Franky Vercauteren

   
Franky Vercauteren (28 oktober 1956): van 1963 tot 1987 mauve et blanc. "Heel mijn familie was van Daring waar mijn broer Francis ook voor speelde, maar voor mij als Brusselaar was voetballen in het shirt van Anderlecht een droom. Het was Pater Gregorius van het Instituut van Johannes De Doper duwde me ook richting Anderlecht duwde. Als kind scoorde de jongen in zijn dromen aan de lopende band , maar Martin Lippens haalde hem een rang naar achteren en kneedde hem tot tot een toekomstig offensief middenvelder. Hij maakte voor het eerst zijn opwachting in de eerste ploeg toen hij in '75 Gilbert Van Binst bij een uitmatch op RC Mechelen verving. Een dubbele operatie aan de miniskus in oktober '75 en januari '76 remde zijn opgang even af.

Franky Vercauteren"Ik kon al snel ondervinden dat het er ook bij de jeugd keihard aan toegaat.  Meer concurrentie, meer druk, meer resultaatgebonden dan in andere clubs. Je moet er overleven, al bij de scholieren staan er Russen of Nigerianen klaar om je plaats in te nemen. Allez, vroeger kwamen ze uit Tollembeek, Limburg of ergens anders, maar dat zorgde voor even veel strijd. Er is in verhouding nog steeds niet voldoende uitgekomen, maar de normen liggen er ook zo veel hoger en men heeft er de financiŽle mogelijkheden om te kopen wat men wil, alleen de hele goeie breken door. Dat heeft ook te maken met de benadering: men kiest voor korte termijn. Dat is een optie die men neemt. Alleen mits een perfecte organisatie, zoals bij Ajax, is de langetermijnstrategie omzetbaar op korte termijn, kan voor de noodzakelijke overbrugging worden gezorgd." Die is er in het Vanden Stockstadion (nog) niet, zodat het er nu wel aan talent ontbreekt, vindt Franky Vercauteren, voormalig jeugdcoŲrdinator en begeleider bij KV Mechelen, consultant bij voetbalwedstrijden op de commerciŽle sportzender SuperSport en momenteel hulptrainer bij Sporting.

"Anderlecht moet toch meer kunnen brengen. Niet zozeer in resultaten misschien, maar zeker in de manier waarop wordt gevoetbald. Ik vind nog steeds dat Anderlecht een etiket heeft en daar moet men leren mee leven. Real Madrid můet, Barcelona můet, AC Milan můet, Anderlecht můet ook. Nog steeds, ja. Wij hadden Europees graag tegen ploegen als Split, Boekarest en Ferencvaros gespeeld (grijnst). Al wat ze niet winnen, verliezen ze, begrijp je? Bij de aftrap staat Anderlecht al 1-0 achter, dat zou niet mogen. Ik weet wel, elke club heeft wel eens een mindere cyclus, maar een decennia is toch wel lang, vind ik."

Tock vergelijkt de kleine prins van het Astridpark niet graag met toen. Hoewel hij niet kan ontkennen: "Drie Europabekerfinales op rij, dat is geen toeval. Alleen zijn we met die ploeg nooit landskampioen geworden, dat zegt ook iets. Daar schuilt ook een bepaalde zwakte in. We hadden een hele goeie ploeg, met Haan, Rensenbrink, Coeck, Lozano... Maar we werden nooit kampioen, dat was heel frustrerend.  De besten van Europa, maar in BelgiŽ konden ze geen kampioen spelen. De kampioen van de vriendschappelijke wedstrijden, weet je wel. Dat zat nu eenmaal in die ploeg: een speler als Rensenbrink kůn gewoon geen 34 wedstrijden op hetzelfde niveau presteren. Dat werd ook aangenomen, puur uit respect voor zoveel talent. Al stroopten ze niet altijd de mouwen op, al vergaten ze mee te doen, zoals die keer in Barcelona (3-0)."

Werken voor de anderen. Voetbal is een collectieve sport, "een collectieve sport voor individualisten," nuanceert Vercauteren. "Als de sterren hun dagje niet hebben, moeten de anderen dat compenseren."

