1903:
De Tour de France gaat op 1 juli om 15.16 uur van start
vanuit café Reveil-Matin te Montgeron, nabij Parijs; rond 9 uur de
volgende ochtend komt Maurice Garin na 467 km als winnaar in Lyon aan.
Tourorganisator Géo Lefèvre reist met de nachttrein van Parijs naar Lyon,
maar komt te laat om de binnenkomst van Garin mee te maken.
De nummer drie in Lyon, Léon Georget, rijdt de gehele etappe op rode wijn
en biscuits.
Hippolyte Auccouturier, winnaar van twee etappes, wordt uit de strijd
genomen wegens stayeren achter auto’s.
Boze supporters van Aucouturier bedreigen Garin, die ontsnapt door zijn
identiteit te verhullen.
Garin wint de Tour met een voorsprong van 3 uur op runner-up Lucien
Pothier; zijn voorsprong op de nummer 21 en laatste Arsène Millocheau
bedraagt bijna 65 uur.
1904:
Supporters van Fauré mishandelen Garin en Pothier tijdens de
tweede etappe Lyon-Marseille, waarna de gewonde Garin gedurende 300 km nog
slechts met één arm kon sturen.
Het aantal volgauto’s van de organisatie is ten opzichte van 1903
verdubbeld: twee
De supporters van de gediskwalificeerde Payan werpen wegblokkades op en
bedreigen de andere renners.
Directeur Desgrange kondigt het einde van de Tour aan, die ‘te gronde is
gericht door zijn eigen succes’.
Winnaar Garin en de nummers twee tot en met vier uit het eindklassement,
worden naderhand gediskwalificeerd, als bewezen wordt geacht dat ze delen
van het parcours per trein hebben afgelegd; ironisch genoeg wint Fauré
alsnog de tweede etappe.
De nieuwe nummer één in het algemeen klassement Henri Cornet is de
jongst Tourwinnaar aller tijden: 20 jaar.
1905:
Wegens de vele supportersrellen en gevallen van sabotage
[tijdens de eerste etappewerden kilo’s kopspijkers en andere
scherpe voorwerpen op de weg gestrooid] worden diverse aankomstplaatsen
tot het laatste moment geheim gehouden.
Het aantal etappes is uitgebreid tot elf.
Introductie van de ‘gelode fietsen’; er wordt een apart klassement
opgemaakt van renners die de hele Tour op de zelfde fiets rijden.
Om de invloed van materiaalpech te verkleinen wordt de uitslag door een
puntenklassement bepaald.
René Pottier blijft als enige op de fiets op de hoogste berg uit de Tour
tot dat moment, de Ballon d’Alsace [vogezen]; één dag later moet hij
uitgeput de strijd staken.
Bloemkwekerszoon Louis Trousselier heeft voor zijn deelname aan de Tour
van het leger één dag verlog gekregen; na zijn etappezege wordt het
verlof voor ‘le fleuriste’ verlengd om de Tour te winnen.
1906:
In de etappe Grenoble-Nice stopt Pottier halverwege bij een
café en drinkt een fles wijn leeg; vervolgens wint hij alsnog de etappe.
Het peloton veroorzaakt tijdens de etappe Nants-Brest bij de doorkomst in
Quimperlé, waar en markt gehouden wordt.
Slechts 14 renners halenParijs.
De ploeg Peugeot is super en wint 12 van de 13 etappes; de eerste vier uit
het eindklassement zijn lid van de ploeg, onder wie Tourwinnaar René
Pottier, tevens nummer één in vijf etappes.
Pottier rijdt in totaal 650 km solo aan kop.
Een half jaar na de Tour, op 25 januari 1907, pleegt Pottier zelfmoord uit
lifdesverdriet; hij drapeert zijn wielermedailles om zich heen en hangt
zich op.
1907:
De schatrijke baron Henri Pépin de Gontaud, voor de tweede keer
deelnemer aan de Tour, huurt de diensten van twee beroepsrenners in die
vooruit moeten rijden en in restaurants maaltijden voor hem laten
klaarzetten.
De éérste etappe is Parijs-Roubaix [met 272 km één van de korste
etappes uit de Ronde].
Emile Georget komt in zijn vijfde Tour tot bloei met zes etappezeges.
In de tiende etappe, Bayonne-Bordeaux, gaat de door materiaalpech
getroffen Georget, [die dan al vijf etappes gewonnen heeft en leider in
het algemeen klassement is] in strijd met de reglementen verder op de
fiets van zijn ploegmakker Privat en wordt gedeklasseerd.
Deze straf gaat de Alcyon-ploeg van Trousselier niet ver genoeg [zij
vinden dat Georget uit de Tour moet worden gezet]; uit protest verlaat de
hele ploeg de Ronde.
De in Argentinië opgegroeide voormalige liftboy Lucien Mazan wint de
Ronde op een ‘gelode fiets’; Georget eindigt als derde.
1908:
Trousselier breekt zijn fiets in de eerste etappe en verlaat opnieuw de
Tour; een deel van de Alcyon-ploeg volgt hem.
Voor het eerst nemen meer dan honderd renners deel (110).
Petit-Breton behaalt ditmaal met vijf etappezeges een overtuigende
Tourzege,ondanks geruchten over dopinggebruik.
François Faber en Georges Passerieu zorgen met respectievelijk vier en
drie etappezeges voor serieuze concurentie.
Petit-Breton is tevens de eerste winnaar van een bergklassement.
Luigi Ganna, een jaar later de éérste winnaar van de Ronde van Italië,
eindigt als vijfde.
1909:
In de etappe Bordeaux-Bayonne brengt Georges Fleury, na door een hond
ten val te zijn gebracht,vier uur in een smederij door om zijn fiets te
repareren; hij beëindigt de Tour toch nog als twaalfde.
De Luxemburger Fra,nçois Faber wint als eerste buitenlander de Tour.
Zijn overmacht is enorm: zes etappezeges waaronder de tweede tot en met de
zesde.
Dank zij zijn longinhoud van 6 liter krijgt Faber, de ‘reus van Colombes’
, ook zijn 91 kg zware lichaam over de bergen.
Fabers halfbroer Ernest Paul [die de zevende etappe wint en de zesde
plaats in het eindklassement behaalt] wordt de eerste winnaar onde de
zogenoemde ‘ individuelen’, renners die niet bij een merken- of
landenploeg zijn aangesloten en geen enkele hulp van derden mogen
aannemen.
In de laatste etappe, gewonnen door Jean Alavoine, legt diens broer Henri
vanwege materiaalpech 10 km te voet af.
1910:
De eerste dode valt in de Tour, zij het niet in een etappe:
tijdens een zwempartij na de etappe Grenoble-Nice overlijdt de Franse
individueel Adolphe Hélière.
De nauwelijks begaanbare bergpaadjes van de Pyreneeën doen hun intrede in
de Ronde; Tourdirecteur Desgrange wordt door de renners uitgemaakt voor
‘midadiger’.
Octave Lapize legt hier de basis voor zijn zege in de enige Tour die hij
uitrijdt; hij blijft Faber nipt voor.
Door zijn ervaring bij het veldrijden wisselt ‘le Frisé’ [zo genoemd
wegens zijn verzorgde haardos] fietsen en lopen efficiënt af; hoewel
Garrigou de gehele klim van de Tourmalet op de fiets blijft, is Lapize als
eerste boven.
Lapizes gemiddelde snelheid over de hele Tour is meer dan 29 km per uur,
de hoogste van alle Tourwinnaars vóór de Eerste Wereldoorlog.
De Belgische individueel Wiringer breekt een wiel op de Col de Porte en
daalt in de nachtelijke duisternis te voet af naar Grenoble (17 km).[top]
1911:
Petit-Breton botst in de eindsprint van de eerste etappe in
Duinkerken tegen een overstekende matroos op; met een knieblessure
moet hij de strijd staken.
Enkele renners [onder wie oud-Tourwinnaars Cornet en Petit-Breton]
rijden op fietsen, waarmee van versnelling gewisseld kan worden.
Bij het nuttigen van een vismaaltijd in Marseille met zijn halfbroer
François Faber, loopt Ernest Paul een ernstige voedselvergiftiging
op; na door de artsen al te zijn opgegeven, herstelt Paul in de loop
van de nacht en staat de volgende etappe weer aan het vertrek ^hij
eindigt de Tour op de achtste plaats].
Frans kampioen Paul Deboc heeft al twee etappes gewonnen en lijkt
een serieuze bedreiging voor
klassementsleider Gustave Garrigou, als hij in de Pyreneeën drank
van een onbekende aanneemt en doodziek wordt; hij loopt grote
achterstand op [maar zal de Tour toch nog als tweede
beëindigen].
Bij het doortrekken van Dubocs woonplaats Rouen moet Garrigou in
vermomming uit de stad geloodst worden om Dubocs supporters te
ontlopen; deze vermoeden kwade opzet van Garrigous ploeg Alcyon bij
de vergiftiging van Duboc.
Na eerder twee twede plaatsen te hebben behaald, wint Garrigou in
diest van Alcyon uiteindelijk de Tour.
1912
:
De Fransman Charles Crupelandt, winnaar van de eerste etappe,
rookt vijf sigaretten per dag.
De fietsen met meerdere versnellingen zijn nu wijdverbreid in het
peloton;Tourdirecteur Desgrange vreest dat hierdoor de koers te
gemakkelijk wordt.
Degrange krijgt hulp van de weergoden: kou en regen teisteren het
peloton zodanig dat minder dan eenderde van de renners Parijs haalt.
De op het laatste moment onder Belgische druk tot de Tour toegelaten
Odile Defrye blijkt sterker dan zijn kopman bij Alcyon, Garrigou;
ondanks de nodige tegenslag [in de afdaling van de Col d’Aravis
valt hij over een hond] wint hij als eerste Belg de Tour.
Felle tegenstand is er van de
Franse klimmer Eugène Christophe, die de derde tot en met de vijfde
etappe wint en tweede wordt in Parijs.
De Belgische renners, ook die uit andere ploegen, steken Defraye
massaal de helpende hand toe; uit protest tegen het Belgische pact
verlaat de gehele La Française-ploeg de Tour.
1913:
Tijdens de derde etappe stapt Lapize af en bestelt in een café een maaltijd met
wijn, uit protest tegen de ontberingen en het bescheiden prijzengeld
in de Tour.
Het klassement wordt niet langer in punten opgemaakt; men keert
terug naar de tijdmeting.
Voor het eerst draait het parcours van de Tour tegen de klok in.
In de etappe Bayonne-Lucon komt Eugène Christophe
met grote voorsprong door op de Col du Tourmalet, maar breekt
in de afdaling zijn voorvork; hij daalt te voet af naar het plaatsje
Sainte-Marie-de-Campan, waar de koerscommissarissen er nauwlettend
op toe zien dat hij zonder hulp van anderen in de plaatselijke
smidse zelf zijn fiets repareert.
De Belg Philippe Thys wint de etappe en vervolgens ook de Tour,
ondanks een zware val in de voorlaatste etappe waarbij hij korte
tijd bewusteloos raakt.
Thys’ landgenoot Marcel Buysse wint zes etappes, maar blijft in
het eindklassement op de derde plaats steken,ondermeer doordat hij
zijn stuur breekt in de etappe Aix-en-Provence – Nice.
1914:
De renners dragen fluitjes om [met name in de afdalingen]
automobilisten te kunnen waarschuwen.
Oud-Tourwinnaar Faber krijgt na de etappe Marseille-Nice in totaal
anderhalf uur straftijd omdat hij zich bergop heeft laten duwen en
omdat hij een fles drank heeft aangenomen van een motorrijder.
Thys wint net zoals in 1913 de Tour met slechts één etappezege;
hij heeft nog geen twee minuten voorsprong op Fransman Henri
Pélissier; mede omdat Desgrnge de spanning erinhoudt door Thys op
dubieuze gronden een half uur straftijd te geven.
Wel rijdt hij als eerste renner sinds Garin in 1903 van de eerste
tot en met de laatste dag aan de leiding [zij het dat hij in de
tweede tot en met de vijfde etappe de leiding deelt met zijn
landgenootJean Rossius].
Rode-lantaarn drager Henri Leclerc, de man die de Tour als 54e
en laatste beëindigt, heeft een achterstand van ruim 99 uur.
Een paar dagen na afloop van de Tour breekt de Eerste Wereldoorlog
uit.
1919:
Op verzoek van de journalisten krijgt de leider in het klassement
een herkenbare trui [Desgrange kiest voor de kleur geel, omdat zijn
krant l’Auto op die kleur papier gedrukt wordt]; in de etappe
Grenoble-Genève wordt Eugène Christophe de eerste geletruidrager
in de geschiedenis.
De 69 deelnemers aan de eerste naoorlogse Tour hebben zwaar te
lijden van ondermaats materiaal en kapotgeschoten wegen; slechts 27
rennershalen de finish van de eerste etappe Parijs-Le Havre.
