1) De Kruisdood van Jezus : Hart van het Evangelie ?
2) De eigenlijke Betekenis van Maria
3) Houding van de discipelen/kerk nà Jezus' dood/heengaan
4) Geloven heeft niets te maken met het leven te beperken tot wat mag en wat niet mag !
7) We hebben God nodig, maar... hebben we een kerk nodig ?
8) Armoedebestrijding, een appendix van ons geloof ???
9) Pinksteren - Heilige Geest - Godsbeeld ?!
10) Samuël : een bizarre geschiedenis
1) De Kruisdood van Jezus : Hart van het Evangelie ?
H. Berkhof heeft het in zijn Christelijk Geloof over ,,een onzichtbaar waas, waardoor wij de beslissende verbintenis tussen sterven en heil niet onder woorden kunnen brengen''.
Aanvankelijk bleek een verklaring van de KRUISDOOD van Jezus NIET VAN DOEN : de nadruk lag op de NOODZAAK van EVANGELIEVERKONDIGING (komst van het Rijk) in verband met de WEDERKOMST (zie in het boek Handelingen-1ste hoofdstuk alsook in de brieven van Judas, Petrus, Jacobus, Paulus aan de Thessalonicenzen en in de Openbaring/Apocalyps van Johannes).
Hoewel OPSTANDING en HEMELVAART van Jezus centraal staan in het beleven van het christelijk geloof, doet het uitblijven van de wederkomst vragen naar verdieping. En zo komt de betekenis van Jezus' DOOD AAN HET KRUIS aan bod (cf. Paulus en de schrijver van de brief aan de Hebreeën) in verband met de offergedachte in het Oude Testament.
Merkwaardig genoeg ziet men in
de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis de dood van Jezus als een OFFER AAN DE
SATAN (?).
De achterliggende gedachte hierbij is dat de wereld - waarin de christenen een
minderheid vormen - slecht is, heidens, onder de heerschappîj van DE BOZE.
Deze is de 'wereldbeheerser van deze duisternis', de overste van de wereld.
De kerkvader MARCION bedacht dan ook dat de aarde werd geschapen door de
DEMIURG, een andere God dan
de vader van Jezus Christus.
De kruisdood van Jezus wordt als plaatsvervangend door SATAN
geaccepteerd; zij die Christus' kant kiezen, moet hij laten gaan : ze zijn
losgekocht
(cf. de zondebok die door het volk
van Israël in de woestijn naar de demon AZAZEL werd gestuurd - Leviticus,
hoofdstuk 16, de verzen 5 tot en met 21). We vinden deze opvatting
ondermeer bij ORIGENES (kerkvader, leefde vanaf 354 tot 430 na Chr.) en
AUGUSTINUS (de bekendste onder de kerkvaders), die het over het kruis
heeft als 'lokaas'.
Het kruis wordt zodoende in de eerste eeuwen als SATANISCH beschouwd. Het christelijk symbool daarentegen is de vis (in het Grieks : ICHTUS) en de overwegende voorstelling is 'een Jezus als de GOEDE HERDER, die zijn leven inzet voor zijn schapen' (baardloos gedurende de eerste 4 eeuwen).
Vanaf zowat de 4de eeuw
verandert het geloofsbeeld èn de verklaring van Jezus' dood !
De christenen krijgen erkenning; het christendom wordt staatsgodsdienst,
en Christus wordt de overste van de wereld ! Hij is als SOL INVICTUS, de
onoverwinnelijke zon, en door de ontwikkeling van de leer van de 3-eenheid ook
schepper van de aarde en alles daarop.
Het KRUIS wordt het OVERWINNINGSTEKEN ! Jezus aan het kruis is de
machtige, de TRIOMFATOR, die de Satan verplettert.
Niet de duivel doet Hem het kruis aan, niet aan de Satan moet de losprijs
betaald worden, maar Jezus verkoos deze dood zelf,
vrijwillig.
We moeten dus niet op de pijn letten, maar op het heil ! (cf. de brief aan de
Collossenzen, hoofdstuk 2, vers 15). Immers, alleen als gestorvene
kon hij in het dodenrijk afdalen en alle zielen, die er zich sinds eeuwen
bevonden, bevrijden (cf. de 1ste brief van Petrus, hoofdstuk 3,
vers 19 en hoofdstuk 4, vers 6 : ,,neergedaald ter helle'' !).
Satan had het vooral te zeggen in het dodenrijk; daar moest Christus hem dus
verslaan ! (Hel en dood verslagen !). (Cf. ,,Jesus Christ Superstar''
waarin de Jezusfiguur zegt : "To conquer death, you only have to die").
Het is de tijd van de vastlegging in het CREDO (de geloofsbelijdenis van de
kerk) : niet het leven, maar de dood en de opstanding van Jezus zijn van
betekenis !
Tegen de 12de eeuw treedt
opnieuw een verandering op in het wereldbeeld van de kerk. In de sombere
Middeleeuwen heeft de Noorman toegeslagen en heerst de pest; bovendien is er bij
velen desillusie over de verwereldlijking van de kerk, is de wereld a.h.w.
opnieuw in de macht van de boze.
In navolging van Paulus ontwikkelt ANSELMUS (van Canterbury, 1033-1109),
als een van de vaders van de vroege
Scholastiek, de
zonde-leer.
Zonde is alsdan majesteitsschennis tegenover God. God kan daarom de
(ERF)zonde niet over zijn kant laten gaan. Niemand voldoet echter om het
bloed/het leven te geven dat geëist wordt en dus is Gods eigen kruis-dood
nodig als genoegdoening om aan de toorn en de eis te voldoen en rechtvaardig
tegenover zichzelf te blijven. Pas daarna is er ruimte voor Gods liefde !
(Cf. de eerste brief van Johannes, hoofdstuk 2, vers 2). Zo worden de
verdiensten van Christus aan zondaren toegerekend ! (Cf. de brief aan de
Filippenzen, hoofdstuk 2, de verzen 8 tot en met 11).
Deze SATISFACTIE-LEER wordt zowel door ROME als door de REFORMATIE
opgenomen.
Reeds in diezelfde 12de
eeuw ontwikkelen zich alternatieven.
Ondermeer door ABELARDUS (1079-1142;
in 1140 door paus Innocentius II in de ban geslagen).
Abelardus erkent de kruisdood weliswaar als een initiatief van God uit, maar
slechts voltrokken om te tonen wat echte liefde inhoudt : wie werkelijk
liefheeft is bereid haar/zijn leven tot in de dood toe prijs te geven.
Zo wordt Gods liefde aan het kruis volkomen zichtbaar gemaakt. Deze liefde
van God roept wederliefde op, op grond waarvan wij vergeven worden van onze
zonden (Abelardus erkent de erfzonde niet en verwerpt dus elke gedachte aan
'genoegdoening'). (Cf. de eerste brief van Johannes, hoofdstuk 4, vers 12 en de
3de brief van Johannes, vers 11-2de gedeelte : ,,Wie goed is, is in God" !).
De officiële kerken blijven bij de satisfactie-leer (en de leer van de erfzonde), en ook de grote hoeveelheid van protestantse kerken, die daarna het levenslicht zien, houden daaraan vast, en soms wordt het uitgewerkt tot een echte bloedtheologie. Kruisverering en vooral het on-bloedig centraal zetten van Jezus' offer in de eucharistie worden in de rooms-katholieke liturgie hoogtepunten en een dagelijkse verplichting voor de priester.
Naast de leer van de 3-eenheid vormt de satisfactie-leer het centrale gegeven van de christelijke identiteit, ondanks de vele verhalen in het Nieuwe Testament over schuldvergeving ZONDER offer, zoals dat van de 'de vrouw met de olie', 'de verloren zoon', 'de vier die een vijfde dragen', enz ... en het feit dat menige brief in het Nieuwe Testament met geen woord rept over offer en kruisdood (cf. de brief van Judas, de tweede brief van Petrus, de brief van Jacobus e.a.). We vinden het ook niet terug in het - niet in de bijbelcanon opgenomen- Thomas-evangelie.
Toch vinden we telkens weer theologen en predikanten die zich de vraag stellen of het wel terecht is dat de kerk zich blijft binden aan Middeleeuwse inzichten en beperkingen.
In de
bevrijdingstheologie die in de jaren 60 en 70 ontstaat naar aanleiding van
de dekolonisatie, wordt de kruisdood van Christus tot symbool van de
gefolterde mens door alle tijden heen.
Jezus kiest, door voor het kruis te kiezen, consequent partij voor de
onderdrukte en de geslagene.
In 1959 ontstaat er een hele rel in de Hervormde Kerk wanneer dr. Piet Smits, een vrijzinnige Leidse hoogleraar in de kerkelijke sociologie, in een meditatie onder de titel ,,Waarvoor stierf Jezus ?'' ,officieel verkondigt : ,,Niemand anders moet boeten voor mijn onvolkomenheden''.
In 1971 komt er een boekje uit van de gereformeerde professor Herman Wiersinga met daarin een pleidooi voor een 'alternatieve verzoeningsleer'.
In 1997 is het de exegeet
dr. Cees den Heyer die als gereformeerd hoogleraar een boekje uitgeeft bij Kok
onder de titel : ,,Verzoening : bijbelse notities bij een omstreden thema''.
Hij schrijft daarin ondermeer : ,,Wie zich intensief bezighoudt met het
onderzoek naar de historische Jezus, zal steeds weer moeite krijgen in te
stemmen met de christologische dogma's''. En dan verwijst hij op een
gegeven moment naar het bijbelboek Micha (Oude Testament) - hoofdstuk 6, vanaf
vers 6 - als het kader waarbinnen Jezus optreedt : (ik citeer)
,,Waarmede zal ik de Heer tegemoet treden ? ...met brandoffers ? kalveren
? tienduizenden oliebeken ?
Mijn eerstgeborene ?
... voor de zonde van mijn ziel ?
De Heer vraagt niet anders
van u dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen
met uw God''.
Tot slot vernoem ik nog
de rooms-katholieke theoloog Henk van der Linde, die in Hervormd Nederland van
21 maart 1998 schreef :
,,Ik betreur het dat ook in ons land nog steeds wordt gedaan alsof het
plaatsbekledend lijden de kern van het geloof zou zijn. De kern en het
hart is het
Godsrijk !''
En dat Rijk van God - zo eindigt de film ,,Kingdom of Heaven'' (recent te zien geweest op de televisie) - is niet in Palestina gelegen, is niet 'Outremer', maar is in het hoofd en in het hart.
Drs. Frans BLOKLAND - 28 MAART 2009
P.S. : Het geloof in de opstanding was er lang voordat de vraag naar Jezus' dood gesteld en uitgewerkt werd : Hij is de LEVENDE !
2) De eigenlijke Betekenis van Maria
Maria in de protestantse kerk
? Niet zo evident om daar uitgebreid over te praten, want : Maria is niet
protestants !
Ze is de moeder van Jezus, maar in het protestantisme gedegradeerd tot een
plaatsje ergens achteraan in de rij van zondaars en zondaressen.
Dat heeft natuurlijk wel zijn oorzaak : in de rooms-katholieke kerk van de
Middeleeuwen tot in de 19de eeuw, werd een bepaalde rol van Maria overdreven
naar voren geschoven. God was te ver weg, Jezus was óók God, dus :
Maria werd het aanspreekpunt !
Bovendien was het Romeinse veelgodendom bevolkt met zowel mannelijke als vrouwelijke goden [Roma (= een Romeinse mythologische figuur, de verpersoonlijking van de stad Rome, die als godin werd vereerd; zij werd vaak afgebeeld als een vrouw met een helm en gewapend met een lans of een kort zwaard zittend of staand soms met een kleine figuur van de gevleugelde Victoria op haar hand; haar verschijningsvorm werd soms geïnspireerd door de Griekse Amazone, Artemis of Diana en Athena of Minerva), Vesta, Isis, ...) en had het uit het Jodendom voortkomende christendom slechts mannelijke goden (de Vader, de Zoon, de Heilige Geest) en ook als gauw een tot mannen beperkte organisatie. De aandacht aan Maria geschonken vormde een tegenwicht, de vrouwelijke exponent, waardoor moederliefde, tederheid, vergevingsgezindheid, vrede stichten, bescherming een plaats kregen binnen een stugge en tot hardheid en droge feitelijkheid neigende mannenkerk.
Die verdroging, verwording zie je ook in de groei van het protestantisme terug : het werd een woordreligie, een tot verstandelijk, rationeel te benaderen gegeven, juridisch ingekaderd en met een grote mate van wetticisme als regel.
Je kunt in religieuze zaken
altijd overdrijven !
Dit hebben ze dus met ,,Ons lief Vrouwke'' ook gedaan !
Verschijningen en bedevaartsoorden zijn er gekomen, beelden hebben geweend,
wonderen zich voorgedaan, ...
