Het was lang geleden dat
een Fops nog zoveel volk – en goed volk! – aantrok: achttien
deelnemers, zowat het maximum dat je aan onze negen grote tafels
kan plaatsen, zaten gespannen, argwanend, wantrouwig, te wachten op
wat komen zou. En dat was de traditionele lading van tien opgaven.
Vaak simpele dingen, dan weer erg verborgen vraagstukjes, of een
kwartier schrijfwerk , dat uiteindelijk nog overbodig was, enzovoort.
Maar algemeen primeerde de mening dat de jongste verzameling opgaven
er beslist mocht zijn en zowat alle domeinen van het z.g.
“schertsprobleem” bestreek.
De belangstellende lezer, die het die
“dinsdag het dichtst bij 1 april” niet kon maken, krijgt een paar
staaltjes van wat de opgaven zoal konden bevatten. We geven ze
meteen mee. In ons clubblad "Schaak-Schild" méér hierover!
Opgave 5
Manolis Strakatos
(Gr)?
11+12 =
Wit
speelt en houdt remise. Een echt eindspel in de nooit ernstige
Fopswinkel? Jawel! En in ieder geval een merkwaardige eindstelling.
Wie de auteur van dit werkstuk is, moet nog worden achterhaald, maar
Ward lost dat met een vingerknip op.
Opgave 6
i.van – origineel
voor Fops.

5(6)+3(4)
‡2
Wit
speelde 1.Pg3+ en zwart gaf op. Plaats nu de beide ontbrekende
koningen op het bord, derwijze dat wit, nadat zwart het schaak heeft
gepareerd, mat geeft in één zet. Een tweezet dus, waarvan de sleutel
1.Pg3+ is, zwart speelt en wit geeft mat. Is er meer dan één
oplossing? Noteer de standvelden van beide koningen (zK in schaak!)
de zwartzetten en de matzetten. Later bleek dit de lastigste opgave
te zijn.
Opgave 7
Tibor Ersek (H) Die
Schwalbe 1998
2+8 Seriehelp‡5
Zwart speelt een reeks van vijf opeenvolgende zetten (mag met
diverse stukken) en wordt dan door wit matgezet in één zet. Schaak
onderweg mag niet. Eigenlijk bouwt zwart zich een schuilhol en helpt
daardoor bij zijn matvoering.