ROUTE en LOCATIES


De kunstwandeling gaat langs vele mooie en onverwachte locaties in Kortrijk, elk met een unieke ligging, geschiedenis en bouwkundige waarde. Hoe kan je een stadstocht beter starten dan aan hét ijkpunt bij uitstek, het Belfort....
Klik op de Kunstlocatie om meer uitleg te krijgen...



Halletoren of Belfort
BELFORT OF HALLETOREN

Het belfort van Kortrijk, of de Halletoren, staat op de Grote Markt. De belforttoren maakte deel uit van de middeleeuwse "oude" of "kleine" Lakenhalle die dateert van 1411.
Het belfort van Kortrijk is sinds 4 december 1999 opgenomen in de UNESCO Werelderfgoedlijst als onderdeel van de Belforten in België en Frankrijk die als groep zijn opgenomen.
Bovenaan troont Mercurius, god van de handel. Beroemd zijn de uurslagers Manten en Kalle.
In de Belforttoren hangt een beiaard met 48 klokken. De toren helt tegenwoordig lichtjes over.
De vroegste vermeldingen van het Belfort van Kortrijk gaan terug tot 1307. Enkel het onderste gedeelte van de toren dateert nog uit die periode.




Het begijnhof van Kortrijk
Begijnhofkapel te Kortrijk

HET BEGIJNHOF

Het stemmige begijnhof is een oase van rust in het drukke stadscentrum. Het werd in 1238 door Johanna van Constantinopel gesticht. Het gaaf bewaard middeleeuwse stadsdeel is een combinatie van een pleinbegijnhof en een straatbegijnhof (0,7 ha groot).
Het Kortrijkse begijnhof werd meerdere malen verwoest: in 1302 ten tijde van de Guldensporenslag, in 1382 na de slag bij Westrozebeke en nog eens door de Fransen in 1684.
Je vindt er tegenwoordig een veertigtal 17de-eeuwse barokke huisjes naast de Sint-Mattheuskapel (1464), de Sint-Annazaal met de ronde traptoren en het huis van de grootjuffrouw.
Sinds 2 december 1998 behoort het Kortrijkse begijnhof tot het cultureel en natuurlijk werelderfgoed van de UNESCO als onderdeel van de groepsinschrijving van Vlaamse begijnhoven.





Het begijnhof van Kortrijk

BENEDENGALERIE

De Benedengalerie is een parel van een 'sixties'-ruimte en werd opgetrokken met de typische kenmerken van de 'architecture brut' stijl.
Tot 2012 werden tentoonstellingsprojecten met hedendaagse kunstenaars georganiseerd. De ruimte maakt deel uit van het Cultuurcentrum.





Broelmuseum

Museumtuin
BROELMUSEUM

De huizenrij aan de noordkant van de Broelkaai werd opgetrokken tussen 1744 en 1785. Het Broelmuseum staat vermeld in een bouwaanvraag die dateert van 24 juni 1777 op naam van Jan De Brabandere. Nog tijdens de 18de eeuw werd het huis eigendom van Antonius De Brabandere-Amerlinck.
In het begin van de 19de eeuw bewoonde de eerste arrondissementscommissaris van Kortrijk het statige herenhuis. Willem I, koning der Nederlanden, logeerde er op 22 juni 1819. De commissie voor de grensafbakening België - Frankrijk zetelde in het pand van 1816 tot 1820. Haar werk werd afgerond met het Verdrag van Kortrijk, dat in 1820 de bewuste grens vastlegde.
Het is een goed bewaard classicistisch patriciërshuis met bepleisterde voorgevel. Het interieur is een typisch Frans stijlinterieur uit de 18de eeuw.
Het historische pand werd in 1955 door het stadsbestuur aangekocht van de familie Delplanque om er het Broelmuseum in onder te brengen. Het Broelmuseum is eigenlijk een gebouwencomplex waartoe - naast dit klassieke herenhuis uit de 18de eeuw - ook de Paardenstallen en de Oranjerie behoren. Tussen deze gebouwen in ligt de museumtuin, een groene oase van rust.





Broeltorens te Kortrijk
Bovenruimte van een van de Broeltorens
BROELTORENS

Deze middeleeuwse torens zijn de enige overblijfselen van de oudste stadsvestingen. De oudste van de twee torens, de zuidelijke 'Speytorre' of 'Blauwe Toren', werd samen met de Broelbrug gebouwd in 1385 om het verkeer op de Leie te controleren. Deze toren was een deel van de versterkte omheining van het eerste grafelijk kasteel van Kortrijk waar de graven van Vlaanderen resideerden.
De tweede, noordelijke, toren, de 'Inghelborchhtorre', uit 1413 diende als wapenopslagplaats en voor de verdediging met primitief artilleriegeschut.
De naam broel verwijst naar bruul, een afgebakend stuk land, meestal moerassig of braakliggend. Op de Broelbrug staat een standbeeld dat de heilige Johannes Nepomucenus, de patroon van de drenkelingen, voorstelt.






