Naar een Integrale
Visie
Maak alles zo eenvoudig mogelijk, maar niet eenvoudiger.
ALBERT EINSTEIN
Inhoudsopgave
Spiral Dynamics: een
meer complex model
Het Human Consciousness Project
Een filosofie van menselijke mogelijkheden
|
Kleur |
Waardensysteem |
Omstandigheden
waarin dit systeem kan gedijen |
|
1. Beige |
Archaïsch-instinctief. Semi stenen tijdperk. Niet meer echt actief tegenwoordig. Gedrag wordt
gedomineerd door basisoverlevingsinstincten en door archaïsche emoties als
honger, dreiging, angst. Mensen gedragen zich op dit niveau meer als (slimme)
dieren. Kenmerkend op dit niveau is het overleven. Bewustwording van het afzonderlijke zelf, het “ik”.
Bewustwording van oorzaak en gevolg. Zeer beperkt tijdsbesef: slechts een
uitgebreid nu. Voorbeelden van dit niveau zijn de allereerste menselijke
samenlevingen, pasgeborenen, geestelijk zieke mensen, mensen in hongersnood, Alzheimer-patiënten in de laatste stadia. Dit betreft 1% van de bevolking maar 0% van de
macht. |
Natuurlijke toestand met biologische driften en
noden gedicteerd door fysische omstandigheden. |
|
2. Purper |
Magisch-animistisch stamdenken. Mystieke
geesten, tekens en holen. Leven dicht bij de aarde. Zoeken naar veiligheid en
geborgenheid. Stamgvoel: ontdekken dat je beter bent
in de groep. Bloedverwantschappen zijn sterk. Klinkt soms spiritueel maar is
in feite primitief. Poging persoonlijke vijanden en gevaarlijke krachten
te beïnvloeden en te beheersen (magisch-animistisch
denken). Het management van purper vraagt respect voor de
clanregels en trouw en respect aan de clanleiders (sjamanen, opperhoofden).
Iedereen doet wat de leider zegt. Iemand zichtbaar te sterk belonen kan de
groepsband breken met negatieve consequenties. Veranderingen in de groep
worden belichaamd in rituelen, tradities en symbolen. Voorbeelden: voodoo-rituelen,
vervloekingen, bloed-eden, familie-rituelen,
verdachtmakingen, teambanden bevestiging op basis van athletische
prestaties. Dit betreft ongeveer 10% van de bevolking en 1% van
de macht. |
Leven vol bedreigingen, mysterieuze krachten en
geesten die gehoorzaamd en bevredigd moeten worden. |
|
3. Rood |
Macht van het individu. De rebel:
ontdekking van de macht van het ik, los van de groep. Autonomie, moed, onafhankelijkheid,
status, rivaliteit, intimidatie. Beheersen en uitbuiten van anderen op een
ruwe en harde manier. Autoritair. Feodaal uitbuiten van ongeschoolden of
slaven. Sterk leven in het heden zonder gevoel voor
consequenties. Kenmerken van het management: gerund
door een topboss en een reeks
gevolmachtigden/protegees. De overtuigingen zijn dat mensen lui zijn en
gedwongen moeten worden om te werken. De ware leider moet menselijkheid
onderdrukken en de harde macho uithangen. Dit betreft zo’n 20% van de
bevolking en 5% van de macht. |
Een jungle met dreigingen en roofdieren en zonder
regels waar het leven hard is en de sterksten
zullen heersen terwijl de zwakken zullen dienen. De omgeving is een
tegenstander die overwonnen moet worden. |
|
4. Blauw |
Mythische orde. Het collectief
staat voorop. Streven naar absolute waarheid en zoeken naar zin van het
leven: er is slechts één juiste wijze van denken of bestaan. Schuldgevoel als
je je niet aan de groepsnormen van “goed” en
“kwaad” conformeert. Schuldbewuste gehoorzaamheid aan hogere autoriteiten. Proberen het hogere te dienen door zelfopoffering.
Discipline is zeer strikt maar wordt als eerlijk ervaren. Werkt zeer goed in
het industriële tijdperk: standaardisatie, 9 tot 5 denken. Basis van oude
naties. Sterk conventioneel en conformistisch hiërarchisch, patriotisch denken. Management is moralistisch, voorschrijvend.
