Vliegtuigbouwer de Havilland of Canada (DHC)
werd opgericht in 1928, en groeide al snel uit
tot een belangrijke fabrikant in 1937. Verscheidene Engelse ontwerpen werden
door de aankomeling geproduceerd waaronder Cirrus Moths, Tiger Moths, Fox Moths,
en Dragons voor WWII, en Tiger Moths, Ansons, en Mosquitos tijdens de
oorlogsjaren. Hoewel de ontwerpen Engels waren, werden er door DHC aanpassingen
doorgevoerd om aan de lokale omstandigheden te voldoen.
De DHC-1 Chipmunk
werd ontworpen door Wsiewolod Jan Jakimiuk, voormalig hoofdingenieur voor PZL
Warschau en ontwerper bij DHC, als opvolger voor de DH82 Tiger Moth. Wsiewolod J
Jakimiuk, studeerde voor luchtvaartingenieur aan de beroemde Stefan Batory
Universiteit in Vilnius (Wilno) Polen-Litouwen alvorens zijn studies verder te
zetten aan de Ecole Supérieure d'Aéronautique in Frankrijk. Hij stond aan de
wieg van de ontwerpen van de PZL24 en PZL50 Jastrzab gevechtstoestellen tijdens
het interbellum. Na zijn ontsnapping uit Polen in 1940 vervoegde hij de Havilland in Downsview, Canada. Na de oorlog zette Wsiewolod Jakimiuk zijn
succesvolle carrière in de luchtvaart verder en keerde hij naar Europa terug,
waar hij in de zestiger en zeventiger jaren een belangrijke rol speelde in de
ontwikkeling van de Concorde.
De opdracht voor de DHC 1 werd toegewezen aan
de Havillands Canadese dochter omdat Hatfield de handen vol had met het
ontwerpen van de Comet en andere naoorlogse ontwerpen.De Chipmunk was het eerste
opleidingstoestel dat werd gebouwd door de Havilland Canada, Downsview (North
York) Ontario.

Het prototype vloog op 22 mei, 1946 onder de registratie CF-DIO-X en het ontwerp bleek een succes. In totaal liepen 217 stuks van de band in Downview waarvan de laatste in 1951. Twee toestellen werden in vlucht geëvalueerd in Boscombe-Down, om de Britse autoriteiten te overtuigen de nieuwe RAF trainer bij hen te bestellen voor productie in Chester en Hatfield. Het eerste toestel vloog bij het Oxford Air Squadron in februari, 1950.
Uiteindelijk werden er in totaal 1283 gebouwd, waarvan 1000 in England, 217 in Canada, en 66 onder licentie in Portugal bestemd voor de Portugese Luchtmacht. Dit naar aanleiding van een overeenkomst tussen de Havilland en de Portugese firma, Oficinas Gerais de Material Aeronáutico (OGMA). De RAF was de grootste afnemer met 740 stuks. Zij werden ingezet in University Air Squadrons en Volunteer Reserve Flying Schools en dienden voor elementaire opleiding bij de RAF, het Army Air Corps en bij de Royal Navy.
De RCAF nam zijn eerste drie DHC-1 Chipmunks in dienst in 1948 en stelde de laatste pas op non actief einde 1971, toen de unificatie van de RCAF al drie jaar achter de rug was. Grote hoeveelheden zijn vanaf het einde van de vijftiger jaren vrij op de markt aangeboden, waarvan een aanzienlijk deel werd gemodificeerd naar boxermotoren, eenzitters, etc. Verschillende factoren waren bepalend voor het succes van de Chipmunk. Zijn capaciteiten op het gebied van acrobatie en zijn uitmuntende vluchtkarakteristieken, enkel te vergelijken met die van de Spitfire, maakten het een fantastisch vliegtuig. Maar ook zijn technische degelijkheid, zorgde ervoor dat er wereldwijd nog veel toestellen operationeel zijn.
Eind 1992 werd het toestel nog ingezet in volgende landen: Birma, Ceylon, Colombia, Chile, Denemarken, Egypte, Ierland, Irak, Jordanië, Libanon, Maleisië,Saudi Arabië, Syrië, Thailand en Uruguay.In Groot Britannië zijn er momenteel nog twee in dienst bij de Battle of Britain Memorial Flight voor de conversie op staartwiel, twee bij de Royal Navy, één bij de Army Air Corps en in Portugal blijven er zeven actief bij de AFA.

