Nottingham Forest-affaire

 

In het seizoen 1983-1984 had RSC Anderlecht niet veel succes op nationaal vlak. Maar op Europees vlak ging het wel goed: RSC Anderlecht speelde de halve finale van de Europacup, waar Anderlecht op Nottingham Forest stuitte. In de heenwedstrijd, in Nottingham, verloor RSCA de wedstrijd met 2-0. Deze nederlaag bood weinig hoop voor de terugwedstrijd want nooit eerder haalden de Brusselaars zo’n achterstand op tegen een Engelse club. Maar toch kwalificeerde RSC Anderlecht zich. De thuismatch tegen Nottingham Forest, een match met een zeer hoog niveau, zat vol met spektakel en uiteindelijk won RSC Anderlecht met 3-0. Enzo Scifo opende de score, en even voor her uur werd het 2-0 via een strafschop van Kenneth Brylle.

Twee minuten voor het eindsignaal scoorde Erwin Vandenberh de 3-0 voor RSC Anderlecht. Eerder in de match werd wel nog een kopbalgoal van Nottingham-speler Paul Hart afgekeurd. Zo baande RSC Anderlecht zich in het seizoen 1983-1984 een weg naar de Europacupfinale. Die Europacupfinale werd gespeeld tegen Tottenham Hotspur, ook een Engelse club. In de heenwedstrijd werd het een gelijkspel met voor beide ploegen één doelpunt.

De Deen Morten Olsen scoorde vijf minuten voor tijd nog de gelijkmaker voor RSC Anderlecht. De terugwedstrijd, in Engeland. Na het laatste fluitsignaal kon men op het scorebord dezelfde score lezen als in de heenwedstrijd. De match moest in de verlengingen, of in een strafschoppenreeks beslist worden. De verlengingen brachten geen uitsluitsel. De finale van deze Europacup zou beslist worden in een strafschoppen reeks. Hierin verloor RSC Anderlecht met 4-3 door gemiste strafschoppen van Olsen en Gudjohnsen. Op woensdag 19 februari werd de Belgische voetbalwereld met verstomming geslagen. Jean Elst en Réné Van Aeken brachten het verhaal in omloop dat RSC Anderlecht de handen had vuil gemaakt aan omkoping.

Zij hadden hiervoor bewijzen, een bundel papier en enkele cassettes. Op één van de cassetttes was de stem van RSC Anderlecht manager Michel Verschueren duidelijk herkenbaar. Maar het gesprek dat gevoerd werd was zeer warrig, bevatte zeer veel herhalingen zodat niet iedereen die de cassettes te horen kreeg overtuigd was van de “echtheid” ervan, ze vroegen zich af of het gesprek niet gemonteerd was. In de bundel papieren zat een lijst met ‘omgekochte’ wedstrijden uit de Belgische competitie, strafschoppen voor RSC Anderlecht waren erin vermeld, alsook dubieuze scheidsrechteracties. Hiermee vonden Elst en Van Aeken dat zij het bewijs der omkoping geleverd hadden. Elst en Van Aeken legden uit dat RSC Anderlecht ook in Europabeker wedstrijden hadden omgekocht.

Elst was met deze omkoping in het begin van jaren ’80 zelf betrokken, Van Aeken was pas jaren later met de zaak betrokken na een persoonlijk conflict met Elst. Van Aeken en Elst vertelden ook met enige trots dat zijn tien jaar lang RSC Anderlecht zwijggeld hadden afgetroggeld. Constant Vanden Stock had hen die jarenlang betaald. Maar na de voorzitterswissel werd Roger Vanden Stock, zoon van Constant, voorzitter. Deze wijgerde om ook maar één cent aan Elst en Van Aeken te betalen. Daarom zijn Elst en Van Aeken met hun geheim in de openbaarheid getreden. Om toch nog geld ervoor te krijgen hadden zij zelfs de bedoeling hun bundel met “bewijzen” te verkopen aan de media., zij wilden geld. Uit hun toch onsamenhangende dossier kwam één verhaal toch min of meer geloofwaardig over.