Begroetingswoorden uit de bijbel zijn tot gebed geworden en de omgang met de
figuur van Maria is bij tijd en wijle 'afgodisch' geworden : Moeder-maagd en
Stella-Maris, onbevlekt ontvangen, ten hemel opgenomen, ... Het
fantasievolle Maria-geloof werd door de rooms-katholieke kerk gevoed en
gekoesterd waardoor de Maria-verering, de eer die haar toekomt,
een buitensporige factor werd binnen het godsvertrouwen waartoe elke mens
wordt geroepen.
Maar dat hebben de kerken met vele andere elementen óók gedaan !!!
Met de bijbel zelf, om maar direct iets te noemen. De bijbel als Gods
Woord, onfeilbaar van kaft tot kaft, maakt het in vele kringen onmogelijk om
er nog op een normale manier mee om te gaan.
En vele dogma's, leerstellingen van de kerk, zoals de Drie-eenheid, of de
invulling van de kruisdood van Jezus, de verandering van brood en wijn in
lichaam en bloed bij de eucharistie, de organisatievormen van de
rooms-katholieke kerk en calvinistische kerken die beide 'van God gewild' zouden
zijn.
Je kunt als die dingen niet
echt euvel duiden. Of... eigenlijk kun je dat wel ! Maar 't is in
ieder geval zo gegroeid, het was vaak een kwestie van oorzaak en gevolg,
van sociale en politieke omstandigheden, zowel van socialisatie als van
indoctrinatie.
En hoewel dat wellicht een mager excuus is voor wie ergens in het verleden
verantwoordelijkheid droeg, je kunt de geschiedenis niet terugdraaien. Wat
je wel kunt : da's er een gezonde afstand van nemen. Ruimte creëren voor
een heldere en eerlijke kijk op religie, kerk, godsdienst, Jezus, God èn ...
Maria. Maar, ... je krijgt niet steeds de kans om dit naar buiten te
brengen.
Die heldere en eerlijke kijk
is geen verraad noch aan mensen noch aan God.
Een kritische benadering, vragen stellen
bij alles waar je mee bezig bent, een begaanbare weg zoeken zowel voor hoofd als
hart als handen, voor gezond verstand en medemenselijkheid, is helemaal niet
hetzelfde als definitief afscheid nemen van al wat de kerk dierbaar is en was.
Het is wellicht de enige weg van vertrouwen die een mens van deze tijd kan
inslaan om zinvol door te gaan te midden van de chaos, de veelheid van deze
tijd.
Met een God die ons liefheeft.
Met een Jezus die ons voorging.
met een moeder die incasseren kon en toch niet opgaf om te zien naar de vrienden
van haar zoon.
Met die vrienden die ook hààr opnamen : in hun verhalen, hun dromen, hun
visioenen, waarmee ze in hun eigen belevingswereld de hoop en het
vertrouwen probeerden hoog te houden.
Met verstand dat niet op nul wordt gezet.
En met het herdenken van wat was en het overschouwen van wat er allemaal komen
kan ... telkens een klein stukske tegelijk ... om er ons beter bij te voelen.
Samen.
Onderweg naar morgen.
Drs. Frans BLOKLAND - 02 mei 2009
3) Houding van de discipelen/kerk nà Jezus' dood/heengaan
Wanneer we het eerste hoofdstuk, de verzen 12 tot en met 26 van het bijbelboek Handelingen lezen, dan zien we Jezus is verdwenen en de opdracht waarmee zijn volgelingen het moeten doen is 'wachten'. Wachten tot de heilige geest komt. Althans : dat is het verhaal naar Lucas. Het verhaal naar Johannes is merkelijk anders : daar vind je als het ware een privé-pinksteren voor de apostelen.
Nog iets opmerkelijks is dat
Lucas uitdrukkelijk melding maakt van Maria, de moeder van Jezus. En nog
"enige andere vrouwen".
Het is alsof Jezus weet dat het gevaar er dik in zit, dat de vrouw uit het
godsdienstige gebeuren geweerd zal worden en in de kerk van geen tel zal zijn.
Analoog namelijk aan het Oude Testament waar de Jahweh-dienst een strikt
mannelijke aangelegenheid was (met mannelijke priesters, een mannelijke godheid,
een besnijdenis alleen voor jongetjes - gelukkig maar, zeggen we er nu bij -,
een voorhof voor de vrouwen in de tempel, een hek in de synagoge waarachter de
vrouwen netjes bij elkaar moeten blijven (cf. de film 'Yentl' met Barbra
Streisand).
Dat gaat ook de kerk voor een
groot deel worden : een mannelijke kerk (met de vrouw als verantwoordelijke voor
de erfzonde !!!).
Slechts als MAAGD wordt de vrouw verheerlijkt als ideaal beeld (cf. de maagd van
Orléans).
Maria wordt vanzelf verheerlijkt : moeder van Jezus, moeder van God, ten hemel
opgenomen, onbevlekt ontvangen, mede-verlosseres.
Maar anderzijds kwam tijdens een kerksynode zelfs de vraag op de proppen of de
vrouw wel een ziel had, want voor de kerk van Rome waren de vrouwen verbonden
met zondige materie en mannen met de verheven geest. Men kwam onder de
aanhangers van de kerk zelfs de overtuiging tegen dat vrouw geen ziel bezitten
en dus alleen 'zondig vlees' zijn, bij zoverre dat dit zelfs het onderwerp
uitmaakte van een kerksynode. De grote kerkvader Augustinus vertelt hoe
vrouwen steeds maar weer met hun 'lage listen en lusten' de mannen tot de zonde
verleiden, precies zoals ook Adam werd verleid door Eva. Dat is zelfs de
oorspronkelijke rechtvaardiging van de afwijzing van het priesterambt voor
vrouwen in de rooms-katholieke kerk.
Vrouwen worden wel gedoogd in kloosters en er zijn de zeldzame gevallen van
kerkleraressen en er is ,,De Da Vinci Code'', waarin legendes en
verzinsels, feiten en fantasie, kerkelijke en wereldse aangelegenheden in één
grote pot worden gedaan en goed geroerd, op zoek naar HET VROUWELIJKE ELEMENT in
de christelijke godsdienst. Maar daar gaat het dan niet om Maria, de
moeder van Jezus, maar om Maria, de vrouw uit Magdala, Maria Magdalena, 'La
Madeleine', die als echtgenote van Jezus, hem - na zijn dood - een kind zou
gebaard hebben nà te zijn gevlucht naar Frankrijk en die daardoor de koninklijke
lijn van David zou hebben doorgetrokken in de Merovingers. Over Maria
Magdalena is een hoop te zeggen, maar dan liefst zonder 'De Da Vinci Code'
erbij, want da's in feite alleen maar één grote hutsepot.
Het blijft hoe dan ook spijtig dat Lucas' vrees bewaarheid is geworden en dat de vrouw tot eind vorige eeuw in bijna alle vormen van de christelijke kerk een tweederangsburger is gebleven. Tenzij dus als MAAGDEKE (net zo lang wordt ze ook bezongen door troubadours om eeuwig lief te hebben).
De discipelen in de bovenzaal
doen in die 10 dagen dat ze' moeten wachten één ding : ze gaan een 12de man
kiezen in de plaats van Judas, die de zaak verraden heeft. Ze klampen zich
als het ware vast aan het verleden, alsof dat getal 12 een 'conditio sine qua
non' zou wezen. De Mormonen (heiligen van de laatste dagen ?!) deden dat
ook !
NEEN, 12 is geen verplicht nummer, 12 is een symbolisch getal. Het staat
voor héél Israël, alle 12 stammen (maar het waren er in feite 13 met Levi
[waaruit de priesters kwamen] erbij). Ze moeten nog leren dat, - om het
met Calvijn te zeggen - ,,Israël heeft afgedaan en dat de kerk in de plaats is
gekomen''.
Waar houdt de kerk zich dus
uiteindelijk mee bezig als ze de heilige geest nog niet te pakken heeft ?
Met organiseren ! Met het huishoudelijk reglement ! Met het invullen
van namen op de openvallende postjes ! Met het tellen van bedragen !
Met naarstig onderzoeken van de juiste kwalificaties ! Met het gooien van
de dobbelstenen nota bene !!! Om het toch maar weer netjes voor mekaar te
hebben op papier !
Het gaat trouwens vandaag nog
precies op dezelfde wijze !
Ik zit als dominee 32 jaar in dit district (het district West- en
Oost-Vlaanderen van de Verenigde Protestantse Kerk in België) en inmiddels is
men nog altijd aan het sleutelen aan de reglementen, de indelingen, de
taakverdelingen. Er is nà 32 jaar nog altijd geen definitieve 'Kerkorde en
Constitutie' (er zijn er al vele voorlopige geweest), want we vinden nog altijd
punten die verkeerd staan en komma's die elders moeten komen. En maar
papier volschrijven met nieuwe voorwaarden voor predikanten en nieuwe aantallen
voor afvaardiging en steeds weer nieuwe namen zoeken voor steeds meer gecreëerde
postjes, terwijl je inmiddels het hele kerkbezoek van een heel district, 17
gemeentes, makkelijk in één bovenzaal bijeen kunt krijgen, omdat het nou eenmaal
overal terugloopt.
Van het gebeuren bij de
discipelen in hun bovenzaal (het cenakel), nl. het totaal onnodig overgaan tot
het invullen van de openkomende plaats, is wel eens gezegd geworden : ,,Dit is
een onbijbels bijbelverhaal !" En ik sluit me daar van harte bij aan !!!
Het staat natuurlijk wel in de bijbel ! Maar de bijbeschrijvers hebben
nooit tot doel gehad een gestroomlijnde organisatie in het leven te roepen of
zinloze activiteiten tot levensnoodzakelijk te promoveren. Integendeel !!!
Het ging de bijbelschrijvers - hoe krom ze het ook neerzetten en hoeveel
misverstanden het vaak ook heeft opgeleverd - om de BEVRIJDENDE ONTMOETING (om
het zomaar eens te zeggen) met Jezus, de verkondiging van het Koninkrijk van
Vrede, Gerechtigheid en Blijdschap, om de ruimte tot ontplooiing van de mens
naar Gods bedoelingen. Om grond onder de voeten in een bij tijd en wijle
wankel bestaan, om de liefde van de Here God zelf voor kleine mensen zoals wij.
En het ging niet om gekissebes, gepietepeuter, betweterij, becijferingen of het
bevorderen van de geld- en gokbusiness.
Van Matthias (de in de plaats van Judas zo zorgvuldig en pietje-precies gekozene) wordt in het verdere verloop van de dingen niets meer vernomen ! Wat helemaal niet zo verwonderlijk is. Zoals ze dat dààr en dàn deden, daar bouw je geen kerk mee op. NOG STEEDS NIET !!!
Je zult het inderdaad van de heilige geest moeten hebben. Die waait waarheen hij wil. Een geest van wijsheid en verstand ook. Te herkennen aan de vrucht ervan (niet aan de zoveelste nieuwe richtlijnen) : lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw en dat soort dingen meer.
We hoeven er trouwens niet op
te wachten, want Pinksteren is allang gepasseerd. We moeten ons er alleen
maar op instellen.
Het is altijd weer verbazend hoe plezierig dat kan zijn !!!
Drs. Frans BLOKLAND - 23 mei 2009
4) Geloven heeft niets te maken met het leven te beperken tot wat mag en wat niet mag !
Uitgangstekst : Marcus 2 : 23 -28
De discipelen wandelen achter Jezus aan door de rijpe korenvelden en kunnen het dan niet laten om halmen af te trekken en de korrels bloot te rollen en op te peuzelen.
En natuurlijk hadden ze het gezien ! Want er zijn altijd en overal een hele hoop mensen die op vinkenslag liggen om te kijken of een ander niets mispeutert !
En... ,,dat aren
plukken, dat mag niet !'', zo zeggen de farizeeën. 't Is te zeggen : het
mocht wèl - zo staat het uitgebreid in Deuteronomium 23 - maar niet op de sabbat
!
Want strict genomen is dat immers 'oogsten' en zo staat het nou eenmaal in de
wet : op de sabbat zult gij geen werk doen !
En dus hebben ze weer ne keer een prima argument om die hele Jezus in diskrediet
te brengen.
En het trieste is dat ze in zekere zin gelijk hebben. Want zó staat het in
de tien geboden ! En daar valt niet mee te lachen. In de woestijn,
zo vertelt de TORA, wordt nog een oud mannetje doodgestenigd omdat hij hout
sprokkelde op de sabbat.
Zelfs voor de latere profeten als Jesaja en Ezechiël is dat van het
allergrootste belang gebleven : er veranderde van alles, en allerlei dingen die
vroeger niet konden werden op den duur wèl mogelijk, ... maar de sabbat moest je
onderhouden !!!
