III – COLAES JAN  X VAN HAELST JUDOCA

 

 

            Jan Colaes is geboren te Bazel op 1 juli 1674 rond middernacht als zoon van Adriaan en Elisabeth Van Wauwe en werd dezelfde dag gekerstend. Peter en meter waren Jan Van De Velde en Anna van Wauwe. Als kind groeide hij op met zijn twee

jaar oudere zus Elisabeth. Toen Jan 6 jaar was stierf zijn jongere zus Catharina in 1680 en toen hij 8 jaar was maakte hij het overlijden mee van zijn jongste broer Adriaan die stierf in 1682.

 

Jan leerde in zijn jeugdjaren lezen, schrijven en rekenen, daarnaast hadden we ook het godsdienstonderricht, later hielp hij zijn vader op de boerderij en op de steengelagen.

 

Jan was 25 jaar toen hij huwde te Bazel op 24 november 1699 met Judoca Van Haelst. Getuigen waren Jan Van Himmen en Sebastiaan Luytaert.

 

Judoca Van Haelst, genaamd Jossine, was geboren te Bazel op 20 februari 1677 rond de middag en werd s`anderendaags boven de doopvont gehouden door haar dooppeter Frans Verstraten en meter Amelberga Coppens.

 

Toen Jan 70 jaar was had hij praktisch al zijn eigendommen, en er waren er heel wat, reeds vermaakt aan zijn kinderen. Hij en zijn vrouw leefden toen van hun renten. Jan overleed te Bazel op 22 juni 1747, hij was 72 jaar oud, en hij werd begraven met een kerkelijke dienst van middeklas. Jossine stierf 4 jaar later te Bazel op 4 november 1752, 76 jaar oud en haar kinderen lieten haar begraven met de hoogste kerkelijke dienst.

            Uit de echtverbintenis van Jan en Jossine werden er te bazel negen kinderen geboren.

 

Overzicht van het gezin Judook Van Haelst en Judoca Ruys

 

Judook van Haelst                                                                     Judoca Ruys

ºBazel 9 november 1638                                                ºBazel 28 september 1646

zoon van Pieter en Elisabeth                                                     dochter van Jan en Catharina

Monseur.                                                                                Van Bogaert.

†Bazel 13 februari 1716                                                            †Bazel 19 november 1717

                                               x te Bazel op 12 februari 1669

 

 

Hun kinderen geboren te Bazel:

 

1          PETRUS: 15 februari 1670, doopsel 16 februari. Peter en meter: Petrus Van Gavere en Anna Buytaert.

 

2          CATHARINA:  8 februari 1672 en op die dag ook gedoopt. Peter en meter: Adriaan Van Haelst en Josina Van Raemdonck.

 

3          ELISABETH: 17 maart 1674, doopsel 18 maart. Peter en meter: Mattheus De Rijck en Livina Van Bogaert. Elisabeth huwde met Andries De Waen te bazel op 3 Maart 1696 en zij overleed te bazel op 13 mei 1747.

 

4          JOSS1NIE: huwde met Jan Colaes.

 

5          JOANNA MARIA: geboren en gedoopt te Bazel op 13 augustus 1680. Peter en meter: Jan Van Haelst  en Elisabeth Lyssens. Zij huwde te Bazel op 19 juni 1700 met Jan Stout en stierf datzelfde jaar op 15 december.

 

6          JUDOOK: geboren op 29 augustus 1686, doopsel op 1 september. Peter en meter: Adriaan Van Strijdonck en Elisabeth Ruys.   

     

Overzicht van eigendommen en schulden:

 

a-     eigendommen:

 

1     Uilenhoofd en Sint-Jozefkade, 1/2 gemet, aangekocht. Verkoop in 1738 aan zijn zonen Jan en  Pieter samen met nummer 4 en 10.

 

2    Hofstede "Huys ter lucht" aangekocht van zijn moeder in 1705 voor de helft, andere helft verkregen door erfenis, 1 gemet. Later op de kinderen.

 

3    Hemelrijk 12, 1 gemet 22 r. aangekocht 1708/1709, werd verpacht en later verkocht.

 

4    Steengelaag, aangekocht 1712, 3 1/2 gemet en verkocht in 1738 zie onder nummer 1.

 

5    Grond Roomkouter, gekocht 1714, 2 gemeten, verkoop in 1748.

 

6    Grond Robrechtwijk, gekocht in 1718, 180 roeden, verkoop in 1740 aan F. Van Strijdonck.

 

7    Grond Blauwhofwijk, gekocht in 1719, verkocht in 1753 aan Jan Van Raemdonck.

 

8    Roomkouter 26, gekocht 1718/ 1719, 1 gemet 231 roeden, later op Gilles Lyssens.

 

9    Grond aan de Spruytsdam, erfenis van Josijne Ruys, 1/2 bunder. Verkoop 1749 aan Jan Baptist De Valck.

 

10  Landbouwgrond Oeverkouter, gekocht in 1737, 500 roeden. Verkoop 1738, zie onder 1.

 

11  Oeverkouter 61, 1 gemet 222 roeden, later op Gilles Lyssens, schoonzoon.

 

12     Oeverkouter 59, 166 roeden, in 1745 op Gilles Lyssens, schoonzoon van Jan Colaes.

 

 

 

 

b – Schulden:

 

 

1705: op de hofstede "Huys ter Lucht" een rente van 600 gulden ten voordele van de barones van Wiesekerke. Afbetaling door schoonzoon Gilles Lyssens.

 

1709: 300 gulden geleend van zijn moeder Elisabeth Van Wauwe. Waarschijnlijk niet afbetaald omdat de moeder overleed.

 

1712: rente 1000 gulden van de kerk van Rupelmonde, bezet op steengelaag, Uilenhoofd en kade (zie hiernaast 4 en 1), afbetaald in 1714 met de volgende rente.

 

1714: rente van 1700 gulden van Jozef Bosschaert, bezet op eigendommen nr. 1/4/5. Afbetaling: zie onder 6.

 

1731: 437 gulden 3 st. van Jozef Boschaert bezet op: idem vorenstaande rente en op eigendommen 6 en 7. Voor 1738 alleen bezet op grond aan de Spruytsdam gebracht op 500 gulden. Afbetaling: 1749.

 

1737: op de grond Oeverkouter 8 (zie hiernaast onder 10) stond een rente van 300 gulden ten voordele van de zwartzusters. Jan nam deze rente over bij aankoop van de grond.

 

Afbetaling: Jan Colaes verkocht nummer 1/4/10 (zie hiernaast) aan zijn zonen Jan en Pieter in 1738 en deze namen de rente over van 1700 gulden ten voordele van Jozef Bosschaert en de rente van 300 gulden ten voordele van de Zwartzusters.

 

1740: rente Zwartzusters 300 gulden bezet op grond in de Robrecht (zie hiernaast onder 6). Deze grond werd sù anderendaags verkocht en de koper nam de rente over.

 

51: rente van 500 gulden van juff. Willmars, bezet op grond in de Blauwhofwijk  (hiernaast onder 7). Rente overgenomen door de koper in 1753.

 

c – Eigendommen: aankoop en verkoop

 

1 - Uilenhoofd en Sint-Jozefkade.

 

Aankoop- of erfenisakte van deze eerste eigendom vonden we niet terug: "seker huys ende erfve mitsgaders hoostkaeye gestaen binnen de prochie van Baesel op d´Hoevercouter weesende deel vuyt nummer 54 te weten:

-eerst allen den gront liggende tusschen den reywegh commende van het gelaegstraete west het gelagh (- steengelaag) van Katthijs De Rouc ... suyt de Schelde,

-het bosken met de plantagie (aanplantingen) daer tegen een geleghen.

 

bovenstaande beschrijving dateert van 1731, in de verkoopakte van 1738 staat dat op de kade twee huizen stonden, namelijk het "Huylenhooft" en de "Sint-JosephCaeye". Jan Colaes verkocht deze eigendom in 1738.

 

2 - Hofstede "Huys ter lucht": 1705.

 

Na het overlijden van haar derde man Laureys Van Landegem verkocht Elisabeth Van Wauwe om uit onverdeeldheid te geraken de helft van de hofstede "Huys ter lucht", Oeverkouter 60 te Bazel. De hofstede grensde ten oosten aan Peeter De Lampert zuid Matthijs De Roeck, west de Gelaagstraat en noord Jan Jaspaert. De koopprijs bedroeg 396 gulden. De hofstede was nog belast met een rente van 600 gulden aangegaan door Adriaan Colaes op 4 december 1677 en hiervan nam Jan Colaes ook de helft ten zijne laste. Deze rente werd afgetrokken van de koopsom zodat Jan 96 gulden moest betalen aan zijn moeder. Ook de reeds verlopen intresten van de rente moest hij betalen. De koopakte werd opgemaakt te Temse op 21 februari 1705 door notaris Nicolaes Alphonsus Provost.

 

De andere helft van de hofstede kwam aan Jan Colaes door erfenis, zo bezat hij de volledige hofstede maar ook de totale rentelast.

 

3 - Grond in het Hemelrijk: 1708/1709.

 

 

In 1708 of 1709 kocht Jan Colaes een stuk landbouwgrond gelegen in het Hemelrijk nummer 12 te bazel, 1 gemet 22 roeden. In 1738 wordt de grond in gebruik genomen door Thomas De Lamper, daarna werd hij (vermoedelijk) verkocht na het overlijden van J. Van Haelst.

 

4 - Steengelaag: 1712.

 

De “vrauwe Maria Jacobs, douagiere (duwagiere is een vrouw met weduwgoed, leefde van een lijfrente) van wijlent jonker Philippe Le Pippre, in sijn leven ridder van het Habito Christo ( is Kleed van Christus, een ridderorde met deze naam), heere van Leughenhaeghe etca” en haar twee zonen jonker Franciscus Ie Pippre en jonker Philippe Le Pippre verkochten aan Jan Colaes een steengelaag "met de logien ende voordere cattheylen" (droogloodsen en roerende goederen op dit steengelaag) op de Oeverkouter tegen de Schelde. Het steengelaag had een oppervlakte van 3 1/2 gemeten, inbegrepen een half bunder zaailand. Dit steengelaag werd reeds gepacht door Jan Colaes voor 130 gulden per jaar, nu werd hij er eigenaar van. Grenzen: oost Jan Baptist Van Royen, zuid de Schelde met het veer, west Pieter De Grave en Pieter De Rouck en noord Joos Van Gheem. De aankoopprijs bedroeg 2100 gulden met daarbij twee "gauden pistollen” (soort gouden geldstukken) en nog wat courtoisie of drinkgeld. Daarbij moest hij nog het pachtgeld betalen van 130 gulden. Deze pachttijd verviel met Kerstmis. De aankoop gebeurde op 9 oktober

1712.

 

, De betaling gebeurde door Jasper Sallet, gevolmachtigde van Jan Colaes, te Antwerpen op 29 december 1712 aan Eduard Emtinck. Deze laatste inde het geld voor de familie Le Pippre.

 

De heren van Leugenhagen of het Blauwhof hadden heel wat goederen in bezit maar daarnaast ook veel schulden. Zo hadden zij een schuld van 34 000 gulden bezet op:

 

-een stuk land van drie gemeten onder Leugenhagen, leen op de Roomcauter,

-een stuk land van één gemet op de hoomcauter, leen onder Cauwerborch,

-zeven gemeten land gelegen onder Rupelmonde in s`Gravenbroeck,

-zeven gemeten 150 roeden onder het Hof ter Royere te Temse bestaande in twee lenen,

-drie gemeten 150 roeden onder het Hof ter Doorent, gelegen de helft op de Roomcauter en de andere helft in twee stukken, genaamd de Beggijnackers,

-en tenslotte het steengelaag met het zaailand dat Jan Colaes nu aankocht.

 

De koopakte vermeldt dat het steengelaag met het daarbij horende zaailand nu ontlast wordt van deze rente.

 

Jan Colaes verkocht zijn steengelaag in 1738

 

5 - Op de Roomkouter 2 gemeten, 1714.

 

Het stuk grond lag onder de heerlijkheid van Cauwerborg, op de Roomkouter te Bazel, 2 gemeten, oost het kerkland van Rupelmonde, west Pieter Vergauwen, noord de straat. Deze grond werd eveneens gekocht van bovengemelde familie Le Pippre, dit op 31 maart 1714, de koopakte werd op 5 juli ondertekend door de schepenen en leenmannen van Cauwerburg.

