ÿþ<html> <head> <title> MEENSE FILATELIECLUB</title> <head><a name="Begin"></a></head> <h1> Meense Filatelieclub</h1> <body bgcolor = "#7CFC00"><font size="3"> <face= "helvetica"> <p><b>Dit is het begin van het document.Van hieruit kunt u naar de rest van onze homepage en naar andere websites surfen.</b></p> <b><i>Inhoud <ul> <p> <li>welkom</li> - - <a href ="#Welkom"><img src ="website MFC/knop 1.gif" width="14" height = "15" border = "0"> </a> <li>beginpagina</li> - - <a href = "#Beginpagina"><img src ="website MFC/knop 1.gif" width="14" height = "15" border = "0"> </a> <li>huidig bestuur</li> - - <a href = "#huidig bestuur"><img src ="website MFC/knop 1.gif" width="14" height = "15" border = "0"> </a> <li>lokaal - vergaderingen - bijdrage</li> - - <a href = "#lokaal - vergaderingen - bijdrage"><img src ="website MFC/knop 1.gif" width="14" height = "15" border = "0"> </a> <li>dienstverlening</li> - -<a href = "#dienstverlening"><img src ="website MFC/knop 1.gif" width="14" height = "15" border = "0"> </a> <ul> <li> rondzenddienst</li> <a href = "#rondzenddienst"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a> <li> tombola's en verlotingen </li> - - <a href = "#tombola's"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "12" border = "0"></a> <li> beloning voor aanwezigheid</li> - - <a href = "#aanwezigheid"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a> <li> dienst nieuwe uitgiften </li> - - <a href = "#nieuwe uitgiften"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a> <li> mededelingen</li> - - <a href = "#mededelingen"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a> <li> informatie</li> - - <a href = "#informatie"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a> <li> materiaaldienst</li> - - <a href = "#materiaal"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "12" border = "0"></a> <li> bibliotheek</li> - - <a href = "#bibliotheek"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a></ul> <ul><ol type = a><li> Beschikbare catalogussen</li> - - - <a href = "#catalogen"><img src ="website MFC/kogel.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a> <li> Handboeken en Studies</li> - - - <a href = "#books and studies"><img src ="website MFC/kogel.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a> <li> Tentoonstellingsgidsen en -catalogussen</li> - - - <a href = "#bulletins and catalogues"><img src ="website MFC/kogel.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a> <li> Audiovisuele middelen, cd's en dvd's</li> - - - <a href = "#AV"><img src ="website MFC/kogel.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a> <li> Tijdschriften en Periodieken</li> - - - <a href = "#TSS"> <img src ="website MFC/kogel.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a> </ul></ol> <li>jeugdafdeling</li> - - <a href = "#jeugdafdeling"> <img src ="website MFC/knop 1.gif" width="14" height = "15" border = "0"> </a> <li>maandblad</li> - - <a href = "#maandblad"><img src ="website MFC/knop 1.gif" width="14" height = "15" border = "0"> </a> <li>enkele foto's en links - - </li><a href = "#scans"><img src ="website MFC/knop 1.gif" width="14" height = "15" border = "0"> </a> <li>vaak gestelde vragen - - </li><a href = "#FAQ"><img src ="website MFC/knop 1.gif" width="14" height = "15" border = "0"> </a> <li>wedstrijdklassen van de FIP - - </li><a href = "#wedstrijdklassen"><img src ="website MFC/knop 1.gif" width="14" height = "15" border = "0"> </a> <ul><li> traditionele filatelie</li> - - - <a href = "#TF"><img src ="website MFC/vinkje.gif" width="13" height = "13" border = "0"> </a> <li> postgeschiedenis </li> - - - <a href = "#PG"><img src ="website MFC/vinkje.gif" width="13" height = "13" border = "0"> </a> <li> postwaardestukken</li> - - - <a href = "#PW"><img src ="website MFC/vinkje.gif" width="13" height = "13" border = "0"> </a> <li> aërofilatelie</li> - - - <a href = "#AF"><img src ="website MFC/vinkje.gif" width="13" height = "13" border = "0"> </a> <li> astrofilatelie</li> - - - <a href = "#AS"><img src ="website MFC/vinkje.gif" width="13" height = "13" border = "0"> </a> <li> thematische filatelie</li> - - - <a href = "#TH"><img src ="website MFC/vinkje.gif" width="13" height = "13" border = "0"> </a> <li> maximafilie</li> - - - <a href = "#MF"><img src ="website MFC/vinkje.gif" width="13" height = "13" border = "0"> </a> <li> fiscale filatelie</li> - - - <a href = "#FF"><img src ="website MFC/vinkje.gif" width="13" height = "13" border = "0"> </a> <li> jeugdfilatelie</li> - - - <a href = "#JF"><img src ="website MFC/vinkje.gif" width="13" height = "13" border = "0"> </a> <li> filatelistische literatuur</li> - - - <a href = "#FL"><img src ="website MFC/vinkje.gif" width="13" height = "13" border = "0"> </a> <li> open klasse, c.q. sociale filatelie</li> - - - <a href = "#OK"><img src ="website MFC/vinkje.gif" width="13" height = "13" border = "0"> </a> <li> eenkaderinzending</li> - - - <a href = "#1K"><img src ="website MFC/vinkje.gif" width="13" height = "13" border = "0"> </a></ul> <li>artikels - - <a href = "#artikels"><img src ="website MFC/knop 1.gif" width="14" height = "15" border = "0"> </a> <ul> <li> Druktechnieken voor postzegels </li> - - <a href ="#druk"><img src ="website MFC/veer.gif" width="17" height = "17" border = "0"> </a> <li> Verandering van landnaam: 'ETAT INDEPENDANT DU CONGO' wordt 'CONGO BELGE/BELGISCH CONGO'</li> - -<a href ="#congo"><img src ="website MFC/veer.gif" width="17" height = "17" border = "0"> </a> <li> Papiersoorten voor postzegels </li> - - <a href ="#papier"><img src ="website MFC/veer.gif" width="17" height = "17" border = "0"> </a> <li> Grenspostkantoorstempels van Menen</li> - -<a href = "#grpkt"><img src ="website MFC/veer.gif" width="17" height = "17" border = "0"> </a> </b></ul></i></p> <p></p> <marquee> <b><i>WORD LID VAN DE MEENSE FILATELIECLUB !!!</b></i></marquee> <h2 align = "center"><a name ="Welkom"> </a></h2> <p>U bevindt zich hier op de homepage van de <b>Meense Filatelieclub</b>, de vereniging van en voor postzegelverzamelaars en filatelisten uit Menen en wijde omgeving!</p> <p>Wij heten u van harte welkom op onze website. We geven u wat uitleg over onze activiteiten en wensen u veel plezier op deze site. Als de site u bevalt, kom dan gerust een keertje terug. De website wordt immers geregeld bijgewerkt.</p> <a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a> <i>(terug naar begin)</i></p> <h2 align = "center"><a name ="Beginpagina">beginpagina </a></h2> <p>U bent nu beland op de beginpagina van onze website.</p> <p>Maar eerst willen we ons voorstellen. </p> <p>De <b>Meense Filatelieclub </b> werd opgericht in 1962 door enkele verweesde postzegelverzamelaars die overgebleven waren van een vroegere vereniging, die evenwel om onduidelijke redenen (financieel gesjoemel?) ontbonden was. De nieuwe club groeide heel vlug aan en telde in het eerste jaar al een behoorlijk aantal leden, van wie er nu nog altijd een tiental tot de trouwe kern van onze vereniging behoren. Op haar hoogtepunt kende de vereniging bijna 200 leden, maar door allerlei omstandigheden, waaaronder in de eerste plaats de uitgiftepolitiek van de postadministraties en conjuncturele problemen, verminderde dat aantal tot 120 (begin 2006).</p> </td> <p>Enkele hoogtepunten uit onze geschiedenis:</p><td><p><table cellspacing = "15" cellpadding = "5" bgcolor = "lightpink" width = "90%" height = "60%"></p> <tr> </tr> <ul><li>speciale afstempeling op 29 maart 1964 n.a.v. het 900-jarig bestaan van de stad - met tentoonstelling van collecties van enkele leden - in het toenmalige Yvonne Serruysmuseum</li> <li>Dag van de Postzegel op 17 april 1966 met tijdelijk postkantoor en tentoonstelling in het Koninklijk Atheneum.</li> <li>Voorverkoop van de uitgifte '100 Jaar Wereldpostunie' op 5 en 6 oktober 1974 met tijdelijk postkantoor en tentoonstelling.</li> <li>Jumelage met de 'Société Philatélique de la Haute Normandie' uit Rouen tijdens de 'Journées Philatéliques Européennes' van 15 tot 18 november 1973 (samen met Liverpool, Hannover, Varallo Sesia en Fribourg).</li> <li><b>Nationale</b> tentoonstelling voor de jeugd 'JUNEX '81', wedstrijdtentoonstelling voor jeugdige verzamelaars op 25 oktober 1981.</li> <li><b>Provinciale </b> tentoonstelling voor alle disciplines met voorverkoop en speciale afstempeling op 26 september 1998</li> <li>Viering van het 40-jarig bestaan van de club op 18 april 2002 met voorverkoop n.a.v. de Dag van de Postzegel + uitgifte van een 'Mijn zegel' gekoppeld aan een viooltje (onbekende oplage)</li> <li>jaarlijkse uitgifte van een souvenir (kaart of envelop) met speciale afstempeling - naar aanleiding van het Wieltjesfeest op de eerste zaterdag van september. Ieder jaar, vanaf 1973, werd de afstempeling verbonden aan een bepaald thema, bijv. de vroegere stadspoorten van Menen, oude kinderspelen enz. De illustraties werden ontworpen door bekende Meense kunstenaars.</li> <li><b>Regionale</b> wedstrijdtentoonstelling voor de provincies Oost- en West-Vlaanderen op zaterdag 7 en zondag 8 maart 2009</li> </ul></tr></td> <p><i><u>gewezen voorzitters:</p></i></u> Remi Demey ( ) , dr. Julien Valcke, Erik Calemein, Bruno Stes. <p><i><u>gewezen secretarissen:</p></i></u> Robert Bonte ( ), Bruno Stes <p><i><u>gewezen penningmeester:</p></i></u> Jozef Pille <p></p> <p> Onze club is aangesloten bij de<b> Koninklijke Landsbond der Belgische Postzegelkringen</b> onder nr. 904 en bij de <b>Verstandhouding der West-Vlaamse Postzegelkringen</b>. Doordat onze club aangesloten is bij de KLBP, ontvangt ieder lid dat zijn jaarlijkse bijdrage heeft betaald, het kwartaalblad "Belgafil" van de Bond thuisbezorgd.</p> <p></p> <tr><td colspan = "2"><img src ="website MFC/kaart.menen.gif" width="1152" height = "688" border = "1"><tr><td><i>Toeristische kaart en gedetailleerde gids voor de streek rond Menen. We zien een netwerk van wegen die dorpen en steden verbinden, de versterkte steden Ieper, Kortrijk, Oudenaarde, Doornik, Rijsel en Menen, alsook de oude Franse vestinglijn die Kortrijk met de Schelde verbond. Deze gegraveerde kaart werd uitgegeven ca. 1704 door G. Bodenehr uit Augsburg (gereduceerde afbeelding).</td></tr></i> <p></p> <p><a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i></p> <h2 align= "center"><a name ="huidig bestuur">huidig bestuur </a></h2></p> <ul> <li><b>voorzitter</b>: Erwijn Deflo, A. Devaerestraat 36, 8500 Kortrijk, alle buitenlandse en thematische nieuwe uitgiften, behalve België en Frankrijk - gsm. 0473/64.24.67. - e-mail: deflo_erwijn@hotmail.com</li> <li><b>ondervoorzitter</b>: Ronny Sanctorum,Bougainvilléeserf 4, 7700 Moeskroen, penningmeester, ledenadministratie - tel. 056/34.67.02 - gsm. 0475/87.83.60</li> <li><b>secretaris</b>: Johan Dujardin, Moeskroensestraat 686, 8930 Menen-Rekkem, jeugdafdeling, nieuwe uitgiften België en Frankrijk, lid van de Raad van Bestuur van de K.L.B.P. en afgevaardigde bij de V.W.-V.P.K. - tel. 056/42.07.94 - gsm. 0498/28.47.27</li> <li> Roger Couvreur, Harmoniestraat 31, 8930 Menen, rondzenddienst - tel. 056/53.08.83</li> <li> Joke Dujardin, Menenstraat 80, 8930 Menen-Lauwe, jeugdafdeling - e-mail dujardinjoke@hotmail.com</li> <li> Jean-Marie Van Marcke, E. Hullebroeckstraat 2, 8930 Menen, materiaal, albumsupplementen, catalogen - tel. 056/51.24.08 - e-mail: jeanmarievm@euphonynet.be</li> <li> Luc Verhelst ( ), public relations, tombola's, verzending maandblad </li> <li> Bruno Stes, Binnenhof 28, 8930 Menen, redactie maandblad, bibliotheek en archief, gewezen corresponderend lid van de Belgische Academie voor Filatelie - tel. 056/51.35.05 - e-mail: bruno.stes@skynet.be</li></ul> <p></p> <p align = "center"><img src = "website MFC/bord MFC.gif" width = "107"></p> <h2 align="center"><a name = "lokaal - vergaderingen - bijdrage">lokaal - vergaderingen - jaarlijkse bijdrage</a></h2><p></p> <h3>lokaal </h3> <p>Het lokaal van de <b> Meense Filatelieclub</b> is gevestigd in de cafetaria van het Cultuurcentrum «De Steiger» aan de Waalvest, 8930 Menen</p> <h3>vergaderingen </h3> <p>Met uitzondering van de vakantiemaand juli worden de maandelijkse vergaderingen (in principe) op de <b>vierde zondag</b> van de maand gehouden, tenzij die dag op een belangrijke feestdag valt. In 2009 worden onze vergaderingen altijd gehouden op de vierde zondag van de maand, behalve in december, dus op 26 april, 24 mei, 28 juni, 23 augustus, 27 september, 25 oktober, 22 november en 20 december. De vergaderingen duren van 10 tot 12 uur. Om 11 uur zijn er de mededelingen, de tombola, de verlotingen en de bijzondere informatie. De vergadering van januari geldt als <u>statutaire vergadering</u> met eventuele verkiezing van (een deel van) het bestuur, de jaarverslagen over het voorbije werkingsjaar en het financieel verslag.</p> </p> <h3>bijdrage</h3> <p>De jaarlijkse lidmaatschapsbijdrage bedraagt ¬ 10,00 voor volwassen leden. Voor leden die bij een ander lid inwonen en het maandblad niet ontvangen, wordt slechts ¬ 4,00 gevraagd. Jeugdleden (tot 18 jaar) betalen slechts ¬ 5,00. Jeugdleden die het maandblad niet ontvangen, betalen geen bijdrage. Het rekeningnummer van de Meense Filatelieclub is 285-0303653-72. </p> <a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i></p> <h2 align="center"><a name ="dienstverlening">dienstverlening</a></h2></p> <p>Het belangrijkste doel van de <b>Meense Filatelieclub</b> bestaat erin de leden te helpen en te informeren over hun hobby: over de nieuwe uitgiften, maar ook over de verschillende mogelijkheden van verzamelen. Die mogelijkheden variëren van een traditionele verzameling van een land, een zegel of een zegeltype tot een thematische verzameling met postzegels, postwaardestukken of postale stempels. Onze hobby is zo rijk aan mogelijkheden, dat er zich een hele waaier aan diverse soorten van verzamelingen aandient: van posthistorische verzamelingen (met stempels en poststukken) over postroutes, tarieven en postmerken tot aërofilatelie (over luchtpost), astrofilatelie (over ruimtevaart) of maximafilie.</p> <p>Een ander belangrijk doel van een filatelistenvereniging bestaat erin de leden erop te wijzen hoe verrijkend onze hobby kan zijn op cultureel, intellectueel en menselijk vlak. Informatie uitwisselen en menselijke contacten met medeleden van de vereniging kunnen eveneens redenen zijn om lid te worden van onze club. Door gezamenlijke aankoop van nieuwe uitgiften en materiaal trachten we de uitgaven voor de leden te beperken.</p> <p>Hoe gaan we hierbij te werk?</p> <ol type=a> <li><u><i>rondzenddienst</u></i><a name ="rondzenddienst"> </li> <p>Via deze dienst kunt u zelf rondzendboekjes indienen; ze zullen over de hele provincie circuleren. Zo raakt u uw dubbele exemplaren kwijt. U kunt tijdens de vergaderingen ook (hoofdzakelijk gestempelde) zegels uit de boekjes halen, zodat u uw eigen collectie met beperkte middelen kunt uitbreiden. De verantwoordelijke voor deze dienst zoekt de boekjes op die voor u interessant kunnen zijn.</p> <li><i><u>tombola's en verlotingen</u></i><a name ="tombola's"> </li> <p>Met de inleg voor de maandelijkse tombola willen wij niet onze clubkas spekken, maar met de prijzen die u hiermee en met de verlotingen kunt winnen, willen we u gewoon de gelegenheid geven ook andere zegels te leren kennen dan de nieuwe uitgiften van de laatste jaren.</p> <li><i><u>beloning voor de aanwezigen</u></i><a name ="aanwezigheid"> </li> <p>Wij vinden dat uw aanwezigheid beloond mag worden. Hoe vaker u naar de vergadering komt, hoe groter de kans dat u wint, maar ook hoe waardevoller uw prijs in januari zal zijn: sommige leden krijgen zo hun bijdrage praktisch terugbetaald in zegels.</p> <li><i><u>dienst nieuwe uitgiften</u></i><a name ="nieuwe uitgiften"> </li> <p>Ieder lid kan zich tegen een kleine waarborgsom abonneren op de nieuwe uitgiften van om het even welk land of thema. Zo een abonnement kan worden gespecificeerd in overeenkomst met de verantwoordelijke van de dienst. Zo kan men zich al dan niet abonneren op postwaardestukken, postzegelboekjes, automaatstroken, FDC's, een hoger aantal blokjes enz. De bedoeling blijft altijd dat de club door een gezamenlijke aankoop van nieuwe uitgiften voor de leden de goedkoopste prijs kan bedingen. </p> <li><i><u>mededelingen</u></i><a name ="mededelingen"> </li> <p>Wij vestigen via de mondelinge mededelingen tijdens de vergaderingen de aandacht op evenementen die door andere verenigingen worden georganiseerd, op trends die in de filatelie opduiken, en op de uitgiftepolitiek van de postadministraties. Wij trachten onze leden altijd raad te geven, ook al moeten we daarvoor bepaalde personen tegen de haren in strijken.</p> <li><i><u>informatie</u></i><a name = "informatie"> </li> <p>De belangrijkste bron van informatie is ons maandblad, dat gewoonlijk 's maandags voor de maandelijkse vergadering verschijnt, met als vaste rubrieken: de uitnodiging, filatelistische evenementen (meestal) in de provincie, en nieuws uit ons land. Voor het overige trachten wu u te informeren over allerlei verzamelgebieden en over onderwerpen die verwant zijn met filatelie.</p> <li><i><u> materiaaldienst</u></i><a name ="materiaal"> </li> <p>Ook hier geldt het principe: door collectieve aankoop van albums, supplementbladen, stockboeken, catalogussen en ander filatelistisch materiaal kunnen wij leveren tegen sterk gereduceerde prijzen. Ook hier kan in sommige gevallen een voorschot of waarborgsom worden gevraagd.</p> <li><i><u>bibliotheek</u></i><a name ="bibliotheek"> </li></ol> <p>Voor zover mogelijk kunnen de catalogussen van Yvert & Tellier of van andere uitgevers voor een beperkte tijd worden uitgeleend, altijd in afspraak met de verantwoordelijke van deze dienst. Ook andere boeken zullen in de toekomst uitgeleend kunnen worden, zodra de catalogus van het archief en van de bibliotheek bijgewerkt zijn.</p> <p>Uitleningsvoorwaarden voor recente Yvert & Tellier-catalogussen: </p> <p><li> 1. De leden kunnen slechts één deel van een bepaald gebied <i>(tome)</i> tegelijk lenen.</li> <li> 2. De uitgeleende catalogus dient uiterlijk op de volgende vergadering teruggegeven te worden.</li> <li> 3. De waarborgsom wordt vastgesteld op ¬ 10,00 per boek. </li></p> <a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i></p> <p><ul type = "square"><li><h4>(a) <u>Beschikbare catalogussen,</u> beginnend met de Belgische, daarna de rest van Europa en de wereld<a name = "catalogen"></h4></a></li> <ol > <li> Catalogue Willy Balasse des Timbres de Belgique et du Congo Belge - z. p., 1949 - fotokopie </li> <li> Officiële Belgische Postzegelcatalogus 2009 - 54e uitgave - België, Belgisch Congo, Ruanda Urundi, Rwanda, Burundi, Zaïre, Europa - uitg. B.B.K.P.H. <a href="http://www.bbkph.be"> (www.bbkph.be) </a></li> <li> Officiële Catalogus van de Voorafgestempelde Zegels van België, 1894-1996, uitg. B.B.K.P.H.</li> <li> Officiële Catalogus mechanisch voorafgestempelde zegels van België, 1906-1981, uitg. B.B.K.P.H.</li> <li> Prinet - Geïllustreerde Catalogus van België, Katanga, Zuid-Kasaï, Congo, Ruanda, Burundi - 40e uitgave - Dereume, Brussel, 1965</li> <li> Prinet - Geïllustreerde Kataloog van België, - 44e uitgave - Dereume, Brussel, 1969</li> <li> Société belge de l'Entier Postal - De Belgische Postwaardestukken, uitg. Pro-Post - 1969 </li> <li> Société belge de l'Entier Postal - Postwaardestukken van België, uitgave 2009 </li> <li> Lepingle, Jean en Morlion, R. - Catalogue des Préos belges, 1894-1937</li> <li> Brys, John - Catalogus der lijnenstempels van België op de zegels van 1850 tot 1863, 10 en 20 centiem - ontvangstkantoren - 1e uitgave, 1974</li> <li> Delfosse, A. - Catalogue de Cachets à Etoile de 1880 à 1980, dépôts, dépôts-relais, haltes de facteurs, agences postales - Brussel, 1980</li> <li> Goin, René - Les Marques de Censure Allemande sous le régime du gouvernement général allemand de Bruxelles dans les provinces belges du Luxembourg et de Namur, 1914-1918</li> <li> Herlant, Lucien P. - Prefilatelistische Postmerken van België - uitg. Pro-Post, 1982</li> <li> Herman, H., Smidts, J. et Jacquemin, P. - Les Cachets à Etoiles des dépôts, dépôts-relais, agences postales et haltes de facteurs, Belgique 1879-1977 -éd. A. Delfosse, Brussel, 1977</LI> <li> Hubinont, Raoul et Goin, René - Catalogue des Estampilles et Oblitérations Allemandes des Etapes du Front Ouest 1914-1918 - Brussel, 1971</li> <li> Koopman, H. - Les cachets à barre de Belgique / De streepstempels van België, 1-7-1849 / 15-4-1864 - Kalmthout, 1965</li> <li> Koopman, H. - Catalogus der Belgische Puntstempels, 15-4-1863 / 10-3-1873 - Kalmthout, 1974</li> <li> Koopman, H. - De Dubbelcirkelstempels van België, 1873-1876 - Antwerpen, 1984</li> <li> Koopman, H. - De Enkelcirkelstempels van België, 1873-1910 - Kalmthout, 1977</li> <li> Koopman, H. - De afstempelingen der 'depôts' en 'depôts-relais' van België, 1879-1910, Kalmthout, 1977</li> <li> Stibbe, Jacques - De Postwaardestukken van Congo en van Ruanda-Urundi - uitg. Pro-Post, 1986 <li> Vandenbauw, Emile - Luchtpostcatalogus van België - uitg. Pro-Post, 1982</li> <li> Yvert & Tellier-Champion - Catalogue prix-courant de Timbres-poste - 1922, 26e édition</li> <li> Yvert & Tellier - tome I - 2009 - France <a href="http://www.yvert-et-tellier.fr/"> (www.yvert-et-tellier.fr/) </a></li> <li> Yvert & Tellier - tome I bis - 2005 - Monaco et Territoires français d'Outre-Mer - Andorre - Europa - Nations Unies</li> <li> Yvert & Tellier - tome II - 2002 - 1e partie - Colonies Françaises et Territoires d'Outre-Mer</li> <li> Yvert & Tellier - tome II - 2008 - 1e partie - Colonies Françaises </li> <li> Yvert & Tellier - tome II - 2002 - 2e partie - Pays Indépendants d'Afrique </li> <li> Yvert & Tellier - tome II - 2006 - 2e partie - Pays Indépendants d'Afrique, Cambodge, Laos</li> <li> Yvert & Tellier - tome III - 2006 - 1e partie - Europe de l'Ouest - Allemagne à Epire </li> <li> Yvert & Tellier - tome III - 2008 - 2e partie - Europe de l'Ouest - Espagne à Luxembourg </li> <li> Yvert & Tellier - tome III - 2009 - 3e partie - Europe de l'Ouest - Macédoine à Yougoslavie</li> <li> Yvert & Tellier - tome IV - 2003 - 1e partie - Europe de l'Est - Albanie à Pologne </li> <li> Yvert & Tellier - tome IV - 2003 - 2e partie - Europe de l'Est - Roumanie à Ukraine</li> <li> Yvert & Tellier - Outre-Mer - 2005 - volume 1 - Abou Dhabi à Burundi</li> <li> Yvert & Tellier - Outre-Mer - 2006 - volume 2 - Caïmanes à Dominicaine</li> <li> Yvert & Tellier - Outre-Mer - 2006 - volume 3 - Dominique à Guatemala</li> <li> Yvert & Tellier - Outre-Mer - 2008 - volume 4 - Outre-Mer - Guinée-Bissau à Lesotho </li> <li> Yvert & Tellier - Outre-Mer - 2008 - volume 5 - Outre-Mer - Liban à Nyassaland</li> <li> Yvert & Tellier - tome VII - 1998 - 1e partie - Outre-Mer - Océan Indien à Samoa </li> <li> Yvert & Tellier - tome VII - 1998 - 2e partie - Outre-Mer - Seychelles à Zoulouland </li> <li> Michel - Briefmarken-Katalog Deutschland 1996/97 Schwaneberger Verlag, München <a href="http://www.michel.de"> (www.michel.de) </a></li> <li> Michel - Europa-Katalog West 1996/1997 (A-L)</li> <li> Michel - Europa-Katalog West 1996/97 (M- Z)</li> <li> Michel - Europa-Katalog Ost 1996/97 </li> <li> Michel - Automatenmarken - Spezial-Katalog der ganzen Welt - 1994</li> <li> Michel - Katalog privater Markenheftchen und Jahresgaben - 1991 - Jugend, Sport, Wohlfahrt</li> <li> Fortegnelse over danske frimaerker - 1976 - Postens Filateli</li> <li> Storch, J., Françon, R. et Brun, J.-F. - Marianne, Timbres de France , uitg. 1985-1986 + aanvullingen 1984-1994</li> <li> Coutan, Lucien et Patrick Reynaud - Catalogue spécialisé des Carnets de France, volume 1 (1906-1926) - Yvert & Tellier, Amiens, 2005</li> <li> Yvert & Tellier - Carnets de France, volume 1 (1906-1926) - Livret des cotes, z.p., z.j.</li> <li> Prifix - Catalogue spécialisé illustré des Timbres-poste du Luxembourg - 1969</li> <li> Stanley Gibbons checklist - Collect British Stamps, 5th edition - London, (1969) <a href="http://shop.stanleygibbons.com/index.asp?page=pubs&catgrouping=catalogues"> (www.stanleygibbons.com/catalogue) </a></li> <li> Whitney, J.T. - Collect British Postmarks, handbook to British postal markings and their values - 2nd edition, 1980</li> <li> Speciale Catalogus van de postzegels van Nederland en overzeese rijksdelen - 1992 - 51e editie, uitg. N.V.P.H. <a href="http://www.nvph.nl"> (www.nvph.nl) </a></li> <li> De Rooy, W. De en Hali, J.C.A. - Katalogus Postzegel- en Automaatboekjes Nederland, 1987</li> <li> Jacquot, Jean-Robert - Catalogue Spécialisé des timbres de Guernsey, de Jersey et de l' Île de Man - 1972 - 2e édition</li> <li> Jacquot, Jean-Robert - Catalogue Spécialisé des timbres de Guernsey, de Jersey et de l' Île de Man - 1975 - 5e édition</li> <li> The Postal Service Guide to U.S. Stamps - 1986 - 12th edition- uitg. U.S.P.S.</li> <li> Catalogue Illustré des timbres-poste du Vatican - 1967, édition M. Van Erck - Brussel, 1966</li> <li> Suys, Jean-Pierre en Pollet, Erik - Speciale Postzegelcatalogus Tennis - Sint-Niklaas, 1985</li> <li> Lepingle, Jean - Catalogue des Préos de l'Europe - 1951</li> <li> Linden, James Van der - Catalogue de Marques de Passage, 1815-1875, tome 1, édition Baeten, Brussel, 1977</li></ol></p> <p><a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i></p> <p><li><h4>(b)<u> <a name ="books and studies"> </a>Handboeken en Studies,</u> (alfabetisch op naam van de auteur ) - X en Y zijn onbekende auteurs</li></h4> <ol> <li> Amplatz, Michael - Postgeschichte Eupen, Malmédy und St. Vith von den Anfängen bis 1970 - Pandora, Brussel, 2001</li> <li> André, Jean e.a. - Le Livre philatélique belge 1998 - La Renaissance du Livre, Doornik, 1998</li> <li> Arnau, Frank - Filatelie in klein bestek - (Zwarte Beertjes 184) - A.W. Bruna & Zoon, Utrecht, 2e druk, 1966</li> <li> Arnhem, Roger - De vogels van André Buzin - De Post - Brussel, 1992 - (met zegels)</li> <li> Bäckström, Pia e.a. - Remarkable on stamps, postcards and collecting - Postal Museum publication No. 46 -Stockholm, 2000</li> <li> Barberis, Nino e.a. - I problemi del nostro tempo e del nostro Paese - Giornata della Gioventú - Rome, 1985</li> <li> Behr, Pascal - 67e vente - Parijs, 2002</li> <li> Beken, Robert en Boterdael, Jan - Historisch Overzicht van de Pers en de Grafische Kunst door de Postzegels heen gezien - Pro-Post - Brussel, (1966?)</li> <li> Belder, Hubert De e.a. - 300ste Maandblad Kon. Antwepse Kring voor Stempelstudie en Postgeschiedenis - Antwerpen, 2007</li> <li> Blontrock, Benny - Sporen door het operatiegebied van het 4de Armee tijdens W. O.I - Wefis-studie nr. 80 - Oostende, 1998</li> <li> Blontrock, Benny - De erfenis van 2 jaar Franse bezetting in het 'Département de la Lys' anders bekeken - Wefis-studie nr. 100 - Oostende, 2003</li> <li> Blontrock, Benny e.a. - Zevende lustrumnummer Wefis - Oostende, 2007</li> <li> Boerma, L. e.a. (red.) - Filatelie Informatief - Samsom Uitgeverij, Alphen-aan-den-Rijn (etc.) 1981-1994 - 4 delen</li> <li> Bollen, A. - Engelse poststukken gebruikt in het buitenland - Matador, Antwerpen, 1973</li> <li> Bollen, André e.a. - clubblad nr. 100 Postzegelkring Mercator - Borgerhout, 1986 </li> <li> Boesmans, Annick e. a. - Filatelieboek België 1997 - De Post -La Renaissance du Livre, Doornik, 1997</li> <li> Boonen, René e.a. - Filatelieboek België 1999 - De Post - Davidsfonds - Leuven, 1999</li> <li> Boonen, René e.a. - Filatelieboek België 2002 - De Post - La Renaissance du Livre, Doornik, 2002</li> <li> Braunstein, ing. I. - Commentaar aangaande de basisprincipes voor juryleden van nationale en internationale tentoonstellingen (tweetalig) - z. p., z. j.</li> <li> Brink, J.D. van - Het Postzegelboek - Hollandia Drukkerij, Baarn, (1923?)</li> <li> Brun, Jean-François e.a. - Le Patrimoine du timbre-poste français - Charenton-le-Pont, 1998</li> <li> Brun, Jean-François en Françon, Robert - Dictionnaire Philatélique et Postal - (AEEPP) - z.p., 1999</li> <li> Brys, J. e.a. - Lustrumnummer van de Westvlaamse Filatelistische Studiekring - Oostende, 1978</li> <li> Buelens, A. - De stempels van de overdraagkantoren van België "Relais" - E. Vloors-kring, studie nr. 23, Borgerhout, 1968</li> <li> Capon, F. - Bureaux de Poste temporaires mis en service dans la 6e région postale, direction de Charleroi - Farciennes, 1966</li> <li> Clarenburg, Lonneke e.a. - Zomerpostzegels onder de loep - Deventer, 1990</li> <li> Clercq, Leo De e.a. - Jubileumboek van de Kon. Postzegelvereniging van het Land van Waas - Sint-Niklaas, 1978</li> <li> Clercq, Leo De en James Van der Linden - Typentafel 1831-1910 - (tweetalig) - Sint-Niklaas, 1970</li> <li> Clercq, Leo De - Overgang van Hollandse naar Belgische postmerken in 1830 - E. Vloors-kring, studie nr. 30, Borgerhout, 1971</li> <li> Clercq, Leo De - Waarom gewestverzamelen ? - Matador, Antwerpen 1974</li> <li> Cohn, Ernst M. - A Book of Postal History - Triad, Weston, Massachussetts, 1988</li> <li> Compte, Urbain Le - Jubileumboek Philatelia Alosta 1935-1985 - Aalst, 1985</li> <li> Coppens, Maarten e. a.- De Post te Antwerpen van aanvang tot 1793 - Pandora, Antwerpen, 1993</li> <li> Crustin, J. - Les Emissions héliogravées grand format à l'Effigie de S.M. Léopold III - manuscript - z.p., (1945?)</li> <li> Danneels, Frans - Velrandbedrukking - Commissie Jeugdfilatelie West-Vlaanderen - z. p., z. j.</li> <li> Danneels, Frans - De Postgeschiedenis van de Lado-enclave, 1897-1910 - z. p., 1999</li> <li> Debyser, Roger - De paardepost in België - Tervuren 1979 - (met kaart)</li> <li> Degreef, Albert, Henri Herman en A. Delfosse - Dictionnaire des bureaux de poste de Belgique de 1830 à 1983 - R-Editions, Antwerpen, 1984</li> <li> Dehn, Roy A. - Arranging and writing up a stamp collection - Londen, (1978)</li> <li> Delbeke, Claude J.P. - De Post vanuit de Nederlanden, huidig Benelux, 1813-1853 - Aalter, 1989</li> <li> Delbeke, Claude - 25 jaar Belgische Academie voor Filatelie 1966-1991 - (tweetalig) - Aalter,1991</li> <li> Delbeke, Claude - 30 jaar Belgische Academie voor Filatelie 1966-1996 - (tweetalig) - Aalter,1996</li> <li> Delbeke, Claude J.P.- De Nederlandse Scheepspost, Nederland - Oost-Indië, 1600-1900 - Aalter, 1998</li> <li> Delbeke, Claude, Jean Oth e.a. - Belgian Postal History - Aalter 1991-2001</li> <li> Delépinne, Berthe e.a. - Een Europese Post ten tijde van de Grootmeesters van de familie de la Tour et Tassis - Museum van Posterijen en van Telecommunicatie, Brussel, 1978</li> <li> Demarbaix, Eric - Brussel een verhaal in postzegels - Brugge, 1996</li> <li> Dhondt, D. - Les Bureaux Ambulants de Belgique, leur rôle, les modifications et les oblitérations - Ga-Phi, Brussel, 1936 - (fotokopie)</li> <li> Dhondt, D. - Les Oblitérations Mecaniques belges - Philac, Brussel, z. j. - (fotokopie)</li> <li> Felver, Edward R.E.A. - Congrès International de Philatélie - Madrid, 1984</li> <li> Goes, Jo - De Naamstempels in West-Vlaanderen - Wefis-studie nr. 91 - Oostende, 2001</li> <li> Govaert, P. e.a. - De Postzegel, maandblad van de K.V.B.P. - Brugge, 1988 en vv.</li> <li> Grunderbeek, Dr. A. Van, J. en C. Lenaerts - Les Cachets "Météores" sur "Médaillons" (1855-1856) - Brussel, 1971</li> <li> Gupta, P. e.a. - Signet, quarterly journal of the Philatelic Congress of India - Calcutta, 1987</li> <li> Gustafsson, Mats - Tjänstefrimärken in stort format, 1874-1910 - (Sveriges Filatelist-Förbund) - K&aringllered, 1991</li> <li> Häger, Ullrich - Filatelie Encyclopedie, vertaling van Grosses Lexicon der Philatelie - Samsom Uitgeverij, Alphen-aan-den-Rijn - Brussel, 1979 - 2 delen</li> <li> Hanciau, L. - La Poste Belge et ses diverses marques postales, 1814-1914 - H. Raassens, Antwerpen, 1981 - (heruitgave van de 1e druk van 1929)</li> <li> Havrenne, Hubert - K.L.B.P. 1890-1990 Onze Geschiedenis - (Pro-Post) - Brussel, 1990</li> <li> Hénin, José - Union Postale Universelle, son histoire, ses timbres, ses marques postales - Farciennes, 1974</li> <li> Heymans, Karel J.F. - ABC van het postzegels verzamelen, deel 2 - 1e druk - Haarlem, 1980 </li> <li> Hilberg, Torben e.a - Dansk Vestindiske Postkontorer 1902-1905 - (Nordisk Filatelisk Tidsskrift) Oslo, 1988</li> <li> Holstege, G., Vellekoop, J. e.a. (red.)- Handboek Postwaarden Nederland - Joh. Enschedé, Amsterdam, 1997-2001 - 3 delen</li> <li> Hoornaert, Geert - Post- en Verkeerswezen te Roeselare door de tijden heen, 1500-1913 - uitg. Emiel Decock, Aartrijke, 1995</li> <li> Hopballe, Kristian - North Atlantic Philately - Postverk Foroya, Tórshavn, 1988</li> <li> Hornick, A. - Het etappengebied - Matador, Antwerpen, 1974</li> <li> Ivarsson, Ulf - En Studie av de Svenska Lösenstämplarna 1843-1874 - (Sveriges Filatelist-Förbund) - Stockholm, 1974</li> <li> Janssens, Luc, Marc Meurrens e.a. - De Post van Thurn und Taxis 1489-1794 - A.R., Brussel, 1992</li> <li> Johnson, Peter - The Travelling Post Office, 1838-2004 - (Royal Mail) - Londen, 2004</li> <li> Kayser, Joseph - Genèse des premiers timbres-poste du Grand-duché de Luxembourg - (Administration des Postes et Télécommunications) - z. p., (1977)</li> <li> Kullberg, Carlos e.a. - A filatelia, revista trimestrial - Lissabon, 1986</li> <li> Lambert, Michel - Couvin, son histoire postale des origines à 1919 - Couvin, 1985</li> <li> Langenaken, Karel - Kalender 1650-2019, KVBP-Studiekring, Antwerpen, z. j.</li> <li> Lepingle, J. - Deuxième addenda au Catalogue Préos d'Europe, Belgique oblitération roulette - Brussel, 1964</li> <li> Leroy, Robert - Bibliografie van de filatelie in België - (tweetalig) - 1e uitgave, Oostende, 1973</li> <li> Leroy, Robert - Bibliografie van de filatelie in België - (viertalig) - 2e uitgave, R-Editions, Antwerpen, 1988</li> <li> Leroy, Robert - De postgeschiedenis van Nieuwpoort - Wefis, studie 106, Oostende, 2005</li> <li> Lokeren, A. Van en Mathues, M.J. - Van de "Penny Black" tot de moderne postzegel - Regie der Posterijen - Brussel, z.j.