De vijfde etappe Les Sables d’Olonnes-Bayonne is met 482 km de
langste uit de Tourhistorie ooit; de etappe zal tot en met 1924 deel
uitmaken van het tourparcours.
De Belg Louis Verstraeten wordt uit de Tour gezet omdat hij zich
door een motor heeft laten trekken.
In de voorlaatste etappe Metz-Duinkerken slaat voor Christophe het
noodlot toe: In Valenciennes breekt opnieuw zijn voorvork, waardoor
de Belg Firmin Lambot de Tour kan winnen.
Slechts 11 renners halen Parijs, het laagste aantal uit de
Tourhistorie; achteraf wordt ook Duboc nog wegens het aannemen van
hulp bij het uitvoeren van een reparatie uit het klassement genomen.
1920:
In de etappe Aix-en-Provence – Nice vergist een naar men zegt
wegens dopinggebruik verwarde Louis Mottiat zich in het parcours;
hij verlaat de Tour.
In de tweede en derde etappe rijden vijf man in de gele trui; zij
staan ex aequo aan de leiding.
Philippe Thys wint zijn derde Tour en neemt wraak op de criticasters
na zijnzwakke Ronde van 1919 [waarin hij uitviel]; Desgrange had hem
een ‘decadente burger’ genoemd.
De Belgen bezettende eerste zeven plaatsen in het eindklassement;
Honoré Barthélèmy [die zwaar is gevallen i de afdaling van de
Galibier] is de eerste Fransman op vijfeneenhalf uur van Thys.
Met Hector [tweede] en Louis Heusghem [zesde] eindigen twee broers
in de top van het klassement; ze winnen beide ook een etappe.
De ploeg van La Sportive, een consortium van een aantaal
rijwielmerken, bezet de eerste elf plaatsen in het klassement en
wint alle etappes.[top]
1921:
Scieur en Lambot maken ‘s nachts gebruik van elektrische lampen bij het uitvoeren
van reparaties aan hun fietsen.
Voor het eerst worden de nummers van de renners op kaderplaatjes aan hun
fietsen bevestigd.
Lucien Pothier, de nummer twee in de allereerste Tour,eindigt inzijn
laatste Ronde als 32e.
Tijdens de etappe Genève-Straatsburg worden drieontsnapte renners; Scieur,
Heusghem en Barthélèmy, in de laatste kilometers voor de finish zwaar
gehinderd door zo’n vijftig auto’s met geestdriftige supporters.
Léon Scieur profiteert van de minder vorm van de favorieten ald Thys en
Lambot en wint de Tour.
In de voorlaatste etappe Metz-Duinkerken rijdt Scieur, die wegens
spaakbreuk een wiel heeft verwisseld maar aan de jury moet kunnen aantonen
dat de vervanging noodzakelijk was, zo’n 300 km met het kapotte wiel op
zijn rug; de lidtekens van de bloedende wonde houdt hij zijn hele leven.
1922:
Lambot valt tijdens de Tour zeven kilo af.
Voor het eerst trekt de Tour over de Col d’Izoard en de Col
de Vars.
In de afdaling van de Galibier breekt de aan de leiding
rijdende Eugène Christophe, die al drie dagen de gele trui gedragen
heeft, net als in 1913 en 1914zijn voorvork; hij rijdt op een geleende
herenfiets over de Col du Télégraphe, maar is kansloos voor de eindzege.
Klassementsleider
Jean Alavoine verliest de gele trui door een groot aantal lekke banden in
de etappe Genève - Straatsburg.
In de zelfde etappe neemt Hecyor Heusghem de leiding over, nadat
hij – na zijn fiets beschadigd te hebben – met toestemming van een
koerscommissaris de etappe op een vervangende fiets heeft voltooid; later
krijgt hij alsnog een uur straftijd.Firmin
Lambot krijgt zijn tweede Tourzege in de schoot geworpen en wordt de
eerste Tourwinnaar zonder etappezege; met zijn36 jaar is hij de oudste
Tourwinnaar uit de geschiedenis.
1923:
Francis Pélissier, Ploeggenoot van zijn broer en Tourfavoriet Henri,
raakt in de tweede etappe Le Havre-Cherbourg zwaar geblesseerd aan zijn
knie maar rijdt door om zijn broer te ondersteunen.
Jean Alavoine, al drie maal op het podium in de Tour, wint op 35 jarige
leeftijd opnieuw drie etappes, maar wordt uitgeschakeld door een val in de
afdaling van de Izoard.
Henri Pélissier wint de Tour als eerste Fransman sinds Garrigou (1911).
De volgers en ploegleiders worden van het parcours geweerd.
De debuterende Italiaan Ottavio Bottecchia, ploeggenoot van Pélissier,
ontpopt zich tot voornaamste rivaal van zijn kopman;hij wint een etappe,
rijdt zes dagen in het geel en beëindigt de Tour als tweede.
1924:
Bij de start in Parijs wekt Tourdirecteur Desgrange de irritatie van
Henri Pélissier door zijn fiets minutieus te laten inspecteren.
Etappewinnaars krijgen drie minuten bonificatie.
Als Pélissier voor de start van de derde etappe Cherbourg-Brest door een
koerscommissaris onder zijn trui betast wordt [de renners mochten slechts
één trui dragen]; stapt hij met zijn broer en ploeggenoot Mairice Ville
uit de Ronde; in een café in Coutances doen de drie aan journalist Albert
Londres hun beklag over het
gebrek aan respect van de tourorganisatie voor de renners, de ´de
dwangarbeiders van de weg ´.
De actie van de gebroeders Pélissier vindt in Frankrijk zoveel weerklank,
dat inhet vervolg van de Ronde de commissarissen verschillende malen
bedreigd worden.
Bottecchia wint vier etappes en rijdt van de eerste tot en met de laatste
dag in het geel; hij wint als eerste Italiaan de Tour.
Vanwege zijn linkse ideeën wordt het in die dagen overwegend fascistische
Italië lauw op zijn overwinning gereageerd.
1925:
De eeuwige pechvogel Eugène Christophe, inmiddels 40, blijft definitief
zonder Tourzege; hij eindigt zijn laatste Tour als achttiende.
De sluiting van de tijdcontrole wordt vastgesteld op de winnende tijd,
vermeerderd met 20 procent.
In de eerste etappe Parijs-Le Haver vallen 19 renners uit.
De jonge Belg Alin Benoit wint een etappe en draagt vijf dagen de gele
trui.
Nadat de Luxemburger Nicolas Frantz i Mulhouse zijn vierde etappe heeft
gewonnen, vertrekken de volgende dag drie treinen
vol Luxemburgse supporters naar Metz voor de aankomst van de etappe
Mulhouse-Metz.
Bottecchia is met vier etappezeges opnieuw oppermachtig en wint de Tour
met bijna een uur voorsprong op zijn ploeggenoot Lucien Buysse.
1926:
Met een totale lengte van 5745 km is dit de langste Tour uit de
geschiedenis.
Voor het eerst is de start niet in Parijs; op 20 juni om 2 uur ’s nachts
gaat de Tour van start voor het casino van Evian.
Twee politieagenten, Gelot en Bontoux, doen als individuelen mee aan de
Tour.
Bottecchia valt uit; een jaar later komt hij tijdens een trainingsrit
onder mysterieuze omstandigheden om het leven.
Lucien Buysse wint de Tour in de apocalyptische
etappe Bayonne-Luchon (326 km), waar hij met een solovlucht van
150km door de Pyreneeën klassementsleider Van Slembrouck op anderhalf uur
rijdt.
Vanuit aankomstplaats Lucon worden ‘s avonds auto’s uitgestuurd
om de nog niet gearriveerde renners op te sporen; velen schuilen in
berghutten en spelonken voor het onweer en de kou.
1927:
Bij het nachtelijk vertrek van de etappe Bayonne-Lucon ontsnapt Michele
gordini ongezien; het peloton merkt de ontsnapping pas als Gordini een uur
voorligt, maar een defect versnellingsapparaat staat een zege van de
Italiaan in de weg.
Het aantal etappes wordt uitgebreid tot 24.
Voor het eerst verschijnt een reclamewagen op het parcours, zij het achter
de koers, pas in 1930 zullen reclamevehikels voor de renners uit gaan
rijden.
Francis Pélissier keert terug in de Tour, wint de eerste etappe en draagt
vijf dagen de gele trui; dan wordt hij ziek en moet de Tour verlaten.
Diverse gediskwalificeerde renners volgen blijven de Tour per trein volgen
en halen geld op bij de toeschouwers.
Nicolas Frantz wint zijn vierde Tour met overmacht; tot grote vreugde van
zijn supporters wint hij in Metz, vlakbij zijn thuisland, zijn derde
etappe.
1928:
In de etappe Metz-Charleville breekt Nicholas Frantz zijn frame en
rijdt de laatste 100 km op een geleende meisjesfiets; hij verliest 28
minuten maar behoudt de gele trui.
Jules Deloffre, bekend om zijn acrobatische capriolen op de fiets, valt in
zijn vijftiende tour uit door een van.
In Nice worden de renners begeleid door talrijke muziekkorpsen.
Pech voor het Franse talent André Leducq [die als tweede in de Tour zal
eindigen] in de etappe Nice-Grenoble: in de afdaling van de Col d’Allos
rijdt hij vier keer lek, waarvan twee keer binnen 50 meter.
De Alcyon-ploeg is oppermachtig en bezet de eerste drie plaatsen in het
eindklassement.
Frantz rijdt van de eerste tot en met de laatste dag in de gele trui.
1929:
Nicolas Frantz danst de charleston na zijn etappezege in Bordeaux, maar
is minder in vorm dan de voorgaande jaren; hij wordt vijfde in het
eindklassement.
Jaques Goddet debuteert in de Tour als journalist voor l’Auto.
André ´Dédé ´Leducq wint vijf etappes, maar ook hij maakt in het
algemeen klassement met een elfde plaats minder indruk.
Charles Pélissier; jongere broer van Henri en Francis, debuteert in de
Ronde, maar lijkt te moeten opgeven als hij in de afdaling van de Aubisque
een wiel breekt; de opgebrande Lucien Buysse staat echter zijn wiel aan
hem af, waardoor ´Charlot´de Tour kan vervolgen [later wint hij nog een
rit].
In het begin van de Pyreneeënetappe Lucon-Perpignan breekt de Franse
geletruidrager Victor Fontan het frame van zijn fiets, waarna hij de
etappe vervolgd op een geleende oude herenfiets; aanvankelijk loopt hij
zelfs iets in op de kopgroep, maar in St. Giron geeft hij op.
De nieuwe leider; de Belg Maurice Dewaele, wordt ’s nachts in Grenoble
doodziek en is de volgende ochtend bewusteloos; nadat de start van de
etappe naar Evian een uur is uitgesteld, klimt Dewaele op de fiets,
voltooid [veelal getrokken en geduwd door zijn ploeggenoten] de bergetappe
van 329 km en wint de Tour.
1930:
Desgrange biedt de Italiaanse campionissimo Alfredo Binda in het geheim
een fors startgeld om aan de Tour mee te doen; Binda wint twee etappes a
en verlaat dan de Ronde om nooit meer terug te keren.
De Tour wordt met
landenploegen in plaats van met merkenploegen gereden; door de economische
crisis als gevolg van de beurskrach op Wall Street zijn de fietsenmerken
niet in staat tot een serieus protest.
De Tourorganisatie neemt zelf
de kosten voor de verzorging en
het materiaal van de renners voor haar rekening; alle coureurs rijden op
merkenloze gele fietsen.
Charles Pélissier [de eerste
renner die in het peloton met witte sokken rijdt] wint acht etappes, tot
op de dag van vandaag een – inmiddels met Merckx en Maertens gedeeld –
record; in de laatste vier etappes blijft Pélissier ongeslagen.
André
Leducq valt twee maal in de afdaling van de Galibier en wil opgeven;
opgestookt en geholpen door zijn ploeggenoten zet hij echter de
achtervolging in, wint de etappe en de Tour.
Een foto van de wanhopige
Leducq op de Galibier inspireert de Duitse kunstenaar Arno Brecker tot het
beeldhouwwerk ´Gewonde krijger´, dat Leducq later vergeefs zal trachten
te kopen.[top]
1931:
l’Auto biedt de fietsen van de renners te koop aan; nog vóór het
eind van de Tour zijn ze allemaal verkocht.
Voortaan mogen renners elkaar helpen bij reparaties; ook mogen ze
spontane hulp van toeschouwers aannemen.
De Fransman Julien Perrain, die zich enkele kilometer door een
vrachtwagen heeft laten voorttrekken, wordt uit de Tour gezet.
De Oostenrijkse individueel Max Bulla wint drie etappes en rijdt een
dag in het geel, maar eindigt uiteindelijk als vijftiende.
In zijn vijfde Tour komt Antonin ´Tonin´ Magne tot volle bloei;
hij pakt de gele trui met een zege in de Pyreneeënetappe Pau-Lucon
en staat deze niet meer af.