 

Na het overlijden in 1747 verkochten Jossine Van Haelst en haar kinderen deze grond om uit onverdeeldheid te geraken op 31 januari 1748 aan Matthijs De Roeck fs Andries voor 1000 gulden. De grond bleef nog in pacht bij Gillis Lijssens, schoonzoon van Jossine Van Haelst, tot Kerstmis 1754 aan 28 gulden per jaar. De rentelast die op deze grond rustte bleef ten laste van Jossine Van Haelst. (32)

 

6 - Grond in de Robrechtwijk: 1718. (33)

 

Op 26 maart 1718 kocht Jan Colaes de helft van een stuk land gelegen in de Robrecht te Bazel, wesende erve onder de heerlijkheid van Coolem. De grond had een oppervlakte van 180 roeden en paalde oost Pieter Smet, zuid de erfgenamen van Jan Canaer, west de straat en noord Jan Van Raemdonck. De koopsom bedroeg 40 ponden groten courant geld of 240 gulden. De verkopers, Andries De Waene en Elisabeth Van Haelst, schoonbroer en schoonzuster van Jan Colaes, bleven de grond nog verder pachten tot Kerst 1721 mits 6 gulden pachtgeld per jaar te betalen.

 

De verkoop van de grond had plaats op 16 december 1740 aan Pieter Van Strijdonck fa Joos voor 325 gulden. Op dit ogenblik was de grond in pacht bij de weduwe Adriaan Smet aan 10 gulden per jaar. Op de grond stond een rente van 300 gulden aangegaan bij de Zwartzusters te Rupelmonde op de dag voor de grond werd verkocht. De koper nam deze rente over.

 

7 - Grond in de Blauwhofwijk: 1719. (35)

 

Jan Colaes kocht van Jan Korneel Soners in huwelijk met Anna Van Bogaert die weduwe was van Jan Jaspaert, een stuk grond van 2 gemeten "waervan de helft is erve”, grenzende oost De Kersmacker, zuid Pieter Van Gheem, west mijnheer Van Gallissen en noord de erfgenamen van Polfliet. De koop werd gesloten op 12 augustus 1719. De grond was een leen gelegen te Bazel in de :Blauwhofwijk "wesende d´een helft erfve ende d´ander helft volghleen onder het hooftleen van Pieter Stuer, resorterende ende releverende onder de heerelijckheid van Cauwerborgh", en was verder belast met overweg. Jan deed op 12 augustus 1719, de dag van de aankoop, de eed van "feauteytschap” dit is de eed van trouw tegenover de leenheer.

 

 

Op 4 november 1752 overleed Jossine Van Haelst en om uit onverdeeldheid te geraken verkochten haar kinderen bovenstaande grond aan Jan Van Raemdonck fs Paul. op de grond stond een losbare rente van 500 gulden wisselgeld in profijte van Joanna Theresia Wilmars weduwe van de heer Van Dael, de grond werd gepacht door Gilles Lijssens, schoonzoon van wijlen Jan Colaes aan 34 gulden per jaar. Gilles Lijssens bleef pachter tot 1760. De verkoopsom bedroeg 1125 gulden.

 

De twee roepdagen waren 21 en 29 december 1752 en de akte werd bekrachtigd door de vierschaar op 17 januari 1753, de betaling gebeurde op dezelfde dag. De erfgenamen ontvingen: 1125 gulden vermindert met de rente van 500 gulden en nog vermindert met 100 gulden 16 1/2 stuivers als intrest op deze rente, zo bleef nog 524 gulden 3 1/2 stuivers.

 

8 - Grond op de Roomcouter, nummer 26: 1718/1719-

 

In 1718 of 1719 kocht Jan Colaes van Le Pippre een stuk land op de Roomcouter nummer 26 gelegen, groot 1 gemet 231 roeden. Jan Colaes pachtte deze grond reeds vanaf 1705. Later zal deze grond op naam komen van Gilles Lyssens, schoonzoon van Jan Colaes.

 

9 - Grond aan de Spruytsdam gelegen: 1731

 

Op 21 april 1731 verhief Jan Colaes, in naam van zijn vrouw, een leen te Bazel van een half bunder. Dit stuk grond erfde Jossine Van Haelst van haar moeder Josijne Ruys.

 

Na het overlijden van haar man verkocht Josine Van Haelst deze grond aan de Spruytsdam ( =Bramensdam), oost Laureys De Cauwer, suyt de Spruytsdam, west Anné en noord Joos De Kerf, voor 585 gulden courant geld aan Jan Baptist De Valck uit bazel. De grond werd gepacht door Judook Lieckens aan 21 gulden per jaar. De grond was belast met overweg en er stond een losselijke rente op van 500 gulden aan 3% ten voordele van de heer Boschaert uit Antwerpen. De verkoop werd gesloten op 26 maart 1749. Op 19 oktober 1749 ontving Josijne Van Haelst 40 gulden 2 stuivers van Jan Baptist De Valck wat overeenkwam met de koopsom van 585 gulden verminderd met de rente van 500 gulden en de nog te betalen intresten op deze rente.

 

10 - Op de Oeverkouter 500 roeden: 1737.

 

OP 13 mei 1737 kocht Jan Colaes een stuk grond van 500 roeden op de Oeverkouter te Bazel met als aanbelendende eigenaars: oost Servaes De Roeck, zuid Jan Colaes zelf samen met Pieter Van De Velde, west opnieuw Jan Colaes en noord Jan Baptist Jaspaert. De grond was belast met 50 ponden groot ( = 300 gulden) ten voordele van "weerde moeder en religieusen swerte susters binnen dese stede van Rupelmonde”. Jan Colaes betaalde 1075 gulden voor deze grond. Het verteer op de twee koopdagen was volgens gebruik ook ten laste van de koper en hiervoor betaalde Jan 10 gulden 10 stuivers op de eerste koopdag en 3 gulden op de tweede koopdag.

 

De grond werd aangekocht van Jan Vernimmen fs Jan, die gehuwd was geweest met Josijne De Lamper fa Pieter, en zijn kinderen Paesschier., Pieter, Petronella, Catharina, 'Theresia en Clara Vernimmen. Deze laatsten hadden de grond geërfd van hun grootvader Pieter De Lamper. Thomas De Lamper, die voogd was over de drie laatste minderjarige wezen samen met Jan De Bont, had de grond in pacht tot Kerstmis 1739 aan 28 gulden per jaar.

 

Deze grond, samen met het “Huylenhoofd en de Sint-Jozefcaeye" (zie onder 1 en het steengelaag (zie onder 3), werden door Jan Colaes verkocht op 28 april 1738 aan zijn zonen Jan en Pieter voor 5500 gulden. De rente van 1700 gulden aangegaan bij Jozef Boschaert te Antwerpen, en de rente van 300 gulden aangegaan bij de Zwartzusters te Rupelmonde, kwamen ten laste van de kopers. Jan Colaes werd door zijn kinderen niet uitbetaald en bleef de grond verder gebruiken mits tussen te komen in het betalen van de intresten op de twee genoemde renten. In feite erfden de kinderen deze grond: de verrekening zou voor de helft gebeuren bij het overlijden van één van de ouders en de andere helft bij het overlijden van de andere ouder. Aan deze betalingsvoorwaarde werd volledig voldaan op 29 mei 1753.

 

11 - Oeverkouter 61.

 

Aankoop van een stuk grond op de Oeverkouter te Bazel, nummer 61, groot 1 gemet 222 roeden. Het jaartal vonden we niet terug. Deze grond ging later over op Gilles Lyssens, schoonzoon van Jan Colaes.

 

12 - Oeverkouter 59.

 

Dit stuk grond bedroeg 166 roeden, gelegen Oeverkouter 59, aankoopdatum ons onbekend. In 1745 op naam van voornoemde Gilles Gijssens.

 

 

D - SCHULDEN

 

1 - Rente van  600 gulden - barones van Wissekerke - 1705.

 

Jan Colaes erfde de helft van de hofstede 'Huys ter lucht", de andere helft kocht hij van zijn moeder in 1705- Jan nam hierbij de rente over die op deze eigendom stond en die nog was aangegaan door zijn vader Adriaan op 4 december 1677: 600 gulden aan 5 % ten voordele van de barones van Wissekerke. Na het overlijden van Jan Colaes zou deze rente ten laste komen van zijn schoonzoon Gilles Lyssens.

 

2 - Rente van 300 gulden ten voordele van zijn moeder - 1709.

 

Op 5 juni 1709 "beklaagt" Elisabeth Van Wauwe zich tegenover haar zoon. Dit betekent dat zij van haar zoon nog geld te goed had en deze niet betaalde. 'Elisabeth Van Wauwe fa Pieters, lest weduwe van Laure Van Landeghem ende te voorent van Adriaen Colaes, versoeckt voor de heeren stadthauder, s´gravenmannen ende schepenen der vierschaere van Baesel wettelijck te beclaeghen alle den gebacken ende ongebackenen steen alsmede alle voordere meubelaire effecten als staen ende liggende sijn op het steenghelaeghe van, de douagiere ende hoirs (erfgenamen) van jonker Philip Le Pippre alhier ende de gonne die toecoemende sijn aen Pieter Van De Velde fs Jans ende Jan Collaes dit omme daeranne te verhaelen ende reconvreren... " Elisabeth Van Wauwe vraagt aan de vierschaa om beslag te leggen op de goederen op het steengelaag aanwezig van Jan Colaes en zijn vennoot Pieter Van De Velde en om deze goederen eventueel te verkopen zodat Jan Colaes zijn schuld tegenover haar kan inlossen. De klacht wordt door de vierschaar ontvankelijk verklaard.

 

            Op 1 augustus van hetzelfde jaar ging Jan Colaes dan bij zijn moeder een lening aan van 300 gulden, dit betekende dat Elisabeth nu een wettelijk bewijs had van de schuldenlast van haar zoon, en Jan Colaes beloofde deze lening als rente te bezetten op zijn goederen. Elisabeth Van Wauwe richt zich opnieuw tot de vierschaar omdat "overleveren behoorelijcke brieven van constitutie waeraen hij tot noch toe gebleven is in gebreken". Op 23 mei 1714, dit is bijna 5 jaar na het aangaan van de lening, belooft Jan Colaes de obligatie om te zetten in een rente. De intresten beliepen 5 % per jaar.

 

Mogelijk overleed Elisabeth Van Wauwe kort nadien, zo verviel automatisch de schuld van Jan Colaes tegenover zijn moeder. Een omzetting van de lening in een renteschuld vonden we niet terug.

 

3 - Rente van 1000 gulden ten voordele van de kerk van Rupelmonde - 1712.

 

Op 15 december 1712 ging Jan Colaes een rente aan van:

-          650 gulden bij Guilliaume Van Gallissen als “ontfangher van de sloten der kerckerekenynghe der poorte ende stede van Rupelmonde" en

-          350 gulden van Balthasard Van Der Linde, "pastoir van het gemelt Rupelmonde".

 

De intrest op deze rente bedroeg 4 % jaarlijks te betalen aan de kerk van Rupelmonde. De rente werd bezet op het steengelaag dat Jan Colaes kocht in 1712 van Le Pippre en op het Huylenhoofd en de Sint-Jozefkade. De rente werd terugbetaald in 1714 en geschrapt in de renteboeken in 1715.

 

4 - Rente van 1700 gulden - Jozef Bosschaert - 1714.

 

 

De vorenstaande rente werd afbetaald met een erfelijke rente aangegaan door Jan Colaes op 23 mei 1714 bij Jozef Bosschaert te Antwerpen van 1700 gulden wisselgeld aan 4 %. De rente werd bezet op volgende eigendommen: Huilenhoofd en Sint-Jozefkade op het steengelaag en de landbouwgrond op de Roomkouter.

 

De afbetaling gebeurde op 17 april 1746 aan Joan Carlo Bosschaert, broer en enige erfgenaam van voornoemde Jozef Bosschaert ten belope van 700 gulden als afbetaling op het kapitaal vermeerderd met 128 gulden 12 stuivers aan intresten.

 

Op 28 juni 1748 werd de overblijvende 1000 gulden betaald en de griffier heeft daarop de rente "gedood", dit is geschrapt, in de renteboeken op 30 juni 1748

De afbetaling gebeurde door Jan en Pieter Colaes die de eigendommen van hun vader hadden gekocht in 1738, het stuk land op de Roomkouter werd bij de aankoop ontlast van deze rente.

 

5 - 500 gulden rentelast - Jozef Bosschaert - 1731.

 

Voor de leenmannen en schepenen van de heerlijkheid van Cauwerborg te Temse ging Jan Colaes nog een rente aan bij genoemde Jozef Bosschaert van 437 gulden 3 stuivers aan 3 1/2 % op 21 april 1731, waarschijnlijk waren dit intresten op bovenstaande rente. De rente werd bezet op de reeds belaste gronden vermeld in de rente hierboven, op een stuk grond in de Robrechtwijk en op een stuk

 

Blauwhofwijk (hierop stond reeds een rente van 100 pont of 600 gulden). De rente werd voor 1738 afgerond op 500 gulden en werd bezet op een stuk grond in de Haagdam. Deze grond werd verkocht aan Jan Baptist De Valck.

De rente werd terugbetaald aan de erfgenamen van Jan Karel Bosschaert via de notaris Pieter Huybrechts door Jan Baptist De Valck uit naam van Jan Colaes en Jossine Van Haelst op 2 augustus 1749 en de rente werd geschrapt in het renteboek op 18 oktober 1749.