Organisatiestructuur is piramidaal Voorbeelden: scouting, Billy Graham,
Puriteins Amerika, Confucianisme in China, Fundamentalistische islam. Dit betreft 40% van de wereldbevolking en 30% van de
macht. |
Geordende, stabiele omgeving waarin het leven wordt
beheerst door een hogere macht die het kwade straft en het goede en het
rechtvaardige uiteindelijk zal belonen. |
|
5. Oranje |
Wetenschappelijke verbeteringen. Rationele, persoonlijke succesoriëntatie. Zoeken naar waarheid en
betekenis in individualistische termen. Onderzoek van mythen, conformistische
waarden en etnocentrische oriëntaties. De wereld wordt gezien als een
rationele, goed-geoliede machine met wetten die
doorgrond kunnen worden. Doelgerichte planning en strategieën voor
verbetering. Rationele overweging waar het meeste voordeel kan worden
gehaald. Motivatie is grotendeels economisch/materialistisch bepaald. Geld is
belangrijker dan loyauteit en groepsbeloningen.
Mensen proberen vele opties uit. Competitie bevordert productiviteit en
groei. Autonomie en manipulatie van de omgeving zijn belangrijk. Promotie van
vrije markteconomie en meerpartijenstelsel. Voorbeelden: dit is waarschijnlijk de dominante vMeme in het huidige Europa en de Verenigde Staten. Dit betreft 30% van de wereldbevolking en 50% van de
macht. |
Omgeving met veel mogelijkheden om te ontwikkelen en
gelegenheden om zaken beter te maken en welzijn te brengen. |
|
6. Groen |
Verbondenheid. Zin voor
verbondenheid tussen de mensen. Collectiviteit. Networking.
Humanitaire ingesteldheid. Persoonlijke groei en
aandacht voor milieu/omgeving. Werk gemotiveerd door menselijk contact en het
leveren van een bijdrage. Tolerantie voor en acceptatie van verschillen.
Leren van anderen. Aanvaard worden is belangrijker dan een competitief
voordeel verkrijgen. Belangrijke waarden zijn openheid en vertrouwen.
“Kennen” is belangrijker dan “voelen”. Hierarchieën
vervagen in de beweging naar gelijkheid met een bijkomende tendens naar inefficiency en stagnatie. Dit kan zo ineffectief worden
dat mensen terugvallen op het ORANJE-individualisme.
Postmodernisme. Humanistische psychologie.
Mensenrechten. Pluralisme. Multiculturalisme. Politieke correctheid. Voorbeelden: Green Peace,
Artsen zonder grenzen, Jaques Costeau,
Jimmy Carter. Dit betreft 10% van de wereldbevolking en 15 % van
de macht. |
Een habitat waarin de mens liefde en doelstellingen
kan vinden door affiliatie en delen. |
|
In de groene
meme is het bewustzijn klaar voor de overgang naar
de tweede laag. Daarbij kan voor het eerst het gehele spectrum van interne
ontwikkeling gezien worden en kan begrepen worden dat elke meme belangrijk is voor de gezondheid van het gehele
individu of organisatie. Zo is een cel groter dan maar omvat moleculen, die
op hun beurt groter zijn dan atomen maar deze omvatten. Zij sluiten elkaar
niet uit maar omvatten en integreren elkaar, zoals de hersenschors het limbische systeem omvat en integreert, dat op zijn beurt
de hersenstam omvat en integreert. Naargelang
van de omstandigheden kunnen ook nog alle onderliggende, “archeologische” memen geactiveerd worden. Zo kunnen in urgente situaties de
rode energetische memen geactiveerd worden, in
reactie op chaos de blauwe ordememen, in een
onderneming de oranje succesmemen, in het huwelijk
en met vrienden de groene verbindingsmemen. Tweede laag: |
|
7. Geel |
Integratief systeemdenken. Dit is de eerste vMeme waar een
“kwantumsprong” plaatsvindt in het vermogen om verschillende perspectieven in
het leven tegelijk vast te houden. Mensen worden gemotiveerd door zelf leren
EN zijn georiënteerd op de integratie van complexe systemen. Besef dat chaos
en verandering vanzelfsprekend zijn. Verandering is een aangenaam onderdeel
van de organisatorische processen en van het leven. Het denken wordt
gekenmerkt door systeemdenken en gerichtheid op interactie
van delen om gehelen te creëren. Unieke talenten en eigenaardigheden worden
gezien vanuit de optiek van de bijdrage aan het grotere geheel. Ecologische
oriëntatie maar dan op een meer ingetogen wijze, ‘achter de schermen’. GEEL-werkers vindt men vaak aan de periferie van een
organisatie. Voorbeelden: chaostheorie, eco-industrie.
