Heksenprocessen
Home Up Over dit boek Heksenprocessen Fragment Lesbrief Recensie Boekbespreking

bullet 

Waren de mensen in de middeleeuwen achterlijk? Geloofden ze dat er vrouwen waren die een heel dorp konden betoveren? Dat die vrouwen een verbond hadden gesloten met de duivel? Die arme vrouwen werden bestempeld als heksen en op de brandstapel gegooid. Daar moet je echt wel gek voor zijn!

Horoscopen

Van wat hierboven staat, klopt niet veel. Eerst en vooral speelde de grote periode van heksenvervolging in onze streken zich niet af tijdens de middeleeuwen, maar daarna: in de zestiende en zeventiende eeuw. Verder is bijgeloof en het geloof in hekserij iets van alle tijden: we vinden er getuigenissen over van in de verre oudheid tot op onze dagen. Wie last had van hoest en verkoudheid, was gebaat bij een drankje van vlierbloesem. Wie bang was voor ‘boze krachten’ in zijn huis, begroef gewoon een zakje zout onder de drempel. Hoe meer onwetendheid er was, hoe vaker mensen op zoek gingen naar bovennatuurlijke verklaringen en hulpmiddelen. Ook in onze tijd zie je hoe mensen hun toevlucht nemen tot allerlei vreemde praktijken als bijvoorbeeld de klassieke geneeskunde niet meer helpt. Of als de problemen   waar ze mee worstelen hen boven het hoofd groeien. Dan scoren waarzeggerij, contacten met helderzienden of kaartleggers opeens hoog. En wees eens eerlijk: heb je zelf nog nooit nieuwsgierig je horoscoop gelezen?

Op de brandstapel!

In de zestiende en zeventiende eeuw waren de mensen dus net zo bijgelovig als in de eeuwen daarvoor of daarna. Waarom kwam het dan precies toen tot zo’n massale heksenvervolgingen? Dat ligt aan de houding van de overheid: zowel de burgerlijke als de kerkelijke.

Normaal gezien speelden die eerder een temperende rol. Ze brachten de gemoederen tot bedaren als er ergens iemand verdacht werd van toverpraktijken die andere mensen schade zouden hebben berokkend. Maar de tijden waren slecht: door de aanhoudende gevechten tussen aanhangers van de Noordelijke Nederlanden en de Spanjaarden was er veel verwoest: huizen en kerken, veemarkten en textielwerkplaatsen, akkers en boerderijen. Er was hongersnood en ziekte. Ook voor de Kerk waren het moeilijke tijden: er waren voortdurend conflicten tussen katholieken en protestanten.

Iedereen wilde rust. En dus moest er streng opgetreden worden tegen iedereen die de rust verstoorde: tegen ketters, maar ook tegen heksen. Paus Innocentius VIII vaardigde een bul uit om hekserij zonder pardon uit te roeien. Ook de burgerlijke overheid wilde elke vorm van hekserij zo snel mogelijk de kop indrukken.

Voor de rechtbank

Toch was heksenvervolging meestal geen wilde jacht van woedende dorpelingen, die zich op een arme vrouw stortten. Ook toen was er in onze streken al een lange traditie van rechtspraak. Een heksenproces begon altijd met een aangifte. Meestal dienden enkele buren klacht in tegen een vrouw, waarover in het dorp geruchten van hekserij de ronde deden. De aanklacht bestond erin dat de vrouw bijvoorbeeld een koe van één van de buren ziek had gemaakt. Of dat ze een onweer had afgeroepen zodat de schuur van een naburige boerderij was afgebrand. Als de beschuldigde vrouw de faam had een heks te zijn, werd ze aangehouden voor verder onderzoek. Dan wachtte haar de moeilijke opdracht om zich van alle blaam te zuiveren.

De slachtoffers

De meeste heksen waren arme en oudere vrouwen, die vaak alleenstaand waren. Zonder de bescherming van een man waren ze een gemakkelijk doelwit. Andere vrouwen uit dezelfde familie werden snel ook verdacht. Als je moeder als heks was veroordeeld, kon je maar beter naar een andere streek verhuizen! De enkele mannen en kinderen die op beschuldiging van hekserij voor de rechtbank kwamen, waren allemaal familieleden van reeds veroordeelde heksen.