</li> <li> Longueval, A. - Les Timbres des D.P. Camps - Cahiers de Philatélie, nr. 6 - Neufchâteau, 1977</li> <li> Ludwig, G. - Gebühren für den Einwohnerpostverkehr innerhalb des Generalgouvernements in Belgien - Arge Deutsche Besetzung in ersten Weltkrieg - z. p., 2002</li> <li> Mademan, L.C. - Belgische Afstempelingen ingevoerd omstreeks 1911 - E. Vloors-kring, studie nr. 18, Borgerhout, 1967</li> <li> Maassen, Wolfgang (Bund Deutscher Philatelisten) - The Mophila studies, data, facts, information, interpretations (tweetalig) - Schwalmtal, 1985</li> <li> Maassen, Wolfgang (Bund Deutscher Philatelisten) - Goldene Zeiten für Ihr Hobby - Frankfurt am Main, 1994</li> <li> Major, Walter - De Belgische Luchtpost, de Belgische luchtposttarieven en de bijzondere besluiten in verband met de luchtpost vanuit België - (Oostende), 2001 - (3 delen)</li> <li> Manhaeve, Eugène e.a. - Jubileumuitgave ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Kon. Philakring Roeselare - Izegem, Roeselare, 1974</li> <li> Maselis, Patrick - Van de Azoren tot de Zuidpool - Roularta Books - Roeselare, 2005</li> <li> Morgan, Glenn, FRPSL - British Stamp Printers - British Philatelic Bulletin, publication N° 12 - London, 2006</li> <li> Mullen, M. Van der - De Belgische Posttarieven, binnenlandse dienst, 1836-1980 - K.V.B.P.-Studiekring, maandblad 114 - Antwerpen, 1981</li> <li> Mullen, M. Van der e.a. - 100ste Maandblad Antwerpse Kring voor Stempelstudie en Postgeschiedenis - Antwerpen z. j.</li> <li> Mullen, M. Van der - Het Gebruik van de postzegels met opdruk 'Allemagne-Duitschland', 1919-1931 - K.V.B.P.-Studiekring, maandblad nr. 250 - Antwerpen, 1995</li> <li> Myall, Douglas - 40 Years of Machins, A Timeline - British Philatelic Bulletin, publication N° 13 - London, 2007</li> <li> Oschewsky, Willi en Steven, Werner - Leitfaden für Briefmarken-Wettbewerbs-Ausstellungen, Teil 2 für Preisrichter und Richtlinien - Braunschweig, 1987</li> <li> Oth, J. - Le Courrier des Prisonniers de guerre belges en 40-45- Cahiers de Philatélie, nr. 5- (viertalig) - Neufchâteau, 1976 </li> <li> Pauw, F. De e.a. - De Algemene Werkplaats van het Zegel en het Vervaardigen van een Postzegel - z. p., z. j.</li> <li> Pauw, F. De - Hoe wordt een postzegel vervaardigd? - Brussel, 1967</li> <li> Pillaert, C. - De Belgische briefkaart - Diksmuide, 1985</li> <li> Pflitsch, Donald (red.) e.a. - 40 Jahre Verband der Philatelisten in Nordrhein-Westfalen - Essen, 1989</li> <li> Pulinckx, Th. - Studie van de Luchtpostontwikkeling 1914-1919- Jaarboek Aërofil, (Izegem), 1986</li> <li> Renoy, Georges - Geschiedenis van De Post - Lannoo, Tielt, 1999</li> <li> Riemer, Dipl.-Ing. Karl Heinz - Zensurpost aus dem III. Reich, Die Überwachung des Auslandbriefverkehrs während des II. Weltkrieges durch deutsche Dienststellen - Neue Schriftenreihe der Poststempelgilde "Rhein-Donau" - Heft Nr. 61, Düsseldorf, 1966</li> <li> Riet, W. Van - De Belgische militaire censuur - E. Vloors-kring, studie nr. 27, Borgerhout, z. j.</li> <li> Rinchon, Emile - L'Emission Van Acker, les timbres surchargés '-10%' - Philac, Brussel, 1946</li> <li> Robinson, Martins - The Pre-decimal Regional stamps - British Philatelic Bulletin, publication N° 14 - London, 2008</li> <li> Scharff, J.H. - POstzegels verzamelen, de koninklijke hobby - Amsterdam, z. j.</li> <li> Schipper, Mr. P.J.C. - Jubileumboek van de N.B.F.V.,75 jaar - Utrecht, 1983 </li> <li> Schriever, Karl-Heinz - Die deutschen Feldpoststempel 1914-1918 - Neue Schriftenreihe der Poststempelgilde "Rhein-Donau" - Heft Nr. 64, Düsseldorf, 1967</li> <li> Silverberg, René - Quinze années de postes et censure militaire belges - 1 août 1914-27 nov. 1929 - De Méyère, Brussel, 1975</li> <li> Silverberg, René - La Poste belge durant la guerre de 1914-1919 - De Méyère, Brussel, 1976</li> <li> Silverberg, René - Vade-Mecum du Philatéliste Marcophile 1849-1920 - Vielsalm, 1983</li> <li> Soeteman, Corneille e.a.- First Stamp of Belgium, 150th anniversary - (viertalig) - (Brussel), 1999</li> <li> Soler & Llach - Mexico, correo maritimo - Barcelona, 1990</li> <li> Soler & Llach - Subasta internacional de sellos - Barcelona, 1990</li> <li> Somers, Frans en Peeters, Flor - De Posttarieven in België sinds 1879 - Begijnendijk, 2008</li> <li> Stapel, C. (red.) e.a. - Postmerken '86, een bundel filatelistische studies - Assen, 1986</li> <li> Stella, Dario e.a. - Hrvatska filatelija - Zagreb, 1997-1998</li> <li> Stes, Bruno - Stempels van het grenskantoor Menen - Lustrumnummer Wefis - Oostende, 1978</li> <li> Stes, Bruno - De naamstempels in West-Vlaanderen - Wefis-studie, nr. 31 - Oostende, 1982</li> <li> Stes, Bruno - De Postroute van Parijs naar Antwerpen via Menen - Mercator, clubblad nr. 100 - Borgerhout, 1986</li> <li> Stes, Bruno (red.) - Lisse IV - K.L.B.P., Brussel, 1990</li> <li> Stibbe, dr. Jacques - Dictionnaire des Bureaux de poste de Belgique 1830-1904 - Brussel, 1969</li> <li> Sussex, Vivien J. - Introducing Postal History - British Philatelic Trust - Londen, 1988</li> <li> Thiry, Emile - Les griffes encadrées des facteurs en relais, 1867-1892 - Académie de Philatélie de Bruxelles - Brussel, 1986 </li> <li> Thomassetti, Ludo - Peer, 150 jaar Postkantoor, 1836-1986 - Peer, 1986</li> <li> Troyer, Frans De - De Thematische Filatelie - Pro-Post - Brussel, z. j.</li> <li> Vanhingeland, Jean - Périodique mensuel (Cercle Philatélique Florennes) - Florennes, februari 1986</li> <li> Veire, Hugo Van de en Major, W.- De postzegels van België, Klassieke periode: 1849-1864 - Oostende, z. j.</li> <li> Veire, Hugo Van de - De stempels van België - De lijnenstempels - 1849-1864 - Oostende, 1972</li> <li> Verpoort, J.-B.,E. - De steekkaarten van de boekenliefhebber - (viertalig) - R-Editions, Antwerpen, 1988</li> <li> Velt, G. Van 't - Tweetalige Lijst van woorden en uitdrukkingen gebruikelijk bij het Beheer van Posterijen enz. - Gent, 1926</li> <li> Vlis, J.A. van der - De Philatelist - Van Holkema & Warendorf, Amsterdam, 1942</li> <li> W&aringgerman, Ingemar - Trelleborg - Sassnitz 1897-1945 - (Sveriges Filatelist-Förbund) - Göteborg, 1990</li> <li> Wardenier, Luc - Wie - wat - waarom? op de postzegels van België (van 1849 tot 1949) - Brugge, 1988</li> <li> Weber, Lennart e.a. -Dansk Filatelistisk Tidsskrift - Kastrup, 1996</li> <li> Williame, la Maison - Collection P. Meyer, 217e vente aux enchères publiques de timbres-poste - Brussel, 2000</li> <li> Wouters, Joseph, Michiel - Placcaerten, Ordonnantien, Edicten, Reglementen, Tractaeten ende Privilegien in dese Nederlanden uytgegeven t'sedert den jaere M.D.C.LXXV. - heruitgave deel 5 - Brussel, 1738</li> <li> Zürcher, Hanspeter en Hans A. Messerli - Schweizer Reise mit Briefmarken - Vevey, 1969</li> <li> X. - Hoe postzegels verzamelen? - Philatelic Club van België - Brussel, z. j.</li> <li> X. - Een brief uit Israël - (Informatie- en Documentatiecentrum over het Midden-Oosten) - Brussel, z.j.</li> <li> X. - Leopold I, 1790-1865 - (Pro-Post) - Brussel, 1965</li> <li> X. - Postales de Bolivia, boletín informativo de la Federación Filatélica Boliviana - La Paz, 1983-1984</li> <li> X. - Vocabolario Poliglotta dei termini P.T.T, con appendice di termini filatelici - Roma, 1985</li> <li> X. - Jaarverslag 1989 - (Stichting Filatelie) - Utrecht, 1990</li> <li> X. - Postzegels verzamelen - (Stichting Filatelie) - Utrecht, 1994</li> <li> X. - 1840-1990, The Penny Black Anniversary Book - (Royal Mail Stamps) - Londen, 1990 (alleen tekst en afbeeldingen)</li> <li> X. - The First Elizabeth II Castle High Definitives - (British Philatelic Bulletin n° 11) - Londen, 2005</li> <li> X. - Nytt på Postmuseum - Svenska Frimärket 150 år - nr. 2 - mei - augustus 2005, Stockholm, 2004 <li> Y. - Verslag 53e FIP-Congres - Madrid, 7 tot 8 mei 1984</li> <li> Y. - Verslag 54e FIP-Congres - Rome, 4 tot 5 november 1985</li> <li> Y. - Verslag 55e FIP-Congres - Stockholm, 7 tot 11 september, 1986</li> <li> Y. - Verslag 56e FIP-Congres - Kopenhagen, 24 tot 26 oktober 1987</li> <li> Y. - Vademecum van de K.L.B.P. - z. p., z. j.</li> <li> Y. - Vademecum van de K.L.B.P. - z. p., aanvulling december 2007</li> <li> Y. - Postbuch für Belgien nach dem Stande vom 1. April 1917 - (Kaiserlich Deutsche Post- und Telegraphenverwaltung) z.p., 1917 (fotokopie)</li> <li> Y. - Officieel Postboek van België 1988 - Brussel, 1988 (met aanvullingen)</li> <li> Y. - Officieel Postboek van België 1989 - Brussel, 1989 (met aanvullingen)</li> <li> Z. - Livre de Poste de la Belgique - Brussel, 1833 - heruitgave in 1989 (met kaart van de relais en alle postwegen)</li> <li> Z. - Spezial-Reglement für die Bewertung von Exponaten der Astrophilatelie en Exponaten der Maximaphilie - (Bund Deutscher Philatelisten) - z. p, z. j.</li> <li> Z. - Leitfaden Bewertungsmerkmale für Briefmarken-Wettbewerbs-Ausstellungen - (Bund Deutscher Philatelisten) - z. p, z. j.</li> <li> Z. - Ausstellungsordnung - (Bund Deutscher Philatelisten) - z. p., 1988</li> <li> Z. - Ausstellungsordnung - (Bund Deutscher Philatelisten) - z. p., 1995</li> <li> Z. - Extract uit het Register der Besluiten van de Commissie, belast met de administratie der Posterijen van Holland - z. p., 1813-1815 (fotokopie)</li> <li> Z. - Extract uit het Register der Besluiten van de Commissie, belast met de administratie der Posterijen van Holland - z. p., 1816-1817 (fotokopie)</li> <li> Z. - Extract uit het Verbaal van het Verhandelde bij den Postmeester Generaal der Vereenigde Nederlanden - z. p., 1815-1816 (fotokopie, ook tabellen)</li> <li> Z. - Handboek of opgaven en inlichtingen nopens de brievenposterij,diligences, postwagens enz., in de Nederlanden - z. p., 1823 (fotokopie)</li> <li> Z. - Gesetze über das Postwesen enz. (Archiv philatelistische Schriftenreihe nr. 1) - Nachdruck - Bochum, 1991</li> <li> Z. - Guide pratique avec plan des Voies de Communications et de Transports par trains vicinaux et voies navigables en Belgique - Brussel, september 1915, heruitgegeven door de Belgische Academie voor Filatelie, 1990 (met kaart)</li> <li> Z. - Onderrichtingen betreffende de Kledingdienst van het Bestuur der Posterijen en van de R.T.T. - Brussel, 1950</li> <li> Z. - Dienstorders 67/25 over exploitatie - Brussel, 1967</li> </ol></p> <p><a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i></p> </ol> <p> <li><h4>(c) <u><a name ="bulletins and catalogues"> Tentoonstellingsgidsen en -catalogussen,</u> (chronologisch)</li></a></h4> <ol> <li> Postzegeltentoonstelling - Menen, 17 april 1966, collecties van leden </li> <li> Belgica 72 - Brussel, 24 juni tot 9 juli 1972, internationale tentoonstelling - Catalogus</li> <li> Postzegeltentoonstelling - Menen, 5 en 6 oktober 1974, voorverkoop van de uitgifte ' 100 jaar Wereldpostunie'</li> <li> Arphila 75 - Parijs, 6 tot 16 juni 1975, wereldtentoonstelling kunst en filatelie</li> <li> Postzegeltentoonstelling - Kortrijk, 16 en 17 november 1974, voorverkoop kerstzegel</li> <li> Junex 75 - Charleroi,2 tot 22 september 1975, nationale tentoonstelling voor de jeugd</li> <li> Themabelga - Brussel, 13 tot 21 december 1975, wereldtentoonstelling thematische filatelie - Catalogus</li> <li> Juvarouen 76 - Rouen, 25 april tot 2 mei 1976, wereldtentoonstelling voor de jeugd</li> <li> Millennium van Brussel 979-1979 - Brussel, 5 tot 13 mei 1979 - internationale tentoonstelling - Catalogus</li> <li> Société Philatélique Belge - Brussel, 6 tot 10 april 1981 - tentoonstelling collecties van leden</li> <li> Marcophila '82 - Verviers, 17 en 28 februari 1982 - nationale tentoonstelling postgeschiedenis en marcogilie</li> <li> Driestromenpost - Dordrecht, 21 tot 23 mei 1982 - nat. tent. Nederland - Palmares</li> <li> Belgica 82 - Brussel, 11 tot 19 december 1982 - wereldtentoonstelling postgeschiedenis, postwaardestukken en aërofilatelie - Bulletin 1 t/m 3</li> <li> Belgica 82 - Brussel, 11 tot 19 december 1982 - wereldtentoonstelling postgeschiedenis, postwaardestukken en aërofilatelie - Palmares</li> <li> Ternafil '83 - Ternat, 4 en 5 juni 1983 - nationale tentoonstelling</li> <li> Salon Philatélique - Namen, 14 en 15 mei 1983, postgeschiedenis provincie Namen, voorverkoop Europazegels</li> <li> Cercle Paul de Smeth - Brussel, 31 maart en 1 april 1984, voorverkoop '50 jaar Nationale Loterij</li> <li> V.B.P.-Brugge - 45 - Brugge, 9 en 10 juni 1984,voorverkoop 150 jaar KMS, open tentoonstelling </li> <li> Oscar Bonnevalle - Brussel, 16 tot 28 februari 1985 - Catalogus</li> <li> Israphil 85 - Tel-Aviv, 14 tot 22 mei 1985, wereldtentoonstelling - Palmares </li> <li> Relifil - Brussel, 13 tot mei 1985, tentoonstelling voor religieuze filatelie</li> <li> Hertogpost 85 - 's-Hertogenbosch, 17 tot 19 mei 1985, nationale tentoonstelling Nederland</li> <li> Europhila 1985 - Wattrelos, 25 tot 27 mei 1985, 5ième trophée </li> <li> Nautica - Zeebrugge, 19 tot 21 juli 1985, open wedstrijdtentoonstelling</li> <li> L'Epaulette - Amay, 31 augustus en 1 september 1985, tentoonstelling van de U.C.P.W. - Catalogus</li> <li> Exfilna 85 - Madrid, 18 tot 27 oktober 1985, nationale tentoonstelling Spanje</li> <li> Italia '85 - Rome, 25 oktober tot 3 november 1985, wereldtentoonstelling - Bulletin 2 </li> <li> Italia '85 - Rome, 25 oktober tot 3 november 1985, wereldtentoonstelling - Catalogus </li> <li> Histophila 86 - Spa, 8 en 9 maart 1986, internationaal jaar van de vrede</li> <li> Grensstreek postzegeltentoonstelling - Hulst, 8 en 9 maart 1986, 40-jarig bestaan 'Het Land van Hulst' - Catalogus</li> <li> Congo-Zaïre 1886-1986 - Brussel, 17 tot 23 maart 1986 - Catalogus</li> <li> 25 Jaar V.R.P. - Roeselare, 22 en 23 maart 1986, voorverkoop uitg. Koning Boudewijnstichting</li> <li> Essen 86 - Essen, 1 tot 13 april 1986, internationale postzegel beurs - Catalogus</li> <li> Aerophilex 86 -Utrecht, 24 tot 27 april 1986, jubileumtentoonstelling "De Vliegende Hollander"</li> <li> IJsselpost 86 - Hattem, 9 tot 11 mei 1986, nationale tentoonstelling Nederland - Catalogus</li> <li> Nancy 86 - Nancy, 17 tot 19 mei 1986, 59e congres en nationale tentoonstelling Frankrijk</li> <li> Stockholmia 86 - Stockholm, 28 augustus tot 7 september 1986, wereldtentoonstelling - Bulletin 1</li> <li> Stockholmia 86 - Stockholm, 28 augustus tot 7 september 1986, wereldtentoonstelling - Catalogus</li> <li> Stockholmia 86 - Stockholm, 28 augustus tot 7 september 1986, wereldtentoonstelling - Palmares</li> <li> Portugal e o Mar - Lissabon, 3 tot 12 oktober 1986 - Europex 86</li> <li> Lusomax 87 - Abrantes, 9 tot 17 mei 1987, wereldtentoonstelling maximafilie - Programma</li> <li> Philalens - Lens, 6 tot 8 juni 1987, 60e congres en nationale tentoonstelling Frankrijk</li> <li> Hafnia 87 - Kopenhagen, 16 tot 25 oktober 1987, wereldtentoonstelling - Bulletin 2</li> <li> Hafnia 87 - Kopenhagen, 16 tot 25 oktober 1987, wereldtentoonstelling - Catalogus</li> <li> Hafnia 87 - Kopenhagen, 16 tot 25 oktober 1987, wereldtentoonstelling - Palmares</li> <li> Praag, 26 augustus tot 4 september 1988, wereldtentoonstelling - Bulletin 1 t/m 10</li> <li> Praga 88 - Praag, 26 augustus tot 4 september 1988, wereldtentoonstelling - Programma</li> <li> Filacept 88 - Den Haag, 18 tot 23 oktober 1988, Europese tentoonstelling - Bulletin 1</li> <li> Limphila '89 - Kerkrade, 5 tot 7 mei 1989, nationale tentoonstelling Nederland - Catalogus</li> <li> Groningen 90 - Groningen, 25 tot 27 mei 1990, nationale tentoonstelling Nederland - Catalogus</li> <li> Stamp World London 90 - Londen, 3 tot 13 mei 1990, wereldtentoonstelling - Bulletin 2</li> <li> Belgica 90 - Brussel, 2 tot 10 juni 1990, wereldtentoonstelling voor 1 jaar K.L.B.P. - Bulletin 2 </li> <li> Nordia 91 - Reykjavík, 27 tot 30 juni 1991 - Bulletin 2</li> <li> Europhi-Lille 93 - Rijsel, 28 tot 31 mei 1993, 66e congres en nationale tentoonstelling Frankrijk</li> <li> Fepapost 94 - Den Haag, 17 tot 23 oktober 1994, internationale tentoonstelling - Bulletin 1 en 2</li> <li> Bruphila '95 - Brussel, 19 tot 21 mei 1995, nationale tentoonstelling van de K.L.B.P.</li> <li> Alphilia '96 - Alphen-aan-den-Rijn, 26 tot 28 april 1996, nationale tentoonstelling Nederland - Bulletin 2</li> <li> Alphilia '96 - Alphen-aan-den-Rijn, 26 tot 28 april 1996, nationale tentoonstelling Nederland - Gids en Catalogus</li> <li> Geinpost 95 - Nieuwegein, 3 tot 5 november 1995, jubileumtentoonstelling</li> <li> Pacific 97 - San Francisco, 29 mei tot 8 juni 1997, wereldtentoonstelling</li> <li> Ibra '99 - Neurenberg, 27 april tot 4 mei 1999, wereldtentoonstelling - Bulletin 1 en 2 </li> <li> Bruphila '99 - Brussel, 29 september tot 3 oktober 1999, nationale tentoonstelling, 150e verjaardag eerste Belgische postzegel - Bulletin 2 </li> <li> Wipa 2000 -Wenen, 30 mei tot 4 juni 2000, wereldtentoonstelling</li> <li> Belgica 2001 - Brussel, 9 tot 15 juni 2001, wereldtentoonstelling - Bulletin 1</li> <li> Belgica 2001 - Brussel, 9 tot 15 juni 2001, wereldtentoonstelling - Bulletin 2</li> <li> Fila-Kortrijk 2002 - Kortrijk, 11 tot 14 juli 2002, nationale tentoonstelling n.a.v. 700 jaar Guldensporenslag</li> <li>Leodiphilex 2004 - Luik, 13 tot 16 mei 2004, nationale tentoonstelling - Catalogus</li> <li> Belgica 2006 - Brussel, 16 tot 20 november 2006, wereldkampioenschap jeugdfilatelie - Bulletin 1 en 2 - Catalogus </li> <li> Belgica 2006 - Brussel, 16 tot 20 november 2006, wereldkampioenschap jeugdfilatelie - Palmares </li> <li> Luxphila 2008 - Marche-en-Famenne, 25-28 september 2008 - Bulletin 1</li> <li> Luxphila 2008 - Marche-en-Famenne, 25-28 september 2008 - Bulletin 2</li> <li> Luxphila 2008 - Marche-en-Famenne, 25-28 september 2008 - Catalogus</li></ol></p> <p><a href=" #Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </p> </a ><i> (terug naar begin)</i></p> <p><li><h4>(d)<a name ="AV"> </a><u> audiovisuele middelen, cd's en dvd's, </u>(chronologisch)</li></h4> <ol><li> This is Belgium, een ronde van België - Zegels van België 1849-2002 - (drietalig) - cd-rom Yvert & Tellier, 2002</li> <li> Zegels van België 1849-2003 - (tweetalig) - cd-rom Yvert & Tellier, 2003</li> <li> Timbres de France 2005 - cd-rom Yvert & Tellier, 2005</li> <li> Timbres de France 2006 - cd-rom Yvert.com, 2005</li> <li> Programma 2006, speciale postzegeluitgiften België, De Post, 2005</li> <li> Belgica '06 op een schijfje (drietalig), De Post, 2006</li> <li> Programma 2007, speciale postzegeluitgiften België, De Post, 2006</li> <li> De Duitse Post in Lier tijdens de Eerste Wereldoorlog, Marcel Van der Mullen, Mortsel, 2007</li> <li> Programma 2008, speciale postzegeluitgiften België, dvd De Post, 2007</li> <li> Voyage touristique dans la province de Luxembourg, Toeristische reis in de provincie Luxemburg, Marche-en-Famenne, 2008</li> <li> Programma 2009, speciale postzegeluitgiften België, cd-rom en dvd, De Post, 2008</li></ol></p> <p><a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i> </p> <p><li><h4>(e) <a name ="TSS"> </a><u>Tijdschriften en Periodieken</u> (alfabetisch)</li></h4> <ol><li> Belgaphil, driemaandelijks bondsblad van de KLBP - Edegem, 2006 </li> <li> Die Briefmarke, Post und Philatelie in Österreich - 54. Jahrgang e.v., Wien, 2006</li> <li> British Philatelic Bulletin - Royal Mail - volume 42 e.v., London, 2006 </li> <li> Fepa News - Federation of European Philatelic Associations - II series, Lisbon, 2006</li> <li> Fila-Inform Menen - Maandblad van de Meense Filatelieclub, jaargang I e.v., Menen, 1974 e.v. </li> <li> Flash - FIP, Zürich, 2006</li> <li> KVBP-Studiekring - Maandblad nr. 200 e.v. - Antwerpen, 1970-2006</li> <li> Die Lupe, das Briefmarkenmagazin, jaar 2006 e.v. - die Schweizerische Post - Bern, 2006</li> <li> Philanews - De Post - Mechelen, 2006</li> <li> Studie van de Poortmanzegel - Studiekring - 20e jaargang - Oppem-Meise, 2006</li> <li> Postagenda 2006, met overzicht uitgiften 2006 - De Post, Pro-Post, KLBP, BBKPH - Brussel, 2005</li> <li> Postfrisch, das Philatelie-Journal - Deutsche Post, Bonn, 2006</li> <li> De Postzegel, maandblad van de KVBP - 69e jaargang - Leuven, 2006</li> <li> Texto, bedrijfsmagazine voor de medewerkers van De Post -nr. 42 e.v., De Post, Brussel, 2006</li> <li> Verstandhouding West-Vlaamse Postzegelkringen, 2-maandelijks, nr. 100 e.v., Roeselare, 2005</li> <li> Wefis-Magazine, studie 110 e.v. - West-Vlaamse Filatelistische Studiekring, Oostende, 2006</li> </ol></p></ul> <p><a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </p> </a><i> (terug naar begin)</i></p> <p> <h2 align="center"> <a name ="jeugdafdeling"> jeugdafdeling</a></h2></p> <p>De jongere leden krijgen hulp om een collectie op een behoorlijke manier op te bouwen en uit te werken. Onder leiding van een ervaren jeugdmonitor leren ze hoe ze kunnen tentoonstellen in wedstrijdverband. Stap voor stap zien we dan hoe hun vorderingen resultaten opleveren in provinciale, nationale en internationale competitie.</p> <ul type = "square"><li>hoe begin ik een verzameling?</li> <li>de schikking van een tentoonstellingsblad</> <li>titels</li> <li>teksten en commentaar </li> <li> evenwicht tussen zegels, stempels en postwaardestukken</li> <li> een degelijk plan</li> <li> enz.</li> <p>De jeugdige verzamelaars vergaderen in een afzonderlijke ruimte van het vergaderlokaal.</p></ul> <a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i></p> <h2 align="center"><a name= "maandblad"> maandblad</h2><p></a></p> <p>In ons verenigingsblad <b><i>FILA-INFORM MENEN</i></b> brengen wij u iedere maand (behalve in juli) een twintigtal pagina's met belangrijke, interessante inlichtingen en zoveel mogelijk originele artikels. Ons tijdschrijft wordt door iedereen gewaardeerd voor zijn verzorgde lay-out, zijn duidelijke illustraties en vooral om zijn lezenswaardige inhoud. U kunt een proefnummer vragen. Als u ¬ 2,00 overmaakt op rekening 285-0303653-72, wordt u dat zo vlug mogelijk toegestuurd.</p> <p> <p><align = "left">In het nummer van mei 2008 (jaargang XXXV, nr. 379) lezen we artikels over: </p> <ul><li>p. 1 - Uitnodiging, Filatelistische evenementen</li> <li>p. 2 - Dilemma  illegale zegels of niet?</li> <li>p. 7 - We draaien even de tijd terug</li> <li>p. 9 - Zwitserse Europazegel 2008</li> <li>p. 11 - Franse zegels met Arc de Triomphe</li> <li>p. 14 - Luchtpost naar onze kolonie</li> <li>p. 16 - Zegels van de Indische vazalstaten</li> </ul></p> <p><align = "left">In het nummer van juni 2008 (jaargang XXXV, nr. 380) krijgen we artikels over: </p> <ul><li>p. 1 - Uitnodiging, Filatelistische evenementen</li> <li>p. 2 - ¬ 1,3 miljoen voor een zegel van Baden</li> <li>p. 3 - Schepen op postzegels</li> <li>p. 4 - Postzegels van voren naar achteren in de catalogus</li> <li>p. 8 - Zegels van UNMIK blijven voorlopig geldig</li> <li>p. 9 - Oude postzegelalbums</li> <li>p. 12 - De 7 Wereldwonderen</li> <li>p. 14 - Reclame op postzegels</li> <li>p. 16 - Amuseer u met een grappige verzameling</li> </ul></p> <p><align = "left">In het nummer van augustus 2008 (jaargang XXXV, nr. 381) leest u artikels over: </p> <ul><li>p. 1 - Uitnodiging, Filatelistische evenementen</li> <li>p. 2 - In volle zomer</li> <li>p. 6 - De postzegeluitgiften in Syrië</li> <li>p. 9 - Een beetje postgeschiedenis</li> <li>p. 12 - De eerste Belgische zegels met landnaam</li> <li>p. 13 - Portvrijdomzegels</li> <li>p. 19 - Israël viert zijn 60-jarig bestaan</li> <li>p. 20 - Filamen 2009</li> </ul></p> <p><align="left"> In het nummer van september 2008 (jaargang XXXV, nr. 382) brengen we artikels over:</p> <ul><li>p. 1 - Uitnodiging, Filatelistische evenementen </li> <li>p. 2 - Veiligheidsmaatregelen tegen namaak</li> <li>p. 3 - Het Scandinavische cultuurerfgoed</li> <li>p. 10 - Wat met zelfklevende zegels?</li> <li>p. 11 - De dubbele vreugde van tweedelige zegels</li> <li>p. 17 - Filamen 2009</li> <li>p. 17 - Ingezonden lezersbrief</li> <li>p. 18 - Franse zegels van het type Mouchon</li> </ul></p> <p><align="left"> In het nummer van oktober 2008 (jaargang XXXV, nr. 383) kunt u lezen over:</p> <ul><li>p. 1 - Uitnodiging, Filatelistische evenementen </li> <li>p. 2 - Amerikaanse dagbladzegels</li> <li>p. 8 - TV Postzegels</li> <li>p. 8 - Filamen 2009</li> <li>p. 9 - Een twijfelachtig geval</li> <li>p. 12 - De Lady Mc Leod van Trinidad</li> <li>p. 14 - Een verzameling met één poststuk per land</li> <li>p. 19 - Cilicië</li></ul></p> <p><align="left"> In het nummer van november 2008 (jaargang XXXV, nr. 384) kunt u lezen over:</p> <ul><li>p. 1 - Uitnodiging, Filatelistische evenementen </li> <li>p. 2 - Filamen 2009</li> <li>p. 3 - Minizegels ... maximaal plezier </li> <li>p. 7 - Expreszegels (deel 1)</li> <li>p. 12 - Expreszegels (deel 2)</li> <li>p. 17 - Concrete kunst in Zwitserland</li> <li>p. 18 - De regionale zegels van 1958 in het Verenigd Koninkrijk</li></ul></p> <p><align="left"> In het nummer van december 2008 (jaargang XXXV, nr. 385) vindt u artikels over:</p> <ul><li>p. 1 - Uitnodiging, Filatelistische evenementen </li> <li>p. 2 - Filamen 2009</li> <li>p. 4 - Het tragische leven van Virginia Woolf</li> <li>p. 6 - Nieuws uit IJsland </li> <li>p. 7 - Het tijdperk van de postkoetsen</li> <li>p. 9 - De opzienbarende bezoeker</li> <li>p. 10 - De euro in Slowakije</li> <li>p. 11 - De waardezegel op postwaardestukken</li> <li>p. 17 - Nieuwe veiligheidstanding</li> </ul></p> <p><align="left"> In het nummer van januari 2009 (jaargang XXXVI, nr. 386) vinden we artikels over:</p> <ul><li>p. 1 - Uitnodiging, Filatelistische evenementen </li> <li>p. 2 - Filamen 2009</li> <li>p. 3 - Filatelie op het internet</li> <li>p. 5 - Dode verzamellanden na de Russische Burgeroorlog</li> <li>p. 10 - Ledenoverzicht  Dag van de Filatelist</li> <li>p. 11 - De Franse Cérès naar Barre</li> <li>p. 15 - Korte Berichten</li> <li>p. 16 - Een postzegel is meer dan de som van zijn delen</li> </ul></p> <align = "left">In het nummer van februari 2009 (jaargang XXXVI, nr. 387) lezen we artikels over: </p> <ul><li>p. 1 - Uitnodiging, Filatelistische evenementen</li> <li>p. 2 - Filamen 2009</li> <li>p. 3 - Wie heeft het bij het rechte eind? </li> <li>p. 5 - Kroonprins Rudolf, meer dan een legende</li> <li>p. 9 - Probeer eens de bezittingen</li> <li>p. 15 - Orde in de chaos brengen</li> <li>p. 18 - De afbrokkeling van Joegoslavië</li> </ul></p> <align = "left">In het nummer van maart 2009 (jaargang XXXVI, nr. 388) krijgen we artikels over: </p> <ul><li>p. 1 - Uitnodiging, Filatelistische evenementen</li> <li>p. 2 - Waarom een (wedstrijd)tentoonstelling?</li> <li>p. 3 - Soms zitten we vastgeroest</li> <li>p. 10 - Dag van de Filatelist</li> <li>p. 10 - De inkrimping van de gletsjers</li> <li>p. 11 - De afbrokkeling van Joegoslavië  Servië</li> <li>p. 15 - De klassiekers van het Britse design</li> <li>p. 17 - De serie voor 10 jaar onafhankelijk Botswana</li> <li>p. 18 - Een brief uit 1794 van een krijgsgevangene</li> <li>p. 20 - Maarschalk Pétain  de emissie van 1941</li> </ul></p> <align = "left">In het nummer van april 2009 (jaargang XXXVI, nr. 389) vinden we artikels over: </p> <ul><li>p. 1 - Uitnodiging, Filatelistische evenementen</li> <li>p. 2 - Verslag Filamen 2009</li> <li>p. 3 - Niet iedereen op een zegel is een held</li> <li>p. 10 - De Vlaamse roots van Benjamin Franklin</li> <li>p. 12 - De afbrokkeling van Joegoslavië  Slovenië</li> <li>p. 15 - Somalië</li> <li>p. 17 - TRAM</li> </ul></p> </a> <a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i></p> <img src="http://users.skynet.be/cgi-bin/wwwcount.cgi?dd=katt152"></p> </a> <h2 align = "center"><a name = "scans"> enkele foto's en links</h2></a> <p><table cellspacing = "15" cellpadding = "5" bgcolor = "#FFFF00" width = "90%" height = "120"> <tr><td><a href="http://www.f-i-p.ch/"><img src ="website MFC/fip-logo.gif" width="120" height = "100" border = "1"></a> <td><p> Op de website van de <b>F.I.P</b>, de Internationale Federatie voor Filatelie, vindt u (in het Engels) het algemeen tentoonstellingsreglement, de bijzondere reglementen voor de evaluatie van inzendingen op internationale tentoonstellingen, per discipline: traditionele filatelie, postgeschiedenis, postwaardestukken, aërofilatelie, astrofilatelie, thematische filatelie, maximafilie, fiscale filatelie, jeugdfilatelie en literatuur. Bovendien vindt u er per discipline de aanvullende regels en de richtlijnen van de FIP-commissies. Klik op het beeldmerk hiernaast voor de website van de FIP.</p></td></tr> <tr><td colspan="2"><p bgcolor = "#9999"> Binnen de FIP <i>(Fédération Internationale de Philatélie) </i>bestaat een Europese Federatie van nationale bonden ven postzegelverenigingen: ook de Belgische bond is hierbij aangesloten. Voor de link naar de <b>FEPA</b>, <a href="http://www.fepa-philately.com/"> (www.fepa-philately.com)</a></p></td></tr></table> <p><table cellspacing = "15"cellpadding = "5" bgcolor ="#FFFF00" width = "90%" height = "140"> <tr> <td> <a href="http://www.klbp.be"><img src="website MFC/logo-KLBP.gif" width="164" height="134" border = "1"></a> </td> <td> Op de website van de <b>K.L.B.P.</b> vindt u de vertalingen van de FIP-reglementen en de toepassingen ervan voor de verzamelaars van ons land, alsook andere uiterst nuttige informatie, bijv. over de bondsbibliotheek, de bondskeuringsdienst, verzekeringen, tentoonstellingen, de Dag van de Postzegel e.d.m. Klik op het logo hiernaast en u komt op de website van de Koninklijke Landsbond terecht.</p></tr></td></table> <tr><td colspan = "2"><p bgcolor = "#99999">Wend u tot de <b>Belgische Posterijen</b> voor informatie over de huidige posttarieven, de nieuwe uitgiften, de voorverkopen en de filatelistische producten. <a href="http://nl.philately.post.be"> (nl.philately.post.be) </a></p></tr></td> <p align = "left"> <p>Wenst u <b><i><u> meer inlichtingen over de dienstverlening of over de activiteiten van onze vereniging </i></u></b>, of hebt u opmerkingen of suggesties, stuur een e-mail naar de webmaster, <a href="mailto:bruno.stes@skynet.be"><img src ="website MFC/postbus.gif" width="40" height = "40" border = "0"> </a></a></p> <table cellspacing = "10" width = "90%" height = "5%"> <a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i></p> <p><a><img src ="website MFC/voorloper.gif" width="430" height = "260" border = "1"></a> <p><i> Een voorloper uit het tijdperk van de Spaanse Nederlanden, meer bepaald onder de Franse bezetting, na het verdrag tussen Tour en Tassis (voor de Spaanse Nederlanden) en de markies van Louvois (voor Frankrijk). Het betreft een brief van Menen naar Saint Omer, verzonden op <b>11 mei 1687</b> met de Franse postdienst. Het verschuldigde <u>port</u> was 4 <i><u>sou</i></u> en werd berekend naar de afstand in <u>posten</u>. De burgemeester en schepenen van Menen vragen in de brief aan de collega's van Saint Omer om de bijgevoegde affiches (waarschijnlijk voor een kermis of veemarkt) duidelijk uit te hangen.</i></p> <p> Tot slot nog een link naar de website van <b>onze stad</b>. U vindt er veel informatie!<a href="http://www.menen.be"> www.menen.be </a></p></ul> <p><table width = "90%" height = "100%"> <tr><td colspan = "2"><img src ="website MFC/mfc2.gif" width="900" height = "700" border = "1"></td></p> <p><td><i>Een foto uit de beginjaren, in ons eerste lokaal 'Café de l'Abattoir'. Wie goed zoekt, kan de eerste vier voorzitters erop terugvinden.</i></td></tr></p></table> <marquee> <b><i>WORD LID VAN DE MEENSE FILATELIECLUB !!!</b></i></marquee></p></body><p> <a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i></p> <tr><td colspan = "2"></td></p> <h2 align="center"><a name= "FAQ"> vaak gestelde vragen</h2><p></a></p> <ul> <li>Ik heb een verzameling in mijn bezit gekregen  of - Ik heb een verzameling geërfd - of - Vroeger heb ik postzegels verzameld, maar door gebrek aan tijd heb ik die verzameling moeten stopzetten en kan ik er mij nu niet meer op toeleggen. De vraag blijft altijd dezelfde: Wat kan ik met die postzegels aanvangen? Waar moet ik ermee naartoe? Hoe kan ik ze te gelde maken?</li> <p><i>Antwoord</i> - Veel hangt af van de staat van de postzegels. Zijn ze niet in een té vochtige noch té droge ruimte bewaard geweest? Zelfs als we ervan uitgaan dat onze zegels zich in een uitstekende staat bevinden, dan moeten de series volledig zijn, de duurdere zegels moeten een perfecte tanding hebben, ze mogen geen roestvlekken of andere beschadiging vertonen. Vertonen de moderne zegels geen en de oudere slechts heel lichte sporen van plakkertjes? Hebben de klassieke ongetande zegels een ruime rand of zijn ze te veel verknipt? Als er zich volledige poststukken (enveloppen, kaarten enz.) in de verzameling bevinden, bewaar die intact. Verwijder de zegels er niet van, tenzij u zeker bent dat de losgeweekte zegels meer waard zijn los van het poststuk dan erop - wat zelden het geval is.</p> <li>Wat zijn mijn postzegels waard? <p><i>Antwoord</i> - De waarde van verzamelobjecten hangt af van vraag en aanbod. Vindt u een gegadigde, dan kan de prijs van de transactie meestal tot voldoening van beide betrokken partijen afgesproken worden. Als u uw verzameling te allen prijze wil verkopen, dan moet u tevreden zijn met wat de koper u aanbiedt. Goedkope zegels zullen atijd goedkoop blijven en een handelaar biedt er soms maar 5% of 10% van de catalogusnotering voor - ... of zelfs helemaal niets. Bespaar uzelf die desillusie en verzamel voort op basis van wat u hebt. Handelaars beschikken vaak over een grote voorraad zegels, zodat zij niet geneigd zijn hoge prijzen te geven, tenzij voor zegels waarnaar er een sterke vraag is. De noteringen in de catalogus zijn slechts een algemene richtlijn, die echter niet voor 100% overeenkomt met de werkelijke prijs die gevraagd of geboden wordt.</p></li> <li>Waarom verzamelen wij eigenlijk postzegels?