Het ging over de terugwedstrijd van de halve finale van de Europabeker tegen Nottingham Forest, in 1984. Elst vertelde hoe hij voor de wedstrijd de Spaanse scheidsrechter, Guruceta Muro, voor één miljoen Belgische frank had omgekocht, op vraag van de Anderlecht-top. De vaste scheidsrechtersbegeleider, Raymond De Deken, was in deze zaak als tussenpersoon opgetreden. Elst en De Deken kenden elkaar redelijk goed uit een Antwerps café waar ze vaak samen kaartten. Het verhaal van Elst was zeer gedetailleerd zodat het onwaarschijnlijk leek dat hij het uit zijn duim gezogen had.

En Anderlecht zelf ontkende nietdat er jaren contacten waren met Van Aeken en Elst: de “Nottingham Forest-affaire” was geboren. Aanvankelijk hield Anderlecht het er bij dat Elst de scheidsrechter zelf benaderd zou hebben zonder medeweten van de club. Op basis van die benadering zou Elst, maar later ook Van Aeken, RSC Anderlecht-voorzitter Constant Vanden Stock afgeperst hebben. Anderlecht gaf te kennen dat het tweetal RSC Anderlecht twintig miljoen frank lichter had gemaakt. Zelf beweerden Elst en Van Aeken dat ze van de Anderlecht-voorzitter al 56 miljoen gekregen hadden. En dat ze 76 miljoen te goed hadden, 76 miljoen die Anderlecht onder geen beding wilde betalen.

De Spaanse scheidsrechter Guruceta Muro zou nooit de ware toedracht van de feiten uit de doeken kunnen doen. De man was in februari 1987 overleden. Op amper 35 jarige leeftijd kwam hij om het leven in een verkeersongeval op de snelweg van Lerida naar Zaragoza. Dat Elst en Van Aeken Anderlecht afgeperst hadden, stond als een paal boven water. Beiden floreerden in de Antwerpse onderwereld, en beiden hadden ze al een behoorlijk strafblad. Maar ze waren voor de Anderlecht-affaire nog nooit samen voor de rechter verschenen.

Renatus van Aeken was pas achttien toen hij tot acht dagen gevangenis werd veroordeeld wegens diefstal, en twee jaar later werd hij veroordeeld voor afpersing. In 1962 werd hij door het hof van beroep veroordeeld tot twee jaar gevangenis voor diefstal met geweld. Zes jaar later draaide een rechter hem nog eens negen maanden achter de tralies. Van Aeken werd ook vervolgd voor afpersing, valsheid in geschriften en valse aantijgingen. Hij liep ook zware fiscale boetes op, omdat hij A geen belastingen had betaald bij de opening van enkele drankgelegenheden en voor het schenken van alcohol. Jean Elst is bekend bij het gerecht sinds 1970. Hij werd een eerste keer veroordeeld voor een afpersingpoging en het dragen van valse naam. Later liep hij nog straffen op voor valsheid in geschrifte, verboden wapenbezit, belastingsfraude, bedrieglijk bankroet en heling. Maar Elst liep nooit zware effectieve straffen op en zat bijgevolg nooit lang in de gevangenis.

De afpersing van Constant Vanden Stock begon twee jaar na de wedstrijd tegen Nottingham Forest. Aanvankelijk vroeg alleen Jean Elst geld. Van Aeken speelde het spel pas mee nadat hij het dossier van Elst gekopieerd had, toen deze in de gevangenis zat. Vijf jaar lang deed Van Aeken er niets mee, totdat Van Aeken en Elst een persoonlijke ruzie kregen waar Van Aeken een kater van achttien miljoen frank aan overhield. In 1989 stapte Van Aeken naar het Astridpark, en ook hij kreeg zwijggeld.