 

6 - Rente van 300 gulden - Zwartzusters te Rupelmonde - 1737.

 

Op 13 mei 1737 kocht Jan Colaes een stuk grond OP de Oeverkouter te Bazel. De rentelast op de grond van 300 gulden ten voordele van de Zwartzusters te Rupelmonde kwam nu op naam van de koper. Jan Colaes verkocht In 1738 aan zijn zonen Jan en Pieter deze grond en deze laatsten namen de rente over.

 

7 - Rente van 300 gulden - Zwartzusters Rupelmonde - 1740.

 

Op 15 december 1740 ging Jan een rente aan bij "Weerde Moeder ende Religieuzen onder den ditel vande heyligen Vader Augustinus geseyt swerte susters binnen de poorte en stede van Rupelmonde" van 300 gulden aan 4 %, bezet op het stuk land in de Robrechtwijk. Stelde zich ook borg: Jan Claus fs Jan, schoonzoon van Jan Colaes. s`Anderendaags werd de grond verkocht aan Pieter Van Strijdonck en deze nam de rente over.

 

8 - Rente van 500 gulden - Joanna Theresia Wilmars - 1751.

 

De laatste rente werd aangegaan door Jossine Van Haelst, weduwe, voor notaris Philip Jacques Reynaerts en bedroeg 500 gulden ten voordele van "jouffrauwe" Joanna Theresia Wilmars, weduwe van Franchois Joannes Van Daele, wonende te Schelle, aan 4 of 20 gulden per jaar. De rente dateert van 9 februari 1751 en werd bezet op een stuk land van 2 gemeten in de Blauwhofwijk  De akte werd opgemaakt in het huis van Jossine Van Haelst, getuigen waren Jan Baptist Colaes en Philip Van Steenacker, beide inwoners uit Rupelmonde. De overschrijving van deze akte voor leenmannen en schepenen van Cauwerborg gebeurde op 10 februari 1751.

 

Jan Van Raemdonck kocht deze grond in 1752 en nam de rentelast over. hij betaalde de rente af, samen met de intrest, op 17 maart 1755.

 

 

E - EIGENDOMMEN en PACHTGRONDEN.

 

De vader van Jan Colaes overleed in 1694. De gronden die hij in eigendom had of pachtte gingen over op zijn weduwe, dan na op zijn zoon Jan die huwde in 1699.

 

We beginnen met de vermelding van deze gronden. De eigendommen hebben we in de tekst onderstreept.

 

1699     Gronden overgenomen van zijn ouders:

 

1 - Hofstede Oeverkouter 60, 127 roeden, het Huis ter Lucht.

2 - Roomkouter 35, pacht, 1 gemet 146 roedén.

3 - Roomkouter 17, 1 gemet 231 roeden.

4 - Oeverkouter 53/54, steengelaag, 3 gemeten 24 roeden.

5 - Roomkouter 48 pacht, 1 gemet 17 1/2 roeden.

6 - broekland 2Oe reek-, Schausellbroek 82, 1 gemet 22 roeden.

 

1701    

 

7 -De helft van het steengelaag gaat naar Pieter Van De Velde, blijft 1 gemet 162 roeden.

 

 

1702

 

8 - Roomkouter 48, 1 gemet 17 1/2 roeden, (zie hierboven onder 5), gaat naar Pieter Van De Velde.

 

1705    

 

9- Aankoop “Huis ter Lucht", 1 gemet.

10- Roomkouter 26, 1 gemet 231 roeden.

11- Blauwhofwijk 44, 1 gemet 6 roeden.

12- Blauwhofwijk 47, 1 gemet 66 roeden.

 

                        Deze drie gronden werden gepacht samen met Pieter Van De Velde.

 

1709

 

13- Hemelrijk 12, 1 gemet 22 roeden, werd later terug verkocht.

14- Oeverkouter 52, 1 gemet 144 roeden, steengelaag.

 

1712 

 

15- Aankoop steengelaag, 3 1/2 gemeten, steengelaag waarvan hij reeds pachter was (zie onder nummer 4 en 7). Jan Colaes bezat reeds het Huillenhoofd en de Sint-Jozefcaeye daartegenaan gelegen.

 

1714 

 

16- Aankoop op de Roomkouter, landbouwgrond, 2 gemeten.

 

1717/1718        De gronden die Jan pachtte samen met Pieter Van de Velde kwamen nu in handen van Jan Colaes alleen, hiervan kocht Jan het eerste stuk grond, zie onder 10/11/12.

 

19- Roomkouter 26, aankoop.

20- Blauwhofwijk 44;

21- Blauwhofwijk 47.

 

1718

 

22- Grond Robberecht, 180 roeden, aankoop.

 

1719 

 

23- Grond Blauwhofwijk, 2 gemeten, aankoop.

 

1729

 

24- Haagstraat 20, nummer 9, 1 gemet 275 roeden: deze grond pachtte Jan Colaes maar 1 jaar, daarna ging de grond naar Adriaan Smet.

 

25 - In de Robrechtwijk 8, 179 roeden: idem.

 

26 -      Sint-Jozefkade met het huis erop, deel van nummer 54 op de Oeverkouter, was in pacht gegeven aan Gilles Smet, in 1729 aan Adriaan Colaes, vanaf 1730 aan Cornelis De Keersmaecker die in dat jan huwde met een dochter van Jan Colaes.

 

1731

27- De helft van het steengelaag (297 roeden) gaat naar genoemde Corneel De Keersmaecker.

28- Blauwhofwijk, deel van nummer 43, 2 gemeten 21 roeden.

29- Grond aan de Spruytsdam, 1/2 bunder.

 

1734

 

30-Blauwhofwijk, deel van nummer 43 (zie onder 28) gaat naar Jan D'Heyaert.

 

1735

 

31-Roomkouter 35, 1 gemet 146 roeden (zie onder 2) gaat nu over naar Matthys Van Hoyweghen.

 

1737

 

32- Oeverkouter, 500 roeden, aankoop.

 

1738

 

33- Hemelrijk 12, 1 gemet 22 roeden (zie onder nr. 13), gaat over naar Thomas De Lamper.

34- Verkoop aan zijn zonen Pieter en Jan:

            -Huylenhoofd en Sint-Jozefkade,

            -steengelaag,

            -landbouwgrond Oeverkouter, 500 roeden

35- Oeverkouter 61, 1 gemet 222 roeden, aankoop.

 

1739

 

36- Roomkouter 17, 2 gemet 231 roeden (zie hierboven onder nr. 3), op Jan en Judook Claus, ieder de helft.

 

1740

 

37- Oeverkouter 59, 166 roeden

38- Verkoop grond in de Robrecht (zie 22) aan Pieter-Van Strijdonck.

 

1745

 

39- Oeverkouter (zie nr. 14), 1 gemet 144 r., op Jan Colaes fa Jan.

40- Oeverkouter 59. 166 roeden (zie nr. 37), op Gillis Lyssens, samen met Oeverkouter 60 (zie nr. l), broekland Schau8e1broek 82    (zie nr. 6)9 ROOmkouter 26 (zie nr. 19)j Blauwhofwijk 44 (zie nr. 11), Blauwhofwijk 47 (zie nr. 12) en tenslotte Oeverkouter 61 (zie nr.35).

 

Na het overlijden van Jan Colaes in 1747:

 

1748

 

41- Verkoop landbouwgrond Roomkouter, 2 gemeten (zie nr. 16)

 

1749

 

42- Verkoop grond aan de Spruytsdam, 112 bunder (zie nr. 29), aan Jan Baptist De Valck.

 

Na het overlijden van Josine Van Haelst in 1752:

 

1155

43- Verkoop 2 gemeten in de Blauwhofwijk (zie nr. 23) aan Jan Van Raemdonck, en grond in het Hemelrijk.

 

F - PROCESSTUKKEN

 

1 - Jan Colaes en Pieter Van De Velde tegen Pieter Van Trappelen: 1710.

 

Pieter Van De Velde en Jan Colaes waren voor de rechtbank ge~door Pieter Van Trappelen, coopman van calck en steen binnen de stad Ghent bij requiete (rekest of rekwest is verzoekschrift of klaagschrift) van 16 december 1710. Pieter Van De Velde, in naam van Jan Colaes, protesteert tegen de uitspraak van de Raad van Vlaanderen via de notaris Jan Baptiet Heyndericx, wonende te Temse, en dit op 30 december 1710. Meerdere gegevens over dit proces ontbreken.

 

2 - Jan Colaes tegen Matthys Buytaert en Pieter De Roeck: 1717.

 

Het water van de Oeverkouter liep in een beek of gracht tussen de percelen 44/46 en zo verder tussen 45 en 53 naar de Schelde. Nummer 45 was het steengelaag van Jan Baptist Van Royen en werd gepacht door Matthys Buytaert. Nummer 53 was de "eertput ofte steenghelaeghe" van Jan Colaes dat hij aangekocht had van de heren Philip en Frans Le Pipper. Matthys Buytaert en Pieter De Roeck fe Pieter hadden op 9 april 1717 het beekje afgedamd, daardoor was de loop van het water gestuit en belet geworden zijn gewone loop te nemen. "Door het opcroppen ofte stoppen van voorschreven beke ofte waterloop is gecauseert dan den dam staende op den boort ofte cant van Jan Colaes zijn steenghelaeghe is doorgebroken en alsoo het opperwaeter geraekt en gekomen in den eertput van Jan Colaes weerdoore aen hem Is toegebracht eene grote schade soodanigh dat hij daerdoor 't selve gelaeghe eenighen tijdt niet en heeft connen gebruyken." Adriaan Van Esbroeck en Pieter Van Acker fs Adriaen zijn getuigen en verklaren dat zij dit alles met eigen ogen hebben zien gebeuren. Zij leggen hun verklaring af op 8 september 1717.

 

De verweerders ontkennen de feiten niet maar seggen wel en expresselijck te ontkennen dat sij vermetenlijck souden hebben opgestopt den waeterloop." Tevens was er ook schade aan de steenoven "die staet in de leeghte ende daegelycx doortrocken wort door het groot nadt dan hun seer schaedelijck ie.. “

 

Het verder verloop van dit proces en of Jan Colaes schadevergoeding trok vonden we niet terug.

 

 

3 - Proces wanbetaling tegen Albert Du Buissons: 1719.

 

Albert Du Buissons kocht van Jan Colaes tien zakken tarwe in de maand augustus 1719 aan "17 schellinghen grooten per sack" of totaal 51 gulden. Niettegenstaande het vriendelijk verzoek van Jan Colaes om tot betaling over te gaan weigert Albert Du Buissons het bedrag te betalen en Jan Colaes wendt zich op 23 december 1719 tot de vierschaar ten einde zijn geld te krijgen. Albert Du Buissons kreeg van deze klacht van wanbetaling een uittreksel maar vertikte ze betalen en op 6 februari 1720 geeft Jan Colaes aan de vierschaar het bericht dat hij zijn geld nog niet heeft ontvangen. Ook op 27 februari werd een schriftelijk verslag opgemaakt over deze zaak.

 

Over dit proces vonden we verder niets terug, mogelijk omdat Albert Du Buissons zijn schuld voldeed.

 

4 - Pieter Van De Velde fa Gillis tegen Jan Colaes: 1738 - 1740.

 

Het proces handelt over "pointingen en settingen op een stuk grond". Pieter Van De Velde wordt teveel belast op zijn grond en dit teveel zou moeten betaald worden door Jan Colaes. Pieter Van De Velde richt zich in verband met deze zaak tot de vierschaar op 17 september 1738.

 

De grond op perceel 59 en 60 op de Oevercouter "volgens de prochiecaerte ghemaeckt van date 19 november 1668 door Baudewijn Speeleman" werd opgemeten door de landmeters Jan Frederik Manderschaid en Judocus Van De Velde op 14 oktober 1739. Judocus Van De Velde verklaart dat de twee gronden 59 en 60 sedert 18 á 20 jaar gebruikt zijn geweest door Jan Colaes en dat nummer 59 deel uitmaakt van zijn boomgaard, en dat nummer 58 de hofstede is van de hoirs (erfgenamen) en weduwe van Michiel De Roeck, nu bewoont door Gillis Claus fs Abrahams.

 

Op 29 oktober 1739 leggen Jan Baptist Jaspaert (50 jaar), Matthys Buytaert (meer dan 50 jaar) en Jan Van Steenacker (meer dan 63 jaar), alle drie wonende te Bazel, volgende verklaring af: "... dat Jan Colaes dese hofstede heeft ghebruyckt 't sedert beth dan 25 jaeren".

 

Jan De Smet, procureur, raadpleegt de landtquohieren "deser prochie 't ene beghonst ten jaere 1719 en het gonne daernaer volghende beghonst met de jaere 1729 het welcke tot de daeghe van hedent is loopende en ghebruyckt" en verklaart op 23 december 1739 dat Jan Colaes altijd belast is geweest op 127 roeden, dit is nummer 60 op de Oeverkouter.