</li> <p><i>Antwoord</i> - Er schuilt in ieder mens een verzamelaar en iedereen raakt wel eens bezeten van het verzamelduiveltje, zij het niet altijd om zuiver speculatieve redenen. Postzegels dienen niet alleen om op een envelop geplakt te worden. De belangrijkste reden om postzegels te verzamelen, blijft nog altijd het feit dat hun studie een enorme verrijking betekent van de geest op het gebied van cultuur, wetenschap, talen, sport, algemene kennis enz. Een verzameling kan ook bijgehouden worden uit zuivere interesse voor een land of een thema (dieren, bloemen, schilderijen,en zoveel meer). Waarom kan dan de geërfde of verkregen verzameling niet gewoon voortgezet worden uit ontspanning, verpozing of onthaasting, zonder dat we aan de financiële waarde denken? Postzegels verzamelen biedt ons de gelegenheid onze eigenheid uit te drukken. Een bepaald geheel, een land, een periode, een uitgifte vervolledigen kan op zich al een zekere voldoening schenken. We kunnen ook postzegels verzamelen voor de afstempelingen die erop voorkomen. Poststempels bevatten soms zelf ook een thema en geven uitleg over de route, de bestemming, het tarief van de zending.</p> <li>Waar kan ik ze best van de hand doen?</li> <p><i>Antwoord</i> - Een verzorgde verzameling met een aantal waardevolle series of losse stukken kan meestal aan een handelaar verkocht worden. De website met de adressen vindt u in de catalogus en bij de lijst van de catalogussen hierboven. Hebt u wat meer geduld, dan bestaat een tweede belangrijke mogelijkheid erin, uw verzameling via eBay op het internet te verkopen of te veilen via een handelaar, zoals bijv. bij Seb Delcampe <a href="http://www.delcampe.com"> (www.delcampe.com)</a>. Verkiest u individuele kopers, dan moet u ook bereid zijn te wachten tot zij over de brug komen.</p> <li>Is de club bereid verzamelingen op te kopen?</li> <p><i>Antwoord</i> - De club koopt zeker geen verzamelingen op, zelfs niet van (oud)-leden, omdat de bijdrage van de leden integraal besteed wordt aan de werkingskosten ten voordele van aangesloten leden. Het is niet verantwoord de gelden van de vereniging te gebruiken voor speculatieve doeleinden, want de waarde van een verzameling kan stijgen, maar ook dalen. </p> <li>Wat is een goede manier van verzamelen?</li> <p><i>Antwoord</i> - Een goede manier van verzamelen bestaat erin, een afgebakend en duidelijk omlijnd verzamelgebied, bijv. een uitgifte, een serie of reeks, zo grondig mogelijk bijeen te brengen en uit te werken. Die grondigheid kan blijken uit het feit dat zowel gestempelde als postfrisse exemplaren opgenomen worden, zowel losse exemplaren als blokken en grotere vellen, zowel gestempelde exemplaren als zegels van die uitgifte op brief.</p> <li>Hoe verzorg ik mijn verzameling het best?</li> <p><i>Antwoord</i> - Uit het antwoord op de eerste vraag hierboven blijkt dat een verzameling veel zorg vereist. Postzegels dienen altijd met een pincet gehanteerd te worden. De gom mag niet met onze vingers in aanraking komen, voor het onderzoek van details gebruiken we een geschikte loep. We bewaren onze zegels in stockboeken met beschermende folie, of in speciale albums van bekende firma's als Davo <a href = "http://www.davo.nl/"> (www.davo.nl) </a>, Lindner <a href ="http://www.lindner-falzlos.de/"> (www.lindner-falzlos.de/) </a> of andere. Verlucht uw albums geregeld, zodat uw zegels eens kunnen 'ademen'.</p> <li>Wat verzamel ik het best?</li> <p><i>Antwoord</i> - Het antwoord is velerlei: iedereen verzamelt wat en hoe hij/zij wil. In de eerste plaats moet u ervoor zorgen dat u plezier beleeft aan uw verzameling. Als u de filatelie beschouwt als een zuivere geldbelegging, dan doet u er beter aan het geld dat u eraan wil besteden, te beleggen in zeldzame, klassieke stukken, veeleer dan in moderne uitgiften die niet zeldzaam zijn ( u kunt er zich op abonneren!), en die De Post uitgeeft in veel te hoge oplagen, omdat de verzamelaars toch maar zo dom zijn ze te blijven kopen. Als u veel plezier wilt beleven aan uw verzameling zonder dat u daarvoor veel geld moet uitgeven, tracht dan bepaalde zegels te verzamelen die postaal gebruikt zijn, het liefst op een envelop als juiste frankering, met een prachtige, duidelijke, centrale afstempeling.</p></ul></tr></td> <a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i></p> <h2 align="center"><a name= "wedstrijdklassen"> wedstrijdklassen van de FIP</h2><p></a></p> <ul><li><h3><p><b>Korte en bruikbare leidraad bij de Wedstrijdklassen van de FIP</b></p> </h3></li> <p>In de hele wereld van de filatelie worden overal postzegeltentoonstellingen georganiseerd met de bedoeling zowel aan de ervaren verzamelaars de gelegenheid te bieden met vrienden te wedijveren als de bezoekende postzegelverzamelaars naar een van de vele filatelisten-verenigingen te lokken, zodat zij het grote gevoel kunnen ontdekken samen met vrienden te verzamelen. Het kan moeilijk zijn de beste manier te vinden om materiaal te verzamelen en uiteindelijk tentoon te stellen, maar om enkele korte richtlijnen te geven, heeft de FIP besloten een inleidende brochure te maken voor alle wedstrijdklassen van de FIP, opgesteld en geschreven door de FIP-commissies, die wereldwijd verantwoordelijk zijn voor de evaluatie en de invoering van de ideeën die tot iedere klasse behoren. Enkel met de aanzienlijke steun van de voorzitters van de FIP-commissies, met adequate financiële hulp van <i>Correos y Telégrafos S.A.E.</i> uit Spanje, de Albertino Figueiredo-Stichting voor Filatelie en van AFINSA en met belangrijke bezieling van de Spaanse Bond van Filatelistische verenigingen, is de FIP in staat geweest deze prospectus uit te geven, waarin u de inleiding vindt op weg naar de beste manier voor uw belangstelling. Als we niet vergeten dat postzegels verzamelen gebeurt op de manier die u verkiest, dan hoop ik dat u met dit boekje de weg vindt om uw verzameling zo op te bouwen dat de filatelistische hobby spannender wordt dan u ooit had geloofd.</p> <p>Knud Mohr </p> <p> <li><h3><b>Inhoudsopgave</b></h3></li><a name = "IH"></p> </a> <ul><p> <li> I. Wat is traditionele filatelie? - - <a href = "#TF"><img src ="website MFC/ster.gif" width="17" height = "17" border = "0"> </a></li> <li> II. Wat is postgeschiedenis? - - <a href = "#PG"><img src ="website MFC/ster.gif" width="17" height = "17" border = "0"> </a></li> <li> III. Wat zijn postwaardestukken? - - <a href = "#PW"><img src ="website MFC/ster.gif" width="17" height = "17" border = "0"> </a></li> <li> IV. Wat is aërofilatelie? - - <a href = "#AF"><img src ="website MFC/ster.gif" width="17" height = "17" border = "0"></a></li> <li> V. Wat is astrofilatelie? - - <a href = "#AS"><img src ="website MFC/ster.gif" width="17" height = "17" border = "0"></a></li> <li> VI. Wat is thematische filatelie? - - <a href = "#TH"><img src ="website MFC/ster.gif" width="17" height = "17" border = "0"></a></li> <li> VII. Wat is maximafilie? - - <a href = "#MF"><img src ="website MFC/ster.gif" width="17" height = "17" border = "0"></a></li> <li> VIII. Wat is fiscale filatelie? - - <a href = "#FF"><img src ="website MFC/ster.gif" width="17" height = "17" border = "0"></a></li> <li> IX. Wat is jeugdfilatelie? - - <a href = "#JF"><img src ="website MFC/ster.gif" width="17" height = "17" border = "0"></a></li> <li> X. Wat is filatelistische literatuur? - - <a href = "#FL"><img src ="website MFC/ster.gif" width="17" height = "17" border = "0"> </a></li> <li> XI. Wat is de open klasse, eventueel sociale filatelie?</li> - - <a href = "#OK"><img src ="website MFC/ster.gif" width="17" height = "17" border = "0"> </a></li> <li> XII. Wat is een éénkaderinzending?</li> - - <a href = "#1K"><img src ="website MFC/ster.gif" width="17" height = "17" border = "0"></a></li></ul></p> <p><li><h3><b>Dit werk werd voorbereid door o.m.</b></h3></li></p> <ul> <li>Michael J. Blake, voorzitter van de FIP-commissie voor traditionele filatelie</li> <li>Leo De Clercq, voorzitter van de FIP-commissie voor postgeschiedenis</li> <li>Alan K. Huggins, voorzitter van de FIP-commissie voor postwaardestukken</li> <li>Egil H. Thomassen, voorzitter van de FIP-commissie voor aërofilatelie</li> <li>Jose M. Grandela, voorzitter van de FIP-commissie voor astrofilatelie</li> <li>Giancarlo Morolli, voorzitter van de FIP-commissie voor thematische filatelie</li> <li>Nicos Rangos, voorzitter van de FIP-commissie voor maximafilie</li> <li>Ronald Lesher, lid van de FIP-commissie voor fiscale filatelie</li> <li>Michael Madesker, voorzitter van de FIP-commissie voor jeugdfilatelie</li> <li>Francis E. Kiddle, voorzitter van de FIP-commissie voor filatelistische literatuur</ul></li></p> <a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i></p> <h3><a name ="TF"><p><b>I. Wat is TRADITIONELE FILATELIE?</b></p><a name = "TF"></a></h3> <p>Ooit was er alleen traditionele filatelie. Je verzamelde postzegels van diverse landen en plakte ze in een album. Als je een losbladig album had, kon je ze uitstallen in je vereniging of bij gelegenheid op een tentoonstelling. Veel mensen verzamelen nog op deze manier, hoewel ze tegenwoordig allicht hun zegels achter plastic strookjes bewaren in zo geheten insteekboeken. <b><p>Traditionele filatelie betreft het verzamelen van postzegels</b></p> Doordat postzegeltentoonstellingen altijd maar populairder en gekunstelder werden, besloten sommige mensen dat ze alleen enveloppen, of postwaardestukken, of luchtpost enz. wilden verzamelen. Sommigen besloten per thema te verzamelen, bijv. vogels of spoorwegen. Na een aantal jaren werden de inzendingen verdeeld in klassen, onder meer postgeschiedenis, thematische enz. Wat overblijft, werd door sommigen een beetje onaardig als traditionele filatelie omschreven. Traditionele inzendingen maken op de meeste tentoonstellingen nog altijd ongeveer 40% van het materiaal uit en slepen de meeste belangrijke beloningen in de wacht. Traditionele filatelie is ook veranderd en verandert nog altijd. Doordat er zo veel landen zijn die grote hoeveelheden zegels uitgeven, kan je niet langer de zegels van de hele wereld verzamelen, laat staan tentoonstellen. Op tentoonstellingen zien we veel prachtige inzendingen van de klassieke 19de-eeuwse zegels, maar ieder jaar zien we hoe langer hoe meer mensen die mooie moderne zegels inzenden: de zegels die werden uitgegeven om de gebeurtenissen en geschiedenis van de moderne wereld aan het daglicht te brengen. Verzamelaars worden er zich bewust van dat eenden en monumenten en deelnemers aan Olympische Spelen even goed in traditionele inzendingen als in thematische ondergebracht kunnen worden. Binnenkort zal de traditionele filatelie in drie afdelingen worden verdeeld: <li>de klassieke periode - de 19de eeuw</li> <li>de middelperiode - van 1900 tot de Tweede Wereldoorlog</li> <li>de moderne periode - na de Tweede Wereldoorlog</li></p> <p><b>Hoe begin ik eraan?</b></p> <p>De meeste verzamelaars beginnen de zegels te verzamelen waarmee ze vertrouwd zijn, en dat zijn meestal de zegels van hun land die tijdens hun leven worden gebruikt. Door op tentoonstellingen de indeling in periodes in te voeren, hopen we meer en jongere inzenders te zien die moderne zegels tentoonstellen, zodat ze niet hoeven te wedijveren tegen de klassieke inzenders. Veel mensen verzamelen een brede waaier van verschillend materiaal  en dat is goed  want zo verwerven ze een goede algemene filatelistische kennis en ook wat ervaring voor wanneer de tijd komt om tentoon te stellen. Het is belangrijk te beslissen wat zal worden ingezonden; de juiste beslissing nemen als je begint, zal alles wat makkelijker en prettiger maken. Ga naar postzegeltentoonstellingen en bekijk de inzendingen, zie welke inzendingen je bevallen en welke allicht als model kunnen dienen voor je eigen inzending. Tracht inzenders te ontmoeten en met hen te praten. Word lid van een club, lees filatelistische tijdschriften. Postzegels worden op diverse niveaus tentoongesteld: van belangrijke wereldevenementen tot clubtentoonstellingen. Je moet ergens beginnen. Ik ken een club waarvan de leden eens per jaar zes pagina s nationaal materiaal of zes pagina s overzees materiaal binnen moeten brengen. Het jureren gebeurt door eenvoudige stemming. Vanuit een vereniging kan je dan vorderen via provinciale en nationale naar continentale en wereldtentoonstellingen. Als je een goede start wil maken, is het heel belangrijk dat het onderwerp je aanspreekt. Als het je bedoeling is een ernstig inzender te worden, dien je vervolgens een onderwerp te kiezen waarmee je uiteindelijk tachtig of meer pagina s kan vullen met toepasselijk materiaal van goede kwaliteit. Ben je een beginneling, maak de start niet te moeilijk. Maak evenmin de fout een al te ruim gebied te kiezen. Je zult worden beoordeeld naar kwaliteit, niet kwantiteit. </p> <p><b>Wat kan ik verzamelen?</b></p> <p>Je kunt verzamelen wat je ook maar wilt. Er is slechts weinig materiaal dat niet aanvaard kan worden. Verlies echter niet uit het oog dat traditionele filatelie het verzamelen van postzegels betreft. Je kunt de postzegels van de hele wereld verzamelen of van één land, of van een periode van een land. Sommige vermogende verzamelaars zijn nooit verder geraakt dan de eerste zegel ter wereld, de  Penny Black , die op 6 mei 1840 in Groot-Brittannië verscheen.</p> </p> <p>Je kunt postfrisse of gestempelde zegels verzamelen, of beide. Je kunt op een erg eenvoudige manier verzamelen: één van iedere zegel die duidelijk van de andere verschilt; of je kunt je tot op verschillende hoogten specialiseren, eventueel gaande van kleurschakeringen, tanding en watermerk, tot zelfs identificatie van de zegels vanuit hun positie op de drukplaat.</p> <a><img src ="website MFC/watermerk.jpg" width="150" height = "246" border = "1"> </a> <p><i>Watermerk in gelegenheidszegels, luchtpostzegels, postpakketzegels, spaarkaszegels en zegels voor aangetekende brieven van Mexico vanaf 1950 tot 1963 (Y&T-watermerk F)</i></p> <p>Naast postzegels is het goed enkele enveloppen op te nemen. Ze moeten wel gekozen worden om de zegels veeleer dan om de posthistorische aspecten. Siervelletjes, boekjes, blokjes, drukproeven en foutdrukken zijn ook het verzamelen waard. </p> De staat van het materiaal is heel belangrijk, vooral als je overweegt tentoon te stellen. Denk erom dat één povere zegel een hele pagina ruïneert! Kwaliteit en niet kwantiteit tellen! <p><b>Hoe begin ik tentoon te stellen?</p></b> <p>De beste plaats om te starten is deel te nemen in een wedstrijd van een postzegelvereniging en dan zo op te schuiven naar een regionale tentoonstelling. Je club, lokale groepering of nationale bond, of alle drie moeten je kunnen helpen. Als je te weten gekomen bent waar een wedstrijd gehouden wordt en wat de deelnemingsvoorwaarden zijn, dan is de snelste manier om te leren tentoonstellen: inschrijven, inzenden en uitproberen.</p> <a><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="137" height = "160" border = "1"> </a> <a><img src ="website MFC/epaulette 2.gif" width="137" height = "160" border = "1"> </a> <p><i>1 juli 1849: België. De nog jonge Belgische staat haakt snel in op de Britse hervorming. De minister van Openbare Werken, Charles Rogier, stuurt in 1840 Louis Bronne, inspecteur van de 2e divisie der Belgische Posterijen, naar Londen opdat hij daar de pas ingevoerde hervorming van het postsysteem zou onderzoeken. Zeven jaar later verschijnt een wet die het gebruik van postzegels van 10 c. en 20 c. voor de frankering van correspondentie in het binnenland regelt. Het koninklijk besluit dat deze plannen zou bekrachtigen, verschijnt in 1849. De bekende "epauletten", zegels met beeltenis van Leopold I, verschenen in het bruin (10 c.) en in het blauw (20 c.) en honderd dagen later ook in medaillon-type in het vermiljoenrood (40 c.)</i> <p><b>Wat is geschikt materiaal?</b></p> <p>In je verzameling kan je om het even wat opnemen, maar als je besluit tentoon te stellen, dien je het materiaal zorgvuldig te selecteren en het reglement na te leven. Het reglement voor de Jurering van Traditionele Filatelie omschrijft onder meer geschikt materiaal en verklaart het systeem dat wordt gebruikt bij het jureren van inzendingen en hoe punten worden toegekend. Hoewel het reglement geschreven is voor juryleden, zouden alle ernstige inzenders het moeten lezen. Wat je nodig hebt, zijn voornamelijk postzegels, postfris of gebruikt en op poststuk. Je onderwerp mag zo ruim of beperkt zijn als je verkiest, en in een formule die zo eenvoudig of gespecialiseerd is als je wil. Fiscale zegels zijn niet toegestaan, tenzij ze enkele tijd ook beschikbaar waren voor briefport. Cinderella-uitgiften, en zegels die door postbedrijven gewettigd waren, maar nooit beschikbaar waren voor postaal gebruik in het land van oorsprong, zijn niet toegelaten. Zulke zegels worden  abusieve uitgiften genoemd en zijn normaal niet opgenomen in catalogussen. Brieven van voor het bestaan van postzegels en stukken zonder zegels zijn toegestaan, maar alleen als ze bijdragen tot het onderwerp en zeker niet meer dan 15% van de inzending uitmaken.</p> <p>De Regels en reglementen voor het tentoonstellen van Traditionele Filatelie en van alle andere klassen kunnen worden gedownload van de website van de Fédération Internationale de Philatélie op <a href = "http://www.f-i-p.ch"> </a>(www.f-i-p.ch.)</p> </p> <p><a href = "#IH"><img src ="website MFC/pijl.gif" width="20" height = "20" border = "0"></a> om terug te keren naar de inhoudsopgave van de wedstrijdklassen</p> <p><b><h3><a name="PG"> II. Wat is POSTGESCHIEDENIS?</p></b></a></h3> <p>Postgeschiedenis werd als een afzonderlijke klasse erkend op het FIP-congres van Madrid in 1975. Er werd een commissie opgericht die niet afhing van de traditionele filatelie en haar eigen internationaal reglement opstelde. Op dat ogenblik waren slechts vier klassen erkend: traditionele filatelie, postgeschiedenis, thematische filatelie en aërofilatelie. Nu in 2001 zijn er een aantal meer: postwaardestukken, filatelistische literatuur, maximafilie, astrofilatelie, fiscale filatelie en jeugdfilatelie werden eraan toegevoegd.</p> <p> <a><img src ="website MFC/posthistorie.jpg" width="376" height = "250" border = "1"> </a> <p><i>Brief van Málaga naar Izegem, gefrankeerd met drie zegels van de serie (Y&T nr. 130/39) die verscheen in 1873 tijdens de periode van de 1e Republiek, na de troonsafstand van koning Amedeo I, nl. 50 centimos blauw, 25 c. bruin en 5 c. donkerroze - de zegels brengen een figuur, met name de allegorie van de republiek, leunend op een schild. De zegels zijn slechts gedurende enkele maanden in gebruik geweest. Dubbele frankering (2 x 40c.) voor brief met buitenlandse bestemming van meer dan 20 gr. Op brieven naar het buitenland werd de oorlogsbelasting die sinds 1 januari 1874 van kracht was, niet geheven. De zegels zijn afgestempeld met een ruitvormig stempel op de 5 c. en de 50 c. en met een datumstempel met dubbele cirkel op datum van 21/ENE (januari)/74. Het cijfer 6 tussen haakjes is het administratief nummer dat de Post gebruikte ter verwijzing naar Málaga. Dit type van datumstempel met dubbele cirkel werd in Spanje ingevoerd op 7 oktober 1858. Op de voorzijde zien we tevens het postmerk 'P.D.' (payé jusqu'à destination) in een ovaal, wat erop wijst dat het port volledig werd betaald tot aan de woonplaats van de geadresseerde, en niet tot aan de Spaans-Franse grens. De stempels op de rugzijde zijn chronologisch een datumstempel met dubbele cirkel met de tekst ESTAFETA DE CAMBIO (van het Spaanse hulpwisselkantoor) op datum van 23/ENE/74, (van het Franse grenskantoor) een Frans datumstempel met dubbele cirkel met de tekst *ESPAGNE* op datum van 27/JANV./ 74 en ten slotte het aankomststempel met dubbele cirkel van ISEGHEM op datum van 28/JANV./74</i></p> <p>Van bij de aanvang bepaalde artikel 1 van het internationale reglement voor postgeschiedenis:  Een posthistorische inzending is gebaseerd op de studie en indeling van postale en filatelistische onderwerpen die in direct verband staan met de methoden, verzendingswijzen en bezorgingvoorwaarden van postale verbindingen uit alle perioden, of met de organisatie hiervan door een officiële, lokale of particuliere postdienst. </p> <p> De verklarende opmerking bij dit artikel voegt eraan toe:  Een posthistorische inzending bestaat vooral uit verzonden brieven en afgestempelde zegels, en poststukken, die zo zijn gerangschikt dat ze een postaal aspect in overeenstemming met artikel 1 naar voren brengen. </p> <p> Zulke posthistorische verzamelaspecten zijn bijvoorbeeld:</p> <li>Postdiensten voor het bestaan van postzegels</li> <li<Algemene studies van de ontwikkeling van nationale of internationale postdiensten</li> <li>Militaire post: veldpost, belegeringspost, krijgsgevangenenpost en concentratiekamppost</li> <li>Scheepspost</li> <li>Rampenpost</li> <li>Gedesinfecteerde post</li> <li>Spoorwegpost</li> <li>Postcensuur</li> <li>Met port belaste stukken.</li> <p>Na het eerste ontwerp werden hier nog andere thema s aan toegevoegd:</p> <li>Posttarieven</li> <li>Postroutes</li> <li>Postmerken (marcofilie)</li> <li>Reizende postkantoren</li> <li>Automatisering van de post</li> <li>Expediteurs (forwarding agents)</li> <li>Dienstpost en portvrijdom.</li></p> <a><img src ="website MFC/pstwrdstk.jpg" width="496" height = "446" border = "1"> </a> <p><i>Geleidebrief voor de verzending van een postpakket van Berchem (Antwerpen) naar een militair in Gent, verstuurd op 4 september 1939, gefrankeerd met een gehalveerde zegel van de uitgifte "gevleugeld wiel" van 1 februari 1938, de rode 5,50 fr. met blauwe opdruk van 6 fr., gebruikt als frankering van 3 fr. voor het «pakket van de soldaat». Aankomststempel van het station van Gent op keerzijde: 5 september 1939.</p></i> <p>Er zijn veel mogelijkheden om posthistorische inzendingen te ontwikkelen. De belangrijkste weg naar succes is beslist de studie die een verzamelaar rond het bijeengebrachte filatelistisch materiaal moet leveren. Voor de meeste postzegel- of traditionele collecties hoef je alleen een goede catalogus of een gespecialiseerd handboek te kopen om het onderwerp te begrijpen. Op posthistorisch vlak bestaat er vandaag weliswaar veel literatuur, maar toch zijn er nog veel gebieden en kansen waar nieuwe informatie gevonden kan worden.</p> <p>In iedere bijeengebrachte stapel poststukken kan je aanwijzingen vinden over de gebruikte tarieven en routes. Zelfs al lijkt het materiaal heel gewoon en goed bestudeerd, toch zal de vergelijking van de posthistorische aspecten van de ene brief met de volgende vaak een nieuwe vondst opleveren.</p> <p> Een groot aantal verzamelaars van postgeschiedenis verkiest zich toe te leggen op  lokale postgeschiedenis . Zo iemand, zelfs al heeft hij een belangrijke collectie van andere, hierboven vermelde posthistorische aspecten, heeft een speciale voorliefde voor de lokale of regionale geschiedenis. Het materiaal is vaak afkomstig van de plaats waar hij woont, waar hij geboren is, vanwaar zijn partner komt, waar zijn verwanten woonden, waar hij zijn vakantie doorbracht enz. Voor zulke studie of collectie is het in veel gevallen gemakkelijk materiaal te vinden in familiearchieven of bij lokale firma s. Vanuit zulke studie kan een heel nieuw kennisdomein worden geopend. Niet alleen de filatelistische literatuur zal kunnen helpen, maar zoveel informatie kan worden gevonden in moderne of oude boeken, kranten, landkaarten, almanakken, advertenties, verordeningen enz. </p> <p> Om een gespecialiseerde verzameling van de bovenvermelde types uit te werken, moet je literatuur raadplegen. In veel gevallen heeft de verzamelaar niet alle nodige boeken en artikels in zijn eigen bibliotheek. Om het probleem op te lossen, moet hij informatie raadplegen die beschikbaar is in openbare bibliotheken of in gespecialiseerde plaatsen, zoals postmusea, postzegelverenigingen, boekhandels, antiquariaten enz. Openbare en particuliere archieven zijn een belangrijke bron voor opzoekingen.</p> <p> Postmerken kunnen geschreven zijn of met een handstempel aangebracht. Oorspronkelijk werden ze op brieven geplaatst om de correcte berekening van het bedrag aan portkosten aan te duiden. Deze kosten moesten hetzij door de afzender ofwel door de geadresseerde worden betaald. Dit systeem was gedurende vele eeuwen in gebruik. Over het algemeen werden omstreeks 1830 datumstempels ingevoerd. Vanaf dat ogenblik kan de datum waarop de post de brief verzendt, uit die stempels worden afgeleid. Vaak is er een tweede stempel dat de datum van aankomst aangeeft. Kort hierna vermelden de stempels in verscheidene landen samen met de datum ook het uur waarop ze werden aangebracht.</p> <p> Tussen 1840 en 1850 werden postzegels ingevoerd waarmee de postale kosten vooruitbetaald konden worden. In die periode en in de volgende beginjaren waren er evenmin grote wijzigingen in de postale interacties. De meeste landen ontwikkelden hun eigen postdienst. Het was pas omstreeks 1875, eerst met de Algemene Postvereniging (GPU) later met de Wereldpostvereniging (UPU), dat de grotere wijzigingen werden ingevoerd. De belangrijkste bedoeling was een uniform postsysteem over ieder land te ontwikkelen. Tegenwoordig bezorgt een identiek postsysteem in alle landen van de wereld de boodschappen aan de mensen.</p> <p>Het is onze taak met onze belangstelling voor postgeschiedenis delen van dit verhaal opnieuw tot leven te brengen. Een algemene collectie van alle opgesomde onderdelen is te ruim en praktisch onmogelijk samen te stellen. De verzamelaar dient een definitieve keuze te maken onder de beschikbare mogelijkheden en zijn belangstellingsgebied af te bakenen. Postgeschiedenis moet allereerst een verhaal vertellen. Geschikt materiaal vinden en rangschikken helpt om een collectie uit te werken.</p> <p>Een specifieke tak van de postgeschiedenis is de marcofilie: postmerken kunnen verzameld worden op brieven, briefkaarten of andere poststukken en op zegels. Een studie of een verzameling van postmerken kan heel boeiend zijn en veel genoegen bezorgen. Op dit ogenblik wordt de posthistorie dus onderverdeeld in drie klassen: <ul><li> de gevestigde postgeschiedenis met de studie van tarieven en routes</li><li></li> de marcofilie (postmerken) <li> de historische, sociale en speciale studies <i>(zie Open Klasse)</i></li></ul></p> <p> Overigens wordt vanaf 1 januari 2009 een nieuwe indeling van posthistorische inzendingen in drie periodes van kracht in plaats van een geografische onderverdeling <ul><li>1. vóór 1875</li><li>2. 1875-1945</li><li>3.na 1945</li></ul> Iedere verzameling behoort bij de periode waarin ze begint of waarbij haar belangrijkste inhoud bevat ligt.</p> <p>Geschikt postaal materiaal moet gebruikt zijn voor de overdracht van briefwisseling. Postale producten die op bestelling gestempeld zijn en geen boodschappen hebben vervoerd, worden niet beschouwd als geschikt posthistorisch materiaal. Met dergelijk materiaal kan de verzamelaar geen verhaal vertellen over de communicatie tussen mensen. Postgeschiedenis is een belangrijk onderdeel van het verhaal van het mensdom.</p> <p><a href = "#IH"><img src ="website MFC/pijl.gif" width="20" height = "20" border = "0"></a> om terug te keren naar de inhoudsopgave van de wedstrijdklassen</p> <p><b><h3><a name = "PW">III. Wat zijn POSTWAARDESTUKKEN?</p></b></h3></a> <p> Zij die eens iets lichtjes anders willen verzamelen, iets dat samen met de combinatie van traditionele filatelie en postgeschiedenis toch een aantal eigen kenmerken biedt, dienen postwaardestukken ernstig in overweging te nemen.</p> <p> Postwaardestukken omvatten in eerste instantie vooruitbetaalde postproducten ofwel in de vorm van schrijfvlakken zoals postbladen, aërogrammen, briefkaarten en postkaarten, ofwel wikkels zoals enveloppen en adresbandjes, maar ook een aantal vooruitbetaalde producten die betrokken zijn bij een serie diensten, zoals aantekening, bezorgingbewijzen, ontvangstbewijzen voor pakjes, postwissels en postbewijzen, telegraafformulieren, omslagen en kaarten. In de grond bestaan postwaardestukken uit afdrukken op een groter stuk papier of kaart en historisch hebben ze dezelfde afstamming als postzegels, want allebei zijn ze voortgekomen uit vroeger bestaande fiscale zegels en gezegeld papier.</p> <p> Evenals traditionele gegomde zegels kunnen postwaardestukken geordend worden op een geografische of chronologische basis, maar ook in verband gebracht worden met een bepaalde soort dienst, bijv. briefkaarten, luchtpostbladen, aangetekende enveloppen enz. Andere mogelijke onderverdelingen kunnen materiaal omvatten dat gemaakt is op particuliere bestelling, voor ministeries en departementen, ten gebruike van of voor militairen; of materiaal dat illustraties of advertenties vertoont, waardoor het door thematische verzamelaars vaak bijzonder gegeerd is.</p> <a><img src ="website MFC/kaartbrief.jpg" width="450" height = "334" border = "1"> </a> <p><i> Postwaardestuk van Beieren - kaartbrief met karmijnrode druk, verstuurd van Pasing naar Bremen op 30 mei 1898, gefrankeerd door zegelafdruk van 10 Pfennig, aankomststempel van Bremen 1 van 31 mei 1898 </i></p> In de 19de eeuw werden postwaardestukken algemeen verzameld op één lijn met gegomde postzegels, maar veel vroege albums lieten alleen ruimte voor de zegelafdruk. Het gevolg hiervan was dat veel complete stukken van vroeg materiaal vernietigd werden doordat de zegelafdrukken uitgeknipt werden om de lege plaatsen te vullen. Vandaag hebben zulke knipsels <i>(cutsquares)</i> over het algemeen weinig waarde tenzij de complete stukken niet meer bestaan of uiterst zeldzaam zijn. Niettemin is het mogelijk een aantrekkelijke collectie van de diverse gebruikte zegelmatrijzen bijeen te brengen, als de zegel zelf enkel van belang is.</p> <p> Materiaal zonder zegelafdruk, in een belangrijk aantal landen aangemaakt gelijktijdig met of later dan de postwaardestukken met opgedrukte zegel, vormt ook een gebied dat niet genegeerd kan worden. Uiteraard kan iedereen zijn eigen grenslijnen bepalen als hij zijn collectie uitwerkt en beslissen welk materiaal wordt opgenomen of uitgesloten. Onvermijdelijk zullen er bij het vastleggen van zulke grenzen verschillen in inzicht zijn, naargelang de filatelistische traditie of structuur van een bepaald land, gebied of onderwerp. In gespecialiseerde verzamelingen echter, vooral als ze staatsdiensten, militaire post of luchtpost behelzen, kan materiaal zonder zegel volledig geschikt worden bevonden als het wordt opgenomen. We moeten ook gewag maken van voorgedrukte afbeeldingen of <i> postage paid indicators </i> (PPI) of vermeldingen dat het port betaald werd, die we aantreffen op commerciële massamail. Het aantal afbeeldingen dat door de verschillende postbedrijven werd goedgekeurd, varieert aanzienlijk: sommige lijken op zegelafdrukken, andere zijn tamelijk eenvoudige letters of cijfers, die  op voorwaarde dat bepaalde beperkingen worden in acht genomen  gewijzigd kunnen worden in grootte, kleur enz., zoals de gebruiker zelf bepaalt. Door de enigszins ongeregelde verscheidenheid die door dat goeddunken wordt veroorzaakt, is het niet helemaal duidelijk hoe ver de belangstelling zich zal ontwikkelen voor dit soort materiaal, dat buiten de normaal aanvaarde definitie van postwaardestukken valt.</p> <p>De oorsprong van postwaardestukken loopt parallel met die van postzegels, want allebei komen ze voort uit vroeger bestaande methodes om belastingen te innen. Aldus brachten de vroege voorstellen voor gezegelde postwaardestukken van nature vellen papier met zich mee met een gedrukte figuur of zegel en waren ze direct afgeleid van gezegeld papier, dat vaak werd gebruikt voor niet-postale doeleinden, zoals een heffing op krantenpapier, wisselpapier, vergunningen en andere documenten die een opdruk of een reliëfdruk van een fiscale zegel droegen. De vroegste postwaardestukken voor algemeen gebruik waren de Britse vooruitbetaalde enveloppen en postbladen met een speciaal ontwerp van William Mulready, die op 1 mei 1840 in de handel werden gebracht, maar pas vanaf 6 mei voor frankering geldig waren. Het ontwerp bleek niet populair en werd in 1841 vervangen door enveloppen met zegels in reliëfdruk en door postbladen in reliëfdruk in 1844.</p> <p> De zegels op deze enveloppen waren oorspronkelijk in 1840 ontwikkeld om aangebracht te worden op papier dat door het publiek werd geleverd, een parallelle methode als voor fiscale zegels, maar deze voorziening werd pas in 1855 ter beschikking gesteld. Het begrip postenveloppen verspreidde zich nochtans geleidelijk over de hele wereld tijdens de periode vanaf 1845, gevolgd door de briefkaart vanaf 1869, aangetekende enveloppen vanaf 1878, briefkaarten vanaf 1882 en luchtpostbladen vanaf de jaren 1930. Het gebruik van deze laatste werd in grote mate gestimuleerd door de Tweede Wereldoorlog.</p> <p>Hoewel de aankoop en levering van postwaardestukken aan het publiek altijd via de postadministraties door middel van verkoop in de postkantoren is verlopen, hebben zich ook andere categorieën en soorten ontwikkeld, waarvan de volgende door de verzamelaars worden erkend: </p> <b><li>postale uitgiften</b></li> <p>postwaardestukken met zegelafdruk, aangemaakt ter toelichting bij en uitgegeven door postadministraties voor publiek gebruik. Het is van belang dat we een onderscheid maken met niet-officiële particuliere veranderingen van normale postale uitgiften die voor filatelistische doeleinden werden gemaakt en die in Franstalige landen  repiquages (overdrukken) worden genoemd.</p> <b><li>dienstuitgiften</b></li> <p>postwaardestukken met zegelafdruk, enkel aangemaakt ten behoeve van ministeries of regeringsdepartementen of daarmee verbonden organisaties. De zegelafdrukken kunnen dezelfde als die van de postale uitgiften of speciaal ontworpen zijn. Anderzijds kunnen postale uitgiften speciaal voor officiële diensten worden aangepast met overdrukken op de zegels of met toegevoegde tekst op het postwaardestuk zelf.