En da's zo gebleven ook ! Als jonge gasten gingen wij vroeger altijd op
zaterdag zwemmen in het centrum van Antwerpen en ik heb tientallen keren het
licht of de gas moeten aansteken bij de bewoners van de joodse wijk die je daar
speciaal voor stonden op te wachten ! Want : zij mochten dat niet doen en
wij wel, vanzelf.
Wij kijken daarvan op ! Maar wij hebben dan ook Jezus daaraan voorbij zien gaan !
Zelfs Paulus zegt op een gegeven moment in de brief aan de Colossenzen : ,,Laat niemand u blijven oordelen over het gebruik van de sabbat'', en in de brief aan de Romeinen heeft hij het over ,,het stellen van de ene dag boven de andere, en dat iedereen dat voor zichzelf moet weten !''
En toch heeft DE KERK het ons,
zo door de geschiedenis heen, op de een of andere manier bijzonder moeilijk
gemaakt !!!
Door de bepalingen van de sabbat op de zondag te doen vallen, de eerste dag van
de week, de dag van de opstanding. De dag van de Heer - dominica - ...
waarop je niet mocht werken en niet met de trein mocht rijden en ook niet breien
mocht.
Wij hebben hier in Oostende nog heel wat kritiek gekregen toen we omwille van een zustergemeente de diensten op zaterdagavond zetten.
En de kerk van de Zevende-dags-Adventisten (in België geaffilieerd met de Verenigde Protestantse Kerk) maakt nou precies dààrvan haar grote punt : de Heer kan niet terugkomen zolang de kerk op zondag in plaats van op de sabbat samenkomt !!!
De sabbat als punt van discussie voor alle soorten farizeeërs. Tot op vandaag !
En dan denk ik zomaar :
eigenlijk, feitelijk zit'm het grootste verschil tussen de éne kerk en de andere
(en er zijn er nogal wat) in WAT MAG en WAT NIET MAG (en niet alleen maar op
zondag).
Ik zal een voorbeeld geven : wij hameren achter een kopje koffie en met een
sigaretje in de hand op het monogame huwelijk : ,,één man en één vrouw samen
geeft al moeilijkheden genoeg'', zeggen we dan.
Maar bij de Mormonen, de kerk van de heiligen der laatste dagen, mag je best
meer vrouwen hebben (dat moet in feit), maar koffie en thee en tabak zijn er dan
weer uit den boze !!!
Soms heb ik inderdaad de indruk dat het leven van de kerk zich beperkt tot het vaststellen van WAT MAG en WAT NIET MAG. Als een soort regels van de club !
Wij krijgen in Oostende nogal wat schoolklassen en catechesegroepen over de vloer en als dan het moment van 'vragen stellen' is aangebroken, dan beperkt zich dat meestel tot : ,,Mag bij jullie dit ?'' en ,,Kan bij jullie dat ?'' en ,,Wordt dit bij jullie toegelaten ?''.
De kerk in een MARKTSITUATIE;
met IEDER ZIJN KRAAMPJE op het INTERRELIGIEUZE PLEIN.
Met waarheden en met dingen die mogen en niet mogen.
Als voor- en nadelen die je tegen mekaar moet afwegen. Alsof het om een
soort autotest zou gaan met min- en pluspunten.
MET REGELS. Regels van plichten èn van dingen die je na moet laten.
Om daar dan je ZIELEHEIL en je GEMOEDSRUST tegen re ruilen.
Luther viel er al over : over
een volle aflaat in ruil voor een zekere som !
En op het zendingsveld ging het heel vààk zo : eten in ruil voor de kerkgang.
En ik had een katholieke tante die altijd zei : ,,Ik zal wel zorgen dat ik in de
hemel kom !'' en ze werkte tientallen jaren gratis als kokkin op de parochie.
DE KERK ALS RUILBEURS.
Allemaal achter ons tafeltje !
Maar Jezus wierp deze hele redenering van WAT MAG en WAT NIET MAG gewoon omver ! Zoals hij de tafels van de wisselaars op het tempelplein omverwierp !
Wat Jezus betreft (en Paulus
in de Colossenzen- en in de Romeinenbrief had dat heel goed door) ging en GAAT
HET UITEINDELIJK MAAR OM ÉÉN DING : om liefhebben !
Niet als sentiment, maar als HET BELANG VAN DE ANDER HOGER ACHTEN DAT DAT VAN
JEZELF. Het gaat'm om WAT DEUGD DOET en NIEMAND TEKORT DOET !
Da's zijn gebod ! Heel letterlijk in het evangelie naar Johannes !
Da's zijn criterium !
Da's de norm !!!
En dat gaat voor iedereen op ! Voor kerkmensen net zo goed als voor niet-kerkmensen. En als het ook maar een beetje lukt, maakt dat van iedereen ook NIEUWE MENSEN !
En het is niet omdat nou precies dat LIEFHEBBEN een tikkeltje moeite vraagt, en gewoon vaak moeilijk is, dat we dus onze toevlucht maar moeten nemen tot een ons passend ruilsysteem van dingen die mogen en niet mogen.
En het is moeilijk !
Want de vraag naar het belang van de ander is niet altijd makkelijk te
beantwoorden.
Het wordt zo gauw bemoeizucht !
En het vraagt betrokkenheid. Zo van binnen uit, omdat je hart ermee te
maken heeft !
Je zult er vaak je 'goesting' of 'geen goesting' voor moeten overwinnen...
De dingen die mogen en niet
mogen... die zijn een beetje als bakens die de weg aangeven. Zij bieden de
mogelijkheid om het samen tof te hebben. Met dat laatste heeft LIEFDE
vanzelf alles te maken, en die liefde is het criterium ! Het eerstvermelde
kan gewijzigd worden ! ,,...de sabbat is er voor de mens, staat ten
dienste van ! En niet andersom !''
Elke gewijzigde situatie zal om nieuwe afbakening vragen, om nieuwe regels.
Die zijn dus heel relatief;
En ik wil niemand zijn zekerheden afnemen..., maar geboden en verboden ZIJN GEEN
ZEKERHEDEN !
Het zijn wegwijzers naar een stukske collectief geluk, neergezet in de tijd !
WAT MAG en NIET MAG noemen we MORAAL; of met een ander duur woordje : ETHIEK. ,,Ethiek is het nadenken over het handelen van de mens vanuit het gezichtspunt van goed en kwaad''.
In het Oude Testament dacht
men daar anders over dan in het Nieuwe Testament, om het nou maar simpel te
zeggen.
De laatste tijd - en dan spreek ik over een goeie 20 à 30 jaar geleden - wordt
in de filosofie (wat weer een wetenschap apart is; een ander woord =
WIJSBEGEERTE - cf. de typisch Calvinistische wijsbegeerte der wetsidee uit de
vorige eeuw) het criterium gezocht in de PIJN die dingen kunnen veroorzaken.
Men zegt dan : ,,Goed en kwaad, wat mag en wat niet mag, wordt bepaald NIET door
wat toevallig ooit op papier of perkament is gezet, MAAR door DE PIJN die het al
dan niet berokkend aan de medemens.
Eigenlijk komt het daarop neer : je mag de ander in geen enkel opzicht pijn doen
!
En in feite is dat heel bijbels !
Paulus zegt op een gegeven moment - ook in de Romeinenbrief - dat de mensen een heleboel dingen, zoals vlees eten, maar niet moeten doen als dat aan anderen aanstoot geeft !
En op de eerste synode te Jeruzalem (d.i. te lezen in Handelingen 15), wordt door de apostelen een aantal punten vastgesteld waaraan de kerk zich moet houden, zoals bijvoorbeeld zich onthouden van bloed. Niet, omdat dat op zichzelf verkeerd zou zijn, maar ,,omwille van de joden'', om die niet te provoceren !!!
Je mag de ander geen pijn doen. Noch lichamelijk. Noch geestelijk. En er is geen mens die niet weet wat dat betekenen wil.
Als de discipelen zo wat
halmen aftrekken en peuzelend verder gaan, doet dat geen mens kwaad. Zelfs
niet aan de boer die die paar halmpjes niet zal missen. Daar was ruimte
voor, en zo stond het er al in Deuteronomium 23.
Integendeel : da's een stukste GENIETEN.
En daar DIENT DE SABBAT voor !!! Om te genieten !
Daar dienen ook een heleboel andere dingen voor : vrije dagen, kerkdiensten,
ontmoetingen allerhande !!!
Niet om gelijk te krijgen. Niet om mekaar vliegen af te vangen. Niet
om het mekaar knap lastig te maken !!!
Maar om rustig van te genieten met elkaar onder Gods hoogtezon.
Als gedeelde vreugd : dubbel !
En gedeelde smart : half !
En als dat niet vaak of niet altijd het geval is, dan is dat in ieder geval een toffe zaak om NAAR TE STREVEN met elkaar.
Drs. Frans BLOKLAND - 27 juni 2009
Uitgangsteksten : Prediker 7 : 15 - 22 en Jacobus 3 : 1 - 13
Op donderdagavond 10 september ll. zag ik toevallig op televisie een film, getiteld ,,Saved’’ (gered). Het verhaal heel kort : op een fundamen-talistische school arriveert een jongen, die homofiel is. Hij leert er een meisje kennen en dat meisje wil die jongen ‘redden’. Daartoe geeft zij zich aan hem, met als gevolg dat ze zwanger wordt. Uiteindelijk mondt dit uit in een drama in het gezin van dit meisje en komt de jongen in een instelling terecht om zogezegd ‘te genezen’. In die film krijgt men dan ook continu te maken met protestantse fundamentalisten die om de haverklap de naam Jezus op de lippen hebben, terwijl ze ondertussen anderen – d.i. mensen die niet zijn zoals zij – in de vernieling helpen.
Diezelfde avond was er op de Nederlandse televisie (Nederland 2) een reportage over Jones, de ‘leider’ die jaren geleden om en bij de 1.000 mensen tot collectieve zelfmoord heeft aangezet. En… in een nieuwsuitzending van die dag ging het over een journaliste die in Soedan (of Eritrea) veroordeeld was omdat ze het had aangedurfd om een lange broek te dragen. Dat verbod staat overigens ook in onze bijbel !!! Lees er maar het boek Deuteronomium op na in het hoofdstuk 22, het 5de vers . Het wordt dan ook bijv. bij de Amish (ook gekend onder een andere naam, nl. ,,De vergadering der gelovigen’’) eveneens verboden.
Ja, geloof
is blijkbaar in.
En een kardinaal Danneels en tal van anderen stellen dat er alom spiritualiteit
is.
Het is alleen de vraag of we daarmee gelukkiger worden ?!
Want uiteindelijk is dat er wel de bedoeling van, al zeggen veel kerken dat
zoiets enkel in de hemel kan.
Geluk en vrede is het uiteindelijke doel (zie het boek der Psalmen, het 1ste
hoofdstuk, alsook de zaligsprekingen).
Als je niet gelukkig bent in je geloof ben je verkeerd bezig !!!
Geluk is de ultieme bestemming van de mens; weliswaar gaat het hier niet om dat
goedkope geluk dat ons wordt voorgespiegeld door de consumptiemaatschappij en in
de media (en dit vooral in de reclame).
De mens leeft immers niet alleen. De mens is mede-verantwoordelijk. Het geluk
van de ene kan nooit bereikt worden ten koste van anderen, want dan beperk je
het begrip tot je eigen wereld van wensen en emoties, zoals de fundamentalisten
meestal ‘het ware geloof’ beperken tot hun eigen geloofsgemeenschap en hun eigen
belevingswereld. Buiten die eigen wereld is er geen ruimte voor wie dan ook !!!
Je kunt dus
niet zo maar zeggen : “Je kunt met geloof alle kanten op”.
Dat gebeurt wel, maar dan gaat dat altijd ten koste van anderen en levert het
niets anders op dan
bloed, slavernij, onderdrukking en problemen met als gevolg complete onrust en chaos;
gebrek aan respect, overdreven eisen, voor-de-gek-houderij, machtsuitoefening;
vermenging van cultuur met geloof (cf. “The American way of life” and “God bless America” en de Islam met het Ramadan-gebeuren en met de hoofddoekenkwestie).
Uiteindelijk
zijn er steeds mensen de dupe van.
En dat kan er nooit de bedoeling van zijn, ondanks de verhalen van het Oude
Testament en de Israëlveroveringen, ondanks het christelijke exlusivisme waarmee
ze ons opsolferen.
Gelukkig
zijn er nog de wijsheidsteksten zoals in het boek Prediker en de brief van
Jacobus.
Die teksten relativeren het gesproken en geschreven woord !!!
Ze zetten het in relatie met jezelf en met het moment van uiten, met je
gevoeligheden daar en dan en met je context.
Niet het
woord (geschreven of gesproken) zal ons vooruithelpen (op die weg naar geluk),
maar WIJSHEID (Sofia).
INZICHT (in de grote levensverbanden). Inzicht in wat belangrijk is en niet
belangrijk.