|
Een chaotische omgeving waar verandering de norm is
en onzekerheid een aanvaardbare stand van zaken. |
|
8. Turkoois |
Holistische integratie, existentieel,
transpersonaal, collectief bewustzijn,
samenwerking, synergie, interconnectie, verbinding
met het gehele systeem. Universeel holistisch systeem. Universele orde, een
theorie van alles. Voorbeelden: Noösfeer van
Teilhard de Chardin, groei van transpersoonlijke
psychologie |
Een delicaat gebalanceerd systeem van interagerende krachten, dat in gevaar is door de ingreep
van de mens. De mensheid ervaart de consequenties van zijn optreden in het
ecosysteem. |
|
9. Koraal |
Integraal holonisch De werkelijkheid is een holarchie:
een hiërarchie van holons (langzaam emergerend) |
Nog niet duidelijk… |
|
De volgende
voorstelling illustreert beter het idee van genestelde niveaus, waarbij
elk hoger niveau de onderliggende niveaus omvat en integreert. |
|
OP ZELF
GERICHT 9. Koraalrood – Integraal 7. Geel – Systeemdenken 5. Oranje – Rationaliteit 3. Rood – Macht – energie – rebellie |
1. Beige – Overleving, stenen tijdperk |
OP COLLECTIVITEIT
GERICHT 8. Turkoois – holistisch 6. Groen – Verbondenheid 4. Blauw – Mythische orde 2. Purper – Magisch-animistisch |
|
De eerste
zes memen zijn overlevingsmemen
in ruime zin. Zij vormen de eerste laag. De hogere memen (boven In de eerste
laag van de ontwikkeling blijft de mensheid gekenmerkt door de verschillende memen die strijden om de suprematie.
Dat is de huidige toestand. Als samenleving bevinden ons thans in de oranje-groene zone. De overgang
naar de tweede laag kan beginnen bij groen, maar kan ook juist bemoeilijkt
worden door het (postmoderne) pluralistische relativisme van groen. Dat zet
immers juist de deur open voor een nieuw narcisme (ieder zijn waarheid) dat
onverenigbaar is met een verdere ontwikkeling naar een integrale cultuur en
een omvattende theorie. Elke grote wijsheidstraditie kent contemplatieve
praktijken die berusten op transrationele en transpersonale
vormen van bewustzijn, in tegenstelling tot prerationale
vormen van archaïsch, magisch en mythisch denken. De verlichting, in haar
reactie op alle niet-rationele elementen, heeft helaas vaak zowel de
prerationele als de transrationele elementen over boord gegooid. Elk kind dat
geboren wordt, begint als een archaïsch wezen in de eerste fase en evolueert
naar een magisch, mythisch en uiteindelijk een rationeel wezen en misschien
zelfs verder. In een samenleving moeten al deze fasen dan ook zo goed
mogelijk doorlopen kunnen worden. Een samenleving is geen homogeen geheel dat
in een bepaald stadium is, alle stadia zijn erin aanwezig en verdienen
aandacht. Mensen die
mentaal in een bepaald waardensysteem leven, kunnen
bovendien terechtkomen in situaties of organisaties met een ander waardensysteem. Dit kan aanleiding geven tot wrijvingen
en misverstanden, tot stress en frustraties. Op dit
ogenblik van de geschiedenis zijn ook bij volwassenen en zelfs bij
leidinggevenden nog heel wat vormen van magisch en mythisch denken aanwezig,
die verantwoordelijk zijn voor vele vormen van lijden en onwelzijn,
zowel individueel als maatschappelijk. Vele levensproblemen en
relatieproblemen zijn een gevolg van het geloof in culturele mythen. Ook