</p> <b><li>legeruitgiften</b></li> <p>postwaardestukken met zegelafdruk, gemaakt voor leden van de strijdkrachten. De zegelafdrukken kunnen dezelfde als die van de postale uitgiften of speciaal ontworpen zijn.</p> <b><li>uitgiften met zegelafdrukken op bestelling (particuliere)</b></li> <p>postwaardestukken met zegelafdrukken, geleverd met goedkeuring van de postadministratie, en binnen bepaalde voorschriften, op aanvraag van particulieren of organisaties. De zegelafdrukken zijn gewoonlijk dezelfde als die van de postale uitgiften, maar kunnen een groter aantal nominale waarden en ontwerpen bevatten.</p> <b><li>uitgiften van lokale postbedrijven</b></li> <p>postwaardestukken met zegelafdruk, aangemaakt door particuliere postagentschappen, met verschillende trappen van erkenning of steun; hebben slechts een lokaal geldigheidsgebied.</p> <p>Als je besluit postwaardestukken te verzamelen, zul je veel geduld moeten hebben en het materiaal stuk voor stuk bijeen te zoeken, in tegenstelling tot de verzamelaar van gegomde zegels, voor wie het vaak mogelijk is stukken toe te voegen in een voorziene volgorde. Je zult nochtans beloond worden met de vorming van een collectie die zich zowel van vele andere zal onderscheiden als heel wat interesse en plezier bezorgen. Voor meer inlichtingen over postwaardestukken kan je terecht op de website van de FIP-commissie voor postwaardestukken op het adres <a href = "http://www.f-i-p.ch"></a> www.f-i-p.ch </p> <p><b></p></b> <p><a href = "#IH"><img src ="website MFC/pijl.gif" width="20" height = "20" border = "0"></a> om terug te keren naar de inhoudsopgave van de wedstrijdklassen</p> <p><b><h3><a name = "AF"> IV. Wat is AËROFILATELIE?</p></b></h3></a> <p>Aërofilatelie betekent de studie van de ontwikkeling van luchtpostdiensten en een verzameling van documenten die relevant zijn voor die ontwikkeling. Of, anders gezegd, aërofilatelie is een postale en filatelistische spiegel van de geschiedenis van de luchtvaart en van de invloed van het vliegtuig op het communicatiesysteem in de wereld. Parallel met de ontwikkeling van het vliegtuig, vanaf de eerste demonstratievluchten, via de eerste luchtroutes, tot de intercontinentale vluchten van vandaag, zien we de verspreiding en ontwikkeling van de luchtpost als een filatelistisch verzamelgebied. Het heel grote volume aan correspondentie dat nu per vliegtuig wordt vervoerd, vormt de basis van een boeiend en complex verzamelgebied.</p> <a><img src ="website MFC/luchtpost.jpg" width="400" height = "182" border = "1"> </a> <p><i>Luchtpostblad, op 30 juli 1981 verstuurd vanuit Columbus, Ohio in de VSA naar Menen in België. De voorgedrukte frankering bedraagt volgens het toen vigerende tarief 30 dollarcent.</i></p> <p>Luchtpostverzamelaars, of aërofilatelisten, komen van elke rang of stand over heel de wereld. Zij delen hun passie voor de luchtvaart en voor de weerslag ervan op de wereld-wijde communicatie. Velen waren postzegelverzamelaars als kind, zijn teruggekeerd naar het verzamelen in het latere leven en hebben een specialiteit gekozen die hun nieuwe uitdagingen en kennis biedt. Anderen zijn gevorderde filatelisten van een bepaald land die de posttarieven en het gebruik van luchtpostbrieven en  zegels in hun gespecialiseerd verzamelgebied wilden onderzoeken. Het verzamelen van luchtpost biedt ze allemaal veel gelegenheden om medeverzamelaars te ontmoeten, hun collecties tentoon te stellen, te schrijven over ontdekkingen en hun enthousiasme te delen, bijv. op internet.</p> <p><b>Wat kan ik verzamelen?</p></b> <p>De wereld van de luchtpost, waarvan alles het product is van minder dan een eeuw, biedt de verzamelaar een bijna onbegrensde keuze. Veel ervan is nog onaangeboord en ligt te wachten om het initiatief en de vindingrijkheid van de luchtpostverzamelaar uit te dagen. Zoals in alle klassen kan de luchtpostverzamelaar verzamelen wat hij of zij graag verzamelt. Maar als je een inzending wenst in te dienen op een postzegeltentoonstelling, heeft de FIP-commissie voor Aërofilatelie een speciaal reglement opgesteld: Bijzonder Reglement voor de Evaluatie van aërofilatelistische inzendingen op FIP-tentoonstellingen, samen met de Richtlijnen voor de jurering van aërofilatelistische inzendingen. De commissie heeft ook een standaardtekst voorbereid voor het inzenden en jureren van aërofilatelie, alsook gastseminaries voor de toepassing van de regels die op die tekst gebaseerd zijn.</p> De regels voor aërofilatelie bevatten twee fundamentele elementen: een inzending moet op de eerste plaats bestaan uit postale stukken en die moeten gevlogen hebben. Er zijn enkele uitzonderingen op de regel aangaande postaal materiaal. Het betreft vroege luchtpost die in de lucht vervoerd is door een luchtvaartmaatschappij buiten de postdienst, toen de medewerking van de postdiensten niet mogelijk was. <p> De regels voor aërofilatelie voorzien ook dat luchtpostzegels, -etiketten, -vignetten, -postwaardestukken en fiscale zegels worden tentoongesteld, naast alle correspondentie die per luchtpost werd vervoerd. Indien dergelijk materiaal ingezonden wordt, dan moet het, indien enigszins mogelijk, op luchtpoststukken getoond worden.</p> Om het verzamelen van luchtpost en hedendaagse verzameldomeinen te illustreren, beschrijven we enkele gebieden: <li> de ontwikkeling van de luchtpost binnen een land of een geografisch gebied,</li> <li> luchtpost verzonden via een speciale route of postverbinding,</li> <li> luchtpost verzonden vanuit een bepaalde luchthaven,</li> <li> studies van luchtpostzegels, -etiketten, -vignetten enz.,</li> <li> studies van bepaalde postmerken of verzendingsmethoden (katapultpost),</li> <li> luchtpost vervoerd door een bepaald soort vliegtuig,</li> <li> luchtpost vervoerd door een bepaalde luchtvaartlijn,</li> <li> luchtpost vervoerd door luchtschip (zeppelin),</li> <li> luchtpost vervoerd door ballon,</li> <li> postverbindingen door postduif,</li> <li> luchtpostverbindingen gedurende een bepaalde periode,</li> <li> een verzameling van rampenpost,</li> <li> luchtpost met legerverbinding,</li> <li> luchtpost om een bepaald evenement aan te geven.</li> <p>De moderne trend is behalve commerciële luchtpost ook eerstedagenveloppen verzamelen. Commerciële luchtpost plaatst de verzamelaar voor een grotere uitdaging dan enveloppen die in een catalogus zijn opgesomd. Ook combi-post, dus brieven die deels als luchtpost en deels als land/zeepost werden vervoerd, zijn interessante stukken. De manier van verzamelen verschilt echter geografisch. Veel landen staan positief tegenover het traditionele verzamelen, maar de laatste jaren wordt een evolutie naar nieuwe denkwijzen waargenomen.</p> <p> Nog een trend in de aërofilatelie is de toenemende belangstelling voor de geschiedenis van het recentere verleden, en niet alleen voor de pioniersjaren. De luchtpostverbindingen tijdens de Tweede Wereldoorlog bieden interessante problemen, wat weerspiegeld wordt in inzendingen, artikels en boeken.</p> <p>Als je je geliefkoosde aërofilatelistisch materiaal wil tentoonstellen, moet je lid worden van een filatelistenvereniging en eerst trachten in te zenden op een lokale of regionale tentoonstelling. Je kunt veel ervaring opdoen door deel te nemen op dat niveau. Nadat je wat meer geleerd hebt over inzendingen, wens je misschien je materiaal op nationaal niveau te tonen. Eens je een vermeil medaille hebt behaald in een nationale tentoonstelling, mag je proberen internationaal tentoon te stellen.</p> <p><b>Waar vind ik informatie en materiaal?</p></b> <p>Er werden talrijke artikels, catalogussen en handboeken over luchtpost gepubliceerd; ze kunnen worden aangekocht bij postzegelhandelaren en uitgevers. Enveloppen, zegels en andere verwante stukken kun je voor je collectie bekomen uit voorraden van handelaren op postzegeltentoonstellingen en beurzen, door postorders bij gevestigde handelaren, van clubveilingen en openbare filatelistische veilingen, door ruil met andere verzamelaars, door advertenties in de filatelistische pers. Lidmaatschap van een luchtpostvereniging is één manier waarop je inlichtingen kunt inwinnen over deze bronnen. De meeste grotere verenigingen geven een tijdschrift uit voor hun leden. Veel landen hebben gespecialiseerde verenigingen voor luchtpostverzamelaars. Deze verenigingen werken samen in de wereldwijde organisatie FISA (Fédération Internationale des Sociétés Aérophilatéliques). Nog meer inlichtingen kunnen verkregen worden van de FIP- commissie voor Aërofilatelie  e-mail: egil.th@online.no</p> <p><a href = "#IH"><img src ="website MFC/pijl.gif" width="20" height = "20" border = "0"></a> om terug te keren naar de inhoudsopgave van de wedstrijdklassen</p> <p><b><h3><a name ="AS"> V. Wat is ASTROFILATELIE?</p></b></h3></a> <p> Sinds onheuglijke tijden heeft de mens altijd opgekeken naar het luchtruim en zich afgevraagd wat achter de wereld lag die we kennen. We hebben al veel geleerd over de kosmos en onze plaats daarin, maar veel moet nog worden verkend. Het ontstaan van de astronomie, historische pogingen van vroege rakettechniek, satellieten, menselijke bezoeken aan de maan en in de toekomst gericht naar Mars, de aanhoudende reizen naar de verre ruimte vormen voor iedere astrofilatelist een voortdurende uitdaging en bron van verbazing.</p> <p> Astrofilatelie registreert historische gebeurtenissen aangaande astronomie, stratosferische vluchten, raketpost, ruimteonderzoekprogramma s, bemande ruimtevluchten, tele-communicatie en ruimteverkenning, waarbij een postale bijdrage geleverd wordt tot het recentste en opwindendste tijdperk van de mensheid.</p> <p> Rakettechniek is essentieel om te ontsnappen aan de zwaartekracht van de aarde en om de kosmische ruimte te bereiken. Tegen het einde van de 19de eeuw stelde de Rus Tsjolkovski voor raketten te gebruiken om ruimtevluchten uit te voeren en werkte Goddard in de VSA aan raketten om grote hoogtes te bereiken en aan raketten met vloeibare stuwstof. Het belang van de astronomie en de voorlopers van de rakettechnologie zijn vastgelegd door het gebruik van zegels, afstempelingen, machinale frankeringen, proefdrukken en drukproeven.</p> <p>  s Mensen pogingen om de hogere lagen van de atmosfeer te bereiken heeft levens gekost. Vluchten in stratosferische ballonnen en testen met raketvliegtuigen in de eerste decennia van de 20ste eeuw waren noodzakelijk om te garanderen dat toekomstige astronauten, die nog grotere hoogten bereikten, het overleefden.</p> <p> Op 2 februari 1931 leidde Schmiedl in Oostenrijk het eerste raketpostexperiment ter wereld, wat een plotselinge opleving veroorzaakte in de ontwikkeling van raketpostsystemen over de hele wereld. Raketpost van de vluchten evenals ander gevlogen materiaal en raket-vignetten worden gebruikt om die prestaties te herdenken. Krachtige raketten, V-2 genoemd, bereikten voor het eerst de ruimte en werden in de Tweede Wereldoorlog gebruikt. Op het einde van de oorlog vertrok von Braun naar de VSA, werd er topfunctionaris van de NASA en bracht ze in de ruimte door de maan te veroveren met zijn Saturnus V-raketten. Het ruimtetijdperk begon in 1957, toen de USSR haar eerste satelliet, de Spoetnik 1, in de ruimte lanceerde. Gezagvoerder Alan B. Shepard, jr., Amerika s eerste astronaut, maakte vandaag 5 mei 1961 met een Redstone-raket een reis in de kosmische ruimte  de eerste vlucht in een ruimtevaartuig onder leiding van een bestuurder. Dit was een keerpunt voor zoveel ontwikkelingen in het Westen. In 1960 was de enorme Amerikaanse passieve communicatiesatelliet Echo I de eerste kunstmatige satelliet die zichtbaar was met het blote oog van de mens. Weldra verbonden ook andere verbeterde satellieten de hele wereld. Op 12 april 1961 draaide Joeri Gagarin in een baan om de aarde. Valentina Teresjkova was de eerste vrouw in de ruimte; zij bestuurde Vostok 6 in 1963. Binnen een decennium lande Neil Armstrong op de maan. Weldra begonnen dozijnen landen hun eigen ruimtevaartprojecten. Filatelistisch materiaal houdt verband met voorlopers aangaande vroege rakettechniek, satellieten, en bemande en onbemande ruimtevluchten.</p> <p><b> Wat is geen astrofilatelie?</p></b> <p> Astrofilatelie is niet een zogenaamde thematische verzameling die vooral in detail uitweidt over de illustratie van de zegels, afstempelingen of andere filatelistisch materiaal dat het thema voorstelt, of die een veranderlijke thematische bedoeling heeft die de eigenaar er zelf voor gekozen heeft. De FIP heeft nauwkeurige regels opgesteld voor de verschillende klassen van verzamelen, dus ook meer bepaald voor astrofilatelie. Om een duidelijk onderscheid te maken tussen wat astrofilatelie is en wat niet, is het essentieel dat je het Algemeen Reglement van de FIP voor de evaluatie van inzendingen op wedstrijdtentoonstellingen van de FIP (GREV) leest, meer bepaald het Bijzonder Reglement voor de beoordeling van astrofilatelie (SREV) en de bijhorende Richtlijnen voor de Jurering van astrofilatelistische inzendingen. </p> <p><b>Wat kan ik verzamelen?</p></b> <p>Het grote succes van de huidige ruimtevaarttechnologie was alleen mogelijk dank zij de eerdere studie van vroegere astronomen en uitvinders die voor toekomstige veroveraars de weg plaveiden. Hoe zouden we nu ruimtesondes kunnen zenden naar de planeten van het zonnestelsel zonder de vroegere theorieën en wetten van Copernicus, Galileo, Kepler, Newton enz.? Het ware onbillijk als we hun naam en hun wetenschappelijke stellingen niet zouden herdenken met geschikt filatelistisch materiaal. De vroegste raketproeven zijn een allesomvattende eis van een astrofilatelistische collectie. Doordat de rakettechniek en de ballistiek noodzakelijk zijn om de zwaartekracht van de aarde te overwinnen en de ruimte te bereiken, is het evident dat je een hoofdstuk of zelfs een hele verzameling invoegt, gewijd aan deze vroege rokende raketproeven. Van in de eerste decennia van de 20ste eeuw hebben ondernemende ballonvaarders buitengewoon gevaarlijke voorwaarden getrotseerd en stratosfeerballonnen gebruikt om vluchten op grote hoogte te onderzoeken. Professor Piccard bereikte voor het eerst de stratosfeer. Die gesteldheid was vereist wilde men decennia later het risico lopen astronauten te lanceren. Veel verzamelingen bevatten stukken die deze romantische en bijna vergeten stratosferische vluchten vastleggen. Tegenwoordig lanceren raketten satellieten en andere dragers in de ruimte volgens programma s die zo nauwgezet zijn als de dienstregeling van treinen en de mens is bijna permanent tegenwoordig in ruimtestations rond de aarde. Enveloppen met postale afstempelingen en officiële stempels die persoonlijk door de kosmo/taiko/astronauten werden toegevoegd, terwijl ze in en baan rond de aarde vlogen, zijn bijzonder interessant.</p> <p><b> Welke filatelistische stukken zijn geschikt?</p></b> <p>De noodzakelijke inlichtingen om een ruimtevaartkundig feit vast te leggen, is niet te vinden op zegels, omdat zij gewoonlijk maar even verwijzen naar een bepaalde gebeurtenis, maar niet veel meer. Hoe kunnen we filatelistisch registreren waar, hoe en wanneer een bepaalde raket gelanceerd is, het schip dat de bemanning oppikte die terugkeerde uit de ruimte, een verre ruimtesonde die een planeet of een satelliet ontmoette, of welk controlecentrum een moeilijke opdracht wist uit te voeren? Filatelistische enveloppen en kaarten, postaal afgestempeld en gestempeld op lanceerbasissen, controlecentra, volgstations, onderzoekslabs, gebouwen voor de opleiding van astronauten en recuperatieschepen voormen de sleutel tot het astrofilatelistisch materiaal en zijn altijd nodig en iedere astrofilatelistische collectie. Veel stukken van die aard hebben officiële stempels die de desbetreffende projecten herdenken. Verzamelaars van over de hele wereld zenden nu nog altijd enveloppen en kaarten naar deze uitgekozen plaatsen om ze op de eigenlijke dag van de gebeurtenis teruggezonden te krijgen met het officiële rubberen stempel dat voor die ruimtemissie of dat project speciaal was voorzien. Als je je bij ons aansluit om astrofilatelie te verzamelen, zal je doorheen de pagina s van je collectie het altijddurende verhaal vast kunnen leggen van de inspanningen van de mens om de ruimte te veroveren. Als je wenst in te zenden op wedstrijdtentoonstellingen, bezoek dan de website van de FIP (www.f-i-p.ch) en dan de pagina van de commissie voor astrofilatelie. Voor meer informatie wend je tot de FIP- sectie voor astrofilatelie, e-mail: jose@grandela.com.</p> <a><img src ="website MFC/astro.jpg" width="448" height = "302" border = "1"> </a> <p><i>Astrofilatelistisch poststuk, afgestempeld met achthoekig stempel van het ISS en met twee datumstempels, resp. 1 en 9 november 2002, ter herinnering aan de missie OdISSea van 30 oktober tot 10 november 2002. Handtekeningen van de bemanning: de commandant Sergeï Zaljotin, de 2e ingenieur Joeri Lontsjakov en van boordingenieur Frank De Winne, die verantwoordelijk was voor het koppelen van de Sojoez TMA-1 en het loskoppelen van de Sojoez TM-34.</i></p> <p><a href = "#IH"><img src ="website MFC/pijl.gif" width="20" height = "20" border = "0"></a> om terug te keren naar de inhoudsopgave van de wedstrijdklassen</p> <p><b><h3><a name = "TH"> VI. Wat is THEMATISCHE FILATELIE?</p></b></h3></a> <p> Thematische filatelie is het verzamelen van postzegels en andere filatelistische stukken die een thema illustreren: vogels, voetbal, geschiedenis, kunst, levenswijze, bomen enz. Het woord  thema heeft een dynamische betekenis, wat meebrengt dat de verzamelaar die persoonlijk tot in de details uitwerkt en er een volledig verhaal rond ontwikkelt. Vroeger bestonden postzegelcollecties uit zegels van een land of van een groep landen. De zegels werden gewoonlijk getoond volgens hun uitgiftedatum. Nu niet meer! Een thematische verzameling bestaat uit de ruimst mogelijke verscheidenheid aan filatelistisch materiaal uit het ruimst mogelijke aantal postadministraties, zonder enige beperking in tijd. Ieder stuk dat geselecteerd wordt, moet van belang zijn voor het thema en op de beste manier geschikt zijn om een verhaal te vertellen.</p> <p> Het overzicht van het verhaal wordt voorgesteld als een plan dat de stappen toont in de uitwerking van het thema. Het plan is gelijk aan de inhoudsopgave van een boek en wordt normaal onderverdeeld in hoofdstukken en kapittels die het logische verloop van het verhaal via een duidelijke en consequente lijn duidelijk maken. Een thematische collectie is fascinerend omdat ze een voortdurende verbetering mogelijk maakt. Hoe meer je met het onderwerp vertrouwd raakt, hoe meer je nieuwe details ontdekt die je verhaal ondersteunen en je toepasselijk filatelistisch materiaal verwerft. Hoe meer je het filatelistisch materiaal kent door filatelistische literatuur uit te pluizen, door te bladeren in veilingcatalogussen en handelaren te bezoeken, door andere collecties die op tentoonstellingen te bezichtigen zijn, te bestuderen, hoe meer je je uitwerking kunt verbeteren door nieuwe stukken op te nemen.</p> <p><b> Wat is geen thematische filatelie?</p></b> <p> Verzamelingen die geen thema uitwerken, maar enkel filatelistische stukken bijeenbrengen met een gemeenschappelijk onderwerp, zijn ver verwijderd van de kern van de thematische filatelie, doordat ze geen  verhaal bieden, geen persoonlijke uitwerking van het thema. Het rangschikken van stukken die het gekozen onderwerp afbeelden, per land van uitgifte of per jaar, evenals het kiezen van stukken die werden uitgegeven door landen van een bepaald geografisch gebied of binnen een zeker tijdsbestek, kunnen voorbereidende wijzen van benadering tot de thematische filatelie zijn. Ze bezorgen je echter niet het volle genot van het thematisch verzamelen.</p> <p><b> Wat kan ik verzamelen?</p></b> <p> Een thematische verzameling is gebouwd rond een leidmotief dat door de verzamelaar vrij wordt gekozen. Normaal houdt deze keuze verband met een persoonlijke of professionele belangstelling: geneeskunde of astronomie, tuinieren of vissen, schaken of autoraces, computer of muziek & er is geen beperking aan de keuze van het thema! Door een vertrouwd thema te kiezen heb je veel informatie ter beschikking en zal het gemakkelijk zijn om het eerste plan van je verzameling op te stellen.</p> <p> De catalogus van een recente wereldtentoonstelling brengt een indrukwekkend overzicht van de enorme mogelijkheden die voor een thematische collectie beschikbaar zijn. Enkele titels, willekeurig uitgekozen:  De wereld van de vlinders ,  Zeilschepen ,  Van abacus tot laptop ,  Tennis ,  Bijenteelt ,  Het weerverhaal ,  Spoorwegen ,  Optica ,  Franse schilderkunst in de 19de eeuw ,  De Volkenbond ,  Motorvoertuigen ,  Fotografie ,  De U.P.U. ,  De Weimarrepubliek ,  Vuur ,  Christelijke roepingen ,  Carnaval ,  Bruggen ,  De geschiedenis van de drukkunst ,  Wijn ,  Rozen ,  Radiomanie ,  De geschiedenis van de tabak ,  Venerische aandoeningen , De Donau ,  Water ,  Muziek doorheen de tijden ,  Mozart ,  Europese integratie ,  Strijd tegen infectie ,  Olympische Spelen ,  Kerstmis ,  Nationaliteiten 1914/18 .</p> <p> <a><img src ="website MFC/thema.jpg" width="448" height = "166" border = "1"> </a> <a><img src ="website MFC/thema 2.jpg" width="234" height = "152" border = "1"> </a> <p><i>Enkele voorbeelden uit een thematische verzameling «De Ontwikkeling van de Kastelen in de loop der tijden, van burcht tot pronkstuk»</i></p> <a><img src ="website MFC/thema 3.jpg" width="282" height = "184" border = "1"> </a> <p><i>Prentbriefkaart met het noordelijke bloemperk in het park van het kasteel van Versailles. De afstempeling en het datumstempel bevatten de tekst 'CONGRES DE LA PAIX', verwijzend naar het Vredescongres van Versailles op 28 juni 1919.</i></p> <p>De overvloed aan filatelistisch materiaal stelt de verzamelaars vaak in staat hetzelfde onderwerp op verschillende manieren te interpreteren, waardoor verschillende collecties ontstaan. Je kunt een overzichtelijk geheel van het totale onderwerp brengen of een bepaald gebied ervan analyseren. Op een zelfde tentoonstelling werden bijv.  Vogels ,  Het leven van Australische vogels ,  Het naast elkaar bestaan van homo en avis en  Hoe vogels herkennen getoond. In andere tentoonstellingen zagen we  Arenden ,  Uilen ,  Pinguïns ,  Zwanen ,  Vogels als symbool .</p> <p><b> Wat betekent geschikt filatelistisch materiaal?</p></b> <p> Naast postzegels kan een thematische collectie ook andere stukken gebruiken die in verband staan met de bezorging van post of andere postale verbindingen, die door hun afbeeldingen en/of opschriften bijdragen tot de uitwerking van het thema. Deze stukken worden als geschikt aangezien zolang ze werden uitgegeven, bestemd voor uitgifte of vervaardigd bij de voorbereiding tot uitgifte, gebruikt, of behandeld als geldig voor frankering door staats-, lokale of particuliere postbedriijven, of door andere belaste of gemachtigde instanties. De relevantste zijn:</p> <li> postwaardestukken  briefkaarten, enveloppen en aërogrammen met een zegelafdruk en  vaak  een illustratie,</li> <li> postmerken en afstempelingen  merken die worden aangebracht als een stuk door de post wordt behandeld, soms met een adverterende of herdenkende inhoud,</li> <li> machinale frankeringen - de frankerende vlagstempels die veel firma s en organisaties op hun post gebruiken, vaak met reclame,</li> <li> postzegelboekjes  waarvan de kaftjes of de reclamepanelen binnenin illustratie kunnen vertonen,</li> <li> maximumkaarten  prentbriefkaarten met een zegel op de beeldzijde en een afstempeling die het onderwerp op de kaart met de zegel in verband brengt.</li> Diverse andere stukken, onder meer fiscale zegels van postale aard, kunnen ook bijdragen tot de uitwerking van het thema, terwijl ontwerpen van kunstenaars, proefdrukken en drukproeven het filatelistisch belang van de collectie kunnen verhogen, als ze op een gepaste wijze worden geselecteerd. <p><b> Waar kan ik meer informatie vinden?</p></b> <p>Verschillende bronnen maken het mogelijk de opties en de mogelijkheden van het thematisch verzamelen beter te begrijpen en ideeën en gedetailleerde inlichtingen te verstrekken voor de uitwerking van een collectie. Een aantal nationale bonden hebben een commissie die verantwoordelijk is voor deze klasse, met het doel advies te geven aan thematische verzamelaars. In veel landen hebben thematische verzamelaars een nationale vereniging opgericht, die een gespecialiseerd tijdschrift publiceert; de leden zijn ook georganiseerd in verschillende groepen, die werken rond de populairste thema s en vaak mededelingen en controlelijsten bezorgen over het materiaal dat toepasselijk is op hun thema.</p> <p> Postzegeltentoonstellingen en beurzen zijn belangrijke gebeurtenissen voor wie contacten wil leggen, de inzendingen bekijken, de handelaren bezoeken. De tentoonstellingen die gehouden worden met de steun van thematische organisaties, bieden een goede gelegenheid om andere thematische verzamelaars te ontmoeten en om ideeën en materiaal uit te wisselen. Het internet is een krachtbron van informatie waardoor we filatelistische verenigingen en handelaren kunnen leren kennen en contacten met hen leggen. De site van de FIP, http://www.f-i-p.ch/ is een nuttig vertrekpunt met veel links naar andere belangrijke filatelistische sites. Bovendien zijn er zoekmachines ter beschikking waarmee we thematische en filatelistische inlichtingen op het scherm te zien krijgen.</p> <p><a href = "#IH"><img src ="website MFC/pijl.gif" width="20" height = "20" border = "0"></a> om terug te keren naar de inhoudsopgave van de wedstrijdklassen</p> <p><b><h3><a name = "MF"> VII. Wat is MAXIMAFILIE?</p></b></h3></a> <p> Maximafilie, één van de tien erkende filatelistische klassen, is de mooiste en opwindendste manier om postzegels te verzamelen. Alle soorten bezoekers aan FIP-tentoonstellingen vinden deze klasse aantrekkelijk wegens de fraaie illustraties op de briefkaarten en doordat het doel van de maximafilie uitsluitend is maximumkaarten te verzamelen.</p> <p> Een beetje geschiedenis</p> <p>Maximumkaarten zijn ontstaan tegen het einde van de 19de eeuw, met de verschijning van de eerste prentbriefkaarten en de postzegels. Doordat de achterzijde van de briefkaart in die tijd gereserveerd was enkel voor de naam en het adres van de ontvanger, bevond de postzegel zich op de voorzijde, waar de afbeelding was. Met de uitgifte van de eerste herdenkingszegels, symbolen, letters, landschappen, ontstonden de eerste T.C.V.<i> (Timbres Côté Vue)</i>, die de voorlopers zijn van de maximumkaarten. De eerste stappen van de maximafilie waren het resultaat van spontane creaties, toevallig gemaakt, enkel onderworpen aan de verbeelding en smaak van hun ontwerpers. Hieronder een voorbeeld van een geïllustreerde briefkaart met postzegel op de beeldzijde <i>(T.C.V.)</i></p> <a><img src ="website MFC/maximumkaart.jpg" width="364" height = "244" border = "1"> </a> <p><i> Voorloper van maximumkaart met afbeelding van de piramiden van Gizeh in Egypte, met een rode zegel van 4 millièmes (emissie van 1914 tijdens het sultanaat van Hoessein Kamil) waarop diezelfde piramiden worden afgebeeld. De zegel is afgestempeld op 27 februari 1914 (?) met stempel waarin het woord PYRAMIDS in het Arabisch en het Engels wordt vermeld</i></p> <p>Later, na 1920, toen de filatelistische productie verrijkt werd met de eerste gelegenheidsuitgiften, begon de maximafilie meer belangstelling te krijgen van een klein aantal verzamelaars, die de echte pioniers waren van de maximafilie.</p> <p>Tot de Tweede Wereldoorlog bestond de maximafilie bijna op een zuiver semi-officiële grond en zonder enige structuur. Daarom zijn de maximumkaarten van die tijd zeldzaam en duur. <p>De eerste vereniging voor maximafilie ontstond in 1945 met Franse verzamelaars, weldra gevolgd door nieuwe verenigingen in vele landen van Europa en over de hele wereld.</p> <p><b>Wat is een maximumkaart?</p></b> Een maximumkaart bevat drie elementen: 1. de zegel 2. de prentbriefkaart 3. het postmerk. <p>De drie elementen werden op een goede manier bijeengebracht, volgens de precieze regels van de FIP. De drie bovenvermelde elementen samen staan in nauw verband en vormen een maximumkaart.</p> <p><b>Wat met de postzegel?</p></b> <li> De postzegel moet in perfecte staat zijn en postaal geldig voor frankering. Hij moet worden aangebracht op de beeldzijde van de prentbriefkaart.</li> <li> Slechts één zegel mag op de beeldzijde worden geplakt.</li> <li> Een uitzondering wordt gemaakt voor maximumkaarten met meerdere zegels, afgestempeld voor 1940, op voorwaarde dat één ervan overeenstemt met de afbeelding van de briefkaart.</li> <li> Maximumkaarten gemaakt voor 1974 met verschillende zegels van hetzelfde type kunnen worden toegestaan op voorwaarde dat ten minste één ervan overeenstemt met de afbeelding van de briefkaart.</li> <li> In het geval dat een zegel diverse, bijkomende of gedeeltelijke onderwerpen heeft, moet ieder onderwerp afzonderlijk worden behandeld.</li> <li> Het gebruik van geïllustreerde frankeervignetten uit automaten, geplakt op de beeldzijde van de briefkaart, wordt toegestaan.</li> <p><b>Wat met de prentbriefkaart?</p></b> <li> De prentbriefkaart moet zoveel mogelijk voor de uitgifte van de zegels te koop zijn of, indien het speciaal werd gepubliceerd, een bestaand document weergeven.</li> <li> De afmetingen ervan moeten overeenstemmen met de U.P.U.-afspraak (maximum 105 x 148 mm en minimum 90 x 140mm).</li> <li> Ten minste 75% van de oppervlakte moet worden gebruikt voor het beeld en de illustratie dient de best mogelijke overeenkomst te tonen met de zegel of met één ervan als er verschillende onderwerpen zijn.</li> <p><b>Wat met het postmerk en de tijd van de afstempeling?</p></b> <p></p> Het geïllustreerde ontwerp van de afstempeling en de plaats van de afstempeling (naam van het postkantoor) moeten nauw in verband staan met het onderwerp van de zegel en van de prentbriefkaart; de datum moet binnen de geldigheidsduur van de zegel en zo dicht mogelijk bij zijn uitgiftedatum vallen. <p><b> <p>Wat is geschikt materiaal?</p></b> Maximafiliestukken moeten beantwoorden aan het principe van de grootst mogelijke  visuele overeenstemming tussen 1. de postzegel, 2. de prentbriefkaart en 3. het postmerk.</p> <p> Bijzondere aandacht moet besteed worden aan het voorschrift van de drie overeenkomsten: van onderwerp, van plaats en van tijd. <li> De overeenkomst van onderwerp is de belangrijkste voorwaarde die een maximum-kaart kenmerkt, bijv. de optimale overeenkomst tussen het onderwerp van de zegel en de afbeelding van de prentbriefkaart.</li> <li> De overeenkomst van plaats vereist een verband tussen de naam van de plaats of lokaliteit in het postmerk en het onderwerp van de zegel en de kaart.</li> <li> De eerstedagafstempeling kan alleen worden gebruikt als ze overeenkomt met de bovenvermelde voorwaarde.</li> <li> Voor monumenten, landschappen en plaatsen is de enige plaats met de vereiste overeenstemming die waar het monument, het landschap of de plaats is gelegen.</li></p> <p><b> Wat is geen geschikt materiaal?</p></b> <p> Ieder ander materiaal dat niet beantwoordt aan de bovenvermelde regels, wordt beschouwd als ongeschikt materiaal voor dit onderdeel van de filatelie. Bovendien komen volgende stukken niet in aanmerking voor maximumkaarten: collages, knipsels, particuliere foto s en tekeningen, onleesbare postmerken, briefkaarten met een groter of afwijkend formaat & </> <p><b> Wat zijn  varianten  op de maximumkaart?</p></b> <p> Als de zegel waarmee de kaarten gefrankeerd zijn, op verschillende briefkaarten dezelfde is, maar als de kaarten hetzelfde onderwerp hebben en een verschillend postmerk, noemen we dit  varianten van die maximumkaart.</p> <p><b> Wat kan ik verzamelen?</p></b> <p> Vooraleer je begint te verzamelen, moet je uitmaken welk onderwerp je in je collectie wil uitwerken. Daarna verzamel je maximumkaarten die strikt verbonden zijn met het onderwerp dat je hebt gekozen.</p> <p><b> Waar kan ik maximumkaarten vinden?</p></b> <p> De meeste filatelistische handelaren verkopen maximumkaarten. Je moet nochtans alert zijn bij je aankopen en erop letten dat je  filatelistische aandenkens van goede maximumkaarten onderscheidt. Vergeet niet dat je er plezier kunt aan beleven als je alleen zelf de originele maximumkaart creëert.Verdere inlichtingen zijn te verkrijgen bij de FIP-commissie voor maximafilie  e-mail: dn1989@cytanet.com.cy</p> <p><a href = "#IH"><img src ="website MFC/pijl.gif" width="20" height = "20" border = "0"></a> om terug te keren naar de inhoudsopgave van de wedstrijdklassen</p> <p><b><h3><a name = "FF"> VIII. Wat is FISCALE FILATELIE?</p></b></h3></a> <p> Fiscale zegels worden uitgegeven door of in opdracht van een natie, staat, gemeentelijke of gouvernementele instantie. Ze dienen voor één van deze drie doeleinden: tonen dat een belasting werd betaald, dat een heffing voor een overheidsdienst is betaald, of dat de aankoper over een monetair krediet beschikt bij een regeringsinstantie.