Dank zij een formidabele inspanning van zijn ploeggenoot Charles
Pélissier [die zelf vier etappes wint] weerstaat Antonin Mageneen
aanval van zijn voornaamste belager Joseph Demuysere in de
Alpenetappe naar Gap.
1932:
Dankzij de charmes van ´Dédé´ Leducq raken ook veel vrouwen in
de Tour geïnteresseerd.
De eerste die renners in een etappe ontvangen respectievelijk 4, 2
en 1 minuut bonificatie; als de winnaar met minimaal drie minuten
voorsprong aankomt, wordt de bonificatie met drie minuten
vermeerderd.
Met zijn etappezege in Nantes pakt Kurt Stoepel de gele trui; hij
wordt tweede in het eindklassement, de beste prestatie van een
Duitser in de Tour tot dan toe.
In zijn eerste Tour wint de Belgische tweevoudig wereldkampioen
Georges Ronsse één etappe.
In Charleville wordt etappewinnaar Leducq teruggezet
naar de negende plaats in het dagklassement, omdat hij in de
sprint is geduwd door Barthélèmy.
Niettemin behaalt Leducq vijf geldige etappezeges en wint zijn
tweede Tour; zij het dat het tijdsverschil geheel aan bonificaties
te danken is.
1933:
Het startschot in Parijs wordt gegeven door Josephine Baker.
Het bergklassement doet zijn intrede: de Spanjaard Vicente Trueba
wordt de eerste bergkoning.
De Belgische sprinter Jean Aerts wint zes etappes.
Aan de sluiting van de tijdscontrole in de etappe Dign-les-Bains –
Nice volgens de regels zou zijn toegepast, zouden slechts zeven
coureurs in de Tour zijn gebleven; voor de gelegenheid past
Desgrange de regels aan.
Georges Speicher wint
de Tour met geringe voorsprong op de Italianen Guerra Martano; hji
maakt het verschil vooral door zijn sublieme techniek en razende
snelheid in de afdalingen.
De bonificaties zijn verkleind, maar hun invloed is niettemin groot;
zonder bonificaties , dus reële tijd gemeten, zou nummer drie
Giuseppe Martano de Tour hebben gewonnen.
1934:
De organisatie zet in deze Tour tien masseurs en tien mecaniciens
in.
Op de bergen die meetellen voor het bergklassement, zijn nu ook
bonificatieminuten te verdienen.
Speicher wint vijf etappes, waaronder de eerste, maar eindigt in het
algemeeen klassement slechts als elfde.
René Vietto uit Cannes ontpopt zich in zijn eerste Tour tot een
superieure klimmer enwint het bergklassement, maar tot tweemaal tor
moet hij op een cruciaal moment een wiel asstaan aan kansrijker
geachte ploeggenoten; uiteindelijk beëindigt hij de Tour als
vijfde.
Vietto’s kopman Antonin Magne wint de eerste tijdrit in de
Tourhistorie [La Roche-sur-Yon – Nantes, 83 km]/
Voor het eerst ligt de gemiddelde snelheid van de Tourwinnaar [Magne]
met 31,233 km/uur boven de magische grens van 30.
1935:
In de laatste individuele tijdrit Rochefort-La Rochelle breekt
het frame van Maes’ fiets; hij weet de finish te bereiken door met
één hand te sturen enmet de andere de buizen bij elkaar te houden.
De Tour kent drie individuele en drie ploegentijdritten; alle zes
tijdritten worden voorafgegaan door een ochtendetappe in lijn.
Antonin Magne wordt na een zware val op de Col du Télégraphe
gewond afgevoerd op een boerenkar, het enige transportmiddel dat
onmiddellijk beschikbaar is.
De Spanjaard Francisco Cepeda komt ten val in de afdaling van de
Galibier in de etappe Aix-Les-bains – Grenoble; hij loopt een
schedelbasisfractuur op waaraan
hij drie dagen later in het ziekenhuis van Grenoble zal
overlijden.
De verrassende Belg Romain Maes ontpopt zich tot de grote manvan de
Ronde en rijdt de heke Tour in het geel, ondanks een ziekte in de
Pyreneeën en heftige aanvallen van de Italiaan Ambrogio Morelli
^tweede] en zijn ploeggenoot [!] Félicien Vervaecke [derde].
Maes wordt in het Parc des Princes omhelsd door zijn moeder, die
voor het eerst van haar leven naar het buitenland is gereisd.
1936:
In Evian krijgt Middelkamp vijf tonnetjes haring van zijn
supporters, die het Franse eten niet vertrouwen.
Voor het eerst verschijnt een Nederlandse ploeg in de Tour; aan het
vertrek in Parijs staan Albert Gijzen, Theo Middelkamp en de broers
Albert en Toon van Schendel.
Middelkamp, die nog nooit een col heeft gezien, wint in Grenoble de
eerste echte bergrit uit deze Tour.
In de zelfde etappe valt Romain Maes uit wegens ziekte; hij wordt
korte tijd geschorst door de Belgische Wielerbond, die hem verdenkt
van simuleren.
In de etappe naar Pau krijgt Magne [tweede in het algemeen
klassement] vijf minuten straftijd wegens het aannemen van een bidon
van Victor Fontan; nummer drie Félicien Vervaecke krijgt elf
strafminuten, ondermeer omdat zijn echtgenote
voor ravitaillering heeft gezorgd buiten de officiële zones.
Sylveer Maes, naamgenoot maar geen familie van Romain, boekt vier
etappezeges en wint de Tour met overmacht; vanwege zijn slimme
manier van koersen is zijn bijnaam ´Lepe Peer´.
1937:
De veel belovende Italiaanse klimmer Gino Bartali pakt de gele trui
in Grenoble, maar stort een dag later tijdens een afdaling in een
bergbeek en moet een paar dagen daarna wegens ziekte opgevn.
Fietsen voorzien van een derailleur worden toegelaten in de Ronde.
In de Pyreneeënetappe Lucon-Pau houdt de Fransman Lapébie, grote
rivaal van geletruidrager Sylveer Maes, zich vast aan een auto en
laat hij zich bergop duwen door supporters; hij krijgt anderhalve
minuut straftijd, in de ogen van de Belgen een veel te lichte straf.
In het vervolg van de Tour worden de Belgische renners vijandig
bejegend dor het Franse publiek, dat hen uitscheldt en soms met
stenen bekogelt.
In de etappe Pau-Bordeaux demarreert de Franse ploeg als Maes lek
rijdt; als de Belgen bijna het gat hebben gedicht, worden vlak
achter de Fransen en vlak vóór de Belgische achtervolgers de
slagbomen van een spoorwegovergang gesloten.
Als Maes ook nog straftijd krijgt omdat hij bij zijn reparatie
geholpen is door de Belgische individueel Gustave Deloor; verlaat de
Belgische ploeg de Ronde; Lapébie wint de Tour.
1938:
´Toeristen´ of índividuelen´ worden niet langer toegelaten
tot de Ronde.
In de derde etappe Sint-Brieuc – Nantes komt Gerrit Schulte, ´Le
fou pédalant´, viermaal terug in het peloton na te zijn lek
gereden; hij wint de sprint op een leeglopende band.
Met Theo Middelkamp en Toon Van Schendel behaalt de Nederlandse
ploeg nog twee dagsuccessen; de teamgeest is echter ver te zoeken in
de ploeg, die gekenmerkt wordt door de rivaliteit tussen Middelkamp
en Schulte.
Gino Bartali heeft dit jaar: mede op instigatie van de op propaganda
beluste Italiaanse machtshebbers, al zijn kaarten op de Tour gezet;
hij wint het berg- en het algemeen klassement.
Vanwege zijn vrome levensstijl [hij bezoekt regelmatig eenkapel om
tot de Heilige Maria te bidden] heeft Bartali de bijnaam ´de
Monnik´.
De Franse veteranen en
ex-Tourwinnaars Leducq en Magne komen samen voorop i de slotetappe
en winnen ex aequo in het Parc des Princes.
1939:
De Limburger Jan Lambrichs rijdt in het begin van de Tour even
´virtueel´in het geel en eindigt als achtste in het
eindklassement, de beste klassering van een Nederlander tot dat
moment.
Vanaf de tweede etappe moet telkens de drager van de ´rode
lantaarn´, de nummer laatst in het klassement, de ronde verlaten;
één van de slachtoffers van deze regel wordt de Luxemburger Jean
Majerus, in 1937 en 1938 nog geletruidrager.
Het succes van Lambrichs wekt de jalouzie vanzijn ploeggenoten; als
hij in de zestiende etappe lek rijdt demarreert Albert Van Schendel.
René Vietto heeft vóór de Tour een meniscusoperatie ondergaan en
moet na iedere etappe aan zijn knie behandeld worden; desondanks
pakt hij in de vierde etappe de gele trui, die hij twee weken zal
behouden.
Op de Izoard wordt een demarrage van Sylveer Maes Vietto te veel;
hij beëindigd de Tour als tweede achter Sylveer Maes.
Maes wint ook de eerste klimtijdritin de Tour, Bonneval-sur-Arc –
Bourg-St.-Maurice over de Col d’Iseran (64,5 km); uit protest
tegen het gedrag van zijn ploeggenoten rijdt Lambrichs deze etappe
als een recreant en verliest veel tijd.
[top]
1947:
Het startschot voor de eerste naoorlogse Tour wordt gegeven door de
Franse bokser Marcel Cerdan.
De Fransman Alber Burlon demarreert in de veertiende etappe,
Carcassonne-Luchon, vanuit het startschot en wint de etappe na een
solo van 253 km, de langste solorot uit de Tourhistorie.
De oude René Vietto rijdt vijftien dagen in het geel, maar ziet
zijn ultieme poging om de Tour te winnen in rook opgaan.
In de langst individuele tijdrit uit de Tourhistotir [Vannes-Saint-Brieuc,
139 km], gewonnen door de Belg Raymond Impanis, verliest Vietto de
gele trui aan de Italiaan Pierre Brambilla.
Uit pure frustratie begraaft Brambilla zij fiets in zijn achtertuin.
1948:
De etappe Briançon – Aix-les-Bains wordt onder Syberische
omstandigheden gereden; inde afdaling van de Galibier moet Apo
Lazarèdes een ijspegel van zijn kin rukken.
Iedere dag ontvangt de drager van de gele trui een geldprijs. Het Franse talent Louison Bobet, rijdend in de gele trui, wordt na
afloop van de elfde etappe in San Remo uitgeput op een brancard
afgevoerd; één dag later wint hij de etappe naar Cannes.
Halverwege de Tour belt de Italiaanse Premier Palmeri met Gino
Bartali en vertelt hem dat het land dringend behoefte heeft aan
Italiaans Toursucces; in het thuisland dreigt een communistische
opstand.
Prompt wint Bartali drie Alpenetappes op rij; in totaal wint hij
zeven etappes.
Bartali wint zijn tweede
Tour tien jaar na zijn eerste zege; als enige uit de Tourhistorie
wint hij de Tour zowel vóór als na de Tweede Wereldoorlog.
1949:
Voor het eerst doet de Tour het grondgebied van Spanje
en Italië aan.
Op de col du Galibier wordt door André Leducq een
gedenkteken voor de in 1940 overleden Tourdirecteur Henri Desgrange
onthuld.
De Tour wordt gedomineerd door de oude kampioen Gino Bartali en het
nieuwe supertalent Fausto Coppi; met diplomatieke meesterhand weet
de Italiaanse ploegleider Alfredo Binda hun rivaliteit in te tomen.
In de etappe Cannes-Briançon lijkt niettemin Ferdi Kübler een coup
te plegen met een solo over de Allos, de Vars, en de izoard, maar
door drie lekke banden en een niet allert reagerende Zwitserse
ploegleiding komt de Zwitser op grote achterstand binnen.
In de zelfde etappe komt de Italiaan Peverelli ten val in de
afdaling van de Col d’Izoard en verliest een oog.
Een lekke band van geletruidrager Bartali inde etappe naar Aosta
opent voor Coppi de weg naar zijn eerste Tourzege; hij wint als
eerste renner de Giro en de Tour in hetzelfde jaar.
1950:
In de snikhete etappe Perpignan-Nîmes demarreert de Noord-Afrikaan
Abdelkader Zaaf, maar stapt af, bevangen door de hitte; als de
omstanders hem met wijn proberen te verfrissen, stapt hij weer op
zij fiets en rijdt de verkeerde kant op.
Het startschot van de Tour wordt gegeven door de acteur/regisseur
Orson Welles.
Voor Zaaf eindigt de etappe in het ziekenhuis; de volgende dag staat
hij erop de niet-afgelegde kilometers alsnog te volbrengen om de
Tour te kunnen voortzetten; hetgeen geweigerd wordt.
In Saint-Goudens wint
Bartali de etappe en verovert zijn landgenoot Fiorenze Magni het
geel; Bartali heeft zich echter op de Col d’Aspin bedreigd gevoeld
door de Franse supporters en
beiden Italiaanse ploegen verlatende Tour.
