunnen, een kijkje te nemen op de ‘bouwwerf’.  Vijf riksja’s vervoeren ons door de kleine straatjes van het drukke Netrakona.  We passeren wel honderden Bengalen, allemaal even vriendelijk.  Een groet, een lach, een vriendelijk gebaar, dit alles zorgt ervoor dat we ons algauw welkom voelen.

7 kilometer verderop ligt het hospitaal van Damiaanactie dat dringend een opknapbeurt nodig heeft.  De werken zijn reeds gestart begin mei en zullen afgerond worden in december.

  Ons aandeel in de werkzaamheden is natuurlijk erg beperkt aangezien ons maar een korte tijd gegeven is.  Maar samen met de arbeid die de Waalse bouwkampers reeds geleverd hebben, slagen we er toch in het werk een flinke duw in de goede richting te geven, zodat we een stukje voor geraken op de voorziene planning.  De voornaamste reden van onze aanwezigheid hier is en blijft natuurlijk het sponsorgeld, dat we rechtstreeks meegenomen hebben hierheen. Door dit zelf op ons te nemen, zijn we zeker dat al het geld op de eindbestemming terechtgekomen is.  Zonder dit enorme bedrag, namelijk een totaal budget van meer dan 15.000 euro, waren deze renovatiewerken in de verste verte niet mogelijk.  Wij, met ons tweetjes, hebben meer dan 4.000 euro weten te verzamelen.  Dus al wie ons steunde, heeft ongeveer één vierde van dit project helpen te verwezenlijken.  Proficiat!!

 

Dan is het tijd om eens te zien wat onze taak juist is.  Mister Subhash, de directeur van het hospitaal, geeft ons een rondleiding.  Het ziekenhuis bestaat uit vier gangen, gebouwd in een vierkant.  De kamers geven uit op een gaanderij, die op haar beurt een tuin omsluit.   Er zijn acht ziekenzalen,een labo, een operatiezaal en een keuken.  Op iedere hoek zijn er drie toiletten en twee douches.  Een douche kan je het eigenlijk niet noemen, laten we zeggen een kamertjes met een douche waar een klein straaltje water uitkomt.  Boven zijn er nog enkele kamers voor administratie en consultatie.  Op het eind van de gang ligt “onze eetkamer”.  Daar zullen we elke middag mogen genieten van onze lunch, bereid door Guisepp, een Bengaalse kok, die ons speciaal toegewezen werd om in de mate van het mogelijke het middagmaal aan te passen aan onze westerse normen.

Subhash legt ons uit dat de bepleistering dringend aan vervanging toe zijn.  De muren zijn door de hoge vochtigheidsgraad volledig aangetast en overal ontsieren enorme vochtplekken de gangen en kamers.  De toplaag van de vloer moet ook worden verwijderd, zodat men een nieuwe laag kan aanbrengen.  Subhash vraagt of we ons daar de volgende weken over willen ontfermen.  Dus we weten wat ons te doen staat.  Hamers en beitels, stofmaskers en –brillen, we zullen ze nodig hebben!!

De riksja-drivers staan al klaar om ons terug naar huis te voeren.  Het wordt een toffe rit door het erg mooie landschap.  Iedereen is gelukkig; de sfeer is goed, iedereen is nog gezond, de Bengalen zijn duidelijk blij met onze aanwezigheid en het werk zullen we wel aankunnen!

We voelen ons al erg op ons gemak, hier in het verre Bangladesh.  Het belooft een mooi en nuttig bouwkamp te worden!

 Remember the flood 2004

 

Week 2

Na één week zijn we al behoorlijk geacclimatiseerd.

Als echte bouwvakkers gaan we iedere werkdag aan de slag.  Ons dagschema ziet er als volgt uit.