Maar dat stopte dus toen Roger Vanden Stock zijn vader opvolgde als voorzitter van RSC Anderlecht, in 1996. Roger Vanden Stock wou helemaal niets met de zaak te maken hebben en stapte ermee naar het gerecht. Onderzoeksrechter Johan Vlogaert liet Elst op 7 maart 1996 inrekenen. Elst werd echter vrijgelaten op voorwaarde dat hij geen contact meer zou hebben met RSC Anderlecht. Hij hield zich daar een tijdje aan, maar zijn spitsbroeder Van Aeken gaf niet op en na een tijdje deed Elst opnieuw mee. De openbaring van deze affaire bezorgde RSC Anderlecht meteen problemen.

De sportieve groei van de ploeg werd naar de achtergrond verdrongen. Plannen om met RSC Anderlecht naar de beurs te gaan werden uitgesteld. De hoofdsponsor, de Generale Bank, dreigde af te haken maar zette de samenwerking uiteindelijk toch verder op voorwaarde dat er naast Anderlecht-Nottingham geen dergelijke affaires zouden opduiken. Elst stelde ook nog een deel andere wedstrijden in een kwaad daglicht. Elst zou ook de scheidsrechter Keith Hackett benaderd hebben voor de wedstrijd tegen Banik Ostrava, in oktober 1983. Ook de wedstrijd RSC Anderlecht-Malmö van september 1987 kwam in negatieve zin ter sprake nadat de Welshe scheidsrechter Howard King eind 1995 voor 400.000 frank het verhaal van carrière uit de doeken deed aan het Boulevardblad News of the World. Daarin vermelde King allerlei geknoei rond Europese wedstrijden, waaronder ook RSC Anderlecht-Malmö.

De UEFA onderzocht de zaak, maar beschouwde ze op 20 maart 1997 als afgedaan, er vanuitgaande dat Howard King zijn fantasie de vrije loop had laten gaan in ruil voor een pak geld. Over nog een andere confrontatie, die met Hibernian, van september 1992 ontstonden allerlei geruchten, maar hier ontbrak ook maar het geringste bewijs. Niet alleen RSC Anderlecht kwam in opspraak door het dossier van Elst en Van Aeken maar ook de Belgische voetbalbond kreeg problemen. Met name secretaris-generaal Alain Courtois had het dossier in 1992 al in handen gekregen. Hij beweerde het meteen voor onderzoek doorgestuurd te hebben naar de UEFA, maar het bewijs hiervoor ontbrak. Uiteindelijk bleek de UEFA in 1992 het dossier te hebben ontvangen maar ook daar was er niet bepaald zorgvuldig mee omgesprongen. Jaren later gaf Gerhard Aigner, secretaris-generaal van UEFA, toe dat iemand de onsamenhangende bundel wellicht in de prullenmand had gekieperd.

Vooral Van Aeken deed er alles aan om bondsvoorzitter Michel D’Hooghe verdacht te maken, mar uiteindelijk werd D’Hooghe van elke verdachtmaking gezuiverd. De UEFA onderzocht de zaak RSC Anderlecht-Nottingham Forest in februari 1997, nadat Jan Peeters, de opvolger van Alain Courtois als secretaris-generaal van de Belgische voetbalbond, het dossier aangetekend verstuurd had naar hun Zwitserse hoofdkwartier. Maar de tuchtcommissie van de Europese voetbalunie kon niet meer ingrijpen omdat de verjaringstermijn van tien jaar overschrijden was. Maar een verklaring van Constant Vanden Stock aan het gerecht bracht de bal in september 1997 opnieuw aan het rollen.

Begin september 1997 deed Constant Vanden Stock, die sinds februari teruggetrokken leefde, aan Luc Uyttenhove van Het Laatste Nieuws een geëmotioneerd relaas. 'De arbiter had problemen', vertelde de geuzebrouwer aan de Cóte d'Azur. 'Zijn zaken draaiden slecht. Dat hebben ze mij gezegd, want ik heb die scheidsrechter nooit gezien. De Deken kwam mij vragen om hem te helpen. Na de match hé! Alles ná de match. Ik zei: "Luister, laat er mij mee gerust". Maar de derde keer ben ik gezwicht. Zo ben ik. Ik help de mensen gemakkelijk. (...) Dat miljoen was om te helpen, het was een lening.

