Paul Van Himst

   
Paul Van Himst, geboren in Sint-Pieters-Leeuw op 2 oktober 1943, is een monument in het Belgische voetbal. Zijn palmares is uniek: vier keer Gouden Schoen ('60, '61, '65, '74), in '91 Super Gouden Schoen en in '95 Gouden Schoen van de Eeuw, met Anderlecht acht keer landskampioen ('62, '64, '65, '66, '67, '68, '72 en '74) en vier keer bekerwinnaar ('65, '72, '73, '75), drie keer Belgisch topscorer (26 doelpunten in '64, 25 in '66 en 20 in '68, gelijk met Roger Claessen), in totaal 235 competitiedoelpunten en met dertig goals samen met Bernard Voorhoof topscorer van de nationale ploeg tot Marc Wilmots op het einde van zijn carrière dit record verbrak. Hij was ook de eerste voetballer die in 1974 ten persoonlijken titel de Nationale trofee van Sportverdienste kreeg, hij speelde 457 officiële matchen voor Anderlecht en in '64 werd hij geselecteerd voor het Europees elftal ter gelegenheid van de jubileummatch van de Deense voetbalbond. Om maar te zeggen: Popol, de blanke Pele, Polle Slalom of, vooral, Pol Gazon, die als internationale ster samen met ondermeer Pele en Bobby Moore ook meespeelde in de film Escape to Victory, verzamelde een niet te evenaren palmares.

Paul Van HimstEen hele carrière, die begon in de straten van Sint-Pieters-Leeuw en op de speelplaats van het Sint-Niklaas-Instituut in Anderlecht, waar het blonde en kloek gebouwde jongetje blijk gaf van uitzonderlijke voetbalkwaliteiten. Dat had bondstrainer Bill Gormlie, die zich ook bezighield met de leerlingen van het instituut, snel opgemerkt en hij tipte Pol Huyghe van het jeugdbestuur van Anderlecht, die alvast een en ander afsprak met de directeur van het instituut: Anderlecht had officieus een optie genomen op Polleke. Van Himst vertelt zelf de rest van het verhaal van zijn aansluiting: "Een van mijn neven ging vaak sjotten op een van de terreinen van Sporting, aan't Rad, en op een dag mocht ik samen met mijn tante eens mee naar het jeugdcentrum, dat toen geleid werd door meneer Vanden Stock. Ik trapte natuurlijk meteen mee en meneer Vanden Stock legde onmiddelijk een aansluitingskaart voor mijn neus, hoewel ik nog geen acht jaar oud was. Ik heb die kaart trouwens altijd bewaard. Ik ben één jaar verder blijven spelen op't Rad, daarna werd ik uitgenodigd om op Anderlecht zelf te gaan trainen. Mijn eerste trainers waren Jef Van Ingelghem, een technisch sterke oud-international van Molenbeek, Jef Vernimmen en Noulle Deraeymaecker. Ik  heb Noulle later ook nog gehad als trainer van het eerste elftal. Bij de kadetten selecteerde Bill Gormlie mij al voor de scholieren en vanaf dat moment heb ik altijd een categorie hoger gespeeld dan mijn leeftijdsgenoten. Volgens mij had Anderlecht in die tijd inzake jeugdbeleid 25 jaar voorsprong op de andere clubs. Raoul Mollet, later voorzitter van het BOIC, gaf er toen al power- en intervaltraining, ik heb daar op fysiek vlak enorm veel vooruitgang mee geboekt."

Het kon niet lang duren vooraleer het grote talent zijn opwachting zou maken in het eerste elftal, en halfweg het seizoen '59-'60 naderde zijn kans. Na een reeks van zes nederlagen, waardoor de achterstand op Lierse S.K. tot zeven punten was opgelopen, werd Gormlie vervangen door Deraeymaecker, die Pol in december '59 op Beringen liet debuteren. "Cornelis, Heylens en Trappeniers stonden toen al niet meer in de ploeg," herinnert Van Himst zich nog. "Ik droeg het nummer negen van Jacky Stockman die geblesseerd was, de test met Jean Plaskie als centerfore was eerder mislukt. We wonnen met 1-5, en alleen door een nederlaag op Verviers, met kereltjes als Nélissen, Pannaye, Concato en de zeer goede keeper Colette, strandden we uiteindelijk op één punt van Lierse."

Intussen hield Vanden Stock, technisch directeur van de nationale ploeg, de jonge Van Himst nauwlettend in de gaten. Negen jaar na de eerste kennismaking op't Rad was de straatkid Polleke uitgegroeid tot een stevige atleet en intelligente spits die vooral indruk maakte door zijn brede slaloms, buitenkant voet, en door zijn koele afwerking voor doel. Vanden Stock wachtte dan ook niet lang om de Anderlechtenaar te laten debuteren bij de nationale ploeg. Van Himst: "Hij dacht al aan mij voor België - Nederland in Antwerpen, op 2 oktober 1960, mijn verjaardag, maar gaf uiteindelijk toch de voorkeur aan Antwerpenaar Bertels. Nederland won met 1-4 en voor de volgende interland, in Zweden, op 19 oktober, was ik er wel bij. Ik weet nog zeer goed dat het de hele dag had geregend en dat ik al in de eerste minuut een grote kans kreeg, na een uitschuiver van de Zweedse stopper Ake Johansson. Ik kwam aleen voor doel, maar twijfelde: de doelman dribbelen of meteen schieten. Ik schoot, maar nipt naast."