 

Op 28 november 1740 doet de vierschaar definitief uitspraak in deze zaak. Jan Colaes moet aan Pieter Van De Velde betalen: ".. de somme van zes ponden vijf grooten dry deniers met den intrest van diere a penninck sesthiene ( is 6,25 %) 't sedert 't instel van de saecke tot de reele voldoeninghe." Voorts moet Jan Colaes de proceskosten betalen en zal in 't vervolg belast worden op 166 roeden land.

 

 

G - KINDEREN

 

1 - COLAES ADRIAAN: doopsel 14 maart 1701, volgt onder IV.~

 

2 - COLAES ELISABETH: geboren 10 december 1702 en dezelfde dag gekerstend met Jan Vernimmen als peter en Judoca Ruys als meter. Elisabeth huwde te Bazel op 12 juni 1725. Getuigen bij het huwelijk waren Jan Van Nimmen en Anna Maria Colaes, de zuster van Elisabeth. De echtgenoot was JAN CLAUS, zoon van Jan en Marie Gillis, geboren Rupelmonde 6 oktober 1688 te 8 uur ´s morgens, op 7 oktober boven de doopvont gehouden door Jan Vermeulen en Elisabeth Gillis. Jan Claus was brouwer. Het gezin telde 11 kinderen die allen geboren werden te Rupelmonde. Jan overleed te Rupelmonde toen hij 81 jaar van, dit op 13 februari 1769, voorzien van het Heilig Oliesel. Elf jaar later overleed Elisabeth Colaes, eveneens te Rupelmonde, op 27 oktober 1780 te 3 uur ´s nachts. Zij was 78 jaar.

 

Hun kinderen:

 

a -       CLAUS ELISABETH: geboren 30 november 1725 te 12 uur te middags. Doopsel op 1 december (peter was Judocus Claes en meter Elisabeth Claus). Zij huwde te Rupelmonde 4 mei 1751 met DE SAUTER JAN BAPTIST fs Jozef, scheepsmaker. Huwelijksgetuigen: Bernard De Sauter en Judoco Claus. Elisabeth overleed te Rupelmonde 13 juli 17839 57 jaar oud.

 

- Frans De Souter, de broer van Jan Baptist, overlijdt te Batavia op 20 december 1758. Zijn nalatenschap komt toe aan: zijn broer Jan Baptist, voor 1/3, zijn broer Bernard, voor 1/3, Bernardina De Souter, ook voor 1/3. Deze Bernardina is het kind van Geeraert, ook een broer van Frans.

 

- Op 13 december 1762 koopt Jan Baptist De Souter een "huis en erve en scheepsmakers-saete en grond en logie", deel van nummer 10, 41 roeden, en deel van nummer 11, 9 roeden, genaamd "Het Zeepeert ofte Zeehond”, voor 1450 gulden van Anna Catharina Veeckemans weduwe van Pieter Roelants en van zijn erfgenamen, met daarnaast gelegen nog een stuk grond.

 

-Jan Baptist gaat een rente aan van 1400 gulden op 31 januari 1763 bij jonker Balthasar Jacob Moretus. Jan Claus, de schoonvader van Jan Baptist De Souter, stelt zich voor deze lening eveneens borg. De rente werd bezet op bovenvermelde aankoop: "Het Zeepeert ofte Zeehond', en aan ende grond.

 

-Jan Baptist verkocht volgende grond aan zijn schoonmoeder: "Jan Baptist De Souter fs Joseph bekende soo hij doet bij desen dat hij van op den 22 september 1766 finalijcken heeft verkoght een sijne gewesene schoonvader Jan Claus fs Jans ende met sijne subite sieckte ende overlijden aen sijne actuele schoonmoeder Elisabeth Colaes den coope alsoo accepterende": een stuk grond op de Oevercauter en Schietackerwijck nummer 10, 411 roeden, waarvan Elisabeth Colaes de helft kocht voor 500 gulden. De.grond werd ontlast van reeds voornoemde rente. Jan Claus met zijn vrouw Elisabeth Colaes en hun schoonzoon Jan Baptist De Sauter hadden dit stuk grond samen uitgebaat van bij de aankoop in 1762: "vanwelck voorschreven stuck lants den vercooper ende cooperigge tesamen hebben gemaeckt een steengelaege ten gemeenen coste ende de oncosten daer van int gemeen betaelt ende alsoo tesamen ghebruyckt sedert ende met de voorschreven gedaene vercoopinge... " De akte vermeldt verder nog dat Jan Baptist De Souter reeds In 1766 het geld ontvangen heeft en de koopakte werd ingeschreven op 28 december 1770.

 

-Op 17 januari 1774 gaat Jan Baptist De Souter een tweede lening aan van 600 gulden, terug te betalen aan 3 1/4 % of 19 gulden 10 stuivers per jaar,

bij jonckvrouw Maria Theresia Mechtel (de) Moretus te Antwerpen. Deze rente   werd bezet, zoals de vorige, op:

 

sijne huyse erfve en scheepmakers saete met den gront ende logie aertwor-

            tel ende nagelvast met het gone daer voorder aen dependerende ie met

            twee gebouwde nieuwe huysen oft wooninge den jaer 1773 alhier gestaen

            ende gelegen binnen dese voornoemde poorte ende stede Rupelmonde deel van

            nummer thien en elf, van ouds genaemt het Zeepeert oft Zeehond en alsnu

            het Princenhof...

            een stuk land op de Oeverkouter en de Schietakkerwijk nummer 10 neven het

            voornoemde huyse ende saete, groot 205 1/2 roeden...

Elisabeth Colaes en haar kinderen Catharina, Maria Amelberga en Judoca stellen zich eveneens borg met twee stukken land op de Rupelmondecauter van 2 gemeten 35 roeden. Deze gronden grensden "noort de Calverstraete".

 

-Jan Baptist gaat een rente aan van 2200 gulden bij Petrus Lyssens, baljuw en schout van Rupelmonde, en bij de erfgenamen van Judocus Lyssens. Deze rente werd aangegaan op 27 december 1781 en terugbetaald op 30 mei 1785.

 

-jan Baptist en zijn vrouw verkopen "huis en erfve ende scheepssaete aen de Hoeverwegh te Rupelmonde" aan hun schoonzoon Henderick Van Steen op 24 februari 1783, idem het stuk grond dat ernaast gelegen was.

 

b          CLAUS CATHARINA: geboren 4 september 1727 te 3 uur namiddag. Peter en meter waren Jan Colaes en Josina Claus. Catharina bleef ongehuwd en overleed te Rupelmonde 16 prairial 12 jaar (5 juni 1804) te 11.30 uur `s avonds in de Kasteelstraat. Zij was toen 76 jaar en leefde van haar rente.

 

c          CLAUS JUDOOK: geboren op 5 juli 1729 en dezelfde dag gedoopt. Peter was Judocus Claus en meter Judoca Van Haelst of de grootmoeder van het kindje.

 

d          CLAUS FERDINAND: geboren 19 april en gedoopt op 20 april. Adriaan Colaes, de oom, is peter en Anna Volckericke is meter. Het kindje werd 6 weken oud en overleed toen te Rupelmonde 5 juni 1731

 

e          CLAUS JAN: geboren 14 augustus 1732 te 3 uur ´s morgens en dezelfde dag ge-

            kerstend. Peter en meter: Judocus Claus en Catharina De Weert, deze laatste

            tante van het kind. Jan Claus leefde nog in 1779, verdere gegevens vonden

            we niet terug.

 

f           CLAUS MARIA FRANCISCA: geboren 29 oktober 1734 rond halfnegen ´s morgens en dezelfde dag gedoopt met Egide Frans Lauw als peter en Catharina Bauwens als meter.Het kleintje overleed te Rupelmonde 4 december 1734, 5 weken oud.

 

                       

g          CLAUS MARIA AMMELBERGA:, geboren 20 maart 1736 te 10 uur s´avonds, s´anderendaags boven de doopvont gehouden door Jan Colaes en Catharina Claus, Maria bleef ongehuwd, overleed te Rupelmonde 20 prairial 8 jaar (5 Juni

            1800) te 4 uur namiddag in haar woning in de Kasteelstraat, wijk de Rupel, 64 jaar oud.

 

h          CLAUS PETRUS JAN: geboren 19 april 1738 rond 2 uur s`namiddags, doopsel 20 april. Peter en meter: Jan Claus en Jonnna Maria Colaes.

 

i           CLAUS JUDOCA: geboren 30 december 1739 te 8 uur te morgens, dezelfde dag gedoopt. Peter en meter waren Jan Verstraeten en Judoca Colaes. Judoca werd 37 jaar en overleed te Rupelmonde op 11 mei 1777, ongehuwd.

 

j           CLAUS PETRUS JAN: geboren 17 april 1742 om 4 uur namiddag, op 18 april gedoopt. Peter en meter: Petrus Colaes en Elisabeth Claus.

 

k          CLAUS JOANNA THERESIA: geboren 1 september 1743 rond 1 uur s´nachts. Jan Baptist De Roeck en Joanna Theresia Claus waren peter en meter van het kleintje dat dezelfde dag werd gedoopt. Joanna overleed ongehuwd te Rupelmonde op 2 november 1773, 29 jaar oud.

 

In een verscheidenheid van documenten vonden we dikwijls Jan Claus maar of het juist om die Jan Claus gaat die gehuwd was met Elisabeth Colaes is onmogelijk uit te maken zonder een grondige vergelijking van allerlei gegevens betreffende de familie Claus. Hieronder nog enkele akten waarvan we zeker zijn dat het gaat over Jan Claus x Elisabeth Colaes.

 

Jan Claus en zijn broer Judocus erfden van hun ouders "huys en grond by hun op de hedigen dag bewoont en gebruikt, te weten: het Vetteryken van oudts genaemt, paelende zuid en oost den Vliet, zuid en west de Casteelstraat, wesende alsnu een brouerye aen den 1e comparant met 2 stucken lants gelegen op de Rupelmondecauter sub nummer 3 en 5 ende 2 koelen garssen (ook gerse, is grasland of weiland) op den hooftdijck van Rupelmonde ende den huyse van oudts genaemt het Ossenhooft paelende zuidoost den huyse van den 1e comparant, zuidwest de Casteelstraat, noordwest de Verekenstraat, noordoost van achteren paelende jegens de erven van Jan Zeghers emmers tegen den watermeulen vliet."

 

Om uit onverdeeldheid te geraken en om alle latere onenigheden in de toekomst te vermijden werden deze eigendommen als volgt verdeeld:

-Op Jan Claus:

 

- huis, brouweryen, schuere en stallen ala mede de deurgaende helling in de kelder onder de camer van het huis van de 2e   comparant,

-vrij gebruik van water halen In de steenput op de grond van de 2de comparant,

-grond en huis: totaal 37 roeden.

 

-Op Judocus Claus:

 

-recht van water halen in de Vliet over de grond van de 1e comparant,

-alsmede de schorse (boomschors die looistof bevat om dierlijke huiden en vellen om te zetten in leder) die den 2e comparant nodig heeft tot syne stiele als huyvetter (leerlooier) sal die altijd door de brouwerijen van den 1e comparant mogen transporteren.

-grond en huis: totaal 96 roeden.

 

Deze regeling tussen Jan en zijn broer Judocus gebeurde op 21 oktober 1740.

 

 

Elisabeth Colaes en haar zoon Jan Claus, brouwer zoals zijn vader, gingen een rente aan bij "Moeder Suster Joanna Gabriels ende gemeyne religeusen ordre Sint Augustinus in het clooster alhier te Rupelmonde" van 700 gulden aan 3,5 % of 24 gulden 10 stuivers per jaar. De rente werd bezet op een “stuck lants gelegen op den Cauterwijck, statsquohier numero drij, groot 541 roeden". De rente werd aangegaan op 16 oktober 1766 en de afbetaling gebeurde op 16 maart 1772. Dat Elisabeth de rente aanging en de rentebrief ondertekende en niet haar echtgenoot kwam door het feit dat Jan Claus toen ziek was en het bed moest houden, deze ziekte zou drie jaar aanslepen waarop Jan overleed in 1769.

 

            Na het overlijden van Jan Claus en Elisabeth Colaes verkochten hun kinderen 2 stukken grond en het beweidingerecht van 2 graslanden, dit om uit onverdeeldheid te geraken. De verkoopakten dateren van 9 januari 1781.

1e akte: Aan Elisabeth braem fa Adriaan, weduwe van Francis Govaert, wonende

                        te Rupelmonde, een stuk grond te Rupelmonde, figuratieve kaart num-

                        mer 3, 541 roeden, jaarlijks belast met drie vaten en 3/4 spijker-

                        rente en gepacht door Judook Van Hoyweghen voor 34 gulden per jaar.

