Pagina 1

Aan de slag

Handvest van de kandidaat windmolenbouwer

Het berekenen van windmolens door William

 

Nu moet het snelloopgetal gekozen worden.

Vervolgens wordt het toerental ( n ) van de molen gezocht bij een windsnelheid van 7 m/sec. (4 Beaufort)

Toerental ( n ) =

VB voor een molen van 6 Meter en een snelloopgetal van 6.

N =  = 2.2 trs/sec of 132 trs/min. 

Oppervlakte = r2 X p
VB Voor een molen van 6 M. doormeter    opp. = 32 X 3.14 = 28 M2  
Het generatorvermogen is dan 28 X 200 Watt = 5600 Watt of 5.6 KW.

D = 144  VB. D = 144  = 144  = 144 X 0.35 = 50 MM.

Het wiekenkruis moet juist voor de eerste lager geplaatst worden, zoniet moet een dikkere as gekozen worden. (dit geld voor een as in C45 materiaal)

VB: lager afstand voor een as van 50 MM = 50 X 6 = 300 MM. (minimum)

VB. Te voorziene druk op een molen van 6 M. = opp. X 25 = 28 X 25 = 700 Kg.

De nodige versnelling =  vb  =

b =  = meter

Waarin: t  = lengte van de cirkelboog tussen 2 wieken =

mK:  = constante afhankelijk van het snelloopgetal, voor l van 5 tot en met 12 mK = 0,87

ca: = liftcoŽfficiŽnt van een bepaald profiel (1,2 ÖÖ..0,5)