oorlogen en sociale conflicten zijn het gevolg van een geloof in
maatschappelijke mythen. De gruwelen van de kruistochten en van de
inquisitie, de barbaarsheid van het apartheidsregime in Zuid-Afrika, van het Nazi-regime en van de meer recente vormen van genocide
zijn een gevolg van het romantische geloof aan religieuze of andere mythen
(bijv. de “Blud und
Boden” mythologie van het Nazisme). Een integrale visie is dan ook een
van de minst dringende problemen van de planeet. De meest radicale,
indringende en invloedrijke transformatie zou er op dit ogenblik uit bestaan
dat iedereen werkelijk naar een volwassen, rationeel, redelijk en
verantwoordelijk ego zou evolueren. Deze beweging, die een aanzet heeft
gekregen in de verlichting van de 18e eeuw en die culmineerde in de
Franse revolutie van 1789, is nog niet voldoende in brede lagen van de
bevolking doorgedrongen. Het Human Consciousness
Project Ken Wilber, wel eens de Einstein
van het bewustzijn genoemd omdat hij zoals Einstein
vele bestaande ideeën en opvattingen tot een nieuwe grote synthese heeft
verenigd, spreekt van een Human Consciousness Project, naar analogie uiteraard
met het Human Genome Project. Hij steunt daarbij op
onderzoek van onder meer Jean Piaget voor de eerste
fasen en op het Spiral Dynamics model voor de
latere fasen. |
|
Morele ontwikkeling |
Bewustzijns-ontwikkeling |
Wereldbeeld |
Meme (Spiral
Dynamics) |
Identiteit |
|
Preconventioneel –
egocentrisch |
Prepersoonlijk |
Archaïsch-instinctief |
Beige |
Impulsief |
|
Magisch-animistisch |
Purper |
Egocentrisch
(narcistisch) |
||
|
Rood |
||||
|
Conventioneel –
etnocentrisch |
Mythisch –
stamgevoel – premodern |
Blauw |
Conformistisch
(groepsnarcisme) |
|
|
Postconventioneel –
wereldcentrisch |
Persoonlijk |
Formeel – rationeel
– modern |
Oranje |
Persoonlijk geweten |
|
Pluralistisch –
relativistisch – postmodern |
Groen |
Volwassen–individualistisch
in verbondenheid |
||
|
Transpersoonlijk |
Integraal –
holistisch |
Geel |
Autonoom – systemisch |
|
|
Turkoois |
Holistisch –
collectief geïntegreerd |
|||
|
Koraalrood |
Integraal – de leegte |
|
Een normale
ontwikkeling gaat, zoals hoger gezegd, gepaard met een afname van het
narcisme. Elke stadium van de ontwikkeling opent niet alleen nieuwe mogelijkheden
maar brengt ook mogelijke van nieuwe problemen en pathologieën
met zich. Emergente systemen krijgen altijd te
maken met nieuwe uitdagingen: de mens kan oorlog voeren en kanker krijgen,
moleculen niet. De
postconventionele houding van onderzoek, reflectie en kritiek op de
maatschappelijke normen kan alleen verkregen worden doorheen de conventionele
stadia. Individuen die niet tot het conventionele stadium raken, zullen geen
postconventionele kritiek op de samenleving geven maar zullen eerder een
preconventionele, narcistische rebellie opzetten op basis van
preconventionele impulsen. Dit is een voorbeeld van de pre-/postverwarring die
mogelijk is omdat beide niet-conventioneel zijn en vaak dezelfde retoriek en
zelfs dezelfde ideologie gebruiken. In feite kunnen hoge morele idealen
(harmonie, liefde, wederzijds respect, multiculturalisme) gebruikt worden
vanuit moreel veel lagere, narcistische impulsen (angstige afwijzing van elke