</p> <li>1. Belastingzegels wijzen op de betaling van, of de vrijstelling van, een belasting, een bijdrage of een andere fiscale belastingvordering;</li> <li>2. Heffingzegels leggen de betaling vast van, of de vrijstelling van, een heffing waarvoor een dienst werd verleend;</li> <li>3. Kredietzegels wijzen op een monetair of fiscaal saldo ten gunste van de inkoper, de opdrachtgever of de agent. Meestal wordt aangenomen dat fiscale zegels in 1624 hun ontstaan kenden met de Nederlandse belastingen op accreditieven. Volgens Carlo Buttafava moesten de gedomesticeerde dieren van de Babyloniërs (schapen, geiten en vee) evenwel al een plaatje dragen dat bewees dat een heffing was betaald. In de Sungdynastie (12de-13de eeuw) werden strookjes papier gebruikt met de aanduiding van een waarde om te tonen dat een belasting was betaald. Er zijn ook sporen van fiscale zegels in het 15de-eeuwse Abessinië. Belastingen en de betaling ervan zijn allicht zo oud als de beschaving zelf.</li> <p><b> Heffingen op financiële transacties</p></b> <a><img src ="website MFC/fiscale 2.jpg" width="200" height = "392" border = "1"> </a> <p><i>Franse fiscale zegel van 1886.</i></p> <p> Het is kenmerkend dat heffingen op documenten worden geïnd op financiële transacties. De aankoop van grond, verbintenissen tot betaling, hetzij onmiddellijk of na een bepaalde tijd (promesses, bankcheques, wissels), overeenkomsten en contracten, de verkoop van aandelen van een firma, zijn allemaal onderworpen geweest aan belastingen. Het bewijs dat deze belastingen werden betaald, werd geleverd door verschillende soorten zegels (bedrukte of gestempelde verzegelingen, zegels met reliëfversiering, gegomde zegels en machinale frankeringen) op het document van de transactie.Het is karakteristiek dat de bescheiden van zulke transacties zijn bewaard in zowel openbare als particuliere archiefstukken. Sommige van deze transacties betreffen enorme geldsommen en volledige documenten met fiscale zegels worden hoog gewaardeerd. Naast de evidente informatie over de belastingtarieven, biedt de studie van deze documenten historische, commerciële en sociale inlichtingen over de periode waarin deze documenten oorspronkelijk werden ten uitvoer gebracht.</p> <p><b>Accijnsheffingen</p></b> <p> Accijnzen richten anderzijds hun aandacht op verbruiksgoederen. Fiscale zegels of zegels voor vrijstelling worden aangebracht op verpakkingen van consumptieartikels, vaak zo, dat de zegel gescheurd of vernietigd is wanneer het pak wordt geopend. De twee courantste voorbeelden die door de meeste regeringen ter wereld aan accijnzen zijn onderworpen, zijn verwerkte tabaksproducten (met of zonder rook) en alcoholische dranken (bier, wijn, sterkedranken of likeur). Doordat deze zegels op verpakkingen werden gebruikt, worden ze vaak vernietigd aangetroffen wegens de behandeling van de verpakking, of beschadigd wegens de wijze waarop ze op de verpakking moesten worden aangebracht. Ze zijn niet op dezelfde manier bewaard gebleven als de heffingen op financiële transacties en de documenten, waardoor accijnszegels nogal moeilijk te vinden zijn en minder goed gecatalogiseerd.</p> <p><b>Heffingzegels</p></b> <p>Heffingzegels tonen het ontvangstbewijs van een betaling voor een overheidsdienst. Consulaire heffingzegels zijn een gangbaar voorbeeld, waarbij de burger aan een overheidsbeambte een geldbedrag betaalt voor een gespecialiseerde dienst (bijv. de afgifte van een visum, de echtverklaring van een handtekening, de vertaling van een document enz.) We zouden hierbij kunnen opmerken dat postzegels op precies deze manier werken: een heffing wordt betaald voor een dienst, met name voor de bezorging van een brief of pakje aan de ontvanger.</p> <p><b>Krediet(garantie)zegels</p></b> <p> Kredietzegels worden uitgegeven om ermee te tonen dat een individu kapitaal belegd heeft bij de staat, vaak met een gedeeltelijke betaling voor een staatsobligatie of  schuldbewijs. In vele landen werden spaarprogramma s opgestart in de post, waarbij rekeninghouders zegels konden kopen. Als er voldoende zegels waren aangekocht, konden ze worden ingeruild voor staatsobligaties die rente opbrachten.</p> <a><img src ="website MFC/fiscale.jpg" width="297" height = "105" border = "1"> </a> <p><i>Zwitserse kantonnale fiscale zegels met de tekst CONTROLE DES VERSEMENTS / CAISSE D'EPARGNE VAUDOIS, met inkt of met een stempel onbruikbaar gemaakt in de loop van het jaar 1899. Het betreft hier een soort zegels die bij stortingen in de spaarboekjes van de spaarkas van het kanton Vaud werden aangebracht.</i></p> <p><b>Gebruik</p></b> <p>Een van de gevorderde genoegens en uitdagingen van het verzamelen van fiscale zegels is voorbeelden te vinden van de verschillende soorten op originele documenten en verpakkingen. Het is essentieel dat bij het traditionele tentoonstellen voorbeelden worden opgenomen. Voorbeelden van verpakkingen vind je op lokale vlooienmarkten, maar de gangbare bron voor dit materiaal zijn de internetveilingen, zoals eBay. Hoewel het niet mogelijk is de meeste verpakkingen in tentoonstellingskaders op te nemen, worden op nationale tentoonstellingen de kaders zo aangepast dat de getoonde driedimensionale verpakkingen erin ondergebracht kunnen worden.</p> <p><b>Verdere informatie</p></b> <p> Historisch werden zowel postzegels als fiscale zegels verzameld, zoals blijkt uit de vroegere albums en catalogussen. In het begin van de 20ste eeuw drong het toenemende aantal verzamelaars van zowel postzegels als fiscale zegels de fiscale zegels uit de albums en de catalogussen, met één opvallende uitzondering, de VSA. Andere factoren die ertoe bijdroegen dat fiscale zegels uitvielen ten gunste van postzegels, waren o.a. dat de fiscale zegels zich vaak op documenten bevonden die lange tijd bewaard moesten blijven, wat niet het geval was voor brieven, zodat de postzegels dadelijk voor de verzamelaars beschikbaar waren. Ten slotte waren de nominale waarden van de fiscale zegels veel hoger dan die van de postzegels. Honderd jaar geleden was de hoogste waarde van een postzegel in de VSA $5, terwijl de hoogste zegel voor en financiële transactie $ 1000 bedroeg. Postfrisse postzegels verzamelen lag in het bereik van vele verzamelaars, maar ongebruikte fiscale zegels waren onbereikbaar voor de meeste verzamelaars. Informatie over en rangschikking van de fiscale zegels van de hele wereld in een catalogus eindigde in werkelijkheid met de laatste wereldwijde catalogus van A. Forbin, uitgegeven door Yvert & Tellier in 1915. In het laatste kwart van de vorige eeuw begonnen in toenemende mate catalogussen voor fiscale zegels van afzonderlijke landen te verschijnen, dank zij de opleving van de belangstelling voor fiscale zegels. Veel van deze inspanningen om catalogussen uit te geven blijven echter privé en worden geproduceerd in kleine letters, zodat de informatie alleen beperkt toegankelijk blijft voor de meest toegewijde verzamelaars van fiscale filatelie. Het is wel van belang dat Yvert & Tellier sinds 1990, dank zij de inspanningen van de<i> Société Française de Philatélie Fiscale</i>, opnieuw een catalogus uitgeeft van de Franse fiscale zegels.</p> <p><a href = "#IH"><img src ="website MFC/pijl.gif" width="20" height = "20" border = "0"></a> om terug te keren naar de inhoudsopgave van de wedstrijdklassen</p> <p><b><h3><a name = "JF"> IX. Wat is JEUGDFILATELIE?</p></b></h3></a> <p> Postzegelverzamelingen die voorbereid werden voor tentoonstellingen door inzenders beneden de 22 jaar, behoren tot de klasse van de Jeugdfilatelie. Deze klasse behelst alle filatelistische disciplines van de klassen voor volwassenen. Speciale regels en reglementen waaraan het jureren van dit materiaal onderworpen is, werden door de FIP opgesteld.</p> <p> De FIP erkende dat jongeren in staat zijn filatelistische collecties te bestuderen en uit te werken, alleen beperkt door hun schoolse vooruitgang. Daarom is de jeugdfilatelie verdeeld in drie leeftijdsgroepen:  A (-15 jaar),  B (16 tot 18) en  C (19 tot 21) met toenemende nadruk op filatelistische uitwerking.</p> <p> Van jongeren in de leeftijdsgroep  A wordt verwacht dat ze de basiseisen van netheid, helderheid en paginaschikking nakomen, vaardigheden die ze hele filatelistisch leven zullen meedragen.</p> <a><img src ="website MFC/jeugdfil.jpg" width="275" height = "193" border = "1"> </a> <p>Filatelistische capaciteiten variëren van de basisvereisten voor leeftijdsgroep  A tot catalogussen kunnen gebruiken en een duidelijk verband kunnen leggen tussen de titel en het tentoongestelde materiaal. <p> Als de jonge verzamelaar wil doorstoten naar groep  B , verwacht de jury uitleg bij de tarieven, het ingezonden materiaal gelijkmatig geschikt volgens het plan en een duidelijke kennis van filatelistische termen en literatuur.</p> <p> Leeftijdsgroep  C wordt beschouwd als een overgangsfase naar de klassen van de volwassenen. In deze leeftijdsgroep wordt van de jonge inzender verwacht dat hij wat dieper studie- en opzoekingwerk gedaan heeft, wat uitgedrukt wordt door het gebruik van enkele belangrijke stukken, onder beding van financiële beperkingen. Zij die een groot vermeil medaille behalen (de hoogste onderscheiding in jeugdklassen) hebben aangetoond dat ze vergelijkbare normen kunnen handhaven in de klassen voor ouderen.</p> <p><a href = "#IH"><img src ="website MFC/pijl.gif" width="20" height = "20" border = "0"></a> om terug te keren naar de inhoudsopgave van de wedstijdklassen</p> <p><b><h3><a name = "FL"> X. Wat is FILATELISTISCHE LITERATUUR?</p></b></h3></a> <p> Bijna alle verzamelaars bewaren hun zegels in albums of op albumbladen. Als de verzamelaar op deze bladen de uitgiftedatum schrijft, of de reden waarom de zegels werden uitgegeven, of enig ander detail, dan wordt de pagina de eenvoudigste vorm van filatelistische literatuur.</p> <p> Filatelistische literatuur is eigenlijk de opgeslagen vorm van filatelistische kennis die kan worden opgehaald door andere verzamelaars die interesse hebben voor informatie over hetzelfde onderwerp. De woorden  opgeslagen vorm zijn met opzet gekozen, want met de opkomst van de elektronische media, kan literatuur zich voordoen als manuscript, getypte of gedrukte tekst, magnetische drager zoals videoband, elektronische drager zoals op pc, of html-tekst binnen een net of internetsite. De media die binnen de filatelistische literatuur worden gebruikt om filatelistische kennis op te slaan, zijn enkel maar belangrijk tenzij voor hun bruikbaarheid bij het opslaan en het terughalen.</p> <p> Literatuur is bijna zo oud als postzegels verzamelen. James Mackay verklaart in <i> Stamps  Facts and Feats </i> dat de eerste postzegelverzamelaar dr. J.E. Gray was, die op 1 mei 1840 een blokje Penny Blacks kocht, 5 dagen voor ze gebruikt konden worden voor de vooruitbetaling van port. Prijslijsten van zegels, de eerste vorm van literatuur, werden al gepubliceerd in de jaren 1850, en de eerste postzegelcatalogus werd in 1861 voltooid door Alfred Potiquet. Tegen die tijd zien we al het belangrijke verband tussen filatelie en literatuur.We bekijken dit vanuit de juiste invalshoek: in 1869 werd de <i>Royal Philatelic Society London</i>, de oudste nog bestaande filatelistische vereniging, opgericht, en die legde in 1887 een bibliotheek aan die tegenwoordig ondergebracht is over meer dan 2000 strekkende meter, een fenomenale bron van informatie.</p> <p><b> Welke verschillende vormen kan literatuur aannemen?</p></b> <p> Het vlugge antwoord is: veel vormen! Literatuur kan echter in een aantal categorieën worden verdeeld die allemaal ingezonden kunnen worden voor een internationale wedstrijd van de FIP. De minst complexe literaire vorm is de populaire kroniek voor de dagelijkse krant. Deze kronieken zijn heel belangrijk want zij zijn een middel om de filatelistische hobby tot bij een niet-verzamelend publiek te brengen. Na deze vorm komen we bij de meer wetenschappelijke teksten in artikels die gepubliceerd worden in algemene magazines, filatelistische tijdschriften of gespecialiseerde verenigingsbladen. Gelet op het feit dat het eerste filatelistische tijdschrift <i>( Monthly Intelligence ) </i>verscheen in 1862, moet het aantal en de omvang van artikels enorm groot zijn. In filatelistische bibliotheken zijn er bibliografieën en catalogussen die helpen bij het vinden van artikels die voor bepaalde verzamelaars interessant zijn, maar zij roeren slechts een hoog kennisniveau aan. Catalogussen vormen ook een gebied in de literatuur  postzegelcatalogussen die ontstonden uit eenvoudige prijslijsten en nu heel gespecialiseerd kunnen zijn, en veilingcatalogussen, die filatelistisch materiaal opsommen dat beschikbaar is bij openbare verkoping. De eerste postzegelveiling werd in 1865 gehouden in Parijs en betrof de voorraad van een overleden handelaar. Catalogussen zijn nogal vlug verouderd doordat hoe langer hoe meer zegels worden uitgegeven of verkocht, maar zelfs dan nog blijven ze een belangrijke bron van informatie over wat op een gegeven ogenblik beschikbaar was op de postzegelmarkt. Het hoogtepunt van de literatuur is het handboek. Hierin vinden we diepgaande kennis over een zegel, een land, een thema enz. Het kan handelen over traditionele filatelie, postgeschiedenis, fiscale filatelie of om het even welke filatelistische klasse. Handboeken worden over het algemeen in beperkte oplage gedrukt, vanwege het feit dat ze vaak gespecialiseerd zijn en dus slechts een beperkt aantal verzamelaars aanspreken. Bijgevolg zijn er veel zeldzame stukken geworden met een belangrijke intrinsieke waarde. Er zijn een aantal handelaren die alleen oude, of onlangs uitgegeven filatelistische handboeken verkopen. Het is verbazend dat ondanks het grote aantal boeken dat wordt uitgegeven, er nog landen zijn die weliswaar zegels uitgeven, maar sinds meer dan 50 jaar geen uitgebreid handboek lieten publiceren. Queensland, Ceylon en de Leeward Islands zijn hiervan prima voorbeelden.</p> <a><img src ="website MFC/catalogus.jpg" width="242" height = "336" border = "1"> </a> <p> We keren even terug naar andere vormen van literatuur dan het gedrukte woord en zien dat video s en cd-roms nieuwe aspecten van de filatelistische opzoekingen en kennis hebben op gang gebracht. De grootste vernieuwing is echter het internet, of het wereldwijde web. Om een maatstaf te geven van de omvang van deze hulpbron: Joe Luft neemt op zijn website 4000 filatelistische sites op. Het internet verschaft een aantal kenmerken die niet gemakkelijk door het gedrukte woord geboden kunnen worden. Een belangrijk kenmerk is het gebruik van illustraties. Er zijn veel sites die een beeld brengen van collecties, albumpagina s, en heel veel zegels. Het bibliografische aspect van websites heeft zelfs nog ruimere gevolgen voor opzoekingen. Zo is, bijv., de enorme bibliotheek van de <i>American Philatelic Society</i> toegankelijk via het internet, en verstrekt zo een opzoekingsmiddel dat voor niets moet onderdoen. Er zijn een aantal andere sites als deze. Het belang van het internet wordt door de FIP erkend door de jaarlijkse website-competitie.</p> <p> Om af te sluiten citeren we uit het Reglement en de Richtlijnen. Filatelistische literatuur omvat alle mededelingen die ter beschikking staan van verzamelaars en verband houden met postzegels, postgeschiedenis, en het verzamelen ervan, en met enig gespecialiseerd gebied dat ermee gerelateerd is. In veel gevallen vertegenwoordigt het een heel leven van opzoekingen en inspanningen, die de filatelie nog jaren zullen dienen.</p> <p><a href = "#IH"><img src ="website MFC/pijl.gif" width="20" height = "20" border = "0"></a> om terug te keren naar de inhoudsopgave van de wedstrijdklassen</p> <h3><a name ="OK"><p><b>I. Wat is de OPEN KLASSE?</b></p><a name = "OK"></a></h3> <p>Inzendingen in de Open Klasse combineren filatelistische elementen met niet-filatelistische items om een coherent verhaal met ordelijke samenhang te brengen. Ze moeten aanzetten tot experimenteren en tot creativiteit.</p> <p>In sommige landen, o.m. in de VSA, omvat de Open Klasse ook de <b>sociale filatelie</b>, dat is "een studie van de ontwikkeling van maatschappelijke systemen en van sociale producten die afgeleid kunnen worden uit de activiteit van postbedrijven" of m.a.w. de inzendingen in 'sociale filatelie' behandelen de wisselwerking tussen handel en maatschappij enerzijds en het postbedrijf anderzijds. In andere landen vormt de sociale filatelie een discipline die met eigen en duidelijk meer beperktere criteria wordt beoordeeld. In Australië en Nieuw-Zeeland wordt 'sociale filatelie' bij 'postgeschiedenis' ondergebracht. Doordat het niet altijd mogelijk is die wisselwerking aan te tonen met alleen poststukken die posthistorisch aanvaardbaar waren, werd ook niet-filatelistisch materiaal geduld, op voorwaarde dat het in verband gebracht kon worden met filatelistisch materiaal en dat het de filatelistische stukken niet overstelpt.</p> <p>Sociale filatelie is een tentoonstellingsgebied dat in Australië werd ingevoerd en internationaal al tot op zekere hoogte wordt aanvaard. De posthistorische commissie van de FIP trachtte een compromis te vinden en introduceerde vanaf 1 januari 2009 naast de gevestigde postgeschiedenis (studie van tarieven en routes) en de marcofilie (postmerken) een nieuwe onderklasse: "historische, sociale en speciale studies". Het is een nieuw concept in het verzamelen. Het doel is een historische studie voor te stellen en het belang of de invloed van het postwezen binnen de maatschappij te illustreren. Inzenders die op internationaal niveau wensen deel te nemen, dienen er wel rekening mee te houden dat sommige landen - en dus ook juryleden - strenge normen hanteren en de discipline als een beperkte klasse beschouwen. Er moet dus een intrinsiek verband zijn tussen de inzending met filatelistisch en niet-filatelistisch materiaal enerzijds en de werking of de doelstelling van een postaal systeem, of met de parafernalia van postzegels en filatelie die in de inzending voorkomen anderzijds. </p> <p>Een sociaal-filatelistische collectie, waarvan de inzending deel uitmaakt, werkt een sociaal thema uit met filatelistisch en niet-filatelistisch, maar toch verwant materiaal. Een inzending in de klasse Sociale Filatelie bestaat uit materiaal dat vaak ook in andere filatelistische klassen gebruikt kan worden, maar eveneens uit niet-filatelistisch materiaal dat nauw in verband staat met de werking en de producten van een postbedrijf, hetzij als uitrusting van een postkantoor, hetzij als commercieel ontwikkeld materiaal dat wordt gebruikt door de diensten van een postkantoor of dat de postale diensten en producten in het licht zet. Al dat materiaal moet zo worden geschikt dat het een evenwichtig plan illustreert of een bepaald sociaal-filatelistisch aspect uitwerkt. </p> <p>Er zijn twee grote verschillen tussen Sociale Filatelie en andere vormen van filatelistisch verzamelen: </p> <p><ul></ul> <li>U hoeft niet noodzakelijk een doorgewinterde filatelist te zijn.</li> <li>U kunt allerlei verzamelobjecten en niet-filatelistisch materiaal opnemen, zoals landkaarten, plattegronden, reproducties, munten, medailles enz. </li></p> <p>U kunt het verhaal brengen van de ontwikkeling van een stad of streek met zegels, brieven en poststukken. Zo kan ook de historische achtergrond van een belangrijke gebeurtenis, bijv. de Olympische Spelen, de Brabantse Omwenteling, de Franse Revolutie, een burgeroorlog, het beleg van Parijs enz. tot leven worden gebracht. Andere onderwerpen voor een collectie sociale filatelie zijn bepaalde maatschappelijke gebruiken, zoals het versturen van valentijnskaarten, of de ontwikkeling van een bedrijf of nijverheid, zoals de hout-, textiel-, mijn- of bierindustrie.</p> <p>In feite bestaat sociale filatelie al een hele tijd als een manier van verzamelen, vóór ze als zodanig werd erkend. Veel posthistorische verzamelaars bewaarden verzamelobjecten, zoals kaarten, kranten, afdrukken, reproducties, postale documenten enz., maar dachten er misschien niet aan dat die een wezenlijk onderdeel van hun collectie konden uitmaken. Op dezelfde wijze zijn er verzamelaars van prentbriefkaarten, krantenknipsels en foto's die gemakkelijk een willekeurige selectie van hun collectie zouden kunnen omvormen tot een boeiende verzameling die een bepaald aspect van het leven of de geschiedenis van de maatschappij zou illustreren.</p> <p><b>Hoe beginnen we ermee?</b></p> <p><ol type = a> <li> Kies uw onderwerp - als u al postzegels of postgeschiedenis verzamelt, hebt u misschien stukken die zowat bijartikelen vormen bij uw hoofdcollectie, maar die er toch in opgenomen zouden kunnen worden. Anderzijds hebt u allicht belangstelling voor items die op zichzelf een thema kunnen vormen. Kies in ieder geval een onderwerp waarvan voldoende materiaal beschikbaar is, zodat u niet gefrustreerd raakt.</li> <li>Zoek filatelistisch en niet-filatelistisch materiaal dat in verband staat met uw onderwerp. Denk erom: hoe groter de variëteit in de stukken, hoe groter het genoegen voor u - en ook voor anderen - in uw verzameling.</li> <li>Schik het materiaal zo dat het verhaal vloeiend wordt - dat kan chronologisch zijn, maar dat kan ook door bepaalde items te groeperen.</li> <li>Breng uw materiaal op albumbladen aan, met postzegelplakkertjes of met fotohoekjes voor zwaardere enveloppen en kaarten.</li></p></ol> <a><img src ="website MFC/social phil.jpg" width="570" height = "324" border = "1"> </a> <p><i>Toen in de 19e eeuw in de Britse kolonies de postzegels in gebruik werden genomen, bijv. in 1849 op de Bermuda's, betekende dat voor die eilanden een belangrijke maatschappelijke ontplooiing. </i></p> <p><b> Wat kan ik verzamelen?</b><p> Het antwoord is simpel: bijna alles! Er zijn uiteraard praktische overwegingen die u dient in acht te nemen, als u uw inzending tentoonstelt, maar wat het gebied en het terrein betreffen, is uw verbeelding de enige beperking! </p> <p><ul type = "square"> <li> postzegels of andere zegels, postfris of afgestempeld</li> <li>ansichten (prentbriefkaarten en geïllustreerde briefkaarten)</li> <li>alle soorten van postwaardestukken</li> <li>brieven (en/of hun enveloppen)</li> <li>kaarten en foto's</li> <li>prenten of gravures</li> <li>gedrukte formulieren en reclamefoldertjes</li> <li>munten en medailles</li> <li>aktes, contracten, rekeningen enz.</li> <li>stoffen, (bijv. kant of galons)</li> <li>sieraden en juwelen</li> <li>waaiers</li> <li>tickets, toegangsbewijzen, aandenkens, souvenirs enz.</li> <li>zegeldoosjes, brievenbussen</li> <li>pennen, potloden, lakzegels, sluitouwels enz.</li></ul></p> <a><img src ="website MFC/valentine.jpg" width="387 height = "203" border = "1"> </a> <p><i>valentijnskaart, bron - www.historychannel.com</i></p> <p><b>Voorbeelden van Sociale Filatelie kunnen dus onder meer omvatten </b>:</p> <p><ol type = 1> <li>telegraafdiensten </li> <li>wenskaarten, inclusief valentijnskaarten </li> <li>geïllustreerde enveloppen (inclusief patriottische briefomslagen) </li> <li>postwaardestukken gebruikt door de diensten van de post of andere officiële diensten (zonder opgedrukte waarde) </li> <li>geschiedenis van de filatelie behalve poststukken en literatuur, inclusief albums, plakkertjes, tandingmeters en andere filatelistische benodigdheden </li> <li>officieel uitgegeven documenten en stukken die afbeeldingen van postzegels brengen</li> <li>door de post uitgegeven kaarten in verband met postzegels en hun gebruik</li> <li>studies van bepaalde lokaliteiten gebaseerd op postale en sociale geschiedenis met gebruik van materiaal van sociale filatelie</li> <li>aspecten van de invloed van het postbedrijf op handel en industrie</li> <li>voorwerpen die in verband gebracht kunnen worden met postzegels en hun gebruik (brievenwegers, zegeldoosjes, modellen van kantoorgerei voor postkantoren)</li> <li>uitrusting van een postkantoor ( postzakken, uniformen, werktuigen enz.)</li></p> <a><img src ="website MFC/phq.jpg" width="123 height = "164" border = "1"> </a> <p><i>In sommige (meestal Angelsaksische) landen worden bij nieuwe uitgiften van gelegenheidszegels door de filatelistische dienst ook kaarten uitgegeven waarop de zegel in een groter formaat wordt afgebeeld.</i></p> <p>Het plan of het concept van de inzending moet duidelijk worden verklaard in een inleiding op de eerste pagina. </p> <p> Een sociaal-filatelistische inzending kan een breed gamma materiaal bevatten dat verbonden is met het postwezen. Een bepaalde hoeveelheid van het opgenomen materiaal heeft wellicht geen directe band met het postsysteem, maar kan toch integraal deel uitmaken van een maatschappelijk systeem (bijv. medailles die op een handelsbeurs werden toegekend aan de deelnemers. De medailles werden misschien met de post verstuurd, maar het verband ligt meer bij de sociale achtergrond.) </p> <p>Inzendingen in de Open Klasse worden geëvalueerd op basis van volgende criteria, zodat een objectieve evaluatie bereikt kan worden:</p> <p><ol type ="a"> <li>titel, vindingrijkheid en creativiteit - 20 punten</li> <p><u>Creativiteit</u>: creativiteit kan op diverse manieren worden getoond - de wijze waarop het verhaal wordt voorgesteld of uitgewerkt, de manier waarop het niet-filatelistische materiaal wordt voorgesteld en aangebracht, de wijze waarop de ondersteunende tekst is geschreven enz.</p> <li>behandeling - 40 punten, waarvan 20 p. voor plan en uitwerking en 20 p. voor onderzoekingen en kennis van het onderwerp.</li> <p><u>Uitwerking van het verhaal</u>: het verhaal dient goed te worden ontwikkeld, steekhoudend te zijn en logisch over te vloeien van het begin via het midden naar het besluit. Het verhaal hoeft niet filatelistisch van aard te zijn, maar de filatelie mag in het verhaal niet dreigen verloren te gaan. Een creatieve benadering van de intrige kan niet leiden tot een verlies van punten, op voorwaarde dat het doel van zo'n benadering de verstaanbaarheid bij de behandeling en uitwerking niet in de weg staat. (Voorbeelden: <i>'flashback'</i>, vraag-en-antwoordspel, eerstepersoonsverhaal of andere minder gewone verhaalvormen.</p> <p><u>Kennis en persoonlijke studie</u>: een inzending in de open klasse kan diverse kennisgebieden aantonen - kennis van het onderwerp dat wordt geïllustreerd, filatelistische kennis, kennis van het niet-filatelistische materiaal en van de verzamelobjecten. De tekst moet juist en informatief zijn en de boodschap in een duidelijke en beknopte vorm overbrengen. Originele onderzoekingen kunnen extra punten opleveren, indien de aanvullende research tot nieuwe conclusies komt aangaande het onderwerp of het materiaal.</p> <li>materiaal - 25 punten, waarvan 15 p. voor staat en zeldzaamheid en 10 p. voor intelligente aanwending en verscheidenheid van het niet-filatelistisch materiaal</li> <p><u>Samenstelling van het tentoongestelde materiaal</u>: de filatelistische elementen moeten de belangrijkste uitdrukkingsvorm zijn waarmee het verhaal wordt verteld, hoewel de inzendingen niet-filatelistisch materiaal mogen bevatten, als daardoor het gebrachte verhaal verhoogd of versterkt wordt. Dergelijk materiaal moet binnen het verhaal verantwoord kunnen worden en niet zomaar toegevoegd zijn omdat de inzender het in zijn bezit heeft. (Voorbeeld: een inzending over de ervaringen van een soldaat in een bepaalde veldslag kan niet alleen filatelistische stukken, zoals militaire post, censuurpost, krijgsgevangenenpost e.d. bevattten, maar ook foto's, medailles en decoraties die hij kreeg, zijn kentekenen van rang, het bewijs van eervol ontslag, krantenknipsels uit die tijd en andere pertinente verzamelobjecten die de structuur van het verhaal kunnen verbeteren.</p> <p><u>Filatelistisch materiaal</u>: kan om het even welk materiaal van andere disciplines bevatten. Moeilijk te vinden stukken worden uiteraard op prijs gesteld. De ideale inzending verbindt filatelistisch en niet-filatelistisch materiaal praktisch naadloos om het verhaal te vertellen en aan te vullen.</p> <li>presentatie - 15 punten</li> </ol></p> <p>Voor de inzendingen in de Open Klasse op een tentoonstelling met wedstrijdverband heeft de FIP (voorlopig) een bijzonder reglement opgesteld. Een inzending in de Open Klasse werkt een onderwerp uit in overeenstemming met de keuze van de verzamelaar, die de totale vrijheid krijgt om zijn inzending op te bouwen, zij het met volgende beperkingen:<p> - de inzending moet bij benadering 50% filatelistisch materiaal bevatten - de algemene regel is dat het filatelistische materiaal niet ondergeschikt mag zijn aan het niet-filatelistische, </p> <p> - het niet-filatelistische materiaal mag niet dikker zijn dan 5 mm, zodat het in een standaardtentoonstellingskader past. </p> <p><a href = "#IH"><img src ="website MFC/pijl.gif" width="20" height = "20" border = "0"></a> om terug te keren naar de inhoudsopgave van de wedstrijdklassen</p> <h3><a name ="1K"><p><b>I. Wat is een EENKADERINZENDING?</b></p><a name = "1K"></a></h3> <p>Inzendingen in wedstrijdverband.</p> <p>De eenkaderinzendingen bevatten materiaal dat toepasbaar is in elke door de FIP toegestane klasse en elke andere klasse goedgekeurd door de FEPA, uitgezonderd de klasse voor de jeugd. Een inzending kan dus proefdrukken, gelopen brieven, postwaardestukken, postzegels en andere postale stukken bevatten die zo geschikt zijn dat ze een evenwichtig plan als een geheel illustreren en dat ze om het even welk aspect van de gekozen discipline helpen uitwerken.</p> <p>We onderscheiden twee categorieën</p> <p><ol type="a"> <li>Beginnende inzendingen, hetzij van een aspirant, hetzij van een inzender die voor het eerst met een eenkaderinzending deelneemt.</li> <li>Onderwerpen die duidelijk niet te behandelen zijn en moeilijk uit te breiden buiten het bestek van één kader zonder een overbodig kopiëren van filatelistische stukken, maar die binnen één kader toch een volledig verhaal kunnen vertellen over een uitgifte, een land, een periode, een bewind, een geografische plaats, een thema of een kenmerkend onderscheid. </li></ol></p> <p>Het plan of het concept van de inzending moet duidelijk worden verklaard in een inleiding op de eerste pagina. </p> De éénkaderklassen zijn:</p> <ol type = "A"><li> Traditionele filatelie</li> <li> Thematische filatelie</li> <li> Postgeschiedenis</li> <li> Luchtpost</li> <li> Postwaardestukken</li> <li> Fiscale filatelie</li> <li> Astrofilatelie</li> <li> Maximafilie</li> <li> Jeugdfilatelie</li> </ol> </p> <p><a href = "#IH"><img src ="website MFC/pijl.gif" width="20" height = "20" border = "0"></a> om terug te keren naar de inhoudsopgave van de wedstrijdklassen</p> </tr></td> <a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i></p> <h2 align="center"><a name= "artikels"> artikels</h2><p></a></p> <p><a name= "druk"><h3><p></a></p><b><u>Druktechnieken voor postzegels</p></b></u></h3> <p> Wanneer het drukprocedés voor postzegels betreft, gebruiken verzamelaars en drukkers vaak dezelfde woorden om totaal verschillende dingen te omschrijven of verschillende woorden om dezelfde dingen aan te duiden. Zelfs onder postzegelverzamelaars kunnen dezelfde woorden in verband met druktechnieken voor postzegels soms verschillende betekenissen hebben. Zulk gebrek aan samenhang kan uiteraard leiden tot verwarring, niet alleen bij relatief nieuwe of jonge verzamelaars, maar ook bij doorgewinterde filatelisten. Naarmate de verzamelaar evenwel hechter betrokken raakt bij bij het verzamelen van postzegels, wordt een beetje inzicht in de druktechnieken hoe langer hoe belangrijker. Diverse zegels van over de hele wereld werden immers gedrukt met hetzelfde onderwerp, maar met een andere druktechniek, en vaak heeft dat een belangrijk gevolg gehad voor de marktwaarde van die zegels. Daarom zullen we in dit artkel proberen wat elementaire uitleg te geven over de druktechnieken voor postzegels en over enkele kenmerkende verschillen van de diverse werkwijzen.</p> <p> Voor het drukken van postzegels werden bijna alle traditionele druktechnieken aangewend. De eerste postzegels werden meestal in steendruk (lithografie), boekdruk of gravurediepdruk aangemaakt. Later kwamen daar nog de offsetdruk en de rasterdiepdruk bij. Er zijn dus eerst de vier basisdruktechnieken: diepdruk, hoogdruk, vlakdruk en reliëfdruk <i> (OBP, nr. 2309/11).</i></p> <p><ul><li> diepdruk = plaatdruk waarbij de tekening verdiept is aangebracht op een gladde plaat,</li><li>hoogdruk = lithografie (of steendruk) waarbij het getekende door een bijzondere behandeling van de steen reliëf verkrijgt,</li><li>vlakdruk = techniek waarbij het af te drukken beeld even hoog ligt als het niet-drukkende gedeelte, zoals gewone steendruk, offsetdruk en lichtdruk (fototypie),</li><li>reliëfdruk = druk door middel van opstaande letters of afbeeldingen.</li></ul></p> <p> A. Bij <b><u>diepdruk</u></b>, waartoe ook lijngravure en heliogravure worden gerekend, ligt de inkt in verzonken gedeelten van de drukplaat. De tekeningen van de zegels die met het diepdrukprocedé zijn aangemaakt, zijn over het algemeen zeer scherp en helder. Bij <i>lijngravure</i> worden de verzinkingen in de materie van de metalen matrijs gesneden, lijn per lijn en punt per punt. Bij <i>heliogravure </i> (ook fotogravure genoemd) wordt een fotografisch procedé gebruikt om de inspringende tekening op de matrijs te etsen (te graveren). </p> <p><table width = "90%" height = "60" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td> <a><img src ="website MFC/pennyblack.jpg" width="122" height = "140" </a></td><td><font size = "3"><p> In de begindagen van de postzegelontwerpen waren de diepdrukzegels uitgevoerd met lijngravure. We spreken in dat geval dan ook vaak van <i><u>gravurediepdruk.</u></i> De eerste gegomde postzegel ter wereld, de <i> Black Penny </i> van Groot-Brittannië van mei 1840, was uitgevoerd in lijngravure of gravurediepdruk <i> (F. taille-douce, E. intaglio).