Nadenken en reflectie bepalen je houding en je handelen, NIET de woorden op
zichzelf. Het woord is de drager van de gedachte en deze laatste is afhankelijk
van de omstandigheden !!!
We zeggen
wel eens : ,,Jezus bracht het geloof van het gezond verstand’’.
Maar alleen daardoor bekomt men inzicht in datgene waar het echt op aankomt : de
weg naar geluk in meervoud en dat is uiteindelijk een andere definitie voor dat
langverwachte koninkrijk.
Drs. Frans BLOKLAND - 12 september 2009
Ongeveer iedereen kent dezer dagen Halloween. Carnavaleske toestanden met griezels, heksen en uitgeholde pompoenen. Maar waar komt het vandaan? Wat heeft het met ons te maken en moeten/mogen/kunnen wij het vieren?
Halloween zelf is het Winterfeest bij de Kelten en valt op de vooravond (zoals steeds bij Heidense feesten) van het christene Allerheiligen (1 november). Halloween betekend dan ook “all hallow’s eve” (aller heiligen avond). In de volksmond kreeg het de korte en gemakkelijkere afgeleide Halloween. De gekerstende naam op zich heeft dus geen banden met onze streken. De gebruiken en tradities echter wel.
Halloween is dus het Winterfeest (maar ook Dodenfeest), de afsluiter van de Zomertijd. De oogsten, en eventueel ook al het vee, waren binnen, dus kon men zich op de barre Wintertijd beginnen voorbereiden. Als de Winter komt, dan komen ook de doden. Men geloofde dat tijdens de donkere maanden van het jaar de gestorvenen makkelijker hun weg terug naar de mensenwereld vonden, Midgaard. Geesten ontbreken vervolgens niet op het Winterfeest ofte Halloween. Niet bij de Kelten, ook niet bij de Germanen. Zoals bij de meeste oude volkeren in de rest van de wereld vond er een voorouderverering plaats. Deze geesten waren geen onwelgekomen gasten. Ze brachten voorspoed met zich mee en verzekerden dat de vruchtbaarheid rondom ons niet teloor ging.
In hun eer werden optochten georganiseerd. In die optochten droegen de feestvierders vruchten, knollen, bieten of rapen met zich mee. Deze werden uitgehold en binnenin voorzien van een kaarsje, de geest van een afgestorvene symboliserend.
Ook dit Winterfeest werd gekerstend. De oorsprong van Allerheiligen. De welgekomen geesten werden door de kerk als demonen afgeschilderd. Toen de kerstening een geruime tijd was ingeburgerd ging men trachten de geesten of demonen te verjagen door schrikwekkende kledij aan te trekken of maskers te dragen.
Naar het schijnt zou de hedendaagse bedeltocht der kinderen naar snoepgoed een verre afgeleide zijn van het oorspronkelijke sprokkelen van hout om dan met z’ n allen die avond het grootse vuur aan te steken.
Het gekende Halloween is een Keltisch feest (Samhain). Waar de Kelten gaan nemen ze hun tradities mee. Toen indertijd (halverwege de 19de eeuw) de Ieren, door een grote hongersnood, massaal naar het beloofde land Amerika emigreerden namen ze ook traditiegetrouw hun Winterfeest mee. Halloween kende succes, onder andere door het zich verkleden, en het werd één van de belangrijkste feesten in Amerika. Men vierde een Keltisch feest, maar met de middelen die ze in Amerika voorhanden hadden. Anders dan in de Germaanse en Keltische landen, had men in Amerika pompoenen die ideaal bleken te zijn om uit te hollen en zo de traditie voort te zetten. Zoals in vele feesten gaat de betekenis verloren maar blijft men ze toch vieren, vooral voor het vermaak der kinderen.
In het Avondland verdwenen de zowat de Winterfeesten, totdat het weer uit Amerika werd geïmporteerd. De traditie werd nieuw leven ingeblazen en de commercie speelde erop in NET ZOALS DAT GEBEURD WAS MET SINTERKLAAS EN KERST. We mogen juichen dat er meer aandacht wordt besteedt aan tradities, maar dan wel om de juiste redenen.
Dus, zoals het winterfeest ooit werd gekerstend, krijgen we nu een ietwat omgekeerde beweging.
Als Protestantse Kerk van Oostende zijn we niet tegen dit carnavaleske gebeuren in onze stad. Het is een feest, waarbij vooral de kinderen plezier beleven en het is door eenieder vrijelijk in te vullen of te negeren.
Wij steken geen zinloze energie in het ageren tegen van alles en nog wat omdat het niet of niet helemaal in een door ons vooropgezet kraampje zou passen. Kennelijk gebeurt dit wel vanuit heel wat evangelisch/fundamendalistische groepjes, die daarbij dan gretig gebruik maken van het label 'protestant' i.p.v. zich onder de juiste benaming van hun denominatie te profileren en daarbij hun fundamentalistische attitude niet te verdoezelen. Diezelfde groepjes verketteren heel wat dingen in de naam van Jezus, maar als het om opbouwen gaat samen met anderen en dit namens diezelfde Jezus, dan weigeren ze mee te werken, want zij zijn de wedergeborenen die niet kunnen kunnen samenwerken met anders-gelovigen (zo werd bijv. de 'Mars voor Jezus', die ettelijke jaren als toffe oecumenische gebeurtenis in onze stad werd gehouden, vanuit die houding gesaboteerd). Ze zijn dan wel oecumenisch op post en zelfs 'haantje-de-voorste' als het om het verkrijgen van financiële steun gaat of om postjes binnen het administratieve samenwerkingsverband met de protestantse kerken die niet onder het label 'wedergeboren' vallen.
Onze kleine protestantse gemeenschap
van Oostende (ressorterend onder de Verenigde Protestantse Kerk in België) vindt
'Halloween in Oostende' een leuk feest (en het commerciële nemen we er
goedschiks kwaadschiks bij; het is aan de mens om daaraan al dan niet toe te
geven net zoals bij Pasen, Sinterklaas en Kerst).
En vanuit christelijk oogpunt kan er een zinvolle invulling aan gegeven worden :
Halloween = het spotten met de dood, die overwonnen is. De dood is geen
benauwend gegeven meer, maar wordt recht in het gezicht aangestaard en bespot
omdat hij uiteindelijk niet het laatste woord heeft. En de doden : die
worden betrokken in een feestgebeuren i.p.v. buiten het leven gehouden te
worden. In veel Latijnse landen wordt er zelfs op de graven maaltijd
gehouden in verbondenheid met de doden.
Zo wordt Halloween anders ingevuld, net zoals bij heel wat andere feesten ooit
eens is gebeurd om ze een zinvolle en aanvaardbare christelijke inhoud te geven.
En zodoende concurreert Halloween - vanuit een christelijke benaderingspoging - niet met de periode van Allerheiligen en Allerzielen. Daar waar Allerzielen binnen de rooms-katholieke traditie de doden herdenkt, betrekt Halloween onze doden in een feestelijk gebeuren rond de overwinning op de dood.
En... voor de anders-, minder- en on-gelovigen onder onze Oostendse gemeenschap is het louter een carnavalesk gebeuren dat geen uitstaans geeft met enige duivelse intentie.
5 oktober 2009
Luc Vandenbroucke,
voorzitter Protestantse Kerk van Oostende
7) We hebben God nodig, maar... hebben we een kerk nodig ?
In het weekblad ,,De Zeewacht'' van 25 september ll. stond een artikel getiteld ,,Protest tegen Halloween''. Vijf 'protestantse' (!?) kerken hadden immers een brief geschreven naar de schepen van toerisme en kerkfabrieken om haar aan te manen de activiteiten rond Halloween te stoppen omdat het 'duivels, gevaarlijk en de oorzaak van zelfmoord' zou zijn.
Wie waren die 'protestantse' kerken ? Dat stond er niet bij, maar we hebben zo'n vermoeden :
Een van onze leden van onze bestuursraad vond dat er gereageerd moest worden en dat deed hij dan namens ons allen en dit via een schrijven aan de betrokken schepen (die ons ten andere hartelijk dankte) en aan de Zeewacht, die er een klein artikeltje aan wijdde om 'de boel' (want dat is het eigenlijk feitelijk) recht te zetten (cf. ,,De Zeewacht'' van vrijdag 2 oktober ll.).
Het is niet aan ons om
negatief te reageren ! En als we reageren tegen iets of iemand dan is het
vanuit een positief oecumenische instelling.
HALLOWEEN is een feest van de overwinning op de dood en op de machten van het
kwaad ! (We lachen er om !)
De ,,Mars voor Jezus'' was een
oecumenisch gebeuren zonder weerga ! Maar... voormelde
gezamenlijke actie van voormelde kerkgemeenschappen was er een van 'bangmakerij
eerste klasse'.
Maar daartoe hebben we God niet leren kennen, 'integendeel', zegt Jezus.
Jezus' woord was : ,,Wees niet bevreesd !!!''
Van mensen misschien, van kerken ongetwijfeld (want kennelijk iedereen blijkt er
eentje te kunnen opstarten), maar zeker NIET VAN GOD !!!
Hoe je die God voor jezelf ook maar verbeelden wil (zolang het maar positief is
!). Je bent beter af met God, dan zonder God !
Wij hebben God nodig !
De vraag is evenwel of we een kerk nodig hebben ???
God is één en omheen die God
kunnen we ons VERENIGEN. God is er voor alle mensen; de Vader van
alle mensen.
God betekent : ruimte, grond onder de voeten, toekomst en nog een eindeloze hoop
goeie dingen meer !
Maar... de kerk verdeelt,
verengt, legt vast en creëert zo eigenlijk iets wat niet aan Gods bedoeling
beantwoordt, wat ons AFhoudt van de eigenlijke GODsbedoeling,
d.w.z. een AFGOD !
De kerk komt op voor allerlei tegengestelde en vaak louter persoonlijke
belangen, de kerk zet je feitelijk gevangen met onfeilbare dogma's en zgn.
'goddelijke' organisatiesystemen (priesterschap of synodale opbouw).
Wilde Jezus een kerk ?
,,Ja'', zegt uiteraard Paulus (= bij uitstek : de stichter van de kerk).
Volgens de eerste drie evangeliën is het evenwel duidelijk dat Jezus 'het
koninkrijk Gods' verkondigde en - analoog aan het Oude Testament - gaat dat de
hele mensengemeenschap aan EN NIET SLECHTS EEN GELOVIG DEEL ervan.
Alleen in het evangelie naar
Mattheüs vinden we tweemaal het Griekse woord 'ekklesia', afgeleid van 'kaleo'
(= 'uit de anderen bijeenroepen').
Een derde maal komt 'de kerk' (gemeente) aan bod, wanneer er sprake is van de
rots waarop 'de kerk' zal gebouwd worden (= op het moment dat het dogmatische
gegeven van Jezus' zoonschap aan de orde is) (Mattheüs, hoofdstuk 16, het 18de
vers).
En tenslotte vinden we een verwijzing naar 'de kerk' (gemeente), wanneer een
organisatorische aangelegenheid aan bod komt (Mattheüs, hoofdstuk 18, het 17de
vers).
De meeste onderzoekers zijn het erover eens dat we bij dit alles te maken hebben
met een stuk 'gemeentetheologie', een stuk inzicht dat achteraf in het
levensverhaal van Jezus werd ingelast.
De eerste vraag die je je moet
stellen bij het bijbellezen is dan ook : ,,Hebben we te maken met woorden van
mensen of met woorden van God ?".
Maar wie bepaalt het antwoord op die vraag : Juist ! : MENSEN !
Mensen bepalen ook wat de kerk is, bepalen haar geloofsinhoud (vandaar al die verschillen, omdat je immers verschillende mensen hebt).
Mensen bepalen ook het geloof
IN Jezus.
Maar, het is veel moeilijker om erachter te komen wat het geloof VAN Jezus
inhield.
Hij had geloof in God en noemde hem zijn Vader en onze Vader.
Zijn geloof was een geloof in de zin van VERTROUWEN en niet in de zin van
AANNEMEN VAN BEDENKBARE FEITELIJKHEDEN. Er is een wereld van verschil
tussen deze twee geloofswijzen.
Het is dat vertrouwen in God, zijn Vader, - zoals hij Hem noemt - die hem aanzet
te doen wat hij doet, die zijn handelen inspireert en zijn keuzes bepaalt.
Mensen hebben God nodig !
Maar voor Jezus is dat voorts NERGENS beperkt tot bijzondere groepen uit de
samenleving.
Het ging Hem juist om die samenleving zelf, zoals het God gaat om ALLE MENSEN.
Is dit dan anders dan in het
Oude Testament ?
Ja, minder wreed, minder het kwade als vanzelf accepterend, als het van God
komend oordeel, enzovoort.
Vertrouwend op een God die ons liefheeft en ons ten goede verder leidt.
