start     TIC     laatste TIC 

 

http://www.viatvzw.centerall.com/   http://tic.skynetblogs.be/ 

    Vrijwilligers

    Zondagen 

    Gentse Feesten

    Programma Cinema Palace

    Fotoreportage Oostkantons 

    Reconversiesymbolen

    Textielbiënnale

    Presentaties

    Links

    Illustraties

    Bedreigd!

    

 

TIC 

deel 96

nummer 4 2006

cahier 40

 

Vlaamse ambachtslui tijdens de Middeleeuwen en de ‘Kist van de Gulden Sporen 1302

Adelbert.jpg (80662 bytes)

prof. em. dr. arch. A.L.J. Van de Walle en dr. R. Heughebaert

ism arch. Guido Deseijn

chest1.jpg (184473 bytes)

chest3.jpg (132656 bytes)

chest4.jpg (90927 bytes)

map1.jpg (181596 bytes)

Woord vooraf en verantwoording

Het succes van ons tijdschrift over de Chest of Oxford a.k.a. Chest of Courtrai ”a.k.a. ‘Koffer van Kortrijk’ a.k.a. ‘Kist der Gulden Sporen’ 1 was te verwachten.

Dit nummer is bijna volledig uitverkocht. Nochtans niet zo evident met een materie die niet zo toegankelijk is en vooral controversieel. 

Het interim verslag gepubliceerd onder leiding van wijlen prof. em. dr. arch. A.L.J. Van de Walle en dr. R. Heughebaert heeft zo stilaan alle twijfels weggewerkt en de argumenten tegen de echtheid ervan ontkracht.

Blijft echter de zware opdracht de omstandigheden van het ontstaan van deze unieke koffer uit te diepen en vooral: het oorspronkelijk uitzicht ervan te reconstrueren. De wetenschappelijke aanzet daartoe is gegeven in hierboven vermelde publicatie, maar details over onder andere de omstandigheden van de materiaalkeuze en -verwerking, de juiste oorspronkelijke afmetingen, de constructie en het slot van de koffer, de safeloket ofte geheime bergruimte (secret compartiment), het situeren in (kunst)historisch context, alsook de omstandigheden van de uiteindelijke aftakeling blijven aan de orde.

Verdere aanvulling daarbij wil voorliggend tijdschrift brengen - bekno(p)t echter door het voortijdig heengaan van de bezieler van de studieprof. em. dr. arch. A.L.J. Van de Walle

 

Bibliografie Industriële Archeologie & Industrieel Erfgoed in België (XV)

Rodenbach.jpg (103111 bytes)

Patrick VIAENE

Ten geleide

Deze bijdrage vormt het vijftiende vervolgdeel van de reeks ‘Bibliografie Industriële Archeologie & Industrieel Erfgoed in België’. De afleveringen 1 tot en met 14 vindt men in de TIC delen met nummer 35 (aflevering I), 39 (aflevering II), 44 (aflevering III), 47 (aflevering IV), 52 (aflevering V), 56 (aflevering VI), 59 (aflevering VII), 63 (aflevering VII), 67 (aflevering IX), 71 (aflevering X), 80 (aflevering XI) , 84 (aflevering XII), 88 (aflevering XIII) en 92 (aflevering XIV). 

In dit vijftiende vervolgdeel, waarvan de redactie afgesloten werd in juli 2006, worden traditiegetrouw naast recente titels ook de referenties van een aantal oudere, niet eerder opgenomen bijdragen vermeld. Wat de gevolgde methode betreft worden de stelregels, geformuleerd in de eerste edities, verder gevolgd, op een aantal wijzigingen na, die hieronder worden aangegeven.

1. De familienamen van de auteurs worden gevolgd door de voornamen of initialen ervan.

2. De formulering, het aantal en de schikking der rubrieken werd in lichte mate aangepast.

De nummering van de titels loopt dus gewoon dus. Onze bibliografie deel XIV eindigde met het nummer 4771. We beginnen derhalve dit deel XV met nummer 4772 en eindigen met nummer 5093 (321 nummers).

Sinds vorig jaar werden alle publicaties, vermeld in de totnogtoe verschenen afleveringen van deze bibliografie digitaal ingegeven en ontsloten. Via de website www.viat.be kan de lezer derhalve bibliografische opzoekingen verrichten, wat uiteraard aanzienlijke praktische voordelen heeft. Deze opzoekingen kunnen gebeuren in het Nederlands, maar ook (in de mate dat de trefwoorden vertaald werden of vertaald zullen worden) in het Frans, het Engels en het Duits.

