
Welke eieren gaat 2010 in de korf van Guatemala leggen? Ik herinner me nog levendig de woorden vorig jaar van een Europarlementslid met een hoge functie: “Guatemala dreigt een mislukte staat te worden.”
De nodige ingrediënten zijn alleszins voorhanden: een ondermijnde staat, een vederlichte staatskas, een zwakke regering, buschauffeurs als aangeschoten wild, honger en ondervoeding bij de bevolking, homeopathisch verdunde diensten in de gezondheidssector, het onderwijs, de huisvesting en onder de boerenbevolking, springlevende maffia en een kerngezonde georganiseerde misdaad, een Congres dat wetten in het belang van het algemeen welzijn afremt, magistraten die doof zijn voor de roep van het volk om gerechtigheid en weigeren om de stal van Justitie uit te mesten en te zuiveren van corruptie, de tendens om het recht in eigen hand te nemen en misdadigers standrechtelijk en collectief op straat te lynchen, voortschrijdende concentratie van gronden in handen van minder eigenaars, een leger dat glunderend weer de straat op kan, weliswaar als begeleiders van de Nationale Civiele Politie, de weigering van de rijke elites om meer belastingen te betalen en de voortdurende dreiging van een staatsgreep, de ongehinderde plundering van de grondstoffen en de rijkdom van het land door buitenlandse, ook Europese, bedrijven.
Maar ook tal van internationale NGO’s zijn actief en steunen de waaier van de Guatemalaanse “civiele maatschappij,” bewust als men is van het feit dat het uiteindelijk de bevolking zal zijn die een nieuwe samenleving moet opbouwen. Daar doorheen wriemelen de ontelbare solidariteitsgroepen, die men in België de “Vierdepijlerorganisaties” is gaan noemen en die samen met de inwoners in de volkswijken rond de stad of in het binnenland waardevolle projecten opzetten.
Een opsteker voor zowel de mensen van hier als van Guatemala. Als men dan bedenkt dat er, in vergelijking met de tijd van de militaire dictatuur, nu meer politieke vrijheid en democratische ademruimte is, kunnen we hopen dat het huis, in plaats van in te vallen, uitgebouwd wordt tot een stevig onderkomen voor de hele bevolking.