SINT-ANNEKE, van BEDEVAARTPLAATS tot OORD VAN PLEZIER

De benaming Sint-Anna is afkomstig van de patroonheilige van de 12 de eeuwse Sint-Annakapel die toen als bedevaartplaats fungeerde. Als parochiekerk was dit kleine bedehuis middenin het Zwijndrechtse gehucht Vlaams Hoofd tot ca 1905 in gebruik tot ze door een grotere kerk werd vervangen. Deze kapel stond ongeveer op de plaats waar zich nu het gebouw van de Sint-Annatunnel bevindt.
Aanvankelijk was het Oost Vlaamse gehucht een militair bolwerk tegenover het Brabantse Antwerpen. Hierdoor oogstte het Vlaams Hoofd een eeuwenlange traditie van forten en kazernes met militairen die er naar vertier zochten. Ook als overzetplaats was Sint-Anna zeer belangrijk. Rondom deze bedrijvigheden ontstonden uiteraard horecazaken. In 1908 bestond de oude dorpskern uit een tachtigtal panden. Hiervan fungeerde ongeveer de helft als café of restaurant met soms hotel. In 1885 bouwde men aan de Scheldedijk ten noorden van de oude veerdam twee elitaire eethuizen Kursaal en Belvédère. Aan eerstgenoemde was ook een speeltuin. De cultuur van “oep Sint-Anneke mosselen” is hier blijkbaar ontstaan samen met de bekendheid als pretdorp voor de Antwerpenaar van destijds.


Waterzieke moerasgrond.
In tegenstelling met overbuur “aanwerp/Antwerpen”, dat dankzij aanslibbende gronden hoog genoeg was bevonden om er niet zonder overstromingsgevaar een stad op te bouwen, bleef het Vlaams Hoofd een laag gelegen gebied dat geregeld bij springtij door de Schelde werd geïnundeerd. Hierdoor moesten de Sint-Annenaren gekookt putwater drinken omdat het pompwater er niet te drinken was. Militairen die er in het begin van de 19 de eeuw werden gekazerneerd kregen er soms moeraskoorts.
Vanaf 1891 tot 1906 spoot de baggermaatschappij “Hollands Werk” er Scheldezand op de noordelijke Geringen- en Borgerweertpolders. De eerste zandkorrels van Sint-Annaplage waren meteen aangevoerd.


De verhuis richting Noord begint.
De Eerste Wereldoorlog was aan Sint-Anna zeker niet voorbijgegaan. De eerste Kursaal lag samen met de Belvédère in puin. Inmiddels waren de zandopspuitingen gevorderd tot aan de fortwaters nabij het bewoonde gebied van het Vlaams Hoofd.
Als het puin van de elitaire eethuizen samen met wat overbleef van de oorspronkelijke yachtpaviljoentjes aan de Scheldedijk is opgeruimd ontstaat op de zandplaat meer landinwaarts een plankendorp. We vinden er een tweede Kursaal met gelegenheid tot poneyrijden en een heuse hippodroom. De trek naar het noorden is begonnen terwijl de oude dorpskern stilaan begint te verkommeren. Grote veranderingen zijn immers op til.


Antwerpen-West.
Op 19 maart 1923 is het zo ver. Zwijndrecht en het Vlaams Hoofd worden bij de provincie Antwerpen aangehecht. Als bewoners van ‘t stad behoren de Sint-Annenaars voortaan bij de Eerste Wijk Antwerpen-West. Heel wat plans voor tunnels en bruggen onder en over de Schelde worden nu getekend. Antwerpen-West moest het echter nog een tijdlang zonder waterleiding stellen. Tankwagens waaraan men voor 10 cent een emmer kan laten vullen komen met de Sint-Annekensboot de Schelde overgevaren. Aan de wildgroei van zomerse koterijen op de opgespoten noordelijke gronden waarbij zelfs krochten gemaakt uit Fordkisten nabij de Scheldeoever worden opgetrokken moet echter een eind komen. De oplossing is Imalso of de Intercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever die op 8 mei 1929 van start gaat voor een looptijd van 70 jaar. Onder hun beheer ontstaat het stadsgedeelte Antwerpen-Linkeroever. In 1931 worden de eerste huisjes van de vroegere dorpskern voor het graven van de tunnels gesloopt.