</i></p> </td></tr></table></p> </td></tr></table></font> <p> A.1. Bij <u>gravurediepdruk</u> wordt inkt op de gegraveerde plaat aangebracht; daarna wordt de plaat schoongeveegd en blijft er alleen inkt in de verzonken uitsnijdingen. Dan wordt papier onder grote druk tegen de plaat gedrukt, waarbij het papier in de diepere delen van de plaat dringt en de inkt op het papier wordt overgebracht. Oorspronkelijk gebeurde dit op een handpers met vlakke drukplaat. Zulke handpers werd afgebeeld op een zegel van 3 <i>cent</i> van de VSA, uitgegeven in 1939 ter herdenking van de 300e verjaardag van de drukkunst in het koloniale Amerika <i>(Y&T, nr. 409)</i>. Later kregen we gewelfde drukplaten die om een cilinder van een rotatiepers waren gebogen, zodat het drukken kon gebeuren op een doorlopende papierrol in plaats van op afzonderlijke vellen. Tegenwoordig worden alle druktechnieken in rotatiedruk (druk met cilinders) verwezenlijkt. </p> <p> Het verschil tussen zegels met dezelfde tekening gedrukt op een handpers, en zegels gedrukt op een rotatiepers, kan vaak slechts door nauwkeurige meting worden bepaald. De tekening van de rotatieperszegels kan lichtjes langer zijn dan die van de handpers omwille van de welving van de drukplaten. </p><p> Moderne diepdruk is een procedé in verschillende fases. In de eerste fase wordt de zegel op ware grootte en spiegelbeeldig in een metalen plaat gegraveerd. Bij <i><u> kopergravure</u></i> (de oudste diepdruktechniek) wordt de tekening met een burijn (graveerstift met ruitvormige punt) in een koperen plaat gegraveerd, bij <i><u> staalgravure</u></i> in een stalen plaat. Bij diepdrukzegels vermeldt de catalogus meestal de graveur. </p> <table width = "90%" height = "60" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td> <a><img src ="website MFC/epaulette 2.gif" width="108" height = "126" </a></td><td><font size = "3"><p>Wat de Belgische zegels betreft, zien we dat er aanvankelijk staalgravure wordt toegepast bij het overbrengen van de tekening op de matrijs. Dat geldt voor de types 'epauletten' en 'medaillons', die gegraveerd werden door John Henri Robinson (1796-1871).</p></td></tr></table></font> <p> De plaat wordt dan met een chemisch procedé gehard en het dieper liggende zegelbeeld wordt onder grote druk op een ongeharde cilinder (de molet) overgebracht. Het zegelbeeld wordt hierbij dus in reliëf geperst. Deze cilinder wordt dan eveneens verhard. Van deze geharde molet wordt de reliëftekening daarna opnieuw overgebracht (gerold of gemoletteerd), maar nu op de drukcilinder die met een zachte laag koper is overtrokken. Uiteindelijk wordt de drukcilinder zelf met een chroomlaag eveneens verhard. Het beeld verschijnt op de drukcilinder (of beïnkingscilinder) natuurlijk opnieuw verdiept en in spiegelbeeld. Bij het drukken wordt de plaat met viskeuze drukinkt bedekt en daarna zodanig (met een rakel) afgewist dat er alleen nog in de holtes inkt achterblijft. Vervolgens wordt er een vooraf bevochtigd absorberend vel papier op aangedrukt. Als de inkt opdroogt, zet die zich vast op het papier en vormt er zich een licht reliëf dat overeenstemt met de trekken van de gravure. Door het krimpen of samentrekken van het drogende papier kunnen zich verschillen voordoen in de afmetingen van het zegelbeeld. In de schraaptechniek, ook <i>mezzotinto</i> genoemd, worden met de graveerstift bijkomend kleine verzinkingen op de plaat aangebracht. Dat was de eerste techniek waarmee tussentinten werden weergegeven. </p> <p> Een typisch kenmerk van de lijngravure of gravurediepdruk is dat de inkt boven op de oppervlakte van het papier ligt. Het verhoogde effect van de inkt kan gewoonlijk gezien worden met een goede loep en kan zelfs gevoeld worden als we een vingernagel over de oppervlakte van de zegel laten gaan. In veel gevallen zien we aan de achterzijde van de zegels ook vaak een afdruk van de tekening vanwege de perskracht die bij het drukken werd uitgeoefend. Gewoonlijk zijn de afwijkingen van het papier, vooral de druk op de achterzijde, duidelijker te zien wanneer op droog papier werd gedrukt dan op nat papier.</p> <p> De techniek van gravurediepdruk (lijngravure) wordt verkozen voor zegels waarvan het beeld een bijzonder zorgvuldige afwerking van ieder detail vereist. Wegens zijn kostbaarheid wordt die druk meestal gekozen voor hoge nominale waarden; hij biedt immers de beste bescherming tegen vervalsingen ten nadele van de post.</p> <p> <u>Kenmerken van gravurediepdruk</u></p> <p><ul > <li>de kleurenlaag of inktaanbreng is waar te nemen als reliëftekening, de inktvlakken zijn dus lichtjes verheven,</li> <li>de tekening bestaat uit fijne lijnen en punten,</li> <li>de kleurvlakken zijn verkregen door nauw naast elkaar liggende of kruisende lijnen,</li> <li>het zegelbeeld is duidelijk en rijk aan details,</li> <li>de omtreklijnen zijn scherp, maar niet zo scherp als bij een houtgravure.</li></ul></p> <p> A.2. <u>Heliogravure</u>, uitgevonden door Nièpce (1765-1833), is hetzelfde als lijngravure wat de inktoverdracht betreft, maar de uitsnijdingen in de drukplaat worden op een andere manier aangebracht. Het ontwerp voor het zegelbeeld wordt door een heel fijn rasterscherm gefotografeerd, zodat een patroon van punten wordt verkregen. Vooraleer de negatieftekening met pigmentpapier wordt aangebracht, wordt een hars- of harspoederlaag als puntraster aan de koperplaat vastgesmolten. Door het pigmenpapier (papier met een laag chroomgelatine) heen wordt de plaat in verschillende stappen geëtst, waardoor de diepere uitsnijdingen worden gevormd. Een verdere ontwikkeling van de heliogravure is de huidige, meer gebruikelijke rasterdiepdruk<i> (F. en E. rotogravure).</i> </p> <p> Bij <i><u>rasterdiepdruk</i></u> worden het raster en de tekening in twee werkfases op het pigmentpapier overgebracht. Dit wordt dan op de drukcilinder ontwikkeld. Bij het etsen dat hierop volgt, ontstaan dan de verzinkingen. Rasterdiepdruk wordt ook etsdiepdruk of rakeldruk genoemd. In tegenstelling tot de gravurediepdruk wort de tekening op fotografische wijze op een koperen plaat overgebracht. In plaats van de bedreven handen van een graveur etst een chemisch of elektrisch procedé de tekening in de drukplaat.</p> <p> De eigenlijke druktechniek is bij foto- of heliogravure en rasterdiepdruk dezelfde: de diepere holtes worden met dunvloeibare inkt opgevuld en de overtollige inkt wordt met een rakel afgeveegd. De kleurinkt wordt door het papier opgenomen en droogt in tegenstelling tot de lijngravure (of gravurediepdruk) onmiddellijk op. Doordat het papier niet zo vochtig is als bij gravurediepdruk, zijn er nauwelijks verschillen in de afmetingen van het zegelbeeld merkbaar.</p> <p> <u>Kenmerken van rasterdiepdruk</u></p> <p><ul><li>zaagtandeffect bij lijnen, beeldlijsten en letters,</li><li>de rasterpunten zijn overal even groot, met kleurverzwakking in het midden,</li><li>het zegelbeeld wordt bij uitvergroting onscherp,</li><li>hoge kleurintensiteit mogelijk, grote schaal van kleurschakeringen,</li><li>parelachtige expressie op veel plaatsen.</li></ul></p> <p> De drukkerij Bruckmann in München zou in 1914 de eerste postzegels in rasterdiepdruk vervaardigen voor het koninkrijk Beieren. In ons land verschijnt rasterdiepdruk in 1928 met de 'Eerste Orval' <i>(OBP, nr. 258/66)</i>. België heeft in 1982 wel een wereldprimeur met het zo geheten 'gebeitelde raster' van de firma De Schutter. Dit raster vertoont geen diagonale lijnen die haaks op elkaar staan, maar wel lijnen met een hoek van ca. 30°. Zegels in 2 tot 4 kleuren rasterdiepdruk hebben de hoeken afwisselend: 2 kleuren onder 30° [liggend] en 2 kleuren onder 60° [staand]. Zie voor het eerst de wetenschappelijke uitgifte <i>(OBP, nr. 2036/38)</i> van 1982. </p> <p> De punten kunnen bij vergroting over de hele tekening gezien worden. Door het gebruik van een raster bestaat het patroon uit punten van dezelfde grootte maar met verschillende intensiteiten, afhankelijk van de uitsnijdingen van de drukplaat.</p> <table width = "90%" height = "60" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td> <a><img src ="website MFC/eliz.jpg" width="130" height = "146" </a></td><td><font size = "3"><p> In 1952 verscheen in het Verenigd Koninkrijk een karmijnrode frankeerzegel van 2 </font><font size = "2,5">1/2></font><font size = "3"><i> d</i> met het portret van de jonge koningin Elizabeth II, een ontwerp van Enid Marx naar een portret van Wilding, uitgevoerd in rasterdiepdruk of fotogravure. Bij vergroting zijn de onderscheidende kenmerken van de heliogravure heel evident. In de lichtere gedeeltes van de achtergrond zien we duidelijk de punten. De onbeïnkte letters "E" en "R" in de bovenhoeken zijn niet bedrukt en vertonen dus geen puntenpatroon, terwijl dat patrooon heel duidelijk is rond de buitenrand van de letters.</p> </td></tr></table></font> <p> Doordat zegels in rasterdiepdruk (of heliogravure) niet onderhevig zijn aan de felle druk waaraan zegels die in diepdrukgravure zijn uitgevoerd, worden onderworpen, voelt de oppervlakte vlak aan en verschijnt er geen druk op de achterzijde. Rasterdiepdruk is bovendien bijzonder geschikt voor het drukken van zegels die op het gebied van kleuren hoge eisen stellen, want hiermee kunnen de kleurnuances zacht overvloeiend worden uitgebeeld. De kleur wordt uit de verzinkingen van de drukcilinder afgegeven.</p> <p> Bij sommige heliogravurezegels is het puntenpatroon onregelmatig met cellen van verschillende grootte en diepte. De techniek die voor zulke korrelige zegels wordt gebruikt, noemen we <i>'ongerasterde heliogravure'</i>. Voor de frankeerzegels die tussen 1933 en 1945 in Zuid-Afrika verschenen, werden zowel het procedé van gerasterde als dat van ongerasterde heliogravure gebruikt, met voor sommige zegels zelfs een combinatie van beide <i>(Y&T, nr. 38 e.v. tot nr. 153).</i> Het is een goede referentiereeks waarmee we ons vertrouwd kunnen maken met de verschillen tussen beide procedés van heliogravure.</p> <p>B.<b><u> Hoogdruk</u></b> kunnen we beschouwen als het tegengestelde van diepdruk, ook van rasterdiepdruk. Bij deze techniek is het beïnkte deel van de drukplaat verheven (in reliëf), terwijl het onbeïnkte deel verzonken is. Het idee is hetzelfde als dat van een schrijfmachine of van een handstempel van rubber. De verheven drukelementen worden gelijkmatig ingekleurd en daarna met relatief grote druk tegen het papier geperst.</p> <p>Daardoor krijgen we <u>volgende kenmerken</u>: </p> <p><ul><li> zware lijnen die de details moeten weergeven,</li> <li> scherpe, maar vaak geschonden randen aan letters en lijnen,</li><li>de kleurvlakken komen onder de loep niet egaal, maar onregelmatig en onrustig naar voren,</li><li>op de rugzijde zien we meestal een lichte afbeelding, de zo geheten 'moet'.</li></ul></p><p></p> <p>B.1. De oudste techniek die in de hoogdruk wordt toegepast, is de <u>boekdruk.</u> Boekdruk kan, net als bij lijngravure, vervormingen teweegbrengen op de achterzijde van de zegel, doordat het verheven gedeelte van de drukplaat in het papier wordt geperst. De vervorming bij boekdruk heeft echter een verhoogd beeld op de achterzijde van de zegel tot gevolg, terwijl dat bij lijngravure een verzonken beeld zal zijn.</p> <p> Nog een opvallend kenmerk van boekdruk is een overmaat aan kleur rond de lijnranden van de tekening. Dat komt doordat de inkt door de inktrol naar buiten over de verticale rand van het drukvlak wordt geperst. Wanneer het papier tegen de verhevenheid wordt geperst, wordt de overtollige inkt aan de randen van de tekening op het papier overgebracht. Dit halo-effect is normaal duidelijk te zien bij sterke vergroting.</p> <p> Boekdrukzegels hebben over het algemeen geen heel fijne lijntjes, doordat er niet genoeg materiaal is op de plaat dat de fijne lijnen kan ondersteunen en de kracht van het drukproces de plaat vlug uiteen zou doen vallen. Fijne en ingewikkelde details zijn bij deze druktechniek praktisch onmogelijk. Boekdrukzegels worden gewoonlijk op relatief ruw papier gedrukt, dat de inkt gemakkelijker absorbeert dan glad papier. Inkt op glad papier maakt gemakkelijk vlekken bij boekdruk <i>(F. typographie, E. letterpress printing)</i> .</p> <p> De vroegste vormen van boekdrukmatrijzen waren uit hout gemaakt. Doorheen de geschiedenis vinden we ook hoogdruk met ivoor, rubber, steen, messing, koper en andere metalen. Voor Belgische zegels werd boekdruk gebruikt vanaf de uitgiften van 1865, de zgn. houtgravure <i>(OBP, nr. 19)</i>, tot aan de Eerste Wereldoorlog. De tekeningen op boekdrukplaten kunnen gegraveerd zijn zoals bij diepdruk of gefotografeerd doorheen een raster (een autotypieraster) en daarna chemisch of mechanisch geëtst zoals dat het geval is bij een heliogravurecilinder. In de OBP worden de termen 'boekdruk' en 'houtgravure' voor de drukprocedés van de zegels tot 1914 door elkaar gehaspeld. </p> <p> In 1915 werd voor ons land een serie gestart met beeltenis van koning Albert I naar een ontwerp van Mac Donald. De zegels van 1 tot 25 c. werden gedrukt in boekdruk bij Waterlow & Sons in Londen, althans type I, II en III; type V vanaf 1922 in Mechelen <i> (OBP, nr. 135/41).</i> De zegels werden eerst gebruikt in Le Havre, na de bevrijding in heel ons land. Bij zegels uitgevoerd in boekdruk worden in de catalogus meestal de ontwerper en de drukkerij vermeld.</p> <table width = "90%" height = "60" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/houyoux 2.jpg" width="120" height = "146" </a></td><td><font size = "3"><p> In 1922 verscheen, ook met de beeltenis van de koning, de reeks 'Houyoux', genoemd naar zijn ontwerper Léon Houyoux. De staalgravure was van de hand van Jean De Bast, de zegels werden gedrukt met het boekdrukprocedé door de drukkerij in Mechelen. Hiernaast de violette zegel van 25 c. <i>(OBP, nr. 198c).</i></p></td></tr></table></font> <p> In vergelijking met vroegere emissies, bijv. de types 'epauletten' en 'medaillons' vanaf 1849, of met latere uitgiften, zoals 'Koning met helm', 'Montenez' (diepdruk) en 'Koning met kepie' (rasterdiepdruk), kunnen we de twee series in boekdruk met de beeltenis van koning Albert I niet tot de mooiste zegels van ons land rekenen. De catalogus wijst op veel kleurnuances en variëteiten. Voor boekdrukzegels geldt bovendien dat de lijnen dikker en zwaarder zijn dan bij diepdrukzegels.</p> <p> Het is van belang te weten dat het woord 'boekdruk' (of 'hoogdruk') verwijst naar het drukprocedé, niet naar de werkwijze die werd aangewend bij de aanmaak van het oorspronkelijke zegelbeeld dat werd gebruikt om de drukplaat te vervaardigen. Dat aanvankelijke zegelbeeld (de matrijs of moedervorm) werd gewoonlijk gegraveerd in zacht staal - in reliëf voor boekdruk en met kleine verdiepte uitsparingen bij diepdruk. Vandaar dat bij boekdruk soms ook de graveur wordt vermeld die de oorspronkelijke staalgravure had gerealiseerd. Van de matrijs maakte de drukker de drukplaat, waarbij hij diverse stappen volgde om een kopie van de matrijs te maken en de drukvorm samen te stellen. De werkwijzen die hierbij werden gebruikt, konden aanzienlijk verschillen. Essentieel kwamen ze erop neer dat de metalen plaat in een koperoplossing werd gegalvaniseerd<i> (elektrotypie)</i> of dat er een afgietsel werd van gemaakt in een mal van pleister of papier-maché <i>(stereotypie).</i></p> <p> De eerste nationale postzegels in boekdruk waren de klassieke zegels van Frankrijk van het type 'Cérès' (1849) en 'president Lodewijk-Napoleon' (1852). Bijna alle Franse zegels die werden uitgegeven tot om en bij de jaren 1930, waren gedrukt in boekdruk. Om de vroegste zegels van Frankrijk te vervaardigen, betaalde de Munt van Parijs ruwweg slechts een tiende van wat het de drukkerij Perkins, Bacon & Petch in 1840 kostte om de eerste zegels van Groot-Brittannië in gravurediepdruk aan te maken. Door die enorme besparingen op de kostprijs, mag het ons niet verwonderen dat zoveel zegels in de wereld in boekdruk zijn verschenen. Voor koloniale zegels gebruikte Frankrijk vaak tweekleurenboekdruk, met een basisontwerp in één kleur en de landnaam van de kolonie in de cartouche in een andere. Ook Portugal paste dat principe toe op de zegels voor zijn kolonies.</p> <p> B.2. Bij <u> indirecte hoogdruk</u> (ook letterset genoemd) wordt niet direct van de drukvorm op het papier gedrukt zoals bij de conventionele hoogdruk, maar wordt de inkt van de hoogdrukplaat overgebracht op een drukcilinder die met een rubberen doek is bespannen. Van daar wordt daarna het drukbeeld op het papier gebracht. Bij indirecte hoogdruk mag het schriftbeeld van de drukplaat niet in spiegelbeeld zijn. Deze manier van beeldoverdracht is ook gebruikelijk bij offsettechniek. De frankeerzegels met bezienswaardigheden die door de Duitse post sinds 1987 werden uitgegeven als rolzegels, in boekjes en in vellen <i>(Y&T, nr. 1166 e.v.)</i>, zijn lettersetzegels of zegels in indirecte hoogdruk. </p> <table width = "90%" height = "60" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/duits 1.jpg" width="97" height = "112" </a></td><td><font size = "3"><p> Op 5 april 2001 werd in de Duitse Bondsrepubliek in de reeks bezienswaardigheden een donkergroene en helderviolette zegel van 47 <i> pfennig (¬ 0,24)</i> in indirecte hoogdruk uitgegeven in vellen van 10 en als rolzegel met de afbeelding van het Bergpark Wilhelmshöhe in Kassel <i>(Y&T, nr. 2008).</i></p> </td></tr></table> <p><u>Indirecte hoogdruk is te herkennen aan:</u></p><p><ul><li> egaal ingekleurde vlakken,</li><li>zuivere, ongeschonden randen zonder rafels,</li><li>geen persing zichtbaar op de rugzijde, </li><li>kleurnuancering door middel van rastering.</li></ul></p></font> <p> C. Zegels die zijn aangemaakt met de techniek van <u><b>vlakdruk</b></u>, zijn in vergelijking met de andere procedés heel vlak, doordat de oppervlakte van de drukplaat vlak is. De drukkende en niet-drukkende oppervlakten bevinden zich nagenoeg op één niveau. De drukkende delen worden vooraf zo behandeld dat ze water afstoten en daardoor de vette drukinkt vasthouden, terwijl de niet-drukkende gedeelten watervriendelijk zijn en inkt op basis van olie afstoten. De vlakdruktechniek berust essentieel op deze tegenstelling tussen water en vet (of olie). Hoe meer deze tegenstelling wordt opgevoerd, hoe lichter en beter de latere druk vorm aanneemt.</p> <p> C.1.<u> Steendruk </u> (of lithografie) is het oudste en bekendste procedé van vlakdruk, maar wordt tegenwoordig niet meer gebruikt voor het drukken van postzegels. Als drukvlak dienden kalksteen- of leisteenplaten, waarop de tekeningen manueel of fotolithografisch (in beide gevallen) in spiegelbeeld werden overgebracht. De druk gebeurde direct van de steen op het papier - het ging hier dus in tegenstelling tot offsetdruk om een directe druktechniek. In ons land werd steendruk gebruikt bij de series van 1914 en 1915 <i>(OBP, nr. 126/28, 129/31, 132/34).</i></p> <p><u>Steendruk herkennen we aan</u>:</p> <p><ul><li>minder scherpe beelden, vaak met onderbroken lijnen,</li><li>matte, zachte kleuren, bij het aanbrengen van een dunne laag,</li><li>onduidelijke omtreklijnen, vandaar veel drukvariëteiten.</li></ul></p> <p> C.2. Bij <u>offsetdruk</u>, ongetwijfeld de techniek die nu het meest wordt gebruikt voor het drukken van postzegels, worden de drukplaten (één voor iedere kleur), net als bij de steendruk, vooraf behandeld, waardoor de drukkende delen kleurinkt opnemen en water afstoten en de niet-drukkende delen omgekeerd. Hiervoor worden buigzame metalen (zink of aluminium) platen gebruikt die rond de drukcilinder worden gespannen. Het drukken gebeurt eerst op een cilinder die met een rubber doek is bespannen en dan via het doek op het papier. Offsetdruk is dus zoals letterset ook een indirect drukprocedé. De tekening mag dus niet in spiegelbeeld zijn. </p> <p> Tussentinten moeten gerasterd zijn. Het raster geeft door verschillende punten allerlei nuances. Heldere nuances (heldere delen van de afbeelding) worden gevormd door kleine puntjes, donkere door grotere punten. Doordat de offsettechniek geen grote eisen stelt aan de kwaliteit van het papier, relatief goedkoop is en een heel snelle manier van werken en een handelbare afbeelding mogelijk maakt, heeft ze voor grote oplagen de boekdruk verdrongen, vooral bij meerkleurendruk.</p> <p><u> Offset is</u>, zoals indirecte hoogdruk, <u> te herkennen aan volgende kenmerken:</u></p> <p><ul><li>gelijkmatig ingekleurde vlakken,</li><li>zuivere, ongeschonden randen zonder rafels,</li><li>geen sporen van persing op de rugzijde,</li><li>trapsgewijze nuancering met rastering,</li><li>rasterpunten van verschillende grootte maar met gelijke kleurintensiteit.</li></ul></p> <p> Vanaf 1988 werden in Groot-Brittannië zegels <i>(Y&T, nr. 1301/02)</i> met de beeltenis van koningin Elizabeth II van het type Machin gerealiseerd in offsetdruk door de firma <i>Walsall Security Printers,</i> vooral voor postzegelboekjes: hetzelfde jaar ook een donkerblauwe 14 <i>p</i> en een oranje 19 <i>p (Y&T, nr. 1344/45).</i></p> <table width = "90%" height = "60" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/vsa.jpg" width="90" height = "142" </a></td><td><font size = "3"><p> In de VSA verscheen in 1965 naar aanleiding van het overlijden van de Amerikaanse politicus Adlai Ewing Stevenson (1900-1965) een zegel van 5 <i>cent.</i> De zegel is gedrukt met een combinatie van gravuredruk en offset<i> (Y&T, nr. 792).</i></p> </td></tr></table></font> <p> C.3. Nog een vlakdrukprocedé is de <u> fotolithografie</u>, een reproductiemethode voor de vervaardiging van steendrukken langs fotografische weg, waarbij de tekening via een fotomechanisch procedé rechtstreeks op het drukoppervlak wordt overgebracht. De afbeeldingen van fotolithografisch tot stand gekomen zegels kunnen eveneens de neiging hebben minder scherp te zijn. De randen van de bedrukte gedeeltes zien eruit als onregelmatige kralensnoeren. Dat is te verklaren doordat vlakdruk noodzakelijk bestaat uit heel kleine puntjes inkt die door de drukrollen worden platgeperst als ze op het papier worden overgebracht. Zegels die gedrukt zijn met lithografie, zowel steendruk als offsetdruk, kunnen misschien wel hetzelfde lijken als hoogdrukzegels die gedrukt zijn met een autotypieraster, maar de lithografiezegels missen de driedimensionale kwaliteit vooral van de zegels met indirecte hoogdruk.</p> <p> D. <b><u>Reliëfdruk</u></b> verkrijgen we wanneer het papier tussen een verzonken matrijs en een overeenstemmend reliëf 'gegaufreerd' wordt zodat een driedimensionale indruk wordt gecreëerd die van beide zijden duidelijk te zien is. Voor de zegels die moeten worden gedrukt, worden dus twee overeenstemmende drukvormen vervaardigd waarvan het reliëf bij de ene vorm verheven is en bij de andere uitgehold. Bij het drukken ligt het papier tussen de beide vormen, die met hoge druk tegen elkaar worden geperst en daardoor het reliëf op het papier overbrengen. Reliëfdruk komt bijna altijd in combinatie met andere druktechnieken voor en is te herkennen aan:</p> <p><u> een positief reliëf aan de voorzijde en een negatief reliëf aan de achterzijde.</u></p> <p> Twee recente voorbeelden: naar aanleiding van de 100e verjaardag van de Nobelprijs verscheen in Groot-Brittannië in 2001 een serie van zes zegels <i>(Y&T, nr. 2274/79)</i> waarvan de waarde met het tarief voor een brief naar de Europese Unie (nominaal 37 <i>p</i>) uitgevoerd is in reliëfdruk. De afbeelding is een duif, die herinnert aan de Nobelprijs voor de vrede. Het tweede voorbeeld komt uit Duitsland: in 2004 verscheen hier een zegel van 144 <i>cent</i> voor de 50e verjaardag van de federale rechtbank voor sociale zaken. De afbeelding toont het embleem van dit <i>Bundessozialgericht</i> in reliëf. Reliëfdruk kan voorkomen met of zonder inkt.</p> <p> Reliëfdruk wordt niet zo vaak gebruikt bij de productie van postzegels, maar die techniek is wel heel gebruikelijk voor postwaardestukken. De bekendste voorbeelden van reliëfdruk zijn de zegels van Beieren van af 1867 tot 1911, waarbij deze techniek gecombineerd werd met boekdruk.</p> <p><b><u>Conclusie</u></b></p> <p> Speelt het nu zulke belangrijke rol dat een postzegelverzamelaar weet of een zegel werd uitgegeven in diepdruk of in hoogdruk? Ja, soms wel. Ieder zegelbeeld begon met een matrijs die in een zacht metaal werd gegraveerd, maar de zegels kunnen met een verschillend procedé gedrukt zijn. De Franse zegels van het type 'Marianne de Gandon' werden op twee manieren gedrukt, zelfs met dezelfde waarde, bijv. 4 <i>fr.</i> blauw, 10 <i>fr.</i> blauw, 15 <i>fr.</i> lilaroze, 15 <i>fr.</i> rood. In deze gevallen kunnen we ze meestal alleen onderscheiden als we het drukprocedé herkennen. Het verschil in drukwijze levert soms grote verschillen in prijsnotering op. We denken in Frankrijk aan de groene 60 <i>c.</i> van het type 'Marianne de Béquet' <i>(Y&T, nr. 1814-1815).</i> </p> <table width = "90%" height = "60" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/gandon.jpg" width="112" height = "130" </a></td><td><font size = "3"><p> Franse zegel uit 1946 van het type 'Marianne de Gandon', genoemd naar de ontwerper en graveur P. Gandon. De blauwe zegel van 10 <i>fr.</i> hiernaast is uitgevoerd in diepdruk (kopergravure) <i>(Y&T, nr. 726).</i> In 1921 verschenen een aantal zegels van hetzelfde type, maar nu in hoogdruk (boekdruk), zoals de eerste zegels van de reeks in 1945. </p> </td></tr></table></font> <p><i>Bruno Stes, september 2004</i></p> <p>© 2006-2007 - Meense Filatelieclub, KLBP nr. 904</p> <a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i></p> <a name= "congo"><p></a></p> <p><b><u><h3>Verandering van landnaam: 'ETAT INDEPENDANT DU CONGO' wordt 'CONGO BELGE/BELGISCH CONGO'</p></b></u></h3> <p>De meeste verzamelaars zijn begonnen met een verzameling van zegels van de hele wereld. Terecht, want zo stellen ze hun definitieve keuze voor een bepaald land of thema uit en verzamelen ze duplicaten met het oog op ruiling. De overgrote meerderheid schakelt na een tijd over op een meer gespecialiseerde vorm van verzamelen en beperkt zich tot een of meer verzamelgebieden, maar toch zijn er verzamelaars die nooit hun wereldwijde collectie opgeven. Het probleem is dan echter dat zij moeten trachten er op de hoogte van te blijven welk land wat is wanneer het verandert van naam. Het land van oorsprong identificeren is niet het enige probleem, vaak moeten we ook uitzoeken onder welke landnaam de postzegel opgenomen is in de  meestal anderstalige  catalogus die we gebruiken.</p> <p>Als een land zijn naam verandert, zet het een grote stap. De naam maakt in de meeste landen een wezenlijk deel uit van hun nationale trots en van hun vaderlandsliefde. En toch gebeurt zo een naamsverandering vaker dan u denkt. Ettelijke landen zijn niet één keer, maar een aantal keren van naam veranderd. Dat hierdoor problemen rijzen voor zowel postzegelverzamelaars als catalogusuitgevers, is voor die landen te verwaarlozen. Moeten alle zegels van een bepaald land onder één titel of opschrift worden gerangschikt, zonder dat rekening wordt gehouden met de thans gebruikte landsbenaming of moeten ze afzonderlijk worden opgenomen onder de naam die op de postzegel staat gedrukt? Die vraag werd in verschillende gevallen op een verschillende manier beantwoord. Laten we uitgaan van de Catalogus Yvert & Tellier.</p> <p>Bij Congolese zegels kunnen zich bijzonder veel problemen voordoen. Op de Conferentie van Berlijn, die eindigde op 26 februari 1885, werden de grenzen van de volgende gebieden vastgelegd zonder dat rekening werd gehouden met de inheemse bevolking en de historische grenzen. Er waren vier verschillende koloniale gebieden met de naam Congo:</p> <p><ul> <li> Congo-Vrijstaat (het latere Belgisch-Congo)</li> <li> Portugees-Congo (het Cabinda-district, als enclave geprangd tussen Congo-Brazzaville en Congo-Kinshasa, thans gevoegd bij Angola, hoewel het er niet aan grenst). Het gebied gebruikte zijn eigen zegels van 1893 tot 1920, vooraleer het werd ondergebracht bij Angola. Zie hiervoor in het boekdeel 5 van «Timbres d Outremer» bij <i> Congo Portugais </i>.</li> <li>Midden-Congo (een Franse kolonie) en </li> <li> Frans-Congo.</li></ul></p> <p>In 1891 werd de kolonie  Congo Français opgericht. In het boekdeel «Colonies Françaises» van de Y&T-catalogus vinden we onder <i> Congo </i> volgende onderverdelingen: <i> Colonie française </i> (1891-1900) en <i> Moyen Congo'</i> (1907-1933). De landnaam op de zegels is de opdruk  Congo français (1891-1900) (nr. 1 - 47) of de tekst  Moyen Congo (1907-1933) (nr. 48 - 134). Frans-Equatoriaal Afrika groepeerde van 1936 tot 1958 de kolonies Congo, Gabon, Oubangui-Chari en Tsjaad. Onder <i> Afrique Equatoriale </i> vinden we:  Colonie française (1936-1957). De landnaam is altijd  Afrique Equatoriale Française als opdruk of in het zegelbeeld. De Franse kolonies  Moyen Congo en  Congo Français worden dus eerst Frans-Equatoriaal Afrika, dan in 1958 een autonome republiek, tot in 1965  République du Congo-Brazzaville en in augustus 1960 onafhankelijk. In 1969 wordt de naam  Volksrepubliek Congo tot in 1992.</p><p> In de catalogus Yvert & Tellier vinden we in het boekdeel «Pays Indépendants d Afrique» onder <i> Congo </i> de volgende indeling in periodes: République (1959 - nu). De landnamen op de zegels zijn achtereenvolgens: - (de nummers sluiten aan bij Midden-Congo)</p> <table width = "80%" height = "40" border = "1"><tr bgcolor = "#009965"><td>landnaam</td><td>jaar</td><td>nummers</td></tr> <tr><td>a) République du Congo</td><td>1959-1970</td><td>135-259</td></tr> <tr><td>b) République Populaire du Congo</td><td>1970-1991</td><td>260-890</td></tr> <tr><td>c) Congo</td><td>1991-1993</td><td>891-965</td></tr> <tr><td>d) République du Congo</td><td>1993 - nu</td><td>966 - volgende</td></tr></table> <p>In de spreektaal wordt nu vaak de benaming Congo-Brazzaville gebruikt, zodat er geen verwarring ontstaat met Congo-Kinshasa.</p> <p>Onze vroegere kolonie is terug te vinden in de boekdelen 5 en 7 van «Timbres d Outremer» van Yvert & Tellier en natuurlijk ook in onze OBP. Deze begint met een hoofdstuk Onafhankelijke Staat Congo en behandelt dan de kolonie Belgisch-Congo en de mandaatgebieden Ruanda-Urundi. Daarna volgen de onafhankelijke landen Congo, Katanga, Zuid-Kasaï, Ruanda en (koninkrijk en republiek) Burundi. In grote trekken verdeelt de OBP de gebieden dus in kolonies (tot ongeveer 1960) en onafhankelijke landen (in het postkoloniale tijdperk). </p> <p><i>The International Association of the Congo</i>, onder het voorzitterschap van Leopold II en onder het impuls van Henry Morton Stanley, richtte in 1880 een administratief centrum op in Vivi, vanwaar het bekken van de Congorivier geëxploreerd en opgeëist werd. De Congo-Vrijstaat, met als staatshoofd Leopold II, was dus geboren als persoonlijk bezit van de koning en is beslist het gebied waarvan de landnamen de verzamelaar het meest in de war brengen: <ol><li> Onafhankelijke Congostaat, het gebied in Centraal-Afrika dat de Conferentie van Berlijn aan Leopold II als privé-bezit gaf en dat hij Etat Indépendant du Congo ( EIC ) noemde. </li> <li> soms ook Congo-Vrijstaat genoemd omdat de koning in de EIC de vrije handel had moeten garanderen,</li> <li> Belgisch-Congo, sinds 1908 nadat de 'EIC' aan België was overgedragen,</li> <li> Democratische Republiek Congo (République Démocratique du Congo, kortweg  RDC ), bij de onafhankelijkheid in 1960 en opnieuw vanaf 1998 tot nu,</li> <li> Republiek Zaïre, kortstondige wijziging van de naam tijdens het regime van Mobutu.</li></ol> </p> De Y&T-catalogus onderscheidt in boekdeel 5 bij <i> Congo Belge </i> dus: Etat indépendant (1886-1900), Colonie belge (1908-1960), République indépendante (1960-1964), République Démocratique (1964-1971), en in boekdeel 7 bij <i> Zaire </i>République (1971-1997), République Démocratique (1998 - nu). De OBP deelt het gebied in de volgende periodes in: </p> <table width = "80%" height = "40" border = "1"><tr bgcolor = "#009965"><td>landnaam</td><td>jaar</td><td>nummers</td></tr> <tr><td> Etat Indépendant du Congo</td><td>1886-1907</td><td>1-30</td></tr> <tr><td> Congo Belge</td><td>1908-1909</td><td>30B-53</td></tr> <tr><td> Congo Belge/Belgisch Congo</td><td>1910-1960</td><td>54-371</td></tr> <tr><td> (République du) Congo</td><td>1960-1964</td><td>372-566</td></tr> <tr><td> République Démocratique du Congo</td><td>1964-1971</td><td>567-799</td></tr> <tr><td> (République du) Zaire</td><td> 1971-1997</td><td> 800-1697</td></tr> <tr><td> République Démocratique du Congo</td><td>1998 - nu</td><td>1698- etc.</td></tr></table> <p>Belgisch-Congo verwierf dus zijn onafhankeljkheid in 1960 onder de naam  République du Congo , wat in 1964  République Démocratique du Congo werd. De nummering loopt in de twee vermelde catalogussen consequent door. Ook toen de dictatoriale heerser Mobutu Sese Seko in 1971 de landnaam veranderde in  Zaïre . Hij veranderde toen ook de naam van vele steden en rivieren en verplichtte de Zaïrezen zelfs hun naam te wijzigen van westerse of christelijke in Afrikaanse. Ook nu worden de zegels ononderbroken doorgenummerd, hoewel de zegels bij Yvert & Tellier in een ander boekdeel beginnen.</p> <p> In 1997 werd Mobutu uit het land verjaagd en vervangen door Laurent Kabila. Kabila wijzigde de landnaam terug naar  Democratische Republiek Congo . De zegels vanaf 1997 staan in de OBP in een afzonderlijk hoofdstuk, in de Y&T-catalogus volgen ze gewoon op  Zaire . Op 16 januari 2001 werd Laurent Kabila neergeschoten door één van zijn lijfwachten. Hij overleed enkele dagen later en werd opgevolgd door zijn zoon Joseph Kabila.</p> <p> Bij de overname van de 'EIC' door België op 15 november 1908, kreeg de kolonie de naam 'Congo Belge', wat vanaf 1910 door de wet op de tweetaligheid resulteerde in 'Congo Belge/Belgisch-Congo'. Het opmerkelijke is echter dat het ontwerp van de zegels van de emissie van 1894 eveneens werd overgenomen, en dat enkel de landnaam werd gewijzigd door middel van een opdruk (tot 1909 eentalig) of door een gewijzigde omlijsting (tweetalig vanaf 1910 en/of in een andere kleur). Het centrale gedeelte - het betreft hier de series zegels van het zo geheten type <b>Mols</b>, met landschappen en diverse onderwerpen (in diepdruk) naar een tekening van R. Mols en P. Van Engelen, bleef identiek. De zegel van 5 fr. is uitgevoerd naar een foto. De gravure en druk: Waterlow and Sons (Londen).