Rond 8 uur ontbijten we thuis. Het ontbijt is heel anders dan we gewend zijn. We krijgen shapati’s - een soort pannenkoek zonder suiker -, groenten met curry en een omelet met ajuinen. We vinden deze combinatie niet erg lekker en eten bijgevolg niet veel ’s morgens. Gelukkig heeft mama ons de nodige koeken van thuis meegegeven. Dus vaak eten we als ontbijt een droge koek met wat thee en veel suiker.

Rond negen uur staan de riksjadrivers ons op te wachten. De eerste dag stonden tientallen drivers te drummen om die blanken te mogen vervoeren. We kozen er 5 uit die er een beetje stevig uit zagen. Want er is een groot verschil in gewicht tussen twee Belgen in een riksja of twee Bengalen! Zo hebben we dus onze persoonlijke drivers die iedere dag weer trouw op post zijn.De onze heet Gotmia.

Ongeveer 40 minuten duurt de rit naar het werk.Dat is al een avontuur op zich. Daar gaan we dan. We passen amper met ons tweetjes op het bankje van de riksja. Deze zijn immers op Bengaalse maatjes gemaakt. Terwijl wij ons stevig vastklemmen, doet Gotmia zijn uiterste best om al wat beweegt en niet beweegt op straat te ontwijken. Luid bellend trekt onze riksjastoet door de kleine straatjes van het overbevolkte Netrakona.

Na een tijdje kennen de inwoners ons, overal worden we vriendelijk begroet. Kinderen rennen lachend en dansend met ons mee; hun ogen stralen wanneer je naar ze lacht of een groet toeroept. Deze mensen hebben o zo weinig maar hetgeen ze je geven is zo ontzettend veel…Hun goed humeur werkt aanstekelijk. Als een vrolijke bende arriveren we een halfuur later op het werk. We splitsen ons spontaan in kleinere groepjes want we kunnen toch niet allemaal op dezelfde plaats aan de slag.

De eerste dagen was het wat zoeken. We starten met de pilaren en muren van de galerij. Dikwijls worden we onderbroken door hevige stortbuien. De waterhuishouding in het ziekenhuis is niet al te best, bijgevolg is de galerij niet altijd watervrij.

Naargelang de tijd vordert, geraken we steeds meer vertrouwd met het werk.  Luc,één van onze reisgezellen, en wij tweetjes vormen een goed team.  Gewapend met onze hamers en beitels trekken we elke dag weer door het ziekenhuis.  Iedere muur die maar enigszins vochtplekken vertoont, moet eraan geloven.  Algauw kennen we de kneepjes van het vak en gaat de cementpleister eraf alsof het niets is.

Rond 13 uur is het tijd voor de lunch.  Guisepp, onze kok voor ‘s middags kan erg goed koken.  Het menu bestaat meestal uit kippensoep met toastjes, rijst met kip en ananas, een enkele keer vis en als dessert mango of pannenkoeken.  Na een beperkt ontbijt en ettelijke uurtjes zweten en zwoegen, kunnen we zo’n stevige lunch wel gebruiken.  Tijdens de werkuren zorgt Guisepp voor koffie, banaantjes en appels.Nee, we hebben niet te klagen met Guisepp aan onze zijde.

Foto's Bouwkamp NETRAKONA

 

Tijdens het werk gaat het leven in het ziekenhuis gewoon door. Patiënten komen nieuwsgierig kijken en zoeken voorzichtig contact.  Er is zelfs een mogelijkheid om een operatie van een leprapatiënt mee te volgen.  De patiënt moet aan zijn voet behandeld worden.  Dokter Paul is de enige dokter in het hospitaal en hij voert de operaties uit.  Wij met ons drietjes gaan niet kijken, want we vinden het zo zielig voor de patiënt als we allemaal rond hem staan. De rest van de groep volgt de operatie op de voet. Wij echter werken rustig verder.