Vanwege deze incidenten wordt de finish van de vijftiende etappe
verplaatst van het Italiaanse San Remo naar net Franse Menton.
Na de opgave van Bartali en Magne pakt Ferdi kübler de gele trui en
wint als eerste Zwitser de Tour.
[top]
1951:
In Dax wint Wim van Est en verovert als eerste Nederlander de gele
trui.
De Zwitser Hugo Koblet zorgt voor een sensatie door in de elfde
etappe, Brive-la-Gaillarde – Agen, 135 km lang voor het peloton en
alle favorieten uit te rijden en de etappe met ruim drie minuten
voorsprong te winnen; ´le pédaleur de charme´zal nog vier etappes
en het eindklassement van de Tour winnen.
Eén dag na het veroveren van de gele trui stort Van Est in de
afdaling van de Col d’Aubisque 70 meter diep in een ravijn, maar
blijft ongedeerd en wordt met aan elkaar geknoopte fietsbanden
omhoog gehesen; wel verlaat hij de Tour.
In de zestiende etappe Carcassonne-Montpellier leidt een demarage va
Zaaf tot een breuk van het peloton. Fausto Coppi, die de slag gemist
heeft, moet zijn herhaalde pogingen om terug te komen met een
inzinking bekopen en komt [samen met de latere Tourwinnaar
Walkowiak] buiten de tijd binnen, maar de jury knijpt een oogje
dicht.
Vier dagen later wint Coppi de Alpenetappe Gap-Briançon en wordt
uiteindelijk nog tiende in het eindklassement. Voor het eerst
voert het parcours van de Tour over de Mont Ventoux; de Fransman
Lucien Lazaridès komt als eerste boven.
1952:
Drie etappes eindigen berop, een novum i de Tour; Alpe d’Huez is
voor het eerst aankomstplaats.
De toppers Kübler, Koblet en Bobet zien om verschillende redenen
van deelname aan de Tour af.
Fausto Coppi wint vijf etappes, waaronder de drie etappes met een
slotklim; de Italiaan wint de Tour met bijna een half uur voorsprong
op de Belg Stan Ockers.
De oude Jean Robic wordt vijfde in het eindklassement en wordt uit
geroepen tot de meest strijdlustige renner van de Tour; een nieuw
klassement.
Nederlandse etappzeges zijn er voor Jan Nolten in Monaco en Hans
Dekkers in Bordeaux.
In de etappe naar de Puy-de-Dôme lijkt Nolten een sensationele zege
te gaan boeken, maar op 200 meter van de finish wordt hij alsnog
door de oppermachtige Coppi achterhaald.
1953:
De Franse PTT geeft een speciale postzegel uit ter gelegenheid van
het vijftigjarig bestaan van de Ronde.
Het puntenklassement wordt geïntroduceerd; de Zwitser Fritz Schaer
draagt als eerste renner de bijbehorende groene trui.
Wout Wagtmans uit St. Willebrord wint twee etappes en beëindigt de
Tour als vijfde, de hoogste klassering van een Nederlander tot dat
moment; verder zijn etappezeges voor Gerrit Voorting, Jan Nolten en
Wim Van Est en wint de Nederlandse ploeg het ploegenklassement.
Hugo Koblet breekt zijn sleutelbeen bij een val in de afdaling van
de Col d’Aubisque en verlaat de Tour.
De Franse supersprinter André Darrigade bekroont zijn Tourdebuut
met een etappezege in Albi.
In zijn zesde deelname maakt de Fransman Loiuson Bobet zijn talent
waar; in de etappe Gap-Briançon verslaat hij op de col d’Izoard
zijn rivaal Jean Malléjac en wint de Tour met een recordgemiddelde
van 34,6 km/uur.
1954:
Voor het eerst vindt de start van de Tour buiten Frankrijk
plaats;Amsterdam heeft de primeur.
De Italiaanse ploeg wordt, wegens het voeren va reclame voor
niet aan de sport gelieerde merken de toegang tot de Ronde
geweigerd.
De eerste etappe, met finish in het Belgische Brasschaat, wordt
gewonnen door Waut Wagtmans, die in totaal zeven dagen de gele trui
zal dragen maar de Tour niet zal uitrijden.
De beroemde schrijver en Tour-chroniqueur Antoine Blondin maakt voor
het eerst zijn opwachting in de Ronde.
De debuterende Spanjaard Federico Bahamontes wint meteen het
bergklassement; op de Col de la Romeyère demarreert hij, eet op de
top een ijsje en wacht op de eerste achtervolgers om samen met hen
af te dalen.
Loiuson Bobet is opnieuw ongenaakbaar op de Col d’Izoard, waar hij
Ferdi Kübler een beslissende nederlaag toebrengt, en wint zijn
tweede Tour.
1955:
Voor het eerst wordt gebruik gemaakt van de fotofinish.
De sprinter Miguel Poblet wint de eerste etappe Le Havre-Dieppe en
verovert als eerste Spanjaard de gele trui; hij zal ook de
slotetappe naar Parijs winnen.
De beklimming van de Mont Ventoux tijdens de etappe
Marseille-Avignon, gewonnen door Louison Bobet, wordt door de
verzengende hitte een waar slagveld; Malléjac raakt bewusteloos en
moet beademd worden.
Daan de Groot rijdt in de dertiende etappe 150 km solo; Bij aankomst
in Albi zet hij ondank een voorsprong van 20 minuten de sprint in,
omdat hij de speaker verkeerd verstaan heeft en meent dat het
peloton hem op de hielen zit.
In zijn eerste Tour wint de Luxemburgse klimmer Charly Gaul twee
bergetappes en wordt derde in het eindklassement.
Louison Bobet wint de Tour als eerst renner drie maal op rij,
ondanks dat hij de hele Ronde geplaagd wordt door een blessure aan
het zitvlak.
1956:
Stan Ockers wint het puntenklassement, maar zal een half jaar later
bij een zesdaagse in Antwerpen dodelijk ten val komen.
De Fransman Roger Hassenforder en de Belg Fred de Bruyne zijn met
vier respectievelijk drie etappezeges de ´veelvraten´van deze
Tour.
In de zevende etappe Lorient-Angers, gewonnen door de Italiaan
Fontini, rijdt een kopgroep met daarin onder anderen Wout Wagtmans
en de sterke Fransman Gilbert Bauvin het peloton op negentien minuten; de besheiden Franse
´regionaal´Roger Walkowiak pakt de gele trui.
Bauvin valt dooreen zware val inde Pyreneeënetappe Pau-Lucon ver
terug, maar zal toch nog tweede worden op anderhalve minuut van de
winnaar.
Wagtmans verovert de gele trui in Aix-en Provence en houdt deze tot
vijf dagen van het einde van de Tour; de hoop op een eerste
Nederlandse Tourzege wordt echter de bodem ingeslagen door zijn
inzinking inde Alpenetappe Turijn-Grenoble [Wagtmans zal
uiteindelijk alszesde eindigen].
Walkowiak pakt de leiderstrui terug en wordt [na Lambot] de tweede
Tourwinnaar zonder etappezege; volgens Tourdirecteur Jaques Goddet
´klonk het applaus van het publiek als een klaaglied…..
1957:
Grote hitte teistert het peloton: in de eerste twee dagen van de
Tour vallen al ruim 30 renners uit.
Na een val in de negende etappe Colmar – Thonon-les-Bains verlaat
de Spaanse klimmer Federico Bahamontes de Tour;noch voor zijn
moeder, noch voor zijn vrouw, noch voor generaal Franco wil hij de
strijd voortzetten.
Radioverslaggever Alex Virot en zijn motard René Wagner vallen te
pletter in een afgrond nabij Aix-les-Thermes.
De jonge Fransman Jaques Anquetil toont zich in zijn eerste Tour
vooral in de tijdritten een klasse apart en wint de Ronde met
overmacht.
De Franse nationale ploeg beheerst de Tour met dertien etappezeges;
slechts één dag heeft men niet de gele trui in bezit.
Voor de eerste en enige keer haalt een Oostenrijkse renner het
podium in Parijs; Adolf Christian beëindigt de Tour als derde.
1958:
In de Franse ploeg heerst onenigheid en Anquetil is niet in topvorm;
in de tijdritten wordt hij door Charly Gaul geklopt en twee dagen
voor het einde valt hij ziek uit.
Voor het eerst start de Tour in België; op 26 juni wordt de eerste
etappe, Brussel-Gent, gereden.
Gerrit Voorting wint de tweede etappe en draagt drie dagen de gele
trui; ook Wim van Est heeft twee dagen de leiderstrui in zijn bezit.
In zijn vierde Tour viert Federico Bahamontes op zijn dertigste
verjaarda zijn eerste dagsucces in de etappe Pau-Lucon; de Spanjaard
wint ook het bergklassement.
Gaul heeft na de eerste Alpenetappe een grote achterstand op
Raphaël Géminiani en Vito Favero, maar ´de engel van het
hooggebergte´ legt door zijn overwinning onder apocalyptische
weersomstandigheden in de etappe Briançon – Aiw-les-Bains de
basis voor zijn Tourzege.
André Darrigade wint vijf etappes en is in Parijs op weg naar zijn
zesde zege, als hij in volle sprint tegen de official Constant
Wouters opbotst; Darrigade raakt zwaar gewond aan zijn hoofd,
Wouters overlijdt na elf dagen in coma te hebben gelegen.
1959:
1959:
Darrigade wint voor de vierde opeenvolgende keer de eerste etappe
van de Tour.
Er heerst opnieuw verdeeldheid in de Franse nationale ploeg;via het
zogenaamde ‘akkoord van Poigny´probeert ploegleider Marcel Bidot
de gezworen rivalen Jacques Anquetil en Roger Rivière op één lijn
te krijgen.
Louison Bobet stopt op een hoogtepunt; hij beklimt de Col d’Izeran
aan de staart van het peloton en neemt op 2770 meter hoogte
definitief afscheid van de Tour.
Minder verheven is het slotakkoord van de Tourcarrière van Jean
Robic; hij komt in Chalon-sur-Saône buiten de tijd binnen en wordt
uit de Ronde genomen.
Anquetil en Rivière houden elkaar nauwlettend in de gaten en rijden
voor het overige vooral tegen de Franse ´regionaal´ Henri Anglade,
die tweede wordt in het eindklassement.
Federico Bahamontes, ´de adelaar van Toledo´, profiteert van de
Franse onenigheid enwint als eerste Spanjaard de Tour.
1960:
1960:
In Malo-les-Bains, na de tweede etappe, verlaat Bahamontes
plotseling de Tour: ´Moi, il est fatigué ; moi, il veut aller
à la maison.´
In de zesde etappe Saint-Malo – Lorient rijdt een
ontketende Roger Rivière de inmiddels tot zijn ploeg behorende
Henri Anglade uit de gele trui en veroorzaakt daarmee een nieuwe
crisis in de Franse ploeg.
Anglade
voorspelt dat deze aktie de Fransman de Tourzege zal kosten, omdat
Rivière de Italiaanse meesterdaler Gastone Nencini niet zal kunnen
volgen.
In
de dertiende etappe Mollau-Avignon stort Rivière in de afdaling van
de Col du Pajuret, in achtervolging op Nencini, in een ravijn en
breekt zijn rug; hij raakt vanaf zijn midden verlamd.
Tijdens de voorlaatste etappe bezoekt generaal De Gaulle de
Tour in Colombey-les-Deux-Eglises; speciaal
voor hem wordt de koers 30 seconden geneutraliseerd.
In
Parijs biedt Nencini [die de Tour wint zonder etappezege] zijn
overwinningsboeket aan Rivière aan.
[top]
1961:
Voor de vijfde maal wint Darrigade de eerste etappe
van de Tour.
Jacques Anquetil zegeviert in daarop volgende etappe,
een tijdrit, en zal de aldus veroverde gele trui tot in
Parijs behouden.
Gaul wint de bergetappe Saint-Etienne – Grenoble, maar
de werkt in zijn nadeel; hij kan deze keer geen grote
verschillen maken.
In het bergklassement wordt Gaul net als een jaar eerder
geklopt door de Italiaan Imerio Massignan.
De nummer twee in het eindklassement, de Italiaan Guido
Carlesi, heeft als bijnaam ´Coppino´ vanwege zijn vage
gelijkenis met Fausto Coppi.
Tourdirecteur Goddet uit felle kritiek op de
tegenstanders van Anquetil, die de Fransman te weinig
weerwerk zouden hebben geboden.
1962:
De Nederlander Ab Geldermans rijdt als meesterknecht van
Anquetil een uitstekende Tour;hij draagt twee dagen de
gele trui en eindigt as vijfde.
De merkenploegen keren terug in de Tour.
Debutant Raymond Poulidor verschijnt met een gebroken
pink aan de start van de Ronde in Nancy, maar bekroont
zijn eerste Tour met een etappezege en een derde plaats
in het eindklassement.