Sterren: hij heeft er heel wat zien voorbijkomen, met de meeste van de Anderlecht-goden heeft hij gespeeld. Rensenbrink was de beste. "Niet de compleetste, wel de meest begaafde. En verder Lozano, Coeck, Scifo, Vandereycken, Arnesen, Olsen... die hadden toch iets meer. Eigenlijk heb ik het geluk gehad altijd met goeie voetballers rond mij te mogen voetballen. Ik wilde ooit een keer een match organiseren met allemaal ex-ploegmaats, maar ik vond het heel moeilijk geen spelers te vergeten. Er liepen wel spelers tussen met wat minder kwaliteiten, maar die hadden dan weer andere verdiensten."

Vercauteren, die lag ergens tussenin. Een ijverige en intelligente middenvelder die altijd het ploegbelang voorop stelde. Maar ook een uitstekende voetballer, in heel Europa geducht om zijn kromme voorzetten van op links.

"Als ik terugkijk en als ik nu zie wat sommigen ervan maken, denk ik toch, in alle bescheidenheid, dat ik ne goeie was. Ik was geen hele goeie, maar ik bracht inzake werkkracht en creativiteit de ploeg toch wat bij. In mijn eerste periode was ik vooral de werker achter Rensenbrink, in mijn tweede voetbalde ik creatiever. Het keerpunt in mijn spel, maar vooral in dat van Anderlecht, kwam er duidelijk met Ivic."

Franky VercauterenHet is niet nieuw: met Ivic werd op Anderlecht een knop omgedraaid. Vercauteren: "Toen is men gaan beseffen dat het niet alleen om talent ging. Ik vind zelfs dat we dat jaar minder kwaliteit hadden, Peruzovic bijvoorbeeld was toch een stuk minder dan Vandendaele. Maar er kwam wel een andere mentaliteit: meer inzet, meer karakter. Ivic toonde de ploeg de juiste weg, het heeft jŠren geduurd voor men dat heeft begrepen, hij was zijn tijd ver voor. Ik zie nu nog ploegen spelen zoals wij toen. Allez, dat zijn dan wel ouderwetse ploegen (lacht). Iedereen was verrast, ik weet nog hoe we Waterschei, waar we het elk jaar moeilijk hadden, van het kastje naar de muur speelden, vier of vijf - ťťn."

Vercauteren noemt niet alleen Ivic revolutionair. Ook Hans Croon beschouwt hij als een grote. "En niet alleen omdat hij er mij in mijn eerste jaar na mijn twee operaties kort na elkaar snel weer helemaal bovenop kreeg (Croon gooide hem opnieuw voor de leeuwen in de halve finale van de Europabeker voor Bekerwinnaars tegen Zwickau. Ook in de finale tegen tegen West Ham trad hij aan toen hij na een half uur de geblesseerde Ludo Coeck kwam vervangen. Daarbij bleek dat hij zich op het veld wonderwel verstond met Robbie Rensenbrink. Toch zou hij een jaar later uit de ploeg gelaten worden voor de Europabekerfinale tegen Hamburg, die Anderlecht in Amsterdam verloor). De ploeg speelde toen goed, en toch zei hij: ik heb je nodig. (peinzend) We hadden eigenlijk een heel fijne relatie. Ook omdat hij net als ik het voetbal heel sterk kon relativeren. Soms kwam hij af met Jonathan Livingstone Seagull, zo'n dingen lagen mij wel. Maar ik vond hem ook een goede trainer omwille van zijn oefenstof. Hard indien nodig, vaak verrassend ook. Toch moest hij weg, al won hij nog de Europabeker. Een stage in Zuid-Frankrijk, waar hij een avond op stap was geweest, heeft hem de das omgedaan. Dat werd hem zwaar aangerekend, ook wel omdat de resultaten in die eerste maanden niet goed waren. Maar vanaf dan begon het te lopen: tweede in competitie, Beker van BelgiŽ, Europabeker,... Toch stond na die stage al vast dat hij zou moeten opstappen. Uiteindelijk kwam Raymond Goethals."

Een echte ket, zoals Vercauteren. Die werd dan ook al gauw de zoon van Goethals genoemd, "hij zag dat ik ook bezeten was en dat ik dezelfde ideeŽn had over voetbal." Het leven op Anderlecht ging er weer wat Brussels uitzien. Leven en laten leven, zoiets. "Ivic en Croon waren meer controleurs, Goethals gaf zijn spelers heel veel vertrouwen. Liep je, dan was het goed, liep je niet: ook goed. We hebben hem vaak omgepraat: niet naar het park! Maar hij was en is nog steeds een groot tacticus natuurlijk. Als we op Charleroi gingen spelen zei hij vooraf: als ze scoren gebeurt dat binnen de eerste tien minuten, Charly Jacobs. En na tien minuten wasx het van dat."