Rond 4 uur stoppen we met werken, we trekken een propere T-shirt aan en vertrekken huiswaarts. De avonden lijken erg op elkaar. Voor het avondeten wassen we ons en doen we de was.  Rond 8 uur wordt het eten opgediend.  Kip, rijst of noedels, groenten - soms ananas - en linzensaus vullen iedere avond weer de ronde tafel.  Het is wel telkens hetzelfde maar dat is niet erg.  We lusten die Bengaalse kost wel.  Na het eten gaat ieder zijn eigen weg. Sommigen lezen een boek, anderen vullen hun dagboek aan, we spelen allemaal samen een gezelschapsspel of kaarten wat.  Vaak brengen we de avond ook door op het terras, turend naar de heldere hemel op zoek naar vallende sterren.  Het zijn momenten rust, momenten van stilte, momenten van diepe tevredenheid.

In het Bengaalse weekend - vrijdag en zaterdag - is er tijd voor ontspanning. Willem, die tijdens de week in Dhaka verblijft, komt donderdagavond tot bij ons en dan is er tijd voor allerlei interessante ontmoetingen en uitstappen...

Het eerste weekend bezoeken we Netrakona zelf.  We wandelen wat door de smalle straatjes en kopen wat spulletjes in de plaatselijke winkeltjes. We kijken wat rond op de markt.  Het is een drukte van jewelste.  Overal rondom ons groepen Bengalen samen, ze volgens ons op de voet.  In het begin is dat een beetje beangstigend zoveel mensen om je heen.  We blijven dan ook dicht bij de mannen van de groep.  Na een tijdje zijn we die gezellige drukte gewoon en dan is het wel leuk om zoveel aandacht te krijgen.

We brengen een bezoek aan de welzijnsprojecten van Sabalamby; een boerderij, een naaiatelier, een opvangtehuis voor verstoten meisjes.  Het zijn één voor één prachtige initiatieven die honderden Bengalen van de straat halen.

Week 3

 

Zoals beloofd nemen we u deze keer graag mee naar de Mandhi’s en LUC-point.

 

Op één van onze vrije dagen brengen we een bezoek aan de Mandhi’s.  Dit is een christelijke volkstam.  We zijn uitgenodigd in het huis van het stamhoofd.  Daar drinken we thee en de zelfbereide rijstwijn waarvoor de Mandhi’s gekend zijn.  Het is een troebele alcoholische drank die wij twee nauwelijks door onze keel krijgen.  “Het eerste en het tweede glas zijn niet te drinken, maar vanaf het derde glas begin je het te lusten”, zegt men.  Zover zijn wij niet gekomen!

Dan is het tijd voor hun ingestudeerd optreden.  Kinderen dansen en zingen voor ons.  Kleurrijk geklede jongens en meisjes beelden al dansend het werk op het land uit; van het planten van de rijst tot het oogsten ervan.  

Daarna is het onze beurt.  We zingen en dansen enkele nummertjes en proberen de kleine kinderen erbij te betrekken.  Na meermaals herhalen, dansen ze enkele pasjes mee.

 

Eén keer gaan we bij hen naar de Heilige Mis.  Een onvergetelijke gebeurtenis.  Iedereen doet zijn schoenen uit vooraleer de Kerk te betreden.  De mannen zitten op grote matten rechts van het altaar, de vrouwen links.  Een Amerikaanse pastoor gaat de Mis voor.  We kunnen de grote lijnen wel volgen omdat het verloop van de dienst zeer goed overeenkomt met de onze, maar erg veel hebben we er niet van begrepen.  Toch geeft het een goed gevoel om samen te zijn met andere Christenen in het Huis van God.

 

Een andere keer gaan we op zoek naar het toen nog niet geregistreerde ‘LUC-point’.