Wereldkampioen Rik van Looy, ook voor het eerst in de
Tour aanwezig, wordt in zijn woonplaats Herentals
verslagen door Darrigade; in de Pyreneeën raakt hij bij
een massale valpartij zwaar gewond en verliest bijna een
nier.
De olijke Brit Tom Simpson beleeft zijn beste Tour; in
Saint-Gaudens verovert hij als eerste Engelsman de gele
trui [zij het slechts voor één dag] en hij beëindigt
de Tour als zesde.
Jacques Anquetil krijgt deze keer meer tegenstand,
vooral van de sterke Belg Jef Planckaert, maar met name
in de vlakke tijdritten is ´Mosieur
Chrono´oppermachtig.
1963:
Jan Janssen wint in zijn eerste Tour de etappe
Angers-Limoges, maar moet later uitvallen vanwege een
valpartij in de afdaling van de Tourmalet.
De Belgische keizer ´Rik van Looy´ wint vier etappes
en het puntenklassement.
De Ier Seamus Elliot zorgt voor een sensatie door de
derde etappe te winnen en vier dagen in het geel te
rijden.
Raymond Poulidor verspeelt zijn kansen op de Tourzege
vooral door zijn onverstandige rijden in de etappe Val-d’Isère
– Chamonix, waar hij kilometers lang aan kop sleurt en
daarmee Anquetil en Bahamontes in de kaart speelt.
Anquetil weerstaat in de bergen de herboren Bahamontes
en rijdt de Spanjaard in de bergetappe naar Chamonix
zelfs uit de gele trui, al is daar en truc voor nodig;
in de klim van de Col de la Forclaz fingeert Anquetil
materiaalpech en krijgt een lichtere fiets aangereikt,
op de top is het defect zogenaamd gerepareerd en kan hij
met zijn zwaardere fiets aan de afdaling beginnen.
In Parijs wordt de normaal gesproken uiterst populaire
Pulidor uitgefloten, terwijl Anquetil als een held wordt
onthaald; in de vijftigste Tour de France passeert
Anquetil met zijn vierde eindzege de recordhouders Thys
en Bobet.
1964:
In de afdaling van de Col de Puymorens rijdt de Belg
Armand Desmet tegen een geparkeerde motor op; hij ligt
zeven weken in het ziekenhuid en houdt aan de
verwondingen aan het gezicht blijvende littekens over.
Jan Jassen behaalt twee etappezeges en wint het
puntenklassement.
Op 36-jarige leeftijd wint Bahamontes voor de zesde maal
het bergklassement; in Parijs staat de Spanjaard met de
derde plaats opnieuw op het podium.
Jacques Anquetil gaat geestelijk gebukt onder een
uitspraak van de Franse waarzegger Belline, die heeft
voorspeld dat hijin de veertiende etappe,
Andorra-Toulouse, na een zware val zal uitvallen.
In de betreffende etappe beleeft Anquetil een zware
inzinking op de Col d’Envalira, maar komt terug in de
afdaling en wint uiteindelijk tijd op zijn grote rivaal
Pulidor, die materiaalpech kent.
In de twintigste etappe leveren Anquetil en Poulidor een
legendarisch gevecht op de Puy-de-Dôme, waar de betere
klimmer Poulidor net
te weinig tijdwinst pakt om de Tour naar zijn hand te
zetten; In Parijs bedraagt het verschil tussen de twee
Fransen 55 seconden.
1965:
De sterke Fransman Lucien Aimar stort in tijdens de
beklimming van de Tourmalet; de geruchten over
dopinggebruik zijn niet van de lucht.
Nederland beleeft een succesvolle Tour; Jan Janssen wint
een etappe en [voor de tweede maal] het
puntenklassement; verder zijn er dagsuccessen voor Cees
van Espen, Jo de Roo en Gerben Karstens.
In Barcelona bekroont de Spanjaard José Perez-Frances
een solo van 223 km met de etappezege.
In de afdaling van de Col du Lautaret slaat de goed
geklasseerde Nederlander Cees Haast over de kop als zijn
ketting vastloopt; hij moet met zware verwondingen de
Ronde verlaten.
Bij afwezigheid van Anquetil, die na vijf tourzeges
niets meer te winnen heeft, lijkt de weg naar een eerste
overwinning voor Poulidor open te liggen, maar ondanks
twee etappezeges [o.a. op de Mont Ventoux] blijft de
Fransman opnieuw op de tweede plaats steken.
De jonge Italiaan Felice Gimondi, op het laatste moment
opgeroepen in plaats van een zieke ploeggenoot, is in
zijn eerste Tour oppermachtig en wint onder meer
de klimtijdrit op de Mont Revard ondanks
materiaalpech.
1966:
Anquetil, die in dienst rijdt van Aimar, valt uit in
de etappe Chamonix – Saint-Etiene; het is zijn
afscheid van de Tour de France.
De Duitser Rudy Altig wint [net als in 1962] drie
etappes; hij draagt negen dagen de gele trui.
In de etappe Bordeaux-Bayonne stappen de renners van de
fiets uit protest tegen de verscherpte dopingcontroles
in de Tour; ook het ongeïnteresseerde rijden van de
toppers in de etappe naar Pau [één dag later],
waardoor de Italiaan De Pra grote
tijdwinst en de gele trui pakt, is een
uitvloeisel van deze staking.
Nederlandse etappezeges zijn er voor Gerben Karstens
[tweemaal], Jo de Roo en Henk Nijdam.
Jan Janssen ontpopt zich tot klassementsrenner en pakt
de gele trui in de bergetappe Bourg-d’Oisans –
Briançon.
Eén dag later, in de etappe Briançon-Turijn, verzwijgt
de radiospeaker van de Tour enige tijd dat Janssens
rivaal Lucien aimar deel uitmaakt van een ontsnapte
kopgroep, waardoor Janssen te laat reageert; Aimar pakt
de gele trui en wint de Tour vóór Janssen.
1967:
De Tour keert terug naar de formule van de
landenploegen.
In Angers wint de Spanjaard José-Maria Errandonea de
eerste proloog uit de Tourhistorie, een korte tijdrit
die vooraf gaat aan de eerste etappe.
In de etappe van Roubaix naar het Belgische Jambes
sluipt de
bescheiden Fransman Roger Pingeon mee in een door Rik
van Looy opgezette ontsnapping; hij wint de etappe,
boekt veel tijdwinst, pakt de gele trui en legt de basis
voor een onverwachte Tourzege.
Nadat Poulidor zijn kansen op de overwinning definitief
verspeelt heeft door een inzinking op de Ballon d’Alsace
[etappe Straatsburg-Belfort] werpt hij zich op als
meesterknecht van Pingeon; zijn populariteit wordt er
alleen maar door vergroot.
In de etappe Marseille-Carpentra [gewonnen door Jan
Janssen] stort Tom Simpson tijdens de beklimming van de
Mont Ventoux tot tweemaal toe van zijn fiets; hij
overlijdt door een combinatie van hitte, extreme
inspanning en gebruik van alcohol amfetamine.
De dag na het overlijden van Simpson mag zijn vriend en
landgenoot Barry Hoban de etappe Carpentras-Sète
winnen.
1968:
1968:
Naar aanleiding van de dood van Tom Simpson worden na
afloop van iedere etappe dopingcontroles gehouden.
In de Nederlandse equipe heeft ploegleider Ab Geldermans de
grootste moeite om de eenheid te bewaren; na een paar
dagen zijn al diverse renners uitgevallen.
In de tiende etappe blokkeren journalisten de weg nabij
Labouheyre als uitvloeisel van een koude oorlog met
Tourdirecteur Felix Lévitan, die niet gediend is van
kritische stukken over de Tour.
In de vijftiende etappe Font-Remeu – Albi, na een
lange solo gewonnen door Pingeon, wordt Poulidor
aangereden door een motor en raakt gewond aan zijn
gezicht.
Voor de afsluitende tijdrit naar Parijs [die niet langer
op het Parc des Princes, maar op het Bois de Vincennes
aankomt] staat Janssen derde in het klassement, op 16
seconden van de Belgische geletruidrager Herman van
Springel.
Op de laatste dag wint Jan Janssen voor het eerst in
zijn carrière een lange tijdrit en wint als eerste
Nederlander de Tour; het verschil met Van Springel
bedraagt slechts 38 seconden.
1969:
In de vijftiende etappe Lucon-Mourenx rijdt Merckx
met een solo van 130 km zijn tegenstanders op acht
minuten.
Na een intermezzo van twee jaar wordt de Tour weer met
merkenploegen gereden.
In de zesde etappe Mulhouse-Belfort is de Belgische
debutant Eddy Merckx ongenaakbaar in de slotklim op de
Ballon d’Alsace en pakt definitief de gele trui.
In die zelfde etappe komt de eveneens debuterende
Spanjaard Luis Ocaña zwaar ten val en wordt bloedend
door zijn ploeggenoten naar de finish gesleept; twee
dagen later verlaat hij de Tour.
Roger Pingeon, die tweede in het eindklassement zal
worden, maakt het Merckx even moeilijk in de Alpenetappe
Thonon-les-Bains – Chamonix.
Merckx wint zes etappes [de ploegentijdrit niet
meegerekend] en heeft in het eindklassement bijna
achttien minuten voorsprong op Pingeon; hij wint
eveneens het berg- en het puntenklassement.
1970:
Merckx, die ook al de Giro gewonnen heeft, wint zijn
tweede Tour met acht etappezeges en zijn ploeg wint
opnieuw de ploegentijdrit; de Franse renner Christian
Raymond bedenkt voor Merckx de binaal ´de kannibaal´.
In Valenciennes wint de Belgische klassiekerkoning Roger
de Vlaeminck zijn enige Touretappe.
De Portugees Joaquim Agostinho wint de etappe
Saarlouis-Mulhouse, maar wordt terug gezet in het
klassement wegens het hinderen van de Deen Mogens Frey;
om een soortgelijk reden verliest de Nederlander Harrie
Stevens later zijn tweede plaats in de etappe
Ruffec-Tours.
Rini Wagtmans wint de etappe Carpentra-Montpellier en
beëindigt de Tour als vijfde.
Herman van Springel rijdt tijdens de etappe Grenoble-Gap
met hoge snelheid in een put, waarbij hij zijn jukbeen
breekt; de volgende dag krijgt hij een startverbod
opgelegd wegens het risico op oogbeschadiging.
De jonge Nederlander Joop Zoetemelk is één van
deweinigen die Merckx in de bergen kan volgen en wordt
tweede in het eindklassement; één plaats achter hem
staat de Zweed Gösta Petterson als eerste Scandinaviër
op het podium in Parijs: [top]
1971:
Joop Zoetemelk pakt zijn eerste gele trui in de eerste etappe
Sint-Etienne – Greboble, maar zal hem slechts één dag houden.
Rini Wagtmans is toegetreden tot de ploeg van Merckx en wordt diens
belangrijkste adjudant; bovendien wint hij de derde etappe in Nancy.
Luis Ocaña schiet uit zijn slof op weg naar Orcières-Merlette,
waar hij de etappe wint, de gele trui pakt en Merckx op bijna negen
minuten rijdt.
De volgende dag zet de ploeg van Merckx, onder leiding van
meesterdaler Rini Wagtmans, meteen uit het startschot de tegenaanval
in; de hele dag wordt Ocaña onder
vuur genomen en het peloton is zo snel in de aankomstplaats
Marseille, dat daar de afzetting van de weg nog niet klaar is.
In de Pyreneeënetappe Revel-Lucon slaat het noodlot toe; in de
stromende regen komt Ocaña ten val inde afdaling van de Col de
Menté, waarna Zoetmelk tegen hem aanbotst; Ocaña valt uit.
Eddy Merckx wint zijn derde Tour, maar Joop zoetemelk, die wederom
tweede wordt, volgt nu op minder dan tien minuten.
1972:
Op de Mont Revard gaat Eddy Merckx juichend over de streep, maar
hij wordt met een banddikte door Guimard geklopt.
De Franse sprinter Cyrille Guimard komt in zijn derde Tour tot volle
bloei; hij wint vier etappes en rijdt zevendagen in de gele trui,
maar moet de Ronde twee dagen voor het einde verlaten wegens een
knieblessure.
Ocaña wordt door een bronchitis geplaagd; ook hij haalt Parijs
niet.
Nederlandse successen zijn er voor Leo Duyndam en Rini Wagtmans.
Merckx zegeviert in de proloog, de ploegentijdrit en vijf reguliere
etappes; hij wint zijn vierde Tour op rij.
Gimondi en Poulidor vergezellen Merckx op het podium, maar hebben de
Belg niet serieus kunnen bedreigen.
1973:
De start van de Tour vindt plaats in Scheveningen.
Eddy Merckx laat de tour schieten ten faveure van de Ronde van
Spanje.
De proloog wordt gewonnen door Joop Zoetemelk,die zijn gele trui
echter na één dag alweer kwijt is; later zal hij nog wel de etappe
naar Nancy winnen.