De prille Plage.
Imalso stond zowel in voor het graven van de tunnels als voor samenwerking met de architecten De Heem en Van Averbeke met hun stedenbouw op Linkeroever. Wat er met de noordelijke Scheldeoever moest gebeuren stond nog niet helemaal vast.
Tegenover de Royerssluis kwamen op het strand wel een aantal verbruikerstenten met namen, zoals Oud België (genoemd naar de Wereldtentoonstelling van 1930) en Lantaarnhof. Er waren ook kleedhokjes. Wie met een bootje over Schelde kwam moest eerst op de Antverpia klimmen, een soort van restaurantboot op het droge. Verder op het zand wachtte dan iemand in een hokje met toegangskaartjes. In een tijdschrift uit 1930 zagen we een treintje op smalspoor waarmee men toen al van nabij de overzet aan de oude dorpskern naar de nieuwe plage kon rijden. Het was de voorloper van de Sint-Anna-express, een ietwat gemoderniseerde versie die nadien tegen betaling getrokken door mooiere tractoren op minerale brandstof tussen de Sint-Annatunnel en de plage spoorde. Het lijkt erop dat dit treintje de oorlog niet heeft overleefd.


Camille Huysmans en Emiel Draps.
Zoals hierboven staat vermeld waren de accommodaties die zich in de vroege jaren 1930 op het strand bevonden eerder povertjes. Na de inhuldiging van de Imalso-tunnels op 10 september 1933 vond het Antwerps College onder burgemeester Huysmans dat, hoewel men in een crisisperiode leefde, Sint- Anneke ook als pretdorp niet teloor kon gaan. Op 10 februari 1934 schrijft John Verlaet uitbater van speelhof “Dikke Mee” te Wilrijk volgende brief Camille Huysmans:

“Geachte Heer Burgemeester,
Met aandacht heb ik uw voordracht gevolgd vrijdag ll. in den Coöperator (nadien cinema Rex op de De Keyserlei), en gaande over de uitbating der gronden van den Linker oever.
Mag ik U beleefd om een onderhoud verzoeken, Heer Burgemeester, aangaande die kwestie?…”

Nadien bleek dat deze poging om Sint-Annaplage te mogen uitbaten vruchteloos was want Emiel Draps zat er ook.
Huysmans was niet van plan om de naar vermaak zoekende Antwerpenaar alleen naar Linkeroever te sturen. De stad van haar kant nam in 1934 ook het initiatief om zwem en roeigelegenheid Noordkasteel in te richten. Voor Sint-Annastrand kreeg de Merksemse tuinarchitect Emiel Draps de concessie tot 1960 toegewezen. Onder zijn leiding werden immers het openluchttheater en de beplantingen van de Wereldtentoonstelling 1930 aangelegd. De Sinjoor uit de jaren 1930 kreeg er meteen twee gelegenheden om zich in de buitenlucht te ontspannen bij.


Strandpaviljoenen met Lunapark.
Emiel Draps liet er geen gras over groeien. Hij trekt zijn villa onder strodak aan de Plage op terwijl de bouwers van strandrestaurants en winkeltjes zich rond hem schaarden.
Al vlug zet het er zwart van het volk. Vanuit de strandcabine van zwemclub de Waterrat wordt er reeds in 1935 een wedstrijd in de Schelde ingericht. De afstand bedroeg 6 km tussen Kallo en de Plage. Intussen zijn een aantal van de huisjes van Oud-Brabant uit de Brusselse Wereldtentoonstelling 1935 naar Sint-Annaplage overgebracht. Het stadje met cafés in hout en plaaster heeft zelfs een burgemeester. Hiernaast groeit een groots lunapark ten Zuiden van de Plage waarvoor inkomgeld wordt gevraagd. Hier staan attracties als: een hoge railway “de Himalaya”-de “Swimmy tobagan” -de “Waterchute”-de “Music Hall California Hollywood”-Het “Lachpaleis”-het “Wonderland”, en nog verscheidene andere die er een constante zomerfoor van maken. Er is natuurlijk ook het openluchtzwembad nabij café Belvédère(nu De Molen)waarop in 1936 de molen “het Veertje” afkomstig uit Kwaadmechelen wordt op geplaatst. Als de avond valt en de bootjes van “de Toverrivier” rondom dit etablissement hun laatste passagiers hebben vervoerd wordt de molen feestelijk verlicht.
En dan zijn er de talrijke eethuizen langs de dijk zoals de “Zeester” een van de weinige “oorspronkelijken” die we er nog aantreffen. Waar zijn ze gebleven aan de Wandeldijk het Lantaarnhof - de Konijnenpijp - de derde Kursaal met zijn rolschaatsbaan en toren, Miami - De Pauw - West End en de Worstepan. Verdwenen winkeltjes met souvenirs, postkaarten en zonneolie, zoals de Kreukel, pasteibakker Lambrecht, of strandbeenhouwerij Van Poucke. Zij brachten samen met de mosselhuizen op en rond de Plage de sfeer van een “klein Blankenberge”.