</p> <table width = "90%" height = "60" border = "1"><tr bgcolor = "#009965"><td>landnaam + emissie</td><td>EIC 1894</td><td>EIC 1895-96</td><td>EIC 1898-1900</td><td>opdruk CB 1909 (B)</td><td> opdruk CB (L) 1909</td><td>CB/BC 1910</td><td>CB/BC 1915</td></tr> <tr bgcolor = "#009965"><td>onderwerp</td><td > nominale waarde + kleur</td></tr> <tr><td>haven van Matadi</td><td>5 c. blauw</td><td> 5 c. roodbruin</td><td> 5 c. groen</td><td>5 c. groen </td><td> 5 c. groen</td><td> 5 c. groen </td><td> 5 c. groen </td></tr> <tr><td>Stanleywatervallen (*)</td><td> 10 c. roodbruin</td><td> 10 c.blauw</td><td> 10 c. karmijn</td><td> 10 c. karmijn</td><td> 10 c. karmijn</td><td> 10 c. karmijn</td> <td>10 c. karmijn</td></tr> <tr><td>kokospalmen</td><td> - </td><td> 15 c. oker </td><td> - </td><td> 15 c. oker</td><td> 15 c. oker</td><td> 15 c. oker</td><td>15 c. groen </td></tr> <tr><td>Inkisiwatervallen (**)</td><td> 25 c. oranje</td><td> - </td><td> 25 c. blauw</td><td> 25 c. blauw</td><td> 25 c. blauw</td><td> 25 c. blauw</td><td>25 c. blauw</td></tr> <tr><td>inheemse bootjes</td><td> - </td><td> 40 c. blauwgroen </td><td> - </td><td> 40 c. blauwgroen</td><td> 40 c. blauwgroen</td><td> 40 c. blauwgroen</td><td>40 c. karmijnbruin</td></tr> <tr><td>spoorwegbrug over de M pezo</td><td> 50 c. groen</td><td> - </td><td> 50 c. olijf</td><td> 50 c. olijf</td><td> 50 c. olijf</td><td> 50 c. olijf</td><td>50 c. lilabruin </td></tr> <tr><td>olifantenjacht</td><td> 1 fr. karmijn</td><td> 1 fr. donkerlila</td><td> 1 fr. violet</td><td> 1 fr. karmijn</td><td> 1 fr. karmijn</td><td> 1 fr. karmijn</td><td>1 fr. olijf</td></tr> <tr><td>Congolees dorp</td><td> - </td><td> - </td><td>3,50 fr. vermiljoen </td><td> 3,50 fr. vermiljoen</td><td>3,50 fr. vermiljoen </td><td> 3 fr. rood </td><td> - </td></tr> <tr><td>Bangalachef + vrouw (***)</td><td> 5 fr. karmijn</td><td> - </td><td> - </td><td> 5 fr. karmijn</td><td> 5 fr. karmijn</td><td> 5 fr. karmijn</td><td> 5 fr. oranje</td></tr> <tr><td>raderboot  Délivrance op de Opper-Congo </td><td> - </td><td> - </td><td> 10 fr. groen </td><td> 10 fr. groen</td><td> 10 fr. groen</td><td>10 fr. groen </td><td> - </td></tr> </table ></p> <font size="2,75"><br> <face= "helvetica"> <ul> <p><li> De Stanley Falls, tot 1972 de naam van de Boyomawatervallen, in de Lualaba in Congo.</li> <li> Inkisiwatervallen in Neder-Congo (Inkisi is een gewest waar het Bakongo-volk woont).</li> <li> De Bangala s, een Congolese stam o.m. in de Evenaarsprovincie (regio van Congo), die speerpunten gebruikte als betaalmiddel. De centrale afbeelding in het zwart toont de Bangalachef Morangi en zijn vrouw in nationale klederdracht .</li></font></ul><p>EIC verwijst naar  Etat Indépendant du Congo , CB naar  Congo Belge', (B = handstempel in Brussel, L= lokale opdruk) en CB/BC naar de tweetalige landnaam. De vermelding van de nominale waarde bij het uitgiftejaar garandeert niet dat de bedoelde zegels dezelfde omlijsting in dezelfde kleur hebben, alleen dat het middenstuk gelijk is. De tweetalige zegels van 1910 (OBP nr. 54-63) komen ook voor met de opdruk  1921 (OBP nr. 91-94) als waarde van de zo geheten recuperatieuitgifte uit 1921. Genoeg redenen voor een filatelist om deze zegels grondig te bestuderen en er veel plezier aan te beleven, zeker als we ons begeven op het moeilijke pad van de opdrukken uit 1908-1909. Alleen jammer dat Congo sinds 1960 een grondig verziekte uitgiftepolitiek voert en hierin het voorbeeld volgt van België.</p> <p> De tanding van de zegels varieert van 11 tot 16, die van 14, 14½ en 15 doet zich het meest voor. Het middenstuk is altijd zwart. De vermelde kleur is die van de omlijsting. De zegels van 5 c. en 10 c. (nr. 14 en 17) werden niet officieel naar Congo verzonden, maar verkocht aan een particulier, een zekere Kuck. Die stond een deel van zijn voorraad af aan wederverkopers. Enkel een klein aantal van deze zegels arriveerde in Afrika en diende er voor de frankering van briefwisseling waarvan zowel de afzender als de geadresseerde het filatelistische belang kende. </p> <p>De 5 c. blauw (nr. 14) met uitzicht op de haven van Matadi, oplage 30.000, bestaat ook met roodbruine (nr. 15) en groene (nr. 16) omlijsting. De kleurwijziging was een gevolg van de voorschriften van de UPU, die bepaalden dat groene zegels moesten dienen voor briefkaarten, rode voor binnenlandse brieven en blauwe voor brieven naar het buitenland. Van het nr. 16 bestaan 2 types. </p> <p>De eerste okerkleurige zegel van 15 c. met oliepalmen verschijnt in 1896 (nr. 20). Vanaf 1909 wordt deze in Congo ook verkocht met de typografische opdruk 'CONGO BELGE' (nr. 42). In 1910 wordt hij als tweetalige zegel uitgegeven met de nieuwe landnaam (nr. 56). In 1915 verschijnt hij met een omlijsting in het groen (nr.66 type II). Er bestaat een variëteit 'doorgehakte palmboom'</p> <p></p> <p>De blauwgroene zegel van 40 c. met de inheemse sloepjes verschijnt in 1896 (nr. 23). In 1915 krijgt diezelfde zegel een karmijnbruine omlijsting en is de landnaam tweetalig (nr. 68).</p> <p>Zo zien we dat de verandering van de politieke toestand van Congo van onafhankelijke vrijstaat tot Belgische kolonie in 1908 geleid heeft tot zegels van hetzelfde type (Mols & Van Engelen), maar nu met andere omlijstingen en met eerst een eentalige (in 1909), daarna tweetalige nieuwe landnaam in 1910 en 1915.</p> <p><i>Bruno Stes, maart 2006</i></p> <p>© 2006-2007 - Meense Filatelieclub, KLBP nr. 904</p> <p><a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i></p> <a name= "papier"><p></a></p> <h3><u><b>Papiersoorten voor postzegels </u></b></h3> <p>Zelfs met de moderne technologie worden de meeste postzegels tegenwoordig nog altijd op papier gedrukt, net als toen zij in de jaren 1830 en later voor het eerst op het toneel verschenen. Er zijn natuurlijk opmerkelijke uitzonderingen, zoals de zegels van Bhutan die in drie dimensies gegaufreerd (in reliëf geperst) zijn en de zegels van Tonga die op dun geslagen bladgoud gedrukt zijn of de Zwitserse zegels die op hout verschenen.</p> <p> In de VSA zijn in 1990 zelfs zelfklevende zegels van $ 0,25 verschenen met de afbeelding van een fragment van de Amerikaanse vlag. Ze waren ongetand en op een dunne plastic film gedrukt en werden uitgegeven in vellen van 12 met hetzelfde formaat als Amerikaanse bankbiljetten <i>(Y&T, nr. 1)</i>. Ze werden verkocht als automaatzegels via geldautomaat of ATM <i> (automatic teller machine)</i>. De koper betaalde met zijn kredietkaart, het bedrag van $ 3,- (12 x 0,25) werd onmiddellijk op zijn rekening als uitgave ingeschreven. </p> <p> Maar deze belangrijke uitzonderingen terzijde, worden de meeste postzegels nog altijd op papier gedrukt. Postzegelcatalogussen staan derhalve vol met woorden die de papiersoorten beschrijven waarop die zegels gedrukt zijn. De soort papier waarop een postzegel is gedrukt, kan u helpen bij de correcte identificatie ervan, vooral in gevallen waarin die zegel op meer dan één papiersoort werd gedrukt, bijv. de Canadese zegel van 2 c. van 1868 <i>(Y&T, nr. 20)</i>, die bestaat op velijnpapier en op geribd papier. Deze laatste krijgt wel een notering van ¬ 125.000 tegenover ¬ 40 voor de eerste. De notering en de corecte identificatie vertonen dus vaak een nauwe samenhang.</p> <p><i>Het papier in zijn huidige samenstelling werd uitgevonden door Ts'ai Lun omstreeks 105 na Chr. Het was één van de vier grote uitvindingen door de Chinezen. Ts'ai Lun verbeterde niet alleen de techniek van de papierproductie, maar maakte het ook mogelijk allerlei basismaterialen te gebruiken, zoals boomschors van de moerbei, hennep, lompen enz. Bamboepapier werd vervaardigd in de Tang-dynastie (608-907). Xuanpapier, dat gemaakt wordt met rijststro in Jing in de provincie Anhwéi, is waarschijnlijk het bekendste, doordat het meestal gebruikt wordt in de Chinese schilderkunst en kalligrafie. Xuanpapier (of rijstpapier) is zacht, glad, wit, absorberend en heel duurzaam. In de 3e eeuw werd de productie van papier ingevoerd in Korea en Vietnam en rond de 8e eeuw in het Westen. De eerste papiermolen van Europa werd gebouwd in 1009.</i></p> <p> Voor een goed begrip moet u iets weten over de vervaardiging van papier. Misschien hebt u vroeger bij het tekenonderwijs in de basisschool of bij de jeugdbeweging zelf papier leren maken. De werkwijze is verrassend eenvoudig. Hout- of plantenvezels worden geplet en helemaal tot moes verbrijzeld. Deze pulp wordt vermengd met water tot een smurrie, die papierbrij wordt genoemd en die in een schepkuip wordt gegoten.</p> <p>Een mal of model met een metalen of plastic zeef (een fijnmazig gaas) wordt in de kuip geplaatst. De mal wordt lichtjes geschud om de brij te effenen en dan uit de kuip genomen. Het overtollige water vloeit weg, waardoor de vezels aan het gaas in de mal vastgehecht blijven. De mal wordt omgedraaid op een absorberende oppervlakte (een vilten doek), zodat het geheel kan drogen tot een vel met de hand gemaakt papier (handgeschept papier of handpapier). Voor onze epauletten, de oudste zegels van België <i>(OBP, nr. 1-2)</i>, werd zowel handpapier <i>(F. papier fait à la main)</i> als perkamentpapier <i>(F. papier parchemin)</i> gebruikt. De catalogus onderscheidt verschillende soorten. Zie de opmerkingen na nr. 8A in de <i>OBP.</i></p> <p> Papierkunstenaars en ambachtslieden voegen vaak allerlei zaken toe aan de brij om het eindresultaat interessanter te maken: stukjes gekleurd weefsel, bloemblaadjes, confetti en glitter werden zo al verwerkt in handpapier.</p> <p> De belangrijkste vulstoffen zijn porseleinaarde (kaolien), calciumsulfaat (gips), magnesiumsilicaat (talk), titaandioxide en calciumcarbonaat. De vulstoffen worden aan de grondstoffen toegevoegd om het papier een meer gesloten karakter te geven, waardoor de bedrukbaarheid en de opaciteit (ondoorlatendheid voor licht) worden verbeterd. Harslijm en aluminiumsulfaat geven het papier een zekere mate van waterafstotendheid, waardoor papier met inkt beschrijfbaar en bedrukbaar wordt. De synthetische polymeren veroorzaken een binding tussen de vezels, die ook in natte toestand behouden blijft, waardoor het papier een zekere mate van natsterkte verkrijgt. Dierlijke lijm en andere eiwitten worden veelal in een nabehandeling aangebracht.</p> <p> Modern papier wordt in grote hoeveelheid, vooral in fabrieken aan de bosrijke oevers van de Oostzee, geproduceerd, in rollen die continu door enorme machines worden aangedreven. Verrassend genoeg blijft de basistheorie echter altijd dezelfde: planten- of houtvezels worden met water tot pulp gemaakt. Die brij wordt geëffend over een enorme continue zeef, die de brij samenbrengt en het overtollige water laat wegvloeien. Als het papier een watermerk moet krijgen, wordt het in dit stadium aangebracht. De tekening van het watermerk is hetzij een deel van de zeef waarop de brij wordt samengebracht of een speciale cilinder (rolletje), dat <i>dandy roll</i> of gaaswals wordt genoemd <i>(F. égoutteur)</i> en waarop het verheven patroon van het watermerk herhaald voorkomt. Als dit rolletje over de vochtige brij rolt, verwijdert het watermerkpatroon lichtjes de vezels en verandert de papierdikte microscopisch bij de watermerktekening.</p> <p> De zeef zelf kan andere kenmerken overbrengen die de verschillende papiersoorten hun naam en bijzonder uitzicht verlenen. Vanaf dit punt wordt het papier doorheen een reeks absorberende rollen met een dikke viltlaag geleid, zodat het volledig kan drogen en tot een uniforme dikte wordt geperst.</p> <p> Doorgaans worden voor het drukken van postzegels papiersoorten gekozen die op het gebied van kwaliteit aan de speciale druktechnische eisen beantwoorden en vaak nog van bijzondere beveiligingen (zijdedraadjes, watermerken) tegen vervalsingen zijn voorzien. In tijden van economische nood komt natuurlijk ook papier van mindere kwaliteit in aanmerking.</p> <p>«De meeste van alle denkbaar voorkomende papiersooorten werden al voor het drukken van postzegels gebruikt, zoals bijv. broodkaarten-, glans-, hand-, kunstdruk-, machine-, schrijf-, zijde- en sigarettenpapier. Het papier kan bovendien nog normaal glad, glanzend, mat of ruw, doorschijnend, doorzichtig, dik, dun of kartonachtig, gestreept of geribbeld zijn.»<i> (Filatelie Encyclopedie)</i></p> <p> Enkele veel gebruikte papiersoorten voor postzegels:</p> <ul><li> krijtpapier of gestreken papier (kunstdrukpapier) - zeer glad en satijnachtig glanzend, met krijt bestreken <i>(E. chalky paper)</i>, gewalst, machinaal vervaardigd papier, veel gebruikt voor illustratiedruk, bijv. de serie van Oostenrijk van 1908 voor de 60e verjaardag van het bewind van keizer Frans-Jozef I <i>(Y&T, nr. 101/11)</i> en veel moderne uitgiften - vormt een slechte ondergrond voor kleuren, waardoor de zegels onder kristalstrookjes bewaard moeten worden <i>(F. papier couché).</i> <li> gegaufreerd papier - tussen twee gegraveerde cilinders geperst, waardoor de afdruk van de gravure in reliëf verschijnt <i>(F. papier gaufré).</i></li> <li> gevergeerd of geribd papier, met parallelle ribbeltjes of waterlijnen die zichtbaar worden als het papier tegen het licht wordt gehouden <i> (E. laid paper).</i> Het papier kan zijn lijnen krijgen in de pulp <i>(F. papier vergé)</i> of later door een mechanische behandeling <i>(F. papier côtelé).</i> De op een watermerk lijkende, parallelle lijntjes werden gevormd doordat draden aan de zeef waren gehecht om die wat bijkomende steun te geven. Zo kwamen die lijnen in de vezels. Veel landen hebben voor hun postzegels geribd papier gebruikt. De lijntjes kunnen horizontaal of verticaal liggen, naargelang hun positie in verhouding tot het zegelontwerp. De uitgifte van 1866 werd in Rusland op horizontaal geribd papier gedrukt, bijv. <i>(Y&T, nr 23A)</i>. Soms lieten de kettingen waarmee de zeef getrokken werd, loodrechte, verticale lijnen in het papier na.</li> <li> batonnepapier heeft een watermerk van ver uit elkaar liggende lijnen - deze lijnen lijken op de lijnen in een schoolschrift <i>(F. papier bâtonné).</i> Batonnepapier wordt op dezelfde manier gemaakt als geribd papier, maar de lijnen van de zeef liggen veel verder uit elkaar. Het woord is afgeleid van het Frans 'bâton', dat stok of staf betekent. De zegel van 1 <i>penny </i> voor de Fiji Times van 1870-71 <i>(Y&T, nr. 1)</i> is gedrukt op batonnepapier.</li> <li> poreus papier is zacht papier dat gemakkelijk vocht en inkt absorbeert - is meestal dik.</li> <li> velijnpapier is fijn perkament, fijn glad papier met weinig verschillen in dikte en textuur doordat de papierbrij tegen een heel fijn gaas wordt gedrukt <i>(F. papier vélin</i> of <i>papier uni)</i>, bijv. herdrukken van onze 'epauletten', 'medaillons' en andere vroege emissies uit de periode van Leopold I. Moderne Amerikaanse zegels zijn ook vaak op dit gewoon papier gedrukt <i>(E. wove paper).</i></li> <li> zijdepapier bevat kleine zijdevezels die tijdens de vervaardiging aan het papier worden toegevoegd. Oorspronkelijk gebeurde dit als een veiligheidsmaatregel om namaak te verhinderen, maar het werd ook gebruikt om louter decoratieve doeleinden. Een goed voorbeeld is de zegel van 5 cent van de VSA met als onderwerp 'Amerikaanse muziek', verschenen in 1964 voor de 50e verjaardag van de Vereniging van componisten, tekstschrijvers en uitgevers <i>(Y&T, nr. 768).</i></li> <li> granietpapier is grondstof voor papier waaraan fijne gekleurde vezels van papier of stof zijn toegevoegd - het ziet eruit als gepolijst graniet en voelt zacht aan, bijv. Zwitserlands uitgiften van 1881 en 1882 - daarom vaak ook vezel- of zijdepapier genoemd - katoenpulp die gemarmerd is met zijdedraadjes - wordt met de hand gemaakt <i> (F. papier avec fragments de fils de soie), </i>bijv. Oostenrijkse emissies van 1890 tot 1904. Granietpapier lijkt goed op zijdepapier, want gekleurde stof- of papiervezels worden ook tijdens de productie aan de papierbrij toegevoegd. Het verschil is dat de vezels die bij granietpapier worden gevoegd, veel kleiner en compacter zijn, zodat ze veeleer een bepaalde kleur en textuur verschaffen dan wel de kenmerkende draden van zijdepapier. De roze zegel van 3 <i>sen</i> van Japan, uitgegeven in 1914, is gedrukt op granietpapier <i>(Y&T, nr. 132).</i></li> <li> dundrukpapier <i> (F. pelure, papier bible)</i> is heel dun, stevig en semitransparant papier met een hoog gehalte aan lompen- of katoenvezels. Het papier is vaak lichtblauw of grijs van kleur. De missionariszegels van Hawaï van 1851-1852 (gebruikt door missionarissen om hun correspondentie naar het vasteland te frankeren) zijn gedrukt op dergelijk pelurepapier <i>(Y&T, nr. 1/4).</i> Een meer betaalbaar voorbeeld van zegels op dundrukpapier vinden we in de serie van Servië met beeltenis van prins Michael III, uitgegeven in 1866 <i>(Y&T, nr. 11/13).</i> </li> <li> sigarettenpapier, dun olieachtig papier, bijv. in België in 1904-1905 <i>(OBP, nr. 53A/65A),</i> bijna doorzichtig papier, vaak zonder gom, zoals bijv. is gebruikt voor de postzegels van Estland <i>(Y&T, nr. 8, 11, 12)</i> en Letland in 1919 <i>(Y&T, nr. 37).</i> De Baltische staten Estland, Letland en Litouwen, die na de Eerste Wereldoorlog waren opgericht, gebruikten voor het drukken van postzegels bij gebrek aan grondstoffen allerlei materiaal dat door de Duitse troepen was achtergelaten. Bij de oprichting van de republiek Letland werden in 1918 postzegels gedrukt op de achterzijde van Duitse stafkaarten, in 1919 op dik schrijfpapier met evenwijdige lijnen <i>(Y&T, nr. 3/5).</i> In Litouwen op broodkaartenpapier, herkenbaar aan de grijsblauwe kleur en vezels <i>(Y&T, nr. 25/34).</i></li> <li> autochtoon papier is ambachtelijk vervaardigd, handgeschept papier, meestal uit Azië, zoals Indisch papier of soms ook Chinees papier (met porseleinaarde of kaolien als vulstof) - hard en dun papier dat gewoonlijk werd gebruikt bij de aanmaak van proefdrukken van de matrijs - vooraleer de plaat werd gemaakt - en van herdrukken van de matrijs. Autochtoon papier is meestal ruw met verschillende graden van dikte <i>(F. papier indigène).</i> De groene zegel van 4 <i>anna</i> van het Indische protectoraat van Nepal, uitgegeven in 1886-1899, is gedrukt op autochtoon papier <i>(Y&T, nr. 12).</i></li> <li> goudslagersvlies of goudvlies (het buitenvlies van de blindedarm van een koe), een ruw, transparant soort perkamentpapier dat doordrenkt werd in een harsmengsel <i>(F. baudruche).</i> Wanneer dergelijk goudvlies werd gebruikt bij de productie van papier, gebeurde de druk gewoonlijk in spiegelbeeld en werd de gom boven op de druk aangebracht. Werd de zegel dan geplakt, dan verscheen de tekening ervan in de normale richting, zoals bij een overdruk- of decalcomanieplaatje. Deze werkwijze verhinderde heel afdoend dat de zegel opnieuw werd gebruikt, want als de zegel van de enveloppe of het poststuk werd verwijderd, werd het zegelontwerp meteen ook vernietigd. In het oud-Duitse Pruisen onder Wilhelm I verschenen op 15 december 1866 twee zegels (een roze 10 en een blauwe 30 <i>silbergroschen</i>) met doorsteek in rechte lijnen en gedrukt op goudvlies <i>(Y&T, nr. 21/22).</i></li> </ul> <p>Speciale lagen kunnen achteraf stapsgewijs worden aangebracht, afhankelijk van de eisen die aan het drukken worden gesteld. Zo werd vroeger vaak op postzegelpapier een laag <i>(coating)</i> wit zinkoxide vermengd met lijm op de oppervlakte van het papier verstoven, waardoor werd voorkomen dat de drukinkt in de papiervezels doordrong. Als iemand dan probeerde de afstempeling af te weken om de zegel opnieuw te gebruiken, zou de volledige tekening verdwijnen. Zulke laag was slecht nieuws voor postzegelverzamelaars die nette exemplaren afgestempelde zegels voor hun collectie wilden, maar voor de postbedrijven was het een afdoende manier waarop ze hun inkomsten veilig konden stellen. Gelukkig raakte deze handelwijze uit de gratie, maar andere modernere glanslagen op gesatineerd papier <i>(F. papier cristal)</i> of glacépapier <i> (F. papier glacé)</i> hebben soms hetzelfde effect, waardoor verzamelaars die postaal gebruikte zegels verkiezen te verzamelen, zich ongerust maken. Als u vermoedt dat op een zegel die u wilt afweken, een laag is aangebracht, tracht dan te vermijden dat u hem volledig onderdompelt. Laat het afgeknipte stuk op het water drijven met de zegel naar boven. De gom moet los kunnen komen zonder dat de voorzijde van de zegel nat wordt. Met veel tijd en geduld moet de zegel van de enveloppe vrij raken.</p> <p> Nog andere technieken kunnen het uitzicht en de textuur van papier beïnvloeden. Verfstof kan worden toegevoegd als gekleurd papier moet worden bekomen. Fluorescerende of luminescerende middelen kunnen het papier witter maken of automatische afstempelmachines starten. Bij bestraling met UV-licht reageert het papier met heldere oplichting (fluorescentie) of met korte oplichting (fosforescentie).</p> <p> Bij de moderne Belgische zegels onderscheidt de catalogus: <ul ><li>gewoon dof papier</li><li> gewoon wit papier</li><li> fosforescerend papier </li><li>fluorpapier </li><li>polyvalent papier</li><li> typopapier</li><li>epacarpapier (= firmanaam).</li></ul> Bijv. België, beeltenis koning Boudewijn type Velghe, groene zegel van 200 fr. <i>(OBP, nr. 2236)</i> verscheen op 11 mei 1992 ook op epacarpapier met witte gom en staat aldus hoger genoteerd dan dezelfde zegel op gewoon polyvalent papier met groenachtige of geelachtige gom.</p> <p> We moeten niet alleen een onderscheid maken tussen de diverse kleuren van de gom. We onderscheiden ook gekleurd papier, waarbij de papierbrij zelf al de kleurstof bevat, en geverfd papier, waarbij de verfstof alleen aan de oppervlakte van het papier wordt aangebracht.</p> <p> Het is belangrijk niet te vergeten dat papier van nature broos is. Door een verkeerde behandeling zal het verkreuken, scheuren, vet, olie of vuilnis absorberen. Als het verkeerd wordt opgeslagen, zal het beschimmelen. Het kan verkleuren of na een tijdje zichzelf vernietigen, als het van povere kwaliteit is. Warmte en vochtigheid vreten het aan. Papier is een lekkernij voor kevers, knaagdieren en ander ongedierte. Het is tevens een gewillige prooi van vuur. Draag dus veel zorg voor uw postzegelverzameling, want - alles bij elkaar genomen - zijn uw zegels ... alleen maar stukjes papier.</p> <p><i>Bruno Stes, oktober 2006</i></p> <p>© 2007-2008 Meense Filatelieclub, KLBP nr. 904</p> <p><a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"> </a><i> (terug naar begin)</i></p> </tr></td></body> <body bgcolor = "#7CFC00"><font size="3"> <face= "helvetica"> <a name= "grpkt"><p></a></p> <h3> Stempels van het Grenskantoor Menen</h3><p><a name="inhoud"></a></p> <b><i>Inhoudsopgave </i></b></p> <ul><li>I. Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden</li> - - <a href ="#I."><img src ="website MFC/knop 2.gif" width="14" height = "15" border = "0"> </a> <ul><li>A. Stempels op brieven uit Frankrijk</li> - - <a href = "#I.A"><img src ="website MFC/kogel.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a> <li> B. Rayonstempels op brieven naar Frankrijk</li> - - <a href = "#I.B"><img src ="website MFC/kogel.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a> <li>C. Het stempel <i>PORT PAYE/</i>- MENIN - - - </li><a href = "#I.C"><img src ="website MFC/kogel.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a></ul> <li>II. Onafhankelijk België</li> - - <a href ="#II."><img src ="website MFC/knop 2.gif" width="14" height = "15" border = "0"> </a><ul><li>A. Stempels op brieven uit Frankrijk</li> - - <a href = "#II.A"><img src ="website MFC/kogel.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a><li>B. Rayonstempels op brieven naar Frankrijk</li> - - <a href = "#II.B"><img src ="website MFC/kogel.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a><li>C. Treinpostkantoorstempels</li> - - <a href = "#II.C"><img src ="website MFC/kogel.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a> <li>D. Ontsmette brieven </li> - - <a href = "#II.D"><img src ="website MFC/kogel.gif" width="12" height = "12" border = "0"> </a></ul><li>III. De opheffing van het grenskantoor</li> - - <a href ="#III."><img src ="website MFC/knop 2.gif" width="14" height = "15" border = "0"> </a></ul> <h4 ><a name ="I.">I. - Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden </a></h4></p> <p>Na de vereniging van de noordelijke en de zuidelijke Nederlanden tot bufferstaat tegen Frankrijk liet prins Willem van Oranje-Nassau (1772-1843) zich op 16 maart 1815 tot koning Willem I der Nederlanden uitroepen. Onze posterijen, sinds 1814 geleid door prins Karel-Alexander van Tour en Tassis (1770-1827), worden samengevoegd met het Hollandse postwezen. Die integratie geschiedde op 1 oktober 1815 onder het bestuur van directeur- generaal Van Pallandt van Keppel in Den Haag.</p> <p>Het Koninkrijk der Nederlanden wordt ingedeeld in een aantal postdistricten. Menen, dat in maart 1815 ingelijfd was bij het koninkrijk, behoorde tot het vierde postdistrict. De meeste postmerken worden vanaf 1816 geleidelijk vernederlandst, zelfs in het Franstalige gedeelte van het huidige België.</p> <p>Menen, dat vóór de Hollandse periode (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">1</font></font>) al een belangrijk knooppunt was voor het postvervoer, (op de <i>Carte de Postes du Royaume des Pays-Bas</i> staat het vermeld als «poste-relais et poste aux lettres») blijft ook als grenskantoor (<font size="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">2</font></font>) een voorname plaats innemen. De <i>Tableau des Messageries royales pour la France et Pays Etrangers </i> van 1816 (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">3</font></font>) vermeldt voor de postroute vanuit Parijs naar Rijsel : «villes de correspondance: ... Menin, Courtrai, Bruges, Gand, la Flandre, Anvers et toute la Belgique».</p> <p><a href="#inhoud"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "13" border = "1"></a><i> (terug naar inhoudsopgave)</i></p> <h4><a name = "I.A"><u><i>A. Stempels op brieven uit Frankrijk</i></u></a></h4></p> <p> De functie van een grenskantoor is de correspondentie van en naar landen waarmee het koninkrijk postale relaties heeft, te ontvangen en door te geven. Weldra werd het voor de berekening van het port noodzakelijk geacht dat de naam van het land van herkomst op de brieven diende te worden aangeduid. Om te vermelden waarlangs een poststuk het land was binnengekomen, werd in het grens- of uitwisselingskantoor een stempel aangebracht dat zowel het land van oorsprong als het kantoor van toegang of invoer aangaf. Brieven die uit of via Frankrijk ons land binnenkwamen, kregen dus een stempel met "Frankrijk over ..." + de naam van het grenskantoor. Deze grenskantoorstempels werden aangebracht op de niet-vooruitbetaalde brieven. Voor de vooruitbetaalde brieven was het port immers al berekend.</p> <p> Artikel 12 van de circulaire van 19 juli 1815 omschrijft dat dit stempel op de achterzijde van de brief aangebracht moet worden, zodat het adres niet onleesbaar wordt. De stempels zelf zullen pas drie jaar later verschijnen. Ondanks bovenvermeld artikel komt het voor dat het stempel, vooral de latere ronde datumstempels, toch op de voorzijde te zien is, hoewel dergelijke afwijking van de instructies mij bij de grenskantoorstempels van Menen niet bekend is.</p> <p>Op 26 augustus 1818 verschijnt dan volgende belangrijke omzendbrief: het postkantoor Menen wordt met ingang van 1 oktober opgericht als Frans grenskantoor van eerste categorie, in directe verbinding met het aangrenzende kantoor van Rijsel, belast met het overbrengen van de wederzijdse correspondentie tussen de Nederlanden en Frankrijk en de transitlanden.(<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">4</font></font>)</p> <p>Menen wordt dus dadelijk, wegens zijn belangrijkheid, opgericht als grenskantoor van eerste categorie, terwijl bijv. Doornik slechts een secundair grenskantoor wordt genoemd. In totaal zijn er in 1818 zeven grenskantoren verbonden met Frankrijk, namelijk: vier hoofdgrenskantoren <ol><li>Menen, dat in verbinding staat met Rijsel,</li><li>Bergen, dat de dienst waarneemt met Valenciennes, St. Quentin en Parijs,</li> <li>Dinant, dat Givet bedient,</li><li>Luxemburg, in verbinding met Thionville.</li></ol> drie tweedeklaskantoren, die enkel dienen voor de behandeling van lokale correspondentie<ol><li>Doornik, dat ook Rijsel bedient,</li><li>Veurne, afhankelijk van Duinkerke,</li><li>Bouillon, in verbinding met Sedan.</li></ol></p> <p>Voor de berekening van het port gelden volgens het K.B. van 1 december 1816 vanaf 1 januari 1817 volgende principes: in de zuidelijke Nederlanden was in de praktijk tot einde 1823 op postaal gebied Frans geld gebruikelijk (1 décime = 10 centiem = 1 stuiver of sol, waarbij 1 stuiver = 5 Hollandse cent). De eerste gewichtsklasse bedraagt maximum 6 g. Van 1824 (in theorie vanaf 1 januari 1827) tot 1834 kon het port postaal in Hollands geld aangeduid zijn. Vanaf 1 januari 1827 wordt het zowel het Nederlandse als het Franse port aangeduid in "décimes" (= 10 centiem). De eerste gewichtsklasse bedraagt nu maximum 7½ g. (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">5</font></font>) </p> <p>De binnenlandse tarieven in de Nederlanden bedroegen sinds 1818 voor een enkelvoudige brief tot 6 g (met conversie van 1 uur gaans naar 5 km): <table width ="90% height = "6%"<tr><td><u>afstand</u></td><td><u>port</u></td></tr><tr><td>0 - 30 km</td><td>2 stuiver</td></tr><tr><td>30 - 60 km</td><td>3 stuiver</td></tr><tr><td>60 - 100 km</td><td> 4 stuiver</td></tr><tr><td>100 - 175 km</td><td>5 stuiver</td></tr><tr><td>175 -250 km </td><td>6 stuiver</td></tr><tr><td>250 - 350 km</td><td>7 stuiver</td></tr><tr><td>per 100 km meer</td><td>+ 1 stuiver (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">6</font></font>) </td></tr></table></p> <p>Tegen het einde van het jaar 1818 verschijnen dan ook de eerste grenskantoorstempels, die in de loop van de Hollandse periode, dus tot 1830, in drie types zijn onder te brengen, altijd in het zwart. <ul><li> 1. FRANKRYK/OVER MEENEN - volledig in hoofdletters op twee regels</li><li> 2. FRANKRYK/<i>over</i> MEENEN - 'over' in cursieve kleine letters</li><li> 3. <i>Frankryk/Over Meenen - </i> </li>volledig cursief op twee regels</ul></p> <table width = "90%" height = "50%" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/grenskt 1.jpg" width="360" height = "420" border = "2" </a></td><td><font size = "3"><i> <p>Type 1 - volledig in hoofdletters op twee regels (formaat 46 x 11 mm) - op de keerzijde van een brief van 1 februari 1819 van Parijs naar Gent via Menen - met als andere postmerken: rood rayonstempel </i>L-F-R-3<i> (Lettre de France, Troisième Rayon) en zwart herkomststempel van Parijs met </i>P<i> in een driehoek. Rayonstempels waren ontstaan na het akkoord van 14 december 1801 tussen Tour en Tassis enerzijds en Frankrijk anderzijds en bleven in gebruik om het port te berekenen.</i></p> <p><i>Volgens het Franse posttarief van 24 april 1806 bedroeg het port 6 "décimes" voor een brief tussen 8 en 10 g en een afstand vanaf Parijs tot het grenskantoor van 200 tot 300 km. Aanvullend port binnen het Koninkrijk der Nederlanden voor een brief van meer dan 6 g van het 3e Franse rayon: 40 centiem (of 4 stuivers). Samen 100 centiem (of 10 stuivers), te betalen door de geadresseerde.</i></p> </td></tr></table></font> <p>Dit doorgangsstempel komt ook voor op brieven uit Spanje naar de Nederlanden, maar dan met een Frans inkomststempel, bijv. ESPAGNE PAR/PERPIGNAN in het rood of ESPAGNE/PAR BAYONNE in het zwart. Voor zover mij bekend, zijn de uiterste data waarop deze stempel werd gebruikt 19 december 1818 en 7 mei 1822.</p> <p><table width = "90%" height = "50%" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/grenskt 2.jpg" width="350" height = "400" border = "2"</a></td><td><font size = "3"><i> <p>Type 2 - volledig in hoofdletters behalve "over" in kleine schrijfletters (caractères anglais), ook op twee regels (formaat 39 x 12 mm) - op de keerzijde van een eigenhandig geschreven brief van 'Le sieur Henrion' (1742-1829), lid van de Chambre des Pairs tijdens de Restauratie, dd. 30 januari 1825 van Parijs naar Oudenaarde via Menen - met als aanvullende postmerken op de voorzijde een rood tweeregelig herkomststempel </i> BUREAU DE POSTES/CHAMBRE DES PAIRS, <i>een rood rayonstempel </i>L-F-R-3 <i> en op de keerzijde een rood stempel uit de Franse periode </i> D94B/BRUXELLES <i> dat aantoont dat het port in Brussel afgeschreven werd doordat de brief naar Oudenaarde gezonden moest worden.</p></i> <p><i> Het Franse port volgens het tarief van 24 april 1806 was 50 centiem voor een brief tot 6 g en een afstand van 200 tot 300 km. Het Nederlandse port bedroeg 30 centiem. Samen 80 centiem (of 8 stuivers), te betalen door de geadresseerde. </p> </td></tr></table></font></i> <p> Ook dit stempel van het Meense grenskantoor komt voor op brieven uit Spanje, waarbij het Franse invoerstempel uiteraard ook voorkomt. De uiterste data waarop dit type van de stempel werd gebruikt, zijn bij mijn weten 17 december 1822 en 17 juni 1829.