Favoriet Luis Ocaña valt in de tweede etappe over een hond, maar
blijft ongedeerd.
Minder fortuinlijk is Raymond Poulidor, die moet opgeven na een
zware val in de afdaling van de Col du Portet d’Aspet; het zelfde
is de Nederlander Tino Tabak in de Alpen overkomen in de afdaling
van de Col du Galibier.
Ocaña domineert de Tour op Merckx-achtige wijze: hij wint zes
etappes en heeft in Parijs ruim een kwartier voorsprong op Bernard
Thévenet.
1974:
Door een ongeluk in de Midi Libre kan Zoetemelk, die blakend
voorseizoen doormaakte, niet starten in de Tour.
Voor het eerst maakt de Tour een uitstapje naar Engeland; de tweede
etappe, met start en finish in
Plymouth, wordt gewonnen door de Nederlander HenkPoppe.
In de chaotische eindsprint van de derde etappe in Saint-Malo komen
de Nederlanders Piet van Katwijk en Cees Priem zwaar ten val; de
laatste loopt een bekkenbreuk op.
In de Pyreneeënetappe Seo de Urgel – Saint-Lary-Soulan worden de
renners opgehouden door boeren,die de weg blokkeren uit protest
tegen de dalende prijzen voor landbouwproducten.
p 38-jarige leeftijd rijdt Rymond Poulidor een uitstekende Tour;
Hij wint de Pyreneeënetappe naar Saint-Lary-Soulan en wordt tweede
in het eindklassement.
Met zijn vijfde Tourzege evenaart Merckx het record van Anquetil:
met zijn 32 zeges passeert hij Leducq op de eeuwige ranglijst van
etappewinnaars.
1975:
Na een botsing in de eindsprint in Le Mansmet de Franse
etappewinnaar Jacques Esclassan raakt de Belg Rik van Linden enkele
minuten bewusteloos; hij zal de Tour voortzetten en het
puntenklassement winnen.
De witte trui voor de beste jongere wordt geïntroduceerd; de leider
in het bergklassement rijdt voor het eerst in de bolletjestrui.
In zijn enige deelname rijdt de Italiaanse kampioen Francesco Moser
een goede Tour: hij wint de proloog en een etappe, rijdt zes dagen
in het geel en wordt zevende in het eindklassement; bovendien
verovert hij de eerste witte trui.
Eddy Merckx, die de leiderstrui tien dagen eerder heeft veroverd in
de tijdrit in Merlin-Plage, wordt in de beklimming van de Puy-de
Dôme door een toeschouwer in de zij gestompt; later zal hij bij een
val in Valloire ook nog zijn kaakbeen breken.
Merckx moet Bernard Thévenet laten gaan in de etappe naar Pra-Loup;
De Fransman veroverd de gele trui en zal deze niet meer afstaan.
De Tour arriveert voor het eerst op de Champs-Elysées; hier huldigt
de Franse president Giscard d’Estaing Thévenet, als eerste renner
die Merckx in de Tour heeft verslagen.
1976:
De 40-jarige Poulidor eindigt als derde in de Tour en vestigt een
record: voor de achtste maal staat hij in Parijs op het podium, zij
het nooit als winnaar.
Door een zitvlakblessure ontbreekt Merckx; Thévenet speelt wegens
ziekte in deze Tour geen rol van betekenis.
De Belg Freddy Maertens maakt een verbluffend Tourdebuut: hij wint
acht etappes en het puntenklassement, draagt negen dagen de gele
trui en wordt achtste in het eindklassement.
In het Belgische Leuven wint de ti-Raleigh-ploeg de ploegentijdrit,
een discipline waarin de ´Post-trein´ grote faam zal opbouwen.
Wereldkampioen Hennie Kuiper komt zwaar ten val in de
Pyreneeënetappe naar Saint-Lary-Soulan moet opgeven.
Joop Zoetemelk kent een uitstekende Ronde en wint drie grote
bergetappes, maar laat het in de cruciale etappe Saint-Gaudens –
Saint Lary-Soulan afweten; in deze rit pakt de Belgische klimmer
Lucien van Impe, voor de gelegenheid gesteund door Luis Ocaña
definitef de gele trui.
1977:
Bernard Thévenet wint de beslissende tijdrit in Dijon en blijft
Hennie Kuiper uiteindelijk 48 seconden voor; later zal de Fransman
verklaren dat hij zijn Tourzege mede aan doping te danken heeft.
De Fransman Bernard Quilfin brengt in de etappe naar
Thonon-les-Bains een solo van 222 km tot een goed einde.
De sterke Duitser Didi Thurau, rijdend in de ti-Raleigh-ploeg, wint
de proloog en vier etappes en draagt ruim twee weken de gele trui
maar kan in de Alpen niet meekomen; hij wordt uiteindelijk vijfde.
Joop Zoetemelk wint de klimtijdrit naar Morzine-Avoriaz maar wordt
op doping betrapt en gedeclasseerd: datzelfde overkomt een paar
dagen later de winnaar van de etappe naar Saint-Etienne, de
Portugees Joaquim Agostinho.
Nadat de aan de leiding rijdende Lucien van Impe door een auto is
aangereden, brengt Hennie Kuiper in de etappe naar Alpe d’Huez de
nieuwe klassementsrijder Bernard Thévenet aan de rand van de
afgrond en komt tot op een paar seconden van de gele trui.
In de zelfde etappe komt een zieke Eddy Merckx op grote achterstand
binnen en verlaat de Tour; hij zal niet meer terugkeren.
1978:
De proloog in Leiden wordt gewonnen door Jan Raas, maar vanwege
de regen en de gladheid besluit de organisatie de tijdverschillen
niet te erkennen.
De getergde Raas haalt zijn gram bij de Tourdirectie door prompt ook
de eerste etappe, met finish in St. Willebrord, te winnen.
Onder de leiding van Frans kampioen Bernard Hinault, die zich in
zijn Tourdebuut onmiddellijk als sterke persoonlijkheid
manifesteert, passeren de renners in de etappe Tarbes – Valences-d’Agen
te voet, de finish uit protest tegen de vele verplaatsingen, het
opsplitsen van de etappes en het gebrek aan rust tussen de ritten;
de etappe wordt geannuleerd.
Joop Zoetemelk boekt een verpletterende overwinning in de
klimtijdrit naar de Puy-de-Dôme en ontpopt zich steeds meer als
potentieel Tourwinnaar; tegelijkertijd wordt duidelijk dat in de
persoon van Bernard Hinault wederom een superkampioen tegenover zich
heeft.
In de laatste vijf etappes boekt Gerrie Knetemana drie etappezeges
[o.a. op de Champs-Elysées] , maar Hinault wint de Tour; hij is
oppermachtig in de lange vlakke tijdrit Metz-Nancy en verwijst
Zoetemelk naar de tweede plaats.
1979:
In de etappe Amiens-Roubaix rijdt Hinault lek op de door hem
verafschuwde kasseien, waardoor Zoetemelk hem uit het geel kan
rijden.
De proloog in Fleurance wordt gewonnen door Gerrie Knetemann, die
ook nog de etappe naar Auxerre zal winnen en twee dagen de gele trui
zal dragen; in Dijon wordt hem de dagprijs ontnomen, omdat de
wedstrijdleiding van mening is dat de ´Kneet´ bij zijn demarrage
uit het peloton achter een auto heeft gestayerd.
De Limburger Jo Maas debuteert sterk met een etappezege in Brussel,
onder de ogen van Koning Boudewijn, en een zevende plaats in het eindklassement.
Bernard Hinault verovert de gele trui terug op Zoetemelk door een
superieure zege in de klimtijdrit naar Morzine-Avoriaz.
De ijzersterk rijdende Zoetemelk zet alles op alles om de Tour
alsnog te winnen; hij zegeviert op Alpe d’Huez en probeert zelfs
in de laatste etappe nog te ontsnappen, hetgeen leidt tot een
[verloren]eindsprint tegen Hinault op de Champs-Elysées [overigens
wordt hij na afloop vande etappe gedeklasseerd wegens
overtreding van het dopingreglement].
De 37-jarige Portugees Agostinho [ die net als Zoetemelk succesvol
was op de dit jaar tweemaal in de Tour opgenomen Alpe d’Huez]
eindigt net als in 1978 derde.
1980:
Na vijf tweede plaatsen wint Zoetemelk eindelijk de Tour; Hennie
Kuiper wordt tweede.
Na Keulen in 1965 start de Tour opnieuw in Duitsland; in Frankfurt
wint Bernard Hinault de proloog.
In het begin lijkt Hinault opnieuw oppermachtig; hij wint ondermeer
de tijdrit op het circuit van Francorchamps en de etappe Luik-Lille
over een kasseienparcours.
De ti-Raleigh-ploeg van Peter Post, inmiddels met Zoetemelk in de
gelederen, legt een ongekende superioriteit aan de dag en wint elf
etappes; waaronder zeven opeenvolgende zeges tussen 3 en 9 juli.
In de tijdrit Damazan-Laplume wordt Hinault door Zoetemelk
verslagen, maar pakt wel de gele trui; twee dagen moet de Fransman
echter met een knieblessure de Tour verlaten.
Zoetemelk weigert de eerste dag na het uitvallen van Hinault de gele
trui te dragen,maar blijkt in het vervolg van de Tour verreweg de
sterkste te zijn; in de Alpen komt hij door een onvoorzichtige
manoeuvre van zijn ploeggenoot Johan van der Velde
[die het jongerenklassement wint] ten val, maar blijft
ongedeerd.
[top]
1981:
Freddy Maertens maakt na twee jaar afwezigheid opnieuw zijn
opwachting in de Tour: de Belgische sprinter wint vijf etappes en
verovert de groene trui.
Mede dankzij twee ploegentijdritten in het begin va de Tour [die
uiteraard door ti-Raleigh wordt gewonnen] draagt Gerrie Knetemann
vier dagen de gele trui.
Ook winnen Johan van der Velde en de debuterende Ad Wijnands ieder
twee etappes, maar Joop zoetemelk is in minder blakende vorm dan
vorig jaar.
Een opvallend nieuw gezicht in de Tour is Phil Anderson, die in de
Pyreneeënetappe naar Saint-Lary-Soulan als eerste Australiër de
gele trui pakt: een dag later raakt hij hem kwijt in de tijdrit
Nay-Pau.
De jonge Nederlander Peter Winnen debuteert met een schitterende
overwinning op Alpe d’Huez en een vijfde plaats in het
eindklassement.
Hinault keert terug als herboren in de Tour en wint alle indivuduele
tijdritten; zo legt de Bretoen de basis voor zijn derde Tourzege.
1982:
Gerrie Knetemann wint de etappe Beauring-Moeskroen en verslaat
Hinault in de lange tijdrit rond Valence d’Agen.
Phil Anderson pakt de gele trui door de etappe Basel-Nancy te
winnen; deze keer zal hij de trui negen dagen lang dragen.
Terwijl een aantal ploegen al onderweg is, wordt de ploegentijdrit
Orchies – Fontaine-au-Pire verstoord door werknemers van de
staalfabriek USINOR, die demonstreren voor behoud van hun
werkgelegenheid; de etappe wordt geannuleerd en vijf dagen later
wordt aan de etappe bij Plumelec een ploegentijdrit toegevoegd, die
zoals gewoonlijk wordt gewonnen door ti-Raleigh.
De Zwitser Beat Breu toont zich, ondermeer met een overwinning op
Alpe d’Huez, de sterkste klimmer in de Ronde maar het
bergklassement wordt gewonnen door de Fransman Bernard Vallet, die
zijn punten vooral op de kleinere hellingen pakt.
Opvallende prestaties van de Nederlandse familie Van Houwelingen: in
de tijdrit rond Martigues wordt Jan van Houwelingen knap tweede
achter Bernard Hinault, een paar dagen later wint broer Adrie de
etappe naar St.-Priest.
Bernard Hinault bezegeld zijn vierde Touroverwinning met een zege in
de eindsprint op de Champs-Elysées, waar hij de debuterende
Nederlander Adrie van der Poel verslaat; in het eindklassement wordt
Hinault gevolgd door de Nederlanders Zoetemelk, Van der Velde en
Winnen [Kuiper eindigt als negende].
1983:
De Tour wordt opengesteld voor amateurploegen; dit maakt de weg
vrij voor deelname van een Colombiaanse equipe.
Op het vlakke hebben de Zuid-Amerikanen grote moeite om het tempo te
volgen, maar in de bergen kiezen ze vanaf het begin voor de aanval.
In de Pyreneeënetappe Pau – Bagnères-de-Lucon komt een nieuwe
generatie coureurs naar voren, onder wie Laurent Fignon, Pedro
Delgado en de Schotse etappewinnaar Robert Millar.