Bij de Portugese Luchtmacht (FAP)
De door de Portugese Luchtmacht bestelde versie was uitgerust met een Gipsy Major 8 of 10 Mk 2, elektrische starters en de originele metalen propellers werden door OGMA vervangen door houten versies. In 1952 bereikte OGMA een akkoord om de toestellen onder licentie te bouwen met het oog op de besparingen dat dit met zich meebracht in functie van onderdelen en onderhoud. Zodoende werden 66 toestellen gebouwd door OGMA voorafgegaan door tien stuks die afkomstig waren uit Groot Brittannië. C1-0261, 0255, 0286, 0280, 0298, 0351, 0299, 0292, 0346, en 0365 kregen de registraties 1301 tot 1310. De toestellen kregen de toewijzing type Mk.20 uitgerust met een Gipsy Major 10 Mk.2.
Operationeel
De eerste Chipmunks werden afgeleverd aan het 1’ Militaire School (AFA) ofwel het 1’ Aéronautique de Sintra, Granja do Marques, Air Base N°1 om de Tiger Moth te vervangen gezien deze tegen 1954 op non actief ging gesteld worden.
Vanaf 1953, arriveerden de eerste door OGMA geproduceerde toestellen bij hun eenheid, het EIEP ( Esquadra de Instruçao Elementar de Pilotagem) in Aveiro.Deze eenheid, Base N° 2 in 1957, werd later in 1958 Base n°7. De leerling-piloten kregen 4 weken basis instructie op de Chipmunk op het einde van hun eerste jaar aan de Militaire School te Aveiro.
Tijdens hun tweede jaar vlogen de leerlingen twee sorties per week gevolgd door een conversie op T6 terwijl de navigatievluchten op meermotorige toestellen werd uitgevoerd. De “miliciens” (de FAP had ook korte termijn contractuelen) kregen 4 maanden basisopleiding op Chipmunks in Sao Jacinto en aanvullend 8 maanden in Sintra.

In 1987 kocht de FAP 18 Aérospatiale Epsilons die werden geleverd tussen februari en december 1989 met het doel de Chipmunks en de T37’s te vervangen. De Militaire School kreeg 6 Chipmunks waarvan ze 3 in reserve hield en de overige 3 werden ingezet als sleper voor de zweeftoestellen zoals de ASK 21. In 1989 werden de Chipmunks gedemobiliseerd. Hier eindigde hun carrière bij Air Base 2 (Ota) afgezien van de drie verbonden aan de Militaire School. Verder werden twee toestellen geschonken aan het Luchtvaart Museum in Alverca. De rest werd voorzien voor stockage maar uiteindelijk gingen er meer dan twintig toestellen naar de Portugese aeroclubs.
De PHENIX
In november 1996, besloot de FAP om 7 Chipmunks ( FAP N°s 1312, 1315, 1316,1319, 1335 et 1339, en n° 1306) te modifiëren voor IFR training bij de AFA. Er werd gestart met modificatie in 1997 met de eerste 5 toestellen in de fabriek van OGMA en 2 verdere bij IAC (Industrias Aeronauticas de Coimbra). De modificaties bestonden uit: installatie van een Lycoming O-360-A1A met 180 Hp, metalen propeller, nieuwe remmen, anti spin fins, nieuwe radio’s, nieuwe transponders en een nieuw “initiële opleiding”- kleurschema. De eerste twee toestellen gingen naar 1’ AFA op 7 juli, 1997. Het moet gezegd worden dat de Britse technieker Richard FARER zijn ex FAP 1345 met registratie G-OACP op identieke wijze had aangepast. Dit toestel fungeerde als basis voor de testen op Sintra. Als erkenning hiervoor, ontving Richard FARER 3 ex-FAP Chipmunks.
In 1997 werd dit toestel nieuw leven ingeblazen en kreeg het de kans om zijn, sinds 1952 ononderbroken carrière bij de FAP, verder te zetten. Wij wensen het alleszins een lang leven onder het Cruz de Cristo vaandel.

| s/n | Gebouwd @ | Datum | Kentekens | Eenheid | Adres |
|---|---|---|---|---|---|
| 65 | Ogma | 6 Januari 1961 | 1375 | Assemblage | Alverca, Portugal |
| 6 Februari 1961 | Eerste vlucht 20 mins. | Alverca, Portugal | |||
| 6 Februari 1961 | Base Aérea No. 7 | San Jacinto, Portugal | |||
| 14 oktober 1970 | Base Aérea No. 1 | Sintra, Portugal | |||
| 25 Maart 1976 | Base Aérea No. 2 | Ota, Portugal | |||
| Einde 1989 | De Chipmunks werden uit dienst genomen en bij Portuguese aeroclubs ondergebracht. |

CHIP 1375 werd in 1997 in Frankrijk gerestaureerd en vliegt onder het Franse "Avions de Collection" systeem.







