Fragment
Home Up Over dit boek Heksenprocessen Fragment Lesbrief Recensie Boekbespreking

bullet 

Er was een grote brandstapel opgericht, met een hoge staak in het midden. Bossen stro en takken lagen klaar. Twee vrouwen wurmden zich naar voren om een goed plaatje te bemachtigen. Door het gedrang verloren ze bijna hun evenwicht. Opeens golfde de hele menigte achteruit. Een man te paard liep stapvoets langs de eerste rij om plaats te maken vooraan. "Hé," riep Gertrui, "Dat is Laureyns Schildekens, een neef van mijn man. Hij is kolfdrager en moet hier zeker de orde handhaven." In het gewoel kwam een onverwachte opening vrij en ze slaagde erin helemaal vooraan een plaatsje te bemachtigen. De mensen naast hen wilden protesteren, maar toen Geertrui vriendschappelijk zwaaide naar de kolfdrager, zwegen ze maar. De stemming was gespannen, maar toch vreemd uitgelaten. De mensen riepen elkaar over en weer toe op een schrille toon. Hier en daar ontstonden kleine schermutselingen. Vlakbij het Belfort prees een man luid roepend de schamele bezittingen van Cathelyne aan. De mensen drongen dicht om hem heen en vergaapten zich aan Cathelynes bezittingen. Een man kneep keurend in de poten van de geit. Twee vrouwen trokken om ter hardst aan een diepblauwe jurk, tot de man er een eind aan maakte. Er werd flink geboden. De man kende zijn vak. Binnen de kotste keren was alles uitverkocht. Veel zou het niet hebben opgebracht, dacht Lysbeth. Maar wat een schande voor een trotse vrouw als Cathelyne als je huisraad zo op straat werd gebracht!
Na een hele tijd wachten kwam er opeens een kar aanrijden. De mensen werden stil en keken reikhalzend* toe. Het was Cathelyne. Met haar handen op de rug gebonden zat ze op de kar. Ze droeg een doek over het hoofd. Gemompel gonsde door de menigte. Cathelynes kin stak in de lucht en ze keek roerloos recht omhoog. Ze kijkt naar de blauwe lucht en naar de zon, dacht Lysbeth. Zou ze niet bang zijn? Waar zou ze nu aan denken? De kar hield halt bij de brandstapel. Een priester legde zijn handen op Cathelynes hoofd en begon te prevelen. Haar ogen dwaalden ongeïnteresseerd rond. Het volk dromde dichterbij om niets te missen. De kolfdrager liet zijn paard dreigend op de mensen afkomen. Sommigen riepen luidkeels naar Cathelyne: "Heks!" en "brandstichtster!" Ze riepen ook: "Nu krijg je je verdiende loon!" Iemand scandeerde: "Dood aan de heks!" en onmiddellijk werd zijn roep door een hele groep mensen overgenomen. Lysbeth huiverde.
In een flits zag ze Hans, die huilend de handen tegen zijn oren drukte. Cathelyne werd naar de staak gebracht. De beul haalde een blinddoek te voorschijn. Nog eenmaal keek Cathelyne om zich heen, alsof ze alles voor het laatst heel goed in zich op wilde nemen. Leek het maar zo of vernauwde haar ogen werkelijk toen ze Lysbeth zag staan? Lysbeth klemde Broos dicht tegen zich aan. Even had ze spijt dat ze hem meegenomen had. Stel je voor dat die heks hem betoverde! Maar het was al voorbij. Nog even keek Cathelyne verwonderd om zich heen. Dan maakte de beul de blinddoek vast en knoopte de touwen van Cathelynes handen om de staak. Ook om haar voeten, haar middel en haar borsten kwamen touwen die haar aan de brandstaak moesten vastmaken. De priester sprak nog een laatste zegening uit. Toen draaide de beul een knopentouw* Om Cathelynes hals² en ging voor haar staan. Met enkele efficiënte bewegingen trok hij het touw om haar hals strak en draaide het dan rond. Heel even ging er een stuiptrekking door Cathedlynes lijf.
Dan was de lucht voorgoed afgesneden. Haar hoofd met de blinddoek zakte voorover. Cathelyne, de heks van Nijlen, was er niet meer. Het volk gonsde opgewonden. Het gebeurde tenslotte niet elke dag dat er iemand werd terechtgesteld. Lysbeth was Geertrui in het gewoel kwijtgeraakt. Broosje was wakker geworden en keek met grote ogen om zich heen. Lysbeth was bang dat hij platgedrukt zou worden en stak haar ellebogen beschermend vooruit. De beul haalde een ijzeren pot, waarin een vuurtje smeulde. In zijn handen hield hij drie fakkels, die hij één voor één in brand stak. Toen legde hij de fakkels tussen het stro van de brandstapel. Heel even gebeurde er niets. Plotseling sprong het vuur over op het stro en het laaide hoog op. Rookwolken onttrokken Cathelyne bij tussenpozen aan het gezicht. Lysbeth voelde zich misselijk. Het is maar een lijk, hield ze zichzelf voor. Cathelyne is al dood; die voelt er niets meer van! Maar de vlammen joegen angstaanjagend naar boven. Toen het vuur Cathelynes voeten bereikte, drukte Lysbeth vol afschuw een vuist tegen haar mond. Ze klemde Broosje met zijn gezicht tegen haar borst. Wat afschuwelijk! Ze wilde weg, maar aan alle kanten stonden mensen als muren om haar heen. In een waas van tranen zag ze hoe Cathelyne langzaam maar zeker verkoolde. Toen onttrokken dichte rookwolken de levenloze figuur aan de staak helemaal het gezicht. Huilend baande Lysbeth zich een weg door de menigte. Af en toe keek iemand haar verwonderd aan. Maar meestal zag men haar niet eens. Het viel haar op hoe alle mensen als verlamd naar het schouwspel staarden, ook toen er door de rook niets meer te zien was. Ze bleven staren naar het vuur, in de hoop toch nog een glimp van de heks op te vangen.

Woordenboek

*SCHERMUTSELINGEN: begin van een ruzie, woordenstrijd, klein, niet beslissend gevecht.
*REIKHALZEND: smachtend, naar iets uitkijken
*KNOPENTOUW: een touw vol knopen, wordt meestal gebruikt om iemand te wurgen of op te hangen
²: als gunst stond men bijna altijd de voorafgaande wurging toe van de tot de brandstapel veroordeelde heks
*FANATIEK: Wie fanatiek is, gaat overdrijven en wordt onverdraagzaam
*BEELDENSTORM: Vernieling van beelden in kerken.
*BEWIND: regering, bestuur, beheer.