                        Ook aan Elisabeth Braem een stuk land te Rvpelmonde nummer 5, groot

                        2 gemeten 35 roeden, belast met voetwegel, met 3 1/4 vat spijker-

                        rente en 16 1/2 stuivers, gelegen aan de Callestraat, op 't ogen-

                        blik in pacht bij de koopster voor 38 gulden per jaar.

                        Totaal voor beide gronden: 3540 gulden vermeerderd met 66 gulden voor

                        de opgaande bomen staande op het eerste stuk. De betaling had

                        plaats op 19 januari 1761-

2e akte: Aan Judocus Staes fe Jan, inwoner van Rupelmonde, het recht van be-

                        welding van twee "coeye garssingen” lange de hoofd- en Scheldedijk

                        van de polder te Rupelmonde "beginnende van ontrent den teen vanden

                        oprel ( is hellend oplopende weg naar de kruin van een dijk) van

                        het schoor genaemt Den Tobbe, compiterende dese voorseyde stede,

                        tot ontrent het eynde van het schoor Den Buysschaert op de noort oost

                        zijde... “

Prijs van het beweidingsrecht: 300 gulden. De weiden waren op het

                        ogenblik in pacht bij Jan Baptist Jaspaert en Judocus De Wilde.

 

3          COLAES JOANNA MARIA: geboren te Bazel 4 januari 1706, dezelfde dag gedoopt.

            Peter en meter waren Petrus De Roeck en Elisabeth Van Aelst. Joanna Maria

            huwde te Bazel 31 januari 1730 met CORNEEL DE KEERSMAECKER fs Gillis. Er

            was dispensatie verleent voor 2 afroepingen in de kerk. Getuigen bij het

            huwelijk: Jan Colaes en Catharina Ruys. Toen Corneel huwde woonde hij te

            Temse.

                        Corneel De Keersmaecker was geboren te Bornem op 31 Juli 1704 als zoon

            van Gillis en Joanna Machiels.

                        Joanna Maria Colaes overleed te Bazel op 31 december of oudejaarsdag 1738,

            amper 12 jaar oud. Het volgende jaar hertrouwde Corneel met Anna Maria Claus

            te bazel op 8 december 1739 (getuigen: Petrus Claus en Catharina Claus).

 

Anna Maria Claus was dochter van Petrus en Maria De Roeck en is geboren te Bazel 6 augustus 1711 te 2 uur  ´s morgens (peter en meter: Egide De Roeck en Anna De Graef) en zij overleed te Bazel 18 februari 1765, 51 jaar oud. Corneel hertrouwde toen voor de derde maal: huwelijk te Beveren op 2 oktober 1770 (getuigen: Amelberga Claus en Egide Van Aelst) net Judoca Van Aelst die dochter was van Jan en Judoca Vermeulen en geboren was te Bazel op 13 augustus 1730 te 10 uur ´s avonds en ´s anderendaags gedoopt werd met Petrus Van Aelst als peter en Joanna Catharina Van Aelst als doopmeter. Judoca overleed te Bazel 6 januari 1772, 42 jaar oud. Corneel stierf dan als weduwnaar te Bazel op 1 maart 1781, hij was toen 77 jaar.

 

Het gezin Joanna Maria en Corneel woonde in het Huylenhoofd op de steengelagen tegen de Schelde, dicht tegen de boek van de huidige Gelaagstraat en de Lepelstraat. Corneel was herbergier en steenbakker.

 

Overzichtslijst van de huwelijken:

 

DE KEERSMAECKER Corneel                                                                  COLAES Joanna Maria

º Bornem 31 juli 1704                                                                           ºBazel 4 januari 1706

† Bazel 1 maart 1761                              x bazel:                                  † Bazel 31 dec. 1738

                                                           31 jan.'1730                 

 

                                                                                                          CLAIJS Anna Maria

xx Bazel                                   º Bazel 6 aug. 1711

8 dec. 1739                              † Bazel 16 febr. 1765

 

                                                                                                          VAN AELST Judoca

                                                           xxx Beveren                             º Bazel 13 aug. 1730

2 okt. 1770                               † Bazel 6 januari 1772

 

STAAT VAN GOED NA HET OVERLIJDEN VAN JOANNA MARIA COLAES

 

Na het overlijden van Joanna Maria te Bazel op 31 december 1738 werden twee voogden aangesteld over de minderjarige kinderen. De aanstelling van deze voogden werd ingeschreven en bekrachtigd door de vierschaar op 24 januari 1739.

 

Acte vooghdije

 

"Compareerde in ghebannen vierschaere der prochie van Baesel in persoone Adriaen Collaes fs Jans en Judocus De Keersmaecker fs Gillis, welke comparanten in handen van de stadthouder hebben ghepresteert den eedt van vooghden van de minderjaerighe kinderen achterghelaeten bij wijlent Joanna Marie Collaes filia Jans voorseit, en geprocrieert bij Cornelis De Keersmaecker fs Gillis voornoemt, de voornoemde weesen verstorven van hunne moederlijcke sijde hebben de comparanten tot voldoeninghe van de costume (wetten) van desen lande verclaert voor de eelve vooghdije over elckanderen te blijven als borghe principael en hebben sij dese beneffens onse greffier ondertekent actum 24e januari 1739, ondertekent Jan Colaes, Judocus De Keersmaecker."

 

De eed die de voogden aflegden luidt als volgt: "Gijsydt gewilligh ende bereyt den eedt te doen als vooghden dat gij deselve weesen sult helpen opvoeden in de christelycke leeringe en de goede manieren hun goederen regeren gelyck uw eyghen, emmers gedraeghen gelyck eenen getrauwen vooght moet doen soo helpt mij godt en al syn heilighen."

 

De staat van goed, ondertekend door de voogden Adriaan Colaes en Judook

De Keersmaecker, dateert van 14 augustus 1739 en geeft volgende gegevens:

 

1e kapittel: baten (bezittingen)

 

-Tijdens zijn huwelijk met Joanna Maria Colaes bouwde Corneel De Keersmaecker een stenen huis op cijnsgrond van Jan Van Gheem, op de steengelagen tegen de Schelde. Het huis werd geschat door Adriaan Kips, meester-metser, en Jan Vernimmen, meester-timmerman, OP 105 ponden 11 schell. 4 groten.

-Jacob Claus, Matthys Buytaert, Joanna De Graef en Barbara Weyn schatten de meubelen, klederen, huisraad en lijnwaad op 49 ponden 14 schell. groten.

-De vormtafel, zandbak en het verdere gereedschap op de steenbakkerij werd geschat op 4 ponden 11 sch. 6 gr.

-De gebakken en ongebakken steen: 4 ponden 16 ach. 6 gr.

-Een gouden trouwring en een gouden knopring werd geschat door de zilversmid Pr. N. Lenoir, wonende te Rupelmonde, op 2 pond 5 ach. 9 gr. 6 den.

-Een gouden kruis: 1 pond 16 sch. 2 gr.

-Een zilveren riemgesp: 6 sch. 9 gr. 6 den.

-Het liggende geld in huis in mei 1739 bedroeg 10 ach.

-Nog ontvangen van Joanne Houw, geestelijke dochter te Rupelmonde, restant van steen: 4 ponden 13 ach. 4 gr.

-Nog ontvangen van Verbeke tot Kruibeke over steen: 1 pond 13 ach- 4 gr.

-Nog over verkoop van steen aan Livien Schepens: 3 ponden 10 ach.

-Over verkoop van 2000 kléine stenen aan Hendrik Goetgebuer: 16 sch.gr. TOTAAL voor baten: 160 ponden 5 ach. gr.

 

2e kapittel: uitstaande baten

 

Corneel De Keersmaecker heeft samen met zijn schoonvader Jan Colaes nog een steengelaag uitgebaat. Wat hierin toekomt aan Corneel zal later in rekening gebracht worden.

 

3e kapittel: schulden.

 

-bij onderlinge rekening tussen Corneel en zijn schoonvader Jan Colaes van 9 mei 1738 blijkt dat Corneel nog moet betalen: 34 ponden 0 ach. 9 gr.

-Schuldig aan Judook De Keersmaecker, voornoemde voogd: 16 ponden 6 sch. 6 gr.

-Nog aan Judook De Keersmaecker over levering van 15 tonnen bruin bier: 15 ponden 15 ach.

-Idem over twee tonnen "half bier": 1 pond 6 ach. 8 gr.

-Idem over een ton "derde bier": 11 ach.

-Aan Jan Colaes voornoemd, over een jaar pacht van de helft van het steengelaag verschenen met Kerstmis 1138, en over een jaar huispacht van het huis "Het Huylenhooft", verschenen met één mei 1739: 20 ponden 10sch. gr.

-Aan Magdalena Buytaert over een obligatie van 200 gulden aan 4 % per jaar, verschenen op 28 april: 33 ponden 6 ach. 8 gr.

-Idem over de verschenen rente van de lening: 1 pond 6 sch. 8 gr.

-Aan Jan Baptist Nijs over een onbezette rente van 200 gulden aan 6 % per jaar: 33 ponden 6 sch. 8 gr. (= 200 gulden omgezet in andere muntwaarden)

-Idem over de intrest verschenen september 1738: 2 ponden.

-Aan degene die alles geschat hebben: 1 pont 6 sch. 8 gr.

-Aan Jan Roelant tot Rupelmonde, levering van tonnen en banden (ijzeren banden rond de biertonnen): 1 pond 9 sch. 6 gr.

-Te betalen aan accynzen (belasting op bier... ): 6 ponden.

-Aan Jan Colaes, brouwer te Rupelmonde, over levering van bier: 35 ponden.

-Aan Liven De Fillecijn te Temse, over brandewijn: 6 ponden 19 sch. 2 gr.

-Aan Frans De Keersmaecker te Temse, over "weese penninghen": 9 ponden

-Aan Bartholomeus Durinck te Temse,'over levering van laken en stoffen.t 3 ponden 5 sch. 10 gr.

-Aan Jan De Clereq te Rupelmonde, nog over laken en stoffen: 2 p. 6 a. 8 gr.

-Aan Bernard Moens, over een boom: 19 sch.

-Aan Pieter De Winter, over twee bomen: 1 pont 7 sch. 6 gr.

-Aan Christiaen D'Hollander te Grimbergen, 2000 pannen: 5 pont 16 sch. 8 gr.

-Aan Gillis Smet te Hamme, 650 pannen: 1 pond 5 sch.

-Aan dezelfde, vier houten vensters: 3 ponden 16 sch. 8 gr.

-Aan Mr. Pieter Keppens, over medicamenten: 1 pond 10 sch.

-Aan de heer doctor Lyssens, over zijn huisbezoek: 18 ponden.

-Aan Jacob Bock, panlatten en delen (planken): 1 pond 10sch.

-Aan Pieter De Wilde, panlatten en delen: 3 ponden 18 sch. 2 gr.

-Aan Servaes De Roeck en Pieter Claus, 4000 kleine steen gebruikt aan zijn huis: 1 pond 12 sch.

-Aan Adriaan Kips, meester-metser, aan arbeidsloon: 12 pond 3 sch- 4 gr.

-Aan Jan Vernimen uit Rupelmonde, meester-timmerman, arbeidsloon: 7 ponden.

-Aan Hendrick Goetghebuer: dorpels en schouwbalken: 1 pond.

-Aan Jan en Judook Claus, 75 zakken kalk: 10 ponden.

-Aan Jan De Wree, arbeidsloon: 18 sch.

-Nog aan Jan Vernimmen, levering van panlatten en delen, nog over loon: 11 ponden 0 sch. 10 gr.

-Aan Gillis De Bock, meester-glazenmaker: 2 ponden 13 sch. 4 gr.

-Aan Jan Thys, levering van ijzerwerk: 7 ponden 6 sch. 2 gr.

-Aan P. Seghers te Bornem, levering van brandewijn: 5 ponden 6 sch. 10 gr.

 

TOTAAL aan schulden: 325 ponden 6 sch. 11 gr.

 

4e kapittel: Funeraeillien (betreft begrafeniskosten)

            -Kerkrechten: 3 pond 18 sch. 6 gr.

            -Afleggen van het lichaam: 8 sch.

            -Aan Jan Vernimmen, doodskist: 9 sch.

            -Een ton bier, verbruikt door de geburen bij de uitvaart: 26 sch. 8 gr.

 

(De helft komt ten laste van de wezen als erfgenamen of 13 sch. 4 gr.)

 

Liquidatie (afrekening)

 

Voor baten: 180 ponden 5 sch. gr.

Voor schulden: 325 ponden 6 sch. 11 gr.

Meer schuld dan baten: 145 ponden 1 sch. 11 gr.

De helft van de schuld komt op de wezen, dit is 72 ponden 10 sch. 11 gr. 6 deniers.

Nog ten laste van de wezen hun deel uit kapittel 49 kosten van zegels, opstellen van deze staat van goed...