Geestelijk ? Slechts ten dele.
Sociaal-politiek-religieus zou je met Calvijn kunnen zeggen : ,,Wij zijn het
geestelijke Israël'' of, met een pauselijke uitspraak : ,,Geestelijk zijn wij
Semieten''. Maar we zijn evenwel niet ontrokken aan de samenleving of
losgemaakt uit de sociale verbanden van onze maatschappij.
Het ging Jezus - net zoals in
het Oude Testament - om mensen met mensen en om mensen met hun God.
Want mensen hebben een God nodig. Als bindend element. Om naar op en
uit te kijken. Om tegenaan te schreeuwen. Om naar toe te bidden.
Om stil bij te worden. Om bij uit te huilen. Om opgevangen te
worden.
Om 1001 redenen die onze leegte vullen tot een evenwichtig geheel op weg om mens
te zijn en te worden.
En daarbij/daartoe is een kerk
(?) niet echt nodig - zo denk ik maar - al praat ik daarmee tegen de eigen
winkel.
Niet echt nodig, maar wel tof als die kerk er kan zijn om ons mens-zijn, onze
vrijheid van denken, ons plezier elkaar te vinden, ons intensifiëren van de
zoektocht. Wel tof als die kerk ons DAARBIJ tot hulp kan zijn.
Niet met waarheden, niet met betweterij, niet met geestelijke onderdrukking,
niet met eindeloze plichten en wijzende vingertjes, maar met gedeelde vreugd en
gedeelde smart en met een stukje warmte en genegenheid.
Dat relativeert de plaats van
de kerk en beperkt de functie van de kerk. Dat vergroot de eigen
verantwoordelijkheid tegenover de GOD en tegenover elkaar.
Maar het doet in ieder geval de angst verdwijnen om iets verkeerd te doen of
bang te moeten zijn iets niet 'juist' te geloven, om plaats te maken voor de
mogelijkheid JEZELF te zijn en te worden. Op een zo plezierig mogelijke
wijze. Of, zoals ik vroeger placht te zeggen : ,,HET MOET TOF ZIJN VOOR
IEDEREEN EN NIEMAND MAG ZEUREN !''.
Drs. Frans BLOKLAND - 3 oktober 2009
8) Armoedebestrijding, een appendix van ons geloof ???
Armoedebestrijding zorgt ervoor dat de mens tot zijn bestemming, tot geluk, tot het Koninkrijk komt.
Wij lezen uit het bijbelboek 1 Koningen, hoofdstuk 17, de verzen 7 tot en met 16.
7 Maar doordat het almaar niet regende in het land, viel de rivier na verloop van tijd droog. 8 Toen richtte de HEER zich tot Elia met de woorden: 9 ‘Ga naar Sarefat, in de buurt van Sidon, en neem daar je intrek. Ik heb een weduwe daar opgedragen je van voedsel te voorzien.’ 10 Elia ging op weg naar Sarefat, en toen hij bij de stadspoort aankwam, zag hij een weduwe die bezig was hout te sprokkelen. Hij riep haar en vroeg of ze een kommetje water voor hem wilde halen, zodat hij zijn dorst kon lessen. 11 Terwijl ze wegliep om water te halen, riep hij haar na of ze ook een stuk brood voor hem wilde meenemen. 12 ‘Zo waar de HEER, uw God, leeft,’ antwoordde zij, ‘ik heb niets meer in voorraad, alleen een handjevol meel in de pot en een restje olijfolie in de kruik. Kijk, ik heb net een paar takken geraapt om iets te eten te maken voor mij en mijn zoon. Als dat op is, zullen we van honger sterven.’ 13 Maar Elia zei: ‘Maak u niet ongerust. Doe wat u van plan was, maar bak van wat u in huis hebt eerst iets voor mij en kom me dat brengen. Daarna kunt u voor uzelf en uw zoon iets klaarmaken, 14 want dit zegt de HEER, de God van Israël: Tot op de dag dat ik weer regen op de aarde zal laten vallen, zal er meel in de pot zijn en zal de oliekruik niet leeg raken.’ 15 De vrouw ging naar huis en deed wat Elia had gezegd. En ze hadden elke dag te eten, zij, Elia en haar familie. 16 Er was meel in de pot en de oliekruik raakte niet leeg, zoals de HEER bij monde van Elia had beloofd.
Deze tekst werd door de kerk in deze periode wellicht uitgekozen in verband met de 2de grote jaarlijkse geldomhaling naast “Broederlijk Delen”, nl. “11.11.11”.
Het wonder van het flesje en de pot is leuk, maar daar kan ik niet veel mee. MAAR OVER ARMOEDE KUN JE EEN HOOP ZEGGEN.
De andere tekst, uit het evangelie, is te lezen in het evangelie naar Lucas, hoofdstuk 21, de verzen 1 tot en met 4 :
1 ’Toen hij opkeek, zag hij hoe rijken hun giften in de offerkist kwamen werpen. 2 Hij zag ook dat een arme weduwe er twee muntjes in gooide, 3 en hij zei: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer gegeven dan alle anderen. 4 Want de anderen hebben iets van hun overvloed geofferd, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze nodig had voor haar levensonderhoud.’
‘Weduwe (en wees)’ drukken de armoede uit, naar het oude patroon van ‘moeder aan de haard’ : als de kostwinner wegvalt is het armoede geblazen.
In de antieke wereld waren er géén sociale voorzieningen ! Vandaar de aandacht in het Oude Testament voor die zwaksten in de samenleving. Zo diende men bij de oogst altijd iets te laten staan zodat het door hen kon bijeenverzameld worden om te overleven. En ook in het Nieuwe Testament is er diezelfde aandacht; zo lezen we in het boek Handelingen, het tweede hoofdstuk vers 45 : ‘Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden’ en in datzelfde boek Handelingen, hoofdstuk 4, vers 34 staat het volgende : ’Niemand onder hen leed enig gebrek: wie een stuk grond of een huis bezat, verkocht het, bracht de opbrengst naar de apostelen 35 en legde die aan hun voeten neer, waarna het geld naar behoefte onder de gelovigen werd verdeeld.’
Er waren ook gemeenschappelijke maaltijden; die gaven overigens uiteindelijk problemen omdat de ene groep zich achteruitgesteld voelde t.o.v. de andere groep (cf. Handeling, hoofdstuk 6, de verzen 1 tot en met 4).
En de brief van Paulus aan de Korintiërs geeft ons meer inzicht in hoe een fondsenwerving door/voor de kerk op een gepaste wijze kan plaatsvinden :’Wat de collecte voor de heiligen betreft, moet u de richtlijn volgen die ik aan de gemeenten in Galatië gegeven heb: laat ieder van u elke eerste dag van de week naar vermogen iets opzij leggen. Dan hoeft er bij mijn komst geen geld meer te worden ingezameld. Wanneer ik eenmaal bij u ben, zal ik degenen die u hebt uitgekozen om de gaven te overhandigen, met aanbevelingsbrieven naar Jeruzalem laten gaan. Als ik zelf ook de mogelijkheid heb naar Jeruzalem te gaan, zullen ze mij vergezellen.’ (1 Korintiërs 16:1-4)
Maar ook in de Koran en eigenlijk bij alle godsdiensten is er duidelijk een omzien naar de arme !
In het Oude Testament was er zelfs sprake van armoedebestrijding : elke 7 jaar kwijtschelding van schulden. Het is er blijkbaar evenwel nooit van gekomen omdat het economisch niet haalbaar bleek.
Armoede kent vele oorzaken :
Weersomstandigheden (vooral bij agrarisch ingerichte volken) : droogte ( zie in het Oude Testament), of – zoals nu nog – Tsunami’s, orkanen, grondverschuivingen door zware regenval.
Oorlog, brandschatting, diefstal.
Overlijden van de kostwinner.
Eigen keuzen : opzeggen van alle verantwoordelijkheid (cf. bijv. Diogenes).
Tekort aan werklust : cf. het boek Spreuken, hoofdstuk 24, de verzen 33 en 34 (33 Nog even dan? Nog even slapen, nog een beetje rusten, een ogenblik nog blijven liggen? 34 Armoede overvalt je als een struikrover, als een bandiet slaat gebrek je neer).
Uiteindelijk kent 2/3de van de wereldbevolking armoede.
Nà de 2de wereldoorlog (maar ook vaak daarvoor) werden sommigen in de kerk verweten dat ze alleen maar een ‘sociaal evangelie’ overhielden. Ik herinner me mijn tijd aan de bijbelschool, waar men mij verweet dat ik universalistisch was in mijn benadering van de zending omdat ik mij te veel bezighield met de leefomstandigheden van de mensen en niet bezig was met ‘Jezus in je hart’, ‘wedergeboren’, ‘bekering’,…
Maar hoe kun je het evangelie naar Mattheüs, hoofdstuk 25, de verzen 31 tot en met 40 anders lezen ? De schapen en de bokken worden van elkaar gescheiden op grond van de werken van barmhartigheid !
Tegenwoordig
evenwel neemt zelfs de leiding van de kerk dat niet meer serieus.
Als je bewust kiest om niet automatisch mee te doen met het PC- en
internetgebeuren uit solidariteit met de armen en uit protest tegen het
globalisme, negeren ze je compleet vanuit de commissies en andere kerkelijke
overheden.
Wat meteen laat zien hoe relatief armoede is, want ik zou het me nog kunnen
permitteren, maar veel anderen niet !
Armoede heerst
daar waar er tekort is : aan voedsel, aan huisvesting, aan opvoeding, aan
menswaardigheid, aan inkomen, aan nutsvoorzieningen, aan gezondheidszorg, …
Het is helemaal niet erg als de ene meer heeft dan de ander ! (Ook dat heeft vele oorzaken : spaarzaamheid bijv. of een goedbetaalde job, of een rijke vrouw i.p.v. van een dure, …). MAAR ARMOEDE ALS TEKORT IS EEN ONRECHT !!! Omdat het de ontplooiing van de mens in de weg staat; omdat zij of hij niet meer kan worden wat zij/hij worden kon; omdat zij/hij haar/zijn bestemming niet meer kan bereiken. Vandaar de vreemde wending die we in de bijbel wel eens vinden, nl. dat armen rechtvaardigen worden genoemd en rijken on-rechtvaardigen. (Cf. : het evangelie naar Mattheüs, hoofdstuk 19, vers 24 : ‘Ik zeg het jullie nog eens: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan’). Omdat (overdreven) rijkdom altijd zal leiden tot het tekort van de andere (en dat mag zowel de bonus van de bankdirecteur als het winnen van de ‘euromillions’ zijn). Dit staat in schril contrast met onze huidige maatschappij, waarin de consument (de verbruiker) tot modelburger is geworden en het hoogst te verwerven goed ‘de koopkracht’ is !
Het is dat onrecht dat maakt dat armoedebestrijding eigen is aan het christelijke geloof (= het vertrouwen in het Rijk dat komt !). Ook als je het van sentiment ontdoet (och arme, die schaapjes). Ook als er van alle kanten van geprofiteerd lijkt te worden (als je op één vraag om te helpen ingaat, krijg je er 4 vragen van verschillende instanties voor terug).
Niet
armoedebestrijding omwille van de verkondiging (in ruil voor bekering deelt men
dan bijv. voedsel uit), niet als een soort bezigheidstherapie om je teveel aan
energie kwijt te raken.
Niet als een voorbeeld voor wie dan ook (al werd er wel ooit’s gezegd: ‘De armen
zijn er om de rijken barmhartigheid te leren en te leren delen !’).
Salomon bad bij zijn indiensttreding als koning over Israël : ,,Geef mij armoede noch rijkdom, opdat ik arm zijnde U niet vervloeke, noch rijk zijnde U vergete’’.
Armoedebestrijding
behoort fundamenteel bij jouw mens-zijn en mens-worden (of je het nu breed hebt
en het breed kunt laten hangen of dat je elke cent moet omdraaien, zoals de
weduwe met haar twee koperstukjes in de offerblok), omdat armoede de bestemming
van de mens in de weg staat.
En die bestemming is het geluk van alle mensen (= de doelstelling van God en
Jezus) :
· Ergens tussen overvloed en woestijn.
· Omvattende : vrede, gerechtigheid en blijdschap van het Koninkrijk, harmonie en zelfs gezondheid (dat er wel niet alles, maar toch veel me te maken heeft).
En natuurlijk moet je armoedebestrijding met overleg doen ! Er blijft te veel hangen; er gaat teveel naar de verkeerde mensen; er zijn een hele hoop bedriegers op wat een markt blijkt te zijn geworden.
Maar denk nooit meer dat het tweederangs is, slechts een appendix. Want, denk ik, DAT IS HET NIET !