Dit is een punt, niet zover van Netrakona, waar de meridiaan van 25°00’00’’NB en 91°00’00”OL elkaar kruisen. – Luc achterhaalde dat dit punt nog niet geregistreerd werd en vroeg Willem of het mogelijk was om ernaar op zoek te gaan.  Willem, altijd te vinden voor avontuur, zag dit volledig zitten en paste hiervoor het programma aan.-  Het is niet gemakkelijk om er te geraken.  We vertrekken vroeg in de ochtend met de jeeps.  Hoe verder we wegrijden van het vertrouwde Netrakona, hoe slechter de wegen worden.  Modder en water, stenen en diepe kuilen zorgen ervoor dat we ongeveer 3 km in een kwartier afleggen.  Het weer is bar slecht en hier en daar is de weg overstroomd.  En om het avontuur volledig te maken, rijdt onze jeep lek.  Dat hebben we dan ook eens meegemaakt : “In the middle of nowhere” met een platte band!  Gelukkig hebben we twee handige drivers, die ondanks de moeilijke omstandigheden ons redelijk snel terug op weg krijgen.

Wanneer we de aanlegsteiger van de ferry die ons de rivier zou overzetten, bereiken, blijkt de ferry op ons te wachten. Helaas is hij lek geslagen en rust hij op de bodem waarbij enkel het dak zichtbaar was. We laten de jeeps achter en besluiten van daaruit met een kleine inderhaast gehuurde boot tot aan LUC-point te varen.

We varen geruime tijd op deze kwikkelende boot doorheen een immens overstroomd gebied, een fascinerende maar shockerend wereld van water.  Tegen de verwachting van velen in weten we tot op 3 meter van het befaamde punt te geraken.  Eens daar aan gekomen, zien we niets dan water.  U kan dit avontuur zelf verifiëren op

http://www.confluence.org/confluence.php?lat=25&lon=91

Foto's Bouwkamp NETRAKONA

Gaynor staat op één van de foto’s en Stefanie haar handen houden de GPS vast als bewijs van onze aanwezigheid.

Lang kunnen we niet op LUC-point blijven want er steekt een storm op en de stuurmannen worden behoorlijk bang.  Ze kijken met angstige ogen naar de onheilspellende wolken.  Op de terugweg dienden we gedurende ruim een kwartier beschutting te zoeken aan de oever, want het scheelde niet veel of we kapseisden.  We hebben enkele bange uurtjes doorstaan maar het is dan ook niet iedereen gegund om zo’n punt te registreren.

Het was een spannend avontuur dat we niet snel zullen vergeten!Searching Lucpoint 25°N 91°E

 Remember the flood 2004

De werkdagen van week 3 zijn heel tof.  Het werk vordert zienderogen, de patiënten kennen ons nu heel goed en de arbeiders behandelen ons als zijn we één van hen.  De directeur van het ziekenhuis, Mister Subhash werkt enkele keren mee.

Aangezien hij ook aan het hoofd staat van het 30 km verderop gelegen ziekenhuis van Mymensingh, is hij voortdurend druk in de weer.  Toch vindt hij af en toe even tijd om zelf met de beitel aan de slag te gaan. 

De laatste dagen ronden we de werken af.  Alle vochtige muren zijn afgekapt, klaar om opnieuw bepleisterd te worden. Hier en daar werken we nog stukken af maar erg veel houdt dat niet meer in.  De vloeren zijn ook grotendeels gedaan, de beschadigde deklaag is verwijderd en alles is netjes opgekuist.  Op de eerste verdieping zijn enkele deuren en ramen terug als nieuw.

De laatste werkdag trakteren we de patiënten en het personeel.  Met twee grote schalen vol koekjes lopen we door de gangen. Met elke koekje dat genomen wordt van de schaal, nemen we stilletjes afscheid van een Bengaal.  Warme maar ook moeilijke momenten.

Die avond nemen we ook afscheid van Dokter Paul en Mister Subhash tijdens een etentje.  Het is een rustige en gezellige avond.  Als teken van hun dankbaarheid hebben zij voor ieder van ons een klein cadeautje gekocht.  Wij krijgen elk een stenen pot versierd met reliëftekeningen.