verandering en autoriteit, angst voor globalisering, romantisch verlangen
naar vroegere knusse geborgenheid). Bovendien
kant de groene meme zich, vanuit haar hoogstaande
pluralistische, egalitaire en multiculturele houding, vaak tegen elke vorm
van hiërarchie en gezag omdat dit in vorige stadia tot vele vormen van
sociale verdrukking heeft geleid. Daarbij wordt over het hoofd gezien dat er
naast deze dominantie-hiërarchie ook een
groeihiërarchie bestaat die onvermijdelijk en noodzakelijk is. In deze
groeihiërarchie mogen de onderliggende niveaus niet ontkend of verdrukt worden
maar moeten opgenomen en geïntegreerd worden in de hogere niveaus als in een
ecosysteem waar alle niveaus even belangrijk zijn. Dit inzicht in de
genestelde aard van de groeihiërarchie is juist een kenmerk van het meer
geëvolueerde denken in de tweede, transpersonale
laag. Een groeihiërarchie brengt afzonderlijke gefragmenteerde elementen
samen tot grotere gehelen met een grotere integratie en samenwerking. Ook de
postmoderne (groene) deconstructieve afwijzing van grote verhalen en metanarratieven kan op deze wijze worden gezien. Op die
manier leidt groen in feite tot het bevorderen van een narcistische cultuur
(ik heb toch zeker het recht om mijn eigen ding te doen!), die onverzoenbaar
is met een meer integrale cultuur. In een poging om conformistisch regeldenken en rigide rationaliteit te overstijgen (bijv.
New Age), kan men dan al wat niet-conventioneel is
verwelkomen en komt men op die manier tot een reactionaire, preconventionele,
regressieve en narcistische houding. Dit is het vreemde mengsel van zeer
hoogstaande postconventionele memen met
preconventionele narcistische memen. Dit is een
voorbeeld van een mogelijke pathologie bij een overgang tussen stadia. Meer
in het algemeen kan men bij een overgang immers altijd terugdeinzen voor de
volgende stap en dus in een stadium blijven vastzitten, of men kan juist
vooruit willen en de vorige stadia willen ontkennen of misprijzen. Dit is
vergelijkbaar met het door Freud beschreven Oedipus-complex. Het hier beschreven probleem wordt door
Ken Wilber boomeritis
genaamd omdat het een typisch probleem van de na-oorlogse
baby-boomergeneratie is. Toch vormt
de groene meme ook de basis voor latere stadia.
Ontwikkeling gaat verder door differentiatie en integratie. Groen
differentieert het vaak rigide formalisme en rationalisme van de vorige memen en geeft een kans aan vele nieuwe mogelijkheden.
Dit alles kan geïntegreerd worden in een echt holistische wereld. Dat is wat
in de tweede laag zal moeten gebeuren. Groen is het eindpunt van de eerste
laag en bereidt de stap voor naar de tweede laag. Een filosofie van
menselijke mogelijkheden De
werkelijkheid kan op de traditionele wijze gezien worden als bestaande uit
verschillende sferen of niveaus: gaande van materie, via bewustzijn, tot
het spirituele. In verschillende filosofische en spirituele tradities worden
verschillende sferen beschreven, die overigens ook in elkaar overvloeien. Het
precieze aantal sferen is daarbij minder belangrijk dan het feit dat de
werkelijkheid gezien wordt als een reeks lagen of golven van zijn en kennen.
De volgende figuur toont vijf lagen.