Drs. Frans BLOKLAND - 7 november 2009
9) Pinksteren - Heilige Geest - Godsbeeld ?! (gebaseerd op preek van dominee Frans Blokland dd. 11 juni 2011)
Pinksteren
komt van het
Oudgrieks: Πεντηκοστή (Pentèkostè)
en betekent 50.
Pinksteren valt 50 dagen nà Pasen.
De oorsprong van Pinksteren ligt in de
Mozaïsche wetten die aan het
volk Israël waren gegeven na hun
uittocht uit
Egypte. In het
Bijbelboek
Leviticus, hoofdstuk 23:15-22 staat dat
op de vijftigste dag, op de
dag na de zevende
sabbat vanaf
Pesach nieuwe offers voor
God moeten worden gebracht, als een
soort afsluiting van Pesach. Het feest wordt ook wel het 'Feest van de
Eerstelingen' of 'Wekenfeest' (hebreeuws:
Sjavoeot) genoemd of oogstfeest. Er
moesten 'eerstelingen' van de graanoogst en het vee worden geofferd. Voorts
moet er een samenkomst worden gehouden en niemand mocht zijn gewone werk
doen (zie
Deuteronomium 16:10).
Op de
vijftigste dag van Pasen,
tien dagen na Hemelvaart, kwam de door Jezus beloofde Heilige Geest
met veel vertoon ook over de discipelen.
Althans dat lezen we zo in het tweede
hoofdstuk van het bijbelboek Handelingen.
In Het evangelie naar Johannes lezen we
evenwel in
het 2Oste hoofdstuk dat Jezus, nà zijn
opstanding en ter gelegenheid van zijn verschijning aan de discipelen, op
hen blaast en tot hen zegt : ,,Ontvangt de heilige geest''. Kennelijk is de
uitstorting van de heilige geest geen éénmalig gebeuren.
Zo lezen we ook in het boek 1 Corinthiers,
hoofdstuk 12, vers 3 : ,,Niemand kan zeggen 'Jezus is Here' dan door de
Heilige Geest''.
Het is wel duidelijk dat het boek Handelingen, dat
uiteindelijk over de begingeschiedenis van de kerk handelt,
de start van de kerk in de verf wil zetten
en dat de grootse
enscenering van de uitstorting van de heilige geest daartoe perfect dienstig
is.
Pinksteren wordt heden ten dagen dan ook
geassocieerd met de lente :
‘een nieuwe lente, een nieuw geluid’ (verandering, hoop, vernieuwing, mensen
die ‘en masse’ in beweging komen [vgl. met de Praagse lente, de Arabische
lente, …]).
En van enscenering gesproken, van het a.h.w. op toneel
brengen van de werking van die heilige geest : dat is bijv. bij de Pinkstergemeenten
(the Pentecostals) van essentieel belang
(genezingen, spreken in vreemde talen, mensen
die a.h.w. in trance over de vloer rollen). Dat de heilige geest zgz. bij hen
werkzaam is en zich zo openlijk manifesteert wordt als een bewijs gezien van de
waarheid van hun boodschap.
Ook in de
katholieke kerk zijn er bepaalde bewegingen die de klemtoon leggen op
manifestaties van de werking van de heilige geest, denken we maar aan de
charismatische beweging.
Gedurende gans
de christelijke geschiedenis hebben we – wat ik zou noemen – uitvergrote
ensceneringen gekend van manifestaties van de geest.
Ik neem maar
een tweetal voorbeelden :
·
Een heel stuk
terug in de geschiedenis, in het montanisme (160-170), was de
werking van de geest via
droomduidingen en extase-ervaringen een kenmerkend element, hetgeen op zich niet
verrassend is gezien het van een snel naderend einde van de wereld uitging.
·
Veel later in de geschiedenis hebben we de beweging
gekend van Thomas Münzer (ca.
1489, Stolberg, Saxony-Anhalt – 27 May 1525).
Voor Münzer was de
Geest de grondslag,
waarop de Kerk moest rusten. Zij, die een innerlijke beleving van de
Geest bezitten, herkennen elkaar en moeten samenkomen
in een verbond van uitverkorenen, wier taak het is om het Koninkrijk van God op
te richten. Echter, de uitverkorenen konden geen toegang krijgen tot hun erfenis
zonder strijd.
En naast al die heilige
geest-‘opvoeringen’ wordt er tot op de huidige dag nog aan exorcisme (door de
kracht van de heilige geest duivels uitdrijven) gedaan, geloven mensen in
spiritisme (‘spiritus’ in het Latijn = geest) en zijn er tal van spookverhalen.
Gelukkig is er
de nieuwe invulling door de evangelist Lucas (maar ook door anderen) van dat
oude begrip ‘geest Gods’.
Geest in het Hebreeuws = ‘Roeach’ en dat betekent
‘adem’ of ‘wind’.
Gods adem of de goddelijke wind. Denk daarbij
ook aan de Japanse kamikaze-zelfmoordpiloten.
Het woord ‘kamikaze’ in het Japans betekent
eigenlijk ‘wind der goden’.
In het Grieks hebben we daarvoor het woord
‘pneuma’.
Maar wat houdt dat eigenlijk in die adem van God
?
Welnu : in het boek Jesaja hoofdstuk 11, vers 2 vinden
we eigenlijk een heel mooie omschrijving van Gods geest : de geest van wijsheid
en verstand, de geest van raad en sterkte.
In het nieuwe testament van de bijbel worden de
vruchten de resultaten van die geest van wijsheid, verstand, raad en sterkte
mooi beschreven door Paulus in zijn brief aan de Galaten (hoofdstuk 5, de verzen
22 en 23 :
Het is dus duidelijk dat de vruchten van de geest
eigenlijk duiden op een ommekeer in de mens in de richting van een totaal andere
levenshouding en niet op allerhande extreme manifestaties, zoals spreken in
vreemde tongen (talen) of wonderbare genezingen of wild-extatische uitingen.
De duif is uiteindelijk
het zinnebeeld van die geest van wijsheid
(één van de Byzantijnse kerken van keizer Constantijn heret tenandere de ‘Hagia
Sofia’ [= heilige wijsheid]), verstand, raad, sterkte en vrede geworden, vandaar
ook dat bij de doop van Jezus de duif ten tonele verschijnt mede als teken van
een totaal nieuw beginnend leven van dienstbaarheid.
Zo ook in het verhaal van Noach (de man met de
Ark), waar uiteindelijk de duif verschijnt met een takje in de bek als teken van
een nieuwe start van het leven op aarde.
De idee, dat de ‘geest gods’ eigenlijk feitelijk een
nieuwe geesteshouding impliceert, is in verdrukking gekomen omwille van het feit
dat men die geest tot Geest heeft gemaakt, zijnde de derde persoon van de zgn.
Drieënige God.
De differentiatie van
Gods Namen (God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest) leidt
uiteindelijk tot de triade van de intelligibele wereld (= de wereld op zich en
NIET de wereld zoals wij die ons voorstellendoor de manier waarop ons verstand
werkt, via de vormen ‘tijd’ en ‘ruimte’) : wijsheid, kracht & vrede (cfr. de
drie Byzantijnse kerken van Constantijn : 'Hagia Sophia' [zie hogervermeld],
'Hagia Dynamis' & 'Hagia Eirene').
Anderen zagen
en zien in de heilige geest alsook in Jezus een uitvloeiing (emanatie) van God.
Zo is er bij Origenes, verdediger van het christendom en kerkhistoricus
(ca.
185 -
253/254)
eerst een emanatie uit God-de-Vader 'naar zijn beeld' van de Zoon (logos);
vervolgens wordt Hij gevolgd door de Heilige Geest, die bemiddelt tussen beiden.
Hoe absurd al deze
menselijke gedachtenconstructies wel zijn en tot welke absurde toestanden zij
kunnen leiden, blijkt uit het feit dat het schisma tussen de Oosterse en
Westerse kerk (orthodoxe en katholieke kerk) gebeurd is omwille van één enkel
woordje : filioque[1].
Keren we dus maar
terug naar de eigenlijke feitelijke pure betekenis van de woorden ‘roeach’
(Hebreeuws) en ‘pneuma’ (Grieks) : Gods adem of goddelijke wind, die de dingen
in beweging zet, die leven geeft; m.a.w. : levensbeginsel.
Deze betekenis heeft overigens tot inspiratie
gediend voor tal van uitdrukkingen en woorden in onze taal, zoals : ‘de geest
geven’,
geestverruimend, geestdriftig, ‘de geest maakt levend,
maar de letter doodt’ (= de bedoeling, het opzet, de achterliggende gedachte
leidt tot resultaten en niet wat dor en droog op papier werd gezet en als
onveranderlijk gegeven en richtsnoer wordt weerhouden), ‘geest’verruimend, ver’geest’elijken (= in
geestelijke zin opvatten of uitleggen, een andere betekenis geven aan wat er
letterlijk staat vanuit het uitgangspunt dat wat er staat ‘een [zinne]beeld is
van…’), ‘geest’rijke drank, een ‘geestig’ iemand (plezierig), ‘geest’driftig
(begeesterd).
Waartoe doet
dat alles ons concluderen ?
A.
1.
Pinksteren is duidelijk een
feest van de kerk (het startsein, de kerk in de starblokken).
2.
Pinksteren is in werkelijkheid door Paulus
in de verf gezet (dat blijkt uit zijn brieven).
3. Een
groots Pinkstergebeuren kwam werd door Jezus niet in het vooruitzicht gesteld.
Jezus beoogde een mentaliteitsverandering en
daarbij was de godsdienstige vormgeving van weinig belang.
B.
Het begrip ‘Heilige Geest’ of de geest Gods
heeft een hele geschiedenis achter de
rug en verkreeg vele gestalten/vormen, net
zoals de kerk ten andere : van gezond, vrij,
weldenkend,… tot benepen, kleingeestig, en
kwaadaardig fundamentalisme.
Het ware dan ook
wellicht heel gezond om niet meer te denken aan een star godsbeeld (al dan niet
drie-enig), maar om ondermeer eens na te denken over de inhoud van Psalm 22, vers 4 (waar staat
: ‘God troont op de lofzangen van Israël’) en meer te denken in de trant van :
een
starre te aanbiddden en te vereren God
BESTAAT niet,
maar God ONTSTAAT (komt tot leven, wordt levensecht, begeestert de
mensen) als mensen over Hem
spreken als over God en hun leven navenant herinrichten. Pas dan bekomen zij
antwoord op hun hunkering naar een Schepper-Almachtige-Vergever-Voleinder
ingevolge de praktische uitwerking van hun vernieuwd denken op hun daden in hun
dagelijks leven.
In het andere geval blijft God slechts een
placebo voor onze behoefte aan innige afhankelijkheid, zo ook de verhalen, de
Heilige geest en al die verschillende eraan gegeven betekenissen met allerlei
conflicten tot gevolg.
[1]
Filioque is een
Latijns
woord dat bekend is uit de
theologie
en is onderdeel van de
drie-eenheidsleer.
Het betekent letterlijk en van de Zoon. Het komt niet voor in de
geloofsbelijdenis van Nicea
maar werd later (in
1014)
door Paus Benedictus VIII toegevoegd.
Latijn:
"Et in Spiritum Sanctum, Dominum, et vivificantem: qui ex Patre
Filioque
procedit."
Vertaling:
"En in de Heilige Geest, die Heer is en het leven geeft: die voortkomt
uit de Vader en de Zoon."
Met deze uitdrukking wordt bedoeld dat de
Heilige Geest
uitgaat van de
Vader
én van de
Zoon.
In het filioque wordt aldus beleden dat de Heilige Geest zijn
persoonlijkheid ontvangt van God de Vader én van God de Zoon.
Over dit uitgangspunt is vanaf de 9e eeuw
grote strijd geweest in de christelijke Kerken. De
Kerk van Rome erkende het
filioque (en ook de daaruit voortgekomen
protestantse Kerken hebben het
gehandhaafd). De
Orthodoxe Kerk erkende het niet.
Zij stelde dat "de H. Geest uitgaat van de Vader dóór de Zoon". Zij
heeft de oorspronkelijke vorm, gebaseerd op Christus woorden, behouden:
"De Helper...de Geest der waarheid die van de Vader uitgaat". (Joh.
15:26)
In het jaar 1054 was deze kwestie de onmiddellijke aanleiding tot het Groot Schisma dat leidde tot de scheiding tussen de Rooms-katholieke Kerk en de Oosters-orthodoxe Kerken.
10) Samuël : een bizarre geschiedenis
Eigenlijk feitelijk zou u eerst het eerste hoofdstuk
van het boek I Samuël moeten lezen.
Over de pijn en het verdriet van Hanna, de moeder; over haar belofte en
hoe ze die belofte ook gestand doet.
Het gaat nu eenmaal heel wat makkelijker als we weten waarover we het hebben met
elkaar.
Samuël dus.