Intussen had Anderlecht de trainer Pierre Sinibaldi ingehaald. De Corsicaan opteerde voor football champagne: technisch geraffineerd, tactisch gebaseerd op een hechte collectiviteit, waarbij de buitenspelval ervoor moest zorgen dat de lijnen dicht bij elkaar bleven. "Het is helemaal niet erg een doelpunt te slikken, als we er zelf maar drie maken", predikte Sini, een instelling waar voetballers als Jurion en Van Himst, door Sinibaldi steevast Polo genoemd, zich helemaal konden in vinden. Overigens maakte het voetbal van Sinibaldi én Van Himst snel naam in Europa: in 1962 kreeg Van Himst al een voorstel van Modena, toen nog een prestigieuze Italiaanse eersteklasser. Om Paul te stimuleren ging Modena zelfs zo ver zijn jongere broer, André, die enkele matchen bij de invallers van Anderlecht speelde en daarna afzakte naar Evere en Wetteren, ook een voorstel te doen. Als zijn broertje meekwam zou Paul sneller toehappen, dacht men bij Modena, maar Sporting zei  neen. Later zou de club ook voorstellen van Barcelona en Real Madrid (via de Franse middenvelder Lucien Muller) naast zich neerleggen. Paul was en zou altijd een mauve et blanc blijven...

Paul Van Himst

Zo werkte hij in die periode net zoals Jurion en Stockman als vertegenwoordiger voor Labor, het brandstoffenbedrijf van voorzitter Albert Roosens. "Ik was toen nog te jong om met de auto te rijden, zodat ik soms meeging op ronde met Jef. Vaak ook trok ik alleen naar klanten, met de tram en te voet, tot in Ruisbroek. Omdat ik nog minderjarig was stortte Anderlecht mijn fixe en premies op een speciale bankrekening. Ik ben trouwens maar een half seizoen amateur gebleven, daarna kreeg de hele ploeg het statuut van semi-prof." Met Sinibaldi werd Van Himst vier keer landskampioen, drie keer op rij zelfs, en na diens vertrek werd Paul onder Beres en Deraeymaecker nog eens twee keer na mekaar kampioen. Van Himst: "Dat maakte een serie van vijf opeenvolgende titels, dat werd echt monotoon, ook omdat de titel soms al weken voor de laatste speeldag binnen was. Het gebeurde zelfs dat we niet meer een ereronde liepen."

Zijn Europees debuut, kort nadat hij zijn legerdienst had aangevat, werd meteen een vuurdoop die kon tellen, met niemand minder dan het koninklijke Real Madrid als tegenstander, in het Santiago Bernabeustadion. "Real was toen met mannen als Di Stefano, Puskas, Gento en Santamaria quasi onklopbaar," vertelt Paul. "Maar we speelden er 3-3 gelijk, en ik maakte in mijn Europees debuut meteen het openingsdoelpunt, daarna scoorden ook nog Jean-Pierre Janssens en Puis. De rest van het verhaal is bekend, met dat doelpunt van Jurion op de Heizel."

Na Deraeymaecker kreeg Paul nog Höfling, Kessler, Polyte Vanden Bosch en Braems als trainers. Alleen met Braems kwam het tot een ruzie. Van Himst: "Ik was toen fout. Voor een wedstrijd voor de Beker der Bekerwinnaars in Zürich, in '73, wilde Urbain met één diepe spits spelen, Ladynszki, ik moest meer naar de rechtervleugel. Hij vond dat ik ook van op rechts het spel kon leiden en voor gevaar zorgen, wat eigenlijk ook wel waar was. Maar ik wilde het niet aanvaarden, vond dat anderen meer kwaliteiten hadden om op rechts te spelen en weigerde aan te treden. Ik kreeg een serieuze boete (100.000 frank), later werd die weer kwijtgescholden." Tussendoor kwam Sinibaldi nog een jaartje terug, in '70, toen Paul zijn enige Europese finale speelde, de finale van de Beker der Jaarbeurssteden, tegen Arsenal. "Ik vind nog steeds dat we die finale hadden kunnen winnen. Thuis speelden we de Engelsen helemaal zoek, ze waren blij met 3-1 weg te komen want we misten nog een heel pak kansen. In Arsenal dan  schoot Nordahl bij een 1-0 stand op de paal en werd het 3-0 in plaats van 1-1. Bovendien stuitten we er op een slechte leiding en bleek Kialunda niet voldoende hersteld van een blessure."