BUDAFABRIEK

Het gebouw van het oude textielveredelingsbedrijf De Smet - De Jaegere nv werd volledig gerenoveerd door de stad Kortrijk en kreeg in 2012 de functie van Budafabriek. Dit gebouw is het uiteindelijke pronkstuk van het Buda eiland waar de smeltkroes van cultuur - creatie - vormgeving een vaste vorm zal aannemen.
Het Buda Kunstencentrum bevat naast de Budafabriek ook nog de Budascoop (vroegere Pentascoop) en de Budatoren (de vroegere Tacktoren). De belangrijkste activiteiten van Buda Kunstencentrum zijn: het bieden van een werkplek aan kunstenaars, het organiseren van festivals en het organiseren van filmvoorstellingen.





Middeleeuwse crypte
MIDDELEEUWSE CRYPTE

De kelder, herontdekt in 1955, ligt onder het appartementsgebouw op de hoek van de Grote Markt. De kelder werd in 1983 beschermd als monument, maar wordt zelden opengesteld voor het grote publiek. De middeleeuwse kelders zijn historisch belangrijk omdat ze de enige restanten zijn van stenen huizen uit die periode.





Guldensporencollege - voorheen 't Fort
Vernieuwing van de gebouwen
Kapel van het Lyceum Onze-Lieve Vrouw ter Engelen

Op de kaart van Sanderus (1643) is op deze gronden het Kapucinessenklooster (van 1627) zichtbaar. Dit klooster verdwijnt in 1667 als de Fransen een oefenplein aanleggen, het huidige Plein. Omstreeks 1711 wordt tussen het Plein en de Leie een versterking gebouwd, met name een aarden vesting omgeven door water, het z.g. "Fort". Het Fort verdwijnt in 1782. De school dankt haar officieuze naam aan deze versterking.
De congregatie der zusters van Liefde van Jezus en Maria koopt in 1840 een stuk grond op de plaats genaamd het Fort nabij de Gentse poort. Kort daarop volgt de aanvang van de bouw van een klooster met meisjespensionaat naar ontwerp van J. Bruyenne (Doornik). Deze architect was vooral actief in het Doornikse en restaureerde onder meer de Doornikse O.-L.-Vrouwkathedraal.
Het klooster wordt voltooid in 1843 (gedenkplaat), internaat en externaat in 1845. De kapel werd gebouwd omstreeks 1848. 't Fort haalde de pers in 1984 door een spectaculaire instorting van een deel van de gebouwen, waardoor 2 klasjes instortten. Hierbij lieten 2 leerlingen het leven.
In 2001 ontstond door de samenvoeging van vier scholen rond het Plein de zogenaamde Pleinschool: Onze Lieve Vrouw van Bijstand, het Ten Broele instituut, Onze Lieve Vrouw ter Engelenlyceum ('t Fort) en het Sint-Jozefinstituut.
In 2013 fusioneren De Pleinschool en het Sint-Amandscollege en zij vormen zo het Guldensporencollege. En er wachten ingrijpende vernieuwingswerken.





Paardenstallen
PAARDENSTALLEN

In 1976 kocht de stad Kortrijk van de familie Tack een gebouwencomplex, gelegen aan de Korte Kapucijnenstraat en grenzend aan de Budatoren (de vroegere Tacktoren) en de tuin van het Broelmuseum.
Het complex omvatte de stallingen, het koetshuis en de koetsierswoning van de familie Tack die daar vroeger een brouwerij met magazijnen en brouwerijtoren uitbaatte.
De stad Kortrijk renoveerde de stallingen en richtte ze in als tentoonstellingsruimte bionnen het globale Buda-eiland concept van "eiland van creativiteit".
Het gebouw bestaat uit twee beuken. De ene beuk omvat een grote tentoonstellingsruimte (capaciteit 200 m²) uitgerust met tentoonstellings- en verlichtingsrails. Deze grote ruimte is modulair op te delen met mobiele paneelsokkels. De andere beuk is onderverdeeld in kleinere lokalen. Eén van de ruimtes kan volledig verduisterd worden.





Stadhuis van Kortrijk
Raadskelder onder het Kortrijkse stadhuis
DE RAADSKELDER - STADHUIS

Het keldercomplex onder het gotische stadhuis is een restant van de kelders van diverse middeleeuwse stenen huizen, die een voor een werden opgenomen in uitbreidingen van de schepenbank en later het stadhuis van Kortrijk.
De oudste delen dateren uit de 12de eeuw en zijn opgebouwd in Doornikse kalksteen. Latere verbouwingen (13de eeuw) voegden daar drie middenzuilen in grèsgesteente uit Béthune aan toe. Die zuilen dragen twee bakstenen gewelven.
Oorspronkelijk deed de kelder dienst als opslagplaats voor drank en voeding, nadien als herberg.



Naast al deze bemande locaties, zijn er ook tal van kunstpunten her en der verspreid in de binnenstad.
Deze lijst is niet limitatief: Benedengalerie, Broelkaai 4, Café deDingen, Oranjerie (tuin Broelmuseum),Schouwburg, Sint-Amandstoren, Station, Theoria,...