Op deze manier kan de gebruiker - lezer - onderzoeker op een eenvoudige manier snel geïnformeerd worden omtrent allerhande publicaties die handelen het industrieel en wetenschappelijk erfgoed in België. De gebruiker kan referenties opzoeken op auteursnamen, op titels of woorden uit titels, bovendien op een zeer uitgebreid aantal trefwoorden en tenslotte ook via meer dan vijftig rubrieken, deelrubrieken en ‘onder – deelrubrieken’. Het is ook mogelijk om een overzicht van alle ingegeven bibliografische referenties te raadplegen.

Deze digitaal ontsloten bibliografie is bij ons weten voor ons land een zeldzaam, vrijwel uniek werkinstrument, zowel wat het onderwerp betreft als qua omvang en concept in de materie ‘roerend en onroerend industrieel (en wetenschappelijk) erfgoed’. De digitale ontsluiting heeft voor gevolg dat dit 15de vervolgdeel mogelijks de laatste aflevering is die in gedrukte vorm aangeboden wordt. Dat al het tot op heden gecollecteerd bibliografisch materiaal in de vorm van een boek zal gepubliceerd worden, wordt niet uitgesloten, maar zeker is dat de digitale versie van deze bibliografie in de mate van het mogelijke verder zal aangepast en aangevuld worden door ons (de auteur) en de uitgever (VIAT / MIAT).

Ik wens in ieder geval van harte Gerda Verheeke te danken voor de eindredactie en aantrekkelijke lay-out k van de vijftien bibliografische afleveringen. De verzorgde grafische vorm hielp/helpt de leesbaarheid en vergroot de bruikbaarheid. Een aantal van deze afleveringen werden ook geïllustreerd met historische en actuele foto’s, geselecteerd door de goede zorgen van Guido Deseijn, waarvoor eveneens mijn welgemeende dank.

Een bibliografisch overzicht als dit is vanzelfsprekend nooit volledig afgewerkt noch ‘perfect’! Onder meer op het gebied van de licentieverhandelingen, doctorale (en andere) verhandelingen en dissertaties, dient de huidige stand van deze bibliografie nog aangevuld te worden. We zijn er ons ook van bewust dat onderbrenging van referenties in bepaalde rubrieken is in sommige gevallen voor discussie vatbaar is. Hetzelfde geldt voor het aantal rubrieken en het beperkte aantal vermeldingen van rubrieken bij elke referentie en het aantal trefwoorden per referentie. Hier geldt dus het gezegde “Rome is niet op één dag gebouwd ”! Maar hoe dan ook biedt de huidige staat van de bibliografie een goede basis voor allerhande opzoekingen, zowel voor de deskundige als de geïnteresseerde ‘leek’.

We blijven herhalen dat alle suggesties, opmerkingen, eventuele aanvullingen enzovoort welkom zijn. U kan uw reacties en suggesties doorgeven aan de uitgever (VIAT) of rechtstreeks aan de auteur (emailadres = paiviaene@hotmail.com). Wij hopen dat deze bibliografie nuttig zal blijven zijn voor jullie zoektocht naar industrieel archeologische publicaties en erfgoedliteratuur.  

 

Drieëntwintig jaar TIC

Of wat u zoal in het tijdschrift kon lezen

 

TIC.jpg (143564 bytes)

Gerda Verheeke

Sinds eind 1983 verzorg ik de tekstverwerking,  lay-out en presentatie van het Tijdschrift voor Geschiedenis van Techniek en Industriële Cultuur, later het Tijdschrift voor Industriële Cultuur of TIC, contactbladen en diverse brochures  uitgegeven door voornoemde vzw, naast diverse begeleidende tekstboeken en catalogi van de tentoonstellingen in het MIAT. 

Maar eens komt aan alles een eind.

Guido Deseijn, van bij het prille begin voor inhoud en iconografisch materiaal van TIC instond, begon op 1 maart aan een welverdiend pensioen.

Ook ik vertrek op 1 september dus zal het onderhavig tijdschrift vanaf 2007 voortaan door anderen (en hopelijk béteren?) worden verzorgd.

Dit leek me het geschikte ogenblik om eens achterom te kijken naar wat er al die jaren lang zoal aan onderwerpen in het tijdschrift verscheen. Ook handig om het bij de hand te hebben bij eventueel opzoekingwerk!