We komen een beetje mistroostig terug in ons logement.  Iedereen beseft dat de tijd in Netrakona voorbij gevlogen is en in gedachten verzonken, pakken we onze koffers.  We kruipen op tijd onder ons muskietennet.  Morgen is het weer vroeg dag.   Er wacht ons een lange reis en ongetwijfeld een nog groter avontuur…

 

De laatste week die we doorbrengen in Bangladesh is zeer avontuurlijk en vol afwisseling.

We zitten geen moment stil. Willem heeft voor ons een fantastisch programma uitgestippeld. 

 

Van Netrakona zetten we koers naar Jalchatra. Onderweg bezoeken we het ziekenhuis van Mymensingh waar Mister Subhash ook directeur is. Het gebouw lijkt op dat van Netrakona maar is in veel betere staat.  Het volledig wit geverfde gebouw straalt rust en vertrouwen uit.  We krijgen een korte rondleiding en wonen het ritueel van de voetverzorging bij.  Elke dag baden de leprapatiënten hun verminkte voeten om de wonden proper de houden. Nadien schuren zij met een steen wat afgestorven is weg.

’s Avonds komen we aan op onze bestemming.  Jalchatra is naast Netrakona en Mymensingh het derde ziekenhuis van DF in Bangladesh.  Het is werkelijk een paradijs.  Het domein bestaat uit twee delen.  Aan de ene kant bevindt zich het hospitaal bestaande uit naast elkaar liggende ziekenzalen, een grote keuken met eetzaal, een zeer “moderne” operatiekamer en het nodige sanitair, waarbij alle lokalen uitgeven op een gaanderij.  Aan de andere kant bevindt zich het gastenverblijf.  Dit bestaat uit een grote eetkamer met keuken en salon, verschillende kamers en badkamers in apart gelegen gebouwtjes. In het midden bevindt zich een groot grasveld met bomen en planten die zorgen voor een exotisch en rustgevend geheel.  Vroeger was Jalchatra een missiepost. In 1972 werd dit hospitaal het pilootproject van de Damiaanactie in Bangladesh.

We blijven twee dagen en drie nachten in deze prachtige omgeving.  Die tijd vullen we met een hospitaalbezoek en een bezoek aan de sariweverij Caritas. Ook gaan we naar de plaatselijke markt.  Er heerst een gezellige drukte.  Overal waar je maar kijken kan, staan reusachtige vrachtwagens volgeladen met bananen.  Honderden mannen op de grond gooien grote trossen naar nog eens honderden mannen  bovenop de vrachtwagens.  Het verkeer is een echte chaos, niets is geregeld, iedereen doet breedlachend zijn zin. 

We splitsen ons in kleinere groepjes, spreken een uur af en gaan ieder onze eigen weg.  We wandelen wat tussen de kleurrijke kraampjes en kopen hier en daar een souveniertje.  Wanneer Liesbeth, Luc en wij tweetjes, terug bij de jeeps aankomen, is er van de rest van de groep niets te bespeuren.  We besluiten om bij het “plaatselijke radiostation” de micro te lenen.  Even later galmt Luc’s stem in het Nederlands over de markt: “De leden van het bouwkamp Netrakona worden bij de jeeps verwacht!”  Tot ons groot plezier horen Willem en de rest onze oproep en arriveren ze enkele minuutjes later op de afgesproken plaats.

Na ons bezoek aan Jalchatra rijden we verder naar het Zuiden.  Het is een erg lange maar interessante tocht.  We rijden over de 5 kilometer lange Jamunabridge die het Oosten en het Westen, gescheiden door de Bramhaputra, verbindt.  ’s Avonds laat komen we aan bij de Bao, een nomadenvolk.  We luisteren er op grote rieten matten onder een gigantische boom naar hun volksmuziek gebracht door 3 zeer intrigerende mannen.  Ook krijgen we rijst, kip en vis aangeboden.  De erg aangrijpende, ritmische muziek zorgt voor een vriendschappelijke sfeer. Ondanks de taalkloof kunnen we ons volledig inleven in deze wondermooie, meeslepende muziek en hun eeuwenoude cultuur.