Elke laag
overstijgt de vorige, maar omvat ze ook, zoals in een tekst elke letter
onderdeel is van een woord dat op zijn beurt onderdeel is van de hele zin,
die op zijn beurt onderdeel is van een hoofdstuk dat onderdeel is van de hele
tekst. Het is een genestelde structuur. Het geheel lijkt dus op een gebouw
met vijf verdiepingen, waarbij de wetenschap ons iets vertelt over de
onderste verdiepingen terwijl spiritualiteit ons iets leert over de bovenste
verdiepingen. De moderne
wetenschap, die thans het dominante systeem van kennislegitimatie is, heeft
dit traditionele concept gaandeweg steeds meer verdrongen, bijv. door aan te
tonen dat bewustzijn verankerd is in organische, materiële hersenen, in die mate
dat vele wetenschappelijke auteurs het bewustzijn gewoonweg reduceren tot een
interactie en choreografie van neuronale systemen. Daardoor ontstaat een
soort wetenschappelijk flat land,
waar vele technologische middelen en mogelijkheden voorhanden zijn maar
waarin de mens geen antwoorden meer vindt voor vele belangrijke existentiële
vragen die met zingeving en geluk te maken hebben. Als we van
de mens uit kijken, kunnen we bovendien verder onderscheid maken tussen het
inwendige en het uitwendige van de mens, en tussen het individuele en het
collectieve. Dat leidt tot vier kwadranten: |
|
|
INTERN |
EXTERN |
|
INDIVIDUEEL |
Intern - Individueel Bewustzijn - subjectief (“Ik”) Fenomenologie, psychoanalyse … |
Extern – Individueel Lichaam - objectief (“Het”) Biologie, neurologie, neurosciences
… |
|
COLLECTIEF |
Intern – Collectief Culturele context en wereldbeeld (“Wij”) Culturele studies |
Extern -
Collectief Sociaal systeem en omgeving (“Ze”) Sociologie, ecologie, systeemdenken |
|
In het rechter
bovenste kwadrant wordt de mens op een objectieve, empirische,
wetenschappelijke wijze beschouwd, in termen van biochemie, neurobiologie,
neurotransmitters, hersenstructuren, enz. Vele orthodoxe wetenschappelijke
onderzoekers reduceren het bewustzijn (linker bovenste kwadrant)
gewoonweg tot hersenmechanismen en ontkennen de fenomenologische realiteit
van de interne wereld. Het bewustzijn is inderdaad niet de onstoffelijke
essentie waarover sprake is in religieuze tradities, maar het lichaam is ook
niet alleen maar de ontzielde stof waarover sprake is in de wetenschap. Het
gaat om twee realiteiten (resp. het bovenste linker en het bovenste rechter
kwadrant) die met elkaar correleren maar die niet tot elkaar gereduceerd
kunnen worden. Het linker
onderste kwadrant omvat de gemeenschappelijke bewustzijnspatronen in
een cultuur of subcultuur, zoals linguïstische semantische patronen,
wereldbeelden, waarden, culturele praktijken, ethische overtuigingen, enz.
Deze culturele elementen hebben objectieve correlaten in de buitenwereld
zoals technische en economische ontwikkelingen (landbouw, industrie,
informatietechnologie), en sociale structuren (stammen, etnische groepen,
naties, economische structuren, politieke structuren, medische structuren,
verzekeringen, sociale voorzieningen). Dit alles is het sociale systeem,
aangegeven door het rechter onderste kwadrant. Het westen
heeft zich vooral bezig gehouden met de donkergrijze kwadranten, het oosten
vooral met het lichtgrijze kwadrant. De wetenschap houdt zich voornamelijk
bezig met de objectieve realiteit van de rechterkwadranten. De
linkerkwadranten zijn het terrein van de meer fenomenologische,
introspectieve, meditatieve praktijken, die buiten het gebied van de
wetenschap vallen. In een integrale benadering moet rekening worden gehouden
met de vier kwadranten. Als evenwel vanuit één kwadrant uitspraken worden
gedaan over een ander kwadrant, dan moeten deze uitspraken aan de betreffende
tests en onderzoeken worden onderworpen. Als bijv. een religieuze overtuiging
beweert dat de aarde in 6 dagen is geschapen, dan moet deze uitspraak aan
wetenschappelijk onderzoek worden onderworpen. In dat kwadrant zal de
wetenschap het laatste woord hebben. De vier
kwadranten doorsnijden de hoger genoemde sferen en in elk kwadrant is er een
ontwikkeling doorheen opeenvolgende stadia of niveaus, waardoor we de stadia
van het Spiral Dynamics model terugvinden, van
archaïsch naar magisch, naar mythisch, naar rationeel, naar integraal, naar transpersonaal. De onderstaande figuur toont dit in een
model met 13 sferen of niveaus. |
|
|
|
Individueel intern IK Collectief intern WIJ |
|
Individueel extern Collectief extern |
|
Voor de
eenvoud is in de vier kwadranten slechts één enkele lijn of stroom
van ontwikkeling getoond. In werkelijkheid kunnen verschillende
lijnen of stromen onderscheiden worden: cognitief, moreel, affectief, linguïstiek,
artistiek, kinesthetisch, somatisch, sociaal, spiritueel, enz. Deze verschillende lijnen zouden zich elk
relatief onafhankelijk van elkaar kunnen ontwikkelen zodat een persoon
betrekkelijk hoog kan zijn op één lijn en laag op andere. Op elke
stroom kunnen nog verschillende horizontale typologieën
onderscheiden worden, waaronder verschillende persoonlijkheidstypen en
verschillende genderstijlen, bijv. de typologieën
van Jung, Myers-Briggs,
het enneagram, enz.