Gedwongen bekentenis

Om zicht te krijgen op de zaak werden een hele reeks getuigen gehoord: zowel getuigen ten gunste van de beklaagde als getuigen contra. Een buur kwam vertellen dat de vrouw een pad als huisdier had: dat was hoogst verdacht! Een vriendin daarentegen beweerde dat ze nooit iets abnormaals had opgemerkt en dat de vrouw al haar gebeden kende. Ondertussen zat de beklaagde in ellendige omstandigheden in de gevangenis. Er werd een officiële beschuldiging opgesteld en een advocaat kreeg als taak de heks te verdedigen. Maar een heks kon niet ter dood veroordeeld worden als ze niet zelf haar schuld bekende. Dus werd er meestal overgegaan tot ‘scherpe examinatie’, een onderzoek met foltering. De beschuldigde heksen, tegen wie sterke vermoedens van schuld waren, werden gegeseld of in de palei gehangen. De palei was een katrol waarmee de verdachte, die aan een touw hing, werd uitgerekt door hem op en neer te halen. De handen werden op de rug samengebonden en over het hoofd naar voren gebracht, met ontwrichting van de schouders als gevolg. Ook de vuurproef of het opgieten met water werden soms toegepast.  Heel dikwijls legden de vrouwen onder druk van de pijn bekentenissen af. Maar deze hadden geen rechtswaarde omdat ze onder dwang waren bekomen. Om rechtsgeldig te zijn moesten ze binnen de 24 uur door de beschuldigde bevestigd worden ‘onder de blauwe hemel’, dit wil zeggen: buiten het rechtsgebouw waar de folteringen hadden plaatsgevonden. Als de ‘heksen’ dan hun bekentenissen weer introkken, werden ze echter snel opnieuw gefolterd… In de praktijk gebeurde het niet vaak dat een heks haar onschuld kon staande houden. Als ze hier toch in slaagde, werd ze vrijgelaten of verbannen. In alle andere gevallen, als ze toegaf een relatie te hebben met de duivel, volgde de doodstraf. In onze streken werden heksen meestal verbrand. Als gunstmaatregel werden ze soms door de beul gewurgd voordat het vuur werd aangestoken: dat was in elk geval een minder pijnlijke dood. Een heksenverbranding trok altijd veel volk: het was een echte attractie voor groot en klein. Een antieke vorm van ramptoerisme?

De duivel

De angst voor heksen had te maken met de sterke vrees die de mensen hadden voor de macht van de duivel. Men meende dat heksen verleid werden door een duivel, in de gestalte van een knappe man in het zwart gekleed, of in de vorm van een dier zoals een pad. Ze sloten een pact met de duivel waarin ze hun geloof afzwoeren en deel kregen aan de toverkunst van de duivel. Voortaan waren ze in staat andere mensen met toverkunsten schade te berokkenen. Men geloofde ook dat zij in groepen samen met hun duivels samenkwamen op zogenaamde heksensabbats. Daar konden ze door de lucht heen vliegen, omdat ze ingesmeerd waren met heksenzalf, een mengsel waarvoor onder andere vet van ongedoopte (en door de heks vermoorde) baby’s voor nodig was.

Het einde?

In 1684 vond in Sinaai (Oost-Vlaanderen) het laatste Vlaamse heksenproces plaats. De beklaagde, Martha van Wetteren, werd ter dood veroordeeld, maar het vonnis werd niet uitgevoerd. Heel wat rechters handelden op deze manier, uit medelijden met de slachtoffers of omdat ze twijfelden aan het rechtvaardige verloop van het proces. De overheid nam geleidelijk aan een minder repressieve houding aan. Zo verdween het verschijnsel van de heksenprocessen stilaan uit de samenleving. Toch kan de angst voor wat vreemd is snel omslaan in een niets ontziend haatgevoel. Als de overheid dan mee op de kar springt, kan dat leiden tot toestanden zoals in nazi-Duitsland. Daarom is het belangrijk dat de partijen die aan de macht zijn uitgaan van redelijke argumenten, en zich niet laten verleiden tot goedkoop succes met zwart-wit redeneringen en stemmingmakerij.

Uit Blikopener 2000, nummer 8