 

geeft samen: 77 ponden 17 sch. 8 gr. 6 den of per weeskind: 19 ponden 9 sch- 5 gr. 1 den.1/2

 

DE WEESKIND ERVEN VAN HUN GROOTVADER JAN COLAES

 

Jan Colaes overleed op 22 juni 1747. Volgens de liquidatie van 24 november 1747 werden twee stukken grond (één in het Hemelrijk en één in de Blauwhofwijk) op de naam gezet van zijn weduwe Judoca Van Haelst, een ander stuk grond werd verkocht om uit onverdeeldheid te geraken.

 

            De weeskinderen erfden volgens de liquidatie van 24 november 1747:

1 - 1/6 deel of 509 guldens 9 1/4 stuivers.

2 - Hun twaalfde deel in het voornoemde stuk land dat werd verkocht op 31

                        Januari 1748 aan Matthys De Roeck fa Andries voor 1000 gulden (voor deze

                        Grond.

Na aftrek van allerlei onkosten bleef voor de wezen: 83 gulden 6 1/2 stuivers.

 

TOTAAL: 592 guldens 15 3/4 stuivers.

 

Corneel De Keersmaecker ontving dit geld in naam van zijn kinderen op 10 februari 1750 en hij betaalde nog 3 guldens 15 stuivers aan registratierechten en takszegels.

 

DE WEESKINDEREN ERVEN VAN HUN GROOTIAOEDER JOSINE VAN HAEST.

 

            Na het overlijden van Josine, Van Haelst op 4 november 1752 gebeurde de liquidatie van haar goederen onder haar kinderen op 8 februari 1753. De twee gronden die nog op haar naam stonden werden verkocht:

 

a - Grond in de Blauwhofwijk:

b - Grond in het Hemelrijk:

 

Na aftrek van allerlei onkosten bleef uit de liquidatie op de weeskinderen een totaal van 666 guldens 5 1/2 stuivers 2 deniers. Corneel De Keersmaecker ontving dit geld op 29 mei 1753

 

DE WEESKIND ERVEN VAN JAN COOREMAN

 

Jan Cooreman huwde te Bazel 22 maart 1749 met Anna Catharina Van Royen fa Gillis. Hun huwelijkscontract werd opgemaakt op 5 maart 1749 door notaris Jan Frans Verbraecken. Jan overleed te Bazel op 6 december 1755, hij was toen 81 jaar. De kinderen van Corneel De Keersmaecker waren mede-erfgenamen in zijn nalatenschap en de toelating werd gevraagd aan de vierschaar te Bazel om de goederen te mogen verkopen om alzo uit onverdeeldheid te gaan.

 

GRONDEN

 

Corneel pachtte na zijn huwelijk van zijn schoonvader Jan Colaes:

a - Het veer genaamd "St Joseph kaeye", deel van nummer 54, 150 roeden.

b - De helft van het steengelaag beneden de Oeverkouter van de nummers 53 en54, samen groot 2 gemeten 8    roeden. Op Corneel: 297 roeden.

 

Corneel baatte dus samen met zijn schoonvader het steengelaag uit. Hij huurde ook het huis "Het Huylenhoofd" van zijn schoonvader dat op dit steengelaag stond. Na het overlijden van Joanna Maria Colaes in 1738 werd de pacht

opgezegd. Corneel hertrouwde dan in 1739 met Anna Maria Claus.

 

c - 1739, pacht van de heren van Royen een deel van n* 45, groot 1 gemet 100 roeden. Vanaf 1742 kwam de helft hiervan op Pieter De Rouck en vanaf  46

 

1771 werd de grond gepacht door zijn schoonzoon Judook Staes. Corneel was toen reeds meer dan 70 jaar oud.

d - 1739 - Bij afwijs van Jan Van Gheem fs Adriaan, op de Oeverkouter, deel van nummer 54, een stukje grond van 16 roeden.

e - 1740 - Bij afwijs van Pieter Volckerick in de Blauwhofwijk nummer 72, pacht groot 1 gemet 26 roeden.' Mogelijk stond dit stuk grond vanaf 1771 op Michiel D'Heyaert of zelfs nog vroeger: "...bijdien aal dese tot naerder onderzoek getrasseert worden 1771.--"

f - Jozef Annens, weduwnaar in het sterfhuis van Josyne Scheirs te vorent weduwe van Servaes Claus, Pieter Claus en Jan Pieter De Roeck x Marie Claus fs Servaes en tenslotte Pieter Claus fs Jacques als voogd van Jacob Claus fs Servaes verkopen een stuk land in Schaudries, nummers 17 en 18, 3 gemeten, zuid d'Oeverstraat, op 15 januari 1745, aan Corneel De Keersmaecker voor 1700 gulden en daarna nog verhoogd met 35 gulden. De koop werd bekrachtigd door de vierschaar op 20 maart 1745- Op de grond stond een rentelast van 1000 gulden in profijte van Adriaen Bosschaert, wonende te Antwerpen.  Na het overlijden van Corneel De Keersmaecker kwam deze grond in handen van Egide Pilaet .

g - Het aandeel dat Anna Marie Claus erfde na het overlijden van haar moeder Marie De Roeck vinden we terug in de staat van goed na haar overlijden:

-1/7 deel van 2 steengelagen, samen 4 gemeten, Oost de Gelaagstraat, zuid de Schelde,

-1/7 deel van een stuk land op de Roomcauter,

-1/7 deel van een stuk land in Schaudries,

-1/7 deel van een stuk land op de Roomcauter,

-1/7 deel van een behuysde hofstede in de Blauwhofwijk.

h - Op 27 januari 1748 verkopen Jacob Verheecken te Verrebroeck in huwelijk met Catharina Claus fa Pieter aan Corneel De Keersmaecker en aan Jan Baptist Van Wauwe x Barbara Claus:

1/7 deel in een stuk land te Bazel van 500 roeden in de Schaudrieswijk,

1/7 deel van een stuk land op de Roomcauter, leenroerig onder Coolem of Cauwerburg, en dit voor 17 ponden 10 schellingen.

Het stuk land in Schaudries was belast met een rente van 300 gulden en het laatste stuk grond met een rente van 48 ponden groten.

i - Aankoop van 2 stukken grond "'s gravenleen in de Meire" op 23 december 1768 en datum voor de vierschaar 21 januari 1769, van Egide De Lamper. 

j - De rente bezet op het stuk land in Schaudries (zie onder f) werd afbetaald en hiervoor ging Corneel De Keersmaecker samen met zijn zoon Pieter (kind uit het huwelijk met zijn tweede vrouw) een andere rentelening aan van 1000 gulden, ook op dezelfde grond bezet, bij de Zwartzusters van Rupelmonde op 29 oktober 1774.

 

 

 

PROCESSTUKKEN

 

Corneel De Keersmaecker werd regelmatig voor de vierschaar gedaagd voor wangedrag, dronkenschap en vechtpartijen, ook zijn kinderen. Het huwelijksleven met Joanna Maria Colaes en ook met zijn twee volgende vrouwen was dus niet altijd maneschijn en rozegeur. Hieronder enkele van deze processen.

 

a          4 november 1730: Jan Colaes d`oude en zijn zoon Jan moeten voor de vierschaar verschijnen samen met Corneel De Keersmaecker. De reden van deze oproep wordt niet vermeld.

 

b          15 oktober 1731: Corneel heeft gevochten tegen Jan Van Geem uit Temse.

 

c          15,oktober 1731: Jan Colaes de jonge heeft gevochten tegen Corneel, zijn zwager.

 

d          22 juni 1737: Corneel heeft gevochten tegen Gillis Pauwels.

 

“.... segt waerachtigh te weten dat den verweerdere (dit is Corneels als beschuldigde) in juny 1737 sigh heeft verstawt te aggresseren slaen, schuppen ende stampen den persoon van Gilles Pauwels, oock inwoonder alhier, sijnde op sijnen weegh om naer huys te gaen, mitsgaders de juponne (jupe = wambuis, kiel) ende hemden van dito Pauwels in stucken te scheuren alsmede den selven Pauwels naer te segghen veele exeevabele vloecken….”

 

 

De vierschaar beslist op 22 juni 1737 dat Corneel zal veroordeeld worden volgens “sijne majesteyts placcaeten" (wetten) en dat hij de onkosten zal moeten betalen van het proces.

 

e -       19 december 1739: Corneel wordt door de vierschaar gedaagd door Jan Colaes. Ook hier wordt de reden niet vermeld.

 

f -        31 juli 1762: Corneel, samen met zijn zonen Jan en Pieter verschijnen voor de vierschaar.

 

“... dat den gedaeghden Cornelis De Keirsmaker hem soo verre heeft vervoordert van op den 14 meert 1762 te vloecken ende tempesteren (razen, tieren) mitsgaders te vechten jeghens IPieter Judocus Claus ten huyse van Judocus Claus, herbergier in de Capelle oock op Baesel ... “

 

Een tweede beschuldiging luidt dat Corneel in zijn huis een "comedie ofte cluchte" heeft laten opvoeren. Hierin speelden zijn twee zonen Jan en Pieter mee en dit op de 4e, 5e en 6e juli 1762. Dit feit had zich reeds vroeger voor gedaan en Corneel kreeg op 25 juni reeds een schriftelijk verbod "van geene comedien ofte cluchten voorders te verthoonen".

 

Corneel en zijn.zonen werden veroordeeld volgens de toen heersende wetten.

 

 

 

NA HET OVERLIJDEN VAN CORNEEL DE KEERSMAECKER

 

Joanna Maria Colaes overleed in 1738 en Corneel in 1781. Vier kinderen uit dit huwelijk waren nog in leven, daarnaast één kind uit het tweede huwelijk van Corneel met Anna Maria Claus, namelijk Pieter.

 

Hieronder de regeling onder de erfgenamen, alle akten dateren van 23/6/1781

 

a -       Dominique, Jan, Amelberga en Pieter verkopen elk hun 1/5 deel in een stuk

grond aan hun broer Jacob:

1 -       1/5 paart van een stuk land te Bazel in de Meire, nr. 9, 2 gemeten 154 r.,

2 -       1/5 deel van een stuk land te bazel in de Meire nr. 18, 1 gemet 172 r.,

3 -       1/5 deel van een stuk land te Bazel in de Meire nr. 13, 1 gemet 44 r.,

            alles "'s gravenvolglenen van de hove van Waes" en belast met een rente

van 1500 gulden ten proffijte van Petrus Deman te Antwerpen, rentebrief van 24

september 1729 en nu toebehorende aan de koper volgens akte van 13 februari

1778. De gronden werden verkocht voor 3360 gulden.

            Het verhef van deze grond gebeurde door Jacob op 23 Juli 1781.

 

b -       Dominique, Jan, Amelberga en Jacob verkopen ieder hun 1/5 deel aan Pieter

1 -       van de helft van een stuk grond in Schaudries, in 't gheel 800 roeden, zuyd

            de Oeverstraat (de andere helft kwam op Pieter uit hoofde van zijn moeder

            Marie Claus). De grond werd gepacht door Egide Pilaet fs Gillis aan 58

            gulden per jaar en was belast met een rente van 1200 gulden.

 

2 -       van de onverdeelde helft van een nieuw gebouwd huis bestaande in 2 wonin-

            gen op de steengelagen op de grond van Pieter en van Jan Baptist De Rycke

            In huwelijk met Rosa Claus. De huizen werden bewoond door Bernard Felix

            en Pieter Meersman, ieder betaalde 27 gulden per jaar aan huishuur.

 

Huis en gronden werden verkocht voor 1760 gulden. Pieter betaalde dan 4/5 van de helft van de rente minder (de rente kwam dan volledig ten zijne laste) op dit bedrag: 1760 gulden - 480 gulden = 1280 gulden.         0

 

NA HET OVERLIJDEN VAN CORNEEL DE KEERSMAECKER

 

Joanna Maria Colaes overleed in 1738 en Corneel in 1781. Vier kinderen uit dit huwelijk waren nog in leven, daarnaast één kind uit het tweede huwelijk van Corneel met Anna karia Claus, namelijk Pieter.

 

Hieronder de regeling onder de erfgenamen, alle akten dateren van 23/6/1781

 

a -       Dominique, Jan, Amelberga en eieter verkopen elk hun 1/5 deel in een stuk

grond aan hun broer Jacob:

1 -       1/5 paart van een stuk land te Bazel in de Meire, nr. 9, 2 gemeten 154 T.,

2 -       1/5 deel van een stuk land te bazel in de Meire nr. 18, 1 gemet 172 r.,

3 -       1/5 deel van een stuk land te Bazel in de Meire nr. 13, 1 gemet 44 T.,

            alles "'s gravenvolglenen van de hove van Waes" en belast met een rente

van       1500 gulden ten proffijte van Petrus Deman te Antwerpen, rentebrief van 24

september 1729 en nu toebehorende aan de koper volgens akte van 13 februari

1778. De gronden werden verkocht voor 3360 gulden. (85)

            Het verhef van deze grond gebeurde door Jacob op 23 Juli 1781. (86)

 

b -       Dominique, Jan, Amelberga en Jacob verkopen ieder hun 1/5 deel aan Pieter

1 -       van de helft van een stuk grond in Schaudries, in 't gheel 800 roeden, zuyd

            de Oeverstraat (de andere helft kwam op Pieter uit hoofde van zijn moeder

            Marie Claus). De grond werd gepacht door Egide Pilaet rs Gillis aan 58

            gulden per jaar en was belast met een rente van 1200 gulden (zie blz. 46

            onder j).