De typologie
van het enneagrom onderscheidt bijv. de volgende
(horizontale) typen: |
|
|
1: Hervormer (rationeel,
doelgericht,
idealistisch)
|
|
Iemand zal
dus als een bepaald type de verschillende fasen doorlopen. Ook mannen en
vrouwen gaan door dezelfde algemene ontwikkelingsfasen, maar mannen zijn
daarbij meer gericht op activiteit, autonomie en hiërarchie terwijl vrouwen
meer gericht zijn op samenwerking, verbinding en relaties. De meeste
ontwikkelingslijnen zullen overigens ook niet mooi lineair lopen, maar zullen
eerder een vloeiend, stromend, spiraalvormig verloop vertonen Bij elke
menselijke activiteit dient rekening te worden gehouden met een integrale
benadering, d.i. een benadering op basis van de vier kwadranten en de
verschillende niveaus. Externe, structurele ontwikkelingen kunnen alleen
doorgevoerd worden en behouden blijven als er overeenkomstige interne ontwikkelingen
zijn. De ene is niet belangrijker dan de andere, maar zij verlopen samen. Zo kan
gesteld worden dat politiek links vooral met de
rechterkwadranten bezig is (de invloed van de sociale omgeving, van
omgevingsfactoren) terwijl politiek rechts vooral de nadruk legt op de
linkerkwadranten (het belang van persoonlijke motivatie en inzet). Zowel de
analyses van Fukuyama als van Huntington
zijn in dit opzicht onvolledig en hoofdzakelijk gericht op horizontale
typologieën. De typische, goedbedoelde progressieve (“linkse”) benadering
van het oplossen van sociale conflicten is om elke waarde als gelijk of
evenwaardig te beschouwen en dan tot een nivellering of herdistributie
van middelen te komen (geld, rechten, goederen, land) waarbij de waarden
onveranderd worden gelaten. De typische conservatieve (“rechtse”)
benadering is te proberen de eigen waarde aan anderen op te leggen. Een ontwikkelingsbenadering
is in te zien dat er vele verschillende waarden en wereldvisies bestaan, dat
sommige meer complex zijn dan andere, dat vele problemen op een bepaald
niveau van ontwikkeling alleen opgelost kunnen worden door een stap te zetten
naar een hoger niveau van ontwikkeling en dat sociale rechtvaardigheid alleen
gediend kan worden door het erkennen en bevorderen van deze evolutie. De orthodoxe
geneeskunde
onderzoekt vooral het rechterkwadrant terwijl toch bijv. bekend is dat AIDS-patiënten en kankerpatiënten langer leven als zij
een positieve ingesteldheid hebben (linker bovenkwadrant) en sociale
ondersteuning krijgen (onderste kwadranten). Allen al het feit dat een
bepaalde toestand als een ziekte wordt gezien, kan niet begrepen worden
zonder referentie naar de culturele achtergrond (zoals bijv. de definitie van
“onkruid” afhankelijk is van wat als wenselijk wordt gezien). De manier
waarop een ziekte in de samenleving wordt gezien, met empathie of met
afwijzing, zal een invloed hebben op de manier waarop een individu met de
betrokken ziekte omgaat. Zo zal een bepaalde gebeurtenis gemakkelijker als
traumatisch worden bestempeld als dit door de omgeving ondersteund
(“begrepen”) en bevestigd wordt en als structuren voor opvang en begeleiding
voorhanden zijn. De niveaus komen tot uiting in het gegeven dat de oorzaken
en de behandeling van de meeste ziekten ook emotionele, mentale en spirituele
aspecten omvat. Dit blijkt bijv. uit de recente belangstelling voor “mindfulness” op grond van het werk van Jon Kabat-Zinn. Op die manier kan een meer omvattend, minder flatland medisch model ontstaan. In de zakelijke
wereld komen de vier kwadranten enerzijds overeen met grote managementstheorieën (theorie X, theorie Y, cultural management, systems
management) terwijl zij anderzijds de vier “omgevingen” of dimensies vormen
waarbinnen een bedrijf, een product of een dienst moet kunnen overleven.