De Fransman PascalSimon, die in Lucon de gele trui veroverd heeft,
komt de volgende dag ten val en breekt zijn sleutelbeen; hij fietst
nog een week door maar moet in de etappe La Tour-du-Pin – Alpe d’Huez
[nog steeds in het geel] afstappen.
Henk Lubberding wint de etappe Issoire – Saint-Laurent, maar wordt
gedeklasseerd omdat hij Michel Laurent de hekken heeft ingereden:
Laurent wordt tot winnaar uitgeroepen, hoewel diverse renners voor
hem de eindstreep zijn gepasseerd.
Peter Winnen wint voor de tweede maalop Alpe d’Huez en rijdt in de
etappe naar Morzine even virtueel in het geel, maar wordt
uiteindelijk derde; de verrassende nummer één is de debutant
Laurent Fignon, met zijn 23 jaar één van de jongste Tourwinnaars
ooit.
1984:
De Amerikaanse acteur Dustin Hoffman volgt, een paar etappes ter
voorbereiding op een speelfilm over de Tour,die echter nooit van de
grond komt.
In het begin van de Tour dragen Jacques Hanegraaf en Adrie van der
Poel even de gele trui; Jan Raas boekt in zijn laatste Tour weer
eens een Nederlandse zege in Bordeaux.
In de etappe Bethune – Cergy-Pontoise pakt een drietal renners
zeventien minuten voorsprong, waardoor de Fransman Vincent Barteau
bijna twee weken in het geel rijdt.
Luis herrera, bijgenaamd ´de kleine tuinman´, boekt op Alpe d’Huez
de eerste Colombiaanse etappezege, hetgeen tot ongekende
uitbarstingen van vreugde in zijn vaderland leidt.
De Italiaan Carlo Tonon botst in de afdaling van de Col de
Joux-Plane op een overstekende toerist en komt zwaar ten val; hij
ligt lange tijd in coma en raakt blijvend gehandicapt.
De Tour staat in het teken van het duel tussen de ´oude´ Hinault
en de jonge Fignon; de laatste blijkt de sterkste en verslaat
Hinault ondermeer in de beide lange tijdritten.
1985:
De Franse president François Mitterand staat als toeschouwer
langs het parcours van de etappe Morzine – Lans-en-Vercors.
De klikpedalen [en in de tijdritten] de gesloten wielen doen hun
intrede in de Ronde.
Jan Raas vecht als ploegleider van de nieuwe Nederlandse ploeg
Kwantum-ploeg een vete met Peter Post uit: Kwantum-coureur Henri
Manders wint de etappe naar Roubaix door kilometers lang aan het
wiel van zijn medevluchter Teun van Vliet [uit de ploeg Post] te
rijden.
Bij afwezigheid van Fignon, die een kwetsuur aan zijn achillespees
heeft, is Hinault de sterkste; ondanks een val in de etappe naar
Saint-Etienne, waar hij zijn neus breekt, boekt ´de Das´ zijn
vijfde Tourzege, een evenaring van het record van Anquetil en Merckx.
Greg LeMond, een ploeggenoot van Hinault, eindigt op geringe
achterstand als tweede; in de tijdrit rond het Lac de Vassivière
boekt hij als eerste Amerikaan een etappezege in de Tour.
Stephen Roche, die de etappe met aankomst op de Col d’Aubisque
wint, eindigt als derde en staat als eerste Ier op het podium; hij
eindigt net voor zijn landgenoot, de klassiekerkoning Sean Kelly,
die het puntenklassement wint.
1986:
Met zijn zestiende start in de Tour vestigt Joop Zoetemelk
[rijdend in de trui van wereldkampioen] een absoluut record; in zijn
laatste Tour eindigt hij als 24 ste.
Schaatskampioen Eric Heiden neemt deel aan de Tour; maar zal hem
niet uitrijden.
In de etappe Evreux – Villers-sur-Mer ontsnappen Johan van der
Velde en Joel Pelier; Van der Van der Velde pakt de gele trui en ook
de etappe, daarmee de ongeschreven regel overtredend dat in een
dergelijk geval de buit verdeeld wordt.
Ondankd Hinaults belofte aan LeMond dat hij de Amerikaan aan de
Tourzege zal helpen, rijdt de Breton bijzonder aanvallend; in Pau
pakt hij de gele trui en een dag later valt hij prompt weer aan,
maar overschat zijn eigen krachten: LeMond wint de etappe.
Eén dag nadat LeMond op de Col de Granon de gele trui verovert
heeft, zijn Hinault en hij oppermachtig in de etappe naar Alpe d’Huez;
hand in hand komen ze over de finish.
LeMond wint als eerste Amerikaan de Tour; maar Hinault wint de beide
lange tijdritten; in Saint-Etienne wint hij de laatste Touretappe
uit zijn carrière.
1987:
In Pau boekt de jonge Nederlander Erik Breukink, eerder dat jaar
derde in de Giro, in zijneerste Tour een fraaie overwinning.
In de etappe Tarbes-Blagnac, gewonnen door de Duitser Rolf Gölz,
veranderen slagregens de wegen in rivieren; de Fransman Regis Clère
komt buiten de tijd binnen maar krijgt ámnestie´ en wint de
volgende dag de etappe Blagnac-Villau na een solo van 189,5 lm.
De jonge Fransman Jean-François Bernard wint de klimtijdrit naar de
Mont Ventoux met overmacht en pakt de gele trui; de volgende dag
kost een lekke band op een ongelukkig moment hem zijn kansen op de
eindzege.
Na een intens gevecht om de gele trui met Pedro Delgado moet Stephen
Roche op La Plagne in een zuurstoftent worden gelegd.
Van de etappe Saint-Julien-en-Genevois – Dijon worden vrijwel geen
foto’s gemaakt; de fotografen staken uit protest tegen de slechte
werkomstandigheden en de vele privileges van de officiële gasten
van de Tourorganisatie.
Uiteindelijk wint Stephen Roche, die al eerder de Giro heeft
gewonnen, de Tour met 40 seconden voorsprong op Delgado; later dat
jaar zal hij ook wereldkampioen worden.
1988:
Steven Rooks zegeviert op Alpe d’Huez en wint als eerste
Nederlander ooit het bergklassement; in het algemeen klassement
wordt hij tweede.
In de Pyreneeënetappe naar Guzet-Neige verspeelt de Fransman
Philippe Bouvatier een
zekere overwinning door 200 meter voor de finish de verkeerde afslag
te nemen; de Italiaan Massimo Ghirotto neemt het cadeautje dankbaar
in ontvangst.
De proloog wordt deels als ploegentijdrit gereden, waarna de kopman
van iedere ploeg de laatste kilometer solo rijdt; de Italiaanse
sprinter Guido Bontempi realiseert daarin de snelste tijd.
Jen-Paul van Poppel wint vier etappes [onder andere op de
Champs-Elysées], maar de groene trui gaat naar de Belg Eddy
Planckaert.
Geletruidrager Pedro Delgado wordt na de etappe Pau-Bordeaux op
doping betrapt; omdat het door hem gebruikte middel probenecide al
wel door het IOC, maar nog niet door de UCI verboden is, wordt hij
niet gestraft, en wint hij de Tour.
Gert-Jan Theunisse, die eveneens bij de dopingcontrole positief is
bevonden, krijgt een straftijd van tien minuten en eindigt daarom
slechts als ´elfde´.
1989:
Gert-Jan Theunisse boekt na een lange solo door de Alpen een
schitterende overwinning op Alpe d’Huez; hij wint het
bergklassement en eindigt als vierde in de Tour.
Ploegen worden niet langer uitgenodigd voor de Tour, maar moeten
zich kwalificeren op basis van de UCI punten van hun renners; wel
deelt de organisatie een viertal wildcards uit.
In Luxemburg verschijnt Tourfavoriet Pedro Delgado Te laat aan de
start van de [door Erik Breukink gewonnen] proloog,waardoor hij
kostbare tijd verliest.
Eén dag later kan Delgado niet meekomen in de ploegentijdrit ; in twee dagen heeft de winnaar
van 1988 een achterstand van zeven minuten.
Na een afwezigheid van twee jaar ten gevolge van een jachtongeluk
[zijn zwager zag hem voor een kalkoen aan] maakt Greg LeMond een
ijzersterke comeback en vecht een meeslepend duel uit met de
herboren Laurent Fignon, die eerder de Giro gewonnen heeft; voor de
gele trui is het voortdurend stuivertje wisselen tussen de beide
rivalen.
In de afsluitende tijdrit van 24,5 km naar de Champs-Elysées maakt
LeMond, die gebruik maakt van een triatlonstuur, 50 seconden
achterstand op Fignon goed en wint de Tour met 8 seconden verschil,
de kleinste voorsprong ooit van een Touroverwinnaar.
1990:
Erik Breukink rijdt een sublieme Tour en wint twee tijdritten;
een zwak moment op de Tourmalet frustreert zijn kansen op de
Tourzege [hij wordt uiteindelijk derde].
In de eerste etappe rond Futuroscope pakken Frans Maas, Steve Bauer,
Ronan Pensec en Claudio Chiappucci ruim tien minuten voorsprong op
het peloton; Maassen wint de etappe, de andere drie zullen om beurt
de gele trui dragen.
De Belgische klassiekerkoning Johan Museeuw wint de prestigieuze
etappe naar Mont-Saint-Michel en de slotetappe op de Champs-Elysées.
De Mexicaan Raúl Alcala, rijdend voor de Nederlandse PDM-ploeg,
boekt een fraaie overwinning in de tijdrit Vittel-Epinal.
De tot da toe onbekende Italiaan Chiapucci, in het geel gekomen na
de tijdrit naar Villard-de Lans, verdedigt zijn trui met verve; in
de Pyreneeënetappe Blagnac – Luz-Ardiden gaat hij zelf in de
aanval en behoudt het geel tot de voorlaatste dag.
In de laatste tijdrit pakt Greg LeMond alsnog de gele trui en wint
zijn derde Tour.
[top]
1991:
De Deense geletruidrager Rolf Sörensen komt ten val in de
massasprint van de etappe Reims-Valenciennes en breekt zijn
sleutelbeen; hij moet als klassementsrijder de Ronde verlaten.
Na al met een recordsnelheid de proloog in Lyon gewonnen te hebben
pakt Thierry Marie in Le Havre opnieuw de gele trui, nadat hij een
solo van 234 km met de etappezege bekroond heeft.
In de tijdrit Argentan-Allençon lijkt de reeds uitstekend
geklasseerde Erik Breukink de concurrentie te verpulveren; tien
kilometer van de finish stort hij echter plotseling in, waardoor
Miguel Indurain nog zegeviert.
Twee dagen later verlaat de hele PDM-ploeg [met onder andere
Breukink, Alcala en Kelly] de Tour; men heeft een bedorven medicijn,
intralipid, ingespoten gekregen en iedereen is ziek.
De Italiaan Marco Lietti wint de etappe Alès-Gap; één daglater
breekt hij zijn dijbeen als hij bij het inrijden tegen een auto
opbotst.
In zijn zevende Ronde blijkt Indurain als renner volgroeid; hij wint
de tour vóór de Italianen Gianii bugno en Claudio Chiapucci.
1992:
Miguel Indurain, die enkele weken eerder de Giro gewonnen heeft,
wint de proloog voor eigen publiek in San Sebastian.
De debutanten Alex Zülle en Richard Virenque rijden in het begin
van de Tour allebei een dag in het geel.
In bordeaux, waar Rob Harmeling weer eens voor een Nederlandse
overwinning zorgt, pakt de onbekende Fransman Pascal Lino de gele
trui, die hij tien dagen zal houden.
Meer dan een miljoen mensen zien de Tour in Zuid-Limburg passeren in
de zevende etappe met aankomst in Valkenburg.
In de Alpenetappe Saint-Servais – Sestrière bekroont Chiapucci
een solo van ruim 200 km met de etappezege; hij groeit uit tot de
belangrijkste uitdager van Indurain.
De superioriteit van Indurain in de tijdritten geeft, echter de
doorslag; in Luxemburg rijdt hij alle concurrenten op meer dan vijf
minuten, terwijl hij de tijdrit Tours-Blois 64 km] aflegt met een
gemiddelde snelheid van ruim 52 km/uur.
1993:
De sterke Zwitser Tony Rominger heft de hooikoorts overwonnen die
hem daarvóór ’s zomers altijd parten speelde en ontpopt zich tot
de belangrijkste belager van Indurain.
Dankzij de bonificatieseconden die bij de tussensprints te verdienen
zijn, worden de eerste dagen van de Tour gekenmerkt door een
voortdurend gevecht, om de gele trui tussen de sprinters, Wilfried
Nelissen en Mario Chipollini; ook Johan Museeuw draagt twee dagen
het geel.
De debuterende Amerikaan Lance Armstrong wint de etappe naar Verdun,
maar zal de tour niet uitrijden; later dat jaar wordt hij in Oslo de
jongste wereldkampioen.