 

TIC 

deel 95

nummer 3 2006

cahier 39

 

map95.jpg (114800 bytes)

Industrialisatie op leven en dood

In Memoriam
90 jaar na de eerste tankslag

speelgoed1.jpg (66508 bytes)

samengesteld door Guido Deseijn

speelgoed22-copy.jpg (84677 bytes)
speelgoed5.jpg (100232 bytes)
tankskleur21.jpg (168890 bytes)

Ten geleide

 

Iedereen is het er tegenwoordig over eens dat de aanleiding van de eerste wereldoorlog niét de schoten op 28 juni 1914 in de Bosnische hoofdstad Sarajevo waren waarbij de Oostenrijkse aartshertog Franz Ferdinand het leven liet, noch de verdere gebeurtenissen in de Balkan.

De grieven lagen véél eerder en dieper, en waren van economische, eerder dan van politieke aard. Wél waren de militaire bondgenootschappen tussen de verschillende Europese grootmachten van die aard, dat er geen weg meer terug was eens de machine in beweging. Vermoedelijk had elke andere aanleiding de gebeurtenissen evengoed ten spits gedreven: de grote mogendheden hadden enkel een alibi nodig. Diplomatiek overleg behoorde destijds tot de onmogelijkheden dank zij “…de frivole oorlogszuchtigheid van seniele keizerrijken”, om de Amerikaanse historica Barbara Tuchman te citeren (*). 

De oorzaak lag véél vroeger, in de aard en de evolutie van de Industriële Revolutie. De "Groote Oorlog", de "War to end all wars" of  "Der Moderner Materiaalschlacht" was de eerste volledig geïndustrialiseerde oorlog waarbij de geïndustrialiseerde landen trachtten alle beschikbare financiële, materiële en menselijke reserves in te zetten. 

 

(*) Barbara Tuchman (1912-1989) Amerikaans historica, auteur van het bekende De waanzinnige veertiende eeuw,  twee maal winnares van de Purlitzerprijs - haar voornaamste werken over de Eerste Wereldoorlog: De trotse toren  (over de jaren die aan de Eerste Wereldoorlog zijn vooraf gegaan 1890-1914), De kanonnen van Augustus (over de aanloop en de eerste maand van de Eerste Wereldoorlog), Het Zimmermann-telegram (over de wijze waarop de Amerikanen betrokken zijn geraakt bij de Eerste Wereldoorlog)

tankskleur4.jpg (155119 bytes)

 

TIC 

deel 94

nummer 2 2006

cahier 38

 

map94web.jpg (105082 bytes)

Textiel in de 

Gentse Waterwijk 

(1688 - 1769)

 

Op zoek naar de roots van het MIAT

Luc Devriese

Samenvatting

luchtfotoweb.jpg (104585 bytes)

 

 

 

 

 

kaft94web.jpg (107559 bytes)

 

 

 

MIATtwijnmolenweb.jpg (81609 bytes)

 

 

 

 

 

montagebijlageweb.jpg (49702 bytes)

 

montagegevelsweb.jpg (77115 bytes)

In de late 17de- en in de 18de eeuw (1688 - 1769) was de bedrijvigheid in de textielsector allesoverheersend

in de Waterwijk, de kleine Gentse buurt ten noorden van de Vrijdagmarkt, waar nu het Museum voor Industriële Archeologie en Textiel (MIAT) gevestigd is. Die Vrijdagmarkt vormde trouwens het kloppende hart van de bloeiende Vlaamse internationale lijnwaadhandel. Minder grootschalig en rijk uitgedost, maar wellicht even essentieel, was de garenmarkt gehouden op het

huidige Edward Anseeleplein gelegen tussen de Vrijdagmarkt en de Waterwijk.

 

De grootste bedrijvenconcentratie was te vinden in de zone tussen de Oudevest en de Minnemeers waar zich ondernemers-kooplieden vestigen, producenten van gemengde stoffen. Het was zeker geen luxe-industrie. De meeste geproduceerde stoffen behoorden tot de goedkope categorie.

Desondanks vormden gemengde stoffen samengesteld uit meestal vlas en wol het succesnummer van de 18de-eeuwse textiel. Het was in deze sector dat de katoenvezel aan zijn opmars begon. De polyvalente vaklui die deze weefsels aanmaakten, noemden zichzelf tierentijn- of legatuurwerkers.

Er is was geen sprake van enig consistent onderscheid tussen de legatuur- en de tierentijnbedrijven. Het meest opvallende aan de productie was de aanzienlijke variatie. Aangenomen mag worden dat de openheid van de 17de- en 18de-eeuwse Gentse producenten van gemengde stoffen voor zeer diverse en alsmaar veranderende producten, mee aan de basis lag van de succesvolle revolutie in de Gentse textielsector aan het begin van de 19de eeuw.