Een hele grote figuur uit het verhaal van Israël, op wier geschiedenis hij
behoorlijk zijn stempel zette. Hij
hield er grote kuis in het geloofsleven, was een hervormer, een zuiveraar, de
laatste richter die, tegen wil en dank in feite, het koningschap binnen het
twaalf-stammenrijk installeerde : eerst met Saul en later met David.
Dat is Samuël (wat zoveel wil zeggen als : door God
gehoord, van God afgesmeekt). En omdat
hij zo betekenisvol was, kreeg hij net als Mozes, een wonderlijk
geboorteverhaal.
Bij Mozes ging
het om een biezen mandje en de vondst door een prinses.
Bij Samuël ging het om een kinderloze, door haar medevrouw getergde
echtgenote, die God een kind afsmeekt om toch maar aan de verwachtingen te
kunnen voldoen en zelfs bereid is tot de meest verregaande belofte.
De kerkvader Augustinus zegt van deze Samuël – omdat
hij de weg bereidt tot het koningschap – dat hij de voorafbeelding is van
Johannes de Doper, en daarmee zitten we meteen in het Nieuwe Testament.
In feite is dat hele drama over Hanna en de kleine Samuël dé grote
inspiratiebron geweest voor de evangelist Lucas wanneer die de kindheidsverhalen
over Jezus gaat vertellen. Ook voor
het evangelie van Jacobus trouwens, een niet-bijbels evangelie uit dezelfde
tijd, dat ons heel wat extra’s over de moeder Maria weet mee te delen.
Met moeder Hanna (en vele anderen) uit het Oude
Testament deelt immers Maria een zwangerschap die er gekomen is door een
ingrijpen van bovenaf ! Alleen de
maagdelijke geboorte ontbreekt in het Oude Testament.
Dat interesseerde de gelovige Israëliet niet in het minst !
Zij zagen dan ook de geslachtsdaad niet als iets per definitie zondig !
Er zijn overigens nog heel wat meer parallellen.
In het evangelie van Jacobus bidden een zekere Joachim en zijn vrouw Anna
(!) om een kind. Het wordt een
dochtertje, dat ze echter evengoed afstaan aan de tempel.
Ze weeft er en ze spint er tot ze de huwbare leeftijd krijgt en ze
tenslotte wordt toegewezen aan een oudere weduwnaar : de voedstervader Jozef !
Zowel Samuël als Jezus later hebben een heleboel Oud-
en Nieuwtestamentische figuren gemeen dat ze al vóór hun geboorte een
onafwendbare bestemming hadden : ze bestonden a.h.w. bij de gratie van het
ingrijpen Gods !
En dan is er nog wat : als Hanna de kleine Samuël aan
de tempelpoort heeft afgeleverd, zingt ze een lied.
En dat lied uit het boek I Samuël, hoofdstuk 2 is overduidelijk, zowel
wat woordkeus als inhoud betreft, de blauwdruk van het loflied van Maria, het
Magnificat uit het Lucas-evangelie, hoofdstuk 1.
Ik vertel u dat allemaal, omdat ik, in tegenstelling
tot het algemeen gevoelen binnenin de kerk – die het verhaal over Samuëlleke
best mooi vindt -, het in wezen een bijzonder trieste vertelling vind.
Ik vraag me namelijk af hoe een vrouw als Hanna zo’n
‘ménage à trois’ met Elkana en Peninna heeft ondergaan !
Hoe moet zo’n vrouw zich voelen in dergelijke omstandigheden ???
“Och ja”, zegt men dan, “maar dat was nou eenmaal
gebruik ! Dat was cultureel bepaald
! Men wist niet anders !”.
Op die manier is heel wat geestelijke onderdrukking en
recht van de sterkste en schaamteloze discriminatie enz… gelegitimeerd, denk ik
dan.
En ik vraag me ook af hoe zo’n kind zich heeft gevoeld
na een jaar of vier aan de borst (want zo ging dat), toe hij door mama werd
weggebracht om definitief in de tempel te gaan wonen.
Vier, vier-en-een-half. Kon
nota bene amper “mama” zeggen !
Ik herinner me erg weinig uit mijn eigen kinderjaren,
maar één van de dingen die me zijn bijgebleven is het moment dat ik door mijn
moeder voor ’t eerst naar de papschool werd gebracht : ik huilde me urenlang
kapot ! En mij kwamen ze ’s middags
al weer halen !!!
Het is ontegensprekelijk zo dat er een heleboel toffe
en vertederende dingen vastzitten aan het moederschap.
Maar in ‘Man bijt Hond” op televisie lieten ze ooit een vrouw aan het
woord die 18 kinderen ter wereld had gebracht.
En wat ik ervan onthouden heb is één grote klacht : nooit meer naar de
cinema, nooit naar een pretpark, elke morgen op om vier uur, een leven gesleten
tussen vier muren, “altijd werken, meneer !”.
De geboorte van onze eigen zoon – flink uit de kluiten
gewassen overigens – ging met zoveel pijn en miserie gepaard, dat we nooit een
tweede kind zelfs maar hebben overwogen.
Ik ken iemand die per ongeluk (en ook een beetje door
onwetendheid) een ongehuwde moeder is geworden en daardoor het permanente gevoel
blijft houden geen kant meer uit te kunnen.
En ik ken iemand anders, die het met haar kinderen maar
niet voor mekaar kreeg en toen uit de ouderlijke macht werd ontzet, terwijl de
kinderen door het gerecht werden geplaatst : de éne hier en de ándere daar.
“Kinderen zijn een zegen van de Heer”, placht de kerk
te zeggen. En de rooms-katholieke
kerk maakte daar bovendien hét grote levensdoel van voor niet-religieuzen.
Ikzelf denk veel meer dat kinderen hebben een
behoorlijk zware verantwoordelijkheid is; en naarmate de tijd verstrijkt
verbetert dat er niet op.
En ik weet dat ik voor menigeen heel vervelend ben nu,
maar ik vind toch dat er met dat moederschap té veel idealen en mooie praatjes
en praatjes-voor-de –vaak en vanzelfsprekendheden en gevoelens en emoties zijn
gemoeid. Véél te veel !
Neem nou Hanna.
Hanna huilde de ogen uit haar lijf; Hanna
deed de meest vreselijke belofte om God toch maar zover te krijgen; Hanna schoof
de liefde van haar echtgenoot compleet opzij; Hanna riskeerde pijn en smarten en
allerlei ongelukkige toestanden in een primitieve maatschappij…
OMWILLE VAN EEN IDEE !
Het idee dat een vrouw maar half mens was als ze geen nakomeling baarde !
Het idee dat zwangerschap DE LEVENSVERVERVUL-LING inhield !!!
En het ergst van al was : dat was een onderdeel van het
geloof van Israël !!! (Alleen Elkana zag zijn vrouw zó gaarne, dat hij het kon
relativeren)…
Maar Hanna was geconditioneerd.
Tot en met. Gesocialiseerd !
Er zijn nog steeds mensen die van een jong, pasgetrouwd koppel verwachten
dat ze binnen afzienbare tijd ouders worden.
Want dat hoort zo ! (Vandaar
de rijst, als vruchtbaarheidssymbool).
Ik ken een hele hoop dames die welbewust géén moeder
zijn. En dat zijn zeker geen halve
mensen !
En ik vind zeer zeker dat elk kind, dat geboren wordt
als een teken van hoop en zich gedragen mag weten door liefhebbende ouders en
familie en vrienden, een fantastische zaak is !
En ik wéét dat het mooi is : zo’n klein hoopje mens dat
eerst kruipt en dan stuntelt en dan loopt…
Maar een vrouw is in de eerste plaats mens.
In de twee plaats vrouw.
En in de derde plaats moeder : als dat haar keuze en
haar mogelijkheid is. In die
volgorde. Niet in de tijd, maar
a.h.w. op de waardenschaal !
Als het verhaal uit het bijbelboek I Samuël, hoofdstuk
1 ermee eindigt dat Hanna bijna vrolijk haar kind van vierenhalf bij de
tempelpoort deponeert en dan bovendien in het tweede hoofdstuk ook nog een keer
een liedje zingt, dan heb ik daar zo mijn vragen bij !
Want het is waar : niemand kan de hele wereld op zijn
schouders dragen. Dat moet ook
helemaal niet !
Maar je moet wel een stuk verantwoordelijkheid voor
jezelf dragen ! En voor hen die je
eigen zijn, op je pad gezet zijn, je zijn toevertrouwd.
En dat dat wel eens ontzettend zwaar kan wegen… en dat
er wel eens helemaal niet-zo-leuke-dingen onverwacht mee op je weg komen… da’s
nou net een goeie reden om een moeder vaak te honoreren en regelmatig in de
bloemetjes te zetten !
Maar om bij Samuël en zijn bizarre geschiedenis te
blijven : ik heb me dus al afgevraagd wat er door zijn moeder heenging, wat haar
bezielde om te doen zoals ze deed…
Geloofde ze nou echt dat de dingen van hemel en aarde op die manier in mekaar
zaten ???
WAT EEN ONVERKWIKKELIJK GELOOF !!!
En ik heb me al afgevraagd : hoe zou het dat kleine
jongetje te moede zijn geweest toen de zware tempeldeur met een dreun achter hem
dichtsloeg ?
Niet om te lachen, denk ik.
Ik wil me ook afvragen : hoe zou God dat allemaal
vinden ?
Zou Hij in zulke dingen behagen scheppen ?
Zou dat nou de manier zijn om Hem te eren ?
De mensen van het Oude Testament dachten van wel !!!
En de kerk heeft dat óók menigmaal gedacht !
Wat een afschuwelijk gedacht !
Over een God waarvan Jezus zei dat Hij ons liefheeft.
Drs. Frans BLOKLAND - 02 juli 2011
We kunnen al meteen met zekerheid stellen
: God is NIET de KERK !
Wie of wat is hij dan wel ???
Een antwoord op die vraag geven is niet zo
simpel als we wel zouden willen.
We maken binnen ons referentiekader een
eerste kennismaking met het voor ons oude vertrouwde beeld van God in het 1ste
boek van de bijbel, het boek Genesis en wel in het 1ste hoofdstuk van
dat boek, vers 1 : ,,In het begin schiep God de hemel en de aarde.
De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag op de vloed, en de Geest
Gods zweefde over de wateren’’.
God werd dus van in het begin aanzien als
iemand of iets overkoepelends : schepper, oorzaak, maker, bedenker.
Dus : in ieder geval als iemand of iets groter dan wijzelf.
Voorts komen we in de loop van de
geschiedenis der mensheid diverse godsbeelden tegen, waarbij we te maken krijgen
met ofwel
·
een god pèr volk (elk
volk of stam heeft zijn eigen god);
·
een god per levensgebied
(met als gevolg : een veelgodendom of polytheïsme);
·
het aanbidden van de
natuurverschijnselen, als waren het goden (Ra [bij de Egyptenaren] = de zon;
Odin [bij de
Noordse volkeren] = de bliksem]); die
verering is dan ook vaak geboren uit angst voor de oncontroleerbare
machten;
·
één enkele god (wat we
dan monotheïsme noemen) en dat we bijv. reeds tegenkomen in het oude Egypte ten
tijde van farao Echnaton die de éné god Aton aanbad
(onder voorstelling van de zon).
Vandaar dan, dat velen
de mening zijn toegedaan dat Mozes ten tijde van die farao moet geleefd hebben
en onder diens invloed het
monotheïsme bij het Hebreeuwse
volk heeft geïntroduceerd (zie ook de evolutie van de Naam van God bij het
Israëlitische volk : van Elohim [= meervoudsvorm] naar Jahweh (de éné ware God).
God wordt ook vaak een menselijke gestalte
aangemeten, want dat is vertrouwd voor de mens, dat is ‘te vertrouwen’ en wat is
vertrouwen anders dan ‘geloof’ !
Een ander belangrijk gegeven is het feit
dat in oorsprong zowel GOED als KWAAD IN God verenigd zitten.
Dat zien we ook duidelijk in de
bijbel !
In de oudste verhalen moet God gunstig
gestemd worden (want hij kan goed of kwaad doen) door offers en die offers
moeten op de juiste manier worden gebracht (manipulatie van de machten); vandaar
dat er een daartoe noodzakelijke speciale klasse mensen ontstaat (= de priesters
[priesterschap]), alsook een hiërarchie.
Bij andere volken is dat een tovenaar (in elke dorp) of een sjamaan.
En vanaf het moment dat we te maken
krijgen met éne God (mono-theïsme) krijgen we ook te maken met helpers van God :
boze en goede geesten, heksen, heiligen…… en komt het systeem van ‘voorspraak’
op de proppen.
Uiteindelijk blijft dat goed en kwaad niet
verenigd in die éne God, maar komt het uiteen te vallen en wordt er als het ware
een anti-god geïntroduceerd. De
duivel, de Satan komt op de proppen !