 

De volgende avond komen we aan in Mongla –helemaal in het Zuiden- waar we aan boord gaan van onze boot “With us, you’re never a stranger.” De drie volgende dagen varen we in de Sundarbans, een over 10.000 km² verspreide delta bestaande uit Mangrovewouden grenzend aan de Golf van Bengali.

Zoiets indrukwekkend hebben we nog nooit meegemaakt.  We varen met de grote boot zover zuidwaarts we kunnen en van daaruit maken we verschillende trips.  Twee keer nemen we een kleinere boot en begeven ons in de smalle kanaaltjes midden in de wildernis.  We zijn muisstil, we luisteren en we kijken.  De geluiden van de Mangrovewouden zijn fascinerend.  Met een beetje geluk zie je een aap, een reuzenhagedis, reeën, prachtige vogels en wie weet de Bengaalse tijger.  In het hele gebied wonen nog slechts 400 tijgers.  Wij hebben er helaas geen gezien.

Twee keer wagen we ons aan land.  We banen ons een weg door de prachtige natuur met de blakende zon op ons aangezicht.  De ene keer waden we door de een 15cm diepe modderlaag met de nodige problemen, een andere keer wandelen we tevreden maar toch op onze hoede over een prachtig uitgestrekt zandstrand. Al die tijd vergezellen twee gewapende mannen ons, klaar om te schieten. 

Na de drukte van de voorbije weken is een dergelijke boottocht op de Sundarbans de perfecte gelegenheid om tot rust te komen.  Boven op het dek, starend naar de horizon gaan onze gedachten terug naar al de uitzonderlijke ervaringen van het voorbije bouwkamp.We zijn gelukkig en tevreden maar ergens in ons hart ook een beetje droevig.

Dan is het weer tijd voor de Bengaalse realiteit.  ’s Morgens om 6u klimmen we letterlijk met pak en zak over de reling aan boord van het passagiersschip/steamer NV Massoud en zetten koers richting Dhaka.  De 24 uren die we doorbrengen op dit reusachtige schip zijn erg boeiend.  Naast de mooie taferelen op het water en aan wal, is het leven op dit schip een wereldje op zich.  Verschillende keren houden we halt aan kleine aanlegsteigers.  Zodra de aanloopplank wordt uitgegooid, krioelen tientallen Bengalen erover heen. Mannen en vrouwen sjouwend met manden volgepakt met hun schaarse bezittingen, moeders met een baby op hun heup en twee kleuters aan de hand, verkopers, straatkinderen,… allemaal zoeken ze een plaatsje aan boord van die grote reus, op weg naar Dhaka.  Op weg naar een beter leven?

Nu is de cirkel rond, we arriveren terug in Guesthouse San Marino, het is net alsof we van een lange reis terug thuis komen.  We blijven nog een dagje in Dhaka en ondervinden de overstromingen aan den lijve.  Grote delen van de weg liggen blank, hele wijken zijn weggestroomd, elders overleven vluchtelingen in kartonnen dozen.  Het is echt ongelofelijk. Bangladesh kent in het regenseizoen normaal een overstroming van 1/3 van het land, maar door de uitzonderlijke regens van dit jaar, overstroomde 2/3.  Het beeld van één van onze jeeps naast een boot en een riksja op dezelfde straat zal ons voor altijd bijblijven.  De toestand is dreigend maar wij kunnen onmogelijk helpen…

De volgende dag keren we huiswaarts. 

 Foto's Bouwkamp NETRAKONA

Nooit zullen wij vergeten wat Bangladesh en de Bengalen ons gegeven hebben.  De schilderachtige natuur, de meestal regenachtige maar soms ook zonovergoten dagen, de met sterren bezaaide hemel, de lachende en dankbare Bengaalse gezichten, de warme vriendschap zijn voorgoed in ons geheugen gegrift.  Bangladesh is een deel van ons geworden.

Stefanie en Gaynor Demey, Diepenbeek