Vierentwintig jaar Anderlecht: dat is ongeveer drievierde van zijn hele leven, bemerkt Franky. Croon, Goethals, Braems, Ivic, Van Himst en Haan. Gouden Schoen in '83 ook. En 63 interlands. De hoogtepunten met Anderlecht liggen voor de hand: vijf Europese finales, in ťťn ervan kwam hij niet van de bank. "Vooral die eerste ('76, Anderlecht - West Ham 4-2) in Brussel, de eerste keer dat een Belgische club een Europese beker won, zal mij altijd bijblijven. Die finale betekende eigenlijk de start van het Europese Anderlecht, eerder was Europees voetbal eigenlijk meer een avondje uit... Na '76 haalden we geloof ik nog zes keer in zeven jaar tijd minstens de halve finale. Dat zegt veel."

Maar vier landstitels ('81 - '85 - '86 & '87), dat is ook heel wat, "omdat het wegens alle jaloezie eigenlijk elke keer weer vechten is tegen heel BelgiŽ." Vooral die eerste titel, met Ivic. "Dat vond ik ook heel mooi. Ik speelde al vijf, zes jaar in de eerste ploeg, het werd hoog tijd."

Maar wat het meest is bijgebleven, is die strafschop tegen Real Madrid, in '84. "Mijn vader was drie dagen daarvoor gestorven, ik wilde per se spelen, ik wilde per se die penalty nemen? Achteraf bleek dat moment zelfs een keerpunt in mijn relatie met Anderlecht. Daar is toen iets gebroken, hoewel ik er nog drie jaar ben gebleven. Hij was even bezeten van voetbal, maar met die strafschop schoot ik alles van mij af. Het onvoorwaardelijke was eraf, alsof ik pas toen helemaal ging beseffen dat er belangrijkere zaken zijn in het leven dan voetbal, dan Anderlecht."

Franky VercauterenHet zou na een wat moeilijk afscheid uitmonden in een verhuis naar Nantes. Dat afscheid viel op 4 juni 1987, hij had 21 seizoenen lang dat paars-witte shirt gedragen. Het is mijn taak u mee te delen dat de club heeft besloten niet meer met u samen te werken, zei Michel Verschueren. Vercauteren: "Ik wilde nog een contract voor vier jaar, zij wilden dat ik inleverde. Ik voelde het aan als een nederlaag." Maar la douce France wenkte, hij verkoos Nantes boven Sochaux. Drie jaar God in Frankrijk. Hij won er 2 maal het passeursklassement in Frankrijk. Maar nooit zou Anderlecht voltooid verleden tijd worden. Dat kon ook niet, 24 jaar is heel lang. En toen het ketje na drie jaar ('90) op Molenbeek neerstreek was de cirkel rond: uiteindelijk voetbalde hij toch bij Daring, bij RWDM dus. In Molenbeek, wel heel dicht bij het vertrouwde huis. Het zou evenwel nooit meer worden als vroeger. "Er is iets gebroken in onze relatie," heeft hij ervaren. "Ik werk er nu terug, maar er is toch een afstand gegroeid. Het nieuwe stadion is natuurlijk schitterend, maar het populaire is verdwenen. Ik mis er betrokkenheid tussen spelersen toeschouwers, er is een ander publiek gekomen. Ik kom vaak op Engelse en Italiaanse wedstrijden, dan merk ik het verschil. Daar krijg ik hartkloppingen van de sfeer, van de belevenis, van de emoties. En dat heb ik op Anderlecht niet meer. De bezieling is weg, ik mis een beetje een voetbalcultuur."