</p> <table width = "90%" height = "50%" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/grenskt 3.jpg" width="410" height = "400" border = "2"</a></td><td><font size = "3"><p><i>Type 3 - Frankryk/Over Meenen - in het zwart, op twee regels - formaat 33 x 11 mm, volledig in schrijfletters - op de rugzijde van een brief van Rijsel naar Brussel via Menen met als vertrekstempel een datumstempel van </i>*LILLE*/(57)<i> van 30 september 1830, een rayonstempel </i>L-F-R-1 <i> en een rood (Hollands) aankomststempel ook op de keerzijde </i> BRUSSEL/1 OCT/30 <i> (tijdens het Voorlopig Bewind). <p> Frankering Rijsel - Menen (1e rayon) enkelvoudig port 2 stuiver = 10 cent + Menen - Brussel (100 km of 20 uur gaans) 5 stuiver = 25 cent, samen 35 cent. </p></i> </td></tr></table></font><p> De uiterste data zijn, voor zover ik weet, 18 november 1829 en 30 september 1830. </p> <p><a href="#inhoud"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "13" border = "1"></a><i> (terug naar inhoudsopgave)</i></p> <h4><a name = "I.B"><u><i>B. Rayonstempels op brieven naar Frankrijk</i></u></a></h4></p> <p>Ingevolge een bepaling van circulaire 125 van 26 augustus 1818 (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">7</font></font>) moesten de postkantoren rayonstempels aanbrengen die de afstand aanduidde die het poststuk af moest leggen, zodat de berekening van het port werd vereenvoudigd. De rayonstempels geven dus de afstand tussen het verzendingskantoor (directiekantoor) en het grenskantoor aan, vereenvoudigd tot de cijfers 1 tot 5, bijv. L.P.B.2.R (Lettre des Pays-Bas 2ième Rayon). Het betreft hier rode of zwarte rayonstempels op briefwisseling waarvoor het port niet vooruitbetaald was:</p><table width ="90%" height = "0%"<tr> L.P.B.1.R</tr><tr>L.P.B.2.R</tr><tr>L.P.B.3.R</tr><tr>L.P.B.4.R</tr><tr>L.P.B.5.R</tr></table> <p>In het grenskantoor Menen werd de briefwisseling uit de Nederlanden waarvan het port nog niet was betaald, in vijf pakken verdeeld, volgens het "rayon" van herkomst. Ze werden globaal per rayon gewogen, nadien verpakt en verkocht aan Rijsel tegen een vastgestelde prijs per rayon en per 30 gram. De Franse post berekende dan het port van iedere brief, vanaf zijn oorsprong in de Nederlanden tot aan zijn bestemming. Op brieven uit Frankrijk, die in Rijsel een Frans rayonstempel hadden gekregen en aan Menen werden verkocht, werd het verschuldigde port in het grenskantoor Menen op de brief geschreven. Op brieven met voorafbetaald port hoefde geen rayonstempel te worden aangebracht: er diende immers geen port meer berekend te worden.</p> <p>Het <i>postkantoor</i> van Menen had gezien de nabijheid van de grens alleen de rayonstempel met L.P.B.1.R. in zijn bezit. Dit stempel werd dan ook aangebracht door het post- of vertrekkantoor op brieven vanuit Menen naar Frankrijk, indien het port tenminste niet voorafbetaald was of de brieven portvrijdom genoten. Behalve het zwart rayonstempel zien we op dergelijke brieven ook het vertrekstempel MENEN of MEENEN. Het <i>grenskantoor</i> diende echter het rayonstempel aan te brengen op brieven van elders uit het land, indien het postkantoor van herkomst bij vergetelheid nagelaten had het rayonstempel te plaatsen. Het grenskantoor heeft de <i>vijf</i> stempels in zijn bezit gehad, maar gevallen uit de Hollandse periode waarbij het grenskantoor een verzuim herstelde door middel van een rayonstempel, zijn tot nu toe voor Menen echter niet bekend. Brieven die via het Meense grenskantoor Frankrijk bereikten, kregen het Franse doorgangsstempel PAYS-BAS/PAR/LILLE (in een kastje). </p> <p><a href="#inhoud"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "13" border = "1"></a><i> (terug naar inhoudsopgave)</i></p> <h4><a name = "I.C"><u><i>C. Het stempel PORT PAYÉ</i>/- MENIN -</i></u></a></h4></p> <p>In aansluiting bij wat voorafgaat, vermelden we nog dat J. Van der Linden in 1969 al gewezen heeft op een eigenaardigheid in verband met het grenskantoor Menen (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">8</font></font>) . Er is het feit dat de tekst van dit stempel in het Frans is, waardoor het vermoeden rijst dat het grenskantoor op een andere plaats was gevestigd dan het postkantoor. We zien ook dat verschillende inktkleuren werden gebruikt. <table width = "90%" height = "24%" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/grenskt 4.jpg" width="350" height = "150" border = "2"</a></td><td><font size = "3"><i>Hij citeert een brief uit Menen met voorafbetaald port met 1) </i>MENEN FRANCO <i>(gebruikt bij gebrek aan de voorgeschreven P.P.-stempel - zelfs het geschrapte type </i>P ... P/MENIN<i> heeft hij nooit gezien, met name het gewijzigde type uit de Franse periode met weglating van het departementnummer), 2)</i> L.P.B.1.R. <i>, wat overbodig was op een brief met voorafbetaald port, aangebracht in dezelfde stempelinkt als 1) eveneens door het vertrekkantoor, maar doorgehaald in inkt, 3) PORT PAYE/</i>- MENIN - <i>in een andere stempelinkt dan 1) en 2).</i><p><i>Hieruit beluit J. Van der Linden dat </i> L.P.B.1.R.<i><u> elders</u> werd doorgehaald en ook PORT PAYE</i>/- MENIN - <i> op een andere plaats werd aangebracht dan in het vertrekkantoor.</td></tr></table></font></i></p> <p>Hoewel de verordening van 1 januari 1817 al voorgeschreven had dat voorafbetaalde brieven naar Frankrijk het stempel P.P. dienden te krijgen, maar nog uitzonderingen duldde voor die kantoren die niet over zulke stempel beschikten, wordt deze maatregel toch algemeen verplicht in 1825. Mogen wij daarom veronderstellen dat de stempel met <i>PORT PAYE/</i> - MENIN - dateert van 1825 en gebruikt werd tot 1836, toen de voorschriften werden gewijzigd? (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">9</font></font>) </p> <p><a href="#inhoud"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "13" border = "1"></a><i> (terug naar inhoud)</i></p> <h4><a name ="II.">II - Onafhankelijk België </a></h4></p> <p>Meegesleurd door het succes van de septemberdagen in Brussel, komen de Belgische provincies in opstand tegen de Hollandse 'bezetters'. Op 1 oktober 1830 werden deze uit Menen verjaagd, nadat ze eerst bijna de menigte op de markt hadden beschoten. Gelukkig konden hun Belgische wapenbroeders dat verhinderen en de Hollanders overmeesteren. De onafhankelijkheid van België wordt geproclameerd. De politieke wijzigingen brengen vanzelfsprekend ook op postaal gebied nieuwe conventies met andere landen mee, maar ook binnenlandse veranderingen. Zo werden bijv. vanaf 1 januari 1831 alle stempels in de postkantoren Franstalig; ook de grenskantoorstempels zijn aan dit voorschrift onderworpen. Na de onafhankelijkheidsverklaring werd ook voorzien in een regelmatige dienst van de paardenpost (onder staatscontrole) van Antwerpen en andere steden naar Rijsel via Menen. Vanaf 1835 werd Belgisch geld postaal gebruikelijk. Het port wordt in "décimes" aangeduid. (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">5</font></font>) </p><p> Op 27 mei 1836 wordt een postconventie gesloten met Frankrijk, waarin wordt bepaald dat in Menen en Doornik aan Belgische zijde en in Roubaix, Tourcoing en Rijsel aan Franse zijde postpakken worden klaargemaakt. Tussen Rijsel en Menen worden verbindingen tot stand gebracht per voertuig, te paard of zelfs te voet, naargelang de plaatsen en de behoeften; hierbij worden de postzakken hoogstens driemaal per dag uitgewisseld tussen Rijsel, Roubaix en Tourcoing enerzijds en Menen anderzijds.</p><p>Deze eerste tabel geeft de Franse tarieven die vanaf 1 januari 1828 van kracht waren en het bleven (Wet van 15 maart 1827): <table width = "90%" height ="12%"<tr><td> <u>gewichtsklasse</u></td><td><u>port</u></td></tr><tr><td >0 - 7½ g</td><td>1 port</td></tr><tr><td >7½ - 10 g</td><td >1½ x port</td></tr> <tr><td>10 - 15 g</td><td>2 x port</td></tr><tr><td >15 - 20 g</td><td >2½ x port</td></tr><tr><td>per 5 g meer</td><td >½ x port meer</td></tr></p></table><p>De tarieven in "décimes", de gewichtsklassen en afstanden die in België vanaf 1 oktober 1836 geldig waren : (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">10</font></font>) <table width ="90% height ="12%" <tr><td><u>gewichtsklasse</u></td><td><u>0 - 30 km</u></td><td><u>30 - 60 km</u></td><td><u>60 - 100 km</td></u><td><u>100 - 150 km</u></td><td><u>150 - 200 km</td></u></tr><tr><td> 0 - 10 g</td><td>2 d</td><td>3 d</td><td>4 d</td><td>5 d</td><td>6 d</td></tr><tr><td>10 - 15 g</td><td>3 d</td><td>5 d</td><td>6 d<td>8 d</td><td>9 d</td></tr><tr><tr><td>15 - 20 g<td> 4 d</td><td>6d</td><td>8 d</td><td>10 d</td><td>12 d</td></tr><tr><td>20 - 30 g</td><td>5 d</td><td> 8 d</td><td>10 d</td><td>13 d</td><td>15 d </td></tr></table></p> <p><a href="#inhoud"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "13" border = "1"></a><i> (terug naar inhoudsopgave)</i></p> <h4><a name = "II.A"><u><i>A. Stempels op brieven uit Frankrijk</i></u></a></h4></p> <p> Op 27 mei 1836 wordt een postale overeenkomst gesloten tussen België en Frankrijk. Deze conventie krijgt haar uitwerking door de circulaire van 12 april 1837. (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">11</font></font>) Ook Doornik blijft grenskantoor in verbinding met Rijsel. In totaal zijn er nu echter acht grenskantoren met Frankrijk: dezelfde zeven uit de Hollandse periode (sinds 1818) met uitzondering van Luxemburg, dat (waarschijnlijk al sinds 1830) door Aarlen vervangen is, maar met toevoeging van Brussel, dat ook verbonden is met Valenciennes, St. Quentin en Parijs.</p> <p>We krijgen in deze periode volgende grenskantoorstempels, die onder te brengen zijn in vier types, allemaal in het rood en altijd aangebracht op de achterzijde van de brief:</p><p> <ul><li>4. <i>Frankryk/Over Meenen</i>, zoals type 3, maar in het rood. Dit type wordt vermeld in Hanciau, echter zonder kleuraanduiding, wel met de data 8 en 10 september 1830, dus behorend tot de Hollandse periode. (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">12</font></font>) Uiterste data 15 november 1830 - 1831 (Herlant). (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">13</font></font>)</li> </p><li>5. FRANCE/PAR MENIN - in een kastje met afgeronde hoeken, in een kleur die varieert van oranjerood over rood naar roodbruin. Uiterste data 3 februari 1833 - 15 februari 1838.</li></p></ul> <table width = "90%" height = "28%" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/grenskt 14.jpg" width="430" height = "400" border = "2"</a></td><td><i>Type 5 - Brief van 16 maart 1833 uit Béthune naar Brugge via Menen, met op de voorzijde zwart herkomststempel </i>BETHUNE/(61) <i> op datum van 16 mars 1833 en met Frans zwart rayonstempel </i> L-F-R-2<i> en aanduiding van het gewicht (7½ g) en het port (40 cent). Op de rugzijde rood stempel van het grenskantoor </i>FRANCE/PAR MENIN<i> in een kastje met afgeronde hoeken, en zwart aankomststempel </i>BRUGES/1833 <i>op datum van </i>17 MARS.<i> </p><p> Berekening van het port: Frans port - 2e gewichtsklasse: 3 d x 1½ = 5 d afgerond + Belgisch port - 0 tot 10 g (30-60 km) = 3 d, samen 8 "décimes" of 40 cent. (vid. I.A) </p></td><tr></table></font></i><ul><li> 6. FRANCE PAR MENIN/jt 4 - datumstempel met de tekst in romeinletters doorlopend van links naar rechts in de kroon tussen de twee cirkels - diameter 30 mm - jaartal in 4 cijfers. Uiterste data 22 mei 1838 - 27 december 1842.</p></ul><table width = "90%" height = "30%" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/grenskt 7.jpg" width="420" height = "265"border = "2" </a></td><td><a><img src ="website MFC/grenskt 8.jpg" width="420" height = "265" border = "2"</a></td></tr></table></font> <p><i> Type 6 - Brief van Rijsel naar Brussel via Menen, met op de voorzijde zwart vertrekstempel </i> LILLE<i> op datum van 20 juli 1838 en zwart rayonstempel </i> 1.R <i> in kastje met afgestompte hoeken. Aanduiding van het gewicht: 10 gram. Port 10 d (= Frans port 2e gewichtsklasse: 3 d x 1½ = 5d + Belgisch enkel port: 5 d). Op de rugzijde rood doorgangsstempel van 30 mm van het grenskantoor </i> FRANCE PAR MENIN/1838<i> met in het centrum als datum </i>20 JUIL.<i> en blauw aankomststempel van 24 mm van </i> BRUXELLES/1838<i> op datum van 21 juli. </i></p><table width = "90%" height = "30%" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/grenskt 13.jpg" width="430" height = "400" border = "2"</a></td><td><i>Brief van Aire-sur-la-Lys naar Brugge via Menen van 27 april 1841, met op de voorzijde zwart vertrekstempel </i>AIRE-S-LA LYS/(57)<i> op datum van </i>27<i> AVRIL. Het stond de afzender vrij het port te betalen tot het grenskantoor of tot de geadresseerde. Op de voorzijde zien we een rood stempel met </i> P.P.<i> in een kastje ter aanduiding dat het port tot de grens vooruitbetaald was, het geschreven "franco" en een zwarte dwarsstreep in inkt. Op de rugzijde zien we het zwarte doorgangsstempel van </i> LILLE/(57)<i> op datum van 28 april 1841, het rode grenskantoorstempel (type 6) </i> FRANCE PAR MENIN/1841<i> met het datummidden </i>28 AVR. <i> en het rode aankomststempel </i>BRUGES/1841<i> met in het midden </i>29 AVR.<i><p>Berekening van het port: Frans port van Aire-sur-la-Lys tot Rijsel - vooruitbetaald, van grenskantoor Rijsel tot grenskantoor Menen 3d + Belgisch port van Menen (vandaar grenskantoorstempel) tot Brugge (30-60 km ) 3d = 6 d. </p></td><tr></table></p><ul><li>7. FRANCE/PAR MENIN - datumstempel met de tekst in romeinletters in de kroon tussen de twee cirkels - FRANCE bovenaan en PAR MENIN onderaan - diameter 23 à 24 mm - in het datumcentrum dag en maand (cursief) zonder jaartal, ter vervanging van type 6, zoals in de andere grenskantoren. Uiterste data 25 maart 1843 - 6 april 1843.</p></li></ul> <table width = "90%" height = "30%" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/grenskt 15.jpg" width="440" height = "265"border = "2" </a></td><td><a><img src ="website MFC/grenskt 16.jpg" width="440" height = "265" border = "2"</a></td></tr></table> <p><i> Type 7 - Brief van Rijsel naar Sint-Niklaas via Menen, met op de voorzijde zwart vertrekstempel </i> LILLE/(57)<i> met datummidden </i>6/<i>FEVR/</i>1843/<i> en zwart rayonstempel </i> 1.R <i> in achthoekig kastje. Port 6 d (= Frans port 1e gewichtsklasse 1e rayon: 2 d + Belgisch enkel port 60-100 km: 4 d). Op de rugzijde oranjerood doorgangsstempel van 23 mm van het grenskantoor </i> FRANCE/ PAR MENIN<i> met in het centrum als datum </i>6/FEV.<i> en rood aankomststempel van 24 mm van </i>St. NICOLAS/1843<i> op datum van 7 februari. </i></p> <p>Bij de behandeling van de Hollandse periode hebben we gezien </li>wat de bedoeling was van de grenskantoorstempels. In het begin hadden ze een louter informatieve waarde. Vanaf 1 oktober 1836, in uitvoering van de instructie van 29 september 1836, krijgt een grenskantoorstempel een specifiekere functie. Het port werd van dat ogenblik af immers vastgesteld naar gelang van de plaats waarlangs een brief het land binnenkwam. Een brief uit Frankrijk kon goedkoper bezorgd worden wanneer hij bijv. via Menen dan wel via Aarlen België binnenkwam. In ieder geval kocht het uitwisselingskantoor ook nu nog de brieven af van het aangrenzend buitenlands kantoor. De bedragen van het port werden dus door het grenskantoor van Menen aan het kantoor van Rijsel betaald en omgekeerd. Zo kan het zelfs voorkomen dat het port werd gewijzigd, indien een vergissing in de berekening werd geconstateerd. Dat werd gemeld met bijv. <i> "taxe rectifiée à ... cts" </i> met een paraaf. Die rechtzetting kan door het grenskantoor aangebracht zijn, maar zekerheid daaromtrent hebben we natuurlijk niet. (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">14</font></font>) </p> <p><a href="#inhoud"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "13" border = "1"></a><i> (terug naar inhoudsopgave)</i></p> <h4><a name = "II.B"><u><i>B. Rayonstempels op brieven naar Frankrijk</i></u></a></h4></p> <p>Tussen oktober 1830 en 1 oktober 1836 werden door de postkantoren dezelfde rayonstempels voortgebruikt als in de Hollandse periode, dus het type met L.P.B. ... R., in principe aangebracht door het vertrekkantoor. Zo zijn brieven bekend met L.P.B.1.R. in het rood + vertrekstempel "MENIN".</p><p>Op 1 oktober 1836 komen er nochtans wijzigingen. De rayonstempels worden van dan af altijd door de grenskantoren - later met inbegrip van de treinpostkantoren - geslagen (conventie van 27 mei 1836, art. 15 en 16). Voordien lag een postkantoor altijd in hetzelfde rayon, om het even waar de brief de grens overschreed. Vanaf 1 oktober 1836 zal het rayon waartoe een postkantoor behoort, afhangen van de afstand tussen het vertrekkantoor en het grenskantoor.<p><table width = "90%" height = "30%" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/grenskt 11.jpg" width="425" height = "245" border = "2"</a></td><td></td><td><p><i>Brief van Oostende naar Tourcoing via Menen met rood herkomststempel </i> OSTENDE /1839 - 21 AVR.<i>, met Belgisch rood rayonstempel van het afgeknotte type </i> B.2.R<i> met spoortje van de verwijderde </i>L <i> zichtbaar, met Frans rood grenskantoorstempel </i>BELG./LILLE - 22 <i>AVRIL </i>39 <i> en met zwart aankomststempel op de rugzijde </i> TOURCOING/(57) - 22 AVRIL 1839.</p> <i> Port enkelvoudige gewichtsklasse: Belgisch port 2e rayon 3 d + Frans port van 0 tot 40 km 2 d = 5 d.</i> </td></tr></table></font></i></p> Zo was volgens art. 15 en 16 van de conventie van 27 mei 1836<ul type = a ><li>het 1e rayon vastgelegd voor een kantoor in een zone minder dan 30 km van het grenskantoor verwijderd (enkelvoudig port 20 centiem),</li> <li>het 2e rayon voor een zone van 30 tot 60 km (enkelvoudig port 30 centiem),</li> <li>het 3e rayon voor 60 à 100 km (enkelvoudig port 40 centiem), </li><li>het 4e rayon voor 100 tot 150 km (enkelvoudig port 50 centiem), </li><li>het 5e rayon voor 150 tot 200 km (enkelvoudig port 60 centiem),</li><li> het 6e rayon voor een zone van 200 tot 250 km.</li> </ul> Het bedrag van het Belgische port hing dus af van deze afstand: eenzelfde kantoor kon dus nu tot verschillende rayons behoren. Ten opzichte van een welbepaald grenskantoor, bijv. Menen, bleef een stad natuurlijk altijd binnen hetzelfde rayon.</p> <p>De instructies bepaalden dat de correspondentie afkomstig van de provincies West- en Oost-Vlaanderen, Antwerpen, Brabant en Limburg en bestemd voor de Franse departementen Nord, Pas-de-Calais en Somme via het grenskantoor Menen verstuurd moest worden, waar de brieven een rayonstempel kregen (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">15</font></font>).</p> <p>Er werd ook een nieuw type rayonstempel in gebruik genomen: het zo geheten 'type tronqué', waarbij de L.P. van de oorspronkelijke stempels duidelijk merkbaar verwijderd werd, zodat we een 'afgeknot' type overhielden. In de rayonstempels die in Menen werden gebruikt, is de punt vóór de B heel goed zichtbaar. De betekenis van .B.1.R. is nu Belgique 1er Rayon. </p><p>Dit tweede 'afgeknotte' type werd in het grenskantoor Menen gebruikt tussen 1 oktober 1836 en 1 augustus 1843, toen het kantoor werd afgeschaft. De vijf oorspronkelijke stempels werden 'afgeknot' teruggevonden. De kleur kan ook hier variëren van rood tot roodbruin. Zo zijn mij als uiterste data bekend: <ul> <li>B.1.R. - 17 augustus 1837 - 29 december 1842 (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">16</font></font>)</li><li>B.2.R. - 21 november 1836 - 29 december 1842 (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">16</font></font>)</li><li>B.3.R. - 1 september 1838 - 9 november 1842</li><li>B.4.R. - 21 september 1839</li><li>B.5.R. - 7 april 1838 - 19 december 1842</li></ul></p> <p>Menen, waarvan het grenskantoor aan belang inboette ten voordele van Doornik, heeft waarschijnlijk nooit de Belgische rayonstempels - meer bepaald het type in een kastje - gehad, want de afgeknotte stempels komen voor tot de verdwijning van het grenskantoor op 1 augustus 1843 (K.B. van 13 juli 1843). Nadien nemen Gent, Kortrijk en het treinpostkantoor van de lijn Gent-Moeskroen de rol van het Meense grenskantoor over. Aan Franse zijde werd al in 1830 het stempel BELGIQUE/PAR/LILLE in een kastje aangebracht; in 1839 wordt dit stempel vervangen door verschillende datumstempels met BELG./LILLE of 3 BELGIQUE 3/LILLE in de kroon. In 1848 wordt het gebruik van de rayonstempels opgeheven.</p> <p><a href="#inhoud"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "13" border = "1"></a><i> (terug naar inhoudsopgave)</i></p> <h4><a name = "II.C"><u><i>C. Treinpostkantoorstempels</i></u></a></h4></p> <p>Menen had in 1830 één van de 123 Belgische postkantoren op het niveau van directiekantoor. In 1840 worden de directiekantoren omgevormd tot ontvangstkantoren. Vanaf 1 september 1838 krijgt het kantoor van Menen Moeskroen als distributiekantoor onder zich, en dat tot 1 augustus 1843. Een Koninklijk Besluit van 25 augustus 1837 regelt de samenwerking van de postdienst met de dienst van de spoorwegen. Een ministeriële beschikking van 17 augustus 1840 zorgt ervoor dat de werking van de treinpostkantoren bij wijze van proef wordt georganiseerd. Aan dit experiment komt een einde in 1850, toen de oprichting van dergelijke kantoren definitief werd. In deze treinpostkantoren werd de correspondentie tijdens het vervoer gesorteerd, gestempeld en eventueel belast, dus ook de brieven uit het buitenland, vanaf het ogenblik waarop de treinpostkantoren de rol van grenskantoor waarnemen.</p> <p>De postmerken die in de treinpostkantoren werden gebruikt, zijn (voorlopig) meestal groen. Het was de bedoeling dat ze de portberekening zouden mogelijk maken. Ook op de spoorlijn Gent-Moeskroen was een treinpostkantoor dat als grenskantoor functioneerde. Het gebruikte bij wijze van proef volgend type als stempel op de achterzijde van brieven uit Frankrijk: <ul></p><p><li>8. FRANCE PAR MENIN/jt 4 - datumstempel met de tekst in romeinletters doorlopend van links naar rechts in de kroon tussen de twee cirkels - diameter 24 mm - jaartal in 4 cijfers - dag en maand niet cursief, maar recht - kleur groen of olijfgroen.</li><p></ul> <table width = "90%" height = "30%" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/grenskt 5.jpg" width="385" height = "220" border = "2"</a></td><td><a><img src ="website MFC/grenskt 6.jpg" width="385" height = "220" border = "2"</a></td></tr></table></font></i></p> <p><i> Type 8 op brief verstuurd op 12 juli 1843 van Parijs naar Sint-Niklaas via Menen met blauw herkomststempel </i>PARIS 12 <i>JUIL</i> 43<i>, met rood Frans rayonstempel </i> 4-R<i> in een kastje met afgeronde hoeken en met portcijfer 9 d (= 5 d Frans port voor de afstand Parijs-Rijsel, d.i. 4e rayon + 4 d Belgisch port voor een afstand tussen 60 en 100 km). Op de achterzijde olijfgroen doorgangsstempel van het treinpostkantoor </i> FRANCE PAR MENIN/1843 <i> met als datummidden</i> 13 JUIL.<i> en rood aankomststempel </i> St. NICOLAS/1843 <i> met datummidden </i>14 <i>JUIL.</i></p> <p> De reden waarom in het stempel "Menin" staat vermeld, is dat Moeskroen nog geen ontvangstkantoor had. De correspondentie werd dus tot augustus 1842 vanuit Rijsel via de weg naar Menen gebracht en van hieruit dan verder via het grenskantoor van Menen naar het treinpostkantoor in Moeskroen, waar het groene invoer- of doorgangsstempel werd aangebracht. (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">17</font></font>) Het Belgisch binnenlands port moest voorlopig nog vanaf Menen worden berekend, doordat Moeskroen slechts een distributiekantoor had. </p><p>Uiterste data mij bekend:<ul> <type= a> <li> groen - 14 maart 1842 - 31 augustus 1842</li> <li>olijfgroen - 4 december 1842 - 13 juli 1843.</li></ul></p><p>Merkwaardig genoeg overlappen deze groene stempels en de rode stempels van het type 6 en type 7 elkaar in de jaren 1842 en 1843. Het gaat hier dus bij type 8 niet om een grenskantoorstempel van een treinpostkantoor dat vanuit Menen met Frankrijk in verbinding stond. Immers, Menen werd pas in 1853 met het spoorwegnet verbonden. Het traject Tourcoing-Moeskroen daarentegen zou al in november 1842 in gebruik genomen worden. Het groene stempel is hier veeleer een voorbode van het groene treinpostkantoorstempel FRANCE/PAR MOUSCRON en eveneens het eerste grenskantoorstempel van het treinpostkantoor op de spoorlijn Gent-Moeskroen.</p> <p><i><u>Opm.</u> Groene of olijfgroene rayonstempels van het type </i>B.1.R. <i>uit de periode dat het treinpostkantoor "France par Menin" aanbracht, zijn niet bekend.</i></p> <p><a href="#inhoud"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "13" border = "1"></a><i> (terug naar inhoudsopgave)</i></p> <h4><a name = "II.D"><u><i>D. Ontsmette brieven </i></u></a></h4></p> <p>Waard vermeld te worden is ook dat het grenskantoor in geval van nood brieven diende te ontsmetten. De algemene opvatting was dat brieven dragers konden zijn van allerlei ziektekiemen. De desinfectie gebeurde meestal door beroking (te herkennen aan insnijdingen in het papier om de rook binnen in de brief te laten doordringen), soms ook door onderdompeling in een ontsmettende vloeistof, zoals azijn.</p> <p>Menen was één van de tien grenskantoren die de brieven van en naar het buitenland moesten ontsmetten. Een besluit, verschenen in het "Bulletin Officiel" publiceert deze wet op de hygiëne: ze wordt van kracht op 17 augustus 1831, de maatregelen worden opgeheven op 7 april 1833.</p> <table width = "90%" height = "30%" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/grenskt 12.jpg" width="560" height = "280"border = "2"</a></td><td><font size = "3"><p><i> Door onderdompeling in een desinfecterende, verkleurende vloeistof ontsmette brief van Barcelona naar Gent via Menen, verstuurd op 12 februari 1820, met op de voorzijde rood vertrekstempel </i> CATALUÑA<i>, met rood doorgangsstempel van het Franse grenskantoor </i> ESPAGNE PAR/PERPIGNAN<i>, met op de keerzijde zwart doorgangsstempel </i>FRANKRYK/OVER MEENEN<i> (type 1).</p><p> Berekening van het port: Spaans port tot Perpignan verplicht in Spanje te betalen, Frans port (vast transitorecht tot 1200 km voor een brief tot 6 g) 11 d + Nederlands port (Menen-Gent) 3 d = 14 d.</td></tr></table></font></i></p> <p>Zo zijn er ook enkele brieven bekend die uit Menen zelf verzonden waren met bestemming Frankrijk en die in Menen ontsmet werden. Heerste er toen in onze stad wellicht een epidemie? Desinfectie van brieven naar het buitenland is overigens vrij zeldzaam. We zagen een brief van Menen naar Auxerre van 17 december 1831 met duidelijk tekenen van ontsmetting door beroking.</p> <p><a href="#inhoud"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "13" border = "1"></a><i> (terug naar inhoud)</i></p> <h4><a name ="III.">III. - De Opheffing van het Grenskantoor </a></h4></p> <p>De sluiting van het grenskantoor Menen betekende meteen de oprichting van en de vervanging door Kortrijk, Gent en Moeskroen als grenskantoor. De opheffing was voorgeschreven in artikel 10 van de postconventie van 13 september 1841, zodra de spoorweglijn tussen Kortrijk en Rijsel afgewerkt zou zijn. (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">18</font></font>). </p> <p> Moeskroen wordt in niveau verhoogd tot ontvangstkantoor door een Koninklijk Besluit van 13 juli 1843. Door een soortgelijk besluit, verschenen op 29 juli 1843, werd bepaald dat Menen als grenskantoor vanaf 1 augustus 1843 werd opgeheven en vervangen door Kortrijk of (wat het treinpostkantoor betreft) door Moeskroen. De reden is duidelijk: het vervoer van brieven ging veel sneller direct van Rijsel naar Moeskroen en zo verder met de spoorlijn. De circulaire van 28 juli 1843 omschrijft dat heel duidelijk. (<font size ="2"><font color ="ff0000"><a href = "#noot"><img src ="website MFC/ster.gif" width="15" height = "15" border = "0"></a><face = "helvetica">19</font></font>). </p> <p>Dezelfde circulaire schrijft ook de oprichting voor van een directe verbinding tussen het treinpostkantoor op de spoorweglijn van Gent naar Moeskroen en de Franse bureaus van Rijsel, Roubaix en Tourcoing, zelfs voor brieven met bestemming Menen. Het port werd vanaf nu vanaf Moeskroen berekend.</p><table width = "90%" height = "30%" border = "0"><tr bgcolor = "#7CFC00"><td><a><img src ="website MFC/grenskt 9.jpg" width="425" height = "265" border = "2"</a></td><td><a><img src ="website MFC/grenskt 10.jpg" width="425" height = "265"border = "2" </a></td></tr></table></font></i></p> <p><i> Brief van Rijsel naar Menen, verstuurd op 27 december 1843 via het treinpostkantoor van Gent-Moeskroen. Op de voorzijde zien we het zwarte vertrekstempel </i> LILLE/(57)<i> met het datummidden </i> 27 DEC 1843<i> en het rayonstempel </i> 1-R<i> in een kastje met afgestompte hoeken. Het port voor de afstand Rijsel-Menen (1e rayon) bedraagt 2 d. Op de achterzijde zien we een groen stempel van het treinpostkantoor </i> FRANCE/PAR MOUSCRON<i> zonder jaartal, maar met datummidden </i>27 <i>DEC</i><i> en tevens een rood aankomststempel </i> MENIN/1843<i> met in het midden de datum </i> 27 DEC</i>.</p> <p>Op 3 november 1847 wordt een nieuwe postconventie gesloten tussen Frankrijk en België, die op 27 april 1849 al wordt aangevuld met een bijkomende conventie, maar daarin is geen sprake meer van Menen, dat al geruime tijd door allerlei omstandigheden aan belangrijkheid had ingeboet. De sluiting van het grenskantoor in Menen bracht met zich het einde van alle besproken Meense stempels.</p> <p><a href="#inhoud"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "13" border = "1"></a><i> (terug naar inhoud)</i></p> <p><font size = "2,75"> <p>Eindnoten</p><a name = "noot"></a><p><ol> <a name = "eindn.1"></a><li>"Bij zijn doortocht in Gent zal de koerier van de prins van Tassis die van Menen naar Kuipersveer reist (...), er de gesloten koffer uit Frankrijk afgeven. (...) Bij zijn terugkeer uit Kuipersveer zal de Meense koerier bij zijn doortocht in Gent de gesloten koffer uit Zeeland voor Frankrijk ontvangen." (Herlant, L.P. - Prefilatelistische Postmerken van België, Brussel, 1982, p. 162)</li> <li>Zie ook Carte Générale des bureaux et ténances des Postes des Pays-Bas Autrichiens, Maillart, Brussel, 1789</li><li>Philatélie, n° 50, februari 1972, p. 54</li> <li>"Sous la dénomination de <i>Bureau-frontière principal français</i> a été établi suivant l'instruction du 26 août 1818 <i>(circulaire 125, art. 3)</i> un bureau frontière à Menin en relation directe avec le bureau français de Lille." (Hanciau, L. - La Poste Belge et ses diverses marques postales, H.Raassens. Antwerpen, 1981, p. 230)</li> <li>Delbeke, C. - De Post vanuit de Nederlanden, 1813-1853, Aalter, 1989, p. 11 e.v.</li> <li>Delbeke, C. - o.c., p. 13</li> <li>Hanciau, L. - o.c., p. 231</li> <li>Van der Linden, J. - Marques de rayon: Belgique, correspondance vers la France, Story-Post, nr. 76, p. 12, Brussel, 1969</li> <li>Dat het uitwisselingskantoor zich niet binnen dezelfde ruimte bevonden zou hebben als het gewone postkantoor, is twijfelachtig. Er bestaan immers brieven met als doorgangsstempel MENIN/jt 4, het gewone datum- of herkomststempel, dat bij vergissing werd gebruikt in plaats van FRANCE PAR MENIN/jt 4. Welnu, die abusieve stempels op de keerzijde zijn vanaf 1836 in dezelfde rode kleur als de grenskantoorstempels. </li><li>Delbeke, C. - o.c., p. 53</li> <li>"Ce bureau (frontière de Menin) a été maintenu bureau échange pour la correspondance entre la Belgiue, la France et pays en transit. <i>(art. 2 de la convention du 27 mai 1836)."</i> (Hanciau, L. - o.c., p. 231)</li><li>Hanciau, L. - o.c., p. 241 en 437</li> <li>Herlant, L.P. - o.c. p. 265</li> <li><i>"Taxe rectifiée à 80 cts"</i> + paraaf komt voor op brief van 31 oktober 1835 van Ochtezeele naar Brussel met op de voorzijde zwart vertrekstempel van CASSEL/(57) op datum van 2 nov. 1835, met zwart rayonstempel L.F.R.1, aangebracht boven op L.F.R.2, portcijfer '7' doorgehaald en vervangen door een '8', met op de achterzijde rood grenskantoorstempel FRANCE/PAR MENIN in een kastje (type 5) en rood aankomststempel BRUXELLES/1835 met datummidden 4 NOV </li> <li>Van der Linden, J. - Marques de rayon: Belgique, correspondance vers la France, Story-Post, nr. 77, p. 9, Brussel, 1969</li> <li>.B.1.R. (minder dan 30 km) bij vergissing aangebracht op brief uit Oostende en overstempeld met .B.2.R. (30 tot 60 km)</li> <li> Van de Catsyne, M. - Waarom "FRANCE PAR MENIN" in het groen (1842-43)? Brugge, 1973, p. 2</li> <li>"Du moment où l'établissement du Chemin de Fer de Courtray à Lille permettra de mettre le bureau des postes de Lille en relation avec le bureau belge de Courtray, ou tout autre bureau du même office, l'échange des correspondances des deux pays, entre Lille et Menin, tel que cet échange est réglé par l'art. 2 de la convention du 27 mai 1836, cessera d'avoir lieu ...".</li> <li>"Par arrêté royal du 13 juillet 1843, le bureau des postes de <i>Menin</i> cessera d'être bureau d'échange pour la transmission réciproque des correspondances entre la Belgique et la France, à partir du 1er août 1843. Les opérations, qui avaient lieu à ce bureau seront attribuées le même jour au bureau de <i>Courtrai</i> qui sera mis en relation directe avec les bureaux français de Lille, Roubaix , Tourcoing <i>(circulaire du 28 juillet 1843, n° 334)</i>". (Hanciau, L. - o.c. p. 227 en 231) </font> <p><a href="#inhoud"><img src ="website MFC/bullet.gif" width="12" height = "13" border = "1"></a><i> (terug naar inhoud)</i></p> <p><i>Bruno Stes, september 2008</i></p> <p>© 2008-2010 Meense Filatelieclub, KLBP nr. 904</p><p><a href="#Begin"><img src ="website MFC/epaulette 1.gif" width="108" height = "126" border = "2"></a><i> (terug naar begin)</i></p></html></body> <font size="3"><p><i> Hieronder een recentere foto van de leden van onze vereniging genomen tijdens de onderbreking van de vergadering</i></p> <cellspacing = "1" cellpadding = "1" width = "87%" height = "87%"> <tr><img src = "website MFC/recente foto.gif" width = "600" height = "370" </tr> </font></body></html>