Maar spijtig genoeg is de scheidsrechter intussen dood. Ik weet niet eens of hij ooit een frank gezien heeft. In het Hilton heeft De Deken het geld aan EIst gegeven. Heeft die het in zijn zak gestoken? Later zijn die mannen mij beginnen chanteren. (...) Alles is donderdagmorgen, daags na de wedstrijd, gebeurd. Indien De Deken vroeger was opgedaagd, dan had ik hem eruit gegooid. Ik heb hem het miljoen gegeven, maar wie heeft het ontvangen?'

Tegenover RTBf-verslaggever Frank Baudoncq, die net als Uyttenhove naar de Azurenkust was getrokken, voegde Vanden Stock daar nog aan toe: 'Ik heb dat miljoen uit mijn eigen zak betaald. Dat kwam niet uit de kas van de club'. De uitspraken aan de Cóte d' Azur liepen gelijk met wat hij op 29 maart 1997 aan het gerecht had verklaard, behalve over het moment waarop hij de 'lening' aan Guruceta Muro toestond.

'Ik kreeg in de brouwerij bezoek van Raymond De Deken, die in opdracht van de club de scheidsrechters ontving', aldus Vanden Stock tegenover het gerecht. 'Hij vroeg of ik ermee kon instemmen om de scheidsrechter één miljoen frank te lenen. Ik heb onmiddellijk geweigerd, ik wou niet in dit soort zaken betrokken worden. Nog twee keer, en telkens voor de match, kwam De Deken me opzoeken.

Hij werd steeds preciezer inzake de houding van de scheidsrechter, die steeds zenuwachtiger en naar het einde toe veeleisend werd. Na veel aarzelingen heb ik dan aanvaard om een bedrag van één miljoen te lenen aan de scheidsrechter.' Die verklaring, afgenomen in het kader van de rechtszaak die Roger Vanden Stock had aangespannen tegen EIst en Van Aeken, bereikte begin september de buitenwereld én de UEFA, die deze dubbele waarheid niet zou negeren. 'Maar dit moest eens stoppen', verklaarde Roger Vanden Stock op 6 september 1997, doelend op de afpersing door de twee Antwerpenaars.

'Ik zal er nooit een seconde spijt van hebben dat we EIst en Van Aeken voor het gerecht daagden, zelfs niet indien onze club op basis van nieuwe onthullingen rond deze rechtszaak door de UEFA wordt gestraft.' Ondanks de verjaring sprak het Uitvoerend Comité van de UEFA in Helsinki op maandag 22 september 1997 dus toch nog een straf uit voor Anderlecht. Verwijzend naar corruptie in 1983 en 1984 sloot het opperste orgaan van de Europese voetbalunie paars-wit voor één seizoen uit van Europees voetbal. Scheidsrechtersbegeleider Raymond De Deken werd uitgeroepen tot persona non grata, wat in de praktijk neerkwam op een schorsing voor het leven.

Het Uitvoerend Comité motiveerde de straf 'op ethische en morele gronden', ingegeven door een reglementartikel dat gebaseerd was op 'onvoorziene omstandigheden'. Het zat het Uitvoerend Comité hoog dat de zaak was kunnen verjaren ondanks het feit dat het dossier al in 1992 was overgemaakt aan Alain Courtois en de UEFA. Het Uitvoerend Comité stelde een onderzoek in naar de communicatiestoornissen tussen de Belgische voetbalbond en de UEFA, maar dat zuiverde Alain Courtois van alle blaam. Alain Courtois en Michel D'Hooghe hebben ons uitgelegd welke procedure zij gevolgd hebben', verklaarde UEFA-voorzitter Lennart Johansson.

