Recensie
Home Up Over dit boek Heksenprocessen Fragment Lesbrief Recensie Boekbespreking

bullet 

Voor deze historische roman vertrekt Kolet Janssen van gegevens die ze gevonden heeft in het register van de schout en de schepenen van Lier en in de procesdossiers en de rekeningen van de markgraaf van het Land van Rijen. Met een kaartje, een citaat uit authentieke procesteksten en de precieze datering van het gebeuren legt ze duidelijk de band tussen verhaal en werkelijkheid. De reële heksenprocessen tegen Anneken Faes Brosis en Cathelijne van den Bulcke vormen de basis van dit boek. In Nijlen wordt het schriele, nogal eenzelvige en weinig sympathieke Anneken Faes thuis stilaan de deur uitgewerkt door haar stiefvader Lenaert. Tijdens de hongerwinter van 1586 (ze was toen pas 11) wordt ze naar Holland op bedeltocht gestuurd. Bij haar terugkeer, is de relatie met Lenaert zo slecht dat Anneken opgevangen wordt door Cathelijne van den Bulcke, de kruidenvrouw, die in iets betere omstandigheden leeft dan de andere arme dorpelingen. Cathelijne leert Anneken heel wat over de kruiden en wil haar ook inwijden in de geheimen van het verbond met de duivel. Daar schrikt Anneken echter voor terug. Toch wordt ze door de buren beschuldigd van duivelscontacten en hekserij. Ze wordt aangehouden, in de kerker opgesloten en onderworpen aan een verhoor met tortuur. Verscheurd door pijn en angst beschuldigt ze Cathelijne ervan haar heksenpraktijken geleerd te hebben en in contact te hebben gebracht met de duivel. Cathelijne wordt daarop aangehouden, verhoord en gefolterd. Ze bekent alles en wordt veroordeeld tot de brandstapel. Anneken krijg genade omdat ze slechts kleine vergrijpen heeft gepleegd en blootgesteld was aan de slechte invloed van Cathelijne. Uitdagend, verbitterd en verlaat ze de kerker op weg naar een onzeker toekomst. Het boek overspant de periode van 26 augustus 1589 tot 20 april 1590, de maanden dat Anneken gevangen zat. In de verschillende hoofdstukken van het boek komen de belangrijkste personages om de beurt aan het woord: Willem Brant, de welvarende schout, die zich terdege bewust is van zijn belangrijke taak de hekserij te bestrijden; Lysbeth Strijckaerts, Annekens verbitterde moeder zelf; Magdaleen Andries, vriendinnetje van Anneken Faes en liefje van Cathelijnes zoon en tenslotte Cathelijne. Het milieu waarin Anneken opgroeide, heeft een belangrijk aandeel in de evolutie van het jonge meisje tot heks. Dat gold trouwens ook voor Cathelijne wier moeder ooit als heks verbrand werd. Centraal in het hele verhaal staat de aanklacht door de buren en bekenden die meestal voorsproot uit eigenbelang. Het procédé met de hoofdstukken geschreven vanuit verschillende gezichtshoeken biedt het voordeel dat de lezer makkelijker te weten komt hoe elk van de personages echt is en wat de anderen van hem of haar denken. Soms wordt één gebeurtenis van twee kanten belicht, waardoor duidelijk wordt dat niemand het patent heeft op de waarheid. In het proces tegen Anneken en Cathelijne laat Kolet Janssen de angst van de rechters voor de vrouw en hun seksuele frustraties terecht een belangrijke rol te spelen. Voor de schout "zijn meisjes mooi als ze nederig en verlegen zijn". Bij de realistisch afgrijselijke tortuur worden vrouwen extra gekweld en vernederd. De schrijfster maakt duidelijk hoe vrouwen het in het verleden en meer bepaald in de harde tijd van de rebellie van de Nederlanden tegen Spanje extra moeilijk hadden. Hun kinderen stierven als vliegen en hun man en zonen werden zonder pardon door de Spaanse soldeniers over de kling gejaagd. De aandachtige jonge lezer biedt dit boek alles bij elkaar veel informatie en stof tot bezinning, niet alleen over de realiteit van ons lang niet zo romantische verleden, maar ook over de drijfveren die toen en vandaag nog de relatie tussen mensen en tussen de geslachten regeren. Het boek verschaft op die manier inzicht in de in vele opzichten nog steeds onterecht inferieure plaats van de vrouw in onze maatschappij. Door de tekening van de onmenselijk wreedheid in ons toch nog niet zo lang voorbije verleden, wekt de auteur ook enige nederigheid bij de beoordeling van de hedendaagse wreedheden in andere gewesten van Europa of de wereld. Het verhaal doet bij jongeren zin voor historisch perspectief en voor relativering van de eigen cultuur ontstaan. Het werd in een behoorlijk en vlotlezend Nederlands geschreven.

Lic. Herman de Graef (Jeugdboekengids)

 

De schrijfster heeft voor dit verhaal inspiratie gezocht en gevonden in de catalogus van de tentoonstelling ‘Heksen in de Zuidelijke Nederlanden’ (Brussel, Rijksarchief, 1989). Zij vertelt het waargebeurde verhaal, uit de Spaanse tijd, van een veertienjarig meisje uit Nijlen. Na het neerslaan van de opstand draait het repressieapparaat op volle toeren. Geuzen en heksen komen massaal op de brandstapel terecht. Zelfs kinderen worden opgepakt en gefolterd. De schrijfster tracht te verklaren hoe rechters in die tijd tot dergelijke dingen in staat waren. In elk hoofdstuk volgt zij de gedachtegang van één van haar personages. Een aangrijpend historisch verhaal.

Gonda Lesaffer (Pluizer, 1992, 1)