De ondernemers hadden met elkaar gemeen dat ze bijna de hele productieketen beheersten, inbegrepen het verven en, last but not least, de verkoop. Ze stelden vrij grote groepen spinners, spoelers en wevers aan het werk. Sommigen onder hen verwierven aanzienlijke rijkdom, maar hun fortuin bleef meest geïnvesteerd in de bedrijfsgoederen. De waarde van de grondstoffen, halfproducten (garens) en stoffen op de bedrijven was aanzienlijk. Daarmee vergeleken vertegenwoordigde de uitrusting nauwelijks iets. Daarnaast waren er ook gespecialiseerde weefsel- en garenververs aan het werk. Uitgesproken specialisatie was er in de rijgkoorden-, linten-, hoeden en mutsenproductie. Van elk van deze specialismen werden voorbeelden geïllustreerd verspreid over de wijk.

 

In geldwaarde en verdiensten uitgedrukt was de handel in kanten, kantgarens en lijnwaad echter veruit het belangrijkste segment van de hele textielsector. Opvallende spelers daarin waren de ‘geestelijke dochters’, ongehuwde vrouwen. Zij waren vooral actief in de binnenlandse kant- en kantgarenhandel. Aan de Krommewal was een ‘kantklospensionaat’ of kantwerkschool met tientallen inwonende kinderen gevestigd. De relatief grootscheepse uitvoer van lijnwaad en kant, in de eerste plaats naar Spanje, zorgde voor aanzienlijke welstand bij de handelaars. Vooral de meestal erg onderschatte betekenis van kant komt hier duidelijk tot uiting. Werkelijk zeer rijke internationale handelaars woonden aan de Krommewal en in de Sint-Katelijnestraat. Heel wat minder begoed waren de talrijke oudkleerkopers geconcentreerd in de Gelukstraat.

Onder hun neus leefden en werkten arme mensen. Niet zonder moeite konden enkele gegevens uit de duisternis gehaald worden over deze laatste categorie.

 

Alles samen vormde dit een rijk geschakeerd wereldje dat in deze bijdrage zo goed mogelijk voor de geest geroepen wordt mede aan de hand van elementen uit de leefcultuur. In deze context valt speciaal de nadruk op de kledij, waarbij de 18de eeuw eventjes ‘in haar hemd’ gezet wordt.

 

Daarnaast worden de mensen met hun bedrijven en bedrijfjes gelokaliseerd in de huidige straten.

Hun woonsituatie wordt met bouwtekeningen, oude en actuele foto’s geïllustreerd. Het straatbeeld in de wijk draagt hier en daar nog opvallende sporen van al dat 17de- en 18de-eeuwse textielgeweld.

Meest opvallend daarbij is het prestigieuze huis De Pelikaan in de Sint-Katelijnestraat dat zijn ontstaan evenzeerdankt aan talloze nauwelijks vergoede, spinners, wevers en vooral kantwerksters als aan de succesvolle handelaar en financier, bouwer van dit huis. Zonder overdrijven mag gesteld worden dat dit gebouw en een groot deel van die straat nog steeds de stempel draagt van deze handel.

 

TIC 

deel 93

nummer 1 2006

cahier 37

 

 

map93.jpg (133328 bytes)

Cotton is (still) King…

Katoen is (meer dan ooit) Koning…

Jean De Bosschere

2011.jpg (87023 bytes)

De witte draad in het weefsel der geschiedenis

2cottonboat.jpg (140586 bytes)

2CottonFieldmuziekwitzwart.jpg (159134 bytes)

2halfportiekkranen.jpg (94792 bytes)

2hoofdkantoor.jpg (143430 bytes)

2kaart6.jpg (142177 bytes)

2labo.jpg (113284 bytes)

 

Hebben wij eigenlijk ooit al eens stilgestaan bij de vraag: maar waar ligt nu eigenlijk de oorsprong van mijn katoenen onderlijfje, mijn onderbroek,mijn hemd, mijn T-shirt, mijn jeans… nu ja, om kort te gaan ‘onze kledij’?

 

Enige uitleg zal misschien enkele mysteries daaromtrent ontsluieren.Want van het veld tot aan de poorten van de spinnerij wordt een lange weg afgelegd, vooraleer zelfs maar een begin kan gemaakt worden met de vervaardiging van onze ‘lingerie’.