Ook dat is Anderlecht: wat afstandelijker, wat koel soms. Vercauteren: "Ik ben daarin opgegroeid, het is nooit anders geweest. Ik had er heel veel collega's, ik heb er in mijn hele carriŤre maar een paar vrienden aan overgehouden. Ik zie er ook weinig bekenden van vroeger, mijn vrouw is er sedert mijn vertrek nooit meer teruggekeerd, dat zegt toch wat. Men heeft daar ook nooit iets aan gedaan, en dat vind ik jammer. De club werkte ook niet graag mee aan gezellige avondjes, dat werd meteen beschouwd als pinten pakken. Terwijl dat best een positief effect kan hebben. En sinds Ivic kon dat helemaal niet meer. Ook omdat vanaf die periode een echte clubspeler een uitzondering werd, Broos, Van Binst, Swat Van der Elst en ik waren eigenlijk de laatste. Men kwam vooral voor het geld, of beschouwde Anderlecht als een springplank. Kijk het maar eens na: zes jaar Anderlecht, zoals Degryse, is heel langn en ik heb er twaalf jaar in het eerste elftal gevoetbald. Ik had ook geen enkele reden om er te willen vertrekken: ik verdiende niet slecht mijn boterham, ik speelde vijf Europese finales met Anderlecht, ik voelde mij daar goed."

Hij vindt het alleen jammer dat Anderlecht er niet over waakt dat gevoel warm te houden. "Oud-Anderlechtspelers zouden vaker door de club moeten worden uitgenodigd, uiteindelijk hebben we toch meegewerkt aan de glorie van de club. Ik mis er betrokkenheid, de eerste drie jaar na mijn vertrek heb ik er geen voet meer binnengezet." Terwijl een club meer zorg zou moeten besteden aan haar monumenten. "Je merkt nauwelijks oud-spelers in de club. Ik ben twee keer gevraagd, maar ik wilde niet gaan ten koste van Anderlecht. Tien jaar terug had ik mij nooit kunnen indenken dat ik tegen Verschueren of Vanden Stock zou zeggen: neen, bedankt. Blijkbaar is clubgebondenheid voor hen niet zo belangrijk... (peinzend) Daar wordt eigenlijk niks aan gedaan. Pas op, het is nooit een probleem om een kaartje voor de wedstrijd te krijgen, maar er steekt niets achter. Als ik dan vergelijk met Nantes, waar op zondagochtend op de dťcrassages vaak de manager en oud-spelers kwamen meetrainen. Aanvankelijk vond ik dat belachelijk, maar gaandeweg vond ik het prachtig. En onze kinderen gingen er gewoon mee in de sauna, gingen soms mee lopen, dat is hier niet mogelijk. Dat zorgt voor een familiesfeer. En de familie Anderlecht bestaat niet, neen. Wellicht is het ook niet nodig voor topprestaties, maar toch... Op die momenten leer je echte clubliefde kennen. Als ik naar Nantes bel, gaat het niet meteen om kaarten, vraagt men meteen kom bij ons logeren, begrijp je? Hoewel Anderlecht altijd mijn club zal blijven, natuurlijk. Dat voel ik wel, als ik dan eens spelers van vroeger tegenkom, zoals Jan Mulder bijvoorbeeld. Dan hebben we weer dat gevoel: wij zijn van Anderlecht, we hebben allen aan iets meegewerkt."

Vercauteren werd pas in november '77 voor de eerste maal opgeroepen voor de Rode Duivels. Bondscoach Raymond Goethals haalde hem toen boven water door hem te laten debuteren tegen Noord-Ierland. Zijn carriŤre als Belgisch international maakte ook soms grillige curven. Zo was hij er niet bij op het EK '80 in ItaliŽ, maar dan wel op de WK's '82 in Spanje en '86 in Mexico, terwijl hij voor het EK '84 in Frankrijk opgeroepen werd, maar niet aan spelen toe kwam.

Uiteindelijk kwam Vercauteren dan toch terug bij de Brusselse club. Hij werd aangenomen als jeugdcoŲrdinator, na navolging van zijn functie bij K.V. Mechelen, maar na het wegsturen van Arie Haan als trainer wegens slechte resultaten met als dieptepunt een 6-0 nederlaag tegen Westerlo en de laatste plaats in het klassement werd Vercauteren gepromoveerd tot hulptrainer. Dit naast de zijde van Jean Dockx. Samen legden ze een onwaarschijnlijke remonte op, beŽindigd met een 3de plaats in het klassement en ondermeer een 6-0 winst tegen Standard Luik. Vercauteren behield de jaren daarna zijn functie, dit in de schaduw van hoofdtrainers als Aimť Antheunis en Hugo Broos.

Bron: 'Anderlecht Uniek' & 'De Goden van Anderlecht'