En diens helpers
zijn lelijke wanstaltige verschijningen (boze geesten, djinns, monsters,
trollen, …).
Het gevolg daarvan is dat God nog enkel GOED is en zijn helpers
krijgen een mooie menselijke gestalte : elfen, engelen, …
Die goede God is niet meer jaloers, vraagt
geen offerandes, eist geen plaatsvervangend offer (vgl. ten andere met wat
Augustinus ooit poneerde : de kruisdood van Jezus was een offer aan de duivel –
niet aan God - voor de zielen in het hieronder).
God is enkel nog liefde (cf. 1 Johannes).
De kerk heeft echter het beeld van die
liefdevolle God, die zo mooi door Jezus wordt verkondigd en uitgebeeld, vermengd
met Paulus’ verlossingsleer en leer van plaatsvervangend offer, zodanig dat er
een stuk van die kwade God blijft doorwerken : die kwade God die
betaling/vergelding eist voor het overtreden van zijn wet en zgz. daartoe het
leven van zijn zoon – i.p.v. dat van de mens - als offer (betaling) aanvaard.
Vergelijk ten andere ook met Allah : Allah vraagt onderwerping (islam),
gehoorzaamheid, zoniet… .
Wat staat dit alles in schril contrast met
de gedachte van de bevrijde mens, met vrijheid van denken en met een God die een
luisterend oor is, een inspirator, een rustpunt voor het hart, een drijvende
kracht, die harmonie, stabiliteit, evenwicht, samenhang en zin verzekert.
God als het ideaal (een beeld
van de ideale mens), groter dan ons hart, met als ultiem doel : een rijk
van vrede, gerechtigheid en blijdschap, waar geen tekort meer is en geen honger.
Zonder zo’n God, zo’n ideaal beeld, is men
minder goed af !
Zo’n godsbeeld, zo’n ideaal vooropstellen
valt niet te vervangen door
·
stenen en planeten in ’t
heelal (astrologie),
·
kaarten (tarot),
·
glazen bol,
·
koffiedik,
·
I Tjing
en valt zeker niet te vervangen door DE
TIRANNIE VAN DE EEN OF ANDERE KERK of GELOOFSGROEP of POLITIEKE PARTIJ…
Drs. Frans BLOKLAND --- 15 oktober 2011
Eenheid van de kerken op zichzelf is van geen enkel belang. Die eenheid
krijgt pas betekenis als ze nieuwe dienstbaarheid aan de wereld inhoudt.
Want oecumene betekent 'heel de bewoonde wereld' en voor zover de wereld
niets met de kerkelijke eenheid opschiet, kan men deze oneigenlijke
oecumene beter vergeten. Echte oecumene is alleen te vinden in
vernieuwing van de wereld en vernieuwing van de kerk.
Een les die de oecumene sinds de oprichting van de Wereldraad
van Kerken in 1948 heeft geleerd, is enerzijds, dat de kerk een
wereldwijde dimensie heeft en anderzijds, dat het kerkelijk leven zich
in essentie afspeelt op het plaatselijke niveau. Voorwaarden voor een
levende gemeente zijn : openheid en gastvrijheid, dienstbaarheid
naar binnen en naar buiten toe, het zich verdiepen in levensvragen en
het beoefenen van spiritualiteit.
Oecumene is
uiteindelijk niet datgene wat men ervan gemaakt heeft, nl. : het
creëren van allerhande clubjes en praatcafés op diverse niveaus,
waarin allerhande compromissen worden uitgedokterd om
leerstellige tegenstellingen uit te vlakken en te komen tot
nieuwe al even ondoorzichtige uitspraken die iedereen moeten
tevreden stellen - zolang men maar niks moet afdoen van de
'eigen waarheid'. Men blijft uiteindelijk continu ver
verwijderd van datgene wat Jezus heeft bedoeld, nl. : een
oprecht mens worden die het belang van de ander hoger acht dan
het eigenbelang, ongeacht afkomst, stand of religie. Men
is of wordt boeddhist, christen, moslim, hindoe, ... om een echt
tof mens te worden en niet omgekeerd. Dus niet de
verscheidenheid aan geloofsovertuigingen moet worden uitgevlakt,
maar het uiteindelijke redeloze getwist om het eigen gelijk en
dit vanuit het redelijke besef dat er diverse wegen zijn
waarlangs men kan gaan en onderweg kan groeien in openheid,
gastvrijheid en dienstbaarheid.
Echte oecumene is dus heel wat anders dan het creëren van een Wereldraad van Kerken, een Conferentie van Europese kerken (KEK), een Internationale Raad van Christelijke Kerken (de fundamentalistische tegenhanger van de Wereldraad van Kerken), katholieke commissies voor oecumene enzovoort... , waarin tal van betrekkingen en postjes worden gecreëerd en waarbij men qua cumuleren niet moet onderdoen voor het politieke bedrijf. Voor Jan-met-de-pet is dit alles een ver-van-mijn-bed-show. Het eeuwige gediscuteer over de 'juiste' plaats en wijze van het religieuze beleven en belijden, maakt het voor de mens die durft na te denken allemaal des te absurder én immens ver verwijderd van wat een Boeddha, een Jezus, een Ghandi, een Martin Luther King, een Dom Hélder Câmara, en dicht bij ons een Phil. Bosmans en tal van anderen (ook zgn. ongelovigen) ons hebben voorgeleefd.
Gelukkig is de mens een religieus wezen en laat hij zich bij zijn zoektocht naar een zinvol leven van openheid, gastvrijheid en dienstbaarheid en liefdevolle spontane samenwerking met andersdenkenden uiteindelijk leiden door het hart en niet door de woorden van hoogmogende religieuze leiders, beladen met titels.
Luc
Vandenbroucke
Voorzitter v.d. Bestuursraad
v.d. Protestantse Kerk
van Oostende
In de bijbel lezen we over zijn heengaan ondermeer het
volgende en dit in het boek Handelingen, hoofstuk 1 de verzen 1 tot en met 11 :
|
4 Toen hij eens bij
hen was, droeg hij hun op: ‘Ga niet weg uit
Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de
belofte van de Vader, waarover jullie van mij
hebben gehoord, in vervulling zal gaan.
5 Johannes doopte
met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt
met de heilige Geest.’
6 Zij die
bijeengekomen waren, vroegen hem: ‘Heer, gaat u
dan binnen afzienbare tijd het koningschap over
Israël herstellen?’
7 Hij antwoordde:
‘Het is niet jullie zaak om te weten wat de
Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de
tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen
zullen plaatsvinden.
8 Maar wanneer de
heilige Geest over jullie komt, zullen jullie
kracht ontvangen en van mij getuigen in
Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de
uiteinden van de aarde.’
9 Toen hij dit
gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven
en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer
zagen.
10 Terwijl hij zo
van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel
staarden, stonden er opeens twee mannen in witte
gewaden bij hen.
11 Ze zeiden: ‘Galileeërs,
wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus,
die uit jullie midden in de hemel is opgenomen,
zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem
naar de hemel hebben zien gaan.’ |
Het boek Handelingen uit het Nieuwe Testament werd geschreven door de evangelist Lucas en is na het gelijknamige evangelie zijn tweede boek. Het is daarin al meteen duidelijk dat het hier gaat om de prille geschiedenis van de kerk. Het is gericht aan Theofilus. Die naam betekent : “vriend die God liefheeft”. De meest gangbare opvatting is dat Theofilus een hooggeplaatste Romein is geweest. Lucas spreekt hem namelijk in de proloog van zijn evangelie aan als hooggeachte. Deze aanspreektitel kan echter ook een gewone aanduiding van respect zijn. De Amerikaanse historicus Paul Maier identificeert in zijn roman The Flames of Rome Titus Flavius Sabinus II als Theofilus. Een andere gangbare opvatting is dat Theofilus een fictieve persoon is, waarmee Lucas dan zou aangeven dat het evangelie aan iedere "vriend van God" gericht is.
De veertig dagen die in bovenstaande Bijbeltekst vermeld worden staan symbool voor een tijd van bezinning, van rijping, van heroriëntatie, van verandering , van herschikking zodat er tot een nieuwe situatie wordt gekomen…. tot nieuwe verhoudingen. Je kunt het vergelijken met de periodes die vermeld worden t.g.v. de zondvloed, de zwerftocht van het volk Israëls in de woestijn, de tocht van de profeet Elia naar (Gods) berg Horeb, de verzoeking van Jezus in de woestijn.
Bij die 40 dagen moesten er uiteindelijk 10 dagen bijkomen om bij het eerste grote oogstfeest (tarwe) nà het Pascha uit te komen, Shavuot (= later Pinksteren) of ook wel Wekenfeest genoemd. Shavuot komt dus 50 dagen na het Feest van de Eerstelingen dat het feest van Pesach (Pascha-feest) compleet maakte. Het is nà die 50 dagen dat Lucas de Heilige Geest laat neerdalen en daarmee de Johannes-traditie (zie het evangelie naar Johannes, hoofdstuk 20 en meer specifiek het 22ste vers) verlaat. In die traditie vertoont Jezus zich – nà zijn ‘opstanding’ – aan zijn leerlingen en blaast hij over hen heen met de woorden “ontvang de heilige Geest. Geen sprake dus van een grootse unieke uitstorting van de heilige Geest met Pinksteren.
Voormeld gekunstelde gejongleer met cijfers zet zich nog even door bij het invullen van die 10 extra dagen met de keuze van de nieuwe 12de man in vervanging van Judas, de verrader. Er moeten kennelijk immers terug 12 discipelen zijn want er zijn toch 12 stammen Israëls; die 12 vind je overigens herhaaldelijk terug in het laatste boek van de bijbel, het boek Openbaring (cf. Openbaring, hoofdstuk 21, het 10de vers, waar we zien dat het uit de hemel neergedaalde nieuw Jeruzalem gebouwd is met levende stenen en waarbij de twaalf poorten ervan de 12 geslachten van het volk Israël representeren en de muur 12 fundamenten heeft die de namen dragen van de 12 apostelen).
Wat nu die nieuw verkozen 12de discipel Matthias betreft (verkozen via het lot nota bene; het kan niet ‘onbijbelser’) : we horen er verder nooit iets meer van. Men had hem gekozen uit twee kandidaten, wat erop wijst dat er die hele tijd dus meer discipelen waren (cf. de vermelding van 120 aanwezigen in de bovenzaal en waarbij ook Maria (Jezus’ moeder) met name wordt genoemd).
Uiteindelijk vertrekt Jezus definitief, de mist in ! Wel is er vooraf het bevel om van hem te getuigen, om Jezus’ getuigen te zijn. Getuigen van zijn woorden en daden ! Getuigen van zijn liefde voor de vrijheid van het leven.
Da’s nu typisch voor de evangelist Lucas : het ging Jezus om het leven en het samenleven op een toffe manier – de moeite waard !
DE BLIJDE BOODSCHAP VAN HET KONINKRIJK LIGT IN HET LEVEN EN N I E T IN DE DOOD !!!
Dat is helemaal iets anders dan het DOGMA van ‘Jezus’ dood als betaling voor de erfzonde’.
Zo zitten er in dat vreemde en rare verhaal héél toffe elementen !!! Dat is de kracht en de rijkdom van de bijbel : ook voor de bijbelschrijvers was het een zoektocht naar zin en bedoeling van het leven, naar religieuze duiding, naar een Godsbeeld waarmee je verder kan, naar vertrouwen voor morgen en hoop. Als je het zó kunt lezen wordt het lezen een boeiend gebeuren; op de ouderwetse, onfeilbare manier is het hele boekwerk passé en onmogelijk !
Nog een woord over het verdwijnen van Jezus.
In feite wil dit gewoon zeggen dat de mens en de mensheid er alleen voorstaan : met eigen keuzes, eigen verantwoordelijkheid, kwetsbaar en per definitie zoekend !
Het is tof als ze steun kunnen vinden bij elkaar, elkaar tot steun kunnen zijn, daartoe de kracht kunnen vinden in een aantal idealen, die van het leven iets maken dat de moeite waard is. Kracht kunnen vinden in een aantal doelstellingen waar ze allemaal én samen beter van worden; kracht kunnen putten uit de hoop dat het de goede kant uitgaat, dat het geheel meer is dan de som van de delen, dat de dingen die groter zijn dan wij ons gunstig zijn gezind; dat geschiedenis en de dingen die gebeuren niet tevergeefs zijn en dat we er mogen zijn : met elkaar en voor elkaar als mensen met mensen en mensen met hun God !
Die positieve kracht, waar een mens zich voor kan openstellen, waarin hij zich kan gaan bewegen zoals een zeilschip in de wind, die wil ik dan graag Heilige Geest noemen. Een krachtveld, dat inderdaad waait waarheen het wil : zoals gedachten van mensen !
Luc
Vandenbroucke
Voorzitter v.d. Bestuursraad
v.d. Protestantse Kerk
van Oostende