Indien geïnteresseerd, dan kan volgende bijdrage, waarde lezers en lezeressen,enige klaarheid verschaffen.

 

Van bij het begin van zijn ontstaan heeft de mens steeds inspanningengedaan om zich te kleden, om zich aldus te beschermen tegen de soms agressieve natuurelementen: wind, regen, koude, zon, hitte, enz.

Zowel de vraag naar kleding als die van voeding stonden steeds in het brandpunt van de menselijke economische bedrijvigheid. Haren en huiden van dieren, wol en vlas dienden als stof voor de vervaardiging van de eerste weefsels.

In het begin primeerde het functionele van de kledij. Echter, steeds meer begon ook de ‘menselijke ijdelheid’ een rol te spelen. Vandaar de mode-(trends) … we zouden geen mensen zijn als we niet iets anders dan het gangbare zouden wensen.

 

Het doel van deze bijdrage is om jullie te laten kennismaken met iets dat in de loop van ons leven een der natuurlijkste zaken ter wereld schijnt te zijn, maar dat, bij nadere beschouwing, een hele weg blijkt af te leggen vooraleer het als een onderdeel van onze kledij gaat deel uitmaken, namelijk het reeds eerder genoemde hemd, onderhemd, broekje, zomerjurk(je), en dies meer.

 

Dit alles vervaardigd van ...

KATOEN

 

 

kaft93bis.jpg (53011 bytes)

Den Bleu - een begrip (niet alleen) in het Gentse

De NV Bleu d’Outremer. 

Deel twee.

Roland Baudu

afbraak2.jpg (86859 bytes)

blancfixe.jpg (157057 bytes)

BOM3.jpg (110407 bytes)

machinekamer1.jpg (114707 bytes)

stakers.jpg (114337 bytes)

vignetarabisch.jpg (166844 bytes)

 

Als er één reden is om tot de publicatie van een tweede deel over te gaan, is het wel de complexiteit der omstandigheden waardoor deze chemische fabriek op het grondgebied van Sint-Amandsberg van de kaart werd geveegd, aan het licht gekomen via de talrijke interviews die de auteur van oud werkgevers en -nemers heeft afgenomen: een mooie proeve van Oral History en bedrijfsgeschiedenis over een toch niet onbelangrijke Gentse

firma…

 

Bijgevolg wordt in volgorde eerst nog aandacht besteed aan drie afdelingen

die een belangrijke schakel waren in dit bedrijf: de drukkerij, de verpakkingseenheid, de smidse.

 

Daarna vindt u een verhandeling over: een commerciële evolutie, de balans van het bedrijf in het jaar 1967, een overzicht van de inventaris, het klantenbestand en de gegadigde leveranciers.

 

Ook wordt het bestaan van sociale voordelen even belicht, met een blik op de ernaast gelegen riante villa, gebouwd in opdracht van de stichter van de fabriek.

 

In het deel dat handelt over de teloorgang van Bleu d’Outremer, vindt u achtereenvolgens relaasposten over: de woelige jaren, de media over de zwanenzang, een meesterlijke zet, de finaliteit.

 

Uittreksels uit een archief van krantenknipsels geeft een kijk op de evolutie in de eindfase, gestaafd via inzage ervan door de laatste directeur : een exclusieve brief, het besluit van de burgemeester, de rol van de vakbonden, Belgische toestanden, overmacht, beheer, afslanking, de beurs, een

klein bedrijf in wording, de rechtbank, het faillissement, de gerealiseerde tegemoetkomingen, een laatste toelichting door Elien Crombeen, en laatste bedenkingen.

 

Het eindblad vermeldt de verschillende directieleden met hun functie.

Er wordt besloten met een dankwoord aan alle medewerkenden, een eindwoord en een poëtisch gevormd ‘ in memoriam’ door de auteur…

 

(voor deel 1: zie TIC deel 89 1ste trimester 2005 Cahier 33 pp. 1 tot 33)

TIC, Tijdschrift voor Industriële Cultuur, deel 93 

nummer 1-  2006,  Cahier 37 in kleurenmap

Rijk geïllustreerd!

 

 

giftic.gif (10244 bytes)

 

We danken hierbij heel speciaal nog eens onze sponsor, 

NV Geers Offset NV, zonder wiens steun deze fraaie uitgave niet mogelijk was geweest.

 

Nieuwsgierig?

Binnenkort in UW brievenbus!  

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan viat2@skynet.be.
Laatst bijgewerkt: 31 juli 2006