2 -       van de onverdeelde helft van een nieuw gebouwd huis bestaande in 2 wonin-

            gen op de steengelagen op de grond van Pieter en van Jan Baptist De Rycke

            In huwelijk met Rosa Claus. De huizen werden bewoond door Bernard Felix

            en Pieter Meersman, ieder betaalde 27 gulden per jaar aan huishuur.

 

Huls en gronden werden verkocht voor 1760 gulden. Pieter betaalde dan 4/5 van de helft van de rente minder (de rente kwam dan volledig ten zijne laste) op dit bedrag: 1760 gulden ~ 480 gulden - 1280 gulden.

 

KINDEREN

 

Het gezin Corneel De Keersmaecker-Joanna Maria Colaes telde 6 kinderen, allen geboren te Bazel.

 

a -       DE KEERSMAECKER MARIA AMMELBERGA: geboren 30 oktober 1730 te 10 uur te morgens en dezelfde dag gekerstend. Peter en meter: Jan Colaes, grootvader van het meisje, en Maria Stevens. Maria Amelberga huwde te Bazel 8 december 1758 (getuigen: Jan Baptist Boots en Joanna Staes) met JUDOCUS STAES die geboren was te Bazel op 29 augustus 1729 als zoon van Jan en Joanna De Kerf. Bij het doopsel van Judook Staes waren Judook Van Royen en Elisabeth Maes peter en meter.

 

 

 

b -       DE KEERSMAECKER JAN: geboren 31 maart l132 te 1 uur `s nachts en dezelfde

            dag gedoopt. Peter en meter: Jan de Keersmaecker en Judoca Van Haelst.

            Hij huwde te Hingene op 22 mei 1766 met CORNELIA HATS (Aers, Aerts. Arts..)

            Getuigen bij het huwelijk waren Frans Claes en Guillielmo Van Der Bunderen.

            Cornelia was geboren te Hingene op 8 februari 1737 als dochter van Egide

            en Anna Catharina Boon.

 

Jan overleed te Bazel op 9 februari 1786, zijn vrouw stierf op de steengelagen te Bazel op 17 juni 1822. 88)

 

e          DE KEERSMAECKER DOMINlQUE: geboren 27 augustus 1733 rond 9 uur, gedoopt op

            28 augustus en boven de doopvont gehouden door Jan Claus en Maria De Keers-

            maecker. Dominique was steenbakker, hij overleed te Bazel op de steenge-

            lagen op 24 fructidor X jaar (11 september 1802). Zijn zoon Jan gaf het

            overlijden aan op het gemeentehuis.

 

d          DE KEERSMAECKER THERESIA: geboren 5 maart 1735 te 2 uur `s nachts en dezelfde dag gedoopt. Peter en meter: Jan Claus en Elisabeth Colaes. Het kindje overleed te Bazel op 1 april 1737, 2 jaar oud.

 

e -       DE KEERSMAECKER JACOB: geboren 23 augustus 1736 te 5 uur ´s morgens en de-

            zelfde dag gekerstend. Peter en meter: Judocus De Wachter en Judoca Colaes.

            Jacob leefde zeker nog in 1793, zijn overlijden vonden we niet terug te

            Bazel.

 

f -        DE KEERSMAECKER FRANS: geboren 20 september 1738 te 9 uur `s morgens.

Adriaen Colaes en Barbara Wyn waren peter en meter bij het doopsel dat op dezelfde dag plaats greep. Amper 6 dagen later overleed net kleintje te Bazel op 26 september 1738.

 

Tenslotte vermelden we nog dat Corneel De Keersmaecker volgens de "staat van goed " opgemaakt bij het overlijden van Marie Claus, zijn tweede vrouw, één kind had uit dit huwelijk, namelijk Pieter.

 

 

 

4 -       COLAES JAN JUDOOK: geboren te Bazel 23 juli 1708, huwde te Beveren 5 februari 73

1740 met AMMELBERGA DE RIJCK.        

 

5 -       COLAES JUDOOK: gedoopt te Bazel 12 september 1710 met Andreas De Waen als dooppeter en Anna De Roeck als meter. Judook overleed te Bazel op 11 februari 1722, 11 jaar oud.

 

6 -       COLAES PETRUS: geboren te Bazel 16 oktober 1712 te 10 uur ´s avonds, ´s anderendaags gedoopt. Peter en meter: Petrus Jan Ruys en Anna Van De Velde. Overleden te Bazel 17 april 1718.

 

7 -       COLAES JACOB: geboren 26 juni 1714 te 10 uur 's avonds. Op 27 juni boven de doopvont gehouden door Beatrix Ruys en Elisabeth Colaes. Jacob stierf te Bazel, ongehuwd, op 16 februari 1733

 

8 -       COLAES JUDOCA: geboren 21 juni 1716 te 7 uur 's morgens. Doopsel 22 juni, peter was Jan Staut en meter was Judoca De Ryck. Zij overleed te Bazel 1 maart 1759, 42 jaar oud. Judoca huwde te Bazel 15 juni 1745 (getuigen: Judook Lyssens en Elisabeth Claus) met EGIDE LYSSENS die geboren was te Bazel op 25 december 1711 als zoon van Jan en Maria Van Puyvelde.

 

STAAT VAN GOED

            Na het overlijden van Judoca Colaes werd een staat van goed opgemaakt op16 februari 1760. Haar kinderen waren: "Jan Baptiste, audt 12 jaeren, Isabella Theresia, audt 8 jaeren ende Judoca Joanna, audt vijf jaeren".

 

Eerste cappittel: de goederen langs de kant van de overledene:

l-         Judoca Colaes erfde van haar vader voor 1/6 deel in een stuk land te Ba-

            zel op de Roomkouter, ongeveer 2 gemeten. De erfgenamen verkochten deze

            grond aan Matthys De Roeck fa Andries, voor 1000 gulden.

            Judoca ontving hiervan 166 gulden 13 stuivers ¼.

2--       Nog geërfd van haar vader haar deel in een “behuysde hofstede, schuere ende

            stalle, groot van gronde ontrent een gemet alhier gestaen ende gheleghen

            binnen deze prochie van Baesel op den Ouverkouter". Deze hofstede werd

            verkocht voor 1650 gulden. Op deze hofstede stond nog wel een rente en na

            aftrek van deze rente en alle onkosten kreeg Judoca Colaes 50 gulden.

3-        Geërfd van haar moeder Josyne Van Haelst: 1/6 deel van de onroerende goe-

            deren die verkocht weren. Hiervan ontving Judoca 140 gulden 5 1/2 stuiver.

4-        Nog geërfd van Jan Cooreman voor 1/18 hoofdstaak lange moederlijke

            zijde: 59 gulden 6 1/4 stuivers volgens de liquidatie en verdeling in het

            sterfhuis van Jan Cooreman op 9 februari 1757 en staat van goed van 23

            maart 1756.

 

Tweede cappittel: goederen lange de kant van Egide Lyssens:

l-         Egide erfde van zijn vader Jan Lyssens, samen met zijn broer Joos en zijn

            zuster Catharina: "een seker behuysde hofstede, schuere ende stallen groot

            van gronde ontrent de 200 roeden alhier ghestaen ende gheleghen binnen dese

 

prochie van Baesel inden Dierixdamwijck." Joos Lyssens kocht deze doening van zijn broer en zuster voor 800 gulden. Egide ontving hieruit 266 gulden 13 1/4 stuivers.

2- Nog geërfd van zijn ouders: "een stuck landt gheleghen binnen deze prochie van Baesel inden Auden Meulenberghwijck, één gemeth." Catharina Lyssens kocht deze grond en Egide kreeg hiervan 133 gulden 6 1/2 stuivers.

3- En tenslotte nog erfenis van zijn ouders: "een seker stuck landts, ook inden Auden Meulenberghwijck, groot ontrent één bunder, wesende volghleen onder het hoofdleen van d'here doctor Lyssens, sorterende onder de neerelyckhede te Wijns binnen Haasdonck.” Egide verkocht dit stuk grond aan Jan Ferdinand De Volder voor 1150 gulden.

 

Derde cappittel: benelsende prysye vande meubelen, huys, cattheylen, cleederen...

            Deze inboedellijst werd opgemaakt door de voogden over de weeskinderen op

18 Juni 1759. Korte inhoud:

            "In de schouwe een ijsere keten (ketting), twee tanghen, eenen rooster, bran-

der ende blaespijpe. Een saudtvat, twee stryckijsers, vispaen. Vijf gelaerde

schootels met drij tailloren (eetborden). Een lampe met eenen kandelaer, bier-

pot, een pint met drij kannekens. Dry tinnen schootels met twee taillioren. Ne-

ghen biese stoellen met eene schrappraey inde cueken met een taeffelken. Acht

haerde (stenen) schootels, potten en kannen. Eenen coperen moir (waterketel)

en ketelgieter. Twee ijsere potten ende een coeckpan, een botervat. Twee waeter

heemers (wateremmers). Alle de cleederen vanden houder (dit is Egide Lyssens)

en twelf hemden. Alle slaepelaeckens. Twelf hemden vande overledene. Alle

hals ende neusdoecken. Alle de cleederen vande overledene met de cattoene ende

blauwe voorschoten. Twee couffers (koffers), een waeffelijser. Een graenmate

ende lijnwaetmande. Een pluymen bedde met de cussenshooftpullum. (peluws), flau-

wynen enae sairgen (dekens). Nog een caffen bedde met hooftpullum en sargien.

Een dorszeyl met twee sacken. Ses maeten cooren op de zolder. Twee capmessen,

seyl (zeil), spaey (spade), cruyzeel (kruiwagenzeel), een corde waeghen (soort

kruiwagen) en wat zeelen (touwen), eenen rieek, vorck en meshaek (mesthaak). wat

landthaudt, een haemer, een ploeghe, een coppel stordtkerren (soort karren). Nog

een paerde crebbe (paardekrib) ende trogh. Een cleercasse en een bancke. Twee

vleeschkuype enae zeysen. Twee aude swerte peirden (paarden) met de arnassen

(gareel) en den waeghen.

Pachtgronden:

-          Een stuck landts inden Blauwhofwijck, pacht van d'heer Paepejans, besaeyt met

haever, groot 1 gemet 80 roeden.

-          Een stuck landts inden zelven wijck groot 1 gemet 20 roden, pacht als vooren

ende oock besaeyt met haever.

-          Een stuck landts gheleghen in het Schauselbroeck, pacht van de weduwe Van

Mieghem tot Cruybeek, groot 1 gemet 20 roeden, besaeyt met terwe (tarwe).

-          Een stuck landts inden wijck het Hemelrijck, groot 1 gemet 20 roeden, pacht

van Jan Claus ende besaeyt met claeveren.

-          Een stuck landts geleghen op den Houvercauter, groot 700 roeden, besaeyt met

cooren, pacht van Jan Collaes.

Proces:

 

Meier en schepenen van de vierschaar van Bazel hadden een proces ingespannen tegen Egide Lyssens over het feit "van het vercoopen synder vruchten de velde staende”. Meier en schepenen verloren dit proces en moesten aan Egide 900 gulden betalen. De proceskosten beliepen zoveel dat Egide maar 345 gulden 10 stuivers overhield.

 

            Het gaude cruys (gouden kruis), de ringen en de zilveren gespen van wijlen

Judoca Colaes werden geschat op 28 gulden 5 stuivers 3/4 door de vrouw van Frans

 

Nijs wonende te Temse

 

Pieter Van Antwerpen was nog 7 gulden schuldig aan Egide Lyssens voor het huren van een kamer.

 

Egide werkte regelmatig bij zijn geburen als hulp bij het landbouwwerk, zo b.v. bij de weduwe en erfgenamen van Jan De Lamper en bij Jan Baptist De Roeck fs Matthys. Van deze laatste had hij 15 gulden tegoed voor "peirdewerck".

 

Vierde cappittel: schulden.

-Schuldig aan Jan Van De Velde als ontvanger van de parochie van Bazel: 27 gulden 3 st. ¾

-Schuldig aan Jan Collaes over landpacht: 28 gulden.

-Idem over landpacht aan de weduwe Joanna Van Mieghem: 14 gulden.

-Idem over twee stukken land aan de raadsheer Papejans: 36 gulden.

-Idem aan Jan Claus uit Rupelmonde, zijn zwager, 15 gulden als landpacht.