'Daaruit blijkt dat wij hen niets te verwijten hebben.' Dat het Uitvoerend Comité van de UEFA zelf flink blunderde, bleek op dinsdag 23 september, toen het zijn beslissing toelichtte. In de motivering van de straf was sprake van 'incidenten in 1983 en 1984 betreffende omkoping van scheidsrechters', maar voorzitter Johansson bleek er niet eens van op de hoogte dat er in 1983 ook maar iets zou zijn gebeurd. Secretaris-generaal Gerhard Aigner probeerde het gezicht van de UEFA nog te redden. 'Het gaat niet om bewezen zaken, alleen werd 1983 ook genoemd door dezelfde getuige. We hebben onze conclusies alleen getrokken op basis van wat in 1984 gebeurde.'

Het tekende de lichtzinnigheid waarmee de UEFA handelde. En dat had zware gevolgen kunnen hebben, al was het maar omdat de Generale Bank, de Anderlecht-sponsor, gedreigd had de samenwerking stop te zetten bij nieuwe feiten. Zonder het minste bewijs insinueerde de UEFA dat er ook wat aan de hand was met Anderlecht-Banik Ostrava uit 1983. Bovendien werd de uitspraak op 'morele en ethische gronden' zwaar in vraag gesteld door eminente juristen. Zo noemde Luc Misson, bekend als advocaat van Jean-Marc Bosman, de uitspraak illegaal. Nottingham Forest maakte van het Helsinki-verdict meteen gebruik om aanspraak te maken op de Europese plaats van Anderlecht voor de volgende Europacup.

De schadevergoeding die Forest van Anderlecht eiste, liep ondertussen met intresten op tot 300 miljoen frank. Maar een uitspraak in die zaak werd gebarreerd door Anderlecht, dat de sanctie van de UEFA niet aanvaardde. De Brusselse club nam de aantijgingen van omkoperij en corruptie niet. Anderlecht-advocaat Luc Deleu hamerde erop dat er in de verklaringen van Vanden Stock alleen sprake was van een lening. Onder de dreiging van een burgerlijke rechtszaak stond de UEFA Anderlecht toe de zaak in beroep te laten behandelen door het Tribunal d'arbitrage des Sports (TAS) in Lausanne. Het opperste arbitragetribunaal behandelde de zaak op 8 mei 1998 en verklaarde de uitspraak van de UEFA twee weken later nietig op basis van procedurefouten.

De Europese voetbalunie had volgens TAS tegen haar eigen reglementen gezondigd. Een tuchtuitspraak kwam de tuchtcommissie toe en niet het Uitvoerend Comité. Bovendien had de UEFA de eigen verjaringstermijn van tien jaar niet gerespecteerd. De schorsing voor één seizoen werd ongedaan gemaakt. René Van Aeken sloeg ondertussen wild om zich heen en betichtte Anderlecht ook van omkoping van Belgische scheidsrechters. Die beschuldiging zorgde voor heel wat beroering onder de Belgische refs, die de ongegronde aantijgingen niet namen. Even dreigde zelfs een scheidsrechtersstaking, maar uiteindelijk bleef het bij het ontslag van scheidsrechter Sandra, die het beu was besmeurd te worden.

Het bondsparket onderzocht het dossier van René Van Aeken, maar na ruim twee maanden seponeerde het de lege huls. Op 9 december 1997 werden Anderlecht en de scheidsrechters door bondsprocureur René Verstringhe van alle verdachtmakingen gezuiverd. Tegelijk werden René Van Aeken en Jean EIst, die zich hoe langer hoe meer van de betichtingen van zijn spitsbroeder ging distantiëren, voor de correctionele rechtbank gedaagd wegens afpersing en poging tot afpersing van de familie Vanden Stock.

Uit die rechtszaak bleek dat het tweetal in 1996 en 1997 nog eens 113,5 miljoen had proberen af te persen van de familie Vanden Stock. Tevergeefs, want de rol van het duo was uitgespeeld. In augustus 1998 werden EIst en Van Aeken door de Brusselse rechtbank veroordeeld wegens afpersing. Tegen Van Aeken werd zelfs een internationaal aanhoudingsbevel uitgevaardigd.

Bron: www.j3side.be