Algemeen

vzw Bas! is sedert 1995 actief als begeleidingsdienst op het domein van de alternatieve reacties op jeugddelinquent gedrag. Aanvankelijk was de vzw enkel werkzaam in het Brusselse gerechtelijk arrondissement, maar de dag van vandaag begeleiden we minderjarigen uit heel de provincie Vlaams Brabant. Deze uitbreidig werd o.a. mogelijk gemaakt door een samenwerkingsverband sinds 1999 met vzw Dialoog (momenteel Rode Antraciet genaamd) die specifieker rond vormingen werkten. Naast deze territoriale uitbreiding vond in april 1996 eveneens inhoudelijke uitbreiding plaats; vzw Bas! startte met herstelbemiddeling

Voor de alternatieve maatregelen zijn het de Jeugdrechters te Brussel en Leuven die als verwijzers optreden. Voor bemiddelingszaken komen aanvragen via de Jeugdrechtbank of het Parket van Brussel.

Jongeren komen dus niet zomaar bij ons terecht. Alhoewel de Jeugdrechtbank kan optreden bij problematische opvoedingssituaties (POS) én na ‘als misdrijf omschreven feiten’ (MOF), kunnen jongeren in eerste instantie enkel naar ons worden doorverwezen als gevolg van het plegen van een strafbaar feit (MOF).

Wanneer een minderjarige een strafbaar feit pleegt en gevat wordt door de politie, wordt een proces-verbaal (pv) opgesteld en overgemaakt aan het Parket. Het is de Procureur des Konings van het Parket die beslist welke weg dit pv verder aflegt en of de Jeugdrechtbank dient gevorderd te worden al dan niet. Eventueel kan het Parket zelf ook reeds inhoud geven aan de justitiële reactie. De Procureur heeft dus verschillende mogelijkheden na het geven van een kwalificatie aan de feiten; hij/zij kan beslissen geen gevolg te geven aan de zaak en het pv ‘voorlopig’ klasseren of seponeren. Daarnaast kan het Parket de jongere bij zich roepen en een soort ‘vermaning’ geven of hem doorverwijzen naar de hulpverlening (bijvoorbeeld bij druggebruik). De laatste jaren maakt het Parket steeds meer gebruik van diversiemaatregelen. Dit wil zeggen dat de Jeugdrechtbank niet wordt gevorderd indien de jongere en zijn ouders instemmen met herstelbemiddeling, de uitvoering van vrijwilligerswerk ten bate van de gemeenschap of de deelname aan een maatregel van sociaal-educatieve aard. Concreet gaat het om dienstverlening, vorming of behandeling.

Anders wordt het wanneer de Procureur beslist om de zaak aanhangig te maken bij de Jeugdrechter. Jongeren kunnen dan onmiddellijk worden voorgeleid voor de Jeugdrechter, die dan een voorlopige maatregel kan nemen. De huidige wetgeving -de wet op de Jeugdbescherming van 1965- geeft Jeugdrechters enkel de mogelijkheid beschermingsmaatregelen uit te spreken. Bij jongeren die onmiddellijk voorgeleid worden, kan dit een plaatsing in een privé- of gemeenschapsinstelling betekenen. De jongere kan ook blijvend toevertrouwd worden aan zijn ‘milieu’ (meestal de ouders) zonder dat er een plaatsing mogelijk (wegens plaatsgebrek) of nodig is. De sociale dienst van de Jeugdrechtbank krijgt ongeveer 3 maanden de tijd om een sociaal onderzoek te verrichten in het milieu van de jongere en een advies te geven voor een definitieve maatregel.

In deze fase van voorlopige rechtspleging kunnen jongeren reeds het voorstel tot alternatieve afhandeling krijgen. Dit kan het vrijwillig deelnemen aan een  dader-slachtoffer-bemiddeling zijn of het verrichten van een ‘prestatie van opvoedkundige of filantropische aard’. In het laatste geval gaat het om een alternatieve maatregel die bij beschikking wordt opgelegd. De inzet van de jongere bij deze alternatieve afhandeling/maatregel zal van invloed zijn op de verdere rechtspleging.

De meeste verwijzingen naar onze dienst zijn evenwel defintieve maatregelen of maatregelen ‘ten gronde’. Zij worden bij ‘vonnis’ opgelegd. De Jeugdrechter baseert zich hierbij vaak op het voorstel van de sociale dienst. Ook het Parket en de jongere (met zijn advocaat) kunnen tijdens het tegensprekelijk debat dat op de openbare terechtzitting plaatsgrijpt hun inbreng doen. Uiteindelijk kan de Jeugdrechter kiezen uit een aantal mogelijke maatregelen. Indien de jongere schuldig wordt bevonden aan de feiten, kan hij :

° berispt worden: er wordt dan verder geen gevolg gegeven aan de zaak

° onder toezicht gesteld worden van een consulent van de sociale dienst bij de Jeugdrechtbank. Dit betekent dat de jongere in zijn milieu mag blijven maar dat hij zich aan een aantal voorwaarden dient te houden (vb. het zich onthouden van verder druggebruik, het regelmatig schoollopen, geen contact meer met bepaalde vrienden, ... ) De wetgever somde enkele van deze mogelijke voorwaarden op, doch de Jeugdrechter kan hier creatief mee omgaan.

Eén van deze voorwaarden kan ‘het verrichten van een prestatie van opvoedkundige en filantropische aard’ zijn, kortweg een ‘alternatieve maatregel’. Wanneer deze voorwaarde wordt opgelegd aan een minderjarige uit het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde of Leuven, komt hij bij Bas! (Gambas) terecht.

° onder toezicht van de sociale dienst, uitbesteed worden bij een betrouwbaar persoon of geplaatst worden in een geschikte inrichting

° onder toezicht, geplaatst worden in een gemeenschapsinstelling

Het wetgevend kader dat aangeeft welke maatregelen een jeugdrechter kan nemen in zijn reacties op jeugddelinquentie is dit van de wet op de jeugdbescherming. Doorslaggevend in de keuze voor een bepaalde gerechtelijke reactie is niet zozeer het gepleegde misdrijf of de ernst ervan, dan wel de houding en de persoonlijkheid van de jongere en zijn milieu.

In de wet van 1965 wordt gesproken over beschermingsmaatregelen: jongeren worden er als onverantwoordelijk voor hun (mis)daden beschouwd. Althans, dat is de theorie. In de praktijk leiden de diverse combinaties van van sanctie- en herstelgedachte vaak tot een manier van reageren die steeds verder blijkt af te staan van de beschermingsfilosofie.

Binnen het aanbod van Bas! is een verwevenheid terug te vinden van deze diverse uitgangspunten. Het toekennen van verantwoordelijkheid voor eigen daden en herstel ervan, het streven naar meer verbondenheid, het aanbieden van zowel een strikt normerende reactie met sanctionerende aspecten als het streven naar rechtsgelijkheid en proportionaliteit zijn enkele van onze aspiraties en bekommernissen die hun vertaling vinden in ons aanbod.