-Schuldig aan Pieter Maris over koop van “hoey gars” (gras op de weide): 30 g.

-Nog schuldig 8 gulden 9 stuivers om "te doen celebreren een jaergetijde voor de ziele van zijne overledene huysvrouwe met het uytdeelen van eenen sack rogghen broodt".

 

Vijfde cappittel: funeraillien (kosten bij het overlijden van zijn vrouw). -Betaald aan de pastoor, onderpastoor en koster: 21 gulden 6 st. 1/2 over kerkrecht, het begraven van de overledene, het waslicht, het baarkleed, de organist en de blazer.

-Aan de grafmakter 8 stuivers.

-Voor het afleggen van de dode: 1 gulden 10 stuivers.

-Aan Judook Staes (gehuwd met M. A. De Keersmaecker) voor het maken van de doodskist: 2 gulden 14 stuivers.

-Nog betaald "over het uytdeelen van een sack rogghen op de begrafennisse met het backen": 4 gulden 4 stuivers.

-Tenslótte aan Jan Baptist Jaspaert "over het afdrincken van eene tonne bruyn bier gegeven aende geburen op de begraffenisse van de overledene: 8 gulden."

 

EIGENDOMMEN

 

1 - Aankoop en verkoop van "Het huis ter Lucht".

 

Judoca Colaes ging na haar huwelijk met Egide Lyssens de hofstede bewonen van haar vader Jan Colaes, dit was "het hof ter Lucht", gelegen in de Gelaagstraat te Steendorp/Bazel, nummer 60.

 

Deze hofstede werd openbaar verkocht op 12 augustus 1747, tweede zitdag 22 augustus 1747: "Op den 12 augusty 1747 soo bekent Josijne Van Haelst weduwe Jan Colaes, Jan en Pieter Colaes, alsmede Gillis Lijssens (of Egide Lyssens) en Jozijne Colaes zijne huysvrouw, Jan Claus en Elisabeth Colaes oock zijne huysvrouw en eyndelinge Judocus De Kersmaecker en Adriaen Collaes als vooghden over de vier minderjarige weesen achtergelaeten bij Joanna Marie Collaes... die alsoo bekende vercocht te hebben een seker behuysde hofstede, schuere en stallen met den bogaert (boomgaard) op de Hoevercauter.." Hofstede en boomgaard waren één gemet in oppervlakte. De hofstede grensde ten oosten aan Jan en Pieter Colaes, zuid de erfgenamen en weduwe van Michiel De Roeck, west de Gelaagstraat en noord Jan Baptist Jaspaert. De grond was belast met cijns van 19 1/2 stuivers per jaar aan

 

de kerk van Rupelmonde, en tevens met een rente van 600 gulden ten profijte van de erfgenamen van de graaf van Rupelmonde. Gillis of Egide Lyssens pachtte alles voor 9 ponden per jaar.

 

Adriaan Colaes, voogd voornoemd, stelde de doening in voor 1600 gulden. Op de tweede koopdag verhoogde Gillis Lyssens deze instelsom met 50 gulden en de hofstede werd hem definitief toegewezen. De hofstede werd verkocht om uit onverdeeldheid te kunnen gaan, Egide Lyssens en zijn vrouw Judoca Colaes waren hier dus ook erfgenamen.

 

Egide verkocht deze hofstede op 9 juli 1753 aan Ferdinand De Roeck fs Pieters. De hofstede was nu belast met een rente van 800 gulden ten voordele van Frans Schilders te Antwerpen. Gillis Lyssens mocht de hofstede blijven bewonen tot 1 mei 1754. De verkoop bracht 2400 gulden op, en de vierschaarakte te Bazel werd ondertekend op 17 juli 1753.

 

2 - Aankoop hofstede in de Meulencauterwijck.

 

Egide De Lamper verkocht “seker behuysde hofstede met den hofland daer aenne ende voorts geleghen in sijne grachten ende wallen soo die gestaen ende geleghen is op de prochie van Baesel inden auden Meulencauterwijck met den huyse, schure ende stallinghen, midtegaeders alle voordere edificien soo van groene als drooghe cattheylen, benevens schelf, boomen inde schuere, paelende oost den vercooper suyt de straete, west Jan Van Herweghen, noort Pieter Van Royen. groot van gronde een alf bunder." Na de verkoop van het Huis ter Lucht had Egide deze hofstede gehuurd en nu kocht hij ze voor 2000 gulden. Een deel van het huis was bewoond door de moeder van Egide De Lamper en zijn zuster, zij mochten het huis blijven bewonen tot 1 mei. De koop werd gesloten op 9 oktober 1761.

 

3 - Stuk grond op de Roomcauter nummer 26, 1 gemet 231 roeden. Judoca Colaes moet deze grond geërfd hebben van haar ouders. In 1754 verpachtte Egide deze grond aan Matthijs De Roeck.

 

4 - Op de Oeverkouter nummer 61, groot 1 gemet 222 roeden, grond van wijlen zijn schoonouders, Jan Judocus Colaes, de zwager of schoonbroer van Egide Lyssens kocht deze grond in 1761 of 1762.

 

5 - Een stuk grond op de Oeverkouter nummer 59, groot 166 roeden, werd uitgebaat door Egide vanaf 1745 daarna werd hij eigenaar van deze grond door erfenis.

 

6 - Grond in het Hemelrijk 9, 1 gemet 22 roeden, pacht van zijn schoonvader Jan Colaes, later werd Egide Lyssens eigenaar van deze grond, waarschijnlijk na het overlijden van zijn schoonouders. Egide verkocht ook deze grond aan zijn schoonbroer Jan Judocus Colaes in 1760.

 

7 - Tenslotte nog het stuk land dat Egide Lyssens erfde van zijn ouders en dat hij verkocht aan Ferdinand De Volder: één bunder land in de Oude Meulenbergwijk.

 

 

PACHTGRONDEN

 

Naast zijn eigen gronden die Egide Lyssens bewerkte als landbouwer pachtte hij ook nog verschillende akkers. Nadat Egide zijn hofstede in de Gelaagstraat verkocht had liet hij verschillende van deze pachtgronden varen en werden er andere in gebruik genomen die dichter lagen bij zijn nieuw gekochte hofstede in de Oude Meulenbergkouter.

 

Hieronder een overzicht van deze gepachte gronden.

 

a - Pacht van Jan Colaes, in ae Blauwhofwijk nr- 44, 1 gemet 6 roeden. In 1765

ging deze grond over op Judook Annens.

b - Pacht, ook van Jan Colaes, in dezelfde wijk nr- 47, 1 gezet 66 roeden. Ook

deze grond werd uitgebaat in 1765 door Judook Annens.

c - Vanaf 1745 pacht in de lste Craeckwijck nr- 41, 1 gemet 149 roeden. In 1747

werd Jan Van Acker pachter.

d - Pacht van de heer van Leugenhaghe, samen met het volgende stuk, nr. 42,

1 gemet 120 roeden. In 1747 op voornoemde Jan Van Acker.

e - Nummer 37, zoals het vorige in de eerste Craeckwijk, 1 gemet 36 roeden.

In 1747 op voornoemde Jan Van Acker.

f - 1747, pacht van Jan Colaes, 2 gemeten 21 roeden, in de Blauwhofwijk nr. 43.

Op Domien De Roeck in 1754.

g - 1749, in de Meire nr 49 en 50, samen 3 gemeten 247 roeden , pacht van Memers.(?)

1754 op d'hoirs Abraham Claus.

h - 1751, in de Meire nr 25, pacht van Mommaert, 1 gemet 231 roeden. In 1754

op Jan Van Mieghem.

i - 1751, in de Meire nr. 26, 2 gemeten 25 roeden. In 1754 ook op J. Van Mieghem.

J - 1751, in de Blauwhofwijk nr. 134, pacht van dezelfde, 1 gemet 176 roeden.

1754 in handen van Pieter De Wachter.

k - 1759, in de Meulencauterwijk, 1 gemet 181 roeden, hofstede nr. 60.

1 - 1759, in 't Schaudries nr. 26, 1 gemet 269 roeden. In 1766 op Ignace D'Eer.

m - 1759, in de Meulencauterwijk nr. 36, leen onder Wissekercke, 3 gemeten 224 r.

In 1768 op Adriaen Buytaert.

n - 1759, in de Meire nr. 7, 2 gemeten 31 roeden. In 1768 op Gillis Buytaert.

o - 1759, in de Meire nr. 13, groot 1 gemet 44 roeden.

p - 17599 ook in de Meire nr. 9. 2 gemeten 154 roeden.

q - 1759, idem, nr. 12, 1 gemet 172 roeden.

r - 1759, in de Meulencauterwijck nr. 63, 1 gemet 84 roeden.In 1768 op Corneel Geldolf.

s - 1769, pacht van Van Der Haeghen, op de Bergeauter, d'helft van nr. 10, 2 gemeten 134 roeden.

 

ERFENIS VAN ANNA CATHARINA RUYS

 

Anna Catharina Ruys, jonge bejaarde dochter, overleed in de polder "in den Doel”. Zij was dochter van David en Josijne Dullaert en de weeskinderen van Egide Lyssens waren aan haar verwant lange vaderlijke zijde van "alfven bedde". Wegens de vele erfgenamen vroeg men toelating aan de vierschaar te Bazel om haar eigendommen (huis, landgoederen te Bazel, Kruibeke, Temse, Rupelmonde...) te mogen verkopen om zo uit onverdeeldheid te geraken, dit op 31 januari 1761.

 

 

 

Op 10 oktober 1761 ontving Jan Colaes, schoonbroer van Egide Lyssens, als voogd over de weeskinderen 60 gulden 7 1/2 stuivers.

Als waarborg dat de kinderen deze som later zouden krijgen zette Egide Lyseens deze som als rente op zijn hofstede en dit ten voordele van zijn kinderen. Dit gebeurde op 12 januari 1764. Hij wendde zich dan tot de vierschaar en vroeg of hij de voornoemde 60 gulden 7 1/2 stuivers nu kon ontvangen van de voogd Jan Colaes en dit ten voordele van zijn kinderen, daar hij met moeite financieel kon instaan voor het onderhoud van zijn kinderen. De vierschaar gelaste toen aan Jan Colaes het verschuldigde bedrag uit te keren.

 

KINDEREN: allen geboren te Bazel.

 

a -       LYSSENS JOANNA MARIA: ° 27 maart 1746, doopsel 28 maart. Peter en meter:

            Jan Colaes en Anna Maria Van Puyvelde. Het kleintje overleed te Bazel

            2 mei 1746, 5 weken oud.

 

b -       LYSSENS JAN BAPTIST: ° 17 maart te 12 uur te middags. 's Anderendaage gedoopt, peter was Jan De Rijcke en meter Josina Van Haelst. Jan Baptist huwde te Bazel met TEHRESIA BURSSENS op 24 april 1781 en hij overleed te Bazel op 6 december 1787.

 

c -        LYSSENS PETRUS JAN: *°28 maart 1749 te 12 uur te nachts, op 29 maart boven de doopvont gehouden door Adriaan Colaes en Anna Catharina Lyssens. Na 7 weken overleed het kindje te Bazel op 16 mei 1749.

 

d -       LYSSENS ISABELLA THERESIA: geboren 28 februar1751, rond 8 uur 's avonds, op 1

            maart gedoopt, peter was Judook Lyssens en meter was Elisabeth Colaes. Dit

            kind was krankzinnig, we vonden er geen overlijdensakte van terug. Moge-

            lijk was het kind ergens opgenomen in een gesticht waar het overleed.

 

e -       ANDREAS LYSSENS: geboren 1 februari 1752 rond 5 uur 's morgens en dezelfde dag gedoopt. Andreas Van Puyvelde en Amelberga De Ryck waren peter en meter. Dit jongetje overleed te Bazel op 16 april 1753, 1 jaar en 2 1/2 maand oud.

 

f -        LYSSENS JUDOCA MARIA: geboren 9 maart 1754 rond 8 uur 's avonds. Doopsel 10 maart, peter was Jan Claus en meter Judoca Jaspaert. Zij huwde te Bazel op 26 september 1780 met MATHIAS VAN HOOGENDORPEL. Getuigen bij dit huwelijk: Jan Baptist Lyssens, broer van de bruid, en zijn toekomstige vrouw Theresia Bursens. Mathias overleed te Bazel op 15 december 1784, 31 jaar oud en Judoca Maria hertrouwde te Bazel op 7 februari 1786 met JOZEF VAN ASSCHE uit Puurs. Judoca Maria stierf te Bazel 30 augustus 1804 (12 fruc.XII jaar) te 11 uur ´s avonds, 50 jaar oud en wonende in het dorp.

 

Van de zes kinderen van Egide Lyssene x Judoca Colaes waren er drie zeer jong overleden, één was krankzinnig. In haar gezinsleven kende Judoca dan ook veel zorg en kommer.