Inzake leadership lijken Spiral
Dynamics en Spirituele Intelligentie steeds belangrijker modellen te zullen
worden. Een
integrale opvoeding en onderwijs dient te berusten op inzicht in de
fasen van ontwikkeling, van archaïsch naar magisch, naar mythisch, naar
rationeel, en op het belang van een opvoeding tot groei in de vier
kwadranten. Eén van de
grootste gevaren en uitdagingen voor de samenlevingen in de moderne
tijd is de ongekende explosie van technologische kennis en mogelijkheden (rechter
bovenste kwadrant) zonder equivalente toename van de ontwikkeling van het
(morele) bewustzijn (linker bovenste kwadrant). Eens materiële technologische
ontwikkelingen, bijv. de atoombom of chemische wapens, ontwikkeld werden en
beschikbaar zijn, kunnen zij immers in handen vallen van individuen en
groeperingen met een lagere graad van ontwikkeling, die deze middelen nooit
zelf hadden kunnen ontwikkelen. Een voorbeeld is de moderne technologie in de
handen van een mythische Nazi-partij in de tweede wereldoorlog. De externe ontwikkeling is dus veel sneller
gegaan dan de interne (althans in het westen). Met een boog en pijlen kan men
niet al te veel schade aanrichten maar met atoomwapens (product van rationeel
denken) kan gelijk welke terrorist (magisch-mythisch
denken) een globale catastrofe uitlokken. Dit heeft zich nooit eerder in de
geschiedenis voorgedaan. Hoewel het
rationele denken dus gevaarlijke gevolgen kan hebben voor de mensheid en voor
de planeet, is er toch geen weg terug. De oplossing kan er niet uit bestaan
minder te gaan denken, de oplossing kan er alleen uit bestaan meer en beter
te gaan denken. In zijn boek
“Ethics for the New
Millennium” schrijft de Dalaï Lama dat onze
belangrijkste opdracht er thans uit bestaat ons leven met meer liefde en
mededogen te leiden en dat samenlevingen een grotere mate van universele
verantwoordelijkheid en zin voor onderlinge afhankelijkheid moeten
ontwikkelen. Het moet dan wel gaan over postconventionele, wereldwijde,
universele liefde en mededogen, niet om de egocentrische of etnocentrische
vorm in romantische, racistische, fascistische of religieus-fundamentalistische
samenlevingen die juist oorzaak is geweest van vele oorlogen, met andere
woorden: het moet gaan om een voorwaartse beweging en niet om een beweging
achteruit. Een
bijkomend probleem is dat zelfs in de moderne wereld, elk individu op het
onderste niveau geboren wordt en vandaar zijn tocht naar de hogere niveaus
moet beginnen. Gezien de bevolkingspiramide zal een groot gedeelte van de
bevolking dus altijd op lagere, prerationele niveau’s
verkeren. Dat geldt ook voor
prerationele vormen van religie. Het grootste gedeelte van de wereldbevolking
(naar raming 70%) bevindt zich op een egocentrisch tot etnocentrisch niveau.
In de westerse landen wordt het openbare leven in toenemende mate gekenmerkt
door een jeugd- en jongerencultuur die zich steeds luidruchtiger laat horen
en die de norm wordt om “in” te zijn. Wettelijke
maatregelen voor wapencontrole en terreurbestrijding of het opleggen van mensenrechten
zullen altijd tekortschieten. Alleen een ontwikkeling van het interne
kwadrant, een groei in wijsheid en bewustzijn, een groei in eerbied en
respect voor de schoonheid van het leven en van de kosmos kan een antwoord
bieden. Het doet er niet toe hoe moeilijk dit kan lijken, er is gewoonweg
geen alternatief. |