In de tijdrit rond het Lac de Madine rijdt Indurain de concurrentie
op grote achterstand; zijn broer Prudenco eindigt laatste en wordt
alleen door een lekke band van Miguel behoed voor overschrijding van
het maximaal toegestane tijdsverschil.
Bij het Lac de Madine wordt Röminger: die veel vroeger dan Indurain
gestart is, door regen gehinder: in de tijdrit naar Monthéry brengt
de Zwitser de Spanjaar een opmerkelijke nederlaag toe.
De Pool Zenon Jaskula wint de Pyreneeënetappe naar
Saint-Lary-Soulan en wordt derde in het eindklassement; hij is de
eerst Oost-Europeaan die het podium haalt in Parijs.
1994:
Na een massale valpartij in de eindsprint van de eerste etappe
Lille-Armentières moeten Laurent Jalabert en Wilfried Nelissen
zwaargewond de Tour verlaten.
De voormalig olympisch kampioen Chris Boardman wint in zijn eerste
Tour de proloog in Lille met een recordsnelheid van 55,15 km/u en
draagt drie dagen de gele trui; de Brit zal de Tour echter niet
uitrijden.
Via de net geopende Eurotunnel trekt de Tour [voor het eerst in
twintig jaar] voor twee dagen naar Engeland; één gag eerder is
Boardman zijn gele trui kwijtgeraakt, terwijl één dag nadat de
Tour uit Engeland is teruggekeerd, de gele trui in handen komt vande
Brit Sean Yates.
De vaak van passief koersgedrag beschuldigde Miguel Indurain plaatst
een vernietigende aanval in de etappe Cahors – Lourde-Hautacam;
alleen Luc Leblanc kan hem volgen en wint de etappe, maar alle
belangrijke concurrenten van Indurain zijn uitgeschakeld.
Het Italiaanse klimtalent Marco Pantani debuteert met een derde
plaats in de Tour.
1995:
Jan Ullrich blijkt veel sterker dan zijn kopman Bjarne Rïïs; de
Duitser verpletterd de concurrentie in de Pyreneeënetappe naar
Alcalis en in de tijdrit rond Saint-Etienne.
Zevenentwintig jaar nadat zijn vader Alain een etappezege in de Tour
behaalde, wint Cédric Vasseur na een solo van 147,5 km de etappe
Chantonnay-La Châtre en pakt de gele trui, die hi vijf dagen zal
houden.
Tom Steels wordt uit de Ronde gezet, als hij in de massale
eindsprint van de etappe Le Blanc-Marennes zijn bidon naar de
FransmanFréderic Moncassin gooit; in de zelfde etappe wordt Erik
Zabel gedeklasseerd wegens onregelmatig sprinten, waarna Jeroen
Blijlevens de ritzege krijgt toegewezen.
De Festina-ploeg van bergkoning Richard Virenque lanceert een
tegenoffensief in de Alpen en de Vogezen, maar Ullrich komt niet
meer serieus in het gevaar; Virenque beëindigt de Tour als tweede.
In Dijon verslaat Bart Voskamp zijn Duitse medevluchter Jens Heppner;
maar wegens onregelmatig sprinten worden beiden gedeklasseerd; tot
zijn eigen verbazing wordt de Italiaan Marrio Traversoni, die een
halve minuut later door de finish is gekomen tot winnaar
uitgeroepen.
Jan Ullrich wint als eerste Duitser de Tour, hetgeen in zijn
thuisland tot een vorm van ´Ullrichmania´ leidt.
1998:
De start van de Tour in Dubli plaats; de eerste drie dagen
verblijft de Ronde in Ierland.
De aanhouding van Willy Voet, ploegarts van Festina, in wiens auto
daags vóór de start van de Tour aan de Belgische-Franse grens een
grote hoeveelheid stimulerende middelen wordt gevonden, is het
startschot voor een tour vol dopingschandalen; na afloop van de
zesde etappe wordt de gehele Festina-ploeg [met onder andere
Virenque en Zülle] uit de Ronde verwijderd.
Ook de Nederlandse TVM-ploeg wordt aan een hardvochtig
dopingonderzoek onderworpen, waarbij ploegleider Cees Priem,
ploegarts Andrej Michailov en verzorger Jan Moors worden
gearresteerd; Zodra de tour de Zwitserse grens overtrekt, verlaten
de renners van TVM de Ronde.
Uit protest tegen de vermeende heksenjacht gaat het peloton tot
tweemaal toe in staking; de uitslag van de etappe Albertville –
Aix-les-Bains, die na een lange onderbreking en onderhandelen tussen
Riis [namens de renners] en directeur Leblanc uiteindelijk in
wandeltempo wordt uitgereden, wordt geannuleerd.
Jan Ullrich lijkt onbedreigd op zijn tweede Tourzege af te gaan,
maar kent een zware inzinking in het noodweer tijdens de etappe
Grenoble – Les-Deux-Alpes; hier verliest hij de trui aan Marco
Pantani, die na 33 jaarweer voor een Italiaanse Tourzege zorgt.
1999:
Door de dopingaffaire rond Festina controversieel geworden
Richard Virenque keert terug in de Tour als lid van de Polti-ploeg
en wint voor de vijfde keer het bergklassement.
Lance Armstrong, die in 1996 ten dode leek opgeschreven toen bij hem
prostaatkanker met
uitzaaiingen naar de hersens en longen werd geconstateerd, maakt na
een miraculeus herstel een sensationele comeback in de Tour en wint
de proloog in Le-Puy-du-Fou.
In de tweede etappe trekt het peloton over de Gois, een alleen bin
eb begaanbare landtong die het schiereiland Noirmoutier met het
Franse vasteland verbindt; het wordt een geglibber met
talloze valpartijen, die het peloton in tweeën breekt en een aantal
renners [onder wie Zülle en Boogerd] op grote achterstand plaatst.
Mario Cipollini wint de vierde etappe Laval-Blois met een
recordsnelheid van 50,355 km/u en wint ook de drie etappes daarna;
sinds Chalers Pélissier in 1930 had geen renner meer vier etappes
achter elkaar gewonnen.
DeItaliaan Giuseppe Guerini, die in de beklimming van Alpe d’Huez
ontsnapt is, wordt kort voor de finish ten val gebracht door een
toeschouwer, die hem wil fotograferen; Guerini slaagt er toch in de
etappe te winnen.
Lance Armstrong ontpopt zich na zijn ziekte tot een compleet
Ronderenner; hij is in de tijdritten en in de aankomsten bergop
superieur en wint de Tour met overmacht.
2000:
De Nederlandse Rabobank-ploeg beleeft een bijzonder succesvolle
Tour dankzij drie etappezeges van Erik Dekker en één van Leon van
Bon.
De Bask Javier Otxoa boekt een schitterende overwinning in de etappe
Dax – Lordes-Atacan, waar hij 155 km alleen voorop rijdt in mist
en regen; een half jaar later raakt hij invalide als hij tijdens een
trainingsrit door een auto wordt aangereden; een ongeval waarbij
zijn broer Ricardo de dood vond.
In de etappe Courchevel-Morzine verspeelt de Spanjaard Roberto Heras
de dagzege aan Richard Virenque als hij kort voor de finish de
hekken in rijdt.
In dezelfde etappe naar Hautacam rijdt Armstrong al zijn
concurrenten, onder wie de na een jaar afwezigheid terugkerende Jan
Ullrich, op grote achterstand en legt de basis voor zijn tweede
Tourzege.
De bijzonder aanvallend rijdende Colmbiaan Santiago Botero wordt in
Revel wordt in Revel nog verslagen door zijn medevluchter Dekker,
maar wint later de Alpenetappe naar Briançon en eindigt als eerste
in het bergklassement.
Marco Pantani verslaat Armstrong in de laatste meters op de top van
de Mont Ventoux, maar er ontstaat grote wrevel tussen de twee als
Armstrong naar Pantani’s mening te veel de indruk wekt dat hij de
Italiaan heeft laten winnen.
[top]
2001:
De Belg Marc Wauters, rijdend in dienst van de Nederlandse
Rabobank-ploeg, wint de etappe naar Antwerpen; de volgende dag
begroet hij vrouw en kind, als hij in de gele trui door zijn
woonplaats Lummen rijdt.
De Duitse sprinter Erik Zabel boekt drie etappezeges en wint na een
enerverende strijd met de Australiër Stuart O’Grady [die hij pas
op de laatste dag in zijn voordeel beslecht] voor de zesde
- opeenvolgende - keer de groene trui,een absoluut record.
Na de finish in Colmar rijdt een verwarde automobilist door de
afzettingen heen het publiek in, waarbij diverse mensen gewond
raken.
Laurent Jalabert wint twee etappes [waaronder die in Colmar] en ziet
in de Pyreneeënetappe Fox – Saint-Lary-Soulan een solo van 162 km
net voor de finish stranden; zijn aanvallende manier van rijden
levert hem de bolletjestrui op.
In de door Erik Dekker gewonnen etappe naar Pontalier pakt een
groepje renners meer dan een halfuur voorsprong, maar het levert
geen verrassende Tourwinnaar op; het blijft bij enkele gele truien O’Grady
en François Simon en een vierde plaats in Parijs voor Kazach Andrej
Kivilev.
Lance Armstrong lijkt het moeilijk te hebben in de Alpenetappe
Aix-les-Bains – Alpe d’Huez, maar in de slotklim rijdt hijmet
een vernietigende demarrage weg van Ullrich; na nog een paae etappes
met veel machtsvertoon van Armstrong legt Ullrich zich op
Luz-Ardiden met een fraai handgebaar neer bij de suprematie van de
Amerikaan.
2002:
In Lorient wordt Armstrong voor het eerst sinds zijn comeback in
een lange tijdritverslagen; Santiago Botero is elf seconden sneller.
In zijn laatste Tour is Laurent Jalabert vrijwel continu inde
aanval; het levert hem deze keer geen etappezege, maar wel opnieuw
het bergklassement op.
De Spaanse ONCE-ploeg lijkt in joseba Beloki en Igor Gonzales de
Galdiano [die zeven dagen in het gel rijdt] serieuze kandidaten voor
de Tourzege naar voren te schuiven, maar in de Pyreneeën stelt
Armstrong met twee etappezeges na elkaar orde op zaken.
Michael Boogerd levert een historische prestatie in de Alpen, als
hij a een schitterende solo ver de Glandon en de Madeleine op La
Plagne de ontketende Armstrong net voor blijft.
In de laatste tijdrit naar Mâcon wordt Armstrong bedreigt door de
Litouwse debutant Raimondas Rumsas die echter veel tijd verliest als
gevolg van een losgeraakt opzetstuur; Rumsas’ derde plaats in
Parijs komt in een verdacht daglicht te staan, als zijn vrouw vlak
na de Tour wordt aangehouden met verboden
stimulerende middelen in haar bezit.
In de strijd om het puntenklassement verslaat Robby McEwen Erik Zabel; de Australiër verzekert zich definiteif van de groene trui door
op de Champs-Elysées zijntweede etappezege te behalen.
2003:
Armstrong
heeft het moeilijk in deze Tour, maar
zet orde op zaken in de laatste tijdrit over 49 km; nadat hij
geklopt werd door Jan Ullrich die opnieuw, na een paar jaar,
deelneemt aan de Tour en tweede eindigt na Armstrong.
Lance Armstrong gaat onderuit in de
slot-klim naar Luz-Ardiden; struikelt dan nog eens en slaat dan toch
toe met een verbeten trek op het gezicht. Jan Ullrich die spontaan wacht op de gevallen Armstrong. een gebaar
dat geweldig geapprecierd wordt door de gemiddelde sportliefhebber.
De tijdritwinst van Jan Ullrich was sterk en verassend, zijn
suprematie tegen de klok kwam zeer onverwacht en maakte daarom zo'n
indruk.De zware val van Beloki die verscheidene breuken eraan overhoudt.
McEwen verliest de groene trui tegen Baden Cooke op de
Champs-Elysées.
2004:
De Amerikaan stelt reeds bij de proloog
orde op zaken.
Mayo verliest zijn dromen op de kasseien,
Ullrich is niet goed in de Pyrénéen. Enkel Basso is er valse hoop
maar zijn kwetsbaarheid in de tijdritten geeft hem geen enkele kans.
Klöden, regelmatig, is de verrassing van de tour 2004 met een mooie
tweede plaats. Armstrong wordt de beste renner van de Tour de France
met een 6e overwinning in een in een editie zonder
spanning maar gelukkig geanimeerd door de jonge Franse kampioen
Thomas Voeckler.
2005:
Kort en bondig. Armstrong gaat er voor.
Van bij het begin van deze Tour neemt Armstrong,samen met
zijn ploeg, de touwtjes in handen en controleert zo voor de ganse
duur van de Tour. In het gebergte is niemand bekwaam om de Amerikaan
in moeilijkheden te brengen wat ten slotte goed is voor een zevende
eindoverwinning.
Hiermee breekt hij alle records en staat op kop wat het aantal
eindoverwinningen betreft.
2006:
????????????
[top]
|