Spergebied.
Schone liedjes duren niet lang want als de Duitsers kort voor het seizoen 1940 begint hier binnenvallen, maken ze van Sint-Anneke sper-of oorlogsgebied. Geen mens komt er nog in zonder “Eintritskarte” voorzien van een hakenkruisstempel. Niet veel meer dan de vaste bewoners komen hiervoor in aanmerking. Tenzij men er als bezetter of zijn aanhang wil komen genieten.
Emiel Draps ziet er in de oorlogsperiode heel wat verkommeren zoals het haast ongebruikte lunapark en het ineenschrompelende Oud Brabant. Zo nu en dan is er ook nog een overstroming want de opgespoten gronden blijken er toch niet genoeg te zijn opgehoogd. Aan geld of materiaal voor herstellingen is in oorlogstijd maar moeilijk aan te komen. Eens de oorlog voorbij valt haast alles opnieuw te beginnen.


Paardenmolen.
De naoorlogse periode wordt gekenmerkt door speeltuigen die een groot gedeelte van het strand betrekken. De Flandriaboot Steen/Sint-Anneke/Noordkasteel komt er nog steeds aanleggen. De grote attracties van voor de oorlog zijn er echter definitief verdwenen. Ze zijn vervangen door een klein molenrad en een heel wat minder hoge railway ergens in de buurt van het openluchtzwembad. De vooroorlogse “paardenmolen”op het strand functioneert nog steeds. Het betreft hier echter een rondvormig openluchtstortbad met plonsbad dat heel wat bijval vindt bij klein en groot. Zonnebaadsters lopen er nog rond in een volledig badpak en huren er nog strandstoelen. Ze mogen wel in het scheldewater baden. Nu zijn ze haast volledig naakt om nog enkel aan de waterkant te liggen.


De Plage na Draps.
Zoals we reeds hierboven hebben vermeld verliep de concessie van de familie Draps in 1960. Het stadsbestuur houdt er grote opruiming en besluit het jaar nadien om een verbod tot baden in het Scheldewater in te voeren. Reden, het steeds maar meer vervuilde water en het gevaar van het alsmaar drukker wordend scheepsverkeer. Ook in het versleten openluchtzwembad mag tot het herstel, dat vrij lang op zich laat wachten, niet meer gezwommen worden. Deze maatregelen waren geenszins van aard om veel volk naar Sint-Annaplage te lokken.
Op enkele kleinere verkoopsstandjes vinden we nog reclame voor de verkoop van chocolade Martougin of koekjes van Parein. Er is ook een barakje dat als speelgoedwinkeltje dient. De horecazaken zetten hun verbruikstafeltjes vooraan op het strand waardoor de obers er heel wat zand in hun schoenen oogsten.
De villa met strodak van Emiel Draps maakt er enkele jaren nadien plaats voor een nieuw restaurant met de benaming “An's Hoeve”.


SIGMA-plan.
De jaren zeventig dienen zich voor de Plage eerder somber aan. Is het qua brandveiligheid dat ze niet meer voldoen of komt er einde aan de concessie van sommige horecazaken? We hebben het niet opgezocht. Hoe dan ook, omstreeks 1972 is er de afbraak voor heel wat van de vooroorlogse strandcafés. Het lijkt er ook op dat in de zomer iedereen het buitenland opzoekt. In september 1976 komt de Schelde er op bezoek. Het water stond toen in restaurant “De Molen” gelijk met de hoogte van de toonbank. Nadien wordt bij de uitvoering van het Sigma-plan, dat zulke overstromingen moet voorkomen, het strand verhoogd en met gras bezaait. Het nadeel hiervan is echter dat men in de meeste restaurants die gelegen zijn achter de intussen aangelegde “Wandeldijk” vanuit zijn zetel de Schelde niet meer kan zien stromen.
Toch krijgt men Sint-Annekeplage niet klein. Achter de cafés wordt aan de Kastanjelaan een groot speelplein aangelegd, waar ook de jeugd die op de camping verblijft zich kan uitleven. Tijdens het zomerseizoen worden er heel wat evenementen georganiseerd. Begin jaren tachtig komt naast restaurant Roma, radio Minerva zijn opwachting maken vooral tot vermaak van de senioren.
In 1996 werd de molen “het Veertje” die in de achtertuin van het restaurant op restauratie wachtte door vandalen in brand gestoken waardoor hij voor altijd verloren was. In 2001 kreeg hij een nieuwe opvolger, die zoals zijn voorganger opnieuw de baken is voor Sint-Annaplage.



Frans Lauwers, zomer 2004.