Het zou dat jaar Pauls laatste ontgoocheling niet worden, want kort daarna vertrok hij als aanvoerder van de nationale ploeg naar de eindronde van het WK '70 in Mexico - het was van 1954 geleden dat België nog eens zo ver was geraakt. Maar het werd een nachtmerrie: voor de hele ploeg en voor Paul in het bijzonder. Want alles wat misliep werd steevast in de schoenen van Paul geschoven. Ruzie over premies tussen Adidas en Puma? Van Himst! Spelers die zich in het hotel dood verveelden? Van Himst! De Brugse spits Lambert die niet goed werd aangespeeld? Van Himst, die hem saboteerde! "Terwijl ik nu nog zweer op het hoofd van mijn drie kinderen dat ik daar niemand heb gesaboteerd," aldus Van Himst. "Ik heb Goethals nooit iets gevraagd, of Lambert, Devrindt of Carteus nu wel of niet speelden, dat maakte mij niks uit. Als de ploeg maar draaide." Na de terugkeer was de toestand zodanig geëscaleerd (er was zelfs sprake van een geheim bondsdocument dat stipuleerde dat zijn internationale carrière was afgelopen, maar dat werd nooit bevestigd) dat hij zelf een brief schreef naar de bond om te melden dat hij zich niet langer beschikbaar stelde voor de nationale ploeg. En Wilfried Puis was solidair. Twee wedstrijden bleef Van Himst afwezig, dan vierde hij op Standard tegen Schotland een triomfantelijke terugkeer met twee doelpunten, en zijn carrière was opnieuw gelanceerd. Overigens werd hij kort daarna ook uitgenodigd voor de jubileummatchen van Colonna, in Lissabon, en van Yev Yashin, in Moskou.

Georges Leekens - Sanders - Paul Van Himst

Popol kreeg op Anderlecht ook twee jubileummatchen: eentje voor tien jaar trouwe dienst, tegen Benfica, en eentje voor vijftien jaar, met een wedstrijd tegen een wereldselectie, geleid door Pele en Cruijff. "De organisatie van die laatste wedstrijd vergde nogal wat werk," weet Paul nog. "Het was dankzij de medewerking van Lucien Levaux van Standard Luik, een vriend en zakenpartner van Pele, dat die uiteindelijk wilde deelnemen. Ook de besprekingen met Cruijff, die ik nochtans persoonlijk kende, liepen niet van een leien dakje, maar uiteindelijk stemde hij ook toe."

Vijftien jaar in de eerste ploeg van Anderlecht: het is duidelijk dat stilaan het einde naderde, hij had intussen ook al vier Gouden Schoenen op de schouw staan. "Het had intussen er nog een paar meer kunnen zijn, maar op een gegeven moment besloten de organisatoren dat men de Schoen geen twee keer op rij kon winnen. Vooral de laatste, in '74, deed mij heel veel plezier. Ik had een sterk seizoen '73-'74 achter de rug en ik had mij uitzonderlijk goed verzorgd: ik at bijna geen vlees, niet meer dan één ei per week en bijna niets anders dan ongepelde rijst. Een dieet dat thuis gemakkelijker te volgen was dan buitenshuis, moet ik zeggen (lacht)."

In 1975 volgde dan het afscheid: Standard, Antwerp, Lierse en Charleroi toonden interesse, maar Paul koos voor de buren van Racing White Daring Molenbeek, kortweg R.W.D.M. En daar had Vanden Stock het bijzonder moeilijk mee. Van Himst: "Ik had een vrije transfer, ik kon gaan waar ik wilde. Standard is op bezoek geweest, Eddy Wauters nam contact op, maar uiteindelijk koos ik na een telefoontje van Michel Verschueren, in naam van meneer L'Ecluse, voor Molenbeek. Ik was nooit zo'n voorstander van lange afstanden, het leek mij een prima keuze." Het zou evenwel geen succes worden, en rond zijn eerste Brusselse derby met Molenbeek tegen Anderlecht, werd zelfs een heel dopingverhaal geweven. Van Himst, zuchtend: "Ik vraag mij nog af wat er achter stak. Ik werd achteraf weliswaar vrijgesproken, maar ik heb mij toch maar op het justitiepaleis en bij de procureur des konings moeten aanmelden. (peinzend) Ik zie mij nog zitten, om half elf 's avonds, helemaal alleen in de kleedkamer. Iemand anders had al honderd keer in mijn plaats kunnen wateren, maar ik had niks te vrezen."

Twee operaties eisten hun tol: noch bij R.W.D.M., noch bij Aalst geraakte hij nog op niveau. En zo verdween het monument uit het voetbal. "Via Georges Denil, bestuurder bij Anderlecht en mijn baas bij Brésor, kon ik daarna alles weer goedmaken met Vanden Stock. Hij had ooit mijn vader een grote persoonlijke dienst bewezen, dat was ik niet vergeten." Paul werd eerst jeugdtrainer op Anderlecht, later hoofdtrainer, eerst op Anderlecht, dan op R.W.D.M. Daarna volgden de Rode Duivels en het WK '94 in Amerika. In de loop naar het EK '96 dat in Engeland werd georganiseerd moest Van Himst plaats ruimen voor zijn assistent Wilfried Vanmoer wegens de ontgoochelende resultaten.

Bron: 'De Goden van Anderlecht' & 'Anderlecht Uniek'